KamerkringInloggen
Léon de Jong

Officieel Kamerprofiel

Léon de Jong

PVV →
10debatten
298bijdragen
212interrupties
27.784woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: PVV (2017-03-23–2025-11-11) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Voorzitter, hartelijk dank. We hebben het over een belangrijk onderwerp: armoede- en schuldenbeleid. Allereerst wil ik het graag hebben over het Tijdelijk Noodfonds Energie. Het is natuurlijk positief dat dit fonds ook dit jaar weer opengesteld kon worden. We hebben echter allemaal kunnen zien dat dit fonds al na een week moest sluiten vanwege het overweldigende aantal aanvragen: maar liefst 200.000. Klopt het dat u, of het kabinet, verwacht ongeveer de helft van deze aanvragers te kunnen helpen? Wat gebeurt er dan met die andere groep? Wat kan het kabinet doen om er ook voor deze groep te zijn? Worden zij bijvoorbeeld begeleid naar andere vormen van ondersteuning? Wordt er bij deze groep gekeken naar het niet-gebruik en worden ze daarover geïnformeerd en eventueel in begeleid, zodat ze gebruik kunnen maken van regelingen waarvoor ze in aanmerking komen? Graag een reactie. Daarnaast heb ik …

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Eerlijk gezegd — dat zeg ik niet om het weg te fietsen — heb ik het amendement niet gezien en niet gelezen. Ik weet dus niet wat de precieze inhoud is van het amendement. Ik weet wel dat we met strakke financiële kaders te maken hebben en dat er afspraken zijn gemaakt met het kabinet. De ruimte die er is, is er. Op de vraag of er meer dan dat is, kan ik niet vooruitlopen. U zult dat zien tijdens de stemmingen. Maar ik moet wel eerlijk zijn: er zijn financiële afspraken gemaakt. Daar is ook de PVV een betrouwbare partner in. Daar wijken we niet zomaar vanaf.

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Om te beginnen is dit volgens mij een vraag over de Voorjaarsnota. Daar zal nog een debat over worden gevoerd. Ik vind het wel zo netjes om dat in een plenair debat te doen. We hebben dan een financieel woordvoerder die heel erg goed zijn best gaat doen om op alles antwoord te geven. Wat betreft het noodfonds: ik was nog niet klaar met mijn betoog. Wat ik daarin wilde zeggen — ik zal dat zo meteen ook nog herhalen — is dat dat fonds uit twee delen bestaat: het deel dat door ons, of het kabinet, is gefinancierd en het deel dat bestaat uit private middelen. Ik wilde eigenlijk vragen aan het kabinet of het wellicht bereid is z'n best te doen om ook dat andere deel, het deel van die andere partijen, te vergroten en of het inzet wil plegen om er bij een volgende ronde voor te zorgen dat die pot wellicht wat groter wordt. Dan heb ik het dus niet alleen over het kabinet, maar ook over de andere kant. Dat is één ding. Als u het mij toestaat, voorzitter: er wordt weer een verhaal gehouden alsof wij niet vóór bestaanszekerheid zouden zijn. Dat is natuurlijk leuk voor de bühne, maar ik wil de heer Ceder er toch aan het volgende helpen herinneren: de armoedecijfers zijn sinds 2011 nog nooit zo laag geweest. In februari van vorig jaar stonden we er totaal anders voor. Door dit kabinet is de koopkracht, hoe weinig misschien ook, er toch op vooruitgegaan in de zeer lastige economische situatie waarin we verkeren. We mogen als PVV trots zijn op het feit dat we wellicht niet alles hebben binnengehaald, maar wel dat element van bestaanszekerheid. Dan kijk ik ook naar de andere coalitiepartners: NSC vond dat ook een belangrijk punt, samen met de BBB en voor een deel natuurlijk ook de VVD. We hebben datgene binnengehaald wat we binnen konden halen binnen de kaders die we hadden. Daar ga ik niet van weglopen. Het is iets prachtigs dat we het laagste percentage armoede sinds 2011 hebben. Daar zou de heer Ceder, gelet op wat hij in het verleden heeft gezegd, ook juist trots op moeten zijn.

