> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Onze referentie 2026-0000541183 Pagina 1 van 1 Op 10 juli heb ik uw Kamer de beleidsreactie evaluatie Rijkshuisvestingsstelsel (hierna: RHS) 2020-2025 toegezonden[voetnoot 2]. Deze evaluatie wordt vijfjaarlijks uitgevoerd om te zien of het Rijkshuisvestingsstelsel goed functioneert en of er verbeteringen mogelijk zijn. Zoals toegezegd, informeer ik u met deze vervolgbrief nader over de voortgang van de ingezette acties naar aanleiding van de evaluatierapporten. Daarnaast geef ik antwoord op de openstaande toezegging[voetnoot 3] aan lid Eerdmans (JA21) om te overwegen of de identiteitskaart BES toegang kan geven tot rijksgebouwen. Datum 14 oktober 2026 Betreft Vervolgbrief evaluatie Rijkshuisvestingsstelsel 2020-2025 en toezegging identiteitskaart BES Datum 14 oktober 2026 Betreft Vervolgbrief evaluatie Rijkshuisvestingsstelsel 2020-2025 en toezegging identiteitskaart BES Beantwoording vraag Identiteitskaart BES De Kamer heeft tijdens de begrotingsbehandeling Koninkrijksrelaties op 22 oktober 2024 gevraagd te overwegen of de identiteitskaart voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba (ID BES) kan worden toegevoegd aan de lijst met identiteitskaarten die toegang geven tot rijksgebouwen[voetnoot 4]. Destijds is toegezegd dit te onderzoeken[voetnoot 5]. Toegang tot rijkskantoren moet voor iedereen in het Koninkrijk eenvoudig te regelen zijn. Om het voor houders van een ID BES eenvoudiger te maken om toegang te krijgen tot rijkskantoren in Europees Nederland heb ik besloten de ID BES toe te voegen aan de lijst met geldige identificatiemiddelen in het Bezoekersreglement Rijkskantoren, een reglement dat onder mijn verantwoordelijkheid valt. Dit betekent dat bezoekers zich bij de receptie van kantoren van de Rijksoverheid in Europees Nederland voortaan kunnen identificeren met hun geldige ID BES-kaart, als ze een afspraak hebben. Zo wordt deze belemmering voor bezoekers uit Caribisch Nederland weggenomen. Voortgang ingezette acties naar aanleiding van de evaluatie Rijkshuisvestingsstelsel 2020-2025 Het Rijkshuisvestingsstelsel is opgericht om huisvesting efficiënter en slimmer te kunnen regelen door dit, waar mogelijk, rijksbreed te organiseren en niet apart per departement. Het goed functioneren van dit stelsel is van belang voor de betaalbaarheid, flexibiliteit en kwaliteit van de rijkshuisvesting. Hierdoor worden rijksgebouwen efficiënt ingezet om een goede werkomgeving te creëren voor rijksmedewerkers, waarin zij – nu en in de toekomst - gezond en veilig kunnen werken. In mijn beleidsreactie van 10 juli jl. heb ik enkele ontwikkelingen in beide deelstelsels – rijkskantoren en specialties - van het Rijkshuisvestingsstelsel beschreven. Voor de rijkskantoren ben ik kadersteller en opdrachtgever. Bij specialties draag ik verantwoordelijkheid voor het stelsel. Specialties zijn rijksgebouwen waarvoor, als gevolg van speciale eisen vanuit het primaire proces, de hoofdfunctie van het gebouw niet een kantoorfunctie is, dan wel een kantoorgebouw dat geen gedeelde huisvesting kan bieden. Deze specialties vallen dan ook primair onder de verantwoordelijkheid van de kabinetsleden onder wiens departement de specialty valt. Met deze brief informeer ik u over de voortgang in acties die zijn ingezet. De brief gaat eerst in op het deelstelsel rijkskantoren, daarna op het deelstelsel specialties. Deelstelsel rijkskantoren Verduidelijking van de governance deelstelsel rijkskantoren Zoals al eerder aan uw Kamer is gemeld, is het Rijkshuisvestingsstelsel kantoren in de evaluatieperiode (afgelopen vijf jaar) effectiever én doelmatiger geworden. In toenemende mate draagt het stelsel ook bij aan de rijksbrede beleidsdoelen, zoals hybride werken en verduurzaming. De