KamerkringInloggen
Femke Zeedijk

Officieel Kamerprofiel

Femke Zeedijk

Nieuw Sociaal Contract →
0debatten
58bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2024-11-19) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
11 nov 2024 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202533 578EerstelijnszorgNr. 124 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 11 november 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de vastecommissie voor Koninkrijksrelaties hebben op 2 oktober 2024 overleggevoerd met de heer Karremans, Staatssecretaris Jeugd, Preventie enSport, over:–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 15 november 2022 inzake afschrift brief Open-baar Lichaam Saba met betrekking tot dringende zorgen overfunctioneren van ZJCN (Kamerstuk 36 200-IV, nr. 31);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 28 november 2022 inzake uitkomst gesprek methet bestuurscollege (BC) en de eilandsraad van Saba (Kamer-stuk 36 200-IV, nr. 33);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 25 januari 2023 inzake verslag van een werkbe-zoek aan Saba, Sint-Maarten en Curaçao van 18–22 december2022 (Kamerstuk 36 200-IV, nr. 51);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 20 maart 2023 inzake antwoorden op vragencommissie over laboratoriumzorg Bonaire (Kamerstuk 33 578,nr. 90) (Kamerstuk 33 578, nr. 93);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 15 november 2022 inzake laboratoriumzorgBonaire (Kamerstuk 33 578, nr. 90);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 19 juni 2023 inzake reactie op verzoek commis-sie over het bericht dat in het ziekenhuis in Bonaire codeoranje is afgegeven (Kamerstuk 31 016, nr. 354);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 11 april 2023 inzake verzamelbrief CaribischNederland (Kamerstuk 36 200-XVI, nr. 215);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 3 juli 2023 inzake ontwikkelingen CaribischNederland (Kamerstuk 36 200-XVI, nr. 237);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 18 december 2023 inzake ontwikkelingenCaribisch Nederland 2023 (Kamerstuk 36 410-XVI, nr. 28); kst-33578-124ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1241 –de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 29 mei 2024 inzake beleidsreactie adviesDigitalisering van de zorg op de BES-eilanden (Kamerstuk27 529, nr. 318);–de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijnen Sport d.d. 19 juni 2024 inzake rapport The CaribbeanNetherlands. Health system review (Kamerstuk 36 410-XVI,nr. 161).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,MohandisDe voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,ZeedijkDe griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport,EsmeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1242 Voorzitter: MohandisGriffier: DoomsAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Blaauw, Bruyning,Mohandis, Paulusma, Slagt-Tichelman en Tielen,en de heer Karremans, Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport.Aanvang 15.04 uur.De voorzitter:Welkom allemaal bij dit commissiedebat. Geagendeerd staat, breed,Caribisch Nederland wat betreft VWS, Volksgezondheid, Welzijn en Sport.Voordat we beginnen, is het misschien goed om in ieder geval onze gastte introduceren, de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport. Dit iszijn eerste commissiedebat.Staatssecretaris Karremans:Correct.De voorzitter:Kijk. Ik heet u van harte welkom. Links van mij zitten de aanwezigeKamerleden, te beginnen met mevrouw Bruyning van Nieuw SociaalContract, dan mevrouw Slagt-Tichelman van GroenLinks-Partij van deArbeid, mevrouw Tielen van de VVD, de heer Blaauw van de PVV enmevrouw Paulusma van D66. Ik geef als eerste het woord aan mevrouwBruyning. U kunt starten met uw vier minuten.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst een warm welkom aan de Staatssecre-taris bij zijn eerste commissiedebat. Dan wil ik vooropstellen dat ik blij enopgelucht ben dat we eindelijk het debat voeren over de zorg in CaribischNederland. Vier minuten spreektijd doet daar eigenlijk geen recht aan,want dat het niet goed gaat met de zorg is me pijnlijk duidelijk geworden,niet alleen op basis van de noodkreten van de eilandsraden van deverschillende eilanden, maar ook op basis van het werkbezoek dat ik metde commissie Koninkrijksrelaties afgelopen mei aflegde aan de Boven-windse Eilanden.Voorzitter. Het kan toch niet zo zijn dat de staat van zorg zo in verval is dathet aankomt op situaties van leven en dood? Ik wil dan ook beginnen metde volgende vraag aan de Staatssecretaris. Voelt hij de urgentie en denoodzaak om gezamenlijk met de eilanden ook echt de problemen in dezorg te verbeteren? Om het systeem goed te laten werken moeten alleelementen op elkaar aansluiten. De elementen die ik in mijn inbreng gabehandelen, werken niet naar behoren of helemaal niet. Het FundashonMariadal ziekenhuis op Bonaire en het Queen Beatrix Medical Center opSint-Eustatius verkeren niet in goede staat, waarmee het fundamentelerecht op kwalitatieve zorg ernstig onder druk komt te staan. Dezefaciliteiten staan ernstig onder druk en beschikken niet over specialis-tische afdelingen, zoals een intensive care of spoedhulp.Voor cardiologische of neurologische chirurgie moeten patiënten wordenvervoerd naar Curaçao, Aruba of zelfs Colombia. Deze logistiekeoperaties, uitgevoerd door private partijen, zijn zeer kostbaar en durenlanger dan de patiënt de tijd heeft. Er zijn gevallen bekend dat mensendoodgaan omdat ze niet op tijd vervoerd kunnen worden. De logistiekekosten zijn gigantisch, met een toename van 37% in de afgelopen vijf jaar.De kosten van medisch luchttransport nemen meer dan de helft van deuitgaven van 22 miljoen dollar in beslag. Hoe reflecteert de Staatssecre-taris hierop? Het huidige systeem valt door private partijen buiten hetzicht van de inspecties, laten de eilanden weten. Dat moet veranderen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1243 bijvoorbeeld door een door de eilanden beheerde logistieke operatie. Is deStaatssecretaris dit ook van mening? En zo nee, waarom niet?ZJCN kan op de eilanden haar taken niet naar behoren uitvoeren door eengebrek aan samenwerking en afstemming. Dit heeft inconsistentie totgevolg, wat kan leiden tot levensgevaarlijke situaties voor patiënten. OpStatia is de praktijk dat patiënten standaard worden doorverwezen naarBonaire, op basis van een diagnose van de arts op Statia. Bonaire enZJCN kunnen vervolgens beslissingen nemen die compleet indruisentegen de eerder vastgestelde diagnose. Wij zijn dan ook voorstander vaneen voorstel van Sint-Eustatius: een standaardverwijsformulier voor deBES, een consistente manier waarop ZJCN op een degelijke wijze eendoorverwijzing reguleert.Op dit moment veroorzaakt ZJCN nog te vaak inefficiënte vervolgaf-spraken, wat ook weer leidt tot onnodige vluchten. Onnodig hoge kostenen een verstoring van dagelijkse activiteiten zijn de gevolgen. Doorregulering van de doorverwijzing en een betere implementatie vane-health, bijvoorbeeld de inzet van smart glasses, kan het aantal evacu-aties worden verminderd: minder onnodige vluchten, minder hoge kostenen betere zorg voor de patiënten. Is de Staatssecretaris het met mij eensdat de huidige praktijk niet langer door kan? Is de Staatssecretaris bereidom samen met ZJCN en de eilanden een verbeterplan op te stellen voorde komende twee jaar en dit op korte termijn uitvoerbaar te maken?Voorzitter. De inspectie op de eilanden functioneert ook niet naar behoren.Op Curaçao vervult dezelfde persoon de taken van inspecteur-generaal énvan inspecteur Volksgezondheid. Er zijn zeer duidelijke signalen binnenhet veld van zorgprofessionals dat er een gebrek aan vertrouwen heerst inhet functioneren van de inspectie. Er is geen betrouwbaar instituut en decomplete inspectie, zowel op de CAS als op de BES, moet wordendoorgelicht. De IGJ kan cruciaal zijn door een samenwerkingsverband metde BES en de CAS op te richten waarbij er van elkaar geleerd kan worden.Hoe reflecteert de Staatssecretaris hierop? Kan er worden toegezegd dater een onderzoek komt naar een doorlichting van de inspectie en naar demanier waarop samenwerking tussen de IGJ en de inspectie op de BESkan worden vormgegeven en worden gewaarborgd?Tot slot. Een laatste, cruciaal element is de afstemming van zorgnormen.We moeten beslissen of we de zorgstandaarden van Europees Nederlanddirect willen toepassen op de overzeese gebieden of aangepaste normenmoeten ontwikkelen die rekening houden met de specifieke omstandig-heden op de eilanden. Hoewel aanpassing noodzakelijk kan zijn omrekening te houden met regionale verschillen, mag dit nooit ten kostegaan van de zorgkwaliteit. Ik hoor dan ook graag hoe de Staatssecretaristegen deze situatie aankijkt. Dit kan en mag zo niet langer doorgaan.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie interrupties van mevrouw Paulusma en mevrouw Slagt-Tichelman.Ik begin bij mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ik sla een beetje aan op dat laatste wat mevrouw Bruyning zei, rondomdie normen en die discussie. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat NSC daarzelf van vindt.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank voor de vraag, collega Paulusma. Wij staan er nu nog neutraal in,omdat ik vind dat dat een proces is dat je met de eilanden zou moetendoorlopen en dat je samen de afweging moet maken welke zorgstan-daarden er dan moeten gelden, dus met inachtneming van de specifiekeomstandigheden op de eilanden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1244 De voorzitter:Mevrouw Paulusma, in tweede instantie.Mevrouw Paulusma (D66):Ik ga daar dan toch een beetje op door. We waren ook samen opwerkbezoek. Dan vind ik neutraal zijn toch een beetje te makkelijk, want ikdenk dat er veel uitdagingen zijn op de eilanden en dat een aantal dingenecht beter moeten. Maar die uitspraak over die normen triggert mij, dus ikben echt wel benieuwd wat NSC daar zelf van vindt.Mevrouw Bruyning (NSC):Dan ga ik het woord «neutraal» vervangen. Ik wil dat vanuit gelijkwaar-digheid en respect met de eilanden oppakken. Natuurlijk hebben wij hiernormen die gelden, de Europees-Nederlandse normen, maar ik vind hetbelangrijk dat wij niet weer aan hen voorbijgaan en hen niet horen of zienin hun behoefte, waardoor we weer iets opleggen wat zij misschien nietna kunnen streven. Er moet dus verder onderzoek worden gedaan naar demanier waarop wij als we die Europees-Nederlandse normen willentoepassen, hen moeten helpen om dat mogelijk te maken met de staatwaarin de gezondheidszorg nu verkeert.De voorzitter:We hebben nog even vanmiddag. Ik ga naar mevrouw Slagt-Tichelmanvoor haar interruptie richting mevrouw Bruyning.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):NSC heeft Kamervragen gesteld over de gezondheidszorg en de financiëlesituatie van het ziekenhuis in Curaçao. Daarover zou ik mijn vraag aanmevrouw Bruyning willen stellen. In de beantwoording van de Staatsse-cretaris wordt daarover namelijk aangegeven dat gezondheidszorg eenlandsaangelegenheid is. Nou doet het RIVM op Curaçao ook onderzoeknaar de mogelijkheden tot infectieziektebestrijding. Is mevrouw Bruyninghet met ons eens dat het goed is dat het RIVM dat doet, dat dat eenvervolg zou moeten krijgen, en dat de gezondheidszorg in CaribischNederland geen landsaangelegenheid is?Mevrouw Bruyning (NSC):Inderdaad, de beantwoording van de Staatssecretaris an sich dat het eenlandsgelegenheid is, is niet iets waarin wij ons kunnen vinden. Nogmaals:zoals ik in mijn bijdrage heb aangegeven, sturen we ook mensen van deBES door naar Curaçao. Ik vind dus wel degelijk dat Nederland enigeverantwoordelijkheid heeft dan wel dat er een rol voor Nederland isweggelegd. Ook met betrekking tot het onderzoek dat u aanhaalt, vind ikzeker dat het nodig is dat er een vervolgonderzoek komt en dat dat tot debodem wordt uitgezocht. Gezondheidszorg is belangrijk, en de onder-zoeken die daarbij horen om die zorg te kunnen waarborgen en verbe-teren ook.De voorzitter:Dan ga ik naar de inbreng van mevrouw Slagt-Tichelman. U heeft vierminuten voor uw eerste termijn.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Samen met Caribisch Nederland werken aangezondheid: GroenLinks-PvdA wil dat er samengewerkt wordt aan zowelde toegankelijkheid als de kwaliteit van zorg. Hierbij ligt de regie bij deeilanden, maar kunnen wij wel ondersteunen. Het is immers van belangdat we de juiste balans vinden tussen zelfstandigheid en ondersteuning.Wij hebben vier punten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1245 Ik begin met het eerste punt: armoede. Iedereen heeft recht opgezondheid, maar niet iedereen heeft de financiële middelen om gezondte leven. In Caribisch Nederland kampen velen met armoede. Ook inCaribisch Nederland zien we dat de grootte van je portemonnee groten-deels bepaalt hoe gezond je kunt zijn. Groente en fruit zijn onbetaalbaar.Dit werkt problemen als overgewicht en diabetes in de hand. Maar zoalshet kabinet zelf zegt: voorkomen is beter dan genezen. Wij vragen daaromaandacht voor een kabinetsbrede aanpak voor het verhogen van depublieke gezondheid.Een gezonde leefstijl en sport moeten worden gestimuleerd. Zo willen wijinzetten op betaalbare groenten en fruit, hierbij oog hebbend voor delokale behoeften en context. Ook vragen wij LVVN collectieve, zelfvoorzie-nende en tegelijkertijd ruimtelijk efficiënte producten te stimuleren. Maarhiervoor moeten we wel de nodige stappen zetten. Op dit moment is ernog geen gedegen VWS-reactie en ook geen algehele kabinetsreactie opde rapporten die aan dit debat ten grondslag liggen. Kan de Staatssecre-taris toezeggen om in samenspraak met de BES-eilanden een reactie aante leveren? Graag zien wij daarin ook de prioritering van de onderwerpenen een plan van aanpak met financiële onderbouwing.Voorzitter. Mijn tweede punt betreft de druk op de zorg door onverze-kerden. De meest kwetsbare groepen hebben geen papieren en geenverzekering. Graag willen wij opheldering over de stand van zaken. In destukken staat dat er beleid komt voor onverzekerde personen, maar het isonduidelijk hoe dit ervoor staat. Hoeveel zorgkosten zijn er door zorgon-verzekerden uitgegeven? In het protocol voor Saba staat namelijk dat erwordt doorverwezen naar Sint-Maarten, maar in de reactie van de nieuweStaatssecretaris op de Kamervragen wordt aangegeven dat de mensendie de juiste zorg niet meer kunnen krijgen, naar Curaçao overgeplaatstkunnen worden. Dit spreekt elkaar tegen. Hoe zit het nou? Hoe gaat ditmet urgente gevallen zoals zwangere vrouwen en met vluchtelingen uitVenezuela? Zie het artikel in Trouw van gisteren waarover we vandaagKamervragen hebben gesteld. Vanuit de BES-eilanden verwijzen we veelmensen naar Curaçao. Dit raakt ook aan het Nederlandse zorgstelsel.Moeten we niet solidair zijn en actief aanbieden om bij te springen als datgewenst is?Voorzitter. Dan het derde punt: het verbeteren van verwijzingen, met namebij spoedtransfers. Mevrouw Bruyning sprak er al over. Dit moet en kansneller en efficiënter. We zien dat het kan. Neem bijvoorbeeld de pilotwaardoor het mogelijk werd dat huisartsen op Saba en Statia meer directdoorverwijzen naar Sint-Maarten, zonder dat er nog een beoordeling doorZJCN nodig is. Dit soort voorbeelden zijn prachtig, maar het kan nógefficiënter. We moeten het systeem inrichten volgens het principe«dichtbij als het kan, verder weg als het moet», maar met een nieuweaanvulling, namelijk: «direct naar de plek waar het moet». We ziennamelijk nog te vaak dat een patiënt onnodig veel aan het reizen is. Somsduurt het op de heenweg drie dagen voordat met een charterhubColombia wordt bereikt. Vervolgens duurt het ook weer drie dagen omweer terug te keren. De tussenbeoordeling van ZJCN kan hierbij voorextra delay zorgen. Het is ons ter ore gekomen dat dat al tot tragischeomstandigheden heeft geleid, met overlijden tot gevolg. Hierom is het vanbelang dat we de zeggenschap teruggeven aan de mensen bij wie diehoort, namelijk de zorgprofessionals.Voorzitter. Dan mijn vierde punt: de tekorten op de arbeidsmarkt. Ervinden veel wisselingen onder het personeel plaats. Dit is onwenselijk. Jekrijgt als inwoner steeds een nieuw gezicht voor je. De BIG-registratiestaat het aannemen van nieuw personeel in de weg. Zou de Staatssecre-taris erop kunnen reflecteren of het weghalen van de BIG-registratiebevorderlijk zou kunnen zijn voor de kwaliteit en de toegankelijkheid?Want nu wordt er doorverwezen naar Colombia, maar diezelfde arts uitColombia zou niet mogen werken op Saba of Statia vanwege deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1246 BIG-drempel. Nou, dat kunnen wij eigenlijk niet geloven. Het zoubovendien de zekerheid van de zorg goed doen als er levensreddendetrainingen worden aangeboden, bijvoorbeeld op het gebied van geboor-tezorg, neonatale zorg en ic-zorg. Wil de Staatssecretaris toezeggen demogelijkheden te verkennen voor levensreddende handelingen voor demensen die er zijn, en dat mee te nemen in het beleid?De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Paulusma wil een vraag stellen aan GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Paulusma (D66):Het gaat over het stukje over de BIG-registratie. Want ik hoop toch niet datmevrouw Slagt-Tichelman nu een pleidooi houdt voor het niet handhavenvan de BIG-registratie, want het gaat over de BES-ontheffing. Op deeilanden is er nóg een extra exercitie. Ik mag toch wel hopen dat we voorons medisch personeel de lat hoog blijven leggen als het gaat om deBIG-registratie, maar dat we juist iets doen aan die BES-ontheffing, wantdáár zit de moeilijkheid.