Raad Buitenlandse Zaken 15 juni 2026
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2026-06-09) · PvdA (2021-03-31–2023-10-26) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De voorzitter: Goedenavond. Hierbij open ik het commissiedebat van de commissie Buitenlandse Zaken. Aan de orde is de Raad Buitenlandse Zaken. Ik verwelkom alle collega's. Als ik het goed zag, zijn er 11 fracties vertegenwoordigd. We hebben tot uiterlijk 22.00 uur voor dit debat. Ook welkom aan de minister van Buitenlandse Zaken en natuurlijk de ondersteuning. Daarbij zou ik, gezien het feit dat er zo veel fracties zijn, willen voorstellen om de inbreng tot vier minuten te beperken. Ik wil het aantal interrupties niet beperken, maar degenen die mij eerder als voorzitter hebben meegemaakt, weten dat ik op een gegeven moment wel ingrijp als het te gek wordt. We doen de interrupties wel max in drieën. Er is dus geen max op het aantal interrupties, maar als je een vraag aan iemand stelt, kan je dat max drie keer achter elkaar doen, zoals plenair ook het geval is. Je gaat dus niet tot aan het oneindige door. Dan starten we het debat en geef ik eerst het woord aan de heer Dassen namens Volt, voor vier minuten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nog twee seconden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Van Baarle namens de fractie van DENK.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar mevrouw Dobbe namens de fractie van de SP.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Van der Werf namens de fractie van D66.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Hartelijk dank. Ik zie een interruptie van mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Duidelijk. Dan zie ik ook nog een interruptie van de heer Hoogeveen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het lijkt opgelost. Ik zie nog een interruptie van de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voordat ik het woord geef aan mevrouw Van der Werf: dit was veel, veel, veel te lang. Ik ben heel coulant met onbeperkte interrupties, zoals collega's weten, maar dat vraagt ook iets van u, namelijk proberen het gewoon in een halve minuut te doen. Mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot. Niet nodig, oké. Heel mooi, zelfcensuur. We krijgen nu kortste interruptie van de heer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Voor de duidelijkheid: dit is gewoon een interruptie. We maken geen verschil tussen feitelijke vragen en interrupties. Het is gewoon een interruptie, toch? Ja.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot, kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Wat is uw vraag?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat gaan we niet doen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Ceder, dit is niet de eerste keer. Ik vraag alle collega's om kort te zijn. Ik geef u de mogelijkheid om nog een derde interruptie te doen, terwijl uw eerste twee interrupties eigenlijk al heel lang waren. Respecteer dan ook de collega's door het kort te houden. Wat is dus uw concrete vraag? Zonder inleiding.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. We gaan door naar de inbreng van de heer Schenk, namens FVD.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik vond hem in ieder geval lekker kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Schenk, ook bij u het verzoek om het echt korter te houden. Het is echt weer veel te lang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat begrijp ik. Ik ga hier als voorzitter niet over de inhoud, dus daar interrumpeer ik absoluut niet op, maar ik zeg wel iets over de lengtes. Mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Ceder. O, excuus, eerst de heer Van Lanschot.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle, een verduidelijking van de vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot, de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan zie ik een interruptie van de heer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot op dit punt, meneer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Neeneenee.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Schenk, u doet dit elke keer. De vragen zijn volgens mij best duidelijk. Dit is de vierde keer dat u een vraag terugkaatst naar een collega voor een verduidelijking. De vraag ging heel duidelijk over Letland en Estland, dus over de Baltische staten. Het is uiteraard aan u of u daar een antwoord op wil geven of niet. Daar gaat u over.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Dan zie ik ook nog een interruptie van mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot op dit punt, mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Via de voorzitter, alstublieft.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie nog een interruptie … O, sorry, meneer Schenk, uiteraard.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan zie ik nog een interruptie van mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: En uw vraag is?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het is natuurlijk aan de heer Schenk of hij daarop wil reageren.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het is aan u en u kunt het hele debat met elkaar voeren, maar misschien is het ook leuk om op een gegeven moment de minister nog wat vragen te stellen. Het is aan u. Zijn er nog interrupties? Toch wel. De heer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De vraag is duidelijk. De heer Schenk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Duidelijk. Ik stel voor dat u doorgaat met de beantwoording. Niet de beantwoording, want dat heeft u voldoende gedaan! U heeft nog 53 seconden voor uw eigen inbreng.