spreidingsdoelstellingen van rijkswerkgelegenheid over het land zijn zichtbaar gerealiseerd via rijksontmoetingspleinen en rijkslocaties buiten de Randstad[voetnoot 6]. Zo wordt de rijksoverheid zichtbaar voor iedere inwoner. De basis staat stevig — de processen, kaders en cultuur zijn duidelijk verbeterd — en zoals in de brief van 10 juli jl. is aangegeven, zijn stappen vooral nodig in integrale governance, datagedreven sturing en strategische samenhang in het deelstelsel rijkskantoren. Deze in het rapport genoemde optimalisaties zijn allen terug te brengen tot de governancestructuur en de werking daarvan. Het is niet nodig de governance in zijn fundament te wijzigen. Het rijkskantorenstelsel is gebaseerd op het solidariteitsbeginsel. Dat betekent dat het ministerie van BZK vanuit rijksbelang het beleid en de kaders vaststelt, zodat ingezet kan worden op een slimme, efficiënte en doelmatige rijkskantooromgeving. Zo zijn Haagse muren doorbroken om als één rijksoverheid te kunnen werken. In de kern wil het Rijk goed gehuisvest zijn tegen acceptabele kosten en kunnen rekenen op betrouwbare en adequate dienstverlening op het gebied van ICT, facilitair, personeel e.d. zodat het primaire proces voor inwoners en bedrijven goed kan worden uitgevoerd. Dat staat centraal en past bij een slagvaardige overheid. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het terugdringen van de omvang van het aantal vierkante meters rijkskantoren, het hybride werken heeft daarbij geholpen. Daarmee zijn de kosten voor de rijkskantoren per ambtenaar afgenomen en wordt huisvesting slimmer ingezet. In dit proces is al een aantal stappen gezet ter verbetering van de governance, zoals op 10 juli jl. aan u is gemeld. De werkplekontwikkeling wordt al meer integraal benaderd zoals ook wordt aanbevolen in het evaluatierapport voor het rijkskantorenstelsel: vanuit huisvesting, personeelsbeleid én ICT. Deze drie domeinen komen samen in de Werkomgeving van de Toekomst. Daar wordt continue gewerkt aan de samenhang van de werkomgeving. Zo is er onlangs onderzoek gedaan naar hoe de relatie tussen het huisvestingsdomein en het personele domein (HR) beter zichtbaar in beeld kan komen. Het rapport van het Center for People and Buildings (CFPB) ‘De impactvolle werkomgeving’ (2026)[voetnoot 7] beschrijft de manier waarop de fysieke werkomgeving directe en indirecte financiële waarde kan toevoegen aan organisaties binnen de rijksoverheid. De aanleiding van dit onderzoek ligt in de behoefte om de werkomgeving niet alleen te beschouwen als kostenpost, maar als strategisch middel dat gezondheid, aantrekkelijk werkgeverschap en effectiviteit ondersteunt. Innovatie rijkskantorenstelsel Een van de aanbevelingen voor de kantoren is om innovatie aan te pakken via een small-wins aanpak, met zichtbare, betekenisvolle pilots. Op 11 mei jl. is een rijksvergadercentrum in Utrecht geopend voor een pilotperiode tot medio 2027. Deze locatie is te gebruiken door alle rijksmedewerkers in het land en draagt zo bij aan de samenwerking tussen verschillende rijksorganisaties. De komende tijd wordt rijksbrede toegang in rijksgebouwen verder uitgerold over het land. Het doel is de uitgaven aan externe locaties voor vergaderen en evenementen terug te dringen door kantoren meer flexibel in te zetten. Dit helpt om inzicht te krijgen in de behoefte aan vergaderruimten en het gebruik daarvan gedurende de week. Zo zet ik verdere stappen om toe te werken naar een flexibele, moderne werkplekomgeving. Een andere innovatie zijn de Rijksontmoetingspleinen. Deze stimuleren het werken en ontmoeten in de regio, vanuit de behoefte van de medewerker, en vormen een landelijk netwerk dat bijdraagt aan samenwerking binnen en buiten de Rijksoverheid en het doorbreken van muren. Verbetering van de