KamerkringInloggen
Songül Mutluer

Officieel Kamerprofiel

Songül Mutluer

PRO →
0debatten
672bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2026-06-09) · PvdA (2022-02-17–2023-10-26) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
12 jan 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Buitenlandse Zaken (V) voor hetjaar 202636 800 XVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Defensie (X) voor het jaar 202636 800 IVVaststelling van de begrotingsstaten vanKoninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H)voor het jaar 2026Nr. 34 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 januari 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, de vaste commissie voorDefensie en de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties hebben op9 december 2025 overleg gevoerd met de heer Brekelmans, Minister vanDefensie, en de heer Van Weel, Minister van Buitenlandse Zaken, overtoenemende spanningen in het Caribisch gebied en de gevolgenvoor het Koninkrijk.Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Defensie,PaternotteDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties,MutluerDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,Westerhoff kst-36800-V-34ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 341 Voorzitter: CederGriffier: Coco MartinAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Bamenga,Ceder, Dekker, Ellian, Hoogeveen, Van Lanschot, Piri, Vermeer en Vlottes,en de heer Brekelmans, Minister van Defensie, en de heer Van Weel,Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 20.32 uur.De voorzitter:Goedenavond, beste mensen. Good day, bon nochi. Gegroet ook aaneenieder die online meekijkt. Ik zal vandaag jullie voorzitter zijn. Ik ben deheer Ceder van de ChristenUnie. We zijn vandaag beland bij het debatover de toenemende spanningen in het Caribisch gebied en de gevolgenvoor het Koninkrijk. Daar gaan we vandaag met een aantal partijen en deMinisters van gedachten over wisselen. We hebben hier in de commissiede Minister van Buitenlandse Zaken, de heer Van Weel, en de Minister vanDefensie, de heer Brekelmans, te gast. Welkom. De Staatssecretaris vanBinnenlandse Zaken, de heer Van Marum, heeft zich afgemeld. Daar heefthij ook een bericht over gestuurd naar de commissie. Ik hoop dat we daarkennis van nemen. Mij is verzekerd dat de vragen die gericht zijn aan hemook beantwoord zullen worden door een van de twee aanwezigebewindspersonen.Daarnaast hebben wij een aantal leden, volgens mij een combinatie vanleden van de commissie Buitenlandse Zaken en leden van de commissieDefensie. Ik zal jullie dus welkom heten. Mevrouw Piri, u kunt gewoonvoorin zitten. Daar kunt u plaatsnemen. We hebben mevrouw Piri voorGroenLinks-PvdA, de heer Dekker voor Forum voor Democratie, de heerVan Baarle namens DENK, de heer Bamenga namens D66, de heerVermeer namens de BoerBurgerBeweging, de heer Hoogeveen namensJA21, de heer Van Lanschot namens het CDA, de heer Vlottes van de PVVen de heer Ellian namens de VVD.Voor dit debat staat drie uur gepland, tot 23.30 uur. Er is vier minutenspreektijd. Ik zal als voorzitter mijn best doen om er een halfuur van af tesnoepen, zodat wij rond 23.00 uur kunnen afronden. Dat doe ik niet omdatdit onderwerp niet belangrijk genoeg is, maar omdat ik denk dat het moetgaan lukken als wij de interrupties krachtig maar ook kort houden. Datvraagt discipline van uw kant, van mijn kant en van die van de bewinds-personen. Als echter blijkt dat dit onderwerp en de uitwisseling vragenom meer tijd, zullen we dat ongetwijfeld ook doen, maar dan kent u inieder geval mijn streven en weet u waarom ik ook strak zal optreden.Welkom aan de mensen die meekijken. Ik zie een aantal plaatsvervan-gende gevolmachtigden en er kijken ongetwijfeld ook een hele hoopmensen mee op de Caribische eilanden, dus van harte welkom.Wij gaan beginnen. Ik wil mevrouw Piri het woord geven. De spreektijd isvier minuten. Ik wil beginnen met vier interrupties. Als er ruimte is voormeer, zal ik dat toelaten, maar voor nu zet ik het vast op vier. MevrouwPiri, aan u het woord.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat we vandaag bijeenkomen na demaandenlange opbouw van de Amerikaanse troepen in de buurt vanVenezuela en de aanvallen op vermeende drugsboten op zee. Ook voorons Koninkrijk zijn de toenemende spanningen een bron van grote zorg.Op enkele tientallen kilometers afstand van de kust liggen Aruba, Bonaireen Curaçao. Het is de taak van Den Haag om de veiligheid van de eilandenen hun inwoners te waarborgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 342 De zorgen op de eilanden zijn legio, want met de dreiging van een nabijeoorlog komen ook veel onvoorziene gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan hetmogelijk wegvallen van de import omdat verzekeringsmaatschappijen nietmeer het risico willen nemen om schepen te verzekeren. Als de importdan stopt, moet je vervolgens ook genoeg voorraden hebben om eenperiode zonder import te overbruggen.Tot nu toe horen we vooral verhalen dat de overheid afwezig is in decommunicatie en onvoldoende doet om de zorgen weg te nemen. Mensenvragen zich af wat er gaat gebeuren met hun eiland. Dat is terecht, als jehet mij vraagt, maar het kan ook zijn dat mensen zich onnodig zorgenmaken. Kan het kabinet garanderen dat het de presentie ter plaatseverbetert om vragen te beantwoorden en zorgen weg te nemen? Liggen ernoodplannen klaar voor het geval er een militaire escalatie komt, voor hetgeval de eilanden toch militair bij het conflict betrokken raken of voor hetgeval dat bijvoorbeeld een grote groep Venezolanen bescherming zoektop de eilanden? Ik wil graag een reactie van de Minister over hoe hetkabinet zich ook voor de Nederlandse staatsburgers daar gaat inzetten.Voorzitter. Dan ga ik naar de internationale situatie. De VS hebben er totop de dag van vandaag geen bewijs voor geleverd dat de aanvallen op devermeende drugsboten in het Caribisch gebied legitiem zijn. Volgens defractie van GroenLinks-PvdA zijn deze aanvallen dan ook overduidelijkeschendingen van het internationaal recht. Ook de Minister schrijft in debeantwoording van Kamervragen dat hij geen informatie heeft om tebeoordelen of er sprake is van zelfverdediging. Dan ga ik er dus van uitdat het kabinet deze aanvallen, in navolging van onder andere Frankrijk,de VN-mensenrechtenchef en Human Rights Watch, klip-en-klaarveroordeelt. Helaas bleef dat nog uit in de beantwoording van deschriftelijke vragen.Voorzitter. Er is nog een Nederlandse connectie met de acties van Trump,namelijk dat de VS gebruikmaken van de vliegvelden op Aruba enCuraçao voor het waarnemen van drugstransporten. De VS makennamelijk gebruik van de vliegvelden op Aruba en Curaçao voor hetwaarnemen van drugstransporten. Gek genoeg schrijft de Minister in debeantwoording op mijn Kamervragen dat er vanaf Curaçao geen vluchtenplaatsvinden ten behoeve van de nationale operatie van de VS. Ten eerste:de Minister schrijft niets over het vliegveld op Aruba. Vinden er vanafAruba wél vluchten plaats die bijdragen aan de illegale nationaleoperaties van de VS?Ten tweede, en dit is nog fundamenteler: hoe weet de Minister zo zekerdat de vluchten vanaf onze eilanden niet ten gunste van de operaties zijn?Deze verkenningsvluchten nemen drugstransporten waar in de regio.Maken de Amerikanen onderscheid tussen drugstransporten die zij wélbombarderen, en drugstransporten die zij niet bombarderen? En zo ja,hoe weten we zeker dat de transporten die vanuit Aruba en Curaçao in degaten worden gehouden, niet het doelwit zijn van Amerikaanse bombar-dementen? Graag een reactie.Voorzitter. Het verdrag op basis waarvan de Amerikanen gebruik mogenmaken van de vliegvelden op Aruba en Curaçao loopt volgend jaar af.Hebben de Amerikanen al gevraagd om verlenging? Is het kabinet op ditmoment ook voornemens om het verdrag te verlengen?Tot slot, voorzitter. We hadden ook vragen gesteld over het besluit vaneen aantal landen om geen inlichtingen te delen met de VS. Zij namen ditbesluit op basis van de acties in het gebied. De beantwoording op dezeschriftelijke vragen was een beetje cryptisch. Ik hoor toch graag of hetkabinet ook op dat terrein actie onderneemt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Dan is het woord aan de heer Dekkervan Forum van Democratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 343 De heer Dekker (FVD):Dank u wel, voorzitter. Al langere tijd bestaan er spanningen, of gevoelig-heden, op Curaçao, Aruba en Bonaire in de relatie met Venezuela. Ik las ineen oud Clingendaelrapport dat in Venezuela vanouds het gevoel sluimertdat Aruba, Bonaire en Curaçao anomalieën zouden zijn. Sporadischeclaims daargelaten heeft Caracas zich echter niet echt drukgemaakt overdeze postkoloniale relicten, zoals ze die noemt. Dit komt onder andereomdat de eilanden economisch een nuttige functie vervullen: van delocatie van olieraffinaderijen tot een bestemming voor Venezolaansetoeristen en geldwitwassers. Er is bovendien sprake van nauwe familiere-laties. Er zijn in het verleden politieke spanningen geweest, waarbijMaduro sancties heeft opgelegd vanwege een te grote meegaandheid vande eilanden met de VS. Dit alles was uiteindelijk echter hanteerbaar.Het grootste probleem wordt gevormd door de emigratie van deVenezolanen naar de eilanden. Gezien de interne problemen in Venezuela,met revolutionaire groepen en gewelddadigheden over en weer, is ervoortdurend een reëel gevaar van massale, problematische instroom.Voor zover ik weet heeft dit gevaar zich nog niet in ernstige mategemanifesteerd. Maar de spanningen nemen in de huidige situatienatuurlijk enorm toe als gevolg van de enorme Amerikaanse militaireaanwezigheid, de aanvallen op vermeende drugsboten en het risico opeen militair conflict. Voor zover ik begrijp proberen de eilanden tevermijden om bij het conflict betrokken te worden. Ze stellen zich neutraalop. Ik begrijp ook dat het marineschip Zr.Ms. Den Helder ter plaatse is omwaar mogelijk bijstand te verlenen aan bevoorrading en dergelijke.Het is ongewis of en hoe het conflict zich verder gaat ontwikkelen. Het zieter echter niet goed uit voor Venezuela, wanneer je afgaat op de uitsprakenvan president Trump of het nieuwe National Security Strategydocumentvan het Witte Huis leest. De VS streven naar een volledige hegemonie ophet westelijk halfrond. Daar past Venezuela, zoals het er nu politiekbijstaat, niet in. Ik vraag de Minister om de communicatielijnen met deAmerikanen, Fransen, Britten, Venezolanen en natuurlijk de eilanden opente houden. De vraag is natuurlijk: wat doet Nederland wanneer het conflictescaleert en de eilanden in het schootsveld kunnen komen te liggen? Zijnhier voorbereidingen voor getroffen? En hoe zou Nederland reagerenwanneer de Amerikanen de eilanden logistiek, of zelfs militair, bij hetconflict zouden willen betrekken? Is daar op enigerlei wijze sprake van?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U blijft ook keurig binnen de tijd. Dan wil ik het woord gevenaan de heer Van Baarle van DENK.De heer Van Baarle (DENK):Dank u wel, voorzitter. Dit zou een heugelijk moment zijn geweest, waarinde premiers van Aruba en Curaçao een bezoek zouden brengen aanNederland. Dat liep helaas anders. Zij voelden zich namelijk genoodzaaktom hun reis vanwege de toenemende spanningen af te zeggen. Despanningen in het Caribisch gebied die nemen niet alleen toe, ze wordenmet de week zichtbaarder en voelbaarder. De Caribische landen binnenons Koninkrijk staan niet aan de zijlijn, maar ondervinden de gevolgen,net als de eilanden die bij Nederland horen. Het heeft er alle schijn van datTrump en de Verenigde Staten oorlogsmisdaden plegen en het internati-onaal recht schenden. Internationale organisaties, zoals de OHCHR,kaarten dit ook aan. Amnesty spreekt zelfs van buitengerechtelijkeexecuties. Het voorbeeld uit begin september is het meest treffend. Toenwerd een Venezolaanse boot, die door de Verenigde Staten bestempeldwas als drugsboot, opgeblazen. Toen de twee overlevenden zich aan hetwrak vastklampten, volgde een tweede aanval, die hun fataal werd. Dezehandeling is in alles in strijd met de Geneefse Conventies en is eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 344 oorlogsmisdaad. Nederland heeft de plicht om dit onder ogen te zien enom zich hier ook tegen uit te spreken. Als voor die operaties ook inlich-tingen worden gebruikt, die vanaf de basis op het grondgebied van onsKoninkrijk vergaard zijn, dan dragen we daar ook in enige vorm deverantwoordelijkheid voor. De vraag aan de Minister is: welke vervolg-stappen verbindt hij hieraan? Gaat Nederland net zoals andere landenstoppen met het delen van inlichtingen met de Verenigde Staten? Zal deMinister de aanvallen die de VS uitvoeren in de strengste bewoordingenveroordelen? Erkent de regering dat er absoluut geen rechtvaardiging isvoor de aanvallen die de VS op dit moment uitvoeren en erkent deregering dus dat ze overduidelijk in strijd zijn met het internationaal recht?Trump heeft zelf herhaaldelijk laten zien wat hem werkelijk drijft. Hij zeiover Venezuela: «Toen ik vertrok, stond Venezuela op instorten. Wezouden het hebben overgenomen. We zouden al die olie hebbengekregen.» Hij probeerde Groenland te kopen, omdat het volgens hemstrategisch interessant was. Via deals met Oekraïne wilde hij toegangkrijgen tot hun grondstoffen. We lijken gewoon te maken te hebben meteen patroon van door grondstoffen gedreven neokoloniale politiek,waarbij landen worden gezien als economische objecten. Is de Ministerhet met DENK eens dat Nederland zich op geen enkele manier mag lenenvoor deze agenda van de VS?Het regime van Maduro deugt niet; daar zijn we het over eens. Dat demensen in Venezuela net zoals alle andere mensen op de wereld vrijheiden mensenrechten verdienen, daar zijn we het ook over eens. De wegdaarnaartoe is echter niet illegale agressie door de VS of militaire regimechange. De weg daarnaartoe is ook niet de grondstoffen van Venezuela inde uitverkoop doen aan Trump. Op welke andere manieren is de Ministervoornemens om de bevolking van Venezuela te steunen? Hoe zet deMinister zich in voor diplomatie en de-escalatie? Welke andere maatre-gelen neemt de Minister om te voorkomen dat de landen binnen onsKoninkrijk worden meegesleurd in het geweld? Aruba, Curaçao en deandere landen binnen ons Koninkrijk in de Caribische delen van ons landhebben al jaren te maken met bijvoorbeeld de toenemende instroom vanmensen die uit Venezuela vluchten voor de armoede, de onderdrukking enhet gebrek aan perspectief. Deze landen en gebieden van ons land dragennu ook de lasten van de instabiliteit in de regio.Voorzitter. Als wij zij aan zij willen staan naast de andere landen binnenhet Koninkrijk, als we solidair willen zijn met de bewoners van dezelanden, als we één Koninkrijk willen zijn, dan moeten we nu laten zien dathun veiligheid ook onze verantwoordelijkheid is. Kan de Ministeraangeven op welke concrete manieren de landen binnen ons Koninkrijk enook de Caribische delen van Nederland ondersteund worden en hoe diesteun opgevoerd gaat worden met noodinfrastructuur, aanwezigheid,noodplannen, communicatie, en nog veel meer?