Begrotingsonderdeel Jeugd
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Arno Rutte
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Rutte: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen niet in herhaling te vallen. Als dat gebeurt, grijpt u dan vooral in. Mijn collega Tielen van VWS heeft uitgebreid stilgestaan bij het vrijwillige kader. Daarmee kun je vaak veel oplossen. Soms, heel soms, lukt dat niet en is ingrijpen door de overheid noodzakelijk om de veiligheid van het kind te borgen, omdat ouders soms echt niet in staat zijn om voor een veilige opgroeisituatie te zorgen. Ook internationale verdragen zijn daar duidelijk over. Daarbij spreken we inderdaad over het gedwongen kader, met een duidelijke uitspraak van een rechter die een machtiging afgeeft voor gedwongen hulp. Die hulp is dan verplicht; ouders kunnen die niet weigeren. En als er wordt ingegrepen door de overheid, dan is het belangrijk dat ouders en kinderen zich gehoord voelen, dat het traject met alle rechtswaarborgen is omgeven en dat passende hulp en bescherming beschikbaar zijn. Velen hebben daar wat over gezegd. Maar om de problematiek in de jeugdbescherming echt op te lossen, moet het fundamenteel anders. Bij het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming werken we samen met de sector aan structurele verbeteringen van de jeugd- en gezinsbescherming. In een groot interdepartementaal programma is de afgelopen periode hard gewerkt aan een echt andere manier van werken: gezinsgericht, eenvoudig, transparant, rechtsbeschermend, en vooral ook lerend. In proeftuinen door heel Nederland zijn nieuwe gezinsgerichte en eenvoudige werkwijzen ontwikkeld en uitgeprobeerd. In de proeftuinen leidt de gezinsgerichte integrale benadering aantoonbaar tot een betere ondersteuning van gezinnen. Ik moet ook zeggen dat ik bij mijn aantreden stevige verschillen van inzicht met onze partners aantrof over de gekozen richting. In de afgelopen periode hebben we de ruimte genomen om intensieve gesprekken te voeren met alle betrokken partners. Dat heeft geresulteerd in een veranderstrategie met concrete veranderstappen voor de korte en lange termijn en de manieren waarop we daarbij willen samenwerken. Dat betreft een veranderstrategie binnen de huidige financiële kaders. Bij die strategie maken we niet alleen verbinding met de Hervormingsagenda Jeugd, maar ook met de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling en het samenwerkingsverband tussen Veilig Thuis, politie en justitieorganisaties. Ik verwacht dat de strategie nog dit voorjaar naar uw Kamer wordt gestuurd. Voorzitter, dat was mijn korte inleiding. Dit brengt me bij een aantal blokjes. Dat klinkt heftiger dan het is, want ik houd ze allemaal kort. We gaan het eerst hebben over de rechtsbescherming bij uithuisplaatsingen. Dan apart over JB Noord. Ik wil het hebben over huiselijk geweld en kindermishandeling. Dan over het Toekomstscenario. En tot slot — u vermoedde het al — over overige zaken. Laat ik beginnen met de rechtsbescherming. Mevrouw Westerveld vroeg: hoe zit het nou met die beloofde verbetering van de rechtspositie van jongeren en ouders? Daarvoor is een wetsvoorstel in de maak. We hopen dat begin dit jaar ter advisering te kunnen voorleggen aan de Raad van State. Daarin zijn we dus vergevorderd. Dat is ongeveer nu, ja. Mevrouw Westerveld weet dat je dan weleens door wat hoepeltjes moet springen en zo, maar dan ... In ieder geval geen vertraging op die lijn. Mevrouw Synhaeve verwijst naar het rapport Van inzicht naar uitvoering, van het Verwey-Jonker Instituut. Zij wil ook weten welke stappen wij zetten om uithuisplaatsingen te verminderen en hoe ik reflecteer op de aanbevelingen in het rapport. De aanbevelingen van het Verwey-Jonker Instituut zijn herkenbaar: systeemdrukte; eerder en gezinsgericht handelen; kinderen en ouders beter horen. Eigenlijk is dat ondersteuning van