Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 037MestbeleidNr. 624 VERSLAG VAN DE RAPPORTEURS3 oktober 2025 IntroductieDe vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(LVVN) heeft ons, leden Holman, Vedder en Meulenkamp, aangesteld alsrapporteurs voor de evaluatie en mogelijke herziening van deNitraatrichtlijn.1In het werkprogramma voor het jaar 2024 kondigde de EuropeseCommissie reeds een evaluatie aan van de Nitraatrichtlijn.2 In de visievoor landbouw en voedsel van 19 februari 2025 werd duidelijk dat deevaluatie tegen het einde van 2025 wordt verwacht.3 Uit het gesprek metde Europese Commissie op 25 september 2025 hebben wij vernomen datdit uitgesteld wordt tot begin 2026. De evaluatie zou mogelijk kunnenleiden tot een herziening van de Nitraatrichtlijn.Op 19 september 2025 is gestemd over het RENURE-voorstel in hetNitraatcomité. Gelet op de nauwe samenhang van dit voorstel met deevaluatie en mogelijk herziening van de Nitraatrichtlijn hebben wij ditonderwerp ook aan de orde gesteld bij de ondernomen activiteiten.4In dit tweede tussentijdse verslag zullen wij rapporteren over gesprekkendie wij commissiebreed met de Europese Commissie hebben gevoerd op1Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van watertegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen.2Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCILamending Regulation (EU) 2021/2115 as regards the conditionality system, types of inter-vention in the form of direct payment, types of intervention in certain sectors and ruraldevelopment and annual performance reports and Regulation (EU) 2021/2116 as regards dataand interoperability governance, suspensions of payments annual performance clearance andcontrols and penalties.3COM(2025)75 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DERAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’SEen visie voor landbouw en voedsel Samen de landbouw- en voedselsector van de EUaantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties4COM(2022) 590 MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DERAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’SWaarborgen van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van meststoffen kst-33037-624ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6241 hoog ambtelijk niveau met vertegenwoordigers van DG Environment, hetcommissiebrede werkbezoek aan Denemarken (Kamerstuk 36 826, nr. 1),de beëindiging van een politieke dialoog over de derogatie, de analysevan de ontvangen input van de ECPRD-uitvraag, de samenvatting van deopgevraagde position paper over de wetenschappelijke onderbouwingvan de 170 kilogram per hectare norm in de Nitraatrichtlijn (2025D37139)en over ons werkbezoek aan Brussel op 25 september 2025.5 Daarbijzullen wij onze bevindingen delen en een voorstel doen voor het vervolgvan het rapporteurschap.Aanbevelingen van de rapporteursDit tussentijds verslag kan door de commissie LVVN worden betrokken bijde toekomstige commissiedebatten Landbouw- en Visserijraad en/ofcommissiedebatten Stikstof en mestbeleid.De commissie LVVN kan zo spoedig mogelijk rapporteurs aanstellen na deinstallatie van de nieuwe Kamer om continuïteit op dit dossier tewaarborgen.De commissie LVVN kan vanaf de installatie van de nieuwe Kamerduidelijk zichtbaar proberen te maken dat Nederland bereid is te leverenop doelen rondom waterkwaliteit en duurzaamheid. Alleen dan kan ruimteontstaan voor maatwerk, of zelfs een nieuwe, goed onderbouwde vormvan derogatie.De commissie LVVN kan besluiten om te continueren om de Ierselandbouwcommissie op de hoogte te houden van verdere stappen ofonderzoeken die de Kamer onderneemt met betrekking tot een derogatie.Doel van het EU-rapporteurschapHet rapporteurschap richt zich op de evaluatie van de Nitraatrichtlijn en dedaaropvolgende mogelijke herziening van de Nitraatrichtlijn. Hetrapporteurschap heeft