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Bamenga van D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Goedemiddag, good afternoon, bon tardi, zeg iktegen de mensen in het Caribisch deel van ons Koninkrijk die dit debatvolgen. Het gaat om mensen op Aruba, Bonaire, en Curaçao, maar ookmensen van Saba, Statia en Sint-Maarten, die zich ernstig zorgen makenover de oplopende spanningen in het Caribisch gebied, over de tweeAmerikaanse oorlogsschepen die Curaçao op 13 november net buiten hunterritoriale wateren passeerden, over de vier kapotgeschoten vermeendedrugsboten niet ver van de oostkust van Bonaire en over het Amerikaansegevechtsvliegtuig dat op 20 november dicht langs de wateren ten noordenvan Aruba vloog. Sinds september zijn de Verenigde Staten begonnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 345 met vermeende drugsboten in het Caribisch gebied kapot te schieten,zonder zich ook maar iets aan te trekken van het internationaal recht.Inmiddels gaat het om 23 boten, met in totaal 87 doden tot gevolg.Daaronder was ook een boot waarvan later bleek dat deze niet naar de VSonderweg zou zijn geweest, maar naar Suriname. Twee bemanningsledenvan die kapotgeschoten boot werden, terwijl ze vasthielden aanbrokstukken van hun schip, alsnog gebombardeerd door de VS.Het is de VS dermate serieus dat het grootste oorlogsschip ter wereldinmiddels in het Caribisch gebied is aangekomen. Defensie en veiligheidzijn Koninkrijksaangelegenheden, maar Nederland is stil. Het gaat hier omhet zonder bewijs en zonder eerlijk proces kapotschieten van mensen. DeVN en Frankrijk hebben het al veroordeeld om wat het is, een regelrechteschending van mensenrechten. Daarom zit ik hier vooral met heel veelvragen. Is het kabinet bereid, net als de VN en Frankrijk, zich alsnog uit tespreken tegen de VS? Zo niet, vindt het kabinet dan dat wat de VS nudoen niet past binnen het internationaal recht? Dat is namelijk waarsprake van is. Welk precedent schept het niet uitspreken hierover voorandere landen? Is hij bereid dit alsnog te doen en andere Europese landenop te roepen hetzelfde te doen?Hoe wordt er voorbereid op het eventuele verdere scenario van escalatie,zoals een oorlog tussen de VS en Venezuela? Waarom delen wij nogsteeds inlichtingen met de VS die specifiek gaan over het Caribischgebied? Wil het kabinet daar per direct mee stoppen, net zoals hetVerenigd Koninkrijk en Canada? Is het kabinet bereid om in samenwerkingmet andere landen in het Koninkrijk, ook in het Caribisch deel van onsKoninkrijk een boekje te verspreiden waarin staat wat mensen moetendoen in het geval van een noodsituatie? Op welke manier wordenbewoners van de eilanden goed geïnformeerd over wat er gebeurt in hetCaribisch gebied? Gebeurt dat niet alleen in het Nederlands, maar ook inhet Engels en Papiaments? Waarom zijn onze schriftelijke vragen vaninmiddels drie weken oud nog steeds niet beantwoord? Ziet het kabinetde urgentie niet? Kan de Minister honderd procent zeker uitsluiten datAmerikaanse vliegtuigen die gebruikmaken van het vliegveld op Curaçaoop welke manier dan ook betrokken zijn bij de Amerikaanse acties in hetCaribisch gebied?Ook zien we Trump op X zetten dat het luchtruim boven en rondomVenezuela voor de eeuwigheid gesloten zou zijn. Wat betekent dit,specifiek voor Aruba, Curaçao en Bonaire? Welke contacten zijn er met deAmerikanen over hun acties in het Caribisch gebied?Voorzitter, afrondend. Nos ta un Reino. We are one Kingdom. We zijn éénKoninkrijk. We hebben de verantwoordelijkheid om net zo goed te staanvoor de veiligheid van Willemstad, Kralendijk en Oranjestad als voor deveiligheid van Den Haag en Amsterdam. We zijn het thuis van hetinternationaal recht, dat hier met voeten wordt getreden. Ik verwacht vandit kabinet actie. Ik wil vandaag horen wat die actie gaat zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U bent ook keurig binnen de tijd gebleven. Nu wil ik hetwoord geven aan de heer Vermeer van de BoerBurgerBeweging.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Voor BBB geldt: elke regio telt, maar dan ook echtelke regio. Dat is precies de reden waarom dit commissiedebat over detoenemende spanning in het Caribisch gebied en de gevolgen voor hetKoninkrijk der Nederlanden voor BBB van belang is. De escalerendespanningen, aangejaagd door de crisis in Venezuela en de groeiendeinternationale militaire aanwezigheid in de regio, zijn geen ver-van-ons-bedshow. Ze spelen zich af aan de voordeur van ons Koninkrijk.Nederland erkent de speciale verantwoordelijkheid in het afschrikken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 346 de agressieve socialistische dictatuur in Venezuela op slechts 65 kilometervan bijvoorbeeld Curaçao. Die verantwoordelijkheid vloeit niet alleenvoort uit onze internationale positie, maar ook uit de geografischenabijheid van Caribisch Nederland tot Venezuela. De zorgen onder debevolking vindt BBB dan ook begrijpelijk, ook de zorgen over hetmogelijke effect op het zo belangrijke toerisme.Maar wat merkt de bevolking concreet? Ik vraag de Ministers: is er extrazichtbare aanwezigheid van de overheid, is er extra informatievoorzieningof zijn er extra aanvullende veiligheidsmaatregelen? De communicatierichting de bevolking ligt bij de eilandbesturen zelf – dat begrijp ik – maardat staat of valt met de informatie die zij vanuit Den Haag krijgen. Gisterenhadden we hier de Staten van Aruba en Curaçao op bezoek en die vondendie informatie zeer beperkt of afwezig, in ieder geval voor de Staten zelf.Welke garanties kan de Minister geven dat deze informatie tijdig, volledigen zonder vertraging wordt gedeeld, zodat onrust en geruchten wordenvoorkomen? Gisteren hadden ze het bijvoorbeeld ook over de informatieover noodpakketten, die in Nederland verspreid is; daar zouden zij ookgraag meer van weten. De Minister geeft aan dat er op dit moment geenacute dreiging is voor het Koninkrijk, maar spanningen kunnen sneloplopen. Daarom vraag ik: welke concrete indicatoren hanteert het kabinetom te bepalen wanneer een situatie wél als acuut wordt gezien enwanneer wordt er opgeschaald?Voorzitter. Vorige week is de National Security Strategy van de VSopenbaar gemaakt. Daarin geeft de Trump administration zijn kijk op dewereld: op Europa, Azië en het westelijk halfrond. De toon is zeer helder:dit is onze achtertuin en onze achtertuin alleen; wij bepalen hier de regels.Volgens het stuk worden niet-regionale concurrenten geweerd, ommilitaire capaciteit te positioneren en strategische infrastructuur tebezetten of controleren op het gehele westelijk halfrond. Dit baart onsheel veel zorgen, want het Caribische deel van het Koninkrijk is onderdeelvan het westelijk halfrond. Zijn wij daardoor in de ogen van de VS eenconcurrent of juist een bondgenoot die onderdanig moet helpen debelangen van de VS te beschermen? Hoe leest de Minister het plan? Watzouden onze nieuwe taken moeten worden op het westelijk halfrond?Voor wie voeren we die eigenlijk uit? Is hier al contact over geweest metandere landen die fysiek aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld Frankrijk? Watgebeurt er als wij besluiten niet de wil van Trump woord voor woord uit tevoeren?Trumps wereldorde is pragmatisch en transactioneel. Hij laat deEU-landen als een blok vallen, maar eist vervolgens wel onze hulp om zijnachtertuin schoon te houden van onkruid. Waarom zouden wij dat doen,behalve om de burgers van ons Koninkrijk veilig te houden? Wat winnenwij ermee?Voorzitter. Wij willen weten wat de risico’s zijn voor de inwoners van onsKoninkrijk, maar ook voor de zeevaart en bijvoorbeeld de vissers terplekke. In welke mate blijven de soevereiniteit van de burgers en degebieden van ons Koninkrijk intact onder deze nieuwe strategie? Inhoeverre kan ons Koninkrijk zelf nog bepalen wat het wil met zijneconomie, prioriteiten en veiligheid?Het kabinet zegt geen zelfstandig oordeel te kunnen vellen over derechtmatigheid van de Amerikaanse acties, terwijl het hier gaat ommilitaire operaties vlak bij delen van ons eigen Koninkrijk. Vindt deMinister dat zelf een wenselijke situatie?Ik ga afronden, voorzitter. Welke stappen zet Nederland om toch binneninternationaal verband tot een duidelijk juridisch oordeel te komen? Ik wilook graag iets meer weten over de continuïteit en zekerheid van debevoorrading van de eilanden. Welke noodplannen zijn daarvoor?Tot slot. Is Caribisch Nederland voorbereid op een migratiestroom? Hoekan dat opgelost worden zonder dat het ten koste gaat van de huidigeinwoners? Wat is volgens de Ministers de rol van ons Rijk hierin?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 347 Dank u.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Het levert een interruptie op van mevrouwPiri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):De heer Vermeer wijst totaal gerechtvaardigd, denk ik, naar de verant-woordelijkheid van Den Haag als het gaat om de verdediging van hetgehele Koninkrijk. Ik hoor ook bij de BBB grote zorgen over deze grootsteAmerikaanse militaire opbouw in decennia in het hele Caribische gebied.Is de heer Vermeer het met mijn fractie eens dat het ook wel ontzettendstil is vanuit dit kabinet?De heer Vermeer (BBB):Dat zou mevrouw Piri al op kunnen maken uit alle vragen die ik hieroverstel. Als het niet zo zou zijn, had ik die niet hoeven stellen. Wat mij betreftmag er in ieder geval meer informatie naar ons toe komen. We moetenbekijken of dat wel of niet vertrouwelijk moet.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, daar zit ook mijn frustratie. Vandaar dat ik dit debat heb aangevraagd.Er gebeurt nogal wat in dat deel van ons Koninkrijk. Ik vraag me af of weüberhaupt iets hadden gehoord als we dit debat niet hadden aange-vraagd. Dan heb ik een volgende vraag. Ik ben het eens met heel veelvragen van de BBB. Ik hoor geen klip-en-klare veroordeling van wat deAmerikanen daar doen met de vermeende drugsboten op het moment datdaar natuurlijk geen enkel bewijs voor is. Sowieso zijn executies, moordenen bombardementen niet in lijn met het internationaal recht. Veroordeeltde BBB ook deze Amerikaanse acties?De heer Vermeer (BBB):Dat kan ik zelf nog niet goed beoordelen. Daarom vraag ik het kabinet ookhiernaar. Het kabinet zegt geen zelfstandig oordeel te kunnen vellen overde rechtmatigheid van de Amerikaanse acties, maar ik wil toch iets meerweten over hoe het kabinet daartegen aankijkt. Het kabinet heeft daar inde teams en organisaties erachter vast meer kennis over dan ik in mijnfractie hierover heb. Ik wil daar dus graag meer over weten. Een van deredenen dat ik hier bij het debat zit, is ook om hier meer over te weten tekomen.De voorzitter:Dank u wel. Dat was de laatste interruptie. Dan gaan we door naar de heerHoogeveen van JA21.De heer Hoogeveen (JA21):Voorzitter. Een citaat van oud-president Hugo Chávez van Venezuela uit2009: «Men moet weten dat daarginds Aruba, Curaçao en Bonaire liggen,drie eilanden die zich in Venezolaanse territoriale wateren bevinden, hierheel dichtbij, maar nog altijd onder een imperiaal regime, het regime vanhet Koninkrijk der Nederlanden. Ik wijs met de vinger, nee, ik beschuldighet Koninkrijk ervan dat het samen met het Amerikaanse imperium eenaanval op Venezuela voorbereidt.» Het ontketende destijds een kleinrelletje in de Nederlandse politiek. Er werden Kamervragen gesteld doortoenmalige PvdA-Kamerleden Leerdam en Eijsink. Daar bleef het gelukkigbij.Voorzitter. Het zet de toon voor de situatie van vandaag. Vanaf Curaçaokan je in de verte Venezuela al zien liggen, maar nu ook het grootstevliegdekschip ter wereld, de USS Gerald R. Ford. Met jachtvliegtuigen enbommenwerpers verhogen de Verenigde Staten de druk op Venezuela. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 348 risico ziet JA21 vooral dat na mogelijke Amerikaanse acties het regimevan Maduro wild om zich heen slaat en doelwitten dichtbij zoekt. Graageen kabinetsreactie. Aan welk type dreigingsbeeld denkt men?Dankzij het FOL-verdrag hebben de Verenigde Staten toegang tot hetgebruik van de luchthavens op Curaçao en Aruba. Dat is uitsluitend voorverkenningsvluchten met ongewapende vliegtuigen en alleen in het kadervan drugsbestrijding, maar toch gebruikte Chávez deze samenwerkingtoentertijd als basis voor zijn dreigementen. Dit zou zomaar weer uit deijskast kunnen worden gehaald. Daarom heb ik nog vier clusters vragenaan de Ministers. Eén: kunt u iets zeggen over de regelmatigheidwaarmee de Amerikanen de eilanden aandoen of gebruiken voor hundrugsbestrijdingsoperaties vóór en ook sinds de start van OperationSouthern Spear? Hoe is het contact met de Amerikanen? In hoeverrehebben zij oog voor de veiligheidssituatie van de ABC-eilanden? Staan zijNederland bij in geval van onverhoopte escalatie? Hoe is de staat van deluchtverdediging op de eilanden? Kan en moet Nederland daar meer voordoen? Ook naar aanleiding van de vraag van collega Piri vraag ik nog hetvolgende. Het FOL-verdrag loopt af in november komend jaar. Is hetkabinet voornemens dit verdrag te verlengen, waar de regering vanCuraçao ook om heeft gevraagd?Voorzitter. Ik kom bij de situatie voor de inwoners van de eilanden. JA21herinnert zich nog het rapport van de Raad voor de rechtshandhaving, datstelde dat Bonaire door grote problemen in de veiligheidsketen niet 24/7hulp kan worden gegarandeerd. Hoe is die situatie nu? Is er zicht opverbetering? Is er een actieplan voor militaire calamiteiten?Voorzitter. We hebben allemaal meegekregen dat er frustratie heerst op deeilanden over gebrekkige informatievoorziening van onze kant. In decontext van contact met regeringen zou JA21 daar ook graag ophelderingover willen. Dus hoe zouden we als overheidsinstanties en bevolkingvanuit Nederland betere informatie kunnen geven?Voorzitter. Ik rond af. Curaçao en Aruba huisvesten beide 17.000 Venezo-laanse vluchtelingen. Dat is respectievelijk een tiende en een vijfde van degehele eilandbevolking. Dat moet een enorme impact hebben. Bijescalatie kan die vluchtelingenstroom nog veel groter worden. Daaromheb ik een concrete vraag: hoeveel Venezolaanse vluchtelingen zijn ereigenlijk op Bonaire? Hoeveel samenwerking is er al tussen Nederland enAruba en Curaçao op het gebied van migratiebeheersing? In hoeverre isdie samenwerking ook toereikend?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U bent ook keurig binnen de tijd. Dan is het woord aan deheer Van Lanschot van het CDA.De heer Van Lanschot (CDA):Dank, voorzitter. Voor het CDA is het belangrijk dat wij laten zien dat hetKoninkrijk één is, in voor- en tegenspoed. Terecht zijn inwoners vanAruba, Bonaire en Curaçao nu huiverig, net als iedereen die daargeliefden heeft wonen. Daar zijn kundige vragen over gesteld door mijncollega’s. Dus ik zal die vragen niet herhalen. Die sluiten aan op deonderwerpen informatievoorziening, economische risico’s en voedselri-sico’s en de diplomatieke paden die bewandeld worden. Er warennatuurlijk ook vragen over het standpunt ten aanzien van de Amerikaanseaanvallen op de boten.Voor het CDA is de vraag die we daaraan toe willen voegen eigenlijk eenhele fundamentele: kan het kabinet bevestigen dat we ons tot het uitersteinspannen om Aruba, Bonaire en Curaçao zo goed als mogelijk teondersteunen, nu en als de nood aan de man is?Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 349 De voorzitter:Dank u wel, keurig binnen de tijd. Voordat we doorgaan, heeft u eeninterruptie van de heer Van Baarle van DENK.De heer Van Baarle (DENK):Ik zou graag aan de heer Van Lanschot het volgende willen vragen. Hijherhaalde eigenlijk de vragen die collega’s vóór hem gesteld hebben overde Amerikaanse aanvallen. Wat is zijn duiding namens het CDA van deaanvallen die de Amerikanen uitvoeren? Deelt hij de constatering van deOHCHR en mensenrechtenorganisaties dat we hier te maken hebben metschendingen van het internationaal recht, zoals buitenrechtelijke executiesmet het gericht aanvallen van de bemanning op die boten?De heer Van Lanschot (CDA):Dank voor deze vraag. Op dit moment is dat voor ons heel moeilijk vast testellen. Daarom stellen we ook deze vraag aan het kabinet, net zoals deandere collega’s.De voorzitter:Dat levert u een extra interruptie op.De heer Van Baarle (DENK):De hoogste vertegenwoordiger van de VN op het gebied van mensen-rechten zegt dat we hier te maken hebben met een schending van hetinternationaal recht. Amnesty, een alom gerespecteerde mensenrechten-organisatie, zegt: we hebben hier te maken met buitenrechtelijkeexecuties. Het aanvallen van een doelwit op zee mag op basis van hetinternationaal recht alleen als er sprake is van een imminente dreigingvan geweld. Ik kan me niet voorstellen dat er ook maar één legitimering isvoor het aanvallen van een boot met een aantal mensen. Zelfs al zoudendaar drugs op zitten – ik ben tegen drugs; laat daar geen misverstand overbestaan – dan is dat geen legitimering om die boot te bombarderen envervolgens twee mensen die zich aan de brokstukken vastklampen, ook tevermoorden. Hoe kan het CDA tot de conclusie komen dat het te weiniginformatie heeft om dit als een schending van het internationaal recht teclassificeren?De heer Van Lanschot (CDA):Er wordt terecht opgemerkt dat dit een hele zorgelijke ontwikkeling is. Ditsoort signalen van belangrijke internationale instituties moeten we ookserieus nemen. Daarom stelt het CDA ook deze vragen aan het kabinet,zodat daar meer opheldering over kan worden verschaft.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dit is wel uiterst bizar, als ik dat mag zeggen. Voor het CDA is het dus vanbelang wat het kabinet hiervan vindt om het zelf te kunnen beoordelen,wat bijvoorbeeld de Franse regering al klip-en-klaar heeft gedaan. Nietalleen de Franse regering heeft dat gedaan: luister maar eens wat deDemocraten in Amerika, onafhankelijke organisaties of de VN hieroverzeggen. Ik mag toch hopen dat de CDA-fractie op basis van de feiten diebekend zijn... Laat ik het anders stellen. Wat zou volgens het CDA eenlegitieme reden zijn om die bootjes te bombarderen, waardoor erinmiddels volgens mij 87 doden zijn? Wat is daar een legitieme redenvoor?De heer Van Lanschot (CDA):Volgens mij is dit een theoretische en retorische vraag. Het CDA contro-leert niet de Amerikaanse en ook niet de Franse regering, maar deNederlandse. Daarom stellen wij de Nederlandse regering vragen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3410 Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dan wil ik de heer Van Lanschot welkom heten bij de buitenlandcom-missie. Wij discussiëren hier namelijk over de hele wereld op basis vanbekende feiten die we krijgen van de regering, maar ook van onafhanke-lijke organisaties waar Nederland lid van is, zoals de Verenigde Naties. Wevellen daar zelf een oordeel over en nemen daar een politiek standpuntover in. Ik ben echt geshockeerd dat het CDA hier gewoon niet klip-en-klaar durft te zeggen dat hier sprake is van een schending van hetinternationaal recht.De voorzitter:En uw vraag?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ik geef u een vierde kans – het is een vierde interruptie – want ik kan meniet voorstellen dat het CDA in zo’n hoek wil komen dat de indruk kanworden gewekt dat het dit geen schendingen van het internationaal rechtvindt. Ik geef u dus een vierde kans om duidelijk te maken dat dit soortduidelijke schendingen... Dat heb ik van uw voorganger op BuitenlandseZaken, de heer Boswijk, altijd klip-en-klaar gehoord, of we het nou haddenover Sudan of over Gaza. Vel nou een eigen politiek oordeel, niet op basisvan de mening van het kabinet, maar gewoon op basis van eigenbevindingen, andere regeringen, VN-rapporten en mensenrechtenorgani-saties.De voorzitter:Ik wil even opmerken dat mevrouw Piri in ieder geval door haar inter-rupties heen is. Meneer Van Lanschot, ik wil u de kans geven om hierop tereageren.De heer Van Lanschot (CDA):Het blijkt dat het lid Piri haar mening al gevestigd heeft. Voor het CDA isdat niet het geval. Daarom stellen we vragen aan het kabinet.De voorzitter:Dat is een helder antwoord. Wij gaan door naar de volgende spreker. Datis de heer Vlottes van de PVV.De heer Vlottes (PVV):Voorzitter, veel dank. Amerika kondigde begin november een groteoperatie aan: Operation Southern Spear. De gevolgen volgden elkaar inrap tempo op. Op 14 november sprak een lokale journalist op Aruba nogvan een «ver-van-mijn-bedshow» en was het ook niet hét gesprekson-derwerp van het eiland. Inmiddels is het 9 december, zijn er grotetroepenverplaatsingen, is er een vrijwel gesloten vliegzone bovenVenezuela en leeft er de dreiging van militaire acties op het vasteland.Inmiddels hebben we ook kunnen lezen dat ook het Nederlandsemarineschip Zr.Ms. Den Helder is teruggevaren naar het Caribisch gebied.In de woorden van een woordvoerder van de marine is dit om debevoorrading op peil te houden. Dat leidt gelijk tot de eerste vragen. Dezevoorraden betreffen brandstof, munitie, voeding en reserveonderdelen,maar is daar dan nu een tekort aan? Hoe zijn deze tekorten dan ontstaan?Wat zijn de verwachtingen hiervan van de bewindspersonen? Tegelij-kertijd lezen we dat de terugkeer van het marineschip niet los kan wordengezien van de situatie. Me dunkt, maar kunnen we dan nog meer van ditsoort bewegingen verwachten vanuit het kabinet? We hebben in de krantkunnen lezen dat er inmiddels ook overleg is tussen Frankrijk, hetVerenigd Koninkrijk en natuurlijk Nederland «voor als het misgaat». Zostond het in de krant. Hoe reëel is deze kans? Wat is het scenario dat danTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3411 op tafel ligt? Wat is de inzet van het kabinet in dit overleg? Graag daar eenreactie op.Voorzitter. Niet alleen Amerika is bezig met grote troepenverplaatsingen,maar ook de regering in Venezuela heeft de bevolking op zo’n maniergemobiliseerd dat militaire oefeningen in het land zelfs in Aruba zijn tehoren. Dat is een zeer dreigend beeld, niet alleen voor ons hier, maarzeker ook voor de inwoners van Aruba, dat daar slechts zo’n 25 kilometervanaf ligt. Wat is de inschatting van de bewindspersonen als het gaat ommogelijke repercussies van Venezuela voor bijvoorbeeld Aruba in hetgeval Amerika aanvallen op Venezuela intensiveert?Volgens de Minister worden er op dit moment wel, zo u wilt, noodscena-rio’s uitgewerkt door de eilanden, maar is Nederland hier in het geval vanCuraçao en Aruba ook echt wel inhoudelijk bij betrokken? Uit antwoordenop schriftelijke vragen bleek dat het kabinet hier vooral een afwachtendehouding op heeft en vooral wacht op een uitdrukkelijk verzoek van Aruba,Curaçao en ook Bonaire. Is dit verzoek inmiddels gedaan? Zowel deArubaanse premier als de Curaçaose premier hebben hun geplandebezoek aan Nederland geannuleerd vanwege de onrust. Zij hebben, in dewoorden van de premier van Sint-Maarten, een mandaat gegeven aan depremier van Sint-Maarten om de situatie in de regio hier te bespreken.Wat zijn de gevolgen van deze gesprekken geweest? Hebben dezegesprekken al plaatsgevonden? Wat is daaruit voortgekomen?Voorzitter. De gevolgen zijn potentieel groot. Aruba is zoals we weten voorhet grootste gedeelte afhankelijk van toerisme. Ik heb inmiddels begrependat de Staatssecretaris in ieder geval meeluistert of de vragen wordenbehandeld door de aanwezige bewindspersonen. Vandaar de vraag: wat isnu al de status van de toeristische sector? Er zijn vele berichten datmensen hun reis nu al annuleren en dat de mensen die daar nu zijnhalsoverkop ook weer vertrekken. Ondervinden Aruba, Curaçao enBonaire daar nu al schade van?Voorzitter. Uit onderzoek blijkt ook dat door de situatie in het gebied zo’nhalf miljoen mensen Venezuela zullen verlaten als er niets verandert.Zoals gezegd, Aruba ligt daar zo’n 25 kilometer vanaf. Hoe reëel is dan hetrisico dat deze mensen, een half miljoen, oplopend tot 4 miljoen als desituatie nog verder escaleert, naar Aruba gaan? Hoe denken de bewinds-personen daarover? Wat verwachten zij? Hoe analyseren zij dezepotentiële vluchtelingenstroom?Voorzitter. Tot zover mijn vragen. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, keurig binnen de tijd. Het woord is aan de heer Ellian van deVVD.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Als je als laatste bent, zeker bij zo’n debat {De voorzitter:Als een-na-laatste.De heer Ellian (VVD):De een-na-laatste. De voorzitter gaat natuurlijk ons allen overtreffen. Ik gavooral kijken wat ik kan toevoegen aan de vragen van de collega’s. Ik sluitme natuurlijk ook aan bij de vragen over de informatievoorziening en deeconomische gevolgen en bij wat ik zelf de meest fundamentele vraagvind, namelijk welke risico’s het kabinet ziet. In de defensiedebatten enbriefings – daarvan waren sommige vertrouwelijk; daar kan ik natuurlijkniet uit putten – die we de afgelopen tijd hebben gehad in de Defensie-commissie, is wel vaker tegen de Minister gezegd: als het gaat overHomeland Defence, dan gaat het ook over het Caribisch deel van hetKoninkrijk. Ik ben wel benieuwd hoe de risico’s nu getaxeerd worden doorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3412 het kabinet. Ik ben met name benieuwd naar de vluchtelingenstroom; eenpaar collega’s refereerden daaraan. We weten dat er soms mensensmok-kelaars en criminelen op de boten zitten vanuit Venezuela naar bijvoor-beeld Curaçao maar ook Aruba; er zijn vaak wapens in de boten. De beidegevangenissen hebben het al vrij moeilijk. De mariniers leveren niet voorniets bijstand, ook op Sint-Maarten en volgens mij ook op Aruba. Bonairekan het inmiddels ook niet meer aan. Dat is overigens gewoon eenNederlandse DJI-locatie. Ik ben dus wel benieuwd hoe het kabinethiertegen aankijkt. Hoe kijkt het aan tegen de militaire aanwezigheid diewe hebben: de KMar, de mariniers en volgens mij ook de luchtmobielers.Als het daar escaleert, kan het daar weleens heel druk worden, bijvoor-beeld als het gaat om bijstand leveren. Volgens mij heeft Sint-Maarten nuook om bijstand gevraagd vanwege criminele onrust. Hoe kijkt het kabinetdaarnaar?Ik zou zelf nog het volgende willen toevoegen, want daar heb ik niemandover gehoord. Maduro is geen prettige kerel; dat moge duidelijk zijn. Maarhet Iraanse regime – dat blijkt uit alle rapporten die je kunt bedenken – isnatuurlijk volop actief daar. Hoe taxeert het kabinet het risico dat bij eenescalatie letterlijk vanuit Venezuela en het Iraanse regime naar onzeeilanden gekeken kan worden? Wat doen we daaraan? Hoe groot isbijvoorbeeld het risico dat de Revolutionaire Garde zich mengt in eenconflict?Voor mij, voor de VVD-fractie, komt het met name neer op de volgendevragen. Hoe groot zijn de risico’s? Wat doen we om de risico’s tebeperken? Hoe geven we de eilanden het gevoel dat we er voor hen zijn?Ik wil ook wel zeggen: laten we voorzichtig zijn en mensen niet onnodigonrustig maken. Ik vind dat we daarin ook een verantwoordelijkheidhebben.Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. Dan zou ik graag mevrouw Piri willen vragen om hetvoorzitterschap tijdelijk over te nemen.Voorzitter: PiriDe voorzitter:Het woord is aan de heer Ceder van de ChristenUnie.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Goedendag, good day, bon dia. 19 minuten: dat isongeveer de tijdsduur die een snelle speedboot nodig heeft om Aruba tebereiken vanaf het dichtstbijzijnde punt van Venezuela. De mensen op deeilanden Aruba, Bonaire en Curaçao willen gewoon weten: zijn wevoorbereid? Zijn we veilig? Staat Nederland paraat?Voorzitter. Het is belangrijk om de rust te bewaren, maar het is ookbelangrijk om voorbereid te zijn. De spanningen in het Caribisch gebiednemen toe. De Verenigde Staten vergroten hun militaire aanwezigheid inhet gebied en voeren dubieuze aanvallen uit op vermeende drugsboten.We zien op de eilanden de zorgen die leven. Die bereiken ook onze fractie,vanaf alle eilanden. De premiers van Aruba en Curaçao hebben vanwegedie onrust hun geplande reis naar Nederland geannuleerd.Artikel 3 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden bepaalt datDefensie een Koninkrijksaangelegenheid is. De Caribische landen hebbendus geen eigen leger. Defensie valt immers onder het Koninkrijk. Opgrond van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlandenverlenen de landen elkaar hulp en bijstand bij het behartigen vanbelangen die het Koninkrijk raken. Dat is een belangrijk artikel, juist op ditmoment. De afwachtende houding van het kabinet de afgelopen wekenverbaasde me om die reden. Waarom horen we niet proactiever eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3413 analyse van de veiligheidssituatie en de ondersteuning die het kabinet wilbieden, mocht de nood aan de man zijn? Graag een reactie.Graag hoor ik ook, in het kader van veiligheid, hoe er uitvoering wordtgegeven aan mijn aangenomen motie van een paar weken geleden,waarin werd verzocht om de defensiecapaciteit van het Caribische deelvan het Koninkrijk te versterken. Welke versterkingen zijn er inmiddels algedaan? Hoe luiden de reacties van de verantwoordelijke bestuurders opde eilanden? Ook hoor ik graag of de Amerikaanse aanwezigheid op deeilanden een rol heeft gespeeld bij de aanvallen op drugsboten. Zo ja,welke rol was dat? Hoe taxeert het kabinet deze? Wat als de VS bijvoor-beeld de territoriale wateren van de eilanden zouden gebruiken? Hoe kijkthet kabinet daarnaar?Dan iets anders specifiek ten aanzien Caribisch Nederland. In Nederlandwordt inmiddels een weerbaarheidscampagne uitgerold. Ik denk dat datgoed is. Waarom wordt de weerbaarheidscampagne niet ook voor datdeel van Nederland uitgerold? Kunnen we dat regelen? Wordt CaribischNederland ook meegenomen in de dreigingsanalyse van de AIVD?Naast veiligheid denk ik ook aan zaken die eerder genoemd zijn, zoalsvoedselzekerheid, economische kwetsbaarheid, het toerisme dat kanafnemen en de importkosten die kunnen toenemen. Het is dus belangrijkdat er nu al alternatieve aanvoerroutes worden uitgestippeld, mocht hetonrustig worden op de huidige routes op het water. Daarnaast is hetaannemelijk dat er meer vluchtelingen uit Venezuela komen, waardoor dedruk op de opvang en andere voorzieningen toeneemt. Wat kan hetkabinet in ieder geval toezeggen om de eilanden op deze punten teondersteunen, mocht het zover komen? Kunnen we daarbij ook eensplitsing maken tussen de landen en de bijzondere gemeenten?Voorzitter. Een militair conflict tussen de Verenigde Staten en Venezuelawil geen van ons. Het zal namelijk ook verstrekkende economische enhumanitaire gevolgen hebben. Daarom is het belangrijk dat wede-escaleren. In hoeverre is Nederland met de Amerikaanse overheid ingesprek? Wat wordt er teruggekoppeld? Hoe kunnen wij als Kamerledenvoldoende op de hoogte gehouden worden? We willen nu de rustbewaren, maar het kan ook rust geven om te weten dat Nederlandklip-en-klaar zegt: wij staan klaar voor de landen en de bijzonderegemeenten. Wij staan voor de eilanden.Voorzitter, tot slot. Een inventarisatie en coördinatie met de landen zijn nunodig, zodat men voorbereid is. Ik hoor graag van het kabinet welkeplannen er al in de contouren zijn opgesteld en zijn besproken met debestuurders van met name de Benedenwindse Eilanden. Ik weet dat eenaantal parlementariërs hiervan momenteel in het land zijn.Tot zover, voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap terug aan de heer Ceder.Voorzitter: CederDe heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, oud-voorzitter. Dan kijk ik even hoelang de bewindspersonennodig hebben voor de beantwoording. 