informatievoorziening rijkskantorenstelsel Een goed functionerend Rijkshuisvestingsstelsel vereist een betrouwbare, gedeelde en actuele informatiebasis om huisvestingskosten stabieler en voorspelbaarder te maken. Uit de evaluatie blijkt dat de afgelopen jaren vooruitgang is geboekt op het gebied van uniformiteit en transparantie van data met betrekking tot rijkskantoren. Toch wordt de beschikbare informatie nog onvoldoende benut als basis voor rijksbrede besluitvorming. Om dit te verbeteren, werk ik aan de doorontwikkeling van informatiegericht naar informatiegestuurd werken. Juist bij het toewerken naar een compactere rijkskantorenportefeuille is het essentieel dat keuzes worden gebaseerd op actuele, betrouwbare gegevens. Dit draagt bij aan een slagvaardige en doelmatige overheid, waarin beschikbare middelen gericht worden ingezet en kansen voor efficiëntie tijdig worden gesignaleerd. Vanaf 2027 kunnen de gegevens over de omvang van de kantoorportefeuille, bezetting en daadwerkelijk gebruik in samenhang worden geanalyseerd. Dit leidt tot een informatiegestuurde werkwijze waarmee het aanbod beter past bij de daadwerkelijke behoefte en eventuele overcapaciteit in een pand beter in beeld komt. Betere en tijdige informatievoorziening in het besluitvormingsproces leidt ertoe dat de departementen kunnen sturen op beslissingen en begrotingen. Als gevolg daarvan worden de huisvestingskosten stabieler en meerjarig voorspelbaarder. Aanpassing masterplancyclus De huidige masterplannen rijkskantoorhuisvesting lopen van 2024 tot 2028, in de gebruikelijke vierjaarlijkse cyclus. In 2027 start de voorbereiding voor de masterplannen voor de periode daarna, waarbij de eerste resultaten van de verbeterde informatievoorziening worden toegepast. Daarnaast zet ik vanaf 2027 in op het voortaan jaarlijks actualiseren van de masterplannen, in plaats van vierjaarlijks. De masterplannen behouden een meerjarige horizon. Bij een goed verloop van deze eerste jaarlijkse actualisatie, zal de vierjaarlijkse actualisatie definitief komen te vervallen. Deze aanpak draagt bij aan een slagvaardige overheid, waar sneller en beter kan worden geanticipeerd op veranderingen in de personele formatie van de departementen, zowel bij groei als bij krimp. Daarnaast worden financiële consequenties elk jaar inzichtelijk, wat eveneens leidt tot meer voorspelbaarheid en mogelijkheden om tijdig bij te sturen in de kostenontwikkeling. De opgedane inzichten worden benut voor verdere professionalisering en, waar mogelijk, opschaling van de informatievoorziening binnen beide deelstelsels van het Rijkshuisvestingsstelsel. Deelstelsel specialties Uit de evaluatie blijkt dat het specialtystelsel momenteel onvoldoende doelmatig en onvoldoende doeltreffend functioneert. Daarom wil ik het specialtystelsel opnieuw doordenken, en de doelen en het ontwerp opnieuw tegen het licht houden. Inzet is het versterken van de collectieve strategische sturing, met duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, en het borgen van meerjarige financiële stabiliteit en investeringsruimte. Door middel van meer standaardisatie en betere structurele informatievoorziening. Governance van het specialtystelsel Voor de governance werk ik aan de verbetering van de collectieve strategische sturing. Het doel is om de governance toekomstbestendig te maken. Daarom, werk ik samen met betrokkenen de versterking van de besluitvorming uit. Hierbij staat centraal dat de fysieke werkomgeving niet alleen kostenefficiënt moet zijn, maar ook moet bijdragen aan de strategische doelen van de rijksoverheid, zoals gezondheid, aantrekkelijk werkgeverschap en effectiviteit van medewerkers. Specialties hebben in het stelsel een eigenstandige positie qua opdrachtgeverschap richting het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Dat