enerzijds als doel om de informatiepositie van deKamer te versterken en anderzijds om te zorgen voor aandacht en tijdigebehandeling zodat het dossier zo optimaal mogelijk kan wordenbehandeld in de Kamer.Bevindingen van de rapporteursEvaluatie NitraatrichtlijnDe Europese Commissie geeft aan dat dit sinds de start van de Nitraat-richtlijn de eerste integrale evaluatie is van de richtlijn. Bij de evaluatie zalde Europese Commissie onder andere kijken naar de samenhang tussende Nitraatrichtlijn en andere Europese wetgeving zoals de KaderrichtlijnWater (KRW) en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Verder zalde Europese Commissie kijken naar de kosten van implementatie van derichtlijn, directe voordelen van de richtlijn, mogelijkheden voor vereen-voudiging en mogelijkheden voor vermindering van administratievelasten. Centraal staat uiteindelijk de vraag in welke mate de richtlijngeschikt is om de gestelde doelstelling te behalen, namelijk om waterver-ontreiniging die wordt veroorzaakt of teweeggebracht door nitraten uitagrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging van dienaard te voorkomen. Uit de gesprekken met de Europese Commissie kwam5ECPRD-vragen zijn informatieverzoeken die worden gedaan door het Europees Centrum voorParlementair Onderzoek en Documentatie (ECPRD) aan nationale parlementen in de EU ominzicht te krijgen in standpunten over specifieke Europese beleidsthema’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6242 niet pertinent naar voren dat er sprake zal gaan zijn van een herziening.Wel heeft de Europese Commissie aangegeven dat het hun niet lukt omeind 2025 de evaluatie te presenteren door alle input die ze hebbenontvangen. Naar verwachting wordt de evaluatie nu begin 2026gepresenteerd.Het Europees Parlement (EP) heeft in twee initiatiefrapporten (Waterstra-tegie en Toekomst van landbouw en het GLB post 2027) plenair denoodzaak tot herziening van de Nitraatrichtlijn erkent.6, 7 De roep omherziening komt voort uit de wens naar meer flexibiliteit, ruimte voorcirculaire landbouw en het gebruik van dierlijke meststoffen zoalsRENURE. Toch zijn er ook Europarlementariërs die voorzichtigheiduitspreken: zij waarschuwen dat de herziening beide kanten op kan vallen.Hoewel uit de position paper blijkt dat de 170 kilogram per hectare normniet wetenschappelijk is onderbouwd, kwam uit alle gesprekken met deEuropese Commissie consistent naar voren dat het zeer onwaarschijnlijklijkt dat de norm zal worden verhoogd. Nederland staat redelijk alleen inde problematiek over deze norm. De Europese Commissie blijft elke keerafgeven dat de insteek van de evaluatie niet is om milieustandaarden teverlagen, maar dat de focus met name komt te liggen op vereenvoudigingen ondersteuning bij implementatie.Evaluatie Nitraatrichtlijn: krachtenveldUit het gesprek met de Europarlementariërs op 25 september 2025 kwamnaar voren dat het EP iets naar rechts is opgeschoven ten opzichte van hetvorige mandaat, wat invloed heeft op het krachtenveld rondom landbouw-en milieudossiers. Binnen het EP speelt de discussie over de Nitraat-richtlijn vooral bij Nederlandse en Ierse leden. In bredere zin is hetdraagvlak beperkt. In het EP komen initiatieven om de nitraatrichtlijn terdiscussie te stellen nu vooral vanuit de landbouwcommissie. Dedoelsturing-discussie staat ook nog maar in de kinderschoenen in het EP.De milieucommissie is leidend op het nitraatdossier.Uit alle gesprekken die wij tijdens dit rapporteurschap met de EuropeseCommissie hebben gevoerd, kwam naar voren dat Nederland in eenunieke situatie zit wanneer het gaat om de problemen rondom mest- enstikstofbeleid. Het lijkt er tot op heden dan ook op dat Nederland één vande weinige landen is die grote problemen ervaart met de implementatievan de Nitraatrichtlijn. Dit is ook terug te zien in het zeer geringe aantallidstaten met een derogatie. Dit speelt eigenlijk