25 minuten? De heer Van Weelvraagt altijd om een ruime schorsing. Ik snoep er dan vijf van af. Om 21.35uur stipt beginnen wij met de beantwoording van de bewindspersonen.De vergadering wordt van 21.16 uur tot 21.35 uur geschorst.De voorzitter:We zijn wat later, want we hebben nog op een bewindspersoon gewacht.We zijn weer compleet. Dat betekent dat we aan de beantwoording van deMinisters kunnen beginnen in de eerste termijn. Ik neem aan dat MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3414 van Weel zal starten. Er wordt instemmend geknikt. Ik geef de heer VanWeel het woord. Ik stel nu ook weer vier interrupties voor. Mocht er meergelegenheid zijn voor vragen, dan laat ik dat toe. Ik zou beide Ministerswel willen vragen om, gezien de aard van het debat maar ook gezien hettijdstip, misschien ook wel wat straight to the point te zijn, om het zo platmogelijk te benadrukken. Zo ontstaat er misschien ook wat meer ruimtevoor interactie en zijn we misschien ook op tijd klaar. Ik geef het woordaan de Minister. Dank u wel.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Dank aan de leden voor hun inbreng in de eerste termijn.Ik zal straight to the point zijn, om dat zo maar te zeggen, maar nietvoordat ik gezegd heb dat ik het goed vind dat we hier vanavond sprekenover een onderwerp dat in ieder geval mij, maar natuurlijk ook deeilanden – Bonaire is hier wel aanwezig vandaag – en de Minister vanDefensie en ook andere leden van het kabinet de afgelopen weken enperiode al bezig heeft gehouden om evidente redenen. Dit is een dossierwaarbij geopolitiek, de strijd tegen drugs en het belang van het Koninkrijkallemaal samenkomen. Door de nabijheid van onze eilanden bij Venezuelaheeft dat voor ons een bijzondere lading. Daar zijn we nadrukkelijk meebezig.Allereerst: wat weten wij van wat er nu gaande is en van wat de intentieszijn? Laat ik over dat tweede meteen eerlijk zijn; daar hebben we geenvolledige helderheid over. Die intenties worden door de Verenigde Statenniet met ons gedeeld. Wij hebben wel regelmatig contact met deAmerikaanse autoriteiten en vragen ook aandacht voor de precairesituatie met betrekking tot de eilanden, de nabijheid van Venezuela en dezorgen die er leven over de mogelijke implicaties van acties die zoudenworden genomen. Daarvoor is volledig begrip. Er is ook toegezegd dat wijinformatie zullen ontvangen die relevant is in dat kader, maar verder latende VS een zekere strategische ambiguïteit bestaan over wat nu huneinddoel is in het gebied. We zien dus die opbouw van de militairepresentie en hebben daar acties gezien tegen drugstransporten. Ik komdaar zo nog even op terug.We hebben de dreigingen van de sluiting van het luchtruim van Venezuelagezien. We hebben halve aankondigingen en niet-ontkenningen gezienvan mogelijke aangrijpingen op het land van Venezuela van drugstrans-porten. We hebben een ultimatum aan Maduro om te vertrekken gezien.Tegelijkertijd, zeg ik er gelijk bij, zijn de kanalen nog open. Er wordt nogdiplomatiek gesproken tussen Washington en Caracas. Er gaan nog steedsdeportatievluchten door tussen Washington en Caracas en daar is dus ooknog steeds een kanaal waarin gesproken wordt. De hoop op de-escalatiegeven wij dus niet op. Daar dringen wij ook internationaal op aan, dus datwe elkaar op dat punt vinden. Tegelijkertijd geeft dat ons geen honderdprocent zekerheid, ook omdat we die intenties niet kennen. Daarom zijnwe ook nadrukkelijk in overleg met de eilanden, om te kijken wat nuvoorstelbare scenario’s zijn die wij voor ons kunnen zien en wat wedaaraan kunnen doen. Ik zeg daar even bij dat we dat niet doen om paniekte creëren.Wij zien op dit moment – dat hebben we ook aangegeven in deantwoorden op de Kamervragen – geen acute dreiging voor de eilandenals gevolg van de acties die de Verenigde Staten nu nemen. Tegelijkertijdzou het vreemd zijn als we, nu dit speelt en nu deze spanning opbouwt,niet zouden nadenken over mogelijke scenario’s. Daar gaat de Ministervan Defensie nog verder op in. Daar is niet alleen zijn ministerie bijbetrokken; daar zijn de eilanden zelf, het Ministerie van BZK, het Minis-terie van JenV en, daar waar het gaat om potentiële vluchtelingen-stromen, ook AenM bij betrokken. Wij doen dus ons huiswerk. Wij vragenbij de Verenigde Staten aandacht voor de situatie waar we in zitten.Tegelijkertijd willen wij ook geen onderdeel worden van deze operatie. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3415 maken wij ook duidelijk, zowel richting Caracas, via de diplomatiekekanalen die we daar hebben, alsook richting de Verenigde Staten. Wijmaken duidelijk dat dit wat ons betreft een puur nationale VS-operatie iswaar wij niet aan deelnemen. Dat geldt dus ook voor het gebruik van onzefaciliteiten, maar daarover zal de Minister van Defensie nog wat meerkunnen vertellen. Wij hebben ook daar heel duidelijk gemaakt waar onzegrens ligt en waar niet.Dat brengt mij op de duiding van de VS-inzet. Ik snap dat daar veelvraagtekens bij zijn. Ook ik heb die. Eigenlijk ziet u dat ook in de beant-woording die wij hebben neergezet. Wij hebben op dit moment geeninformatie waardoor wij de rechtvaardiging kunnen ondersteunen die deVerenigde Staten geven voor de aanvallen op deze drugstransporten. Datis meteen ook zo ver als ik op dit moment ben en kan komen. Ik snap dateen uitspraak van mijn Franse collega wordt aangehaald, die hij volgensmij in een interview en marge van de Raad Buitenlandse Zaken heeftgedaan. Ik snap dat de Hoge Commissaris van de VN wordt aangehaald.We hebben het daar ook echt over gehad in EU-verband, maar zoals u ziet,zijn dat op dit moment de enige twee voorbeelden waarbij een stelligeruitspraak is gedaan dan dat er vraagtekens bij worden gezet. Wij sluitenons wat dat betreft op dit moment aan bij de EU-consensus en deEU-CELAC-consensus. U kunt zich voorstellen dat de CELAC bestaat uit delanden in de regio, het Caribisch gebied en Latijns-Amerika. Daarmee waser een maand geleden een top in Colombia. Wij sluiten ons op ditmoment dus aan bij die oproep om op te roepen tot de-escalatie en deoproep om zich te houden aan het internationaal recht.Dan waren er nog een aantal specifieke vragen daaromtrent.De voorzitter:Richting de Minister zeg ik dat ik, omdat er best wat vragen met eenspecifieke aard gesteld zijn, nu al een interruptie op dit specifieke punt zouwillen toestaan. Ik zou de heer Van Baarle de ruimte willen geven. Ik wilwel markeren dat u er ieder vier heeft, dus kies ze goed uit.De heer Van Baarle (DENK):Tenzij de Minister nog wat uitgebreider ingaat op zijn duiding van deacties van de Verenigde Staten in het licht van het internationaal recht,zou ik nu inderdaad al willen interrumperen.De voorzitter:Ik kijk de Minister aan.Minister Van Weel:Ik heb hier aangekondigd dat ik op dit moment niet zo heel veel verder gadan in consensus. Dat is zoals het is neergeslagen in de beantwoordingdie ik net heb gegeven.De heer Van Baarle (DENK):Voorzitter, met uw welnemen zou ik dan een vraag willen stellen.De voorzitter:Ja, dat mag.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. De Minister geeft aan dat hij tot op de dag van vandaaggeen informatie van de Verenigde Staten heeft gekregen waaruit eenrechtvaardiging voor het aanvallen van die boten, met tientallen doden alsgevolg, is gebleken. Als er geen rechtvaardiging is gegeven voor dieaanvallen en ook de Nederlandse regering geen rechtvaardiging voor dieaanvallen kan geven, dan rest op dit moment toch alleen maar deconclusie te trekken dat er internationaalrechtelijk geen reden voor dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3416 aanvallen te geven valt en dat die veroordeeld dienen te worden omdat zetot op de dag dat ze gerechtvaardigd kunnen worden, niet aantoonbaar inlijn zijn met het internationaal recht? Waarom kan de Minister dat nietaangeven?Minister Van Weel:Het recht werkt niet zo dat dingen onrechtvaardig zijn totdat zeaantoonbaar rechtvaardig zijn. Het gaat erom dat een land, in dit geval deVerenigde Staten, zich beroept op het artikel over zelfverdediging. Hetland is gehouden daar dan ook een verantwoording bij te geven. Deverantwoording die de Verenigde Staten nu geven, is dat de strijd tegende internationale drugshandel een strijd van nationale veiligheid is. Zehebben een aantal van die groeperingen aangemerkt als terroristischeorganisatie. Dat zijn allemaal onderdelen die bijdragen aan een verant-woording, maar het is voor ons nog niet voldoende om te zeggen: ja, dit iseen rechtvaardiging die de toets van een rechter kan doorstaan. Die toetsvan een rechter is nog niet geweest. Daarin moeten we de VerenigdeStaten als grote democratie het voordeel van de twijfel geven. Ook daarwordt er natuurlijk flink gediscussieerd, ook in de Amerikaans politiek enrichting de Amerikaanse hoven, over hoe dit op dit moment te duiden. Datproces wil ik heel graag afwachten.De heer Van Baarle (DENK):Ik vind dat we de Verenigde Staten helemaal niet het voordeel van detwijfel moeten geven, zeker niet nadat we hebben gezien wat er daargebeurt op zee. Ik heb net in het debat gezegd dat ik tegen drugs ben; laatdaar geen misverstand over verstaan. Maar opvarenden van zo’n bootjeomschrijven als «een dreiging voor de nationale veiligheid van deVerenigde Staten» op grond van een politiek besluit, drugskartels alsterreurorganisaties aanwijzen – nogmaals, ik ben tegen drugs – en dat danals legitimering gebruiken bij het op open zee vermoorden van mensendie zich vastklampen aan een scheepswrak { Die feiten kunnen alleenmaar een veroordeling krijgen. Waarom doet de Nederlandse regering datniet? Ik vind dat echt ongelofelijk.Minister Van Weel:Omdat de Nederlandse regering altijd zorgvuldig omgaat met dit soortoordelen, zeker als het gaat om juridische oordelen, en zeker als ik nietalle feiten en informatie heb om uiteindelijk een oordeel te kunnen vellen.Daar staat de Nederlandse regering niet alleen in; dat doen wij metongeveer alle landen, want er zijn slechts enkele voorbeelden waarbij er inenige vorm sprake is geweest van een harde veroordeling. Dat is voor mijop dit moment aanleiding om daarin voorzichtigheid te betrachten. Ik hebniet gezegd dat we Amerika het voordeel van de twijfel moeten geven indeze gevallen. Ik bedoelde dat we de democratie en het functioneren vande rechtsstaat van de Verenigde Staten hierbij het voordeel van de twijfelmoeten geven. Ook deze discussies worden daar natuurlijk volop gevoerd.Ik ga er ook van uit dat er onderzoeken worden uitgevoerd naar alle inzetvan geweld door de Verenigde Staten. Maar dat is in eerste instantie tochook aan het land zelf, totdat we zien dat daar onvoldoende mogelijkhedentoe zijn. Daar ben ik bij de Amerikanen niet van overtuigd.De voorzitter:Dat leidt tot een andere interruptie, van mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Mijn fractie merkt dat er vooral altijd anders wordt mee wordt omgegaanwanneer bondgenoten dit soort schendingen van het internationaal rechtplegen. De Minister gaat kennelijk ongetwijfeld vandaag niet een stapverder. De algemene bombardementen op vermeende drugsboten gaat hijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3417 hier dus niet veroordelen, of in ieder geval niet betitelen als «schendingvan het internationaal recht». Er is natuurlijk ook heel veel nieuws over despecifieke aanvallen op 2 september. Daarbij ging het om een boot met elfopvarenden. Bij een eerste aanval door de Amerikaanse luchtmachtwerden negen mensen gedood en waren er twee mensen die het hebbenoverleefd. Vervolgens kwam er een tweede bevel om ook de tweeoverlevenden te doden. Vervolgens kwamen er een derde en vierdeaanval om de boot tot zinken te brengen. Zelfs de Republikeinen in hetAmerikaanse Congres zeggen: hier is sprake van moord of sprake vansamenzwering tot moord. Kan de Minister zich voorstellen dat als je jezelfs bij dit soort incidenten als democratisch Nederland niet uitlaat overdat hier sprake is van schending van het oorlogsrecht, dat zeer problema-tisch is?Minister Van Weel:Ik denk dat dat precies is hoe het moet lopen. Dit is in eerste instantie eeninzet geweest van de Amerikaanse strijdkrachten. Die vallen onder dedemocratische controle van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden ende Amerikaanse Senaat, en ze vallen onder de juridische controle van deAmerikaanse staat. Natuurlijk moeten daar incidenten worden onderzochten moet er worden gekeken of er onoorbare dingen zijn gebeurd.Bovendien hebben zij alle informatie die nodig is om zo’n oordeeluiteindelijk te kunnen vellen. Ik ga er dus van uit dat die onderzoeken hunweg vervolgen, net zoals wij dat ook doen, dus net zoals wij ook altijdonderzoek doen naar de inzet van onze krijgsmacht. Is het legitiemgeweest? We laten het OM daarnaar kijken, en dan komt daar een oordeeluit. Ja, dat is wel het eerste proces dat nu moet worden doorlopen.