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de heer Ceder zich helemaal niet druk maakt over die mensen in een kwetsbare situatie. Die mensen kijken naar dit debat en denken: oei, dat zijn grote woorden van de heer Ceder. Dat zijn kwetsbare mensen die niet altijd goed het overzicht hebben van wat wel en niet waar is in de politiek. De heer Ceder heeft het over bestaanszekerheid. Dan zeg ik: we hebben met betrekking tot bestaanszekerheid en koopkracht goede stappen gezet en een koopkrachtpakket voor elkaar gekregen. Ik noem zaken als het verlagen van de energiebelasting, brandstof, het bevriezen van het eigen risico, groepen in de knel, het omhooggaan van het kindgebonden budget, het verlagen van de inkomstenbelasting; noem het maar op. Het zijn dingen die betrekking hebben op de bestaanszekerheid van mensen. Tegelijkertijd zijn er ook lastige, moeilijke keuzes gemaakt door dit kabinet. Daar lopen we niet voor weg. Wat de heer Ceder doet, voor politiek gewin, is over de rug van kwetsbare mensen hier het beeld schetsen dat het kabinet die mensen benadeelt en geen oog voor ze heeft. Dat is pertinent onjuist, zeker als je kijkt naar de periode waarin de heer Ceder zelf verantwoordelijk was voor het armoedebeleid. Toen waren de armoedecijfers veel hoger, in ieder geval hoger dan nu. Dat is een heel groot compliment aan dit kabinet. Ze zijn voortvarend op weg in het kader van de doelstelling om de armoede onder gezinnen en kinderen te verlagen en zo laag mogelijk te houden, binnen de mogelijkheden die ze hebben. Daar steun ik ze in.

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Voorzitter. Ik zag ook dat de komende jaren jaarlijks extra middelen beschikbaar komen om opnieuw een fonds beschikbaar te stellen. Dat is positief. Maar welke lessen trekt het kabinet uit de ervaringen met het noodfonds? Is het kabinet daarnaast van plan om bijvoorbeeld private partijen nauwer te betrekken, zodat er meer financiële middelen beschikbaar komen voor de volgende rondes? Ook wil ik graag een reactie van het kabinet op het feit dat de website van het noodfonds op cruciale momenten onbereikbaar was. Voor aanvragers was het daardoor soms niet mogelijk om hun aanvraag in te dienen. Is in kaart gebracht hoeveel mensen hierdoor buiten de boot zijn gevallen, terwijl zij wel binnen de gestelde termijn probeerden aan te vragen? Dan het onderzoek Eerlijker en eenvoudiger armoedebeleid. Gisteren vond hierover een technische briefing plaats. Hoewel ik het niet met alle voorgestelde oplossingsrichtingen eens ben, onderschrijf ik wel het pleidooi voor meer uniformiteit in de regelingen. Ik heb daar eerder een motie over ingediend en hier in eerdere debatten aandacht voor gevraagd. Op dit moment bestaan er te veel verschillen tussen gemeenten. Mensen die hulp nodig hebben, kunnen hierdoor het gevoel krijgen dat ze worden benadeeld, simpelweg omdat ze in een verkeerde gemeente wonen. De term "loterij" komt in dit kader veelvuldig voorbij. Kan het kabinet aangeven hoe het aankijkt tegen de conclusies van het rapport en welke aanbevelingen het eventueel wil overnemen? Ik zie dat het kabinet werkt aan de uitwerking van plannen om armoede en problematische schulden tegen te gaan. Dat is een goede zaak. Het is belangrijk dat dit zorgvuldig gebeurt. In dat kader wil ik aandacht vragen voor het idee, dat ik steeds vaker zie terugkomen, van automatische betalingen bij regelingen. Ik hoor dit steeds vaker terug als oplossing om niet-gebruik tegen te gaan en drempels weg te nemen bij het aanvragen van hulp. Ondanks de goede bedoelingen maak ik mij hier toch zorgen over. We moeten niet vergeten dat automatische betalingen ook terecht kunnen komen bij mensen die niet primair financiële hulp, maar de juiste ondersteuning nodig hebben. Daarnaast ben ik bezorgd over oneigenlijk gebruik van regelingen wanneer er automatische betalingen plaatsvinden, zeker als alleen naar inkomensgrenzen wordt gekeken. Hoe kijkt het kabinet hiernaar?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Dat kan ik niet zo zeggen. Ik heb namelijk gisteren gezien dat er 90 gemeentelijke regelingen zijn, waarvan uit m'n hoofd meer dan de helft enkele regelingen zijn, waarbij die regeling er alleen bij die specifieke gemeente is. Je hebt ook nog zoiets als de autonomie van een gemeente zelf, de vrijheid die ze moet hebben om de eigen bewoners goed te kunnen helpen. Aangezien we natuurlijk ook te maken gehad hebben met de toeslagenaffaire en met te snel handelen in systemen of in een stelsel, vind ik het lastig om te zeggen "die regeling wel en die niet". Maar het gaat om het principe dat je moet kijken of je het niet kan clusteren, omdat er zó veel lokale regelingen zijn. Ziet het kabinet niet mogelijk een eigen rol daarin? Dat vind ik een heel legitieme vraag. Alleen, ik heb niet op basis van één rapport hier een panklare oplossing voor, ondanks het feit dat ik hier al vijftien jaar zit en al vijftien jaar dit onderwerp naar voren zie komen. Maar ik zou wel graag willen dat het kabinet dit serieus neemt en ons kan helpen door met de juiste oplossingen te komen.