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dank voor de vraag. Ik hoop dat ik uw vraag goed begrijp.GroenLinks-PvdA is zeker voor het handhaven van de BIG-registratie.Echter, op de BES-eilanden werpt de BIG-registratie een extra drempel opvoor de toegankelijkheid van de zorg en ook voor de continuïteit van dezorg. De vraag is dus: moeten we de BIG-registratienormen op deBES-eilanden niet door internationale normen vervangen? We zouden niethet specifieke Nederlandse systeem voor deBIG-registratiekwaliteitsnormen moeten hanteren maar de internationalenormen, zodat zich méér internationale artsen blijvend op deBES-eilanden willen vestigen, die daar zorg kunnen verlenen en decontinuïteit van zorg kunnen borgen.Mevrouw Paulusma (D66):Nu ben ik in de war. Ik zou het een hele slechte zaak vinden als we gaansleutelen aan de BIG-registratie, ook omdat we veel mensen van deeilanden hier in Nederland of in andere Europese landen, waar we metdeze vorm van BIG-registratie werken, opleiden. Het probleem zit echt inde BES-ontheffing. Daarmee worden er extra maatregelen opgelegd. Inmijn pleidooi zal ik de Staatssecretaris dan ook vragen om dieBES-ontheffing te schrappen. Maar ga nou niet sleutelen aan deBIG-registratie, want dat is de enige manier om op kwaliteit te toetsen enzeker te weten dat er goed opgeleide professionals op de eilandenwerken.De voorzitter:Tot slot, mevrouw Slagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat mijn voorstel een soort compromis is tussen uw voorstel enhet helemaal afschaffen. We willen het niet helemaal afschaffen, maar wewillen wel op de BES specifiek die drempel weghalen en meer deinternationale context zien. Ik ben verloskundige en heb ook mijnZweedse registratie. Dan zou ik, zonder helemaal die specifiekeBIG-registratie te doorlopen, met die Zweedse registratie op deBES-eilanden kunnen werken. Of dan zou iemands Amerikaanse artsendi-ploma erkend worden en hoeft daar niet de hele BIG-registratieprocedurebovenop te komen. U kent ’m zelf ook, en het is nogal een draak van eenprocedure om helemaal te doorlopen. Dat duurt gewoon even. Als je alsbuitenlandse arts de Nederlandse taal niet machtig bent, dan is dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1247 procedure nog lastiger. Dus ik wil graag de BIG-drempel op deBES-eilanden wegnemen.De voorzitter:Oké, ik denk dat dit punt nog wel vaker aan de orde gaat komen. Er is nogeen interruptie van mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik zou graag aan collega Slagt-Tichelman willen vragen hoe zij reflecteertop de antwoorden van de Staatssecretaris op vragen die ik en mijncollega hebben gesteld over het ziekenhuis van Curaçao, dat het eigenlijkeen landsaangelegenheid zou zijn. Hoe kijkt zij daartegen aan?De voorzitter:Er komen nog antwoorden van de Staatssecretaris. U doelt op Kamer-vragen, toch?Mevrouw Bruyning (NSC):De Kamervragen, ja! Sorry, niet deze vragen.De voorzitter:Anders heb ik iets gemist. Check.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Zowel Nieuw Sociaal Contract als GroenLinks-Partij van de Arbeid hebbeninderdaad Kamervragen gesteld over de situatie in Curaçao. We hebbende beantwoording gezien. Wij vinden ook dat er zo veel wordt verwezen,ook naar Curaçao. Ook de onverzekerden worden verwezen naar Curaçao.Ik vind dat we solidair moeten zijn met Curaçao en daar zeker actief eenhelpende hand moeten bieden. We hadden daarover ook nog enkelevragen, want in de beantwoording werd aangegeven dat Curaçaoongeveer 5 miljoen euro beschikbaar stelt voor de zorgkosten vanonverzekerden. Wat is de bijdrage vanuit Nederland aan de mensen diezorg krijgen vanuit de BES-eilanden maar die naar Curaçao verwezenworden? Wij zijn dus ook benieuwd naar de solidariteitsafspraken. Diekonden we in de antwoorden niet terugvinden.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Tielen voor haar inbreng.Mevrouw Tielen (VVD):Dank u wel, voorzitter. Om heel eerlijk te zijn voel ik me een beetjeongemakkelijk in dit debat, want ik ben nog nooit aan die kant van hetKoninkrijk geweest. Ik heb wel zooms gehad met bestuurders, professi-onals en artsen, ik heb brieven, input en rapporten gelezen, maar het istoch echt anders om erover te spreken in de context van een enigszinsregenachtig Den Haag. Je kunt volgens mij dan ook nooit helemaal decontext doorvoelen. Daarom deze disclaimer voor wie denkt: ze heeft hetniet begrepen. Nou, dat zou best weleens kunnen.Overigens spreken we ook niet zo heel veel hierover. Het laatste debatwas volgens mij ruim twee jaar geleden. Tegelijkertijd is het ook weer eenbeetje vroeg, want de Staatssecretaris heeft nog niet echt een visiekunnen formuleren op hoe hij vindt dat de zorg op de BES en wellicht ookop de CAS ingericht moet worden. Zo is er ook al gevraagd naar eenkabinetsreactie op het laatste rapport. Maar ik heb dus vooral ook veelvragen.Ten eerste vraag ik de Staatssecretaris of hij kort kan toelichten wat detaakverdeling is tussen VWS hier en de besturen en instanties daar. Hoezit het met de criteria? Hoe zit het met het toezicht? Er is al een paar keerwat specifieker gevraagd naar ZJCN als inspectie. Maar misschien kan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1248 Staatssecretaris dit nog kort toelichten. Dan weten we allemaal in welkecontext we het moeten begrijpen.Ik heb vier onderwerpen. Het eerste gaat over digitalisering. Ik lees dat dedigitalisering behoorlijk achterloopt. Dat kan ik me best wel voorstellen.Het is te wijten aan verschillende oorzaken. Maar een gebrek aandigitalisering staat ook efficiënte zorg en kwaliteit in de weg. Met het oogop de vergrijzing en de al genoemde personeelstekorten die ook daar eenrol spelen – het rapport kon daar ook weer wat over zeggen – is het welheel belangrijk dat die digitalisering een vlucht neemt. Mijn vraag is danook hoe de Staatssecretaris gaat zorgen dat de digitalisering naast degewone ontwikkeling in de zorg gaat versnellen en verbeteren.Daarnaast wil ik het hebben over de afspraken over het doorverwijzen.Daar zijn ook al een aantal vragen over gesteld door de twee mensen dievoor mij aan het woord waren. Als ik het goed begrepen heb, zijn erproblemen geweest bij de aanbestedingen van het ziekenvervoer.Mevrouw Slagt-Tichelman maakte heel concreet wat dat in de praktijkbetekent voor mensen die met spoed vervoerd moeten worden. Hoe staathet daar nu mee? Wat is er verbeterd sinds we de vorige Staatssecretarisdaar in een mondeling vragenuur over aan de tand hebben gevoeld?Ik begrijp ook dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd naar deeilanden is gegaan voor inspectie. Welke risico’s zijn daar toen geconsta-teerd? Welke risico’s staan volgens de Staatssecretaris boven aan hetlijstje om verder te minimaliseren, in te dammen of welk woord jedaaraan wil geven? Hoe gaat het eigenlijk met de samenwerking tussenzorginstanties daar, zoals huisartsen, lokaal bestuur en de ziekenhuizen?Hoe staat het met het gezondheidscentrum op Statia? Daar warennamelijk ook nogal wat vragen over gesteld. Wat zijn wat de Staatssecre-taris betreft de belangrijkste elementen uit de evaluatie van de directedoorverwijzingsregel – daar is ook al wat over gezegd – die vorig jaar vankracht is geworden? Wat wil hij daarmee doen om die verder te verbe-teren?Mijn volgende onderwerp is de vaccinatiegraad. Vaak is de vaccinatie-graad in landen met tropische aandoeningen hoger, omdat de risico’s opinfecties groter zijn. Ook is de vanzelfsprekendheid van bescherminghiertegen groter. Ik kan geen recente cijfers vinden over de vaccinatie-graad op de eilanden. Ik heb gezocht, maar ik kon ze nog niet vinden. Ikwil eigenlijk wel weten hoe het daarmee staat. Mijn verwachting is eerlijkgezegd dat die cijfers hoger zijn dan in Nederland, maar ik weet hetgewoon niet. Mijn vraag is dus of we die cijfers kunnen krijgen. Inhoeverre is het Rijksvaccinatieprogramma daar ook van toepassing? Enwelke aanpassingen zijn er vanwege de lokale context? Wat kunnen wehier in Nederland leren van de vaccinaties op de eilanden? Ik denk datdaar nog best wel wat interessante inspiratie uit op te doen is. Maar ikweet het niet, daarom mijn vraag.Voorzitter. Tot slot heb ik vragen over huiselijk geweld. De nulmeting die isgedaan laat zien dat de familieculturen in het Caribisch deel van onsKoninkrijk hechter en warmer zijn. Maar die hebben ook een keerzijde.Verbaal en fysiek geweld in de huiselijke sfeer blijken daar gebruikelijkerdan in Europees Nederland. Het is wat mij betreft ook gebruikelijker dangewenst. Ik vind het heel goed dat dit onderzocht is, dat die inzichten ernu liggen en dat er nu een basis ligt om bij te houden of geweld enkindermishandeling afnemen aan die kant. Maar dat gaat niet vanzelf. Ikwil dus graag weten wat er nu in gang is gezet, of wordt gezet, omhuiselijk geweld en kindermishandeling tegen te gaan. Ik wil ook graagweten welke ambities deze Staatssecretaris heeft en wie hij nodig heeftom te zorgen dat dergelijke ambities kunnen worden uitgevoerd. Dandenk ik aan organisaties en professionele medewerkers. Graag eentoelichting.Dat was het, voorzitter. Ik heb nog één PS’je. We kregen een rapport overCaribisch Nederland. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het best lastig vind datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 1249 dat helemaal in het Engels is geschreven. Dat komt niet doordat ik deEngelse taal niet machtig ben of dat ik niet in het Engels wil lezen, maarhet gaat over een deel van Nederland. Ik vind het dan heel plezierig als ik,als Nederlandse volksvertegenwoordiger, gewoon een Nederlandsrapport kan lezen.Dank u wel.De voorzitter:Point taken. Dank. Ik zie de vingers van mevrouw Slagt-Tichelman enmevrouw Paulusma. Mevrouw Slagt-Tichelman, ga uw gang.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik heb één vraag, over digitalisering. Ik ben er ook nog nooit geweest,maar ik heb wel met veel mensen, waaronder zorgverleners, gesproken.Die geven aan dat er niet altijd op alle plekken van het eiland stabielinternet is. Dat staat natuurlijk ook de digitale zorg in de weg. Er zijn ookonderwerpen die zich uitermate goed lenen voor digitale zorg. Dat gaatdus over onderwerpen waar een taboe op zit, zoals soazorg en hoe jesoatesten moet doen, en eventueel over e-health, over digitale zorg opafstand. Zou u het ook een mooi idee vinden als er wordt gekeken naareen soort anonieme ... We hebben hier in de Tweede Kamer van diegeluidsdichte belpods waar je in kan zitten. Je kan dan anoniem commu-niceren. Kunnen die op de eilanden staan of kan er aan de eilandbe-woners gevraagd worden of daar behoefte aan is? Als er geen behoefteaan is, hoeft het natuurlijk sowieso niet. Maar het zou mooi zijn om diedrempel van onstabiel internet op sommige plekken weg te nemen ene-health toch mogelijk te maken.Mevrouw Tielen (VVD):Ja, maar het is natuurlijk breder dan zorg. Ook voor onderwijs en voorprofessionele en economische activiteiten op de eilanden is stabielinternet, denk ik, van belang. De vraag is dus: waar ligt dan de oplossing?Ligt die bij anonieme plekken of ligt die gewoon bij stabiel internet?Nogmaals, ik kan het moeilijk inschatten, maar ik denk dat dat wel devoorwaarden zijn voor digitale zorg. Ik kan me voorstellen dat die juist vangroot belang zijn voor de eilanden, want niet in elke gemeente daar iszomaar een groot ziekenhuis te vinden. Maar ik ben ook wel benieuwdnaar de visie van de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Mijn vraag ligt ook wel in het verlengde van de vraag van mevrouwSlagt-Tichelman. Wij waren namelijk op Statia en daar is, als je hetallemaal afpelt, eigenlijk gewoon geen internet. Daar heeft niet alleen dezorg last van, maar ook een heleboel andere sectoren. Ik heb eigenlijktwee vragen aan mevrouw Tielen. Dat sluit ook een beetje aan bij hetnormenverhaal van mevrouw Bruyning. Ik kan me heel goed voorstellendat we eerst meer moeten investeren in basiszorg, omdat een aantalzaken nog niet geregeld zijn. Ik ben benieuwd of mevrouw Tielen dat ookvindt zonder de reactie van de Staatssecretaris. Ik zou via mevrouw Tielenook aan de Staatssecretaris willen vragen: fix the system. Zorg nou metuw collega’s in het kabinet dat aan een aantal randvoorwaarden isvoldaan. Ik ben benieuwd of mevrouw Tielen zich aansluit bij die oproep.De voorzitter:Die vraag via mevrouw Tielen aan de Staatssecretaris zal ik niet meetellenmet uw spreektijd, dus vooruit: die laat ik toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12410 Mevrouw Tielen (VVD):Ik wilde net een opmerking maken dat het zo natuurlijk wel heel makkelijkis om minuten te sprokkelen. Ja, fix the system. Ik ben geen onderdeelvan de commissie voor Koninkrijksrelaties, maar volgens mij praten wehier al best wel heel veel jaren over en zijn we hiermee bezig en wat danook. Uiteindelijk verwacht je als inwoner van het Caribisch deel vanNederland dat je op een aantal basisvoorwaarden mag rekenen, maardaar zit heel veel omheen. Het is makkelijker gezegd dan gedaan. Het gaatook over hoe er lokaal wordt omgegaan met bepaalde dingen, hoe dedemocratie daar wel en niet werkt. Ik ben dus voorzichtig om daar in veelwoorden over te spreken.Ik hoor u buiten de microfoon zeggen dat u het alleen over internet had.Het internet is natuurlijk, net als wegen, gewoon iets heel basaals. Nou ja,ik geloof dat er op Statia één weg is, en die heeft nog niet eens eenstoplicht. Mevrouw Paulusma weet heel goed dat mijn focus heel erggericht is op het op orde krijgen van de basiszorg. Die zou zowel fysiek alsdigitaal beschikbaar moeten zijn. Ik moet heel eerlijk zeggen: ik heb deinput niet gelezen, maar gescand. Ik geloof dat ik vanochtend nog watdingen te horen kreeg om het echt te begrijpen. Ik kan nu gewoon noggeen antwoord geven op de vraag wat dan de eerste stappen zijn.De voorzitter:Dan ga ik naar de inbreng van de heer Blaauw van de PVV.De heer Blaauw (PVV):Dank u wel voor het woord, voorzitter. Bon dia voor de overzeese kijkers.De Staatssecretaris en ik hebben elkaar al eens ontmoet, maar het is voorhet eerst dat we vandaag met elkaar in debat gaan. Ik hoorde net – datwist ik nog niet – dat dit ook zijn eerste commissiedebat is, dus daaromeen extra welkom. Je bereidt je voor op een debat, maar dan weet je nogniet alles. Je wordt dus altijd verrast. Heerlijk!Vandaag bespreken we het Caribisch deel van het Koninkrijk, met specialeaandacht voor VWS. Dit deel van ons Koninkrijk ligt mij na aan het hart,onder andere vanwege familiebanden. Ik had dan ook nooit gedacht dat ikin ons parlement ooit nog een betoog zou houden over dit onderwerp. Ditis een deel van het Koninkrijk dat de coalitie in ieder geval als waardevolbeschouwt. Daar sluit ik mij ook graag bij aan.Voorzitter. We spreken tegenwoordig over de CAS- en de BES-eilanden.Wat mij betreft ligt de focus nu vooral even op de BES-eilanden. Bonaire,Sint-Eustatius en Saba vormen samen Caribisch Nederland. Ook op hetgebied van VWS willen we daar toch ook de zelfredzaamheid stimuleren,zoals in het regeerprogramma staat.Allereerst wil ik, net als mijn collega van de VVD, de Staatssecretarisvragen naar digitalisering en de uitwisseling van patiëntgegevens op deBES-eilanden. De PVV staat positief tegenover deze ontwikkeling, maar ikwil graag vragen of patiënten dan ook de mogelijkheid van een opt-outhebben. Dat woord is inmiddels bekend van een ander dossier – iets metasiel en migratie – maar we hebben ons daar ook hard voor gemaakt opVWS-gebied. Ik wil dat dus vragen aan de Staatssecretaris. Daarnaast ...Gaat uw gang, want ik wil met een ander stukje beginnen.De voorzitter:Heel goed dat u het even aangeeft. Mevrouw Paulusma, u voelde dat aan.Mevrouw Paulusma (D66):Ik heb een verhelderende vraag. Gaat dat om een