het beleid; het ligt precies op de koers die wij met elkaar willen gaan varen. Ook het voorkomen van uithuisplaatsing is een belangrijk streven in de jeugdzorg. Dat sluit aan bij wat we doen rondom het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Daar zit die hele strategie achter van het versterken van de lokale wijkteams. Vervolgens wordt daarmee zo veel mogelijk afgevangen. Er wordt alleen opgeschaald als het nodig is. Ook dat gebeurt doelgericht en efficiënt. We hebben dus in beeld wat er moet gebeuren. Het is nu echt tijd voor actie. Daarom werken we nu met partners uit wat we op korte termijn kunnen doen en bekijken we wat pas op lange termijn kan. Dit komt in de veranderstrategie die dit voorjaar naar de Kamer komt. Dat is het verhaal dat ik net vertelde. We gaan echt proberen om op korte termijn vooruit te komen en datgene te doen wat op korte termijn kan. We stappen een beetje af van het maken van grootse toekomstgezichtspunten. Het wetsvoorstel rechtsbescherming is zeer ver onderweg, zoals ik net al aangaf. De heer Van Houwelingen geeft aan dat uithuisplaatsingen het laatste redmiddel zouden moeten zijn. Hoe kijk ik daartegen aan? In het wetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming wordt de rechtsgrond voor uithuisplaatsingen aangescherpt, met als doel te borgen dat deze maatregel uitsluitend wordt ingezet wanneer dit noodzakelijk is. Daarmee bevestigt het kabinet dat een uithuisplaatsing een ultimum remedium blijft. Daar heb ik nog iets meer over te zeggen. Misschien kan ik dat erbij pakken?
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Ik heb namelijk een paar vragen van de heer Van Houwelingen achter elkaar. Hij vroeg ook naar de financiële prikkels. De jeugdzorg wordt betaald voor uithuisplaatsingen. Hetzelfde geldt voor gezinshuizen en pleeggezinnen. Is dat niet ongezond, vroeg hij. Ik ben het echt eens met de heer Van Houwelingen dat we uithuisplaatsingen zo veel mogelijk moeten voorkomen. Het goede nieuws is dat er echt sprake is van een dalende trend. Tussen 2022 en 2024 is het aantal uithuisplaatsingen met 10% gedaald. Sinds 2009 is het aantal ondertoezichtstellingen al gehalveerd. Dus we moeten niet doen alsof het een steeds groter wordend probleem is. Het is vervelend, maar het neemt echt af. In ons stelsel ligt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen bij de GI's. De GI's krijgen per cliënt betaald. Of er alleen een ots is, of een ots met een uithuisplaatsing, is dus niet relevant. Dat leidt niet tot extra uitbetaling. Voor de rest wordt de uithuisplaatsing onafhankelijk getoetst door de rechter. Daar wil ik het even bij laten. In datzelfde kader kom ik op de vraag of er altijd sprake zou moeten van contra-expertise. Toegang tot onafhankelijke deskundigheid in kinderbeschermingsprocedures is wettelijk geborgd. Betrokkenen kunnen de kinderrechter verzoeken om een onafhankelijk deskundigenonderzoek. Dat kan, maar de uitvoeringspraktijk kampt wel met beperkte capaciteit voor dat deskundigenonderzoek. Dus daar knelt wel de schoen. Daarom werken we aan een businesscase voor een landelijke voorziening voor beslisdiagnostiek in de jeugdbescherming, om de kwaliteit, de beschikbaarheid en de doorlooptijd te verbeteren. Tot zover het blokje de heer Van Houwelingen, als ik het zo zou kunnen stellen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Daarover verschillen wij een beetje van mening. Belanghebbenden kúnnen erom vragen. Dan wordt dat deskundigenonderzoek ook gedaan. Maar om het standaard te doen gaat me net wat te ver.