KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

Eddy van Hijum

Nieuw Sociaal Contract →
118debatten
3.188bijdragen
319interrupties
357.925woorden in uitspraken

Geboren in 1972 te Delft · Woonplaats: Laag Zuthem

Commissies

Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.

Eerdere commissies (39)
  • Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten · 2 okt 2025 – 11 nov 2025
  • Vaste commissie voor Financiën · 4 sep 2025 – 11 nov 2025
  • Vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport · 4 sep 2025 – 11 nov 2025
  • Vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur · 4 sep 2025 – 11 nov 2025
  • Contactgroep Duitsland · 21 mrt 2024 – 1 jul 2024
  • Presidium · 17 jan 2024 – 1 jul 2024
  • Commissie voor de Rijksuitgaven · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Justitie en Veiligheid · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Financiën · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Europese Zaken · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit · 12 dec 2023 – 1 jul 2024
  • Tijdelijke commissie evaluatie Wet Parlementaire Enquête · 1 apr 2014 – 11 nov 2014
  • Vaste commissie voor Veiligheid en Justitie · 6 jun 2013 – 11 nov 2014
  • Vaste commissie voor Buitenlandse Zaken · 20 nov 2012 – 11 nov 2014
  • Presidium · 14 nov 2012 – 11 nov 2014
  • Contactgroep Duitsland · 23 okt 2012 – 19 nov 2013
  • Vaste commissie voor Europese Zaken · 27 sep 2012 – 11 nov 2014
  • Vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid · 25 sep 2012 – 11 nov 2014
  • Vaste commissie voor Europese Zaken · 25 sep 2012 – 26 sep 2012
  • Vaste commissie voor Financiën · 25 sep 2012 – 11 nov 2014
  • Presidium · 11 nov 2010 – 25 sep 2012
  • Vaste commissie voor Financiën · 9 nov 2010 – 24 sep 2012
  • Vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu · 9 nov 2010 – 11 jan 2011
  • Vaste commissie voor Koninkrijksrelaties · 28 okt 2010 – 8 nov 2010
  • Vaste commissie voor Economische Zaken · 29 jun 2010 – 1 okt 2010
  • Vaste commissie voor Financiën · 29 jun 2010 – 8 nov 2010
  • Vaste commissie voor Buitenlandse Zaken · 28 mrt 2007 – 28 mrt 2007
  • Vaste commissie voor Financiën · 28 mrt 2007 – 28 jun 2010
  • Vaste commissie voor Defensie · 28 mrt 2007 – 28 mrt 2007
  • Commissie voor de Werkwijze · 12 dec 2006 – 3 mrt 2008
  • Vaste commissie voor Defensie · 12 dec 2006 – 27 mrt 2007
  • Vaste commissie voor Economische Zaken · 12 dec 2006 – 27 mrt 2007
  • Vaste commissie voor Buitenlandse Zaken · 12 dec 2006 – 27 mrt 2007
  • Vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit · 12 dec 2006 – 27 mrt 2007
  • Vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport · 12 dec 2006 – 27 mrt 2007
  • Vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid · 13 okt 2005 – 24 sep 2012
  • Benelux Interparlementaire Assemblee · 24 feb 2005 – 23 mei 2007
  • Vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap · 2 sep 2003 – 11 nov 2014

Contact

Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.

Loopbaan

  • Lid Europees Comité van de Regio’s ·
  • Onafhankelijk voorzitter, Maatschappelijke Raad Schiphol (Hoofddorp) ·
  • Medewerker onderzoek, Universiteit Twente ·
  • Tweede Kamerlid (Den Haag) ·
  • Gedeputeerde provincie Overijssel ·
  • Adviseur binnenlands bestuur ·
  • Consultant Infram BV ·
  • Lid Raad van Commissarissen, RENDO-Groep (Meppel) ·

Opleiding

  • Atheneum, Bogerman College (Sneek) ·
  • Civieltechnische bestuurskunde, Universiteit Twente ·

Nevenfuncties

  • Lid van het Comité van aanbeveling jubileum Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig (LVBHB)