alleen in Nederland enIerland. Denemarken heeft lange tijd ook gebruikgemaakt van dederogatiemogelijkheid, maar heeft inmiddels een alternatieve aanpakgevonden om aan de normen uit de richtlijn te voldoen. De EuropeseCommissie heeft aangegeven dat extensivering een belangrijk onderdeelkan vormen. Grondgebondenheid kan een goede vorm van extensiveringzijn.Wij hebben ook een set ECPRD-vragen uitgezet bij de nationale parle-menten van de EU over de evaluatie en mogelijke herziening van deNitraatrichtlijn om zo het krachtenveld beter in kaart te kunnen brengen.Van twintig parlementen is een reactie ontvangen. Er zijn maar weiniglidstaten waar de Nitraatrichtlijn publiek debat oproept. In veel landenwordt het alleen technisch (ambtelijk) besproken. Uit de reacties van de6European Parliament, 16 april 2025, «Report on the European Water Resilience Strategy»(REPORT on the European Water Resilience Strategy | A10-0073/2025 | European Parliament)7European Parliament, 16 juli 2025, «Report on the future of agriculture and the post-2027common agricultural policy» (REPORT on the future of agriculture and the post-2027 CAP)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6243 parlementen blijkt dat de lokale impact van de Nitraatrichtlijn sterkafhangt van de landbouwstructuur, milieukwaliteit, beleidskeuzes en debeschikbaarheid van ondersteuning voor boeren. Landen met intensievelandbouw of beperkte flexibiliteit in regelgeving ondervinden over hetalgemeen de grootste druk. Sommige EU-lidstaten pleiten voor meerflexibiliteit, betere afstemming met andere wetgeving of aanpassing aanlokale omstandigheden. De wensen variëren van technische verduide-lijking tot fundamentele herziening. De meeste lidstaten steunen debestaande norm van 170 kilogram stikstof per hectare per jaar uit dierlijkemest en een groeiend aantal landen pleit voor meer flexibiliteit of eenherziening op basis van lokale omstandigheden, risico’s en wetenschap-pelijke inzichten. Uit dezelfde input kwam ook naar voren dat de meestelanden RENURE zouden kunnen steunen voor het belonen van innovatieen het bieden van flexibiliteit. Hongarije en Oostenrijk vrezen echter voornegatieve milieueffecten of marktverstoringen.DerogatieDe derogatie loopt eind 2025 af. Uit de gesprekken die wij hebbengevoerd blijkt dat een nieuwe derogatie bijna kansloos is. Als de derogatieal zou komen, duurt het minstens anderhalf jaar voordat deze istoegekend. Volgens de Europese Commissie is er momenteel onvol-doende basis om een nieuwe derogatie aan Nederland toe te kennen. Er istot nu toe onvoldoende onderbouwing geleverd. Daarbij komt dat deEuropese Commissie in principe wil toewerken naar het beëindigen vanuitzonderingsregimes zoals de derogatie. De Europese Commissiebenadrukt daarbij dat de Nitraatrichtlijn zo is opgezet dat lidstaten veelvrijheid hebben bij het kiezen van de maatregelen die passen bij delidstaat om de doelstellingen uit de richtlijn te behalen. De EuropeseCommissie benadrukt in deze context ook dat het haar rol is om het gelijkspeelveld in Europa te bewaken. Het feit dat andere lidstaten wel eenmanier hebben gevonden om aan de Nitraatrichtlijn te voldoen, inclusiefDenemarken die tot voor kort ook gebruikmaakte van een derogatie,maakt ook dat de Europese Commissie zich terughoudend opstelt tenaanzien van een eventuele nieuwe derogatie. Ze hebben goed voor ogendat Nederland het mestplafond overschrijdt. Totdat er een stevig pakketop tafel ligt ten aanzien van het mestbeleid, lijkt het dan ook zeeronwaarschijnlijk dat een derogatie aan Nederland opnieuw zal wordenverleend. Vanuit de Europese Commissie bestaat sterke aandacht voor hetbehalen van de KRW-doelen. De Europese Commissie heeft ons duidelijkgemaakt dat ze structurele zorgen heeft over de waterkwaliteit inNederland. De Europese Commissie stelt vast dat de situatie sinds 2016niet is verbeterd, en in sommige