Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2183Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening over onbetaalbare hypotheeklasten (ingezonden 26 mei2026).Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening) (ontvangen 8 juni 2026).Vraag 1Bent u bekend met het bericht «Zorgen bij huiseigenaren over hypotheeklas-ten: «Echt een keerpunt»» en met het onderliggende onderzoek van deNationale Hypotheek Garantie (NHG)?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Deelt u de analyse van NHG-directeur Van der Linde dat de financiële positievan Nederlandse huiseigenaren structureel verslechtert?Antwoord 2NHG onderzoekt middels de woonlastenmonitor2 de gepercipieerde ontwikke-ling van de woonlasten. Ze onderzoeken dus niet hoe woonlasten zich feitelijkontwikkelen, maar hoe woningeigenaren dit ervaren, bijvoorbeeld door temeten hoe vaak mensen wakker liggen door geldzorgen. Uit de woonlasten-monitor blijkt dat ruim één op de drie woningeigenaren met een hypotheekhet inkomen als net toereikend of onvoldoende ervaart om aan alle financiëleverplichtingen te voldoen. Dit percentage is ongeveer gelijk gebleven met devorige woonlastenmonitor. Uit de woonlastenmonitor blijkt wel dat de groepjongeren tot 35 jaar en inkomens tot 2 keer modaal die het inkomen alsonvoldoende ervaart, is gegroeid de afgelopen periode.Uit de cijfers van het CBS en uit de ABN woningmarktmonitor3 uit mei 2026blijkt dat de woonquote, het daadwerkelijke percentage van het inkomen dataan wonen wordt uitgegeven, de laatste jaren juist is gedaald. De belangrijk-ste oorzaak hiervan zijn de sterk gestegen inkomens. Vooral bij zittende1NOS, 21 mei 2026 (https://nos.nl/artikel/2615208-zorgen-bij-huiseigenaren-over-hypotheeklasten-echt-een-keerpunt)2Woonlastenmonitor - Woonlastenmonitor_mei20263Woonlasten dalen, maar niet voor iedereen - ABN AMRO ah-tk-20252026-2183ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 woningeigenaren leidde dit tot een daling van de gemiddelde woonlasten. Inde periode 2019–2025 daalden de woonlastenratio’s voor zittende eigenarenmet 2 tot 3 procentpunten. Voor starters ligt die daling veel lager: ongeveer 1procentpunt. Voor starters in grote steden stegen de woonlastenratio’s zelfs,tot wel 2 procentpunten in Amsterdam.Het gedeelde beeld uit de ABN woningmarktmonitor en de woonlastenmoni-tor van NHG is dat de meeste mensen de woonlasten goed kunnen dragen endat de woonlastenratio’s zijn gedaald. Tegelijkertijd zie je in beide monitorsdat jonge woningeigenaren en inkomens tot 2 keer modaal de hoogstewoonlasten hebben en het inkomen als onvoldoende ervaren. Ik vind hetbelangrijk om mij in te zetten voor een betere betaalbaarheid van woningenvoor alle woningzoekenden, met extra aandacht voor jongeren en mensenmet middeninkomens.Vraag 3Indien het antwoord op vraag twee bevestigend luidt, wat is dan volgens ude grondoorzaak voor de verslechtering van deze positie?Antwoord 3Zoals bij vraag 2 is aangegeven is het vooral voor middeninkomens enstartende huishoudens lastig om een woning te kopen en zijn de woonlastenvoor deze groepen relatief hoog. De afgelopen jaren is de vraag naarwoningen meer toegenomen dan het aanbod van woningen. In deze krappewoningmarkt zijn de huizenprijzen het laatste decennium erg hard gestegen.Woningeigenaren die recent een eerste woning kochten moesten een hogelening aangaan voor de aankoop van hun huis. Uit een recente monitor vanDe Nederlandsche Bank blijkt dat steeds meer starters op de woningmarkt degrenzen opzoeken van wat ze maximaal verantwoord kunnen lenen: in 2017leenden starters gemiddeld 80% van wat er op basis van hun inkomenmogelijk