KamerkringInloggen
Diederik Boomsma

Officieel Kamerprofiel

Diederik Boomsma

JA21 →
0debatten
327bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: JA21 (2025-11-12–heden) · Nieuw Sociaal Contract (2024-07-04–2025-08-19) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
6 okt 2026 · Kamerstuk

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2026-2027 36 835 Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1712 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel) Nr. 31 nader gewijzigd AMENDEMENT VAN het lid BOOMSMA c.s. ter vervanging van dat gedrukt onder nr. 23 Ontvangen 6 oktober 2026 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I In artikel I, onderdeel A, wordt na “van gedwongen huwelijken” ingevoegd “, van personen binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap,”. II Artikel II, onderdeel a, wordt als volgt gewijzigd: 1. In het voorgestelde artikel I wordt voor de tekst de onderdeelsaanduiding “B” geplaatst. 2. In onderdeel B (nieuw), aanhef, vervalt “van het Wetboek van Strafrecht”. 3. Voor onderdeel B (nieuw) worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende: Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 273f, vijfde lid, wordt na onderdeel g, onder verlettering van onderdeel h tot onderdeel i, een onderdeel ingevoegd, luidende: h. binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap;. III Artikel II, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding “2.” geplaatst. 2. Voor onderdeel 2 (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd ,luidende: 1. In het met onderdeel C voorgestelde artikel 273f, vijfde lid, wordt na onderdeel g, onder verlettering van onderdeel h tot onderdeel i, een onderdeel ingevoegd, luidende: h. binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap;. IV Aan artikel III wordt toegevoegd “, dat voor de verschillende onderdelen verschillend kan worden vastgesteld”. Toelichting Dit amendement voegt huwelijkse uitbuiting toe aan de opsomming van uitbuitingsvormen in artikel 273f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Daarmee wordt uitdrukkelijk in de wet vastgelegd dat uitbuiting van een persoon door een geregistreerde partner of andere levensgezel, binnen een huwelijk of daarmee vergelijkbare relatie, ook wanneer dat huwelijk niet onder dwang is gesloten en ook in de vorm van huwelijkse gevangenschap, een vorm van uitbuiting is waarop de strafbaarstelling van mensenhandel van toepassing is. Het amendement maakt daarbij gebruik van de ruimte die artikel 2, derde lid, van Richtlijn 2011/36/EU laat: de daarin opgenomen opsomming van uitbuitingsvormen is een minimum (“ten minste”) dat lidstaten mogen aanvullen. Het gaat om het systematisch uitbuiten van een echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel binnen de huiselijke sfeer, waarbij de uitgebuite persoon wordt gedwongen tot het verrichten van huishoudelijke diensten, arbeid, seksuele handelingen of andere diensten tegen zijn of haar wil, door middel van een van de in artikel 273f, eerste lid, genoemde beïnvloedingsmiddelen, zoals dwang, bedreiging, geweld, misleiding, misbruik van autoriteit of misbruik van een kwetsbare positie. De Kamer heeft de bedoeling om huwelijkse uitbuiting onder de strafbaarstelling te scharen eerder onderschreven met de motie-Boomsma c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36 547, nr. 30). De huidige formulering “uitbuiting van gedwongen huwelijken” dekt naar haar bewoordingen alleen de situatie waarin het huwelijk zelf onder dwang tot stand is gekomen en de uitbuiting daarmee samenhangt. Uitbuiting binnen het huwelijk doet zich blijkens de praktijk van hulporganisaties en de politie echter veelal voor in huwelijken die vrijwillig, of in ieder geval zonder bewijsbare dwang, zijn gesloten. Het gaat om personen, overwegend vrouwen en in veel gevallen huwelijksmigranten, die na de huwelijkssluiting door de partner of diens familie worden geïsoleerd, tot buitensporig werk of seksuele handelingen worden gedwongen, financieel worden uitgebuit doordat inkomen, documenten of bankpassen worden afgenomen, in het land van herkomst worden achtergelaten, of in huwelijkse