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: De casuïstiek is buitengewoon ingewikkeld om hier te bespreken. In de periode dat ik staatssecretaris ben, heb ik menig werkbezoek afgelegd in het speelveld van de jeugdbescherming. Wat daarbij opvalt, is dat het negen van de tien keer bepaald niet zwart-wit is. Er zijn ook gevallen waarbij gemeenten en andere hulpverleners denken "dit moet echt een uithuisplaatsing worden", terwijl de Raad voor de Kinderbescherming uiteindelijk een andere weging maakt en de zaak terugverwijst, op basis van het feit dat er meer mogelijk is. Andersom zal het ongetwijfeld ook weleens gebeuren dat iedereen eerst denkt dat het toch opgelost moet kunnen worden, maar de weging uiteindelijk de andere kant uit valt. Ik wil die weging graag bij professionals houden, in de wetenschap dat het aantal uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen wel degelijk afneemt.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Mevrouw Westerveld vroeg waarom het hoorrecht niet overal goed geborgd wordt. Vanaf 1 juli 2025 wordt iedereen vanaf 8 jaar door de rechtspraak uitgenodigd voor een gesprek met de rechter. Deze verlaging van 12 jaar naar 8 jaar wordt ook in het wetsvoorstel Versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming geborgd, maar de praktijk loopt daar nu al op vooruit. Ik denk dat dat ook goed is. Maar we gaan het ook wettelijk borgen. Mevrouw Van Meetelen wil dat onderzocht wordt op welke wijze ernstig falen kan worden gekwalificeerd en bestraft. Zij wil ook weten welke aanpassingen in wet- en regelgeving daarvoor nodig zijn. De aanpak van ernstig falen loopt via de IGJ en de IJV. Die kunnen besluiten om toezicht in te stellen naar aanleiding van een melding of op eigen initiatief, bijvoorbeeld na een inspectiebezoek of eigenstandig onderzoek. Dat kan vervolgens resulteren in het opleggen van een aanwijzing, een cliëntenstop of een boete. Als een SKJ- of BIG-geregistreerde zorgverlener erbij is betrokken, is een tuchtzaak ook mogelijk. Als de inspectie in het toezicht strafbare feiten vaststelt, deelt zij dit met het Openbaar Ministerie voor mogelijke strafrechtelijke vervolging. Ik ga door naar de vragen van de heer Ceder over de staatscommissie jeugdzorg: is deze al ingevuld, gaat dat nog gebeuren of ligt dit op de plank voor een volgende bewindspersoon? Officieel ligt dat op de plank voor een volgende bewindspersoon, maar die hoeft het er alleen maar af te halen en af te stoffen. Afstoffen hoeft niet eens, want er zit geen stof op. Het staat klaar om in beweging te gaan. Mijn opvolger zal het door de ministerraad begeleiden. Het streven is dat de commissie op 1 april kan beginnen. Alle voorbereidingen daarvoor zijn getroffen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Het toezicht en het optreden op het moment dat dingen misgaan liggen echt bij de twee inspecties, de IGJ en de IJenV. Zij doen dat ook. Ze geven ook niet aan er te weinig middelen voor te hebben. Ik herken dus niet helemaal de zorg van mevrouw Van Meetelen. In zijn algemeenheid treden we goed op als er dingen misgaan. De inspecties zeilen behoorlijk scherp aan de wind. Ik denk dat het daarmee voldoende geborgd is.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Dan kom ik niet bij de rechtsbescherming, want dat mapje is leeg, maar bij JB Noord. Dat gaat mij aan het hart, want ik ben zelf inwoner van Groningen. Dit is dus een jeugdbeschermingspartij in mijn eigen provincie. Er is van alles over gezegd, geschreven en te lezen. Ik ga gewoon snel door de antwoorden heen, niet omdat ik het wil afraffelen, maar omdat we krap in de tijd zitten. Mevrouw Westerveld vraagt of er met mensen van het meldpunt en met ouders is gesproken. JB Noord heeft zeker gesproken met mensen van het meldpunt en met ouders. Ze voeren ook gesprekken met de mensen die zich hebben gemeld, om te bekijken wat er in hun geval is gebeurd en wat er beter kan. Daarnaast worden ouders betrokken bij de uitvoering van de maatregelen uit het verbeterplan van JB Noord naar aanleiding van het inspectierapport. Dat vind ik ook heel belangrijk. Er is veel gebeurd. Via die contacten moeten dingen ook echt beter gaan. Als stelselverantwoordelijke volgen we de situatie nauwgezet en hebben