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Omdat de regelingen vaak met elkaar te maken hebben. Als je aan het ene knopje zit, kan het effect hebben op het andere. Het is natuurlijk heel simpel om te zeggen: dat halen we eruit en leggen we landelijk neer. Maar daar kunnen ook zware financiële of stelselmatige gevolgen aan zitten, waardoor je uiteindelijk die mensen misschien helemaal niet helpt. Ik zou dus graag willen dat het kabinet daar een visie over opstelt en aangeeft: "We hebben dit gezien. Het is een probleem. Dat herkennen we. Het is niet in het voordeel van de bewoners van de gemeenten als het een wirwar is van regelingen waarbij ze door de bomen het bos niet meer kunnen zien. Hoe kunnen we dat verbeteren? Kunnen gemeenten zelf niet beter wat regelingen clusteren?" Maar om er één regeling uit te halen en te zeggen dat dat de oplossing is van het totale probleem, is iets te makkelijk. Het gaat ook voorbij aan de mogelijke consequenties die dat heeft. Daarom is mijn oproep zoals die is. Wij delen de geest van de conclusies uit het rapport van gisteravond, maar dat betekent niet dat je één regeling eruit kan halen en daarmee vervolgens het probleem oplost. Ik zou graag een reactie willen hebben van het kabinet hierop.

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Dat is natuurlijk een beetje een denigrerende vraag, of ik wel of niet een visie heb. Ik loop hier al vijftien jaar rond. Ik heb me vijftien jaar lang de tandjes gewerkt voor de mensen in het land. De heer Dassen loopt hier nog niet zo heel lang rond en weet zich altijd heel goed te profileren in het debat, maar maakt vervolgens helemaal niets klaar. Ik ben trots dat ik na vijftien jaar eindelijk weer eens in een situatie zit waarbij we regeringsverantwoordelijkheid kunnen nemen. Daarbij hebben we wellicht niet alles voor elkaar gekregen, maar proberen we de juiste routes uit te stippelen, zodat het de mensen thuis helpt. Ik heb me altijd druk gemaakt over bijvoorbeeld bestaanszekerheid en inkomen. De ene keer krijg je wel iets voor elkaar en de andere keer niet. Ik zit vijftien jaar in de Kamer. Ik bots soms tegen een muur aan en moet soms dezelfde dingen vragen. Ik zou het heel vervelend vinden als mij dan wordt verweten … Ik heb een rapport gelezen en onderzoekers geven een technische briefing daarover. Ik breng het fatsoen op om dat mee te nemen in een algemeen overleg vandaag, om te kijken of het kabinet daar wellicht mee aan de slag kan. Vervolgens wordt me gevraagd "heeft u zelf ook nog een visie?" Maar het mooie is juist dat ik in de positie zit om het kabinet te vragen met dat rapport aan de slag te gaan. Dat doe ik zonder dat ik makkelijke politiek bedrijf door te zeggen: weet je wat, studenten zouden nog weleens een heel goede kiezersgroep voor mij kunnen zijn; laat ik net doen alsof ik alle problemen van studenten heb opgelost door die regeling eruit te halen. Zo zit ik niet in elkaar, meneer Dassen. Ik wacht de reactie van het kabinet rustig af. Daarin kies ik ervoor om geen makkelijke politiek te bedrijven.

