Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024 Vragen gesteld door de leden der Kamer 2023Z15436 Vragen van de leden Van der Plas (BBB) en Bisschop (SGP) aan de Minister voor Natuur en Stikstof over het Universiteit van Amsterdam (UvA)-rapport inzake stikstofdepositie (ingezonden 19 september 2023). Vraag 1Bent u bekend met het onderzoek uitgevoerd door de UvA in opdracht van het Mesdagfonds met de titel «Nitrogen deposition around dairy farm: spatial and temporal patterns», van Tietema en andere(n) (e.a.)? Vraag 2Denkt u, gezien de conclusies van dit onderzoek, dat het zinvol is om in het beleid zo de focus te blijven leggen op de aanpak van zogenaamde piekbelas-ters, waarvan er veel op kilometers afstand van stikstofgevoelige natuur liggen? Zo ja, waarom? Vraag 3Bent u bereid om meer onderzoek uit te zetten naar de droge depositie van stikstof op basis van dit onderzoek dat een mogelijke discrepantie laat zien tussen de gemodelleerde droge depositie en de gemeten droge depositie, ook met inachtneming van de verwachte niet gemeten depositie? Zo nee, waarom niet? Vraag 4Deelt u de mening dat dit onderzoek bevestigt dat we over moeten stappen op emissiebeleid in plaats van depositiebeleid? Zo nee, waarom niet? Vraag 5Ziet u mogelijkheden om op basis van dit, maar ook al eerdere onderzoeken op dit onderwerp, het vergunningenbeleid aan te passen op basis van een afstandsgrens van 500 meter of ten minste een wetenschappelijk onder-bouwde grens die veel minder ver ligt dan 25 kilometer? Vraag 6Hoe waardeert u de constatering dat de metingen wijzen op een relatief lage uitstoot van ammoniak door bemest grasland? Wordt hier meer onderzoek naar gedaan? kv-tk-2023Z15436’s-Gravenhage 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Vragen1 Vraag 7Deelt u de mening dat de isotopenanalyse in het genoemde onderzoek, waarbij stikstof uit mest en uit verbrandingsprocessen kan worden onder-scheiden, opvallende resultaten geeft wat betreft de verhouding tussen deze stikstofbronnen, en derhalve vraagt om verder onderzoek met isotopen naar deze verhouding, mede gelet op internationaal onderzoek dat wijst op onderschatting van de ammoniakemissie uit verbrandingsprocessen? Bent u voornemens verder isotopenonderzoek in eigen land te doen?1 Vraag 8Wordt de ammoniakconcentratie in stedelijk gebied, in industriegebieden en langs waterlopen met veel scheepvaart gemeten? Zo nee, gaat dit nog wel gebeuren? Vraag 9Heeft het Rijksinstituut voor Volksvezondheid en Milieu (RIVM) inmiddels op Europees niveau contact gelegd met andere onderzoeksinstanties met betrekking tot de ammoniakemissie bij verbrandingsprocessen?2 Vraag 10Heeft het RIVM inmiddels meer inzicht gekregen in de ammoniakemissie uit steenkoolverbranding?3 Vraag 11Hoe verklaart u de analyse op basis van korstmossenonderzoek in Overijssel dat de Nitrofiele IndicatieWaarde (een indicator voor de ammoniakconcentra-tie) in bebouwde gebieden hoger is dan in agrarisch gebieden, terwijl je het andersom zou verwachten?4 Vraag 12Wat is de stand van zaken met betrekking tot benutting van satellietdata en meerdere modellen (modelensemble) om de huidige modellering van de stikstofdepositie te verbeteren (Kamerstuk 35 334, nr. 158)? Vraag 13Is er al een eerste analyse beschikbaar van de metingen van de droge depositie met het Conditional TimeAveraged Gradient (COTAG)-systeem in onder meer Bargerveen in verhouding tot de berekende depositie? Vraag 14Is de uitbreiding van het aantal locaties voor metingen met het COTAG-systeem van drie naar tien al gerealiseerd? Zo ja, waar? Vraag 15Hoe waardeert u de recente onderzoeksresultaten van Wageningen Livestock Research waaruit zou blijken dat de ammoniakemissie uit ligboxenstallen neerkomt op 11,1 kilogram per koe per jaar, dus lager dan de huidige emissiefactor, vanwege hogere uitstoot van niet-reactief stikstofgas dan gedacht?5 Vraag 16Op welke wijze worden de genoemde cijfers meegenomen in de RIVM-berekeningen rond emissies en deposities?1Nature Communications, 13 december 2022, «Significant contributions of combustion-related sources to ammonia emissions» (https://doi.org/10.1038/s41467-022-35381-4).2Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2022–2023, nr. 1544.3Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2022–2023, nr. 1544.4Adviesbureau voor korstmosonderzoek, C.M. van Herk, 2021, «Monitoring van korstmossen in de provincie Overijssel, 1989−2020» (https://geo.overijssel.nl/arcgisonline/vitaalplatteland/Korstmossenrapport_Overijssel_2020.pdf)?5Nieuwe Oogst, 4 augustus 2023, «Meer uitstoot van niet-reactief stikstofgas dan verwacht».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Vragen2
Bron, video en gesprek →0debatten
1.567bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: SGP (2012-09-20–2023-12-05) ·