we regelmatig contact met gemeenten en JB Noord. Mevrouw Synhaeve gaat uitgebreid in op de problemen bij JB Noord, en vooral op de zorg over de vraag wat er gebeurt als JB Noord het certificaat verliest. Het is duidelijk dat er in de afgelopen periode bij JB Noord veel zaken niet goed zijn gegaan. Niet voor niks heeft het Keurmerkinstituut eind 2024 het certificaat ingetrokken en staat Jeugdbescherming Noord nog steeds onder verscherpt toezicht van de IGJ. Inmiddels heeft JB Noord het certificaat weer terug en is de weg omhoog op zich wel gevonden. Hoe goed dat is, moet uiteindelijk ook uit het inspectierapport blijken, dat we deze maand verwachten. JB Noord werkt hard aan een herstel- en verbetertraject, dat ertoe moet leiden dat jeugdigen en gezinnen in alle gevallen de ondersteuning krijgen waar ze recht op hebben. De betrokken gemeenten steunen JB Noord hier op dit moment in en zitten er ook bovenop. Ook financieren de gemeenten aanvullende uitvoeringscapaciteiten. Indien JB Noord het certificaat zou verliezen — gelukkig is dat niet gebeurd — dan voltrekt zich een wel heel beroerd scenario, want dan moeten alle kinderen naar een andere GI, wat telkens via de rechter moet. Dat is eigenlijk een rampscenario, want ook de andere GI's zitten overvol. Alles moet via de rechter. Alles is er dus op gericht om dat te voorkomen. Er liggen ook scenario's klaar om te voorkomen dat we hierin vervallen. Daar is dus wel allemaal naar gekeken. Ik wil daarover niet te veel in detail treden. Het mag duidelijk zijn dat we alles op alles moeten zetten om dat te voorkomen. Tot zover Jeugdbescherming Noord.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Dat ben ik volstrekt met mevrouw Westerveld eens. Dat gaan we doen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Mevrouw Wendel en ik delen dat volgens mij. Ik heb net gezegd dat we een bijna niet te overzien probleem hebben als je hier de stekker uit trekt. Ik heb wel veel begrip voor de grote zorgen die er spelen in de regio waar JB Noord werkzaam is en voor de gemeenten en de gemeenteraadsleden die dat ook zien. Je moet je voorstellen dat als problemen langdurig heel groot zijn geweest, je ook een hele lange nasleep hebt van diezelfde problematiek. Ook dat zien we hier. Het is dus helaas niet zomaar opgelost. Je keurmerk terugkrijgen betekent niet dat de problemen zijn opgelost. Er is niet voor niks verscherpt toezicht. We gaan deze maand horen of het beter gaat. Ik zie wel dat er bestuurlijk al forse interventies zijn geweest. Er staan andere mensen aan het roer, die dingen anders doen. Dat schept wel wat vertrouwen, maar we moeten de vinger aan de pols blijven houden. Dat gebeurt vanuit mijn ministerie bijna op dagelijkse basis. Richting de wethouders is dat iets meer op afstand, maar als de behoefte bestaat, dan zijn we absoluut bereid om dat te doen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Volgens mij heb ik die gedaan. Wij blijven dit contact houden. Ik kan me voorstellen dat we ook nog wat extra contact met gemeenten gaan leggen om te kijken hoe we de boel dicht tegen elkaar aan kunnen trekken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Dat is een ongewisse uitkomst. Ik kan toezeggen dat wij die contacten nog intenser maken dan ze nu al zijn. Als iemand de uitkomsten daarvan helemaal concreet kan maken, vind ik dat prima. Maar dat is …