was, in 2025 is dit opgelopen naar 92%4.Daarnaast is het inkomen van bestaande woningeigenaren harder gestegenten opzichte van woningeigenaren die hun woning recenter hebben gekocht.Voor bestaande woningeigenaren die al langer in hun woning wonen zijn dehypotheeklasten ten opzichte van hun inkomen vaak lager geworden.Vraag 4Wat is uw verklaring voor het gegeven dat het percentage huiseigenaren tot34 jaar dat het eigen inkomen onvoldoende vindt om de woonlasten tebetalen, is verdubbeld en acht u dit een aanvaardbare uitkomst van hetgevoerde beleid?Antwoord 4De verklaring hiervoor heb ik gegeven bij de beantwoording van vraag 2 en3. Ik vind het belangrijk dat jongeren een betaalbare woning kunnen vinden.Om deze reden zet ik vol in op het bouwen van nieuwe (betaalbare)woningen, wegnemen van belemmeringen in de woningbouw en het beterbenutten van de bestaande voorraad.Ook heeft het Rijk een aantal instrumenten specifiek gericht op koopstartersen middeninkomens. Koopstarters en middeninkomens kunnen profiteren vande voordelen van een hypotheek met NHG. Een hypotheek met NHG kanworden afgesloten voor een woning met een koopsom of marktwaarde onderde NHG-grens van € 470.000 (2026). Consumenten met een hypotheek metNHG lopen minder risico’s en meestal profiteren zij van rentekorting op dehypotheekrente. Ook kunnen koopstarters profiteren van de vrijstelling van deoverdrachtsbelasting.Ook is er sinds vorig jaar het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen datzich specifiek richt op koopstarters met een middeninkomen. Dit gebeurt doornieuwbouwwoningen met een kopersondersteuning onder de marktwaardeaan te bieden, waardoor deze woningen beter bereikbaar worden voor dedoelgroep. Het fonds hanteert onder andere criteria ten aanzien van inkomentot maximaal twee keer modaal, leeftijd tot 35 jaar en het type woning(nieuwbouw binnen de betaalbaarheidsgrens). Daarmee wordt het instrumentgericht ingezet voor de doelgroep waarvoor het is bedoeld en draagt het bij4Monitor leennormen en financiële stabiliteit 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 aan het bereikbaar maken van koopwoningen voor huishoudens die andersmoeilijk toegang hebben tot de koopwoningmarkt.Vraag 5Erkent u dat de sterk gestegen huizenprijzen mede het gevolg zijn van eendoor de overheid kunstmatig beperkt woningaanbod en jarenlang ruimmonetair beleid van de Europese Centrale Bank?Antwoord 5Zowel aan de aanbod- als de vraagzijde is er een groot aantal factoren datbijdraagt aan de ontwikkeling van huizenprijzen.5 Een structureel tekort aanwoningen zie ik daarbij als belangrijke oorzaak, maar ook de ontwikkeling vande rente is hierin één van de factoren. Renteontwikkelingen worden doormeerdere factoren bepaald, waaronder monetair beleid, maar ook doorstructurele economische factoren zoals ontwikkelingen van spaartegoeden.Specifiek ten aanzien van ruimtelijke restricties en eisen aan woningbouw zieik dat deze hebben bijgedragen aan de beperkte woningbouw en gestegenhuizenprijzen. Om deze reden zet ik in op het wegnemen van belemmeringenin de woningbouw.Vraag 6Indien het antwoord op vraag vijf ontkennend luidt, waarom niet?Antwoord 6Zie het antwoord op vraag 5.Vraag 7In hoeverre dragen de stapeling van verduurzamingsverplichtingen, energie-belastingen en netbeheerkosten bij aan de structureel hoge woonlasten vanhuiseigenaren?Antwoord 7Verduurzaming draagt positief bij aan het beheersbaar houden van dewoonlasten6. Om verduurzaming te stimuleren is de energiebelasting opaardgas verhoogd en de energiebelasting op elektriciteit verlaagd. Naast deenergiebelastingtarieven kent de energiebelasting een