opt-out in alle situatiesdie zich voor kunnen doen in de zorg?De heer Blaauw (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12411 Nee, ik heb het dan vooral over de patiëntgegevens die gedigitaliseerdworden. Ik denk dat het bij mevrouw Paulusma ook wel bekend is dat nietiedereen in Nederland daar om staat te springen. Soms voelen mensenzich er namelijk niet fijn bij dat hun gegevens zomaar uitgewisseldworden. Ik wil daarom vragen of die mogelijkheid er ook is op CaribischNederland.De voorzitter:Mevrouw Paulusma, in tweede instantie.Mevrouw Paulusma (D66):Geldt dat dus ook voor spoedeisende hulp en acute zorgsituaties?De heer Blaauw (PVV):Ja, ik neem aan van wel.Mevrouw Tielen (VVD):Ik weet niet of meneer Blaauw en ik elkaar nou goed begrijpen. MeneerBlaauw heeft het, en dat heb ik ook in het regeerprogramma zien staan,over het kunnen kiezen voor een opt-out. Maar een opt-out is dat je moetkiezen wanneer je het niet wil; het wordt dus automatisch wel gedaan. Datzeg ik omdat meneer Blaauw zegt: daar hebben wij ons altijd hard voorgemaakt. Nou, we hebben een aantal debatten en moties gehad waaruitblijkt dat dat niet zo is. Meer dan 90% van in ieder geval de Nederlandersin Europees Nederland zegt: ik vind het helemaal prima; ik verwachteigenlijk ook dat artsen mijn gegevens uitwisselen met elkaar. Zegtmeneer Blaauw nou dat hij inderdaad voor een opt-out is en dat we er dusvan uitgaan dat je gegevens gewoon gedeeld kunnen worden als je geenbezwaar maakt? Of zegt meneer Blaauw toch iets anders?De heer Blaauw (PVV):Nee, ik zeg volgens mij niet iets anders. Ik wil mevrouw Tielen toch ook ophet hart drukken dat er in de vorige inbreng van ons op VWS wel degelijkwerd gepleit voor opt-outs. Dat is eigenlijk mijn antwoord.De voorzitter:Mevrouw Tielen, in tweede instantie.Mevrouw Tielen (VVD):Het nadeel van jargon is dat ook gewoon onduidelijk is of het nu eenopt-in of een opt-out is. Volgens mij heeft meneer Blaauw het over eenopt-in. Dat betekent: automatisch niet en als je het wel wil, dan moet jehet aangeven. Het pleidooi dat de VVD al enige tijd, ook vanuit decoronatijd, houdt, is om voor een opt-out te gaan: als je het niet wil, danmoet je het aangeven. Volgens mij begrijpen meneer Blaauw en ik elkaarniet goed. Prima, maar laten we elkaar er in deze commissie dan ook aanhouden dat we het jargon niet te veel gebruiken.De voorzitter:Laten we jargon helemaal niet gebruiken, als het even kan. Maar het isgoed dat het even wordt uitgelegd, want ik denk dat de gemiddelde kijkermisschien wel aan heel andere onderwerpen denkt als die «opt-in» of«opt-out» hoort. Maar dat is even om het nog breder te maken. MevrouwPaulusma, wilde u nog interrumperen? Nee? Het had gemogen, hoor. Uwilt gewoon dat het debat doorgaat. Dan ga ik de heer Blaauw weer alleruimte geven om zijn betoog voort te zetten.De heer Blaauw (PVV):Dank u wel, voorzitter. Wij zijn als PVV-fractie ook benieuwd naar hetvolgende. Er is nu een nieuw kabinet. We willen de Staatssecretaris graagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12412 vragen om een reflectie op alle concrete veranderingen die op dit gebiedgaan plaatsvinden. Er staat daarover wel al wat in het regeerprogramma,maar we willen dat toch wat concreter hebben.Tot slot wil ik naar het onderwerp ambulancevluchten vanaf Bonaire. Daarwerd net ook al aan gerefereerd. Het ziekenhuis op Bonaire heeft namelijkgeen ic. 23 jaar lang werden patiënten met een ambulancevlucht vanMedicare naar de ic’s op Aruba en Curaçao vervoerd. Eind januari heefthet ziekenhuis een nieuw contract afgesloten met de Colombiaansevliegmaatschappij Sarpa. Die heeft echter geen landingsrechten op Arubaen Curaçao. Dat betekent dat patiënten die niet op de BES-eilandenterechtkunnen, nu twee uur moeten vliegen naar een ziekenhuis buitenhet Koninkrijk in plaats van naar een ic die een klein halfuur verderop ligt.De Staat is in de vorm van ZJCN de enige zorgverzekeraar op deBES-eilanden en door deze situatie wordt de verleende zorg onnodigduurder. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar? Uit de antwoorden opKamervragen in de vorige kabinetsperiode bleek dat de voorganger vande Staatssecretaris dit als een kwestie tussen ziekenhuis en zorgverze-keraar beschouwde. Praktisch gezien is echter de Staat dus zelf dezorgverzekeraar op de BES-eilanden. Daar hoor ik nog graag een reflectieop.Dan ben ik aan het einde van mijn betoog.De voorzitter:Dan ga ik naar een interruptie van GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):De PVV-Minister heeft een heel groot pleidooi gehouden om de arbeids-markttekorten in de zorg op te lossen met AI. Dan heb ik een vraag aan deheer Blaauw. Als hij zo voor de opt-out is, hoe gaat hij dat rijmen metelkaar? Hoe kan hij nu zeggen: wij zien die digitale zorg niet zo zitten, zelfsniet op de BES-eilanden? Het is nog maar de vraag in hoeverre deBES-eilanden er klaar voor zijn. Hoe kan hij dat nu al gaan bekritiserenterwijl zijn eigen Minister heel erg inzet op AI?De heer Blaauw (PVV):Ik weet niet of mevrouw Slagt-Tichelman goed naar mijn betoog heeftgeluisterd. Ik heb immers juist gezegd dat wij positief aankijken tegen dedigitalisering van patiëntgegevens, juist omdat dat vooral ook op de langetermijn kostenbesparend is. Het is daarnaast veel efficiënter. Ik weet dusniet wanneer ik blijkbaar iets anders heb gezegd dan bedoeld, maar dit iswaar wij voor staan.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik geen aanvullende vraag meer, maar concludeer ik dat weelkaar niet begrijpen in de context.De voorzitter:Oké. De heer Blaauw was al tot een afronding gekomen. Dan gaan weluisteren naar mevrouw Paulusma van D66.Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik wil eerst beginnen met dank voor alle inbrengdie we gehad hebben voor dit commissiedebat. Er heeft namelijk eenaantal mensen op de eilanden heel hard gewerkt. Ik wil in het bijzonderook de heer Van Woerkom van de St. Eustatius Health Care Foundationbedanken omdat we daar op bezoek waren. Ik koester warme herinne-ringen aan dat bezoek.Voorzitter. Ik wil graag drie problemen aanstippen. Het zouden er veelmeer kunnen zijn, maar vanwege de tijd gaat dat niet lukken. Het gaat inde eerste plaats over preventie. Het tweede punt is personeelstekort enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12413 het derde is het gebrek aan data. Ik zou bijna zeggen dat we in eenregulier VWS-debat zitten. In Nederland gaat het namelijk hier eigenlijkook elke keer over. Ik wil nog even terugdenken aan het debat dat weafgelopen donderdag hadden over het ziekenhuis in Heerlen. Daar heb iknamens mijn partij D66 een enorm pleidooi gehouden om het juist tehebben over oplossingen buiten de zorg. Dat pleidooi zou ik ook willenhouden bij het onderwerp van vandaag, want een heleboel zaken waarmensen last van hebben en ziek on ongelukkig van worden, beginnen nietin de zorg en beginnen niet met hun gezondheid. Die zaken spelen buitende zorg. Ik ben heel benieuwd naar de visie van de Staatssecretaris op hetverkleinen van gezondheidsverschillen, en vooral naar zijn visie op deoplossingen die we daarvoor buiten de zorg moeten zoeken.Voorzitter. Over preventie. Leefstijlziekten vormen een groeiend probleemop de eilanden. 35% van de volwassenen heeft obesitas. Een op de achtbewoners lijdt aan diabetes type 2. Er wordt geschat dat bijna een kwartvan de bevolking een hart- of vaatziekte heeft. Deze cijfers zijn vele malenhoger dan in Nederland. Het belang van het voorkomen dat mensen op deeilanden ziek worden, is misschien nog wel groter dan hier. Het isnamelijk op de eilanden veel lastiger om goede zorg te krijgen. Daaromhoor ik graag van de Staatssecretaris welke plannen hij heeft om detoegang tot preventieve zorg te verbeteren, zeker nu er in de plannen vandit kabinet weinig tot geen geld is gereserveerd voor preventie. Ik denkdan in het bijzonder aan gemeenschapsprogramma’s of andere initia-tieven om beweging te stimuleren of om de toegang tot gezonde enbetaalbare voeding te verbeteren. We zagen tijdens het werkbezoek datdaar voorbeelden van zijn. Ik vraag dus ook aan de Staatssecretaris om inzijn reactie het belang van de lokale context mee te nemen. We moetendus niet alleen kijken naar de oplossing hiervandaan, maar kijken wat daargoed werkt.Voorzitter. Het tekort aan gekwalificeerd zorgpersoneel zoals verpleegkun-digen, artsen en medisch specialisten, is vaker genoemd. Het leidt totoverbelasting van het bestaande personeel, maar vooral ook tot langerewachttijden. Er zijn weinig lokale opleidingsmogelijkheden, wat betekentdat veel mensen naar het buitenland moeten voor een training of voorüberhaupt een opleiding. Vaak keren ze niet terug. Er wordt wanhopiggezocht naar oplossingen, bijvoorbeeld door personeel van buiten deeilanden in te zetten. Ik had hier net al een debatje met mevrouwSlagt-Tichelman over. Het probleem hierbij is wat mij betreft niet deBIG-registratie maar de zogenaamde BES-ontheffing. Die levert de bizarresituatie op dat mensen van de eilanden wel in het buitenland geopereerdmogen worden, maar dat diezelfde specialisten die verrichting niet op deeilanden mogen uitvoeren. Dat helpt niet bij het personeelstekort. Hoekijkt de Staatssecretaris hiernaar?Dan tot slot over hetzelfde rapport waar mevrouw Tielen ook al naarverwees. Als wij betere zorg willen organiseren, moeten we ook wetenwaar de zorg tekortschiet. In de Europese evaluatie van de zorg inCaribisch Nederland staat duidelijk aangegeven dat er nu onvoldoendedata zijn om te achterhalen waar de onvervulde medische behoefte ligt,zeker als het gaat om belemmeringen voor de toegang tot de zorg. Datkunnen bijvoorbeeld afstand, financiële redenen en wachttijden zijn.Hierover worden niet structureel gegevens verzameld – dat werd ook heelduidelijk aangegeven tijdens ons bezoek – terwijl die ons juist heel goedkunnen helpen om keuzes en beleid te maken. Hoe kijkt de Staatssecre-taris hiernaar en welke plannen heeft hij om die data over onvervuldemedische behoeften structureel in kaart te brengen?Voorzitter. Tot slot. Ik sluit me aan bij de vraag van mevrouw Bruyningover de inspectie en bij de vraag van mevrouw Slagt-Tichelman over dezorg voor onverzekerden. Daar voeg ik aan toe de zorg van D66 over detoegang tot zorg voor mensen vanuit de lhbti-gemeenschap. Tijdens onsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12414 bezoek hebben we daar ook veel zorgen over gehoord. Tenslotte sluit ikme aan bij de vraag van mevrouw Tielen over het ziekenvervoer.Dank u wel.De voorzitter:Dan dank ik mevrouw Paulusma voor haar inbreng. Ik kijk even rond. Erzijn verder geen interrupties. Ik stel voor om te schorsen zodat deStaatssecretaris zijn eerste beantwoording in zijn eerste commissiedebatkan voorbereiden. Ik schors tot 16.15 uur; dat is op de klok die u allemaalziet. Mijn eigen klok loopt niet helemaal goed.Mevrouw Tielen (VVD):Welke tijd is dat in Caribisch Nederland, voorzitter?De voorzitter:Oeioeioei, dat is lastig. Ook voor Caribisch Nederland geldt: we schorseneen halfuur vanaf nu. Dan gaan we weer verder met de vergadering. Danku wel.De vergadering wordt van 15.46 uur tot 16.15 uur geschorst.De voorzitter:Ik heet iedereen die hier aanwezig is en iedereen die dit debat volgt weervan harte welkom. Met «iedereen» bedoel ik iedereen in ons heleKoninkrijk, dus ook in overzeese gebieden. Wij gaan zo naar de zijde vanhet kabinet. De Staatssecretaris begint met zijn eerste termijn. Maar voorik hem het woord geef, zou ik even willen vragen welke blokjes wij kunnenverwachten. Ik vraag aan de Kamerleden om gretig mee te schrijven. Danweet u welke blokjes er komen. Of misschien weet u dat niet en ga ik uernaar vragen. Heeft de Minister bijvoorbeeld een blokje inleiding en eenblokje varia?Staatssecretaris Karremans:Ik kan de blokjes inderdaad even noemen. Ik heb een hele variatie aanblokjes. Allereerst heb ik een blokje inleiding. We hebben natuurlijk altijdde categorie overig. Dan hebben we een blokje curatieve zorg en kwaliteit,een blokje dienstverlening en medische uitzendingen, zoals gezegd eenblokje overig, een blokje publieke gezondheid en preventie – daar ga ik zomee beginnen – en een blokje digitalisering. Dat is het.De voorzitter:Kunt u ze nog een keer in de juiste volgorde noemen?Staatssecretaris Karremans:Ja, excuus. Ik zal het volgordelijk doen.De voorzitter:Ik zou u adviseren om het blokje overig als laatste te doen.Staatssecretaris Karremans:Dat is een goede tip, voorzitter. Dank u wel. Dan heb ik de volgendeblokjes: publieke gezondheid en preventie, curatieve zorg en kwaliteit,dienstverlening en medische uitzending, digitalisering en overig.De voorzitter:Heeft u ook nog een inleiding?Staatssecretaris Karremans:Ja, een inleiding heb ik ook. Moet ik de blokjes weer opnieuw noemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12415 De voorzitter:Nee, helemaal niet. We beginnen gewoon met de inleiding. Ik geef u hetwoord.Staatssecretaris Karremans:Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor het warme welkom hier bij mijneerste commissiedebat. Ik moet hier gelijk wel de disclaimer geven, zoalsmevrouw Tielen dat ook deed, dat mijn eerste bezoek aan de eilanden nogmoet komen. Dat bezoek is overigens al wel gepland. Ik ga daar beginfebruari naartoe. Daar kijk ik ook enorm naar uit. Ik ga alle vragen netjesbeantwoorden. In mijn inleiding neem ik ook de eerste vraag mee diemevrouw Bruyning mij stelde. Zij vroeg of ik de urgentie voel om er ietsaan te doen. Die voel ik zeker, absoluut. Op het Ministerie van VWS heb ikdaar al veel tijd in gestopt. Ik hoop daar ook veel tijd aan te besteden opde eilanden. Er ligt een enorme opgave voor ons. We zijn verantwoordelijken ik voel me ook verantwoordelijk. Die rol pak ik dus ook op. Daar kijk iknaar uit. Ik voel ook de urgentie om dat te doen. Ik zeg er wel bij dat ik hetook mooi vind om te zien wat mijn voorganger bijvoorbeeld op dit terreinheeft gedaan. Er zijn enorme stappen gezet. Het recent verschenenrapport, dat weliswaar in het Engels is geschreven – daar kom ik zo nogeven over te spreken in het Nederlands – laat zien dat er in de afgelopenveertien jaar wel echt enorme vooruitgang is geboekt, maar we zijn ernatuurlijk nog lang niet. Mevrouw Paulusma en mevrouw Bruyninghebben het zelf ook ervaren en gezien. Ik denk dat dat hele terechteobservaties zijn. Die zijn voor mij natuurlijk ook heel leerzaam.De Kamerleden hebben een aantal dingen aan de orde gesteld waar wewat mee kunnen, waar ik wat mee moet. Wat dat betreft zal ik de vragenzo goed mogelijk proberen te beantwoorden. Er is ook een paar keergevraagd naar mijn visie, naar mijn mening en hoe ik het zie. Ik hoop datu mij vergeeft dat ik in algemene zin vooral pas een visie en een aanpakwil formuleren nadat ik op de eilanden ben geweest. Op basis van wat erop papier staat, kan ik vooraf allerlei meningen vormen en reflecties doenover hoe ik vind dat het zou moeten, maar ik denk niet dat ik het dossiervolledig kan begrijpen en beheersen en dat ik de oplossingen en deaanpak goed kan formuleren, als ik daar nog niet geweest ben. Nadat ikop de eilanden ben geweest, wil ik een brief naar de Kamer sturen meteen totaalaanpak en een uitleg over hoe ik het voor me zie. Vanzelf-sprekend zal ik daarbij ook de input meenemen die ik van de commissieheb gekregen. Ik zal alvast een tipje van de sluier oplichten: we moetenwat met die BES-ontheffing. Maar goed, daar komen we zo nog eventjesop. Dat was mijn inleiding in het kort, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Op die inleiding heeft u een interruptie van mevrouwPaulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ik snap – ik vind het ook heel goed – dat de Staatssecretaris eerst naar deeilanden wil en dan met de plannen wil komen. Volgens mij vinden demensen op de eilanden dat namelijk ook heel fijn. Maar ik mag wel van deStaatssecretaris verwachten dat hij een visie heeft op de aanpak vangezondheidsverschillen als het gaat om preventie in de breedste zin vanhet woord. Daar vroeg ik donderdag zijn collega in het kabinet ook ietsover. Volgens mij ligt dat namelijk ten grondslag aan wat we wel of nietzouden moeten doen in de zorg. Ik ben dus heel benieuwd naar de visievan de Staatssecretaris op dat brede vraagstuk.Staatssecretaris Karremans:Dat is een terechte vraag van mevrouw Paulusma, moet ik zeggen. Ik benniet voor niets ook Staatssecretaris Preventie. Dat ben ik niet alleen in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12416 Europese, maar ook in het Caribische deel van het Koninkrijk, hoewel daarnatuurlijk de gehele zorg binnen mijn portefeuille valt. Ik begin gelijk metpreventie; dat is een mooi bruggetje naar het eerste blokje.Mevrouw Slagt-Tichelman vroeg hoe ik dat zie. Ze zei dat niet iedereendaar genoeg geld heeft om rond te komen en altijd de gezonde keuze temaken en dat fruit en groente daar een stuk duurder zijn dan bijvoorbeeldhier. Dat is een hele terechte observatie. Daar ligt een opgave voor ons.Overigens – ik vond het mooi dat mevrouw Paulusma dat zei in haarbijdrage – lijkt het in sommige opzichten gewoon heel erg op eenVWS-debat, zoals we dat ook hier in Nederland kennen. Dat is ook zo. Ikkom zo nog over personeelstekort en digitalisering te spreken. Maar het isnatuurlijk op een andere schaal en heeft andere uitdagingen.Een van de uitdagingen zit ’m in preventie. Die zit ’m vaak in het volgende.Preventie staat nu altijd, ook in Nederland, als een geïsoleerd deel in onsbeleid en op onze begroting. Ik wil daar wat mee in Nederland. Er staatdaarover ook het een en ander in het regeerprogramma. Dat heb ik eringezet. Maar het geldt natuurlijk ook voor de aanpak op de eilanden. Eenbelangrijk onderdeel van dat beleid is Health in All Policies. Heel veelgezondheidsschade of -achterstand ontstaat namelijk niet binnen maarbuiten de zorg. Volgens mij werd dat ook al gezegd. Kijk bijvoorbeeld naarRotterdam, waar ik wethouder ben geweest. Daar ontstaat veel gezond-heidsachterstand door bijvoorbeeld schimmelwoningen. Valt dat binnenhet domein van VWS? Nee. Hetzelfde geldt voor luchtverontreiniging. Datzit veel meer bij IenW. Dat zijn dus allemaal belangrijke elementen die nietdirect binnen het domein van mijn portefeuille liggen. Dat geldt inNederland net zozeer als op de eilanden. Nu is het zo dat het Ministerievan BZK – ik kom tot mijn antwoord, voorzitter, want ik zag u al reikennaar de knop en ik wil deze commissievergadering niet langer maken dannoodzakelijk – de integrale aanpak voor bestaanszekerheid coördineert.Dat is namelijk wat hieronder ligt. Zij zijn nu bezig de laatste hand teleggen aan een brief daarover, uiteraard in samenwerking met ons. Diewordt nog dit jaar aan de Kamer gestuurd. Dat is vraag nummer één.De voorzitter:Ik ga eerst naar mevrouw Slagt-Tichelman, voor een tweede interruptie.