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Moet ik dan concluderen dat zolang dit demissionaire kabinet er zit, alshet gaat om internationale schendingen van het internationaal recht, datdie allemaal pas veroordeeld worden op het moment dat er een uitspraakis van de rechter? Mijn ervaring is namelijk een andere, en terecht. Het isterecht dat schendingen van het internationaal recht door Rusland opdagelijkse basis, ook door deze Ministers hier aan tafel, veroordeeldworden zonder dat een internationaal rechter zich daarover heeftuitgesproken, want we zien allemaal dat het gaat om schendingen van hetinternationaal recht. Is dan de conclusie dat er voortaan alleen eenkwalificatie wordt gegeven na een rechterlijke uitspraak?Minister Van Weel:Nee, ik heb dat niet gezegd, «alleen maar na een rechterlijke uitspraak». Ikheb wel gezegd dat het nu in eerste instantie aan de Amerikaansedemocratische rechtsstaat is om te kijken wat hier gebeurt. Dat gebeurt oppolitiek niveau en op juridisch niveau. Daar gaan we ongetwijfeld meervan horen, want Amerika is gewoon een democratische rechtsstaat, endat is Rusland niet. En daarbij is er nu rechtvaardiging aan gegeven doorhier wel een juridische grondslag voor te geven. Daar zijn vraagtekens bij.Die vraagtekens heb ik ook, maar dat leidt bij mij nog niet onmiddellijk tothet oordeel dat u nu wel van mij verlangt. Dat ga ik dus nu niet geven. Hetevident targeten van burgerdoelen in Kyiv op dagelijkse basis doorRusland is echt een andere vergelijking. We weten dat Rusland daarnimmer en nooit onderzoek naar gaat doen en, sterker nog, daar alleenmedailles voor uit zal loven.De voorzitter:Dank u wel. Dit was het blokje internationaal recht. Ik zou de Minister welwillen vragen of hij nu kan duiden welke blokken er nog meer aan debeurt komen, om te voorkomen dat sommige Kamerleden hun vraag alTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3418 stellen terwijl die nog aan bod gaat komen. Dat zou zonde zijn van huninterrupties.Minister Van Weel:Ik zit ook te denken aan «meer straight to the point», voorzitter, dus ikscan even welke specifieke vragen er nog gesteld zijn.De voorzitter:Heel goed.Minister Van Weel:Er was de vraag: hoe zit het met het luchtruim boven Venezuela en is datnu gesloten door de VS? Dat kan niet. De Verenigde Staten kunnen niethet luchtruim van Venezuela sluiten; dat kan alleen Venezuela zelf. Maarde Amerikaanse luchtvaartautoriteit heeft wel een waarschuwingafgegeven voor het luchtruim. Wat de Amerikanen op dit moment doen,zie ik als verdere druk zetten. Dat heeft op dit moment geen effect voor hetvliegverkeer naar de eilanden. Ook hier geldt wat mij betreft de afspraakdie wij met de Verenigde Staten op alle verschillende niveaus hebbengemaakt. Laatstelijk sprak ik nog in Brussel met de Amerikaanse ondermi-nister van Buitenlandse Zaken. Daarbij zei ik dat wij niet wilden wordenverrast door zaken die mogelijk effect hebben op onze eilanden. Dusvooralsnog zien we daarbij geen dreiging voor het vliegverkeer.Als het gaat om vissers voor de kust van Venezuela en om Nederlandsestaatsburgers die naar Venezuela gaan, wil ik er wel op wijzen dat hetreisadvies voor Venezuela, dus ook dat voor de wateren van Venezuela,sinds medio dit jaar op «rood» staat. Dat betekent: ga er niet heen. Hetlijkt mij evident waarom we dat reisadvies naar «rood» hebben verhoogd.Nogmaals, dat geldt niet voor de eilanden. Op dit moment zien we geenacute dreiging voor de eilanden zelf. Dit is wat wij doen en wat deMinister van Defensie zal toelichten, vooral in het kader van food andplanning.Het FOL-verdrag. Is er door de Verenigde Staten al gevraagd omverlenging? Nee, dat is er op dit moment niet, dus er lopen ook nog geengesprekken over. Maar we weten hoe met name Curaçao hierin staat. Datzullen we natuurlijk ook meewegen tegen de tijd dat het zover komt. Overhet gebruik van de bases kan ik, denk ik, kijken naar de Minister vanDefensie, ook voor de vraag hoe dat zich verhoudt tot het absoluut nietdeelnemen aan deze nationale operatie.De heer Vermeer vroeg hoe wij aankijken tegen deVS-veiligheidsstrategie. Dat is een hele korte vraag waar ik een heel langantwoord op zou kunnen geven. Dat debat gaan we, denk ik, ook nogvoeren, want er staat nogal wat in deze strategie. Het ging u er nuspecifiek om hoe de Verenigde Staten aankijken tegen de WesternHemisphere. We zien daar inderdaad een soort terugkeer naar deMonroedoctrine, waarbij dit wordt gezien als hun sphere of influence, alshun nabijheid. Daarbij zeggen ze: we tolereren landen als Rusland en Irandaar dus niet. Of er sprake is van grootschalige aanwezigheid van Ruslanden Iran, weten we niet, maar we hebben wel gezien dat Rusland in enigevorm steun voor Maduro heeft uitgesproken. We weten ook al langer dater gesproken wordt over Iraanse aanwezigheid in enige mate inVenezuela. Dit zijn, samen met China, natuurlijk de twee regimes waarMaduro zich aan heeft opgetrokken en waarbij hij zijn steun heeft gezocht.Ongetwijfeld is dat onderdeel van een beweging die de Verenigde Statenzouden willen beëindigen. Ik denk dus dat dit, naast de aanpak van dedrugs en de afkeer van de heer Maduro zelf, wel degelijk op de Ameri-kaanse agenda staat, maar ik vind het moeilijk om te duiden hoe dat zichverhoudt tot de manier waarop de acties gaan lopen.Hoe staan wij daar dan in? Ik denk dat wij wel degelijk een bondgenootvan de Verenigde Staten in het Caribisch gebied zijn, niet in de zin dat zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3419 van ons verwachten dat wij overal bijdragen aan deze beweging, maarwel in de zin dat ze onze aandacht vragen voor invloed die deze landen,met name, willen uitoefenen in het Caribisch gebied. Daar hebben we metuw Kamer in het verleden – dat was niet ik, maar dat waren mijnvoorgangers – ook over gesproken. Dat ging ook over zeer grote Chineseconsulaten op hele kleine eilanden en over de noodzaak om investeringenin het Caribisch gebied goed te bezien. Zo moet u de samenwerking daardus zien, denk ik. Die samenwerking is dus intensief maar zeker nietdwingend en gaat ook niet in tegen onze eigen belangen in het Koninkrijkdaar.Dat was het blokje intenties Verenigde Staten en internationaal recht, denkik.Dan gaat mijn volgende blokje over wat wij nu doen met de eilanden enwat onze inzet in het Koninkrijk is.De voorzitter:Kunt u even alle blokjes benoemen, zodat we dan ook weten welke vraagwanneer gesteld kan worden?Minister Van Weel:Eigenlijk is dit het laatste grote. Daarna heb ik nog heel kort wat over derelatie met Venezuela. Er werden een aantal vragen gesteld over devluchtelingenstroom. Daarna komt overig, maar ook dat is een heel dunmapje. Het merendeel van de vragen was wel aan mij gesteld, denk ik,dus als we kijken naar de tijdsindicatie, dan hoop ik dat dat {De voorzitter:Dan vraag ik me nog wel even af ten aanzien van het kader VS eninternationaal recht of voor nu in deze ronde alle vragen gesteld zijn, ofdat er nog interrupties zijn. U heeft nog een tweede termijn; ik denk datwe dat wel gaan halen. Mocht er nog een vraag zijn die u nader wilstellen, dan kan dat. Maar dan sluit ik dit punt af. Dan gaan we door naarhet volgende onderwerp. Gaat uw gang.Minister Van Weel:Eigenlijk is het hoofdpunt daarin – daar gaan de meeste fiches over – hoewe communiceren met de eilanden, wat we nu doen aan voorbereidingenen wat we daarmee doen. Dat tweede deel laat ik voor een groot deel bijde Minister van Defensie. Voor het eerste deel, de communicatie, heb ikzelf het voortouw genomen om namens het kabinet de lijnen te openen,zowel met de gezaghebbende Rijksvertegenwoordiger op Bonaire alsookmet de minister-presidenten van de drie landen en ook de gouverneurs.Inmiddels hebben wij, dan wel wekelijks, dan wel tweewekelijks, dus eenkorte call, waarin ik vertel wat ik aan informatie heb opgehaald, ook uitdiplomatieke kanalen en uit contacten met de Verenigde Staten, waarinvanuit de landen opkomt wat hun is opgevallen, wat daar leeft en watdaar in de media komt, en waarin inmiddels ook wordt gesproken overwelke stappen kunnen worden genomen in voorbereidingen; dat wordtdan verder weer opgepakt door de vakdepartementen, waaronderDefensie. We hebben daar dus een systematiek voor, waarmee we er inieder geval voor kunnen zorgen dat we de boodschappen op elkaarafstemmen.Er werd gevraagd om Sint-Maarten namens alle eilanden hier gesprekkente laten voeren, maar dat gebeurt dus ook telefonisch en op heleregelmatige basis. Ik heb gezegd – nietwaar? – dat ik dag en nachtbereikbaar ben op het moment dat er acute vragen spelen; dat meen ikook. Ik denk dat op dit moment het belangrijkste is dat wij ons rekenschapgeven van de gevoelens die daar leven, dat we waar mogelijk de rustkunnen bewaren door inzicht te geven in wat wij weten over wat dekomende ontwikkelingen zijn en dat we tegelijkertijd datgene wat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3420 kunnen doen op de achtergrond opzetten. Is het niet voor nu, dan is hetzeker niet verkeerd om in ieder geval de crisisplannen naar een hogerniveau te kunnen tillen, ook op de eilanden. Dat is inmiddels ookonderdeel van onze weerbaarheid.De bijstandsverzoeken en de hulp laat ik verder aan de Minister vanDefensie. Dat geldt ook voor weerbaarheid in den brede.Wordt de informatie volledig en zonder vertraging gedeeld? Ja, absoluut.Dat is nou juist onderdeel van de structuur die is opgezet om ervoor tezorgen dat iedereen op hetzelfde vlak zit.De voorzitter:Voordat u doorgaat, heeft u een interruptie van de heer Hoogeveen vanJA21.De heer Hoogeveen (JA21):Mijn vraag gaat dan toch even over communicatie, omdat het signaalkwam, ook vanuit mijn collega’s die in de commissie voor Koninkrijksre-laties zitten, dat die communicatie nog gebrekkig is. Kan de Ministerdaarop reflecteren? Kan hij aangeven waar eventueel signalen aan deMinister vandaan zijn gekomen over waar dan precies die bottleneckszitten? Zit daar al verbetering in?Minister Van Weel:Nou, dat laatste hoop ik zeker. Ik denk dat we ons goed moeten realiserendat we hier veraf zitten van het gebied aldaar en dat bijvoorbeeld hetvaren van twee Amerikaanse schepen, die zichtbaar zijn vanaf deeilanden, natuurlijk indruk maakt op de bevolking daar. Dan kunnen wijvanuit hier zeggen dat wij hierin nog geen indicatoren zien die onsmoeten leiden tot paniek, maar dat vereist wel nauwe communicatie. Ikheb, denk ik, de frequentie opgeschroefd om zelf ook dit soort signalen opte kunnen pakken, zodat we daar ook sneller op kunnen reageren. Daaromben ik ook blij met dit debat, niet alleen om met u in gesprek te kunnengaan, maar omdat dit debat natuurlijk ook gevolgd zal worden op deeilanden, houvast geeft voor eenduidige communicatie en ook weergeeftdat we hier gezamenlijk in staan en dat het niet de eilanden on their ownzijn. Dit is wel degelijk iets wat we als Koninkrijk oppakken, ook in derelatie met landen in het gebied zelf. Ik heb zelf hierover gesproken metmijn Mexicaanse collega, tijdens het staatsbezoek natuurlijk met mijnSurinaamse collega en ook met Ecuador en Brazilië. We zorgen dus datwe goed aangehaakt zijn bij wat de landen in die regio en de wat groterelanden zien gebeuren en wat hun vrees is.De heer Dekker (FVD):Wat ik graag wil weten, is of er ook met de Fransen en de Brittenintensieve contacten zijn over hoe het daar gaat die vergelijkbaar zijn metde intensiteit die u net beschreef, ook om informatie op te halen en tedelen.Minister Van Weel:Ja, absoluut. Daar zal de Minister van Defensie meer over zeggen daarwaar het gaat om de samenwerking in het gebied. Ik schuif veel naar utoe, collega! We hebben daar, ook met die landen, natuurlijk eenlangdurige samenwerking, ook in het kader van de drugsbestrijding. Daartrekken we natuurlijk nauw mee op, want ook die landen zijn nietbetrokken bij deze operatie en willen die operatie niet. Dus natuurlijktrekken we daar nauw mee op in hoe we dat doen en hoe we daarin éénlijn trekken. Ik heb nauw contact met mijn collega’s uit die landen om tekijken of we daar meer informatie kunnen ophalen; ik zie ze wekelijks. Totnu toe is mijn indruk dat we allemaal op dezelfde informatiepositie zitten.Dat sterkt weer dat gevoel van die strategische ambiguïteit: ofwel het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3421 niet duidelijk waar eventuele plannen eindigen – dat is zeer wel denkbaar– ofwel dat wordt bewust in het midden gelaten.Ik denk dat dit mijn kopje Koninkrijk was, buiten alle praktische voorberei-dingen et cetera en de praktische samenwerking met de VS. Die laat ik aande collega van Defensie.Dan de relatie met Venezuela. Over het reisadvies heb ik het eigenlijk almet u gehad. Dat is op dit moment «rood», overigens niet alleen vanwegedeze spanningen, maar natuurlijk ook omdat wij het regime van presidentMaduro niet erkennen en omdat er risico is op arbitraire detentie voorNederlandse staatsburgers. Dus ook bij dezen de oproep om daar nietheen te reizen, ook niet als u denkt dat dit noodzakelijk is, want dat kan ugrote problemen opleveren.Daarnaast zetten we ons natuurlijk al langjarig in voor de bevolking vanVenezuela zelf. Ik heb zelf recent gebeld met de Nobelprijswinnaar,mevrouw Machado, die nu ondergedoken zit in Venezuela. Het is eenbijzonder dappere vrouw, met natuurlijk heel veel hoop voor de bevolking,met ontzettend veel potentie en ontzettend veel natuurlijke rijkdommen,die onder een ander regime en een ander bewind echt een hele anderetoekomst zou kunnen hebben. Die hoop blijven we allemaal houden.Tegelijkertijd hebben we gezien dat de meeste van de afgelopen vieroppositieleiders, waarvan wij vinden dat zij de verkiezingen hebbengewonnen of zouden hebben moeten winnen, Venezuela uiteindelijkhebben moeten verlaten. Nu is er grote druk op het regime door deVerenigde Staten, nog steeds gecombineerd met een open gesprek.Trump en Maduro hebben met elkaar gesproken. Ik ga ervan uit dat datwellicht nog een keer gebeurt. Dus ja, wij zullen ons blijven inzetten voordruk op het regime van Maduro zoals wij dat doen, met sanctielijsten etcetera en tegelijkertijd het ondersteunen van de bevolking zelf in haarlevensvatbaarheid.Dat is naadloos de overstap naar de vluchtelingenstroom. Ik moet eerlijkzeggen dat als ik spreek met buurlanden van Venezuela of een land zoalsSuriname, ik hoor dat de zorgen daar een stuk groter zijn. De capaciteit opde eilanden is immers natuurlijk zeer beperkt. Daar zullen wij alsNederland echt moeten bijspringen als daar significante vluchtelingen-stromen naartoe zouden komen. Maar de grootste stromen als het inVenezuela echt mis zou gaan, zullen natuurlijk over land gaan, omdat dataltijd de makkelijkste weg is om het land te verlaten. We hebben duscontact met de landen in de regio en ook met de eilanden. Vanuit hetMinisterie van Asiel en Migratie is er onlangs een missie geweest met eenconferentie op Bonaire om te kijken welke tekorten daar zijn in de keten.Daar kunnen we een heleboel aan doen, maar als dat echt zou gebeuren,hebben we vanuit Nederland gewoon heel veel ondersteuning te bieden.Dan zullen we kijken hoe we dat oppakken. Ik benadruk dat er op ditmoment geen indicatie is dat er grote vluchtelingenstromen op komst zijnals gevolg van deze acties.Dan heb ik nog een paar overige punten. Het gaat over de beantwoordingvan de vragen. De heer Bamenga zei het, maar ik neem aan dat het gaatom de vragen die de heren Ceder en Dijk hebben ingediend. Deantwoorden komen er zo