Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 34 550 VVaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2017 Nr. 32 MOTIE VAN HET LID VOORDEWIND C.S. Voorgesteld 24 november 2016 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat het Europees parlement, de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de wreedheden begaan door ISIS tegen de jezidi’s, Koerden, christenen en andere etnische en religieuze minderheden, alsook tegen moslims die het niet eens zijn met ISIS’ extremistische interpretatie van de islam, als misdaden tegen de menselijkheid en genocide hebben gekwalificeerd; overwegende dat het oordeel of in juridische zin sprake is van genocide altijd aan de rechter is maar dat een dergelijk oordeel vaak jaren op zich laat wachten, terwijl de (politieke) erkenning van het gepleegde misdrijf van groot belang is, onder meer voor de leedverwerking bij de getroffen groeperingen; verzoekt de regering, advies in te winnen bij de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) en de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken (CAVV) en te vragen een gemeenschappelijk rapport voor te bereiden met als doel duidelijkheid te scheppen rondom de wenselijkheid, mogelijkheden en betekenis van het gebruik van de term «genocide» door politici, zowel in algemene zin als ten aanzien van bovengenoemde wreedheden in het Midden-Oosten, kst-34550-V-32ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 V, nr. 321 en gaat over tot de orde van de dag. Voordewind Servaes Ten Broeke Sjoerdsma Knops Van Bommel Grashoff Van der Staaij Monasch BontesTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 V, nr. 322
Bron, video en gesprek →0debatten
905bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: SP (1998-05-19–2017-03-22) ·