gevangenschap worden gehouden doordat hun een religieuze of buitenlandse echtscheiding wordt onthouden om hen in de afhankelijke positie te houden. Deze verschijningsvormen worden gezamenlijk aangeduid als huwelijkse uitbuiting. De opsomming in artikel 273f, tweede lid, is niet-limitatief. De indiener acht explicitering toch van belang, om twee redenen. Ten eerste hanteert de regering voor het expliciteren van de drie in de richtlijn genoemde uitbuitingsvormen het argument dat explicitering “de kenbaarheid van de strafbaarstelling vergroot” en “wenselijk is met het oog op het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel”, hoewel ook die vormen naar huidig recht al onder de niet-limitatieve opsomming vielen. Dat argument geldt onverkort, en gelet op de verborgenheid van huwelijkse uitbuiting zelfs sterker, voor uitbuiting binnen het huwelijk. Ten tweede bepaalt de wettekst wat in de praktijk wordt herkend, geregistreerd en geprioriteerd. CoMensha heeft in consultatie opgemerkt dat het expliciet benoemen van een uitbuitingsvorm ertoe leidt “dat er actief naar zal worden gehandeld, iets wat daarvoor niet noodzakelijk het geval was”, en dat bij dwang en controle binnen partnerrelaties voor de praktijk onduidelijk is wanneer sprake is van uitbuiting. Het Openbaar Ministerie heeft in consultatie om nadere afbakening gevraagd. Als huwelijkse uitbuiting in de wet staat kan zij ook als afzonderlijke categorie worden geregistreerd door CoMensha en de Nationaal Rapporteur en worden verwerkt in werkinstructies van politie en Openbaar Ministerie. Verhouding tot huwelijksdwang en huwelijkse gevangenschap. Huwelijksdwang is sinds 2015 met verhoogd strafmaximum strafbaar als vorm van dwang (artikel 284 van het Wetboek van Strafrecht), en huwelijkse gevangenschap valt naar het oordeel van de wetgever eveneens onder die bepaling; sinds 2023 kent ook het civiele recht instrumenten om huwelijkse gevangenschap te beëindigen. Deze bepalingen zien op het afdwingen van het huwelijk of het onthouden van de vrijheid om het te beëindigen. Zij zien niet op de uitbuiting die binnen het huwelijk plaatsvindt en waarvoor de gevangenschap het middel is. Het amendement vult die leemte: waar huwelijkse gevangenschap wordt gebruikt om een persoon in een positie te houden waarin zij wordt uitgebuit, is niet alleen artikel 284 maar ook artikel 273f van toepassing, met de daarbij behorende strafmaxima en de extraterritoriale rechtsmacht van artikel 273f. Reikwijdte en delictsvereisten. Het amendement brengt geen verandering in de vereisten voor strafbaarheid. Ook voor huwelijkse uitbuiting blijft vereist dat een van de in artikel 273f, eerste lid, genoemde handelingen is verricht, opzettelijk een beïnvloedingsmiddel is aangewend en met het oogmerk van uitbuiting is gehandeld. Bij de beoordeling of sprake is van uitbuiting gelden de door de Hoge Raad ontwikkelde maatstaven: de aard en duur van de werkzaamheden of diensten, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengen en het voordeel dat de uitbuiter daarmee behaalt. Gewone echtelijke onenigheid, een ongelijke taakverdeling of een huwelijk dat de betrokkene betreurt, vallen daar vanzelfsprekend niet onder. Vrijheidsberoving, dwang of geweld binnen een huwelijk zonder oogmerk van uitbuiting blijven strafbaar op grond van de artikelen 282, 284 en 300 en volgende. Met “daarmee vergelijkbare relatie” wordt gedoeld op religieuze en informele huwelijken en op duurzame samenlevingsvormen die naar hun aard met een huwelijk vergelijkbaar zijn, zodat de bescherming niet afhangt van de vraag of het huwelijk naar Nederlands recht is erkend. De normadressaat is degene die de uitbuiting pleegt: de huwelijkspartner, diens familie of derden die daaraan meewerken. Uitvoering. Het amendement heeft geen zelfstandige uitvoeringsconsequenties naast die van het wetsvoorstel; de benodigde aanpassing van werkinstructies, registraties en opleidingen kan worden meegenomen in de implementatie van de gemoderniseerde strafbaarstelling van mensenhandel, waarvoor structureel middelen beschikbaar zijn gesteld. Boomsma Mutluer Verkuijlen Belhirch Dobbe

Bron, video en gesprek →