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik zou de Staatssecretaris graag twee kleine, concrete vragen willenstellen. De eerste concrete vraag is: wanneer is uw bezoek en wanneerkunnen we exact die brief met de aanpak verwachten? De tweede vraag isals volgt. Heel fijn dat BZK de lead neemt in de kabinetsbrede aanpak.Maar ik heb begrepen dat een watermeloen bijvoorbeeld 26 dollar kost. Eris ook lokaal fruit, maar er is weinig ruimte. Daarnaast zijn er invasieveexoten, zoals een speciaal roze bloemetje, die daar de boel niet-efficiëntmaken voor de lokale landbouw. Gaat u dan ook echt kijken naar efficiëntelokale vruchten, zodat er collectief efficiënt verbouwd kan worden, voorbestaanszekerheid?Staatssecretaris Karremans:Twee vragen. Volgens mij staat het vertrek nu gepland op 2 februari. Dat isecht het begin. Ik ga na dat bezoek niet zes maanden wachten om die briefte sturen. Ik hoop dat snel daarna te doen. Het zal natuurlijk ook liggenaan de omvang van wat er nog uitgezocht moet worden, welkegesprekken we daar voeren en hoe dat is. Maar dan heeft u een beetje eenidee van wanneer dat zal zijn, zeg ik via u, voorzitter, tegen de Kamer-leden.Wat u zei over het fruit, klopt. In antwoord op de vraag over die fruit-bomen: ja, dat doen we met het Ministerie van LVVN. Dat gebeurt dus.Daarnaast worden er op scholen schoolmaaltijden en schoolfruitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12417 aangeboden, zodat kinderen op die manier fruit krijgen en dat nietafhankelijk is van het kopen van fruit door ouders buiten schooltijd.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik heb een vraag aan de Staatssecretaris. Ik heb natuurlijk het voorrechtgehad om daar al op werkbezoek te zijn geweest. We hoorden daar terugdat de mensen het heel vervelend vonden dat alle ministeries eigenlijklangs elkaar werkten en vingers wezen naar elkaar. «BZK is verantwoor-delijk.» «Nee, VWS is verantwoordelijk.» Ik hoor de Staatssecretaris nuzeggen dat die samenwerking heel goed wordt opgezocht. Hoe gaat deStaatssecretaris, of eigenlijk het hele kabinet, waarborgen dat diesamenwerking goed en efficiënt verloopt en dat de eilanden daar geenvervelende gevolgen van ondervinden?De voorzitter:Ik weet dat er voor het totaal een portefeuillehouder is in het kabinet.Maar het is aan u, Staatssecretaris, om daar een antwoord op te geven.Staatssecretaris Karremans:Dat is een heel terecht punt. Mensen komen natuurlijk vaak in de knelwaar de overheden onderling naar elkaar verwijzen of soms zelfsrechtszaken met elkaar voeren. Ik heb dat als wethouder ook altijdervaren. Dan vroeg ik me als wethouder af of ik binnen de gemeenteRotterdam wel aan het juiste loket was. Dat heb ik als Staatssecretarissoms ook. Het is dus een heel terecht punt. Ik vrees alleen dat het brederspeelt dan alleen op de eilanden. Die opgave hebben we als overheidnatuurlijk sowieso. We proberen dat natuurlijk zo goed mogelijk te doen.Kijk, in een grote organisatie heb je dat altijd ergens: verschillendeorganisaties met specialistische kennis die met elkaar werken. Watvolgens mij wel positief is, is dat we één brief schrijven, met één aanpak.VWS werkt daaraan en wij kijken en helpen mee, maar er komt één brief.We krijgen ook nog een gezondheidszorgaanpak; daar is hier natuurlijkook een commissie over. Maar op het vlak van bestaanszekerheid werkenwe samen. Waar nodig, zullen we moeten verbeteren. Dat hoop ik ook zelfte kunnen ervaren. Ik hoop de gesprekken die mevrouw Bruyning heeftgehad, ook zelf op de eilanden te kunnen voeren.Voorzitter, kan ik doorgaan? Mevrouw Paulusma van D66 had een vraagover het belang van preventie op de eilanden. Wat zijn de plannen om hette verbeteren? Daar wil ik natuurlijk ook aandacht aan besteden in de briefdie ik naar aanleiding van mijn bezoek aan de Kamer wil sturen. Maar ikkan wel even kort uiteenzetten wat er tot nu toe al gebeurd is. Daar ben ikblij mee. Op ieder eiland is het aantal preventiemedewerkers bijvoorbeeldnu uitgebreid. De organisatie Jongeren op Gezond Gewicht ondersteuntpreventiebeleid, zeker ook op het vlak van de gezonde kindomgeving. Weversterken lokale sportuitvoeringsorganisaties. Op elk eiland is inmiddelseen Cruyff Court en worden speeltuinen gerenoveerd in samenwerkingmet Jantje Beton. Ook vinden er gecombineerde leefstijlinterventiesplaats. Die worden ook gewoon vergoed. Het gaat bijvoorbeeld omstoppen met roken of om het tegengaan van obesitas. Daar wordtmaatwerk op geleverd. En dan noem ik nog niet eens de buursport-coaches, die naschoolse en wijkgerichte activiteiten organiseren. Maar datwil ik daar natuurlijk zelf ook ervaren. Wat er verder nog moet gebeuren,zal ik zo veel mogelijk in de brief omschrijven.Mevrouw Paulusma (D66):Het is goed dat de Staatssecretaris benoemt wat er allemaal al gebeurt.We zagen ook op de eilanden dat er met passie en heel veel energie in deuitvoering wordt gewerkt aan preventie. Gaan deze mensen ook lastkrijgen van de bezuinigingen als het gaat om preventie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12418 Staatssecretaris Karremans:De invulling van de totale subsidietaakstelling vindt op dit moment plaats.Daar kan ik dus niks over zeggen. Als wij in Nederland korten op subsidiesvan organisaties die ook daar werk doen, dan zouden zij daar in theorienatuurlijk ook last van kunnen krijgen, om het even zo te zeggen. Maar datzijn we dus nu aan het bekijken. We bekijken dat heel zorgvuldig. Maar opzichzelf is het een apart deel in de begroting. Dat ziet niet op subsidies;subsidies doen we in het Europees deel van het Koninkrijk. Daar onder-steunen we allerlei organisaties. Maar er zijn natuurlijk ook allerleiorganisaties die subsidie krijgen van VWS en werk doen in het Caribischdeel van het Koninkrijk. Dus in theorie zou het kunnen. Of dat zo is, weet ikgewoon nog niet.Mevrouw Tielen vroeg of het Rijksvaccinatieprogramma van toepassing isop de eilanden. Het antwoord is ja. Wat is dan de vaccinatiegraad, vraagtmevrouw Tielen. Het RVP is inderdaad actief op de eilanden. Dat geldt dusook in Caribisch Nederland. Het RIVM brengt daar jaarlijks een rapportageover uit. Onlangs, voor de zomer, is er nog een verschenen. We zien ookdat de vaccinatiegraad daar hoog is. Voor de exacte cijfers per vaccinatieverwijs ik even gemakshalve naar het rapport, want anders duurt ditcommissiedebat natuurlijk nog veel langer. De cijfers staan daarinvermeld.Dat was mijn mapje preventie, voorzitter.De voorzitter:Eerst mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):Dan heb ik gewoon niet goed gezocht, dus daar voel ik me een beetjeongemakkelijk bij. Ik had er nog een vraag aan gekoppeld. De Staatssecre-taris zei inderdaad dat de cijfers hoger zijn. Dat hadden we verwacht. Watkunnen we nog leren van daar voor de zorgwekkende vaccinatiegraad-daling van de afgelopen paar jaar in Nederland?Staatssecretaris Karremans:Dat vind ik een terechte vraag. Excuus, die is inderdaad gesteld en heb ikniet beantwoord. Die vraag neem ik mee bij mijn bezoek. Ik neem die dusmee in de voorbereiding op mijn bezoek, zodat we kunnen kijken wat wevan de eilanden kunnen leren. Toevallig ben ik vanochtend met mijnzoontje bij het CJG geweest voor de 11 maandenvaccinatie. Ik heb daarmet de jeugdartsen gesproken. Zij maken zich echt ontzettend veelzorgen, want het gaat echt niet goed. Ik pak die vraag dus op.De voorzitter:Zag ik mevrouw Paulusma nou wel of niet? Ja, toch wel. Check!Mevrouw Paulusma (D66):Ik dacht dat er nog een heel verhaal zou komen, maar de Staatssecretarisis nog sneller dan zijn voorganger. Dat kan ook een compliment zijn. Ikkom toch even terug op preventie. Er kijken een heleboel mensen mee. Ikbegon mijn betoog met te vermelden dat de problemen op de eilanden ophet gebied van leefstijlziekten vele malen groter zijn dan in dit deel, in hetdeel waar we nu zijn. De opgave is groter. De uitvoering is complexer. Veelpersoneel gaat weg. Het zou mij wel een lief ding waard zijn als deStaatssecretaris iets meer kan zeggen over de garanties en devoorwaarden. Want de mensen kijken nu. Mensen in de uitvoering vragenzich af wat ze, als deze Staatssecretaris toch op hun budget gaat korten,moeten doen. Moeten ze alles op pauze zetten? Moeten ze wel of nietdoorgaan? Dit heeft direct effect op de uitvoering. Ik zou graag willen datde Staatssecretaris daar iets meer over zegt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12419 Staatssecretaris Karremans:Dan is het goed om daar duidelijk over te zijn. Daar gaan we helemaal nietvanuit. Er zit een taakstelling op subsidies. Dat zijn subsidies die we hier inNederland voornamelijk of eigenlijk allemaal uitkeren aan instanties. Datgaat niet over wat er op de eilanden gebeurt. Daar hebben we een apartstelsel met aparte financiering. De afgelopen veertien jaar is daar ook veelmeer geld naartoe gegaan, en terecht, want er is een enorme achterstandin te halen. Daar zou ik nu dus niet van uitgaan. Sowieso geldt dat er in2025 op alle subsidies die we uitkeren in de sport, in preventie, inbevolkingsonderzoeken of met betrekking tot vaccineren, niet wordtgekort. We zijn bezig om te bekijken hoe we dat op de beste manierkunnen invullen. Ik wil begin volgend jaar naar de eilanden en ik wil daarmet mensen in gesprek gaan. Ik heb natuurlijk een professionele affiniteitmet preventie en dus wil ik kijken wat we op de eilanden daaraan kunnendoen. Er is geen reden om je nu zorgen te maken of om onrust te creërenover eventuele financiële gevolgen op de eilanden.De voorzitter:En tot slot, mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Nou ben ik gelukkig ook geen onrust aan het creëren. Dat scheelt. Ik denkdat een deel van het regeerprogramma dat wel doet. Ik concludeer dusdat de Staatssecretaris zegt dat de eilanden zich geen zorgen hoeven temaken. Het gaat om andere financiële stromen, zodat de uitvoering op deeilanden door kan gaan zoals die is, want we komen niet aan diemiddelen.Staatssecretaris Karremans:Er zit geen taakstelling op die middelen. Die staan gewoon structureel opde begroting. Dat kunt u gewoon teruglezen in de begroting. Daar zit geenkorting op, zeker niet.De voorzitter:Ik had nog een interruptie van mevrouw Slagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):De vragen van D66 van mijn collega Paulusma zijn denk ik wel terecht. Eris onrust in het land, omdat er op meerdere manieren wordt gekort oppreventie, ook bij de publieke gezondheid en bij de GGD. Dat staat nog losvan de taakstellingen. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat er niet gekortwordt op preventie, dus op al die vier delen, in dat gebied, in CaribischNederland?Staatssecretaris Karremans:Zoals ik zei, als we er vanuit VWS al voor kiezen om te korten op desubsidie aan bepaalde instanties die werken op het gebied van preventie,ook in Caribisch gebied, dan zou dat zomaar kunnen. We hebben gewooneen taakstelling. Die taakstelling is departementbreed. OCW heeftdaarmee te maken. Wij hebben daarmee te maken. IenW heeft daarmee temaken. We moeten die invullen. Als Staatssecretaris moet ik dat samenmet mijn twee collega-bewindspersonen op VWS ook. Daar zijn we numee bezig, maar er zijn nog geen keuzes in gemaakt, behalve dat we voor2025 niet korten. Ik zeg dus dat er keuzes gemaakt zouden kunnen wordendie effect hebben op Caribisch Nederland, maar dat nemen we nu mee inde totale afweging. Het gaat er niet om hoe de zorg in CaribischNederland wordt gefinancierd. Dat gaat niet via subsidies, want dat doenwe zelf. We hebben daarvoor geld op de begroting en we kopen daar dezorg in op die manier. Dat zijn geen subsidies. Dat is het inkopen van zorgen daar zit geen taakstelling op. Zo worden de preventieve maatregelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12420 ook gefinancierd. Op die directe financieringsbron zit geen taakstelling. Jekunt nooit iets uitsluiten in de toekomst. Ik zou over een bepaalde tijd ookdaartoe kunnen besluiten of een opvolger van mij. Daar kan ik nooitgaranties voor geven. Maar als het gaat om de financiële opgave van ditmoment, dan schets ik hoe we dat nu invullen en wat daar de mogelijkegevolgen van zouden kunnen zijn.De voorzitter:Mevrouw Slagt-Tichelman nog in tweede instantie? Nee. Dan ga ik naarmevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Excuus, voorzitter. Want nu ben ik toch een beetje in de war. Volgens mijis het of het een of het ander. In het debatje met mij zei de Staatssecretarisheel stellig dat de eilanden zich geen zorgen hoeven te maken. Hetantwoord op de vraag van mevrouw Slagt-Tichelman is eigenlijk ietsanders. Ik ben helemaal niet van zwart-wit, maar het is in dit geval wel heteen of het ander.Staatssecretaris Karremans:Het is belangrijk om het uit elkaar te trekken. De financiering van de zorgin Caribisch Nederland verloopt niet via subsidies. Wij kopen zelf direct dezorg in. Daar zit geen taakstelling op en daar wordt dus ook niet opbezuinigd. Dat is punt één. Zo wordt preventiebeleid gefinancierd. Datwordt gewoon ingekocht. Het wordt op die manier gedaan en het gaat dusniet via subsidies. In Nederland is dat anders. In Nederland wordt heelveel preventiebeleid via subsidies gefinancierd. Dat zijn vaak instelling-subsidies en die instellingen helpen soms ook. JOGG helpt bijvoorbeeldbij het preventiebeleid op Caribisch Nederland. Stel – ik zeg niet dat hetgebeurt, maar puur hypothetisch – dat je de helft van het geld voor JOGGeraf zou halen, dan betekent dit dat je minder capaciteit bij JOGG hebt. Ikzeg niet dat ik dat ga doen, maar stel je zou dat doen. Dan moet JOGGkeuzes gaan maken en dan zou het kunnen zijn dat ze ervoor kiezen omgeen preventie meer te doen in Caribisch Nederland of om daar niet meerte helpen. Dit is puur theoretisch! Mij werd gevraagd of ik het helemaalkan uitsluiten en ik vat die vraag maar even letterlijk op. Ik ben daarhelemaal eerlijk in. Door middel van de manier waarop de financieringvan de zorg en dus ook het preventiebeleid in Caribisch Nederland wordtgefinancierd, probeer ik te beargumenteren dat er nu geen aanleiding isvoor onrust. Die onrust is er mogelijk wel in een bepaald deel van hetzorglandschap in Nederland en dat snap ik ook. Dat is het antwoord. Hetligt dus wat genuanceerder dan dat.De voorzitter:Oké, dan stel ik voor om naar het volgende blokje te gaan. Dat is curatievezorg...Staatssecretaris Karremans:... en kwaliteit.De voorzitter:Ja, en kwaliteit.Staatssecretaris Karremans:Het gaat om Fundashon Mariadal. Die instellingen verkeren in slechtestaat. Er is geen ic binnen deze instanties en we zien een toename van dekosten voor transport. Het is inderdaad zo dat het altijd kan gebeuren datBES-patiënten met spoed moeten worden uitgezonden, omdat de zorglokaal niet kan worden aangeboden. Ik heb het niet over Saba enSint-Eustatius, maar het is goed om te weten dat op Bonaire 80% van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12421 zorg kan plaatsvinden, maar dus niet alles. Op dat eiland hebben weinderdaad geen intensive care. Die hebben we ook niet op Texel ofTerschelling en daar wonen nog heel veel meer mensen. Ik begrijp dat,maar op het moment dat mensen in een levensbedreigende situatie zittenof er een kind te vroeg wordt geboren of er sprake is van een hersen-bloeding, dan moeten patiënten gestabiliseerd worden. Dat kan gewoongebeuren op de eilanden. Vervolgens moeten patiënten vervoerd worden.De heer Blaauw gaf ook al aan dat daar problemen zitten, met landings-rechten en twee verschillende aanbieders. Dat is nu een tijdelijkeoplossing. Ik ben nu bezig om met een werkgroep te kijken hoe we datduurzaam goed kunnen regelen in de toekomst. Dan moet je inderdaadmet een vliegtuigje naar Colombia en dan moet je weer van dat vliegveldmet de ambulance naar het ziekenhuis. Dat kan soms lang duren. Ik snapdat dat vervelend is. Je wil een patiënt natuurlijk zo snel mogelijk naar hetziekenhuis vervoeren waar de zorg kan worden geboden die hij of zijnodig heeft. Daar zijn we dus mee bezig. Dat is één. Dat gaat overigensvoornamelijk over Bonaire, waar sprake is van die twee contracten.Twee. Op Sint-Eustatius is sprake van veroudering van gebouwen. Ik denkdat de Kamerleden dat zelf ook gezien hebben. De inzet is om een nieuw,multifunctioneel woon- en zorgcentrum te realiseren. Dat heb ik nietbedacht; dat is al in gang gezet. Er is nu een bureau aangetrokken omdaarmee te beginnen. We verwachten dat dat in 2027–2028 gereed kanzijn. In dit gebouw wordt wel vaker over data gesproken als het gaat omnieuwbouw, maar dat is de inzet die we daarbij hebben, omdat daar dussprake is van verouderde gebouwen. Dat is dus niet het geval in alle delenvan Caribisch Nederland.De voorzitter:Dan zie ik wat interrupties. Mevrouw Bruyning en dan de heer Blaauw.