spoedig mogelijk aan. Mijn excuses dat het nietis gelukt voor het debat van vandaag.De voorzitter:De Minister meent hiermee aan het eind van zijn beantwoording te zijngekomen. Ik heb nog een interruptie van de heer Ellian. Daarna wil ik eeninventarisatie maken of de vragen op deze onderwerpen beantwoord zijn.De heer Ellian (VVD):Ik heb gewoon gewacht tot de Minister klaar was. Ik dacht: dan kijk ik of ikiets moet vegen. Over het laatste punt zegt de Minister van BuitenlandseZaken: als er een vluchtelingenstroom op gang komt, dan moeten weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3422 vervolgens bijspringen. Maar ik meen me toch te herinneren dat depenitentiaire inrichting op Bonaire vol zit. Ik heb de precieze cijfers nietparaat, maar ik dacht dat de helft vanuit Venezuela komt. Er is hier geencollega die met mij mee is geweest naar de gevangenis op Curaçao,SDKK. Daar mochten we het deel niet eens zien waar de illegale vreemde-lingen zitten, zoals zij het noemen; dat willen ze afschermen. Maar goed,die gevangenis zou op zichzelf niet voldoen aan Europese standaarden.Als daar om welke reden dan ook, bewust of onbewust, nog meerpersonen komen { Er kunnen criminelen tussen zitten, afhankelijk van hoeje «illegalen» definieert. Hoe gaan wij bijspringen? Er is daar geen ruimte.De KMar springt af en toe bij. En zoals ik al zei, springen de mariniers afen toe bij op Sint-Maarten bijvoorbeeld. Ik probeer een beeld te krijgenvan wat we dan gaan doen. Er is daar geen plek. Er zijn daar geenopvanglocaties en de detentie zit vol.Minister Van Weel:Ik ben in beide gevangenissen geweest, dus ik ken de faciliteiten goed. Diezijn beperkt, zeker in het geval van Bonaire. Het is een klein eiland. Als jedaar in een keer honderden vluchtelingen binnen zou krijgen in een aantaldagen, dan loopt het daar snel over de schoenen. Er worden noodscena-rio’s uitgewerkt met de IND, met de marechaussee en met het KorpsPolitie Caribisch Nederland om te kijken: wat doen we dan? En ja, dan kandat niet alleen op een eiland als Bonaire rusten. Dat gaat de capaciteit verte boven.De voorzitter:Een vervolginterruptie van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Dat is fijn om te weten. We weten uit ervaring dat er tussen die stromenook allerlei kwaadwillenden kunnen zitten. Het is echt de vraag of deeilanden dat aankunnen.Een andere vraag. De Minister van Buitenlandse Zaken zei: het zou kunnendat het Iraanse regime aanwezig is in Venezuela; ik parafraseer. Datverwonderde mij een beetje en dacht: misschien komt hij in het blokjeoverig daar nog op terug. Volgens mij is het een feit dat er allerleipersonen namens het Iraanse regime in Venezuela actief zijn. Het is aldecennialang bekend dat via de drugskartels de Hezbollahpoot gefinan-cierd is. Is het nu per se relevant voor ons Koninkrijk? Dat is de vraag dieik eigenlijk al een jaar stel. Ik weet niet wat de intenties van Amerika zijn.Ik pretendeer niet die te kunnen raden. Het is uw vak om daar continu meebezig te zijn. Maar ik kan me wel voorstellen dat de Amerikanen intoenemende mate willen beperken dat het Iraanse regime dicht bij henactief is. Dat kan natuurlijk wel uiteindelijk een risico opleveren, ook voorons. Kan de Minister daar iets meer over zeggen, anders dan «we wetenhet niet zeker»? Ik zeg tegen de Minister: we weten het wel zeker; deRevolutionaire Garde is in Venezuela en is in Colombia. Ik zou de Ministerdaar toch toe willen uitdagen.Minister Van Weel:Ik heb gezegd dat er nauwe banden zijn tussen Maduro, het regime, Iranen Rusland. China noemde ik er ook nog bij in een schil daarna. Ik weetzeker dat dat de VS een doorn in het oog zijn, niet alleen maar vanwegehun rol in de drugshandel. Laat ik het volgende nog even zeggen. Diestrijd tegen de drugs is ze wel menens en daar is ook alle reden toe. Er iseen enorme, explosieve toename in de productie van cocaïne en datgebeurt voor het overgrote deel in Zuid-Amerika. Ja, er zijn criminelenetwerken, vermoedelijk gesteund door statelijke actoren, die een rolspelen in de verspreiding daarvan. We zien onder andere in de VerenigdeStaten dat dat ook daadwerkelijk leidt tot doden in de straten. Ik zei het al:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3423 er zit echt een verwevenheid tussen geopolitiek, drugshandel en deinvloedssfeer van de Verenigde Staten zoals zij die in hun doctrine hebbengezet. Directe repercussies voor de eilanden en voor het Koninkrijk alszodanig zie ik daarin niet. Maar ik deel die observatie wel.De voorzitter:Dit levert nog een interruptie van de heer Hoogeveen op.De heer Hoogeveen (JA21):Even naar aanleiding van de interruptie van collega Ellian: hoeveelVenezolaanse vluchtelingen zijn er eigenlijk op Bonaire? Dat vroeg ik ookin mijn aanvankelijke bijdrage. Ik kon die cijfers zelf niet vinden.Minister Van Weel:Ik zal kijken of ik die voor de tweede termijn voor u kan vinden. Ik hebgoede connecties met Bonaire.De voorzitter:Er wordt met een schuin oog naar de publieke tribune gekeken, dus datkomt vast goed. Volgens mij hebben wij nu... O, er is toch nog eeninterruptie van de heer Bamenga. Daarna wil ik even inventariseren of allevragen beantwoord zijn. Ik weet dat mevrouw Piri nog een onbeant-woorde vraag heeft.De heer Bamenga (D66):Ik heb de antwoorden van de Minister gehoord. Ik vond die niet allemaaleven duidelijk, moet ik zeggen. De Minister heeft ook aangegeven geenacute dreiging voor de eilanden te zien. Ik wil vragen hoe dat rijmt met hetfeit dat het grootste oorlogsschip ter wereld inmiddels in het Caribischgebied is aangekomen. Hoe ziet de Minister dat?Minister Van Weel:Als het gaat om acute dreiging voor de eilanden, dan zou die niet komenvanuit de Verenigde Staten. Die zijn er niet op gebrand om onze eilandenaan te vallen. De dreiging zou komen vanuit Venezuela. We weten – eenaantal van u heeft dat genoemd in uw introducties – dat er van oudsherargwaan is vanuit Venezuela tegen Nederland en tegen de aanwezigheidvan het Koninkrijk rondom Venezuela. Op dit moment is onze inschattingdat het regime van Maduro niet gericht is op verdere escalatie. Dat getuigtook het feit dat deportatievluchten doorgaan vanuit de VS, dat Madurocontact zoekt met de regering-Trump en dat Chevron daar nog gewoonactief is in de olievelden. Al deze bewegingen duiden erop dat wij niet ziendat die acute dreiging bestaat richting onze eilanden. Dat is de achter-grond van de analyse.De voorzitter:Een vervolginterruptie van de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):De Minister gaf net aan – volgens mij ging het toen om de vluchtelingen-stroom – dat wij alles gaan doen wat nodig is om dit het hoofd te bieden,mocht dat het geval zijn. Ik weet niet of ik de Minister nu goed samenvat.Maar er zijn natuurlijk ook best wel veel zorgen over het economischedeel, over welke economische gevolgen het kan hebben voor de eilanden.Wat is de reactie van de Minister daarop? Op het moment dat de eilandeneconomisch geraakt worden, gaat hij er dan ook alles aan doen dat wijhen als Nederland daarin kunnen bijstaan?Minister Van Weel:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3424 Dat is onderdeel van de scenario’s die we verkennen. Dit hangt wel heelnauw samen met uw vorige vraag. Op dit moment zien wij geen acutedreiging tegen de eilanden. Een heel groot deel van de economischeactiviteit van de eilanden hangt nu samen met toerisme. Dat wij die acutedreiging niet zien, is een duidelijk signaal. Daarom is er wat ons betreftook geen reden om de economische activiteit, die zo belangrijk is voor deeilanden, te doorkruisen. Dat blijkt op dit moment ook nog niet. OokAmerikaanse toeristen komen nog in groten getale naar Aruba. Mijnboodschap is dus dat er geen acute dreiging is. We houden ditnauwlettend in de gaten. We hebben nauwe contacten met de VerenigdeStaten. De voorbereidingen die wij treffen, zijn echt «what if»-scenario’s.We denken namelijk na wat we kunnen doen, mocht zich een noodgevalvoordoen. Daar hoort natuurlijk ook het scenario bij dat er logistiekeondersteuning nodig is of dat er een dip in het toerisme is.De voorzitter:Dank u wel. Dan hebben we de interrupties gehad. De bewindspersoonwil het overdragen aan de heer Brekelmans, maar ik wil nog even kijken ofer openstaande vragen zijn. Ik weet dat mevrouw Piri in ieder geval eenvraag heeft.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Het is een vraag die ik al had gesteld, maar die volgens mij nog nietbeantwoord is en wel thuishoort bij de Minister van Buitenlandse Zaken.Is de Nederlandse presentie vanuit Den Haag verhoogd door dezeoplopende spanning?Minister Van Weel:Het volgende is er gebeurd. Er zijn ontzettend veel contacten op ditmoment. Je hoeft niet voor alles ter plekke te zijn in het Caribisch gebied.Ikzelf heb een uitstekende vertegenwoordiging vanuit Buitenlandse Zaken,die ook aanwezig is bij alle calls die ik doe met de eilanden en de landen.Die fungeert als een postillon d’amour richting de Nederlandse overheid.Datzelfde geldt natuurlijk voor de Minister van Defensie, die daar zijnCommandant der Zeemacht in het Caribisch gebied heeft. Die is ookaanwezig bij deze calls en weet wat er speelt. Dan wordt er – ik noemde aleven het migratiebezoek aan Bonaire – op basis van de verzoeken die erliggen en die er komen of de behoeften die er zijn, gekeken welkespecialisten nu naar een of alle drie van de eilanden zouden moeten om tekomen helpen bij de verdere inventarisatie. Verder laat ik de militairepresentie even aan de Minister van Defensie.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn hiermee de vragen aan de Minister van BuitenlandseZaken beantwoord. Ik geef het woord aan de Minister van Defensie, deheer Brekelmans. Kunt u aangeven welke blokken u heeft?Minister Brekelmans:Uiteraard. Ik heb drie categorieën. De eerste is het veiligheidsbeeld en devoorbereidingen die wij treffen voor diverse scenario’s. Ik zal nog apartstilstaan bij de capaciteiten die we op de eilanden hebben, ook de militairecapaciteiten. Tot slot zal ik het hebben over de samenwerking met deVerenigde Staten, ook op militair terrein.De voorzitter:Dank u wel. Gaat uw gang.Minister Brekelmans:Als het gaat om het veiligheidsbeeld sluit ik me uiteraard aan bij wat deMinister van Buitenlandse Zaken daarover heeft gezegd, namelijk dat erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3425 geen sprake is van een acute dreiging voor het Koninkrijk, dat wenauwlettend monitoren en in de gaten houden welke militaire capaciteitende VS naar de regio brengen en natuurlijk ook welke activiteiten zijuitvoeren, en dat we daarnaast ook een beeld proberen te hebben en tehouden van de Venezolaanse capaciteiten, ook wanneer daar eventuelebeweging en veranderingen in plaatsvinden. Dat doen we natuurlijkvooral in het inlichtingendomein.We kijken ook steeds aan de hand van indicatoren welke scenario’s zichzouden kunnen afspelen en welke het meest waarschijnlijk zijn. Zoals deMinister van Buitenlandse Zaken al zei, doen wij er alles aan om te latenzien en te communiceren dat wij niet betrokken zijn bij de nationaleoperaties van de Verenigde Staten en dat als de spanningen tussen deVerenigde Staten en Venezuela zouden oplopen, wij daar geen speler inzijn. Dat is, zoals de Minister eerder schetste, ook om te voorkomen dat bijVenezuela het beeld zou ontstaan dat wij onderdeel zouden zijn van deoperaties die de Verenigde Staten uitvoeren. Dat is ook steeds eenafweging – daar zal ik zo meteen nader op ingaan – bij de vraag welkemilitaire capaciteiten wij in deze fase al naar de regio brengen. Je zounamelijk kunnen zeggen «we schalen onze militaire presentie op», maardat kan ook weer het verkeerde beeld wekken aan de Venezolaanse kant,namelijk dat wij ook bezig zouden zijn met voorbereidingen voor iets meerdan wat nodig is. Wij maken dus steeds de afweging: «Welke scenario’skunnen zich voordoen? Welke voorbereidingen zijn daarvoor nodig? Hoekunnen we middelen daar gericht voor inzetten, zonder dat er eenverkeerd beeld ontstaat bij een van de partijen, in het bijzonder bijVenezuela?»Dan de scenario’s waar wij naar kijken. Dat is aan de ene kant het scenariodat de situatie blijft zoals die nu is. Zoals verschillende leden van uwKamer natuurlijk zeiden, zouden er wanneer er sprake is van een toenamevan spanningen, verstoringen kunnen ontstaan, bijvoorbeeld doordat ermigratiestromen ontstaan of doordat de aanvoer richting de eilandenwordt bemoeilijkt. In een ernstiger scenario – het «derde scenario», zou jehet kunnen noemen – zou de logistieke aanvoer echt in grote matebeperkt kunnen worden en zouden er daardoor ook in de bevoorradingissues kunnen ontstaan. Dan heb je nog een extremere variant waarin erwel sprake zou zijn van toenemende militaire spanningen waar deeilanden toch op de een of andere manier in betrokken zouden zijn. Maarzoals ik zei is dat een scenario dat, op basis van hoe we daar nu naarkijken, zeer onwaarschijnlijk is. Daarvan zeggen we dat dat geen acutedreiging is. Op basis van met name de scenario’s 1, 2 en 3 kijken wij naarwelke voorbereidingen nou passend zijn. Dan moet u er met name aandenken dat we militaire eenheden die ter ondersteuning zouden kunnendienen op een snellere «notice to move» zetten, zoals dat heet, dus datdie, wanneer de spanningen toenemen of wanneer er problemen zoudenontstaan, binnen 48 uur in staat zijn om te worden ontplooid richting hetCaribische deel van het Koninkrijk. We hebben twee schepen diestandaard in het Caribisch deel van het Koninkrijk liggen. Het gaat om eenstationsschip dat een patrouilleschip is, namelijk Zr.Ms. Groningen, en eenondersteuningsschip, namelijk Zr.Ms. Pelikaan. De Zr.Ms. Den Helder, eengroot bevoorradingsschip, was bij toeval in de regio en we hebbenbesloten dat voorlopig nog niet te laten terugkeren richting Nederland,omdat het een heel belangrijke rol kan spelen als scenario 2 of 3 zich zouvoordoen en we dus problemen met de bevoorrading krijgen. Voorlopighouden we de Den Helder dus in de regio als extra voorzorgsmaatregel.We wegen natuurlijk continu af of dat passend is en natuurlijk ook watdaar de nadelen van zijn, want ook de Den Helder heeft zijn eigenprogramma. Die afweging maken we dus doorlopend en continu. Voor numoet u het vooral als een extra voorzorgsmaatregel zien; we verwachtenniet dat dat schip daar op heel korte termijn voor moet worden ingezet.Verder kijken we ook naar extra hulpmiddelen, dus dat die voorradig zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3426 als die nodig zouden zijn en dat die ook op korte termijn richting de regiokunnen worden gebracht. In die zin hebben we een lijst van dit typevoorbereidingsmaatregelen die we op dit moment al treffen. Dan gaat hetvooral om maatregelen om ervoor te zorgen dat we snel klaarstaan áls despanningen en problemen toenemen.Er wordt natuurlijk ook samen met de eilanden gewerkt aan noodplannen,want het is in eerste instantie natuurlijk ook de verantwoordelijkheid vande eilanden zelf om bepaalde zaken voor