Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 Vragen gesteld door de leden der Kamer 2020Z03544 Vragen van het lid Snels (GroenLinks) aan de Minister en Staatssecretaris van Financiën over de daadwerkelijke inkomensongelijkheid in Nederland (ingezonden 20 februari 2020). Vraag 1Bent u bekend met het artikel «Statistische keuzes vegen helft inkomensonge-lijkheid onder het tapijt»?1 Onderschrijft u alle resultaten uit dit artikel? Zo nee, kunt u uitgebreid onderbouwen welk resultaat u niet onderschrijft? Vraag 2Hoe verhouden de resultaten uit dit artikel zich tot uw antwoorden op eerdere schriftelijke vragen2 dat de huidige inkomensongelijkheid evenwichtig is en er sprake is van een sterk herverdelend belastingstelsel? Vraag 3Deelt u de opvatting dat de huidige inkomensstatistieken een onvolledig beeld geven? Deelt u de opvatting dat het «Inclusieve inkomen» de werkelijk-heid beter weergeeft dan de gebruikelijke inkomenscijfers? Vraag 4Kunt u de koopkrachtcijfers voor 2017–2021 weergeven voor de Basisklasse (nauwelijks bezit), Middenklasse (voornamelijk eigenhuisbezit) en Topklasse (voornamelijk financieel bezit)? Vraag 5Bent u op de hoogte van het feit dat bezitloze huurders in de Basisklasse nauwelijks meer op eigen kracht naar de Middenklasse kunnen opklimmen vanwege het gebrek aan inkomen uit bezit? Vindt u het acceptabel dat een huishouden uit de Topklasse gemiddeld 385 keer meer bezit dan een huishouden uit de Basisklasse? 1Metten, A. (2020): https://esb.nu/esb/20058294/statistische-keuzes-vegen-helft-inkomensongelijkheid-onder-het-tapijt2Antwoord op vragen van het lid Snels over Miljonairs tegen belastingontwijking en voor hogere belastingen (kenmerk 2020Z01476). kv-tk-2020Z03544’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, Vragen1 Vraag 6Vindt u het ook onwenselijk om een regressief belastingstelsel te hebben in Nederland? Hoe kunt u uitleggen dat de Topklasse in Nederland slechts 31,8% belasting betaalt en de Basisklasse 40,4%? Vraag 7Waarom worden regressieve indirecte belastingen en lokale lasten doorgaans buiten beschouwing gelaten bij ongelijkheidsstatistieken? Kunt u hier verandering in brengen? Vraag 8Bent u bereid om in overleg met het Centraal Planbureau (CPB) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te kijken of inkomensongelijkheid op een andere manier gemeten kan worden, waarbij op een realistische manier rekening wordt gehouden met vermogenswinst en rentebetalingen? Vraag 9Wat zijn de meest actuele cijfers over de vermogensongelijkheid in Nederland inclusief pensioenen? Wanneer komt u zelf met nieuwe cijfers, al dan niet in samenwerking met het CPB of het CBS? Vraag 10Deelt u de mening dat vermogensongelijkheid bijdraagt aan kansenongelijk-heid en maatschappelijke tegenstellingen? Vraag 11Wat is de reden dat het kabinet «geen doelstelling heeft op het gebied van vermogensongelijkheid» (zoals blijkt uit de antwoorden op onze eerdere schriftelijke vragen van 18 februari 2020)? Wanneer vindt dit kabinet de vermogensongelijkheid groot genoeg om doelstellingen te gaan formuleren? Vraag 12Kunt u figuur 1 uit de antwoorden op onze vorige vragen aanvullen met de ontwikkeling van lasten op arbeid én met de ontwikkeling van de opbrengst van de vennootschapsbelasting (Vpb) als percentage van de totale winsten? Vraag 13Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, Vragen2
Bron, video en gesprek →0debatten
354bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: GL (2017-03-23–2021-10-26) ·