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik hoor wat de Staatssecretaris zegt en dat is eigenlijk een oplossing op delange termijn. 2027–2028 is nog best ver weg. Wat gaat er in de tussentijdgebeuren aan het gebouw? Wat gaat er in de tussentijd gebeuren om tezorgen dat de zorg op peil is en goed wordt aangeboden? Wat heeft deStaatssecretaris daar voor ideeën bij?Staatssecretaris Karremans:Ik kom zo op de vraag die mevrouw Bruyning had gesteld over gebouwenen kwaliteit. Het zijn natuurlijk twee dingen: gebouwen is één ding enkwaliteit weer een ander ding. Bij gebouwen is de oplossing nu inderdaadnieuwbouw. Zo’n oud gebouw, daar kan ik niks aan doen. Dat gebouwstaat er en dat is oud. De oplossing is nieuwbouw, want anders ben jealleen maar bezig met ducttapeoplossingen. Natuurlijk worden daardingen gerenoveerd als dat nodig is, als dingen stuk zijn. Maar er zijnnatuurlijk heel veel dingen die bepalen of de kwaliteit van de zorg goed is.Dat zijn niet alleen gebouwen. Dat gaat ook om digitalisering, waarnatuurlijk al over gesproken wordt, personeelstekorten en gegevensuit-wisseling. Dat zijn heel veel zaken. Aan die zaken wordt allemaal gewerkt.Daar kom ik zo individueel op. Dat zit ook weer in aparte blokjes. Maar erzijn heel veel zaken waar we aan werken die als het goed is de kwaliteitvan de zorg zullen laten toenemen.De voorzitter:Dan zullen we dat later horen, als u dat goed vindt, mevrouw Bruyning.Dan komen we daar dadelijk gewoon op terug.De heer Blaauw (PVV):Ik heb dezelfde vraag als mevrouw Bruyning, maar dan dus over Bonaire,over de ambulancevluchten. De Staatssecretaris zegt «we werken aan eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12422 duurzame oplossing», maar feit is dat die ambulancevluchten op ditmoment nog steeds naar Colombia gaan en niet binnen het Koninkrijkblijven, wat ook op langere termijn die kosten alleen maar opdrijft. Duswat gaat de Staatssecretaris in de tussentijd doen om ervoor te zorgen datdaar toch snel verandering in komt? Ik hoorde hem in de inleidingnamelijk zeggen dat de visie op heel veel punten bij dit onderwerp paskomt na februari. Valt dit daar dan ook onder en wat gaat er in detussentijd gebeuren?Staatssecretaris Karremans:We hebben te maken met twee contracten, dus daar zit een ingewik-keldheid in. Dat heb ik ook niet bedacht, maar dat is nou eenmaal hetgeval. Wat ik kan doen, is het volgende. We kijken nu natuurlijk naar diecontracten en wat daarmee moet gebeuren. Dat zit niet alleen in die briefdie ik van plan ben aan de Kamer te schrijven naar aanleiding van mijnbezoek; daar zijn we nu al mee bezig. Op het moment dat we de Kamerover voortgang kunnen informeren, zullen we dat ook doen. Maaruiteindelijk is de oplossing echt om meer op de lange termijn te kijken watde beste manier is om die spoedzorg te faciliteren. Op korte termijn zullenwe natuurlijk altijd de vinger aan de pols houden en kijken hoe het gaat.Er wordt nu overigens wel gewoon naar Curaçao gevlogen. We hebbenook gewoon te maken met contracten. Daar kunnen we ook niet morgenvanaf. Sterker nog, het kan best zo zijn dat we bepaalde contractenverlengen. Maar ondertussen kijken we wat de beste manier zou zijn – datwil ik snel doen – om die spoedzorg goed te faciliteren op de eilanden,omdat daar natuurlijk wel een verbeterslag te maken valt. Dat ben ik dushelemaal met de heer Blaauw eens. Als dat eerder komt dan 2 februari,zullen we de Kamer daar ook eerder over inlichten.De voorzitter:Ik stel voor dat u doorgaat.Staatssecretaris Karremans:Dan, voorzitter, de BIG-registratie en de BES-ontheffing. Twee prachtigescrabblewoorden. De BIG-registratie is natuurlijk om als arts in Nederlandaan de slag te kunnen gaan. Overigens, er werd een voorbeeld genoemdvan een Zweedse arts. Dat is in principe geen probleem, want dat isallemaal Europees netjes geregeld in de BIG-registratie. Er werd ookgesproken over een Amerikaanse arts. We zien voornamelijk dat het nietgaat om Amerikaanse artsen die zich willen vestigen op de eilanden, maarbijvoorbeeld om artsen uit Costa Rica of Mexico, dus het ziet vooraldaarop. Dan is de uitdaging niet zozeer de BIG-registratie, want die geldtvoor Nederland. Het gaat om de BES-ontheffing. De groep uit Mexico,Costa Rica of Colombia die wil werken op de BES-eilanden, heeft eenBES-ontheffing nodig. Dat wil ik ook, omdat ik – dat ben ik helemaal eensmet mevrouw Paulusma – een bepaalde ondergrens wil hebben, om zekerte weten dat de kwaliteit goed is. Je wilt wel weten dat de artsen die daarwerken, goed zijn, dat ze de juiste diploma’s hebben, dat ze gekwalificeerdzijn en dat we op die manier de zorg kunnen leveren die onze inwonersdaar verdienen. Dus ik wil niet van die BES-ontheffing af voor mensen uitCosta Rica en dat soort landen.Mevrouw Paulusma maakte wel een terecht punt over de BES-ontheffingboven op de BIG-registratie. Mensen die al een BIG-registratie hebben,hebben nu ook nog een extra BES-ontheffing nodig. Daar wil ik naarkijken. Is dat nog wel nodig? Moeten we daar niet soepeler mee omgaan?Je hebt al een BIG-registratie. Dat betekent dat je aan de normen voldoetdie wij in Nederland hebben gesteld. Dus kunnen we dat niet op eensoepelere manier doen? Ik zeg toe dat ik daarnaar ga kijken. Dat vind ikeen terechte oproep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12423 De voorzitter:Ik ga eerst naar mevrouw Slagt-Tichelman en dan kom ik bij mevrouwPaulusma.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Fijn dat de Staatssecretaris daarnaar gaat kijken. Kunnen niet meer landenzoals Amerika, waar een goede gezondheidseducatie is, ervan gebruik-maken dat ze niet helemaal door de BES-ontheffing heen hoeven? Het isnu zo stroperig dat het lastig is. Het voorbeeld dat ik aanhaalde vanNederland naar Zweden, was ook al heel stroperig, en dat valt nog binnende EU. Nu is het hierbij ook stroperig, terwijl we de stroperigheid er juistzo veel mogelijk van af willen halen. Wat is er nog meer mogelijk? Welkeregels kunnen nog meer weggehaald worden?Staatssecretaris Karremans:Ik ben heel erg voor stroperige systemen gladtrekken en onnodige regelsweghalen. Kijk, deze regels zijn natuurlijk niet voor niets. Ik denk dat wehet daar wel over eens zijn: we willen op de BES-eilanden artsen hebbenmet een bepaalde kwaliteit. Voor de Amerikaanse arts is het niet zo’nprobleem. De uitdaging zit ’m in de papieren bij elkaar krijgen die je nodighebt, zodat de commissie kan beoordelen of je voldoet aan de kwaliteits-normen. Voor een Amerikaanse arts zal dit niet zozeer een probleem zijn.Voor een Nederlandse arts dus ook niet, maar we kijken wel of het nognodig is, want je moet wel door een procedure gaan. Het is niet hetgrootste probleem, maar we kijken wel naar de terechte oproep vanmevrouw Paulusma. We krijgen amper aanvragen van Amerikaanseartsen. Als we het personeelstekort willen oplossen, zit dat ’m dus niet inhet makkelijker maken voor Zweedse artsen of Amerikaanse artsen. Het zit’m in zorgen dat het aantrekkelijk is en eventueel procedures beter makenwaar het kan. Maar je wilt die kwaliteitstoets houden. Dat zeg ik er wel bij.Dat is echt heel belangrijk. Nogmaals, in Amerika hebben ze een goedregistratiesysteem. Als artsen uit Amerika op de BES-eilanden willenwerken, worden ze daar niet van weerhouden, maar we krijgen daar geenaanvragen voor. We zien dit niet als een barrière die hen tegenhoudt omdit te doen. Hiermee lossen we het personeelstekort dus ook niet op. Datzit veel meer in landen als Costa Rica en Mexico, de omringende landen,waar het medische systeem wel anders werkt.De voorzitter:In tweede instantie.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ja, in tweede instantie. Ik ben het helemaal met de Staatssecretaris eensdat het niet de hoogste prioriteit heeft om de stroperigheid eraf te halenals er weinig aanvragen zijn, maar als we toch meer artsen vanuit Amerikawillen aantrekken, kunnen we daar ook drempels voor weghalen. Dan zouer een aparte lijst kunnen bestaan van welke landen wel deBES-ontheffing moeten hebben, waarover we wel twijfels hebben. Dathebben we op voorhand. De Nuffic heeft dat binnen het hbo. Dewo-opleidingen hebben dat ook. Laten we daar dan duidelijkheid overcreëren, zodat die procedures korter en sneller kunnen.Staatssecretaris Karremans:Volstrekt mee eens, en die lijst is er al. Het CIBG beoordeelt dat en heeft aleen lijst met landen waarvan de diploma’s worden gezien als kwalitatiefhoogwaardig en valide. Die is er al, dus is er automatisch ook een lijst vanlanden die dat niet hebben. Nogmaals, we zijn het echt eens over het doel.Ik wil ook dat er meer gekwalificeerd personeel op de eilanden komtwerken. Ik zeg er wel eerlijk bij dat ik denk dat dit niet gaat helpen, andersdan de BES-ontheffing voor mensen met een BIG-registratie. Dat vind ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12424 een terecht punt. Dat zou mogelijk kunnen helpen. Dat zeg ik er eerlijk bij.Maar dit geldt dus niet voor de bredere oproep die mevrouw Slagt-Tichelman doet. Tenminste, zo beoordeel ik het, want we hebben die lijstal. Het CIBG werkt daar al mee.Mevrouw Paulusma (D66):Ik ben het helemaal eens met de Staatssecretaris dat we een mate vankwaliteit en dus de BIG-registratie te allen tijde moeten handhaven. Ik benheel blij met de toezegging om te kijken naar het schrappen van deBES-ontheffing voor geregistreerde professionals. Dat zijn natuurlijk nietalleen dokters. Om mij wat te schelen in de tweede termijn, en wellicht deStaatssecretaris ook, ben ik wel benieuwd naar de tijdlijn. Ik denk datmensen die kijken en die mij dit als grote wens hebben meegegeven, ookwel behoefte hebben aan wat duiding in de tijd.Staatssecretaris Karremans:Dat is natuurlijk een goede vraag. Ik ga er niet mee wachten tot ik op deeilanden ben geweest. Laat ik zeggen dat ik er gelijk mee aan de slag ga.Ik zal schriftelijk terugkomen op hoelang wij verwachten dat het procesduurt. Zullen we dat afspreken?Mevrouw Paulusma (D66):Dank u wel.De voorzitter:Even qua scherpte: is dat dan na uw bezoek? Of schriftelijk al eerder?Staatssecretaris Karremans:Het ligt eraan wanneer ... Ik kan schriftelijk al eerder toezeggen. Het zijndus twee toezeggingen, een toezegging en een «metatoezegging». Detoezegging op de toezegging is dat ik schriftelijk ga melden aan de Kamerwanneer ik die toezegging ga afdoen. Snapt u het nog ... thuis? Metandere woorden: ik ga aan de Kamer laten weten hoe dat proces eruitziettot het bekijken van die BES-ontheffing.De voorzitter:Ik vat samen: we krijgen één brief voordat u weggaat.Staatssecretaris Karremans:Sowieso. Minimaal één.De voorzitter:Oké. Dat staat hier in ieder geval genoteerd. U gaat naar het volgendeblokje, dus ik kijk even of er nog interrupties zijn op blokje twee. Zo niet,dan gaan we naar blokje drie, dienstverlening en medische uitzending.Staatssecretaris Karremans:Dank, voorzitter. Mevrouw Tielen vroeg welke belangrijke punten uit deevaluatie van de doorverwijsregeling we willen aanpakken. Die vraag isheel terecht, want dat doorverwijzen is natuurlijk altijd een ding. Het is fijndat we die pilot hebben gedaan en dat naar aanleiding daarvan beslotenis dat bijvoorbeeld verwijzingen vanuit Saba en Statia naar Sint-Maartenautomatisch akkoord zijn. We hebben dus al een standaarddoorverwij-zingssysteem. Er was ook een vraag over doorverwijsformulieren. Wehebben een standaardsysteem. Als je daarin een verwijzing invoert naarSint-Maarten vanuit Statia, wordt daar automatisch akkoord op gegeven.Daar wordt geen check meer op gedaan. Op het overige wel, maar op datdeel dus niet. Daar wordt het minder doelmatig van, want je kuntnatuurlijk minder checken hoe doelmatig het is, maar het scheelt wel heelveel administratieve rompslomp en de verwijzing gaat gewoon sneller. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12425 is positief geëvalueerd. We bekijken nu ook of we dat doorverwijzen nogverder kunnen verfijnen. We kijken of er daarin nog meer winstpunten tebehalen zijn. Daar zijn we nu mee bezig.Dan, inderdaad, de vraag van mevrouw Bruyning over het gestandaardi-seerde doorverwijsformulier. O, er is een interruptie. Excuus.De voorzitter:Maakt niet uit.Mevrouw Tielen (VVD):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen hoe hij het verder kan verfijnen enwellicht verbeteren. Is dat iets wat u meeneemt in het bezoek, of komtdaar eerder uitsluitsel over met voorstellen?De voorzitter:Alles draait om uw bezoek.Staatssecretaris Karremans:Je krijgt een beetje een soort prebezoek en postbezoek. Hier is ZJCN almee bezig. Mocht daar al eerder wat uitkomen, dan zal ik dat ook eerderlaten weten. Dat is sowieso mijn lijn: alles wat al eerder gedeeld kanworden, zal ik gewoon eerder delen met de Kamer. Maar hier wordtambtelijk al aan gewerkt. Wanneer daar iets over te melden valt, zullen wijdat ook gewoon doen als de Kamer dat op prijs stelt.Voorzitter. Dan dat doorverwijsformulier. Ik heb ze zelf natuurlijk nietgesproken, maar ik heb inderdaad ook begrepen dat sommige verze-kerden een gevoel hebben van ongelijkheid. Maar om daar enig misver-stand over weg te nemen: alle verwijzers, dus artsen of verpleegkundigen,dienen hun verwijzing in het elektronische systeem te zetten dat wedaarvoor hebben. Hecina heet dat. Dat is het systeem waar de hele ketenmee werkt, dus dat is gedigitaliseerd en gestandaardiseerd. Zodra dieverwijzing is ingediend, komt dat bij de medisch adviseurs van ZJCNterecht en beoordelen zij het, behalve dus als je vanuit Saba en Statiaverwijst naar Sint-Maarten. Dan gaat het eigenlijk binnen het systeemautomatisch akkoord. Zo zit het nu in elkaar. Ik denk dus ook niet dat ersprake is van willekeur, maar elke medische situatie is natuurlijk anders.Het is aan de verwijzer en de medisch adviseur om daar een oordeel overte vellen. Zelfs bij dezelfde medische aandoening kan het zo zijn dat deverwijzing bij verschillende personen anders is en anders getoetst zalworden.De voorzitter:Dat vraagt om een interruptie van mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Dan heb ik een vraag aan de Staatssecretaris. Acht hij de medischadviseurs op Bonaire in staat om op afstand een goed en weloverwogen,gedegen besluit te nemen over wel of niet doorverwijzen? De geluidenvanuit de eilandsraad en de eilandbewoners zijn namelijk anders.Staatssecretaris Karremans:Ik denk het wel, omdat die medisch adviseurs ook met de aanbiederscontracten hebben gesloten. Wij kopen die zorg in. Dat is net zoals het inNederland werkt, alleen dan via de zorgverzekeraars. De heer Blaauw zeiterecht: wij zijn hier de zorgverzekeraar. Dat is dus wat