Geschenken en reizen

  • Deelgenomen aan het Wilddiner georganiseerd door Provincie Overijssel. De waarde is onbekend. · 7 feb 2024
  • Ontvangen van de Reformatorische Maatschappelijke Unie het boek “Biblica, atlas van de Bijbel” ter waarde van € 49,99. · 7 dec 2010
  • Ontvangen boekenbonnen (4 keer per jaar, €20,-- per keer) van de ROI Leergang Beleidskunde · 1 jul 2010
  • Ontvangen van de provinciebesturen Overijssel en Gelderland een fles Gelderse wijn (waarde onbekend) en het boek "Geen dag zonder gedichten" ter waarde van €19,95. · 29 jun 2010
  • Ontvangen van VNO-NCW Ijsseldelta tijdesn een bijeenkomst in Zwolle een stropdas en een fles wijn. Waarde is onbekend. · 22 mrt 2010
  • Ontvangen boekenbonnen (circa 4 keer per jaar, €25,-- per keer) voor een bijdrage aan de leergang Beleidskunde van het ROI voor jonge ambtenaren. · 23 jun 2009
  • Ontvangen van de gemeente Zwolle een uitnodiging voor een ballonvaart tijdens het Countus Ballonspektakel Zwolle 2009. Geschatte waarde ongeveer €130,--. · 18 jun 2009
  • Ontvangen boekenbonnen (circa 4 keer per jaar, €25,-- per keer) voor een bijdrage aan de leergang Beleidskunde van het ROI voor jonge ambtenaren. · 7 nov 2008
  • Ontvangen cadeaubonnen ter waarde van €55,-- voor deelname aan de VNG gemeentedagen, onderdeel werk en inkomen. · 5 nov 2008
  • Ontvangen voor het houden van een dinerlezing van de NSOB boekenbonnen ter waarde van €60,-- en een diner (waarde onbekend) · 3 sep 2007
  • Brussel, België: Plenaire COSAC-Conferentie · betaald door Tweede Kamer der Staten-Generaal · 24 mrt 2024 – 26 mrt 2024
  • Parijs, Frankrijk: Uitnodiging van de Franse Ambassade. · betaald door Franse ambassade. · 12 okt 2008 – 17 okt 2008
  • Kopenhagen, Denemarken: Werkbezoek commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. · betaald door Tweede Kamer der Staten-Generaal. · 3 sep 2008 – 3 sep 2008
  • Australië: Werkbezoek commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. · betaald door Tweede Kamer der Staten-Generaal. · 5 mei 2006 – 13 mei 2006

Stemgedrag

Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.

Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.

Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2025-09-02–2025-09-02) · Nieuw Sociaal Contract (2025-09-02–2025-11-11) · Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2024-07-01) · CDA (2003-09-02–2014-11-11) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
1 jul 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2595Vragen van de leden Joseph en Omtzigt (beiden Nieuw Sociaal Contract) aande Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de verjaring vanschadeclaims bij invaren van pensioenen (ingezonden 12 mei 2025).Antwoord van Minister Van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)(ontvangen 1 juli 2025)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar2024–2025, nr. 2337Vraag 1Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van10 april 2025, waaruit blijkt dat schadeclaims wegens fouten van pensioen-fondsen in beginsel na 20 jaar verjaren?1Antwoord 1Ja, hiervan heb ik kennisgenomen.Vraag 2Deelt u de opvatting dat, gelet op deze uitspraak en het algemene verjarings-leerstuk uit Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, geconcludeerd kan wordendat een rechtsvordering tot schadevergoeding wegens rekenfouten bij hetinvaren, dan wel schade als gevolg van het invaren ten opzichte van desituatie waarin niet zou zijn ingevaren, in beginsel na uiterlijk 20 jaar verjaart?Antwoord 2Ja, deze opvatting ten aanzien van verjaring deel ik. De reden hiertoe is dat erop dit moment geen juridisch verschil bestaat in de verjaringstermijnen zoalsneergelegd in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in de situatie vóórinvaren onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp) en de situatie ná invarenonder de Wtp. De verjaringstermijn van 20 jaar (absolute verjaring) begint ophet moment dat een fout is gemaakt als schadeveroorzakende moment en ishard. Het is uiteindelijk aan de rechter om te oordelen of (reken)fouten bij hetinvaren eventueel anders beoordeeld moeten worden. Belangrijk is daarbijwel dat de Wtp veel waarborgen bevat om te voorkomen dat tijdens (en na)het invaren fouten gemaakt worden en dat fouten ook hersteld kunnen en1Rechtbank Oost-Brabant, 10 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2163 (uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:2163). ah-tk-20242025-2595ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 zullen worden. Ik vind het daarom van belang dat fondsen hier alert op zijnen daar werk van maken. In het antwoord op vraag 3 ga ik hier nader op in.Vraag 3Acht u het in dat licht niet problematisch dat deelnemers in veel gevallen –bijvoorbeeld jongere deelnemers zoals veertigers – pas over circa 25 jaarkunnen vaststellen wat hun feitelijk pensioenresultaat is, terwijl zij bovendienniet zelfstandig kunnen nagaan of hun transitieaanspraak correct is berekenden geen inzicht hebben in de verjaringsproblematiek?Antwoord 3Nee, dit zie ik anders en ik geef hierop graag een nadere toelichting. Zoalsaangegeven in mijn antwoord op vraag 2, blijft de toepassing van deverjaringstermijnen in beginsel ongewijzigd, ook onder de Wtp. Er zijn echterzowel mitigerende mechanismen als structurele waarborgen in het nieuwestelsel en tijdens het invaren ingebouwd, die er op gericht zijn om risico’svoortijdig te ondervangen. Alle maatregelen zijn er eerst op gericht omfouten te voorkomen. Vervolgens op het herstellen van ontstane fouten.Zo is er in de aanloop naar het invaren verhoogde aandacht voor dedatakwaliteit, zowel bij de fondsen als de toezichthouders. Ook zijn erverhoogde zorg- en informatieplichten voor pensioenfondsen. De Wtp bevatexpliciete bepalingen over transparantie en evenwichtige belangenbeharti-ging bij het invaren die de kans verkleinen dat deelnemers pas (veel) laterontdekken dat er fouten zijn gemaakt. Zo zorgen de communicatieverplichtin-gen ex de artikelen 48a en 117 Pensioenwet (Pw) ervoor dat deelnemerstijdig, duidelijk en op een begrijpelijke wijze geïnformeerd worden. Alsvoorbeeld kan worden genoemd de omzetting van opgebouwde pensioen ineen persoonlijk pensioenvermogen, alsook de belangrijkste uitgangspuntendie hiervoor zijn gebruikt en de contactmogelijkheden bij vragen of twijfels.Als deelnemers dat wensen kunnen ze hun pensioenuitvoerder vragen devoor hen geldende bedragen na te rekenen en uit te leggen.Daarnaast blijft het pensioenfonds ook ná het invaren verantwoordelijk voorde juistheid van de gegevens waarop de transitie is gebaseerd. Zodra foutenworden ontdekt rust op het fonds een verantwoordelijkheid om deze tecorrigeren voor zover dit redelijk is. Voorts is sprake van een waarschuwings-functie en nalevingsdruk vanuit de toezichthouders (DNB en AFM). Zijcontroleren de juistheid van het transitieproces, inclusief de juiste procestap-pen ten aanzien van datakwaliteit, communicatie en evenwichtigheid. Verderzijn de waarborgen voor de klachtenprocedure versterkt en is er eenmogelijkheid van alternatieve geschilbeslechting, naast de gang naar derechter. Deelnemers die twijfelen aan de juistheid van hun transitieaanspraakkunnen zodoende terecht bij de interne