elkaar te krijgen, zeker als hetmeer op het civiele terrein ligt. Zij kunnen de ondersteuning van Defensieen van anderen daarbij inschakelen. Het Crisisplan Militaire Dreigingen,dat we dus ook samen met de eilanden maken, is er ook om te kijken hoewe reageren op verschillende situaties of verschillende scenario’s die zichvoordoen. Dat traject liep al langer en gegeven de toenemende spanningkomt dat nu in een wat ander licht te staan. Maar we zijn ook bezig om hetcrisisplan, los van de noodplannen die we al hadden, nogmaals tegen hetlicht te houden en we kijken natuurlijk ook wat er, kijkende naar deactualiteit, extra nodig is langs de lijnen die ik net beschreef.Dan waren er nog een aantal specifieke opmerkingen. Over de gevange-nissen heeft mijn collega, de Minister van Buitenlandse Zaken, al het eenen ander gezegd. Als het gaat om de communicatie en de vergelijking methet boekje dat wij in Nederland hebben, denk ik dat het vooral van belangis dat we ook specifiek kijken naar welk type communicatie nou goedwerkt op elk van de eilanden. Als wij nu ineens hetzelfde boekje zoudenmaken als het boekje dat we voor Nederland hebben gemaakt, zou datook juist verkeerd kunnen worden opgevat, alsof er nu sprake zou zijn vaneen enorm grote dreiging voor de eilanden gegeven de actualiteit daar. DeMinister zei al eerder dat we heel goed bekijken met welke informatievoor-ziening we er nou voor kunnen zorgen dat de eilanden aan de ene kantgoed worden geïnformeerd maar dat er aan de andere kant ook niet teveel paniek en te veel onrust ontstaan, zodat we daarmee niet de plankmisslaan. Het was vorige week de Week van de Crisisbeheersing. Dat iseen gecoördineerde en reguliere week die ieder jaar is. In die week warenook alle departementen op de eilanden om met de eilanden te sprekenover hoe de rollen en de verantwoordelijkheden zijn in het geval van eencrisis en op welke ondersteuning vanuit Nederland er dan kan wordengerekend. In aanvulling op wat de Minister zei, kan ik me, waar het gaatom communicatie, overigens heel goed voorstellen dat er heel veelvragen zijn op de eilanden, en dat het, zeker als je de ontwikkelingen vanzo dichtbij ziet, frustrerend kan zijn als er geen antwoorden komen. Maardaarbij geldt dat ook wij een heleboel antwoorden niet hebben, bijvoor-beeld die over de intenties en over wat de Verenigde Staten precies vanplan zijn. Dan is het niet zo dat we niet genoeg communiceren of dat dekanalen niet openstaan; dan zijn de antwoorden die mensen begrijpelij-kerwijs heel graag zouden willen hebben gewoon niet voorhanden.Voorzitter. Dan ga ik naar de defensiecapaciteit.De voorzitter:U heeft op dit punt nog een interruptie van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb toch een korte vraag over de calamiteitenplannen die de Ministerzojuist toelichtte. Dank daarvoor. Zit er nog een onderscheid tussenBonaire, dat een bijzondere gemeente is, en Curaçao en Aruba, waaroverde Minister zei «we kijken ook heel erg naar hun eigen inzet en plannen»?Hoe zit het met het aanleggen van strategische reserves, bijvoorbeeld vanbrandstof – ik noem maar wat – op Bonaire?Minister Brekelmans:Dat plan, de noodplannen en de meer structurele aanscherping daarvanworden per eiland opgesteld, want de geografische ligging is anders, deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3427 faciliteiten zijn anders en de positie van Bonaire is feitelijk gezien andersdan die van Aruba en Curaçao; dat zijn landen binnen het Koninkrijk,terwijl Bonaire een bijzondere gemeente is. Dat zijn allemaal dingen waarrekening mee wordt gehouden in de verdere uitwerking.De voorzitter:Dank u wel. U kunt door naar het volgende blokje.Minister Brekelmans:Dan de militaire capaciteiten waar we in investeren. In de Defensiecom-missie hebben we daar in eerdere debatten ook aandacht aan besteed.Voor heel veel capaciteiten geldt, zeker als het gaat om onze marine, datwanneer we daarin investeren, dat ook ten goede komt aan het Caribischdeel van het Koninkrijk, omdat de schepen daar ook worden ingezet. Despecifieke investeringen die we doen, betreffen onder andere eenluchtwaarschuwingsradar en meer counterdronecapaciteiten. Deontwikkelingen rondom drones, hoewel niet in dezelfde mate, vindennatuurlijk ook in Venezuela plaats. De counterdronecapaciteiten zullen opkorte termijn dus worden versterkt. Daarnaast investeren we in luchtver-dediging. We investeren met name in MANPADS, dus Stingers. Delevertijden daarvan zijn wat langer, maar die investeringen zijn al eerderaangekondigd en voeren we natuurlijk uit. Daarnaast zorgen we ervoordat er meer inzet en capaciteit is voor de verkenningsvluchten van deKustwacht in het Caribisch gebied, zodat we daar ook meer gebruik vankunnen maken om de beeldopbouw scherp te houden.Tot slot de CARMIL, de Caribische Militairen. Op dit moment besteden zijbehoorlijk wat tijd aan beveiligings- en bewakingstaken. Die zijn wij vanuitde Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie aan het overnemen,zodat de CARMIL meer kan worden ingezet voor de bescherming van deeilanden daar. In die zin wordt daar ook capaciteit vrijgespeeld die voorandere doeleinden kan worden ingezet.Voorzitter. Dat was het wat betreft de militaire capaciteit.De voorzitter:Ik zie dat er geen vragen meer zijn. Dan is er nog een laatste blokje; danheb de bewindspersonen alle vragen beantwoord.Minister Brekelmans:Dat gaat om de samenwerking met de Verenigde Staten. Voor dedrugsbestrijding in de regio werken we al heel lang samen met deVerenigde Staten. Al 30 jaar voeren we samen activiteiten uit op datgebied. De samenwerkingsverbanden die we daarin hebben, verlopenlangs de reguliere weg, zou je kunnen zeggen. Als er verdachte boten zijnwaarop drugssmokkel of een andere vorm van smokkel plaatsvindt,worden die boten aangehouden en proberen we de betrokken mensen tearresteren en te berechten. Op het moment dat er sprake is van eensituatie – dat gebeurt natuurlijk wel met enige regelmaat – waarbij demensen die we willen aanhouden gewapend zijn en dat tot eengewapende confrontatie leidt, hebben onze mensen natuurlijk demogelijkheid om geweldsmiddelen in te zetten ter zelfverdediging. Maarlangs die weg en die vormen van samenwerking werken we sinds jaar endag met de Verenigde Staten samen. De vormen van informatie-uitwisseling die in dat kader plaatsvinden, gaan ook door. Als het gaat omOperatie Southern Spear, waar de Verenigde Staten nu mee bezig zijn endie echt een nationale actie betreft, staan wij niet toe dat faciliteiten op deeilanden daarvoor worden ingezet. Ook de luchthaven op Curaçao wordtdaar dus niet voor ingezet en ook andere vormen van samenwerkingvinden niet plaats in dat kader. Het is echt een nationale operatie van deVerenigde Staten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3428 Voor het uitwisselen van inlichtingen geldt in algemene zin dat ik daar inhet openbaar geen uitspraken over doe. Dat geldt ook in dit geval. Dat isniet omdat de aanleiding nu is dat de Verenigde Staten doen wat ze op ditmoment aan het doen zijn, maar daar doen we nooit in het openbaaruitspraken over. Als het gaat om de parlementaire verantwoordingdaarover, is daar een andere commissie voor waarin we daar meer oververtellen. Dat doen we nooit in het openbaar.Er werd ook nog een vraag gesteld over de inzet van counterdrugsope-raties. Binnen onze territoriale wateren en onze exclusieve economischezone gaan wij als Nederland daarmee door. Daar vindt drugsbestrijdingplaats. Gelukkig worden daar ook nog drugstransporten in onderschept.De Minister heeft al iets gezegd over het verdrag met de Amerikanen enhoe het daar op dit moment mee staat.Volgens mij heb ik daarmee al veel vragen beantwoord.Wanneer de Verenigde Staten een verzoek doen om gebruik te maken vande faciliteiten, bijvoorbeeld van een luchthaven, vragen wij ook steeds,bijvoorbeeld als het gaat om luchttransport, wat het doel is waarvoor deAmerikanen dat willen inzetten. Op het moment dat dit om reguliereactiviteiten gaat, dan staan wij dat toe. Hetzelfde geldt voor gebruikmakenvan het luchtruim of van territoriale wateren. Op het moment dat deAmerikanen daar geen antwoord op geven of wij het sterke vermoedenhebben dat dit onderdeel uitmaakt van de nationale operatie waar wijgeen ondersteuning aan bieden, geven wij die toestemming niet.Dat was hem, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Het gaat goed met de tijd; daar ben ik blij mee. Ik wil wel evenkijken of alle vragen beantwoord zijn. Dat zou ik graag willen doenvoordat we een tweede termijn gaan beginnen. Ik heb zelf nog een vraagen mevrouw Piri heeft een vraag. We beginnen met mevrouw Piri. Zijn ernog anderen die een vraag hebben? Dat is niet het geval. Dan mevrouwPiri met haar vraag.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Een van mijn vragen is nog niet beantwoord, maar ik heb daarna ook nogtwee interrupties als dat mag, voorzitter.De voorzitter:Dat mag zeker. Wilt u met de onbeantwoorde vraag beginnen?Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja. De Minister heeft net iets gezegd over de luchthaven Curaçao, maarnet als bij de schriftelijke vragen krijg ik gewoon geen antwoord op devraag of vanaf Aruba wél vluchten plaats hebben gevonden die bijdragenaan de illegale nationale operatie van de VS.Minister Brekelmans:Het simpele antwoord is nee. Dus datgene wat ik zei over de luchthavenop Curaçao geldt voor alle faciliteiten op de eilanden.De voorzitter:Dat is een helder antwoord. U had ook een interruptie, mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Ja, twee zelfs. De eerste interruptie zal toch gaan over het volgende. Latenwe eerlijk zijn: op het moment dat de eilanden in het slechtste scenariobetrokken zouden zijn bij een militair conflict, zou dat zijn omdat ze in deoptiek van Venezuela samenwerken met de VS. Dat gaf de Ministervolgens mij ook zelf aan. Daarom zou mijn fractie zeggen: wees erklip-en-klaar over wat je vindt van de Amerikaanse acties. Maar datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3429 terzijde. Kan de Minister hier echt garanderen dat in die jarenlangesamenwerking bij de bestrijding van drugstransporten Nederland op geenenkele manier betrokken is bij inlichtingen of het op welke manier dan ookfaciliteren van dit soort naar het inzicht van mijn fractie illegale operaties?Minister Brekelmans:Over inlichtingen doe ik per definitie geen uitspraken. Dat is niet omdat ikover dit voorbeeld niet iets wil delen, maar dat doen we gewoon niet in deopenbaarheid. Maar wij dragen niet bij aan de nationale operatie van deVerenigde Staten. Omdat wij een nauwe samenwerking hebben in deregio wordt er wel informatie uitgewisseld. Het is niet zo dat de kanalenvolledig gesloten zijn op alle mogelijke manieren. Er vindt ook samen-werking plaats die helemaal niks met counterdrugsoperaties te makenheeft, omdat we partners in de regio zijn. Maar als het gaat om denationale operaties en ook de gebieden waarin de Verenigde Statenacteren, is het niet zo dat wij daar met informatie of op wat voor manierdan ook een actieve bijdrage aan leveren.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Eerder was er ook sprake van dat Amerikaanse schepen op Curaçaozouden aanmeren en tanken. Daar waren ook zorgen over op de eilanden.Dat is toen uiteindelijk niet gebeurd. Is het zo dat Nederland het ook nietzou waarderen als dat zou gebeuren? Zo ja, is dan ook heel duidelijk aande Amerikanen te kennen gegeven dat wij dit niet willen?Minister Brekelmans:We bekijken het per geval. De Amerikanen zijn natuurlijk gewoon eenpartner van ons. Als zij gebruik willen maken van de luchthaven of vaneen haven in de territoriale wateren of zich in het luchtruim willenbewegen en daar toestemming voor nodig is, dan vragen wij ook van hendat ze die aanvragen. Dan vragen wij natuurlijk ook wat daar de beweeg-redenen voor zijn. Wanneer het gaat om regulier transport of om gebruikom wat voor redenen dan ook die niks met die nationale operatie temaken hebben, dan staan wij dat toe. Als die antwoorden er echter nietkomen of als we een heel duidelijk vermoeden hebben dat dit wel met dienationale operatie te maken heeft, dan werken wij daar niet aan mee. Datfaciliteren we niet. Het kan er dus ook toe leiden dat we voor bepaaldedingen geen toestemming geven.De voorzitter:Helder.De heer Bamenga (D66):Volgens mij zei de Minister net: die antwoorden hebben wij ook niet. Datgaat natuurlijk over de plannen en intenties van de Verenigde Staten,omdat die niet worden gedeeld. Ik heb eigenlijk de vraag: wat vindt hetkabinet ervan dat die plannen en intenties niet worden gedeeld? Welkeacties onderneemt het kabinet om te zorgen dat het wél die informatiekrijgt?Minister Brekelmans:We hebben daar natuurlijk via alle mogelijke kanalen contact over met deVerenigde Staten. De Minister van Buitenlandse Zaken en diplomatenproberen dat langs de diplomatieke weg. Wij proberen dat ook langs demilitaire weg; dat doen we op meer operationeel, strategisch en politiekniveau. De Amerikanen zien natuurlijk de speciale positie die wij hebbenmet de eilanden en zien ons ook als een partner in de regio, dus zij gevendaarbij soms ook aan: als er dingen zijn waar we jullie van op de hoogtedienen te brengen, dan zullen we dat doen, omdat we in die zin ookgewoon partners zijn in de regio.