we hebben. Wetoetsen dus ook niet de diagnose, maar de regeling. We toetsen of dievoldoet aan wat we hebben afgesproken met elkaar als het gaat omdoorverwijzingen. Dat is dus wat er getoetst wordt. Het is niet alsof er eensecond opinion plaatsvindt vanuit Nederland over een medische situatiein Caribisch Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12426 De voorzitter:Mevrouw Bruyning, in tweede instantie.Mevrouw Bruyning (NSC):Zoals ik net al aangaf aan de Staatssecretaris, hebben de eilanden daardan een andere mening over. Die geven aan dat de diagnose wel degelijkgetoetst wordt en dat er op basis van de gestelde diagnose door deverwijzer op het eiland doorverwezen wordt. Ik ben dus even kwijt hoe datdan werkt. Want als ze de doorverwijzing afwijzen, op basis waarvan doenze dat dan?Staatssecretaris Karremans:Nou, bijvoorbeeld op basis van de afspraken die wij hebben gemaakt overdoorverwijzingen, met aanbieders bijvoorbeeld. Dat zou inderdaadkunnen. Maar voor de goede orde: die medisch adviseurs hebben geeninzage in het medisch dossier. Daarbij is er natuurlijk allemaal privacybe-scherming. Het is dus niet zo dat er een second opinion wordt gegeven,helemaal niet. Er wordt dus getoetst op de regeling: voldoet het aan deafspraken die we daarover gemaakt hebben? Simpel gezegd: iemand wilbijvoorbeeld met een gekneusde teen naar Colombia, maar de afspraak isdat we dat niet doen, want dat doen we alleen voor medische spoedzorg.Daar kan op getoetst worden en dan is het antwoord uiteindelijk nee. Alshet gaat om andere aandoeningen en gevallen – daar heb ik net al watover gezegd – dan wordt dat vanzelfsprekend wel gedaan. Dat is dus hoehet in elkaar zit. Als daar gevoelens over zijn op de eilanden, dan maak ikdat vanzelfsprekend onderwerp van gesprek en dan ga ik daar graag overin gesprek met de mensen die dat ervaren. Maar zo zit het systeem inelkaar.De voorzitter:Mevrouw Slagt-Tichelman had al eerder een vinger opgestoken, of niet?Oké, mevrouw Paulusma, u mag.Mevrouw Paulusma (D66):Wat een fijne commissie is dit toch, voorzitter. Ik denk dat het heel goed isdat de Staatssecretaris aangeeft dat hij deze verhalen gaat ophalen, wantmijn ervaring is toch anders. Ik denk dat mevrouw Bruyning daar ook eenbeetje naar verwijst. Nu ga ik hier even mijn oud-collega citeren. MevrouwJorien Wuite had het altijd over «comply or explain». Er zou geen verschilin moeten zitten, en als het op de eilanden anders moet dan hier, moetmen het uitleggen. Er is wel degelijk een verschil, want in Nederlandvertrouwen wij onze professionals als het gaat om de doorverwijzing. Alsmijn huisarts mij doorverwijst voor een MRI, zit daar geen adviseurtussen. Dan word ik doorverwezen voor de MRI. Op de eilanden wordtdaar een adviseur tussen gezet. Of wij zeggen «we vertrouwen deprofessionals niet; daar was dusdanig veel aanleiding voor dat er eenadviseur tussen zit», óf we kunnen niet goed uitleggen waarom dit anderswerkt dan in Nederland.Staatssecretaris Karremans:Ik snap het punt, maar de situatie is daar natuurlijk anders. Je hebt daarvaker een ambulance nodig dan hier in Nederland. Bij simpele verwij-zingen gebeurt het daar ook gewoon. De zorg die gewoon in Bonaire moetplaatsvinden, vindt ook op die manier plaats. Het gaat natuurlijk om dezorg die elders moet plaatsvinden, omdat er medische noodzaak toe is.Dan is er weleens discussie over bijvoorbeeld de bestemming. Maar deafspraak is: zo dichtbij mogelijk. Daar kan weleens discussie overontstaan. Dan zegt men «nee, ik wil naar Colombia», maar de afspraak is:zo dichtbij mogelijk. Zo zijn er allemaal voorbeelden. Als mevrouwPaulusma voorbeelden heeft, ontvang ik die natuurlijk graag. Dan wil ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12427 die graag zien. Ik vind het moeilijk om te spreken over casussen die ik zelfniet heb gezien en waar ik niet van weet. Laten we wel wezen, ik zie ernatuurlijk graag op toe dat het systeem goed wordt toegepast. Nogmaals,als er andere gevoelens zijn, als men het idee heeft dat dat niet gebeurt,dan ga ik daar graag over in gesprek. Daar sta ik helemaal voor open. Ikprobeer alleen uit te leggen wat de afspraken zijn die we daarovergemaakt hebben en hoe het verschilt van de manier waarop we het inNederland hebben gedaan. Hier zegt de zorgverzekeraar soms natuurlijkook «dat doen we op een andere manier» of «dat bieden we toch niet zoaan». Die rol van de zorgverzekeraar hebben wij daar in feite, als Staat.Mevrouw Paulusma (D66):Ik ga natuurlijk ook niet over individuele casuïstiek praten, en ik snap heelgoed dat de Staatssecretaris daar niet op kan reageren. Maar het gaat heelerg over dat vertrouwen. Dat benoemde ik net in mijn eerste interruptie. InNederland speelt dezelfde discussie. Als je wilt dat professionals hun werkblijven doen in een sector waaruit vooral veel mensen weglopen, dan isvertrouwen number one. Wij krijgen van de eilanden terug dat datontbreekt. Dan ga je met elkaar een heel lelijke bureaucratische procedurein, wat de patiënt uiteindelijk ook niet helpt. Ik ben er helemaal nietgevoelig voor dat patiënten zeggen «ik wil naar Colombia; ga het maarregelen», maar ik ben wel gevoelig voor het vertrouwen in de profes-sional. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris daarnaar kijkt.Staatssecretaris Karremans:Daar ben ik het natuurlijk volstrekt mee eens. Dat vertrouwen moet er zijn,en dat is er ook. Bij binnenlandse doorverwijzingen is er ook vertrouwen.Dat is identiek aan de manier waarop we dat in Nederland doen. Het gaatnu echt om de aparte situatie met doorverwijzingen naar het buitenland.Nogmaals, ik ga daar graag over in gesprek. Ik loop daar helemaal nietvoor weg. Ik vind het helemaal prima om het daarover te hebben, nietalleen met patiënten, maar ook met professionals. Daar ga ik dus graagover in gesprek. Op basis van de informatie die ik heb, heb ik niet het ideedat het systeem vertrouwen in de weg staat. Het is ook niet zo dat je, als jezegt «we willen onze professionals vertrouwen», helemaal geen checks-and-balances moet hebben. Ik weet ook dat mevrouw Paulusma dathelemaal niet bedoelt. Maar het is dus een fine line. We kijken hoe we datdoen. Ik herhaal mijn toezegging nog een keer: ik ga daar graag over ingesprek met de mensen op de eilanden.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Ik sluit hierbij aan, want wij hadden dezelfde vraag over het vertrouwen inde zorgprofessionals. Het moet dichtbij als het kan, maar rechtstreeks alshet verder moet en dan direct naar de plek waar het moet. Ik heb ookgeluiden gehoord dat dat in het geval van spoedverwijzingen somsverkeerd gaat, dat er dan toch sprake is van extra delay door ZJCN. Als ikin Nederland op een ijzelachtige dag ergens midden in Drenthe eenbevalling doe en de traumaheli nodig heb om op tijd bij het ziekenhuis tezijn, dan bel ik die en dan komt hij. Dan hoeft er niet eerst een stempeltjevan een verzekeraar op waarmee die zegt: oké, de traumaheli mag komen.Dan gaan we rechtstreeks naar het ziekenhuis waar die zorg nodig is. Alsdat in Groningen is, is dat in Groningen. Moet dat rechtstreeks en heelgespecialiseerd naar Leiden, dan moet dat naar Leiden. Dat mis ik echthierin. Kan er dus ook bij spoedsituaties across the borders meervertrouwen zijn in de professionals?Staatssecretaris Karremans:Ik ben blij dat mevrouw Slagt-Tichelman die vraag stelt, want dan kan ikdat verhelderen. Bij spoed geldt dit namelijk niet. Er is dan geen stempelvan ZJCN nodig. Maar je kan het je wel voorstellen bij een ingewikkeldeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12428 knieoperatie. Dan is er niet per se sprake van een levensbedreigendesituatie, maar moet iemand wel vervoerd worden. Dus even ter verduide-lijking: voor spoed geldt dit niet. Het is dus niet zoals de situatie waariniemand op het punt staat om te bevallen. We gaan dan niet in Nederlandnog eens lekker met elkaar vergaderen over de vraag of dat nodig is. Datis niet aan de orde.Ik heb denk ik veel gezegd over doorverwijzen en de verzekering, of inieder geval over de air-ambulances. Wat het doorverwijzen betreft, zit erbij de air-ambulances natuurlijk een uitdaging. Op korte termijn zullen weeen werkgroep in het leven roepen om voor de bestaande uitdagingeneen structurele oplossing te maken. Dat gebeurt dus niet alleen metmensen van ZJCN; dat gebeurt ook met leden die zijn voorgedragen doorhet eilandbestuur. Saba en Sint-Eustatius hebben op dit moment eenfocusgroep van elk vier leden. Daar wordt dus aan gewerkt.Er is ook een vraag gesteld over het rapport. Er is dus een rapportgekomen, een health system review, van de European Observatory. Datrapport is in het Engels. Dat heeft er ook mee te maken dat de voertaal opde eilanden voor een groot deel Engels is. We hebben het natuurlijk nieteen Nederlands, maar een Europees rapport laten zijn. Dat is eigenlijk dereden daarvan. Zij hebben vooral een observatie gemaakt van de standvan zaken. Je kan tussen de regels door natuurlijk wel wat dingen lezen,maar ik wil daar nu een vervolg aan geven door een commissie in testellen die aanbevelingen doet aan ons, aan mij, om daar maatregelen uitte halen die we kunnen meenemen. Dat wordt ook onderdeel van hetbeleid ten aanzien van de zorg op de eilanden.Voorzitter. Volgens mij heb ik net in de interrupties al een aantal vragenbeantwoord.De voorzitter:Er is toch een interruptie van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):De Staatssecretaris had het over dat rapport. Ik weet niet of hij daar zonog op terugkomt bij het blokje digitalisering of overig.Staatssecretaris Karremans:Ja, digitalisering komt nog aan bod.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, maar ik had een vraag gesteld naar aanleiding van het rapport. Wat jenamelijk niet tussen de regels door leest maar wat gewoon echt deconclusie is, is dat er een gebrek aan data is.Staatssecretaris Karremans:Ja, daar kom ik op.Mevrouw Paulusma (D66):Ah, kijk.Staatssecretaris Karremans:Volgens mij heb ik heel veel vragen al beantwoord in de interrupties. Devraag over de tussenbeoordeling heb ik ook al beantwoord. «Zorgen datde verwijzingen beter geregeld worden.» Ja, daar zijn we mee bezig. Hoekunnen verwijzingen ook op Saba en Statia beter geregeld worden? Doordigitalisering. Dat is dan even het bruggetje naar het een-na-laatste blokje:digitalisering. Daarna komt namelijk nog een blokje overig.Ik ben heel erg blij dat er vanuit het vorige coalitieakkoord middelenbeschikbaar zijn gesteld om te investeren in digitalisering in de zorg. Daaris ook veel gebeurd. Er zijn nieuwe, betere computers gekocht, en dus iser betere hard- en software. Maar inderdaad – mevrouw Paulusma heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12429 het al gezegd – internet is een probleem. Er is wel internet, maar als hethard regent is het er even niet. Het is dus heel instabiel. Ik begreep dat datte maken heeft – ik heb het natuurlijk ook van horen zeggen – met het feitdat er een verouderde zeekabel op de zeebodem ligt. Dat is niet morgenopgelost. Daar is door het vorige kabinet ook hard aan gewerkt. Maar wehebben wel stappen gezet, vooral ook op security en privacy.Ik zal dan gelijk even beginnen met de vraag over de data. Dat is daaronderdeel van geweest. We zijn dus begonnen met het op orde brengenvan die technische infrastructuur. Het punt is alleen dat die financieringafloopt, ik geloof eind volgend jaar, dus 1 januari 2026. Wacht, ik overlegeven. Ja, tot en met 31 december ’25 hebben we nog financiering.Daarmee wordt de basis gelegd. Willen we bijvoorbeeld door met eendataplatform? Dat willen we wel graag om die data goed uit te wisselen,zodat we goed inzicht hebben in die data. Dat is namelijk cruciaal, ookvoor het maken van beleid en om te zien of het beleid dat we maken,effect heeft. Dus willen we door met een dataplatform, dan zullen daarmiddelen voor moeten komen. Die zijn er nu niet. Dat zeg ik er wel bij. Hetis nu incidenteel gefinancierd om de basis op orde te brengen, maar datzijn incidentele middelen. Die zijn niet structureel toegekend. Dat zal ermoeten komen om vervolgens door te gaan, maar we doen alles om allesgereed te maken zodat we daar nog door kunnen. Dus ik hoop dan eengoede case te hebben. Maar dat punt van die data is superterecht en dat isde manier waarop we daar nu aan werken.Dan de vraag van mevrouw Tielen hoe digitaliseren versneld en verbeterdgaat worden. Zoals ik net ook al heb gezegd is de ICT-basis bij dezorginstelling verbeterd, ook door het wegwerken van infrastructureleachterstanden. Er zijn allerlei scans geweest, ook bij zorginstellingen, bijde health centers op de eilanden, om te kijken welke software er nodig isom welke ingrepen te kunnen doen. Dat is allemaal gedaan samen metzorgprofessionals. Dat is allemaal voorbereidend werk. In zekere zin zijn eral computers aangeschaft die beter zijn, maar voor de rest is het allemaalvoorbereidend op. Dat is de huidige stand van zaken van de digitalisering.De heer Blaauw had een vraag over de opt-out. Zover zijn we nog niet. Wehebben ook nog een heel elektronisch patiëntendossier. Volgens deprivacywetgeving die er nu geldt op de eilanden, moeten patiëntenexpliciet toestemming geven om hun gegevens te laten delen. We moetennog bezien hoe dat er straks uitziet met een eventueel elektronischpatiëntendossier, maar we zijn nu echt nog bezig met het op orde brengenvan de basis en dan gaan we nog door. Ik snap de vraag, maar het eerlijkeantwoord daarop is dat we daar nog niet zijn. Dat waren de vragen overdigitalisering.De voorzitter:Dan gaan we door naar het volgende en tevens laatste blokje: overig/varia– geef het een naam.Staatssecretaris Karremans:Dat is de vraag van mevrouw Tielen wat de verantwoordelijkheidsver-deling is tussen bestuurscolleges, openbare lichamen en VWS. InCaribisch Nederland is gekozen voor een publiekrechtelijk stelsel, integenstelling tot het privaatrechtelijke systeem dat we hier kennen. Er isop Caribisch Nederland maar één zorgverzekering en ook geen eigenrisico, zeg ik tegen de heer Blaauw, en de lokale bestuurscolleges zijnverantwoordelijk voor het lokale beleid. Dat blijft sowieso zo. Daar vallenook de Wet publieke gezondheidszorg en het lokale armoedebeleid onder.Daar zijn zij gewoon verantwoordelijk voor. Er is een goede verbindingtussen VWS en de openbare lichamen om goed aan te sluiten op debehoefte. Dus lokale behoeften worden door VWS maar ook door andereministeries goed doorvertaald in beleid op de eilanden. Zo zit het inelkaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12430 Mevrouw Tielen (VVD):Ik denk dat ik het snap, maar dan even concreet. We hadden het een paarzinnen geleden bijvoorbeeld over de staat van de ziekenhuisgebouwen.Wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor een fatsoenlijk onderhoudsplan,renovatieplan en dat soort dingen? Wie is verantwoordelijk en waar moethij zijn budget vandaan halen?Staatssecretaris Karremans:De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de gebouwen, want die is ookeigenaar van de gebouwen, maar die financieren wij. Wij maken daarafspraken mee. Dus ze krijgen financiering vanuit ons en daarmee kunnenze nieuwe gebouwen neerzetten en betalen ze afschrijvingen, stichtings-kosten et cetera.De voorzitter:Op dit punt, mevrouw Paulusma?Mevrouw Paulusma (D66):Ja, of komt de Staatssecretaris later nog terug op het gebouw? Er wasvolgens mij nog een toezegging richting mevrouw Bruyning over ditonderwerp. Maar anders wacht ik nog even.De voorzitter:Komt er nog iets over gebouwen?Staatssecretaris Karremans:Ja, die zit er wel ergens tussen. Die doe ik dan even uit mijn hoofd, hoor,want voordat ik ’m ...De voorzitter:U mag ’m ook straks doen, aan het einde van het blokje overig.Staatssecretaris Karremans:Ik zit even te kijken. Ja, die komt eraan.De voorzitter:Dan stel ik voor dat u het blokje overig vervolgt.Staatssecretaris Karremans:Over het gebouw op Statia heb ik al iets gezegd. Daar wordt nu aan dienieuwbouw gewerkt.De voorzitter:Dan is daar een interruptie op van mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Ja, excuus. Ik dacht dat de Staatssecretaris daar later nog op terug zoukomen. Wij waren op Statia op bezoek in het ziekenhuis en hebbengekeken naar het verpleeghuisachtige construct, letterlijk aan de overkant.Die samenwerking verloopt allesbehalve soepel. De plannen voornieuwbouw verlopen ook allesbehalve soepel. Dus ik vond de data die deStaatssecretaris noemde vrij optimistisch. Het gebouw is een drama. Ikkan me voorstellen dat de Staatssecretaris zegt: we gaan niet meerinvesteren in iets wat we gaan vervangen. Maar hier zit nu zo veelducttape op dat men vanwege het gebouw, de faciliteiten en dat wat hetwel of niet doet, echt