klachtprocedure van het pensioen-fonds, maar dus ook bij het GIP en Kifid.Tenslotte zijn er herstelmogelijkheden bij fouten. Als pensioenfondsennamelijk in een later stadium constateren dat het invaren op basis vanfoutieve data is gebeurd, dan zijn zij zoals ik eerder aangaf op grond van hunzorgplicht gehouden deze fouten te herstellen. Daarvoor houden zij reserve-ringen aan in hun operationele reserve.Vraag 4Deelt u de zorg dat dit des te problematischer is nu deelnemers geenbezwaarrecht hebben bij het invaren, omdat het bezwaarrecht op grond vanartikel 83 Pensioenwet (Pw) door artikel 150l Wet toekomst pensioenen (Wtp)buiten toepassing is verklaard?Antwoord 4Nee, deze zorg deel ik niet. Ook wanneer er sprake zou zijn geweest vanindividueel bezwaarrecht kunnen immers fouten worden gemaakt. Zoalsaangegeven in mijn antwoord op vraag 3 zijn er onder de Wtp nieuwewaarborgen en procedures ingevoerd om deelnemers te beschermen enzullen gemaakte fouten door fondsen worden hersteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 Vraag 5Hoe verhoudt deze uitspraak van de Rechtbank zich tot uw antwoord opeerdere Kamervragen2 waarin aangegeven wordt dat niet gegarandeerd kanworden dat er op een later moment na invaren nog fouten in administratiesaan het licht kunnen komen?Antwoord 5Ik lees in de uitspraak van de rechtbank een bevestiging van de huidigejuridische realiteit. Namelijk dat een eenmaal verjaarde vordering in principeniet meer succesvol kan worden ingesteld, zelfs als de schade pas later wordtontdekt. Zoals ik in mijn antwoord op vraag 3 heb geschetst bestaan erdiverse waarborgen om fouten zo veel mogelijk te voorkomen en zodra dezeontdekt worden, te corrigeren. Ik verwacht ook dat pensioenfondsen foutendie gemaakt zijn tijdens het invaren en die zij zelf in een laat stadiumontdekken, zullen corrigeren.Vraag 6Bent u bereid om een lex specialis op te nemen in de Pensioenwet waarinwordt bepaald dat de absolute verjaringstermijn in geval van schade doorinvaren wordt verlengd naar 30 jaar, dan wel dat de aanvang van de absoluteverjaringstermijn niet begint bij het schadeveroorzakende moment, maar bijhet moment waarop de deelnemer daadwerkelijk bekend is geworden methet schadeveroorzakend feit?Antwoord 6Ik heb begrip voor de zorgen van de vragenstellers over of deelnemersvoldoende handelingsperspectief hebben, in geval fouten pas laat wordenopgemerkt. Hierbij moet in de praktijk een balans worden gevonden tussenhet belang van de individuele deelnemer en dat van het collectief vandeelnemers.Ik wil hierbij benadrukken dat bij administratieve fouten rond pensioenop-bouw of invaren geldt dat de pensioenuitvoerder wettelijk gehouden is totherstel zodra een fout aan het licht komt, mits dit nog uitvoerbaar is. De Wtpbenadrukt daarbij het belang van zorgvuldige communicatie en datakwaliteiten spoort deelnemers expliciet aan om fouten te melden. In dat kader biedtde relatieve verjaringstermijn van 5 jaar uit artikel 3:310 BW nog voldoenderuimte: die termijn gaat namelijk pas lopen vanaf het moment dat eendeelnemer daadwerkelijk bekend is met de schade én de partij die daarvooraansprakelijk is. Deelnemers behouden dus in beginsel zeer ruime gelegen-heid om bij ontdekking van een fout een vordering in te stellen. Dat kanuiteraard direct via een gang naar de rechter, maar de reguliere contactkana-len met de uitvoerders, alsook de interne en/of de externe klachtenproceduresstaan hiervoor ook open. De hiervoor geschetste wijze biedt naar mijnmening voldoende evenwicht tussen de actieve herstelverantwoordelijkheidvan de uitvoerder en een reële reactietermijn voor deelnemers.Voor het in de vraag geopperde instrument zie ik op dit moment geenaanleiding. Allereerst als de verlenging naar 30 jaar zou plaatsvinden, danblijft ook dit een harde termijn waar bij echte onwetendheid na 30 jaar hersteleveneens niet mogelijk is. Zowel in de bredere jurisprudentie als in dezespecifieke uitspraak, wordt het bestaan van verjaringsregels bovendiengerechtvaardigd vanuit de balans in rechtszekerheid voor enerzijds deindividuele deelnemer en anderzijds de pensioenuitvoerder en daarmee voorhet fondscollectief. Die rechtvaardiging is er ook in gelegen dat door (groot)tijdsverloop het niet meer goed mogelijk is voor een partij om zich tegen eenaansprakelijkstelling te verweren.Vraag 7Bent u het eens met de conclusie in dit geval niet kan worden aangesloten bijartikel 59 Pw, aangezien het hier een toekenningsvordering en geen uitke-ringsvordering betreft?2Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 1958.