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Voorzitter, hartelijk dank. Dan nog een korte vraag over schuldhulpverlening. Uit cijfers van de NVVK, de vereniging van financiële hulpverleners, blijkt dat ondanks het feit dat het eenvoudiger is gemaakt om van schuldhulpverlening gebruik te maken, er toch niet meer mensen gebruik van maken. Hoe komt dat? Ik vraag me ook nog af hoe het zit met het idee om gratis betalingsherinneringen te sturen voor rekeningen van de overheid. Wat is hiervan de stand van zaken? Als je bijvoorbeeld bij het CJIB of bij de Belastingdienst een betalingsachterstand hebt, dan is het wel zo mooi als diezelfde instellingen een gratis herinnering zouden kunnen sturen. Dat zou kunnen voorkomen dat mensen nog verder in de problemen komen. Ik weet dat het kabinet ermee aan de slag is, maar hoe ver is het daarmee? Wanneer kan dat eindelijk worden ingezet? Voorzitter. Nog even terug naar het verhaal van de NVVK over de schuldhulpverlening. Dat is precies het voorbeeld. Het wordt makkelijker gemaakt. Het is eenvoudiger om mensen te helpen. Toch zie je dat er van de meer dan 700.000 mensen die in de problematische schulden zitten, ongeveer 80.000 zijn die hulp krijgen op het gebied waar het hier dan specifiek om gaat. Dat bewijst dus dat je altijd mensen hebt die je niet bereikt, hoezeer je ook je best kan doen om het te vereenvoudigen. Welke extra stappen ziet het kabinet nog om die mensen toch te bereiken? Voorzitter. Tot zover.

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Interruptie

De heer Léon de Jong (PVV): Dit is toch gewoon te gek voor woorden? Je zou maar keihard werken en elke dag 's ochtends om 05.30 uur of 06.00 uur de deur uit moeten, omdat je als zelfstandige ondernemer of op welke manier dan ook keihard moet werken om de eindjes aan elkaar te knopen en dan zie je die politici zeggen dat er zoiets bestaat als gratis geld. Er gaan miljarden om in de sociale zekerheid. Die staat wat mij betreft op veel punten op ploffen. Kijk bijvoorbeeld naar wat er in de bijstand gebeurt. Die groeit en groeit en groeit. Ik hoor partijen als die van de heer Dassen alleen maar zeggen: gratis geld; geef dat geld van al die mensen die onvrijwillig belastinggeld afdragen, maar uit. Daar gaat het om. Werkenden dragen onvrijwillig belastinggeld af en moeten dan maar hopen dat daar goed mee om wordt gegaan. De heer Dassen zegt: het is allemaal gratis. Ik heb een concrete vraag. Ik heb namelijk niets gehoord over de eigen verantwoordelijkheid van mensen. De heer Dassen heeft het over laaggeletterdheid. Hoe kijkt u dan bijvoorbeeld aan tegen de taaleis in de bijstand? Mensen zouden toch ook een eigen verantwoordelijkheid moeten hebben? Mensen zouden toch gestimuleerd moeten worden om de taal te leren als ze gebruikmaken van de sociale zekerheid?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Interruptie

De heer Léon de Jong (PVV): Wat de heer Dassen zegt, staat toch totaal haaks op elkaar? Hij zegt dat hij zich zorgen maakt over het feit dat mensen laaggeletterd zijn, maar vervolgens doet hij niets om mensen te stimuleren om zelf iets te doen met de taal. Dat is gek. Ik hoor hem niet zeggen: waar zijn de ouders van die jonge mensen, die er alles aan moeten doen om ervoor te zorgen dat hun kind minder laaggeletterd is en slaagt in het leven? Waarom hoor ik dat niet? Waarom wijst hij alleen maar naar het kabinet met "los het allemaal op", maar hoor ik niet dat er ook nog zoiets bestaat als de eigen verantwoordelijkheid? Als ouder ben je toch geen knip voor de neus waard als je toelaat dat je kind niet de kans krijgt die het verdient? Dit kabinet doet er juist alles aan om ervoor te zorgen dat mensen in hun kracht kunnen staan. Dat kan de heer Dassen wellicht niet met mij eens zijn, maar er bestaat ook nog zoiets als de eigen verantwoordelijkheid. Mijn concrete vraag is dan dus nog, ook in het licht van de eerdere uitspraak dat geld zogenaamd gratis is, wat een harde klap is in het gezicht van de belastingbetaler: hoe kijkt hij aan tegen de taaleis in de bijstand? Die kan stimulerend werken om ervoor te zorgen dat je de taal leert. Hoe kijkt hij daartegen aan?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Interruptie