belastingvermindering.Deze korting op de energierekening is een vast bedrag per elektriciteitsaan-sluiting. Van de marginale tarieven gaat een besparingsprikkel uit, terwijl debelastingvermindering voorkomt dat de totale energierekening te hoogoploopt door de energiebelasting. Met de belastingvermindering meegere-kend bedraagt de energiebelasting gemiddeld genomen ongeveer 10% vande totale energierekening. Richting 2030 blijft dat ongeveer 10%. In 2020 ginghet nog om 30%. De netbeheerkosten zullen naar verwachting wel stijgen inde toekomst, zie het antwoord op vraag 8 voor een toelichting.Inzetten op het verder verduurzamen van de Nederlandse woningvoorraadbetekent uiteindelijk minder energiegebruik door de woningeigenaar, meergrip op de energierekening en minder afhankelijk zijn van fossiele energie.Vraag 8Kunt u de bij vraag zeven aangeleverde kostenposten afzonderlijk kwantifice-ren?Antwoord 8Bij vraag zeven worden 3 kostenposten genoemd; 1) verduurzamingsverplich-tingen, 2) energiebelastingen en 3) netbeheerkosten. Onderstaand wordendeze behandeld.1) Verduurzamingsverplichtingen; Momenteel zijn er geen verduurzamingsver-plichtingen voor woningeigenaren. Uit verschillende onderzoeken blijkt weldat verduurzaming juist geld oplevert. Zie bijvoorbeeld de publicatie van CPBwaaruit blijkt dat 9 op de 10 huishoudens meer geld overhouden na het5Zie ook: CPB_publicatie-perspectief-op-de-woningmarkt (1).pdf6Verduurzaming woning zorgt voor minder energie-uitgaven - ESBTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 installeren van een warmtepomp, waar nodig in combinatie met isolatie7.Voor nieuwbouwwoningen geldt vanaf 2030 een nieuwe norm, de kosten diedit met zich meebrengt worden in lijn gebracht met de verwachte energiebe-sparing. Zie ook het antwoord op vraag 18.2) Energiebelasting; In 2026 is de energiebelasting op aardgas tot eenverbruik van 170.000 m3 60 cent per m3 en op elektriciteit tot een verbruikvan 10.000 kWh 9 cent per kWh, exclusief btw. De belastingverminderingbedraagt in 2026 519,80 euro, exclusief btw. Voor huishoudens met een«gemiddeld verbruik» van 900 m3 aardgas en 1.920 kWh elektriciteit bedraagtde energiebelasting 194 euro op een gemiddelde totale energierekening van2.112 euro in 2026.3) Netbeheerkosten; Door stijgende nettarieven en leveringskosten gaat degemiddelde energierekening omhoog. Netbeheerders leggen de komendejaren extra kabels aan om ervoor te zorgen dat voldoende stroom beschik-baar is. De ACM stelt jaarlijks vast hoeveel netbeheerders in rekening mogenbrengen. De overheid wil het stroomnet slimmer gebruiken, en stimuleertdaarom naast, energiebesparing ook een betere spreiding van het elektrici-teitsgebruik over de dag. Om dit te stimuleren worden tijdsafhankelijkenettarieven geïntroduceerd per 2029. Hierdoor is minder uitbreiding van hetstroomnet nodig en worden de kosten eerlijker verdeeld op basis vandaadwerkelijk verbruik.Vraag 9Wat zegt het over de wenselijkheid van verduurzamingsinvesteringen datRoald van der Linde (directeur NHG) aangeeft dat de betalingsachterstandenvoornamelijk worden veroorzaakt door verduurzamingsinvesteringen diejongeren moeten betalen omdat zij de hoge energieprijzen willen drukken?Antwoord 9De directeur-bestuurder van NHG geeft niet aan dat betalingsachterstandenworden veroorzaakt door verduurzamingsinvesteringen. In een blog8 wordtdoor de directeur-bestuurder van NHG verduurzaming genoemd als kans engeeft hij tegelijkertijd aan dat behoefte is aan duidelijkheid over de kostenvan maatregelen, wat ze opleveren en hoe deze maatregelen te financieren.Aangegeven wordt dat de hypotheekadviseur een verschil kan