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Dat doen we dan in een volgende brief.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Ik ga ervan uit dat de status van JB Noord daar überhaupt een plek in zal krijgen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Dan kom ik bij huiselijk geweld en kindermishandeling. We gaan van de ene gezelligheid naar de volgende. Het is niet anders. Dit onderwerp is vorige week ook al uitgebreid aan de orde geweest bij de begroting Justitie en Veiligheid. Vandaag komt het opnieuw aan bod. Dat kan ik me goed voorstellen, want het is nogal wat als je niet veilig bent in je eigen huis en daar geconfronteerd wordt met mishandeling of nog ergere dingen. Mevrouw Coenradie vroeg daar uitgebreid naar. Daar heb ik alle begrip voor. Zij vraagt hoe het kabinet aankijkt tegen het werken met één gemeenschappelijk systeem of het eventueel zelfs schrappen van onnodige privacybescherming, zodat informatie sneller en effectiever kan worden gedeeld. Onder de regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid werken de betrokken organisaties, waaronder Veilig Thuis, de politie en de justitieorganisatie, sinds 2023 stap voor stap aan verbetering van de onderlinge informatie-uitwisseling onder de noemer "Samen onder Handbereik". Daarmee gaan we niet alle informatie in één systeem stoppen, maar wordt wel gezorgd dat de noodzakelijke informatie onderling ter inzage toegankelijk is. De eerste resultaten zijn inmiddels behaald. Vanaf 2026 kan elke Veilig Thuisorganisatie digitaal checken of een of meerdere netwerkpartners bekend zijn met iemand over wie Veilig Thuis een melding heeft ontvangen. Dan de vraag of we dwingender interventies moeten toepassen bij een hoog risico op huiselijke geweld en kindermishandeling, en hoe we dat dan concreet doen. Momenteel loopt het traject ter verbetering van de inzet van het tijdelijke huisverbod. Deze maand zijn de pilots gestart in Den Haag, Rotterdam, Groningen en Utrecht. Het uitgangspunt is dat het tijdelijke huisverbod niet alleen in acute crisissituaties wordt opgelegd, maar ook bij onderbouwde signalen met betrekking tot de structurele veiligheid. Ook zijn we aan het kijken hoe aanvullende bestuursrechtelijke beschermingsmaatregelen kunnen worden ingezet om slachtoffers beter te beschermen. Daar worden bijeenkomsten over georganiseerd. Er wordt vooral ontzettend veel kennis uitgewisseld. Mevrouw Coenradie weet volgens mij wel dat het echt lastig is om het strafrecht goed met het bestuursrecht te verknopen, maar daar zijn goede voorbeelden van. We willen kijken of en hoe we dit goed kunnen borgen en opschalen. In hetzelfde kader was de vraag of het kabinet de analyse deelt dat het systeem nu te vaak de last bij het slachtoffer legt in plaats van bij de dader; bij een uithuisplaatsing van de dader laat je het de dader bijvoorbeeld wel voelen. Het eerlijke antwoord is dat dat niet altijd kan worden voorkomen, omdat bij hoge veiligheidsrisico's niet altijd voldoende veiligheidsgaranties kunnen worden geboden. Er moeten soms ook veiligheidsmaatregelen worden ingezet voor het slachtoffer, maar ik werk hard aan de interventies richting plegers, zoals de elektronische monitoring in combinatie met een contact- of locatieverbod en een slachtofferdevice, en dus uitbreiding van het tijdelijke huisverbod. Mevrouw Coenradie kwam met een voor mij wat nieuwe term: het afkoelhuis. Ik vermoed dat dat niet een soort grote diepvries is, maar vooral een plek waarheen de dader kan worden uitgeplaatst. Welke oplossingen zijn denkbaar en wat zijn de juridische en financiële knelpunten, werd gevraagd. Eerlijk gezegd is dat nog niet in kaart gebracht. Ik kan die vragen dus nog niet tot in detail beantwoorden. In januari starten pilots. Die moeten daar echt inzicht in gaan geven. Een mogelijk knelpunt zal zijn dat het wettelijk kader moet worden uitgebreid om gedwongen opvang mogelijk te maken. Dan zullen we daar ook financiële middelen voor moeten vinden, maar we staan nog een beetje aan het begin van het onderzoek en het denken. Mevrouw Coenradie vraagt ook naar landelijke pilots met die afkoelhuizen; dat is wel onderdeel van deze pilots. Tot zover dit blokje. Er zijn geen extra vragen. Dan ga ik door met het Toekomstscenario. Mevrouw Westerveld had daarover meerdere vragen. De financiering van het Toekomstscenario vervalt per 2027. Zij zei: dat maakt de uitvoering onzeker; wat gaan we dan doen