gevallen zelfs is verslechterd. Ook hier ishet ontbreken van duidelijke, verplichte maatregelen op nationaal niveaubenoemd als knelpunt. Nederland maakt, net zoals bij de Nitraatrichtlijn,geen harde toezeggingen en worden vervolgens niet of onvoldoendeingelost. Hierdoor zal de evaluatie van de KRW naar verwachting ookongunstig uitpakken voor Nederland. Dit kan ook weer gevolgen hebbenvoor de vormgeving van het 8e Actieprogramma of zelfs leiden tot eeninfractie.De Europese Commissie gaf Denemarken aan als dienend voorbeeld: ditland heeft afstand genomen van de derogatie en heeft concrete verbete-ringen in de waterkwaliteit heeft gerealiseerd, waarmee ze vertrouwenvan de Europese Commissie heeft weten te winnen. Een belangrijkverschil met Nederland is dat Denemarken werkt met verplichtendemaatregelen, terwijl het Nederlandse beleid tot nu toe vaak als vrijblijvendwordt ervaren. De Europese Commissie waardeert de Deense aanpakvanwege de voorspelbaarheid en meetbaarheid van de ingezette koers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6244 Dat maakt het eenvoudiger om te beoordelen of een lidstaat daadwerkelijkaan de doelen van de Nitraatrichtlijn voldoet.Wij concluderen uit de gesprekken die we tijdens het werkbezoek inBrussel hebben gevoerd dat de positie van Nederland in Brussel isverzwakt door jarenlange vrijblijvendheid en het niet nakomen vantoezeggingen. Wij vinden het van cruciaal belang om nu zichtbaar temaken dat Nederland bereid is te leveren op doelen rondom waterkwa-liteit en duurzaamheid. Alleen dan kan ruimte ontstaan voor maatwerk, ofzelfs heel misschien een nieuwe, goed onderbouwde vorm van derogatie.RENURERENURE is een bewerkte vorm van dierlijke mest die kan worden ingezetals kunstmestvervanger. Daarmee helpt het om waardevolle nutriënten uitmest beter te benutten, mestoverschotten te verminderen en de druk opde mestmarkt te verlichten. Tijdens het Nitraatcomité van 31 mei 2024heeft de Europese Commissie het RENURE-voorstel gepresenteerd. Op19 september 2025 heeft het Nitraatcomité zich positief uitgelaten over hettoelaten van RENURE.Tijdens ons werkbezoek aan Brussel bleek ook dat de ruimte die RENUREnu krijgt, ook moet worden gezien binnen de geopolitieke context. De EUheeft behoefte aan alternatieven vanwege de verminderde import vankunstmest uit derde landen zoals Rusland. Verschillende lidstaten, waar-onder Frankrijk, zijn inmiddels ook positiever over RENURE dan voor-heen nu zij investeringskansen op de markt zien. De Europese Commissieziet de toelating van RENURE als een vorm van een permanente derogatievoor Nederland. Daarom is de kans dat er een extra derogatie gaatworden gegund volgens de Europese Commissie bijna nihil.Terugkoppeling over de ondernomen activiteitenPolitieke dialoog afgerondDe politieke dialoog met de Europese Commissie over de derogatie is perapril 2025 afgerond. Op 24 juni 2025 heeft de commissie LVVN nog eenbrief ontvangen van het Ierse parlement. De Ierse landbouwcommissievroeg om informatie-uitwisseling met de Nederlandse Kamercommissieover hun aanpak en activiteiten rond de derogatie op de Nitraatrichtlijn, inaanloop naar het aflopen ervan eind 2025. De commissie LVVN heefttijdens de procedurevergadering van 2 juli 2025 ingestemd met hetverzoek van het Ierse parlement om hen op de hoogte te houden vaneventuele verdere acties/onderzoeken die de commissie LVVN onder-neemt met betrekking tot de derogatie in het kader van de Nitraatrichtlijn.Werkbezoek Denemarken 7–9 mei 2025Tijdens het commissiebrede werkbezoek aan Denemarken van 7 tot enmet 9 mei 2025 hebben we gesproken over (de effecten van) het verliesvan de derogatie op de Nitraatrichtlijn in Denemarken. Denemarken wordtbinnen de Europese Commissie gezien als een lidstaat die met succesafstand heeft genomen van de derogatie onder de Nitraatrichtlijn.Opvallend is dat dit niet is gebeurd via een overstap naar