De heer Léon de Jong (PVV): Het is wel mooi, want de heer Dassen geeft geen antwoord op mijn vraag met betrekking tot de taaleis in de bijstand. Als de heer Dassen zich echt druk maakt over de laaggeletterdheid en het niet kunnen spreken van de Nederlandse taal, zou hij voorstellen om mensen te stimuleren om de Nederlandse taal te spreken, moeten steunen. Maar volgens mij is de heer Dassen tegen de taaleis in de bijstand. Dat is helemaal in lijn met zijn filosofie dat geld zogenaamd gratis is. Maar de sociale zekerheid barst uit zijn voegen, omdat er ook mensen gebruik van maken die daar eigenlijk helemaal geen gebruik van zouden moeten maken. Daar hoor ik de heer Dassen nooit over. Mijn concrete vraag is de volgende. Hoe kan het nou dat de heer Dassen zegt dat we ons zorgen moeten maken over de laaggeletterdheid van jongeren, dat hij op geen enkele wijze een verantwoordelijkheid ziet bij ouders en dat hij vervolgens ook nog een keer zegt: alle maatregelen die moeten stimuleren dat mensen de taal spreken, zoals de taaleis in de bijstand, moeten we vooral niet steunen? Dat is toch op z'n minst hypocriet te noemen?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Interruptie

De heer Léon de Jong (PVV): Wanneer kan de staatssecretaris de Kamer hierover informeren?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Interruptie

De heer Léon de Jong (PVV): Hartelijk dank voor het antwoord. Gratis geld bestaat niet; dat ben ik helemaal met de staatssecretaris eens. Ik wil even terug naar de betalingsherinnering. Ik snap het verhaal voor na 2028. Het is goed om dat in kaart te brengen. Maar is de staatssecretaris bereid om die twee elementen uit elkaar te trekken? Is hij bereid om zo snel mogelijk tot die betalingsherinnering te komen en vervolgens — misschien kan het naast elkaar bestaan — te bekijken wat het effect is voor na 2028? Dan kan er in ieder geval gestart worden. De staatssecretaris zegt ook dat hij ons daarover gaat informeren zodra er meer bekend is. Kan de staatssecretaris een tipje van de sluier oplichten over wanneer dat dan zou zijn?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Interruptie

De heer Léon de Jong (PVV): Dat werken moet lonen, is voor ons een superbelangrijk punt. We hebben indertijd een motie daarover aangenomen gekregen. De staatssecretaris zegt dat hij daar met anderen in het kabinet voortvarend mee aan de slag is. Daar wil ik hem hartelijk voor danken. Op welke termijn denkt de staatssecretaris de Kamer daarover te kunnen informeren, met concrete voorstellen?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Interruptie

De heer Léon de Jong (PVV): Neemt de staatssecretaris daar ook het volgende in mee? Bij automatische betaling kan het ook gebeuren dat mensen die er eigenlijk geen recht op hebben, dat geld toch krijgen, op welke manier dan ook. Dan moeten terugvorderingen plaatsvinden. We hebben gezien, bijvoorbeeld bij de toeslagenaffaire, dat terugvordering mensen juist enorm in de problemen bracht. Je ziet vaak dat de discussie over automatische betaling voortkomt uit de drempels die mensen ervaren om een bepaalde regeling aan te vragen. Het is heel goed dat de staatssecretaris zegt dat hij ook naar die drempels wil kijken. Natuurlijk moeten we ook kijken naar welke regeling wel geschikt is voor eventuele automatische betaling. Maar het kan niet zo zijn dat er een automatische betaling plaatsvindt en mensen vervolgens een terugvordering krijgen. Ik neem aan dat we dat niet gaan kwijtschelden. Hoe kijkt de staatssecretaris daartegen aan? Neemt hij dat mee?

Bron, video en gesprek →
22 mei 2025 · Spreekbeurt

De heer Léon de Jong (PVV): Ik wil graag de staatssecretaris bedanken voor de beantwoording van de vragen en de toezeggingen. Ik zie de brieven graag tegemoet.

Bron, video en gesprek →