met die proeftuinen? In 2026 worden die proeftuinen in ieder geval nog wel gefinancierd. Die zijn ook enorm nuttig. Van nieuwe werkwijzen leren we ontzettend veel. Ik hoorde dat mensen bijvoorbeeld heel enthousiast zijn over de werkwijze in Flevoland. Dat is ook een van de proeftuinen. Welke belemmeringen er zijn en hoe we die met elkaar kunnen oplossen, is precies wat we in die proeftuinen ophalen. Of en hoe de proeftuinen doorgaan en hoe we proeftuinen in de regio's kunnen ondersteunen in 2027 en verder, komt in de veranderstrategie te staan die mijn opvolger naar de Kamer zal sturen. Dat gaat niet heel lang duren. Ik verwacht dat in de eerste helft van dit jaar. Ook is duidelijk dat de veranderstrategie vooralsnog binnen het huidige financiële kader uitgevoerd zal moeten worden. Het is dus wel een spannende strategie, maar je kunt ook niet eeuwig doorgaan met proeftuinen. Op een bepaald moment moet je durven zeggen wat de beste werkwijze is. Het is ook niet zo dat iedere verandering altijd moet leiden tot extra geld. Je kunt je ook voorstellen dat veranderen soms bij een normale bedrijfsvoering hoort. Of dat nou helemaal lukt of niet, zal in de veranderstrategie naar voren moeten komen. Dan kom ik bij Flevoland, waar de heer Ceder aan refereerde. Dat is inderdaad een van die proeftuinen. In Flevoland worden uithuisplaatsingen voorkomen door het hele gezin hulp te geven. Wat vind ik daarvan? Is het mijn ambitie? Ik kan zeggen dat het een veelbelovende aanpak is. Ik word er inderdaad echt heel enthousiast van als het op die manier kan. Het hele idee daarvan past ook helemaal bij hoe we bij het Toekomstscenario denken: integrale hulp aan het gezin en daarmee zo veel mogelijk voorkomen dat je diep in dat gedwongen kader en bij uithuisplaatsingen terecht gaat komen. Ik zie dat dus echt als een van de voorbeelden die je ook over andere regio's zou willen verspreiden en die je als norm zou willen stellen. Je zou belemmeringen weg willen nemen die daarmee te maken hebben. Dan ga ik in dit razende tempo door naar het blokje overig. De heer Van Houwelingen zou graag in de VWS-begroting een overzicht willen hebben van het aantal ondertoezichtstellingen en het aantal uithuisplaatsingen et cetera. Ze staan misschien niet in de begroting, maar ze zijn wel eenvoudig te vinden. Het CBS houdt ze bij. U kunt daar dus gewoon naar zoeken en er worden keurige overzichtjes van gemaakt. De rapportages worden vervolgens ook door de ministeries van VWS en JenV aangeboden aan de Tweede Kamer. Ze worden dus op zich, al staan ze niet in de begroting, wel gedeeld en zijn eenvoudig vindbaar. Mevrouw Wendel vraagt of het niet allemaal wat sneller en concreter kan; ik heb het meer mensen horen zeggen. Dat vind ik wel een goede hartenkreet; daar voel ik wel in mee. In ieder geval komt in het voorjaar de veranderstrategie naar de Kamer, met daarin de prioriteiten waar we ons op korte termijn — dan hebben we het over de komende drie jaar — en op de lange termijn op gaan richten. We werken met alle organisaties toe naar concrete acties die ook zien op het verminderen van de druk op de jeugdbescherming. In de kern gaat het erom dat als de problemen van kinderen en gezinnen tijdig en effectief worden aangepakt, kinderbeschermingsmaatregelen minder vaak nodig zijn en daardoor de druk op de jeugdbescherming afneemt. We zitten nu veel meer in een werkwijze waarin we ons iedere keer, werkenderwijs, afvragen wat de kern is. De kern is dat wij een goed team rondom een gezin willen hebben en dat we daarmee proberen zo veel mogelijk van de problemen op te lossen. Lopen we dan vervolgens ergens tegen aan en moeten we daardoor echt verandering in gang zetten, dan doen we de eerstvolgende verandering op dat moment. Dat is een klein tipje van de sluier van die veranderstrategie. Het zal dus steeds vaker een kwestie van kleine stappen vooruit zijn, maar we gaan dan wel