maken doorwoningeigenaren te informeren over de financieringsmogelijkheden voorverduurzaming. Om de hypotheekadviseur hierbij te ondersteunen ben ikmomenteel bezig met het ontwikkelen van een tool voor in softwarepakkettenvan financieel adviseurs die de financierings- en subsidiemogelijkhedeninzichtelijk maakt.Vraag 10Hoe verhoudt de constatering dat Nederland nog altijd een van de landenmet de hoogste woonlasten van de eurozone is zich tot de belofte vanopeenvolgende kabinetten dat wonen betaalbaar zou worden?Antwoord 10De woonlasten in Nederland liggen door de jaren heen ongeveer 30 procent9boven het Europees gemiddelde. Dat moet vergeleken worden met hetinkomensniveau10 dat in Nederland bijna 60% boven het Europees gemid-delde ligt. Slechts acht procent van de Nederlanders gaf in 2025 aan dewoonlasten erg zwaar te vinden11, de laagste score in de hele Europese Unie.Ondanks deze positieve score is de betaalbaarheid van het wonen voor ditkabinet een van de belangrijkste prioriteiten.7Inkomenseffecten van woningverduurzaming | Planbureau voor de Leefomgeving8«Financiële druk sluipt de woonkamer binnen»9[prc_ppp_ind] Purchasing power parities, price level indices, nominal and real expenditures byanalytical categories - based on COICOP 199910GDP per capita: Netherlands ranks fourth in EU in 2025 | CBS11SDG 11.1 Wonen | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 Vraag 11Bent u bereid uit te sluiten dat de hypotheekrenteaftrek verder wordtafgebouwd of beperkt, gelet op de toenemende betalingsproblemen onderhuiseigenaren?Antwoord 11In het coalitieakkoord is afgesproken dat de fiscale behandeling van de eigenwoning ongewijzigd blijft om zo het eigen huis betaalbaar te houden en rustop de woningmarkt te bewaren.Vraag 12Hoe beoordeelt u het feit dat een groot deel van de ondervraagden bezuinigtop vakanties, restaurantbezoek en zelfs boodschappen om de woonlasten tekunnen dragen?Antwoord 12Uit de woonlastenmonitor van NHG blijkt van de 9% van de woningeigenarenhet inkomen als onvoldoende ervaart en aan deze groep is gevraagd welkeacties ondernomen zijn. Van deze groep heeft ruim 75% het uitgavenpatroonaangepast, ruim 11% is meer gaan werken en de rest heeft (nog) geen actieondernomen. Bij de groep die het inkomen voldoende of net toereikend vindt,heeft ruim de helft het uitgavenpatroon aangepast. Dit beeld kwam ook naarvoren in de vorige woonlastenmonitor. Hoewel het natuurlijk zorgelijk is dateen deel van de mensen het inkomen als onvoldoende ervaart, vind ik hetwel positief dat het grootste deel van deze mensen stappen onderneemt dooruitgaven te beperken of inkomsten te vergroten om zodoende de woonlastente kunnen betalen. Daarnaast vind ik het positief dat uit de woonlastenmoni-tor blijkt dat steeds meer woningeigenaren bereid zijn om professionele hulpin te schakelen bij financiële problemen. Vroegtijdig inschakelen vanprofessionele hulp kan grotere problemen voorkomen.Vraag 13Wat zeggen de bij vraag 12 beschreven bezuinigingen volgens u over dekwaliteit van leven, de bestedingsruimte en de koopkracht van hardwerkendeNederlanders?Antwoord 13Zoals in de vorige antwoorden beschreven hebben vooral jongeren enmiddeninkomens het lastig op de woningmarkt en wordt vooral onder dezegroep het inkomen als onvoldoende ervaren. Dit kabinet zet daarom ook inom de koopkracht voor deze groep te verbeteren. Daarnaast zet ik mij in voorbetaalbare woningen voor onder andere deze groepen.Vraag 14Wat gaat het kabinet doen aan psychische en financiële druk die het lasten-en woningbeleid op burgers legt, aangezien één op de vijf ondervraagdenstress, slecht slapen en moedeloosheid ervaart door