natuurinclusieveof biologische landbouw, maar door het invoeren van een meer exten-sieve landbouwpraktijk binnen duidelijke en afdwingbare beleidskaders.Daarnaast heeft Denemarken stevig ingezet op overheidsfinanciering vande transitie, bijna als een soort AGRI-ETS: een systeem van emissiehandelin de landbouw. Voor ons biedt de Deense situatie belangrijke lessen: hetlaat zien dat een toekomst zonder derogatie haalbaar is, mits dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6245 gepaard gaat met heldere keuzes, voldoende financiering en zichtbareresultaten. De kern van de Deense aanpak ligt in het combineren vanbeleidsdoelstellingen met uitvoerbaarheid en vertrouwenwekkendeuitvoering richting Brussel – precies waar het in de Nederlandse situatiemomenteel vaak op spaak loopt.Gesprek met DG Environment 12 juni 2025Op donderdag 12 juni 2025 hebben wij een gesprek gevoerd met eendelegatie van DG Environment die verantwoordelijk is voor de evaluatieen implementatie van de Nitraatrichtlijn. De Europese Commissie heefteen toelichting gegeven op de opzet en het doel van de evaluatie, enbenadrukt dat een derogatie hoogstwaarschijnlijk niet opnieuw wordtafgegeven. De vertegenwoordiger benadrukte dat de EuropeseCommissie lange tijd flexibel is geweest voor Nederland met hetverstrekken van een derogatie. Echter heeft dit volgens de EuropeseCommissie vier jaar lang tot onvoldoende resultaten geleid als het gaatom de verbetering van waterkwaliteit en het voldoen aan milieunormen.De Europese Commissie lijkt de bal nu dan ook bij Nederland te leggenom met maatregelen te komen zodat hierin (voor wat betreft de verbe-tering van de waterkwaliteit) stappen worden gezet.ECPRD-analyse nitraatrichtlijnIn het voorjaar van 2025 hebben wij andere lidstaatparlementen viaECPRD benaderd om beter zicht te krijgen op hoe zij staan tegenover deevaluatie van de Nitraatrichtlijn en het RENURE-voorstel. Op basis van deverkregen input is een analyse opgesteld.Opvragen position paper: onderbouwing van de 170 kilogram per hectarenormDaarnaast hebben wij via Parlement & Wetenschap een wetenschappelijkeposition paper opgevraagd over de onderbouwing van de 170 kilogramper hectare norm in de Nitraatrichtlijn, om zo beter inzicht te krijgen in dewetenschappelijke basis van het huidige mestbeleid.Werkbezoek Brussel 25 september 2025Ook hebben wij een werkbezoek aan Brussel afgelegd op 25 september2025, waarbij gesprekken zijn gevoerd met vertegenwoordigers van hetEuropees Parlement, de Permanente Vertegenwoordiging van Nederlandbij de EU, alsook van DG Environment van de Europese Commissie en hetKabinet van Eurocommissaris Roswall, zoals hierboven in de verschil-lende paragrafen is beschreven. Onderwerpen die we hier aan bodhebben gesteld zijn het verwachte proces, RENURE, de derogatie, deevaluatie, de situatie van Nederland en de mogelijke herziening van deNitraatrichtlijn. Zie de bijlage voor het programma.Vervolg van het EU-rapporteurschapNa het Verkiezingsreces 2025 is het aan de nieuwe Kamer om te bepalenof en wanneer de overige activiteiten uit de mandaatnotitie (het rondeta-felgesprek, de conferentie en het werkbezoek aan Ierland) wordenvoortgezet, en of er (nieuwe) rapporteurs voor dit dossier wordenaangesteld.MeulenkampHolmanVedderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6246 PROGRAMMA WERKBEZOEK BRUSSEL – NITRAATRICHTLIJNTijdVertegenwoordiger12:50–13:50Bert Jan Ruissen (SGP, ECR), AGRI-lid en Christine van Dijk, beleidsadviseur landbouw ECR14:00–14:45Ingeborg ter Laak (CDA, EVP), ENVI-lid15:00–16:00Kabinet Roswall: Paulina Dejmek HackTevens aanwezig: Ion Codescu, head of unit Land Use and Management16:15–17:00Carla Boonstra, hoofd van het LVVN-team bij de PVEU BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6247
Bron, video en gesprek →0debatten
443bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2023-05-10–2025-11-11) ·