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een punt van orde van de heer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De vraag is duidelijk, maar uiteraard gaat de heer Schenk over zijn eigen antwoord. Maar ik stel ook voor om niet elke keer de vragen te herhalen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Was dat afdoende, vraag ik aan de heer Stoffer. Nee, toch nog een vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan geef ik u het woord om uw eigen inbreng namens de SGP te doen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Precies binnen de tijd. Er is een interruptie van de heer Hoogeveen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat wordt een heel lang antwoord zo.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U gaat uiteraard zelf over de inhoud en over waar u het over wilt hebben.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik moet eerlijk zeggen dat ik het een interessant debat vind, maar ik weet niet of iedereen die thuis meekijkt, dat ook vindt. Dan gaan we door met de heer Ceder. Vier minuten, meneer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Uiteraard mag dat, meneer Ceder. U spreekt namens de ChristenUnie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ja, dank u wel. U bent al 15 seconden over uw tijd heen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Maes. Zij spreekt namens de VVD.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft nog 35 seconden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Hoogeveen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Hoogeveen weet dat dit vast ook in de helft van de tijd had gekund, maar de vraag is duidelijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik weet het niet; u praat via de voorzitter.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot. Nee? Dan de heer Van Lanschot.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was het namens de heer Van Lanschot. Ik zag dat mevrouw Dobbe ook nog een interruptie heeft.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Graag via de voorzitter spreken.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot op dit punt, mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie dat de heer Van Lanschot ook nog een interruptie heeft.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nou, een prachtig gebaar. Dan gaan we naar de interruptie van de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Uw vraag, meneer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee, meneer Ceder, komt u nou alstublieft … Of u komt binnen tien seconden tot een vraag, of we gaan door.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee, het is ongelofelijk hoelang uw vragen zijn. Meneer Ceder, afronden!
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Duidelijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Via de voorzitter alstublieft.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het wordt langzaam een dingetje in deze commissie dat we gewoon vragen terugstellen. Maar goed, ter verduidelijking mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot op dit punt, mevrouw Van der Werf. Nee? Dan zag ik nog een interruptie van mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Heel duidelijk en kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Maes gaat gewoon zelf over de antwoorden. Misschien zijn collega's daar niet tevreden over, maar er was een duidelijke vraag en mevrouw Maes gaat over haar antwoord. Mevrouw Dobbe, heeft u nog tot slot op dit punt een vraag?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Dat was het. Dan gaan we door naar de inbreng van de heer Hoogeveen namens JA21.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U ook bedankt. Ik zie een interruptie van de heer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Stoffer.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: "Uitlokking" heet dat.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Dan gaan we door naar de inbreng van de heer Van Lanschot namens het CDA.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar collega Stoffer qua anciënniteit. Zou u het voorzitterschap heel even willen overnemen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Piri (PRO): Dank u wel, voorzitter. Kijk gewoon naar het gezicht van de griffier naast me. Dan ziet u wanneer ik over de tijd heen ben. Voorzitter. Bij de RBZ wordt er onder andere gesproken over een mogelijk EU-verbod op de handel met illegale nederzettingen, want de enige weg naar een duurzame en rechtvaardige vrede in Israël en Palestina is om een einde te maken aan de bezetting en aan de politiek van illegale nederzettingen. Vanmorgen kwamen nog twee gedetailleerde rapporten naar buiten over hoe kolonisten met hulp van de Israëlische krijgsmacht Palestijnse gemeenschappen uit hun huizen en van hun landbouwgrond verdrijven en over hoe de producten van kolonisten vervolgens in groten getale via nota bene Rotterdam op de Europese markt worden verhandeld. Als de minister zich voldoende geïnformeerd voelt om daar reeds een reactie op te geven, dan hoor ik dat graag. Anders krijg ik die later graag schriftelijk. Voorzitter. We tolereren illegale nederzettingen normaal gesproken nergens. Een belangrijke manier om deze misdrijven tegen te gaan is het wegnemen van de economische levensvatbaarheid van de nederzettingen. Dat deden we bijvoorbeeld in Oekraïne. De EU verbood in 2014 meteen de import van goederen uit de Krim. In 