iedere keer vooruit in plaats van te werken met hele groteske plannen, visies en meer van dat al. Los daarvan, in de categorie "korte termijn en hopelijk toch al wat resultaat", gaan we in ieder geval de subsidieregeling voor zijinstromers in de jeugdbescherming verlengen, zodat de GI's aan goede jeugdbeschermers kunnen blijven komen. Voor de rest wordt het echt een andere manier van werken: minder grootse plannen en meer een kwestie van moedig voorwaarts, stap voor stap, maar elke keer wel een stukkie beter. Mevrouw Van Meetelen vraagt of het juridisch kader om nalatigheid van bestuurders te sanctioneren niet te beperkt is. Waarom is dat niet hersteld? Bij onregelmatigheden of incidenten staat de aansprakelijkheid van de betrokken organisatie voorop. Mijn collega gaf net al aan: die betrokken organisatie is dan de jeugdzorgorganisatie waaraan iemand is toevertrouwd. In het geval van ernstige en bewuste nalatigheid biedt het huidige juridische kader al mogelijkheden om bestuurders aansprakelijk te houden. Bestuurdersaansprakelijkheid is toch wel een stevig middel. Het oordeel over de vraag of het gaat om ernstige en bewuste nalatigheid, is uiteraard aan de rechter. Dan kom ik bij een vraag van mevrouw Westerveld: er is weinig tijd genomen voor de verklarende analyse; kan ik daar een reactie op geven? De verklarende analyse is een methodiek om samen met de gezinnen en de sociale omgeving beter in beeld te krijgen welke problemen er in het gezin spelen. Die methodiek is in opkomst en organisaties en professionals zijn daar nog lerend in. Het kan wel een belangrijke bijdrage leveren aan het organiseren van de juiste hulp en het voorkomen van beschermingsmaatregelen. Dus wat dat betreft past het wel heel erg in de visie die we voor ogen hebben. Het doen van een verklarende analyse vraagt een zorgvuldig proces van samenwerking, afstemming en de juiste deskundigheid. Daar zetten we op in in het kader van de leeragenda's, van de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario. Ik kan me dus heel goed voorstellen dat die daarin een heel nadrukkelijke plek krijgt. Ik zie af en toe bij werkbezoeken wel regio's waar men zegt: dit is de manier waarop wij werken. Ik geloof daar wel heel erg in. We blijven daar dus vooral om vragen en op drukken. Dan een heel ander onderwerp. Dat is het onder toezicht stellen van een ongeboren kind. De heer Stoffer vroeg daarnaar. Hij gaf aan dat wij dat in Nederland misschien wel erg veel doen, vergeleken met andere landen. Zouden we in dit kader wellicht ook niet wat meer aandacht moeten hebben voor eventuele vrijwillige maatregelen? Zou dat niet beter zijn? Ik zie in ieder geval geen noodzaak voor een nadere wettelijke regeling voor ondertoezichtstelling bij ongeboren kinderen. De huidige wetgeving biedt de rechter voldoende ruimte om maatwerk te leveren met inachtneming van de belangen van zowel moeder als kind. Tegelijkertijd hecht ik groot belang aan vroegtijdige vrijwillige en preventieve ondersteuning; dat deel ik wel met de heer Stoffer. Dat sluit aan bij het toekomstscenario waarin wordt ingezet op eerder signaleren, beter samenwerken en het versterken van lokale wijkteams, zodat gedwongen maatregelen zo veel mogelijk kunnen worden voorkomen. Dan eindig ik met misschien wel een van de belangrijkste onderwerpen: de mensen die dit werk moeten doen. Binnen mijn portefeuille zijn dat de jeugdbeschermers. Kan ik nog een rol vervullen voor een aantrekkelijke cao? Dat is altijd reuzelastig, want ik onderhandel inderdaad niet over cao's; ik ga dat ook niet doen. Ik blijf me wel inzetten voor het verlagen van de werkdruk, net als in de afgelopen jaren. Dat hebben we ook echt gericht gedaan. We hebben de werklast verlaagd en er waren landelijke campagnes ter verbetering van het imago van jeugdbeschermers. Tot slot wil ik mijn grote dank uitspreken aan iedereen die dit ontzettend ingewikkelde, maar ook mooie werk doet. Uiteindelijk zijn de jeugdbeschermers degenen die in een hele ingewikkelde situatie, waarin je soms maatregelen moet nemen die eigenlijk niemand wil, toch in het belang van het kind optreden, handelen en dingen doen. Daar ben ik ze uitermate dankbaar voor. Tot zover.