door het ijs zakt, al is «ijs» misschien wat vreemduitgedrukt gezien de temperatuur aldaar. Dat kan niet zo voortduren tot denieuwbouw gerealiseerd is. Ik ben benieuwd naar de reactie van deStaatssecretaris daarop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12431 Staatssecretaris Karremans:Ik ken de bestuurlijke uitdagingen en ook de wat rommelige aanloop,maar dat is nu achter de rug, heb ik begrepen. Dus dat is fijn. Ik weet datdat er geweest is, maar daar is nu echt een bureau aan de slag met denieuwbouw. Dus dat is mooi. Laten we hopen dat het lukt om er in ’27, ’28te zijn. Wat het oude gebouw betreft is het aan de aanbieder om in kaart tebrengen wat er in de tussentijd nog moet gebeuren. Volgens mij is diedaar nu ook mee aan de slag. Je kan inderdaad niet zeggen: wevervangen de ramen niet meer en de airco is kapot, maar laat maar zitten.Alleen ben ik er niet geweest, hè, dus ik zeg dit bij wijze van spreken. Diemoet dat in kaart brengen en dan komt dat naar ons ter beoordeling. Datis de stand van zaken met betrekking tot het gebouw.Mevrouw Paulusma (D66):Als het goed is, is dat er, want deze bestuurder heeft de commissieuitgebreid gemaild over de staat van het gebouw. Dat was een beves-tiging van wat wij zelf gezien hebben. Als er nog een lijstje moet komen,denk ik dat dat er morgen is, maar dan ben ik wel benieuwd wat deStaatssecretaris daar vervolgens mee gaat doen. Ik snap wel dat ’27 eenmooi streefgetal is, maar dat is drie jaar verder. Gelet op het niveau vanwaar men nu in moet werken, houd ik, ook als oud-verpleegkundige, mijnvingers gekruist. Volgens mij moeten we dat niet willen met elkaar.Staatssecretaris Karremans:Laat me daar dan even induiken. Dit signaal neem ik serieus. Ik neem heteven terug en dan kom ik er later op terug. Dat kan schriftelijk als deKamer daar prijs op stelt. Dan kijk ik even wat we op korte en middellangetermijn willen – op de lange termijn is dat uiteindelijk nieuwbouw; daarzijn we het volgens mij over eens – en wat daar moet gebeuren. Misschienkunnen we dat met elkaar afspreken. Ik kan dat nu niet invullen.De voorzitter:Komt u daar dan schriftelijk op terug voordat u daarnaartoe gaat? Gaat uhet eerst letterlijk aanschouwen?Staatssecretaris Karremans:Ja, ik denk pre, pre reis.De voorzitter:Point taken. Voordat de Staatssecretaris verdergaat, heeft u nog een vraagop dit punt, mevrouw Slagt-Tichelman? Nee? Oké. Dan gaan we door.Staatssecretaris Karremans:Dat het punt over Curaçao. Daar zijn ook schriftelijke vragen over gesteld.Ik snap het. Ik snap de oproep. Ik snap ook de gedachte. Nu is Curaçao weleen zelfstandig land. Dat is feitelijk zo. Zij zijn feitelijk dus ook gewoon zelfverantwoordelijk. Dat is niet een mening van mij. Dat is nou eenmaalgewoon de feitelijke situatie. Maar anders dan in onze relatie ten opzichtevan België of een buurland als Duitsland, zijn we afhankelijk van Curaçaovoor bepaalde medische zorg. Dat klopt helemaal. Daar ligt inderdaad eenbelang van de BES-eilanden.Nu had mevrouw Bruyning het over de eventuele problemen – of laat«eventuele» maar weg – over de problemen bij het Curaçao MedicalCenter. Zoals de Staatssecretaris van BZK ook heeft geantwoord in debrief, is er geen verzoek om hulp geweest vanuit Curaçao. Op het momentdat er een verzoek om hulp komt vanuit Curaçao, zijn wij natuurlijk altijdbereid, ook gezien ons belang, om daarnaar te kijken. Wil dat zeggen datwij automatisch direct de rekening betalen? Nee, maar wij zijn bereid omdaarnaar te kijken. Hetzelfde zou gelden voor een ziekenhuis in Colombiadat mogelijk in de problemen zou zijn. Daar gaan we ook niet automatischTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12432 de rekening voor betalen, terwijl we daar ook afhankelijk van zijn metbetrekking tot zorg. Maar de welwillendheid is er altijd om te kijken watwij eraan kunnen bijdragen om te voorkomen dat de zorg daar achter-uitgaat. In dit geval valt dat binnen mijn verantwoordelijkheid voor deBES-eilanden.Mevrouw Bruyning (NSC):Mag ik hieruit concluderen dat, omdat Curaçao een autonoom land is, deStaatssecretaris zich niet geroepen voelt om een actieve houding aan tenemen om de kwaliteit van de zorg te verbeteren die daar geleverd wordtaan patiënten die van de BES-eilanden af komen, of zie ik dat verkeerd?De voorzitter:Of u die conclusie deelt, Staatssecretaris.Staatssecretaris Karremans:Nee, voorzitter. Ik denk ook niet dat het op prijs wordt gesteld doorCuraçao als ik dat zou doen. Zij zijn een autonoom land. Daar stellen zeprijs op. Dat vind ik ook terecht. We zijn goed bevriend. De BES-eilandenhebben een goede relatie met Curaçao. Als er iets aan de hand is, zijn wijnatuurlijk altijd bereid om daarover te praten. Dat hebben we in de briefook zo verwoord. Alleen, dat verzoek is er nooit geweest en dat belletjedus ook niet.Mevrouw Bruyning (NSC):Mag ik de Staatssecretaris dan vragen hoe hij reflecteert op hetgeen hijnet aangeeft, vanuit de rol die wij als Staat hebben als zorgverzekeraar opde BES-eilanden?Staatssecretaris Karremans:We hebben een inkooprelatie met een aanbieder. Dat is dus de functie vanons in het publieke gezondheidsstelsel. Wij kopen in Curaçao zorg in,maar dat doen we dus ook in Colombia en ook bij aanbieders op deBES-eilanden. Dus dat is even de rol die wij hebben ten aanzien van onzeverantwoordelijkheid voor de zorg op de BES-eilanden.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Bruyning (NSC):Deelt de Staatssecretaris dan met mij de mening dat wel de kwaliteit inogenschouw moet worden genomen als je bepaalde afspraken maaktvanuit de rol die wij als zorgverzekeraar, als Staat, hebben?Staatssecretaris Karremans:Zeker. Dat zit ook in de inkoopvoorwaarden. Die gelden nog steeds.De voorzitter:Mevrouw Slagt-Tichelman op dit punt.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Wij hadden daar een aanvullende vraag over: hoe gaat dat met patiënten-stromen richting Curaçao die onverzekerd zijn?De voorzitter:Onverzekerde patiëntenstromen vanuit Venezuela. Urgente gevallen, hoorik hier. Het mag ook straks.Staatssecretaris Karremans:Geef me zo even één minuutje. Dan lees ik ’m nog eventjes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12433 De voorzitter:Ja, gaat u maar door met het volgende punt.Staatssecretaris Karremans:Ja, daar komen we zo even op terug.De voorzitter:Het wordt voorbereid.Staatssecretaris Karremans:Dan waren dat alle vragen. O ja, hebben we enig idee hoe zorgkosten aankwetsbare groepen worden uitgegeven. Dat was de vraag, hè? Hoe zit hetmet de urgente gevallen, zwangere vrouwen en vluchtelingen uitVenezuela? Dat is ’m, hè? Ik heb ’m nog niet kunnen voorbereiden, dus ikga het even proberen te doen. Het is uiteraard vanzelfsprekend datkwetsbare groepen de zorg krijgen die ze nodig hebben. Dat geldtoverigens niet alleen voor ongedocumenteerden, maar ook voor toeristen.Als er spoed bij is, dus als iemand op het punt staat te bevallen, eenverkeersongeluk heeft of een herseninfarct heeft, dan heb je eenzorgplicht. Die hebben wij ook op de BES-eilanden. Dan zal er dus gewoonzorg gegeven moeten worden. Dat doet de zorgaanbieder. In eersteinstantie zal de zorgaanbieder de kosten van de behandeling verhalen opde patiënt, op de eventuele verzekering of in het geval van toeristen op dereisverzekering. Exacte inzichten in kosten hebben we niet, ook niet watbetreft het aandeel op Curaçao. Maar als zich een incassoprobleemvoordoet, dan vindt er uiteindelijk overleg plaats met ZJCN. Dus mochthet allemaal niet mogelijk zijn om tot een oplossing te komen voor hetbetalen van de zorgrekening – want daar heb je het uiteindelijk over – danvindt er overleg plaats met ons. Dan proberen we tot een oplossing tekomen. Daar hebben we dus ook weer een verantwoordelijkheid in. Maarbij spoedzorg, in spoedsituaties wordt sowieso zorg verleend, ook voorongedocumenteerden en toeristen, die geen inwoner zijn van de eilanden.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):In tweede instantie daarop. Ik ben heel blij dat te horen. Dat bleek niet uithet artikel van Trouw, maar dat ging met name over Aruba. Dus dat kan. Ikben dus blij dat het op de BES-eilanden zo gaat met urgente gevallen.Toerisme zorgt er natuurlijk voor dat duikersziekte vaker voorkomt. Ookkomen er ongeveer vijf zorgaanvragen per cruiseschip dat gebruikmaaktvan de zorg in Caribisch Nederland. Zijn er afspraken gemaakt metcruiseschepen om structureel bij te dragen aan de gezondheidszorg inCaribisch Nederland?De voorzitter:Ja, cruiseschepen.Staatssecretaris Karremans:Cruiseschepenbelasting. Daar had ik als wethouder ook al mee te maken.Schitterend. Er zijn volgens mij geen afspraken over gemaakt. Ik denk datals je aantrekkelijk wil zijn voor cruiseschepen om aan te meren, je daardan natuurlijk ook rekening mee moet houden. Ik zou zeggen: het is eenmogelijk idee. We hebben het nu niet, maar normaal gesproken hoort dereisverzekering deze kosten gewoon te dekken.De voorzitter:Heel kort.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):Heel kort. Ik denk dat het echt een goed idee is om het wel te bekijken,omdat het zorgsysteem wel extra wordt belast. Het zou mooi zijn als erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12434 een bijdrage gevraagd kan worden van de cruisemaatschappijen, omdathet zorgsysteem op een eilandje met 2.000 of 5.000 mensen heel klein enafhankelijk is.Staatssecretaris Karremans:Ik hoor net dat ze op Bonaire juist geld verdienen aan de medische zorgvoor toeristen, want die betalen namelijk het expattarief, en dat isbeduidend hoger dan het inwonerstarief. Dus we verdienen er juist geldaan. En zo moet het zijn. Wij moeten geld verdienen aan toeristen diemedische zorg vragen, vind ik ook als VVD’er. Laat ik dat erbij zeggen. Alswe dit daarmee kunnen afconcluderen, voorzitter ...De voorzitter:Wat een wending van het debat. Mevrouw Paulusma was eerder en dankom ik bij mevrouw Tielen.Mevrouw Paulusma (D66):Ik had het idee dat de Staatssecretaris zei dat hij alle vragen had beant-woord, maar dan ligt er nog een vraag open.De voorzitter:Ik kan bevestigen dat ik geen notities meer zie van vragen die nogbeantwoord moeten worden. Dat geeft u de kans om nog vragen te stellenover alles wat nog niet is beantwoord, maar dan echt gericht op uwinbreng.Mevrouw Paulusma (D66):Jazeker, want ik had één vraag nog open, ook naar aanleiding van hetwerkbezoek. Ik kan het iedereen aanbevelen om een werkbezoek op deeilanden te maken, want het helpt echt enorm. Ik heb veel zorgen gehoordvanuit de lhbti-gemeenschap over de toegang tot zorg, soazorg envoorlichting. Over het stigma kunnen we ook nog een heel debat voeren.Maar ik had een vraag gesteld over die specifieke groep en zorg.De voorzitter:Ik kan me herinneren dat die vraag is gesteld. En ik voel ook wel voor eencommissiebezoek. Wat niet is, kan nog komen.Staatssecretaris Karremans:Vanzelfsprekend, elk vervelend incident waar mensen anders wordenbehandeld dan gelijk, is natuurlijk niet te accepteren. Maar ik zal dat ookmeenemen in mijn bezoek. Als mevrouw Paulusma graag wil dat ik ditaandachtspunt meeneem, dan doe ik dat. Ook als zij dat zelf heeftgehoord, is dat aanleiding om dat te doen. Dus dat wordt dan post bezoekin de brief gezet.De voorzitter:Er komt een enorm postverslag van het bezoek van de Staatssecretaris. Ikben heel benieuwd welke opmaak het krijgt en of er foto’s bij zitten. Verrasons! Dan ga ik naar mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):Ja, op het gevaar af dat de Staatssecretaris zegt: daar ga ik ook naarkijken. Ik heb een heel stukje van mijn inbreng gewijd aan huiselijk gewelden kindermishandeling; volgens mij superbelangrijk. Ik accepteer best datde Staatssecretaris er in februari naar gaat kijken, maar er ligt gewoon eenheel mooi rapport. Tenminste, ik vind het heel mooi en rijk. Daar komenecht wel een aantal vragen uit voort, waarvan ik er een paar heb proberente stellen. Dus daar zou ik toch nog wel een antwoord op willen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12435 De voorzitter:Mevrouw Tielen, zeer terecht. Ik zie dat er weer nieuwe bullets ontstaannaast mij, dus volgens mij gaat de Staatssecretaris daar nu naartoe.Staatssecretaris Karremans:We proberen het op te zoeken. Ik heb ’m wel gelezen inderdaad.De voorzitter:Terwijl dit wordt opgezocht, ga ik ondertussen ook ... Ja? Check. Dan gaanwe dat nu doen. Dan kom ik zo bij mevrouw Bruyning.Staatssecretaris Karremans:Eens. Daar hebben we ook aandacht voor. Dat is heel terecht. MevrouwTielen zei: het is misschien een andere cultuur, met warmere families,maar toch ook met veel huiselijk geweld, fysiek en verbaal. Het onderzoekdat is gedaan, is gedeeld met de Kamer. Dat laat inderdaad ook zien dathet schrijnend is, echt schrijnend, en dat het veel voorkomt. De aanbeve-lingen die de onderzoekers doen, zal ik ook betrekken bij de afspraken diewe willen maken met de bestuurders ter plaatse. Kijk, er is een aanpak vanhuiselijk geweld, maar die moet verder versterkt worden, om ervoor tezorgen dat we daar ook echt kunnen voldoen aan het Verdrag vanIstanbul, zoals we dat in Nederland ook hebben. Daar gaan we opinzetten. Daar kunnen we de Kamer mogelijk ook eerder over informerenals we meer handen en voeten kunnen geven aan de aanpak van huiselijkgeweld.Mevrouw Tielen (VVD):Ik had specifiek gevraagd wat de ambities zijn van de Staatssecretaris. Ikhoor nu dat voldoen aan het Verdrag van Istanbul een eerste ambitieuzestap is. Dan hoor ik graag van de Staatssecretaris wat hij daarvoor nodigdenkt te hebben, ter plaatse. Wij hebben er in de Europees-Nederlandsecontext al heel veel moeite mee om het goed in beeld te hebben en om ervervolgens een aanpak voor te hebben. Dus ik roep wel op tot ambitie. Iknoemde kindermishandeling, maar volgens mij verdient ook ouderenmis-handeling expliciet aandacht in zo’n aanpak.Staatssecretaris Karremans:Dat is terecht. Sinds 2017 wordt ermee gewerkt. Er is een adviespunt en eris een meldpunt. Er zijn voorlichtingscampagnes geweest, dus er wordtaan gewerkt. Daarbij geldt natuurlijk dat we die ambities samen met deopenbare lichamen moeten formuleren. Ik wil hier niet zeggen: dat moethet zijn. Ik wil het samen met de openbare lichamen doen, omdat ik denkdat dat het meest effectief is. Ik denk ook dat het terecht is dat we datdoen. We verwachten de Kamer sowieso halverwege volgend jaar tekunnen informeren over de totaalaanpak. Mocht er vooruitgang zijn ofmochten er dingen zijn waarvan wij denken dat het belangrijk is dat deKamer dat weet ten aanzien van de aanpak van huiselijk geweld op deeilanden, dan zullen wij dat ook doen. Maar dit is er eentje die zorgvuldigmoet gebeuren en ook gevoelig ligt. Dit treft natuurlijk heel veel, dus ikdenk dat we dit samen met de eilanden willen oppakken.De voorzitter:Dan had ik nog een interruptie van mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Ik heb twee onbeantwoorde vragen, geloof ik. Ik had een vraag over deinspectie, over hoe de Staatssecretaris op die situatie reflecteert, en of deStaatssecretaris kan toezeggen dat er een doorlichting kan komen van deinspectie. Hoe kan er een samenwerking worden vormgegeven enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12436 gewaarborgd tussen de IGJ en de inspectie op de BES-eilanden? Dat wasvraag één.Vraag twee ging over de zorgnormen. Hoe kijkt de Staatssecretarisdaartegen aan?Staatssecretaris Karremans:Over de wat? Sorry.Mevrouw Bruyning (NSC):De zorgnormen. De afstemming van de zorgnormen.De voorzitter:IGJ, zorgnormen: dat zat misschien ook in de inbreng.Staatssecretaris Karremans:De zorgnormen gaan we even opzoeken. Sorry, de eerste vraag ging over?De voorzitter:De IGJ.Staatssecretaris Karremans:De IGJ. Ja, er wordt gewoon toezicht gehouden door de IGJ op deverschillende aanbieders op de BES.De voorzitter:Wat is uw specifieke vraag over de IGJ? Of ze wel of geen toezichthouden, of dat ze bepaalde dingen moeten doen?Mevrouw Bruyning (NSC):De vraag ging eigenlijk over het feit dat zorgprofessionals hebbenaangegeven dat er een gebrek aan vertrouwen heerst in het functionerenvan de inspectie en dat de inspectie haar taak dus niet naar behorenuitvoert. Volgens mij kunnen we dat ook wel vaststellen, als we het eroverhebben dat de kwaliteit niet op orde is. Dus wie houdt er toezicht op dekwaliteit? Hoe kan het toezicht verbeterd worden?Staatssecretaris Karremans:Is dat op de CAS of op de BES?Mevrouw Bruyning (NSC):Ik gaf aan dat het om de BES ging, maar ook op de CAS-eilanden is ersprake van.Staatssecretaris Karremans:Op de BES heb je gewoon toezicht door de IGJ op de aanbieders. Dat ishet. Als er signalen zijn dat dat niet goed gaat, wil ik dat ook specifiek zien.Dan wil ik natuurlijk ook concrete voorbeelden