2022 verbood de EU de import van goederen uit de bezette gebieden in de Donbas, Cherson en Zaporizja. Ook verbood de EU investeringen in en voor een groot deel ook de dienstverlening aan personen en entiteiten in deze bezette gebieden. Waarom doet de EU dat wel in Oekraïne, maar niet in Palestina? Graag een reactie van de minister. Voorzitter. Mijn fractie is blij dat het kabinet eindelijk een stap heeft gezet met een nationaal verbod op de import van goederen uit illegale nederzettingen in de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Nu is er ook een kans om serieus werk te maken van een EU-breed verbod. Landen als Frankrijk, Italië en Zweden hebben zich daar al voor uitgesproken. Je kunt nagaan dat Spanje en Ierland ongetwijfeld voor zijn. België doet inmiddels mee en de nieuwe regering in Denemarken ook. Maar vooralsnog ontbreekt het in de EU aan leiderschap op dit terrein. Is er een mogelijkheid voor Nederland om hierin het initiatief te nemen? Ik heb daarom de volgende vragen aan de minister. Klopt het dat een simpele meerderheid van veertien lidstaten de Commissie kan verzoeken om een voorstel te maken voor een EU-importverbod? Klopt het dat er alleen een gekwalificeerde meerderheid nodig is voor de invoering daarvan? Klopt het dat Nederland als traditioneel trouwe bondgenoot van Israël en grote importeur van producten uit de nederzettingen een belangrijke swing vote kan zijn als het gaat om de EU-betrekkingen met Israël? Dat hebben we eerder gezien bij het aanpakken van het kolonistengeweld of het onderzoek naar artikel 2 van het associatieakkoord, waartoe het eerdere kabinet het initiatief heeft genomen. Tot slot op dit punt: is minister Berendsen bereid om het initiatief te nemen voor een verzoek aan de Commissie voor een voorstel tot zo'n importverbod? Voorzitter. Ik zal mijn laatste 50 seconden besteden aan het tweede onderwerp. Gisteren bereikte mij weer een bericht over een zaak waar ik al jaren mee bezig ben, namelijk de mensenrechtenactivisten, de Hirakactivisten, in Marokko. De moeder van Nasser Zefzafi is, samen met andere moedige vrouwen uit het Rifgebied, weer de straat opgegaan. En terecht, want hun kinderen zitten nog steeds onterecht was. Mensen zoals Nasser Zefzafi zijn politieke gevangenen. De minister weet dat de fractie van PRO voor het uitleveringsverdrag met Marokko heeft gestemd. Wij zeggen dus niet: werk op geen enkele manier samen. Maar ik verwacht van dit kabinet, net als de eerdere drie kabinetten hebben gedaan sinds Nasser Zefzafi vastzit, dat het zich hierover uitspreekt en dat er in de gesprekken elke keer aandacht komt voor deze politieke gevangenen. Dat was het. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Hartelijk dank aan de heer Stoffer hiervoor. Ik heb even overlegd. Ik hoor dat het restaurant speciaal voor ons nog geopend is, voor de mensen die nog geen diner hebben gehad. Het zou mijn voorstel zijn om drie kwartier te schorsen, tot 20.35 uur, en om dan hier terug te zijn. Ik schors voor nu de vergadering.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We zouden om 20.35 uur starten, maar we wachten nog op de minister, dus tot die tijd schors ik de vergadering.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We gaan door naar de eerste termijn van de minister. Lieve collega's, ik weet dat het laat is. We hebben allemaal net gegeten. De minister gaat straks ongetwijfeld toelichten wat de blokjes zijn. Ik stel voor om de interrupties nog steeds onbeperkt te doen, maar wel elke keer na een blokje. Ik heb hier net informeel alvast besproken dat het aantal interrupties onbeperkt is, maar als een interruptie langer dan 30 seconden duurt, is het ook meteen uw laatste. Op die manier gaan we het doen. Het woord is aan de minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zag al dat er een aantal interrupties zijn. Eerst mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee, nee, dit gaan we toch niet doen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Mevrouw Van der Werf heeft daar nog precies twaalf seconden voor, dus die ene extra zin komt nu. Nee, hoor. De minister wil graag een verduidelijking, mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee, het was heel serieus.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Hij weet voldoende.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie een eurekamomentje naast me, dus het woord is aan de minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Van der Werf, tot slot op dit punt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft daar nog precies drie seconden voor. Wil de minister nog reageren op de vraag of hij goed heeft gehoord wat mevrouw Van der Werf zei?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is ook een interruptie van de heer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot de heer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie geknik van de minister. Dan gaat de minister verder met blokje twee, China. O, excuus. Mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Van der Werf, is dat voldoende?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Dan kan de minister door met het blokje China.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zag in ieder geval eerst een interruptie van de heer Hoogeveen. Gaat uw gang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Excuus. U zat nog helemaal ruim binnen de 30 seconden. Mijn excuses; ik dacht dat u klaar was. De minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Hoogeveen? Dat was voldoende. Dat was er nog een interruptie van de heer Van Baarle over dit onderwerp.