blijft zo. Voor overkoepelende vraagstukken is behoefte aan departementale samenwerking, zodat het rijksbelang breder kan worden afgewogen. Het gaat dan om onderwerpen als duurzaamheid, netcongestie, Europese regelgeving, en de capaciteitsverdeling van het RVB. Het doel is rijksbrede efficiënte besluitvorming ook voor de specialties breder in te bedden en de verantwoordelijke departementen voor hun eigen specialties te stimuleren om gezamenlijk deze onderwerpen op te pakken en niet zelf het wiel te hoeven uitvinden. Daarbij is het van belang om ook de informatievoorziening voor specialties te verbeteren, zodat de specialtyhoudende departementen kunnen sturen vanuit een basis die op orde is. BZK neemt als stelselregisseur een actievere rol richting specialties in het initiëren en bijsturen van stelselbrede onderwerpen, met name wanneer het collectieve belang in het geding is. De uiteindelijke precieze keuze van de governance is ook afhankelijk van de verbetering van de bekostigingsstructuur. In de tussentijd worden wel al zoveel mogelijk stappen in de nieuwe governance genomen, in nauw overleg met de departementen. Bekostiging van het specialtystelsel De verbetering van de bekostigingsstructuur van specialties is een complexe opgave. In samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf en de voor de specialties verantwoordelijke departementen wordt gewerkt aan een meer toekomstbestendige, structurele wijze van bekostiging. Een belangrijke uitkomst van de evaluatie is dat er stabiele bekostiging van het stelsel noodzakelijk is. In de huidige systematiek zijn investeringskosten voor instandhouding van gebouwen onvoorspelbaar. Dit leidt tot sterk fluctuerende en in de praktijk tekortschietende begrotingsreeksen bij de departementen en tot veel afstemming en vertraging in de besluitvorming. Dit staat haaks op mijn opdracht om te komen tot een slagvaardige overheid en moet daardoor verbeterd worden. Daarom wordt onderzocht hoe een andere bekostigingsstructuur kan bijdragen aan stabiliteit, voorspelbaarheid en financiële robuustheid. Daarnaast wordt, zoals aanbevolen in de evaluatie, gekeken naar meer standaardisatie omdat het bijdraagt aan meer flexibiliteit en efficiëntie. De eerste stap hierin is dat het begrip specialty opnieuw wordt gedefinieerd en de portefeuille onder de loep wordt genomen. Mijn doel is toe te werken naar een specialtystelsel dat stabiel, efficiënt en voorspelbaar is, met een passende bekostigingsstructuur. Voor het goed uitwerken en afwegen van een alternatieve systematiek is nadere analyse en onderzoek nodig, met betrokkenheid van alle departementen. De impact van een wijziging van de huidige bekostigingssystematiek vereist, voor alle betrokkenen in het specialtystelsel, een zorgvuldig proces met een langere focus en doorlooptijd. Mijn streven is uw Kamer voor de zomer van 2027 over de uitkomst hiervan op de hoogte te stellen. Tot slot Een goed functionerend Rijkshuisvestingsstelsel voor kantoren en specialties is van belang om te komen tot een slagvaardige overheid. Hierdoor kunnen we een toekomstbestendige werkomgeving creëren die de doelen van de overheid ondersteunt terwijl we de kosten hiervan beperken en de ruimte goed benutten. De staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Eric van der Burg 2026Z16103 2024Z16715 2024Z1671 2024Z16715 Zie Kamerbrief spreiding rijkswerkgelegenheid: 2026Z20099 De impactvolle werkomgeving – Kennisbank Center For People and Buildings Onze referentie 2026-0000541183 Onze referentie 2026-0000541183 Pagina 1 van 1 Pagina 1 van 1
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Eric van der Burg
18debatten
1.923bijdragen
20interrupties
122.331woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–2026-02-22) ·