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 Antwoord 7Mij is onduidelijk waarop deze conclusie is gebaseerd. Artikel 59 Pw sluit nietuit dat een deelnemer die een uitkering ontvangt, maar meent dat zijntransitieaanspraak te laag is vastgesteld, daartegen in rechte kan opkomen.Zoals ik heb aangegeven in het antwoord op vraag 2 is het uiteindelijk aan derechter om hierover een oordeel te vellen.Vraag 8Indien u niet bereid bent deze aanvullende rechtsbescherming te bieden,welke concrete en realistische maatregelen bent u dan wél bereid te steunenom de rechtspositie van deelnemers in dit opzicht te versterken?Antwoord 8Ik vind het in dit licht van groot belang dat deelnemers goed wordenmeegenomen in deze pensioentransitie en goed begrijpen wat er met hunpensioenaanspraken gebeurt. Ik onderken namelijk dat deelnemers, zekerjongeren en slapers, afhankelijk zijn van de juistheid van gegevens eninformatie in de keten. En dat bij onvolkomenheden of fouten herstel somspas laat mogelijk blijkt. Recent heb ik daarom een aantal aanvullendemaatregelen aangekondigd om deelnemers beter te betrekken en teinformeren. Daarnaast vind ik het zoals in de eerdere beantwoording vangroot belang dat er veel aandacht is voor het voorkomen en herstellen vanfouten, zodat een gang naar de rechter niet noodzakelijk hoeft te zijn. In datkader zijn ook de reeds getroffen maatregelen van rechtsbescherming vangroot belang. Deze zien toe op de wettelijke eisen van de interne geschilbe-slechting en de verplichte aansluiting van een pensioenuitvoerder bij deexterne geschilbeslechting.Vraag 9Bent u het ermee eens dat deelnemers hun pensioenopbouw niet zelfstandigkunnen berekenen door gebrek aan toegang tot fondsspecifieke gegevenszoals sterftetafels, omrekentabellen en wisselende loon- en franchisewijzigin-gen?Antwoord 9Het is in beginsel een taak van de pensioenuitvoerder om het verwachtepensioen van deelnemers te berekenen. Gegevens die onderdeel zijn van eenberekening zoals fondsspecifieke sterftetafels, toedelingsparameters,projectierendementen en herverdelingsmechanismen zijn enerzijds vaakactuarieel complex en in onderling samenhang toegepast. Dit maakt het ookop zich nagenoeg onmogelijk om de berekening zelfstandig te reconstrueren.Deelnemers hebben wel de mogelijkheid om het fonds te vragen de voor hengeldende bedragen na te rekenen en uit te leggen. Daarnaast zie ik binnen desector toenemende aandacht voor begrijpelijke informatie en voor toolswaarmee deelnemers meer inzicht kunnen krijgen in de herkomst en werkingvan hun persoonlijk pensioenvermogen. Daarmee kan enerzijds het vertrou-wen van deelnemers worden behouden en anderzijds recht worden gedaanaan de uitgangspunten waar ik veel waarde aan hecht, namelijk transparantieen individuele rechtsbescherming binnen een collectief systeem.Vraag 10Bent u daarom bereid te regelen dat pensioenfondsen verplicht worden omaan deelnemers een rechtsgeldig en begrijpelijk document te verstrekken –anders dan het pensioenreglement – waaraan deelnemers – in tegenstellingtot het uniform pensioenoverzicht (UPO) – wél rechten kunnen ontlenen?Antwoord 10Met de vragen stellers deel ik het belang dat deelnemers bij een omvangrijkestelselwijziging als het invaren heldere en controleerbare informatie over hunpensioenaanspraken ontvangen. Zoals in mijn eerdere antwoorden aangege-ven hecht ik er daarom aan dat bij fouten in de administratie de uitvoerdersdeze corrigeren. In dit verband zie ik ook het belang van de relatieveverjaringstermijn van 5 jaar wat ik nader heb toegelicht in mijn antwoord opvraag 6.Voor het voorstel om afdwingbare rechten aan het UPO te kunnen ontlenen,zie ik echter geen mogelijkheden. Hoofdregel is en blijft dat het pensioenre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4 glement leidend is. Aan de hand daarvan worden pensioenaansprakenbepaald. Deze aanspraken zijn echter niet statisch, wat ook in de jurispruden-tie meerdere keren is bevestigd. Wijzigingen in de persoonlijke situatie vanmensen, die soms ook door de werkgever niet of niet op tijd wordendoorgegeven, kunnen veelal al leiden tot wijzigingen in de op te bouwen danwel opgebouwde pensioenaanspraken. Daarom is het jaarlijks te verstrekkenUPO een cijfermatige persoonlijke uitwerking, die niet onveranderbaarvaststaat.Vraag 11Bent u ook bereid om pensioenfondsen te verplichten een disclaimer op tenemen in het UPO, waarin expliciet wordt gewezen op de toepasselijkeverjaringstermijn en de mogelijke consequenties hiervan voor de rechtsposi-tie van deelnemers?Antwoord 11Ik vind het van belang dat pensioenuitvoerders nu, tijdens de transitie, extraaandacht besteden aan de juistheid van hun administratie en deelnemersblijven oproepen om dit te controleren. Ik zie namelijk dat pensioenfondsendeelnemers steeds meer op expliciete wijze, bijvoorbeeld via de website bijhet inloggen op de mijnomgeving, oproepen om gegevens die bij eenpensioenfonds bekend zijn te controleren en wijzigingen door te geven. Ditsluit niet alleen aan bij hun herstelplicht, voor zoverre correctie feitelijk nogmogelijk is, maar ook bij de zorgplicht om deelnemers in begrijpelijke taalwegwijs te maken in hun pensioenpositie. Ik wil met de sector overleggen opwelke wijze zij dit nog meer onder de aandacht kunnen brengen. Op dewebsite pensioenduidelijkheid.nl zal hier in ieder geval extra aandacht aanworden besteed.Vraag 12Kunt u de vragen één voor één beantwoorden binnen 3 weken?Antwoord 12U heeft de antwoorden zo spoedig mogelijk na de uitstelbrief ontvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel5

Bron, video en gesprek →