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Laat ik duidelijk zijn: het is een ingewikkelde puzzel. De middelen zijn er niet, maar dat is niet een reden om te stoppen met stappen vooruitzetten. Ik kan me best voorstellen dat als je meer middelen zou hebben, je dat sneller en gerichter kunt doen. Daar zit het 'm een beetje in. Het is niet zo dat we niet kunnen veranderen en niet vooruit kunnen. Ik denk ook echt dat het nu tijd is om misschien nog één keer het netje op te halen in de proeftuinen, maar dan op een bepaald moment ook de moedige keuze te maken: dit is een betere werkwijze; deze is doelmatig, beter voor het kind en het gezin en misschien in sommige gevallen ook wel voordeliger.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Dat is waar we doorheen moeten, maar mevrouw Westerveld heeft natuurlijk gelijk: met meer middelen kun je daar meer projectmatige kracht achter zetten.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Nee, ik hou het bij de warme woorden die ik eerder gesproken heb. Daar meen ik ook alles van, maar ik blijf even weg van alles wat aan de cao raakt.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Als dat het beeld is dat beklijft, dan heb ik me niet goed uitgedrukt. Het papier is geduldig. We zullen zowel de dingen die binnen drie jaar moeten worden gerealiseerd als die voor de langere termijn absoluut allemaal keurig aan het papier toevertrouwen. Ik gaf mevrouw Wendel net aan — ik hoop dat ze het ook gelooft als ik dat zeg — dat we toegaan naar een andere manier van werken, waarin werkelijk waar iedere maand, iedere dag wordt gekeken wat er anders en beter kan. Hebben we een verbetering gevonden, dan gaat die gewoon in zonder dat we daar een nieuw plan of een nieuw besluit voor nodig hebben. Die incrementele werkwijze zal de veranderstrategie zijn. Die is al begonnen en heeft al partijen aan tafel gekregen die vorig jaar waren weggelopen. Dat werkt nu dus al. Dat houden we vol. Alle begrip: we mogen niet nog langer praten en nog meer papier produceren. Er schijnt ook iets over in het regeerakkoord te staan.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Aan de slag!
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Rutte: Voorzitter, ik zal er met het oog op de tijd snel doorheen gaan. Ten eerste de motie op stuk nr. 38, van mevrouw Van Meetelen, om te onderzoeken op welke wijze ernstig falen van jeugdzorginstellingen en hun bestuurders juridisch kan worden gekwalificeerd en bestraft. Die wil ik ontraden. Ik heb daar net in het debat ook aandacht aan gegeven. Het kan al op vele manieren, dus ik zie daarin geen toegevoegde waarde. Dan de motie op stuk nr. 42, van mevrouw Coenradie, om te onderzoeken wat nodig is om juridisch, financieel en praktisch werk te maken van de zogeheten afkoelhuizen. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven als ik die zo mag opvatten dat we dit als verkenning meenemen in het traject ter verbetering van de inzet van het tijdelijke huisverbod in het kader van de bestuursrechtelijke aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Volgens mij is dat in lijn met wat we in het debat hebben gedeeld met elkaar. Dan de motie op stuk nr. 44, van mevrouw Coenradie, over in kaart brengen welke privacyregels effectieve informatie-uitwisseling belemmeren. Die geef ik graag oordeel Kamer. Dan tot slot de motie op stuk nr. 46, van de heer Van Houwelingen, waarin staat dat er bij gedwongen uithuisplaatsing altijd sprake moet zijn van een contra-expertise. Die wil ik ontraden met verwijzing naar het debat. Daarmee heb ik alle moties gehad.
Bron, video en gesprek →