horen.Mevrouw Bruyning (NSC):Dan gaan we dat regelen; prima.De voorzitter:Goed dat dat laatste punt ook is gemaakt. Dan de normen. Hij heeft er nogeentje openstaan van mevrouw Bruyning.Staatssecretaris Karremans:Volgens mij ging dat over wanneer je moet accepteren dat er lokaleverschillen zijn. Dat is natuurlijk altijd lastig. We hebben gezegd: we willenvan een aanvaardbaar niveau naar een vergelijkbaar niveau. Dat heeftmijn voorganger gezegd en daar sta ik ook voor. Er is niet zoiets alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12437 vastgelegde internationale Europese zorgnormen. Die zijn er niet, maarwe weten natuurlijk wel hoe ons Nederlandse zorgstelsel in elkaar zit. Weproberen daar ook naartoe te werken. Maar je hebt daar nu eenmaal temaken met een andere situatie. Op Saba wonen iets meer dan 2.000mensen. Daar kun je geen hele ic runnen. Dat klopt. Dat is anders danwanneer je in Amsterdam-Centrum woont. Maar dat geldt ook, zoals ik alzei, voor Texel en Terschelling. Dus je probeert het zo goed mogelijkvergelijkbaar te maken. Je kunt er altijd over discussiëren en het interpre-teren, maar dat is wel onze verhoogde ambitie. De doelstelling was eerst«aanvaardbaar», maar die zit nu echt op «vergelijkbaar». Daar werken weook aan en dat laat het rapport ook zien. De afgelopen veertien jaar zijnenorme stappen gezet, maar we zijn er nog niet. Die stappen wil ik vooralvooruitzetten, samen met de commissie en vooral met de bestuurders ende bewoners op de eilanden.Mevrouw Tielen (VVD):Ik denk dat dat een heldere ambitie is, van aanvaardbaar naar verge-lijkbaar. Ik vroeg specifiek welke risico’s de inspectie heeft geconstateerden welke de Staatssecretaris daaruit wil lichten om als eerste aan tepakken.Staatssecretaris Karremans:[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]De voorzitter:Even stoppen. Mevrouw Tielen stelt een duidelijke vraag en u moet uwmicrofoon aanzetten als u antwoordt, anders horen we u niet.Staatssecretaris Karremans:Die moeten we even schriftelijk beantwoorden. Kan dat? Dank.De voorzitter:Dan noteer ik ’m alvast als toezegging. Die hoeft niet na het bezoek. Datkan ervoor, schat ik zomaar in; zo snel mogelijk. Ik kijk even naar deStaatssecretaris: volgens mij bent u door uw beantwoording heen?Staatssecretaris Karremans:Jazeker.De voorzitter:Ik kijk nog even naar de zijde van de Kamer of de eerste termijn van hetkabinet zo akkoord is. Dan schors ik even drie minuutjes en dan gaan wenaar de tweede termijn van de Kamer. Dan mag mevrouw Bruyning zo.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Dan zijn we gekomen bij de tweede termijn van de Kamer. De spreektijd is1 minuut 20, een derde van de reguliere spreektijd. Het mag altijd korter,dus dat is maximaal. Een ordevoorstel, hoor ik hier.Mevrouw Paulusma (D66):Niet een voorstel maar een vraag. U bent nieuw als voorzitter. Doet devoorzitter straks nog een rijtje toezeggingen? Precies. Want anders gaanwe zo meteen allemaal dingen vragen en van alles en nog wat doenterwijl deze Staatssecretaris het al heeft toegezegd.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12438 Ik kan u gelijk verklappen dat deze voorzitter het niet heel anders gaatdoen op dat gebied dan de voorgangers.Mevrouw Paulusma (D66):Zeer fijn, zeer fijn.De voorzitter:Daar kunt u op rekenen. Mevrouw Bruyning.Mevrouw Bruyning (NSC):Dank, voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor zijn antwoorden. Denoodzaak voor actie is nog nooit zo dringend geweest. Dit is geen gewonesituatie, dit is een noodkreet. We kunnen eenvoudigweg niet langerwachten. Het gaat om een dunne lijn tussen leven en dood voor velemensen die afhankelijk zijn van de kwaliteit van de zorg die ze krijgen, dienu niet in orde is. Dat is nog zacht uitgedrukt. We kunnen dan ook nietafwachten tot het bezoek in het voorjaar van 2025. Wat de Staatssecretarisnu kan doen, moet ook nu worden gedaan. De tijd voor plannen op papieris voorbij. De tijd voor actie is aangebroken. Laten we gezamenlijk ervoorstaan dat de staat van de gezondheidszorg in Caribisch Nederlanddrastisch verbeterd wordt. Ondanks de antwoorden ben ik nog steeds nietgerustgesteld, dus ik wil hierbij graag een tweeminutendebat aanvragen.De voorzitter:Dat laatste is gelijk genoteerd. Mevrouw Slagt-Tichelman.Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA):We hebben hier zojuist een commissiedebat gevoerd en we zijn in detweede termijn. Ik wil de Staatssecretaris graag bedanken voor detoezegging dat wij voor zijn bezoek in februari en na zijn bezoek infebruari een VWS-aanpak krijgen, maar daarnaast ook dat BZK na februarimet een kabinetsbrede aanpak komt. Het gaat niet om zorggelden maarom een aanpak die heel preventief kan zijn. Denk aan stabiel internet engoedkoop fruit, wat echt VWS-overstijgend is. Daar wil ik hem echt graagvoor bedanken.In mijn tweede termijn heb ik nog een aanvullende vraag. Ik heb begrependat de mensen op de eilanden nu een gezondheidspas, een zorgpas,hebben. Daar zijn wij heel erg blij mee. Maar als zij bijvoorbeeld opvakantie zijn op Sint-Maarten, moeten zij soms alsnog geld voorschieten.Wat is de status van de pas als ze op vakantie zijn op een ander eiland?Dus wat is de status van de pas voor het recht op zorg waar ze zijn? Dat isonze vraag. Moeten ze dan geld voorschieten? We horen van mensen datze soms geld moeten voorschieten.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Tielen.Mevrouw Tielen (VVD):Dank, voorzitter. Ik zei in mijn inbreng in eerste termijn al dat dit debateigenlijk net een beetje te vroeg is. We hoorden van de Staatssecretarisdat hij eigenlijk pas met een concrete visie kan komen na zijn bezoek,maar toch heeft hij al een paar toezeggingen gedaan voor de periodedaarvoor. Dank daarvoor. Ik denk inderdaad dat het belangrijk is dat wezorgen voor een vergelijkbaar niveau van toegankelijke zorg aan deandere kant van de oceaan. Het is belangrijk dat we daar aandacht en oogvoor hebben. Dus dank daarvoor.Ik heb verder geen aanvullende vragen. Ik heb wel een vraag aan devoorzitter. Ik hoor dat er een tweeminutendebat is aangevraagd. Ik vindhet zelf altijd wel een beetje plezierig als de mensen die het aanvragen,aangeven wat ze gaan doen, aan de ene kant om mezelf goed voor teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12439 kunnen bereiden, maar ook om als commissie een beetje hygiëne tegenereren in het aantal moties en dat soort dingen.De voorzitter:Ik vind het heel goed als we die cultuur met elkaar bewaken. Uiteindelijk ishet echt aan het Kamerlid. Een Kamerlid mag dat doen. Het is nietverplicht. Je mag er ook over nadenken. Dus het is even aan mevrouwBruyning: zijn er specifieke dingen waar u nu al aan denkt? Dan geef ik unog even het woord.Mevrouw Bruyning (NSC):Excuses, ik ben natuurlijk niet zo lang Kamerlid en af en toe moet ik diegewoontes mij nog eigen maken, dus het is fijn dat collega Tielen mijdaarop wijst. Ik denk eraan om een motie in te dienen over de kwaliteitvan de ziekenhuiszorg op dit moment en uiteraard de staat van hetziekenhuis, en hoe het nu verder moet tot 2027/2028. Ook wil ik echt ietszeggen over de inspectie. Het beeld dat de Staatssecretaris hier schetst, isnamelijk niet het beeld dat wordt aangegeven. Vandaar. De antwoordenzijn niet naar tevredenheid of niet afdoende. Daarom overweeg ik toch omaansluitend daarop moties in te dienen.De voorzitter:Prima. Goed om die mores in deze commissie te houden. Het is overigensaltijd goed als Kamerleden elkaar in de aanloop naar een tweeminuten-debat weer vinden en opzoeken. Zo worden moties altijd mooier. Ik spreekuit ervaring. Dan kom ik bij de heer Blaauw.De heer Blaauw (PVV):Dank u, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de over hetalgemeen verhelderende antwoorden op onze vragen. Ik was nog niethelemaal tevreden met het antwoord op de vraag over ambulance-vluchten vanuit Bonaire. Daar kan de Staatssecretaris straks in de tweedetermijn nog op ingaan, of toch schriftelijk, omdat ik toch wel heel snelinformatie wil over hoe dat nou geregeld is. Sowieso moeten we op ditgebied geen kostbare middelen verspillen, maar er moet wel snel eenoplossing voor komen. Ik weet niet of ik al – ik was daar net al naar aanhet kijken – een korte reflectie had gekregen van de Staatssecretaris ophet feit dat de Staat eigenlijk zelf zorgverzekeraar is op de BES-eilandenen, aansluitend op mijn eerste vraag, dat daar dus geen middelen verspildworden op dat gebied.Tot zover mijn tweede termijn.De voorzitter:Dank daarvoor. Nog even op uw eerste punt. Wij hebben gretig mee zittenschrijven tijdens de toezeggingen. Ik heb het idee dat u op uw eerste puntwordt bediend, maar dat gaat dan echt over de toezegging over hetonderzoek naar hoe de medische uitzendingen in de toekomst betergeregeld kunnen worden, en dan liefst voor februari. Maar ik weet nietprecies of dat u tegemoetkomt. Ik wil voorkomen dat we straks inherhaling vallen, vandaar.De heer Blaauw (PVV):Dat was dus precies mijn punt. Om te voorkomen dat de Staatssecretarishetzelfde zou vertellen als in de eerste termijn, wilde ik de tweede termijngebruiken om er gewoon even wat vaart achter te zetten. Ik heb dat hetliefst zo snel mogelijk.De voorzitter:Prima. We hebben ’m dus ook genoteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12440 De heer Blaauw (PVV):Top.De voorzitter:Check. Mevrouw Paulusma.Mevrouw Paulusma (D66):Dank, voorzitter. Dank aan de voorzitter, want volgens mij was dit heteerste commissiedebat, althans waar ik bij was, met deze voorzitter. Dankook aan de Staatssecretaris voor dit eerste debat. Ik vond het heelplezierig. Dat is ook weleens goed om met elkaar te delen. Ik ben blij metde toezegging rondom het schrappen van die BES-ontheffing als het gaatom BIG-geregistreerde zorgprofessionals. Ik ben ook blij om de toezeg-gingen en de zorgen die de Staatssecretaris met mij deelt als het gaat omde toegang tot zorg voor de lhbti-gemeenschap en het gebouw op Statia,waar meer ducttape in zit dan de Staatssecretaris zich kan voorstellen. Enik was heel blij – ik hoop dat de Staatssecretaris dat vasthoudt – dat we uitmoeten gaan van vertrouwen. Ik denk dat dat in het hele dossier Konink-rijksrelaties ongeveer de prikker is die overal steeds doorheen gaat. Datgeldt ook voor de zorg. Ik hoop dat de Staatssecretaris dat ook continuonder zijn arm meeneemt in de gesprekken. Ik kijk uit naar alle pre- enpost-brieven die we van deze Staatssecretaris gaan krijgen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u. Ook ik vind het leuk om uw voorzitter te zijn, ook na dit debat. Datblijft dus zo. Ik kijk even naar de Staatssecretaris. Kunt u gelijk door, ofheeft u nog een paar minuten nodig?Staatssecretaris Karremans:Ik kan wel gelijk door, hoor.De voorzitter:Oké, dan geef ik u het woord.Staatssecretaris Karremans:Dank, voorzitter. Mevrouw Bruyning had het punt gemaakt van «wat nukan, moet nu». Daar ben ik het mee eens. Dat doen we ook. Daarom zeg ikook: wacht niet met alles wat we van tevoren kunnen doen en in gangkunnen zetten. Dat doen we echt nu, zeker als het gaat om spoedzorg. Ikben het er overigens mee eens dat er op dat gebied heel veel te doen is,maar ik wil wel meegeven dat een oplossing niet altijd even makkelijkbedacht en uitgevoerd is. De praktijk is weerbarstiger, zeker op plekkenwaar minder elektriciteit, minder internet en minder drinkwatervoor-ziening is. We kunnen wel zeggen dat het morgen beter moet – dat wil ikook wel – maar dat kan niet zomaar. Het is aan de Kamer om te kiezenwelke moties daarover ingediend gaan worden, maar dat regel je nietzomaar per motie. Was het maar zo’n feest dat we dat op die manierkonden doen. Ik wil dus wel meegeven dat onze inzet echt is om dat zogoed en zo snel mogelijk te doen. Dat wil ik echt even benadrukken, zodatdaar geen misverstand over bestaat. De urgentie daarvan is me op hethart gedrukt vanuit de Kamer; die is wel duidelijk.Dan kom ik op de brief van BZK. Als ik de Kamer eerder over iets kaninformeren, dan doe ik dat inderdaad eerder dan het bezoek. De brief vanBZK gaat over bestaanszekerheid. Ook het kopen van fruit, groente etcetera zit daarin. Het gaat dus om bestaanszekerheid. Dat is het thema vandie brief en die komt inderdaad snel.Dan ga ik in op de zorgpas. Als je op Sint-Maarten op vakantie bent en hetniet om spoed gaat, dan heb je een reisverzekering nodig om bepaaldedingen te doen. Als je in het buitenland bent, wil dat niet zeggen dat jeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12441 dan automatisch recht hebt op elke vorm van zorg. Het kan dus zijn dat jedan moet voorschieten. Dat zou zomaar kunnen. Als het gaat om spoed,word je gelijk geholpen en hoef je niks voor te schieten. Dat regelen weachteraf. Zo is het nu geregeld. De heer Blaauw vroeg hoe het zit met deAir ambulance. Dat hebben we echt opgepakt. Dat doen we dus.Volgens mij was het dat, voorzitter. Dank.De voorzitter:Hoe vond u het?Staatssecretaris Karremans:Ik vond het erg leuk. Ik vind dit een mooi onderwerp en ik vond het ergleuk om dit te doen. Tot de volgende keer.De voorzitter:Zeker. En voordat ik naar een afronding ga, ga ik straks alles nog eensgoed voorlezen, zodat u mij scherp houdt voor het geval we iets vergetenzijn. Dan kunnen we dat gelijk doorgeleiden.Ik begin even met het meest belangrijke. Dit debat is niet afgerond. Erkomt een vervolg in de plenaire zaal, een tweeminutendebat met alseerste spreker mevrouw Bruyning. Dat geleiden we door naar plenair.Dan ga ik even de toezeggingen voorlezen.–De Staatssecretaris komt na zijn bezoek aan Caribisch Nederland meteen Kamerbrief met een totaalaanpak. Het bezoek staat gepland infebruari. De brief kan snel daarna komen. De Staatssecretaris neemtdaarin in ieder geval mee: de plannen voor preventieve gezondheids-zorg, wat we kunnen leren van het vaccinatiebeleid op CaribischNederland en de zorg voor de lhbti-gemeenschap.–De Staatssecretaris informeert de Kamer over het onderzoek naar demanier waarop de medische uitzendingen in de toekomst betergeregeld kunnen worden, indien mogelijk vóór februari.Ik ga u straks niet vragen of u nog heeft onthouden wat vóór en na is,maar ik lees alles voor en dan is dat ook genoteerd.–De Staatssecretaris gaat kijken naar de BES-ontheffing bovenop deBIG-registratie. Voor februari volgt een schriftelijke update over hetverdere proces.Dat is dus voor uw bezoek.–De Staatssecretaris werkt aan een verdere verfijning van doorverwij-zingen. Indien mogelijk informeert hij de Kamer voor februari.–De Staatssecretaris gaat kijken naar het ziekenhuis op Statia en naarwat er aan het huidige gebouw gedaan kan worden. De Staatssecreta-ris komt hier per brief op terug voor februari.Ik sprak het uit als «Stattia», maar het is «Statia». Ik moet er ook naartoe;ik zoek nog een reden. Ik kan me bij deze toezegging voorstellen dat deStaatssecretaris het eerst wil zien, dus het mag ook daarna. Het mag voorof na het bezoek. Dat is aan de Staatssecretaris.–De Staatssecretaris zegt toe de aanbevelingen uit het onderzoek overhuiselijk geweld te betrekken bij de afspraken die worden gemaakt.Indien mogelijk wordt de Kamer eerder geïnformeerd dan medio 2025.–De Staatssecretaris zegt toe schriftelijk terug te komen op de risico’sdie zijn gesignaleerd voor de inspectie en wel voor februari.–BZK komt met een brief over de integrale aanpak bestaanszekerheid.VWS werkt hieraan mee. De brief wordt indien mogelijk voor februarinaar de Kamer gestuurd, omdat de Staatssecretaris afhankelijk is vaneen ander departement.De Staatssecretaris zegt dat het ingewikkeld is om voor anderen dingentoe te zeggen, maar ook zijn collega’s van BZK hebben zich te houden aande wens van de meerderheid van de Kamer.Mevrouw Tielen, ik heb waarschijnlijk iets niet opgeschreven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12442 Mevrouw Tielen (VVD):Dat weet ik niet zeker, daarom ga ik het even toetsen. Bij de eerste brief nahet bezoek van de Staatssecretaris noemde u specifiek lhbtqi, maar ik hadook gevraagd om een apart kopje over wat we kunnen leren van devaccinatieprogramma’s daar. O, dat heeft u wel gezegd? Dan heb ikgewoon niet goed geluisterd.De voorzitter:Tweede bullet. Helemaal voor u! Ja, check! Of het nu één brief wordt ofdat er drie brieven komen, laat ik aan de Staatssecretaris. Het punt isgemaakt.Ik wil iedereen die dit debat heeft gevolgd, bedanken voor het kijken. Datzijn niet alleen de mensen hier aanwezig, maar ook iedereen die via hetscherm mee heeft gekeken, ook ver over de Atlantische Oceaan. Ik dankiedereen voor de voorbereiding van alle brieven en stukken. Ik dank deKamer en het kabinet.Sluiting 17.56 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 33 578, nr. 12443

Bron, video en gesprek →