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3430 Het is ook maar de vraag of de Amerikanen zelf al bepaald hebben wat zegaan doen. We kunnen allemaal niet in het hoofd van de president kijkenen in de hoofden van de mensen om hem heen die dat type besluitenneemt. Het zou ook kunnen dat de Amerikanen op dit moment nog nietdefinitief hebben bepaald wat ze willen gaan doen en hoever ze daarinzullen gaan. Minister van Weel noemde dat zojuist «strategische ambigu-ïteit». Wij kunnen het dan heel vaak vragen aan onze contacten, maar hetzou kunnen dat dat nog niet is bepaald. Ik speculeer daar nu over, wantmisschien is dat wel het geval; dat weet ik niet. Maar het korte antwoordop uw vraag is: omdat wij die speciale positie hebben, brengen wij datsteeds via alle mogelijke kanalen onder de aandacht, zowel aan dediplomatieke kant als aan de defensiekant als via alle andere contacten diewij hebben.De voorzitter:Laatste interruptie. Kort graag.De heer Bamenga (D66):Ik denk dat mijn eerste vraag niet beantwoord is. De eerste vraag wasvooral: wat vindt het kabinet of de Minister hiervan? Is er begrip voor? Iser geen begrip voor?Minister Brekelmans:We zijn partners in de regio en werken met elkaar samen. We hebbensamenwerkingsverbanden in de regio met allerlei hele mooie afkortingen,waaronder F-WHAC, een samenwerkingsverband in de regio metFrankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Canada. Ik vind het natuurlijk goedals informatie wordt uitgewisseld en je elkaar tijdig op de hoogte brengtwanneer er sprake is van verandering in de activiteiten die je onderneemt.Aan de andere kant heb ik ook begrip voor onze gesprekpartners. Als ookbij hen nog niet bekend is wat het precies is of als er mogelijk nog internoverleg over plaatsvindt aan de Amerikaanse kant, dan kunnen zij het ooknog niet met ons delen. Dus wat dat betreft is de samenwerking er en indie zin zijn de contacten met de Amerikanen veelvuldig. Zij begrijpen devragen die wij stellen heel goed. Die contacten vinden doorlopend plaats.De voorzitter:Dank u wel. Dan heb ik zelf nog een onbeantwoorde vraag. Mevrouw Piri,zou u het voorzitterschap willen overnemen?Voorzitter: PiriDe heer Ceder (ChristenUnie):De vragen zijn vlug, kort en puntig beantwoord. Ik heb daar ook welbegrip voor. Sommige dingen moeten ook maar kort en puntig, want ikdenk dat het belangrijk is dat we niet onnodig paniek zaaien. Maar er iswel behoefte aan duidelijkheid.Een van de vragen die ik had was de volgende. Er kijken veel mensen opde eilanden naar dit debat. Mocht er ofwel op economisch gebied, quatoerisme, ofwel zelfs op het gebied van veiligheid iets gebeuren { Wegaan er niet van uit, maar mocht er toch iets gebeuren, dan leeft debehoefte dat de Nederlandse overheid op grond van het Statuut zegt: wijstaan paraat en klaar om de eilanden te ondersteunen, economisch en opveiligheidsniveau. Op de eilanden wil men horen dat wij het Statuutserieus nemen en daarmee aan de slag gaan. Dat kan aan de voorkantmisschien wat zorgen wegnemen. Een volmondig «ja» heb ik nog nietgehoord. Ik zou de Minister nog graag de ruimte willen geven om dat wélte zeggen, omdat ik zelf merk dat ambiguïteit kan bijdragen aan onrust.Dat willen we denk ik juist voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3431 Minister Brekelmans:Laat ik heel helder zijn: de ontwikkelingen in de regio, rond de eilanden,hebben onze volle aandacht. Die hebben de volle aandacht van het helekabinet en van de Minister van Buitenlandse Zaken en mijzelf in hetbijzonder. Daarbij kijken wij natuurlijk heel goed welke spanningen zichvoordoen door de retoriek die wordt gebruikt en analyseren wij heelscherp welke militaire capaciteit er naar de regio wordt gebracht. Wekijken ook hoe daar in Venezuela op wordt gereageerd, zodat we daar eenzo scherp mogelijk beeld van hebben. Op basis van die feitelijke analyse –die proberen we zo goed mogelijk te maken, ook met de capaciteiten diewe daar in de regio hebben – kijken we steeds welke voorbereidingenpassend zijn.Mocht zich een scenario voordoen zoals ik dat net schetste, namelijk datde spanningen zodanig oplopen dat het leidt tot verstoringen op deeilanden – dat kan bijvoorbeeld gaan om bevoorrading, migratiestromen,toerisme of het bemoeilijken van de visserij – dan staan wij klaar om daar,bijvoorbeeld binnen 48 uur, ondersteuning te bieden. Niet voor nikshouden we dat bevoorradingsschip als extra voorzorgsmaatregel in deregio, zoals ik al zei. Dat doen we in nauw overleg met de eilanden. Onzecommunicatie verloopt heel zorgvuldig, omdat we niet onnodig paniekwillen veroorzaken. Wanneer je onnodig paniek veroorzaakt, kan datnamelijk ook weer invloed hebben op het toerisme, wat we niet willen. Weproberen steeds zo goed mogelijk aan te sluiten bij de feiten die we zienen de analyses die we maken. We proberen de juiste balans te vinden,waarbij we aan de ene kant voorbereid en alert zijn en aan de andere kantvoorkomen dat er onnodige onrust ontstaat.De heer Ceder (ChristenUnie):Mag ik het even parafraseren? Ik ben het met de Minister eens dat weonnodige onrust dienen te voorkomen. Daarom wil ik zorgvuldig zijn enop mijn woorden letten. Mag ik het zo begrijpen dat de eilanden ervan uitkunnen gaan dat het kabinet zich terdege bewust is van de afspraken diezijn vastgelegd in het Statuut voor het Koninkrijk en zich daar, zichtbaar enniet-zichtbaar, op oriënteert?Minister Brekelmans:Uiteraard. Daarom koos ik mijn woorden net natuurlijk ook zorgvuldig.Defensie is in de regio present, zowel met de capaciteit van de marine diewe daar hebben als met de capaciteiten van onze landmacht en deKoninklijke Marechaussee – noem het allemaal maar op – omdat we deKoninkrijkstaak van de bescherming van het Koninkrijk heel serieusnemen. Ook de taak van het verlenen van bijstand in de regio als er sprakeis van verstoring op de eilanden of als er tekorten zijn, nemen we zeerserieus. Ook het feit dat we voorbereid moeten zijn op bepaalde scena-rio’s nemen we serieus. Dat betekent dat we al dingen moeten klaarzettenen ervoor moeten zorgen dat er dingen klaarstaan voor het moment datde situatie verslechtert.De voorzitter:Ik geef het voorzitterschap terug aan de heer Ceder.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel, oud-voorzitter. Dan zijn we aangekomen bij de tweedetermijn. Het hoeft niet, maar kan als er behoefte aan is. Ik zie dat er tocheen aantal parlementariërs zijn die dat graag willen. We gaan beginnenmet mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3432 Dank u wel, voorzitter. Ik heb reeds een plenair tweeminutendebataangevraagd vandaag. Ik had dit debat aangevraagd vanwege dewekenlange hele oorverdovende stilte vanuit het demissionaire kabinet.De communicatie – dat zeg ik ook tegen de Minister – zou er niet vanmogen afhangen of de Kamer vraagt om een debat of van schriftelijkevragen die gesteld worden door een Kamerlid. Het hoort zo te zijn dat eropen gecommuniceerd wordt als het gaat om de veiligheid van onder-delen van het Koninkrijk. Ik geloof in de beste wil van deze Ministers enook van de andere leden van dit kabinet, maar ik doe wel de oproep omdat te verbeteren. Doe desnoods een online Facebook- of Instagram-callspeciaal voor vragen vanuit de bevolking, of voer een gesprek metjournalisten. Er is meer communicatie nodig. Dat is ook wat wij horen.Tot slot, voorzitter. Ik vind het problematisch dat het kabinet ernstigeschendingen van het internationaal recht door de Amerikanen weigert teveroordelen. Er zijn twee EU-landen met overzeese gebieden in hetCaribisch gebied: Frankrijk en Nederland. Om er geen misverstand over telaten bestaan: de Franse regering is klip-en-klaar over hoe Parijs aankijkttegen deze Amerikaanse militaire aanvallen. Het is belangrijk dat ookNederland dit doet, ook al is het alleen al om de kans dat de eilandenbetrokken raken bij een militair conflict te verkleinen. Ik hoop dus vanharte dat de Ministers dit ter harte nemen.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Dekker, maar hij ziet af van zijntweede termijn. Heel goed. De heer Bamenga doet dat waarschijnlijk ook.Nee, toch niet. U heeft het woord.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Fijn dat u altijd hoop heeft. Dank u wel voor deantwoorden van de bewindspersonen. Ik heb zelf ook nog twee vragen inhet kader van het internationaal recht. We kregen net van de bewindsper-sonen te horen dat ze geen informatie hebben die de acties van deVerenigde Staten kan rechtvaardigen. Dat is in ieder geval wat er zojuistgezegd is. Dat staat los van het vertrouwen dat zij hebben in het democra-tisch proces en de checks-and-balances in de Verenigde Staten zelf. Tochheb ik naar aanleiding daarvan nog twee vragen. Wat doet het kabinet welom antwoorden te krijgen rondom die rechtvaardiging? De tweede vraagis: wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de kwalificatie die ditkabinet gaat geven aan de acties van de Verenigde Staten? Net alsmevrouw Piri vind ik het ontzettend belangrijk dat wij hier als Nederlandwel kwalificaties aan gaan geven. Het is voor ons als Nederland, het thuisvan het internationaal recht, heel belangrijk dat we dat blijven handhavenen beschermen.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer, die volgens mij een kortebijdrage heeft.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Ministers en hun teams bedanken voor deantwoorden. Gelukkig is er geen acute dreiging, maar we moeten ook nietnaïef zijn. Wat BBB betreft richten wij onze aandacht vooral op deveiligheid van de inwoners van Aruba, Curaçao en Bonaire, en steken wedaar onze energie in. Dat vinden wij belangrijker dan met de vingerwapperen naar Amerika.Daar wil ik het bij laten. Dank u.De voorzitter:Duidelijk en helder. De heer Hoogeveen ziet af van zijn tweede termijn, netals de heer Van Lanschot en de heer Vlottes. De heer Ellian van de VVD.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3433 De heer Ellian (VVD):Uiteraard wil ik de bewindspersonen bedanken. Het is, denk ik, goed omte onderstrepen dat ik het als Kamerlid goed vind dat we hier dit gesprekmet elkaar hebben. Ik reken er ook op dat de situatie nauwlettend in degaten wordt gehouden. Ik hoop dat de Kamer wel periodiek op de hoogtewordt gehouden over de ontwikkelingen; dat miste ik nog een beetje. DeMinister zegt: ik heb goed contact met de eilanden. De heer Vermeervergeet er overigens geloof ik nog drie te noemen. Dat maakt niet uit,maar we zijn verantwoordelijk voor zes van de eilanden. Ik hoop dat deMinister van Buitenlandse Zaken mij vergeeft dat ik een beetje doorzaagover de aanwezigheid van het Iraanse regime. Hij weet waarom. Hij ginglaatst thee met hem drinken, dus ik vond het toch nodig om even techecken of we met elkaar wel scherp zijn op wat zij daar doen. Dat kannamelijk altijd ook Nederlandse belangen raken.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie ook af van mijn tweede termijn, maar ik sluit me wel aanbij de opmerkingen van de heer Ellian. Ik vond het ook een goed debat,waarin ook wat duidelijkheid is gegeven op een aantal thema’s. Een aantalKamerleden heeft enkele vragen gesteld. Ik vroeg me af of de bewindsper-sonen die direct kunnen beantwoorden of dat ze even tijd nodig hebben?Ik hoor dat ze gelijk kunnen beantwoorden. Dan geef ik Minister van Weelgraag het woord.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Er zijn niet veel vragen gesteld. Ik wil vooral danken voorhet debat hier. Wat ik hieruit meeneem, is dat wij eerder proactief haddenkunnen communiceren, ook over dingen die we al deden. Ik merk op datwe weliswaar direct communiceren met de gezaghebber en met depremiers, maar dat dit soort debatten natuurlijk helpen, ook voor debevolking daar ter plekke, om meer te weten te komen over waar we zittenen waar we tegen aankijken. Zij zien dan ook dat het Nederlandseparlement en de Nederlandse regering betrokken zijn bij de situatie daar.Dat neem ik ter harte. We zullen bekijken wanneer en op welke momentenwij daar in de toekomst proactief over kunnen communiceren.Als het gaat over de antwoorden op de vragen over de rechtvaardiging,dan blijf ik toch bij wat ik in eerste termijn heb gezegd. Wat mij betreft ishet nu in eerste instantie aan de checks-and-balances van het Ameri-kaanse democratische rechtsbestel om te kijken naar de rechtmatigheidvan deze acties. Daar ligt ook alle informatie. Het Amerikaanse congresheeft ook toegang tot al die informatie, al dan niet in vertrouwelijkesetting. Dat geldt ook voor de Amerikaanse overheidsinstanties. Datproces zullen wij nauw volgen. Dat doen we overigens ook in EU-verband.Ondertussen ontslaat ons dat niet van de oproep tot het vasthouden aanhet internationaal recht. Die oproep doen we expliciet. We hebben dieoproep ook in EU-verband en EU-CELAC-verband gedaan aan deAmerikaanse regering. Het moge dus al een paal boven water staan datwij daar belang aan hechten. Dat is wat anders dan dat wij in elk gevaleraan gehouden zijn om direct zelf een juridisch oordeel te vellen, ook alswe daartoe niet de informatie hebben en de Amerikanen ook niet verplichtkunnen worden om bijvoorbeeld geclassificeerde informatie aan ons teoverhandigen in dat kader. Maar wij volgen dit nauw en zullen dat ookdoen samen met onze Europese bondgenoten.De voorzitter:Dank u wel. Dit levert geen interrupties op. Dan wil ik de heer Brekelmanshet woord geven. Hij ziet daarvan af, als dat mag van de commissie. Datmag van iedereen behalve van de heer Bamenga. Nee, ook hij kniktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3434 instemmend. Dat is goed. Ik denk dat de heer Brekelmans zich aansluit bijde heer Van Weel.Minister Brekelmans:Jazeker. Laat ik op het punt van de communicatie zeggen dat dit ook vooronze kant geldt. Wij hebben daar langs de militaire kant contact. OnzeCommandant der Zeemacht in het Caribisch deel van het Koninkrijk heeftook heel veel contacten. We hebben afgesproken dat hij ook eenwekelijkse mail daarover stuurt, ook al is er niks nieuws te melden. Dan ishet bericht in ieder geval: er is geen verandering ten opzichte van wat weeerder te melden hadden. Dat gaat dan in ieder geval naar de Minister vanBuitenlandse Zaken en ook naar mij. De communicatie met de autoriteitenis de afgelopen maanden heel intensief geweest. Als die het brederepubliek niet bereikt, dan moeten we inderdaad bekijken of er nog anderemanieren zijn om dat te doen. Ik zeg daar wel bij dat dit ook in samen-werking met de autoriteiten daar moet gebeuren. We willen ook ervooruitkijken dat verkeerde dingen die we hier zeggen, daar tot onrust leiden.Daar zullen we steeds goed naar blijven kijken.De voorzitter:Dank u wel. Er is een korte interruptie van mevrouw Piri.Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):Dat waardeer ik zeer. Dat zijn in ieder geval de signalen die wij kregen. Ikzal nog wel een compliment maken. Ik zag dat de Commandant derStrijdkrachten dat wél heeft gedaan, maar ik miste het politieke geluidvanuit het kabinet. Het wordt gewaardeerd dat daar meer werk van wordtgemaakt.De voorzitter:Mooi. De heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Eens dat het gewaardeerd wordt. De heer Ellian heeft net al een vraaggesteld over het periodiek op de hoogte gehouden worden en daar heeftde Minister op gereageerd, maar wel in wat vage termen. Ik probeer tekijken of we een concretere afspraak kunnen maken over het periodiekinformeren van de Kamer over de situatie.Minister Van Weel:Dat vind ik moeilijk, omdat we hier allemaal in de mist lopen. Het kan duszomaar zijn dat deze situatie nog een maand doorgaat zonder enigeverandering. Dan is er weinig aanleiding om te komen met informatie. Hetkan echter zomaar zijn dat er in de komende twee weken hele groteveranderingen zijn. Kunt u ons dus enige ruimte laten? Dan zullen deMinister van Defensie en ik proactief naar u toe komen op het moment datwij wijzigingen in het normbeeld zien, net zoals we vandaag met uwKamer informatie hebben gedeeld en gewisseld.De voorzitter:Dank u wel. Dat staat genoteerd. Dan zijn wij op tijd aan het eindegekomen van het commissiedebat. Mevrouw Piri heeft een tweeminuten-debat aangevraagd. De Griffie zal haar best doen om dit nog voor hetkerstreces in te plannen, maar ik kan niet beloven dat dit lukt. Het is inieder geval wel genoteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3435 Tegen de mensen die meekijken zeg ik: ik hoop dat jullie hier watantwoorden hebben kunnen krijgen. Ik wil de Kamercommissie bedanken.Ik wil de bewindspersonen ook bedanken. Good evening. Fijne avond enbon dia!Sluiting 22.54 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 V, nr. 3436

Bron, video en gesprek →