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Kan de minister hier nu antwoord op geven? Of anders in de tweede termijn? Dat kan ook. Of morgen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Is dat goed? Ja. Tot slot op dit onderwerp. De heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké, dan gaat de minister door. O, sorry. De heer Hoogeveen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister vervolgt zijn betoog. We zijn bij het blokje Iran.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Zijn daar vragen over? Ja. Mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan vervolgt de minister zijn betoog en gaan we naar het blokje Syrië.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan is de eerste interruptie van de heer Van Baarle.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nee hoor, alle begrip. Meneer Van Baarle, wilt u nog hierop door of op iets anders?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ja. Dat is helemaal prima. Dan is er een interruptie van de heer Ceder en daarna van mevrouw Van der Werf, zag ik. Eerst de heer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We hebben die coulance met de minister nog voor het zomerreces, toch?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan is er een interruptie van mevrouw Van der Werf. Ik herinner de collega's aan de 30 seconden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan vraag ik even aan de minister wat "korte termijn" is. Dat hangt nogal van de persoon af.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Mevrouw Van der Werf?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan noteren we dat als een toezegging. Dat waren volgens mij de interrupties over Syrië. Dan vervolgt de minister met het blokje Israël/Palestijnse gebieden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk rond of hier vragen over zijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik moet zeggen: het is heel fijn om eens een keer niet de pokerface te zien van de minister. De minister gaat door.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We gaan kijken of de heer Ceder daar genoegen mee neemt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mijn handen jeuken, maar als voorzitter houd ik mijn mond.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is prima.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Van Baarle, tot slot op dit punt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Tot slot hierover.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dit is het antwoord. Er is nog een interruptie van mevrouw Van der Werf.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Als ik het goed samenvat: of u op basis daarvan bereid bent om te pleiten voor maatregelen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik geef nog een keer kort het woord aan mevrouw Dobbe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U mag nog een keer interrumperen, mevrouw Dobbe, maar ik wil echt om 22.00 uur sluiten, dus alleen als het heel noodzakelijk en kort is.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik begrijp uw punt helemaal. Er zijn nog een paar vragen die onder het laatste blokje overig vallen. Daartoe zouden we heel graag over willen gaan.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is een oproep aan uw collega's. Het is ook aan de minister om daar wel of niet op in te gaan. Goed punt. Als u het toestaat, vraag ik de heer Stoffer om het voorzitterschap voor één seconde over te nemen, of misschien voor iets meer dan één seconde, want ik heb nog één vraag.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Piri (PRO): De vraag die ik heb, is: hoe kijkt de Nederlandse regering naar een EU-importverbod op goederen uit illegale nederzettingen? Zou dat een onderdeel kunnen zijn van het EU-handelsbeleid? Waarom vraag ik dat? Voor het EU-handelsbeleid heb je een gekwalificeerde meerderheid nodig, terwijl je voor het EU-sanctiebeleid unanimiteit nodig hebt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Piri (PRO): Sorry, maar ik heb inderdaad nog één korte vervolgvraag. Is het de inzet van Nederland om dat te doen op basis van het EU-handelsbeleid?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Hartelijk dank. De minister komt bij zijn laatste blokje overig, in hopelijk tweeënhalf à drie minuten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ja, oké.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik dank de minister en ik lees de vier toezeggingen voor.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zou gewoon ja zeggen op dit moment, zeg ik tegen de minister. Oké. Haalt de minister daarmee dus het verslag van de RBZ? Is dat de toezegging?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Ik rond af. Er zijn geen vragen meer, want we zijn al over tijd. Ik heb zelf gisteren als lid een tweeminutendebat aangevraagd. Dat staat waarschijnlijk voor morgen ingepland, met aansluitend stemmingen. Ik wil de minister en de ondersteuning, maar ook de Kamerondersteuning echt danken. Vandaag zijn er aan de kant van de Kamer meer dan 100 vragen gesteld. Na 22.00 uur zitten hier elf fracties tot het eind van het RBZ-debat. Als ik goed heb geteld, waren er 85 interrupties aan elkaar en aan de minister, terwijl we maar vijf minuten over tijd zijn. Ik dank u allen voor deze marathon. Ik zie dat de minister nog één opmerking heeft.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat is, denk ik, heel fijn. Ik dank iedereen, ook de mensen die thuis meekeken. Ik sluit de vergadering.
Bron, video en gesprek →