de financiële situatie?Antwoord 14Bij het afsluiten van een hypotheek in Nederland is verantwoorde verstrek-king van hypothecair krediet een fundamenteel uitgangspunt. Verstrekkersvan hypothecair krediet voeren bij aanvraag van een hypotheek de krediet-waardigheidsbeoordeling uit, om te voorkomen dat huishoudens onverant-woord hoge woonlasten aangaan bij de aankoop van hun woning. Deson-danks kunnen huishoudens financiële stress ervaren, bijvoorbeeld dooronvoorziene levensomstandigheden. Het is daarom goed dat het beleid vanverstrekkers van hypothecair krediet en NHG de afgelopen jaren steeds meeris gericht op het vroeg signaleren van financiële problemen en het zo snelmogelijk ondernemen van actie hierop. Het doel is om te voorkomen datproblemen te groot worden en te zorgen dat mensen in de woning kunnenblijven wonen. Ik vind het positief dat verstrekkers van hypothecair krediet enNHG beleid voeren om problemen bij woningeigenaren te voorkomen.Daarnaast blijkt uit de monitor van NHG dat mensen steeds meer bereid zijnom professionele hulp in te schakelen bij financiële problemen, wat belangrijkkan zijn bij het voorkomen van financiële stress.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 Vraag 15Deelt u de opvatting dat woonlasten stijgen wanneer het aanbod vanwoningen de vraag ernaar niet kan bijbenen?Antwoord 15Bij een achterblijvend aanbod kunnen de woningprijzen harder stijgen, maarer zijn ook andere factoren die hier invloed op hebben. Denk aan de hoogtevan de rente en inflatie. Deze kunnen allemaal doorwerken in hogerewoonlasten van mensen. Tegelijkertijd wordt de hoogte van de woonlastenbeperkt door huurprijsregelgeving en door de leennormen.Vraag 16Indien het antwoord op vraag 15 ontkennend luidt, waarom niet?Antwoord 16N.v.t.Vraag 17Indien het antwoord op vraag 15 bevestigend luidt, bent u het dan eens datde fundamentele oplossing voor de hoge woonlasten ligt in méér bouwen inplaats van in nieuwe subsidies, garanties of inkomensafhankelijke regelingendie de symptomen bestrijden? Zo nee, waarom niet?Antwoord 17Beide instrumenten zijn nodig, omdat niet alleen het aanbod invloed heeft opde hoogte van de woonlasten. Het is een prioriteit van dit kabinet om detoegankelijkheid van de woningmarkt te bevorderen door meer te bouwen.Het kabinet zet daarom met name in op het wegnemen van belemmeringenen daarmee het versnellen van de woningbouw. Daarnaast zet het kabinetzich in voor betaalbare woonlasten. Zo draagt bijvoorbeeld de huurtoeslag bijaan de betaalbaarheid van de woonlasten voor huurders, ook als de hurenharder stijgen dan de groei van inkomens, bijvoorbeeld door hogere inflatie.Vraag 18In hoeverre is EU-regelgeving – waaronder de herziene Energy Performanceof Buildings Directive (EPBD) en bijbehorende verduurzamingsverplichtingen– verantwoordelijk voor de gestegen woonlasten door enerzijds nieuwbouwduurder te maken en anderzijds kostbare energiebesparende verbouwingen afte dwingen?Antwoord 18Met het uitwerken van de EPBD IV12 wordt een vrijwillige eindnorm in 2050voor bestaande bouw geïntroduceerd, deze norm geeft de duidelijkheid waarveel woningeigenaren op wachten; het geeft duidelijk handelingsperspectiefen maakt duidelijk wanneer een woning niet verder verduurzaamd hoeft teworden. Bij de uitwerking van deze norm wordt gekeken naar de haalbaar-heid en betaalbaarheid voor woningeigenaren. Een heel pakket13 aanontzorging en financiering staat klaar om eigenaren van gebouwen teondersteunen en hen te helpen aan een lagere energierekening.Voor de nieuwbouw wijzigt de norm van een Bijna Energie Neutraal Gebouw(BENG) naar Zero Emission Building (ZEB) in 2030. Bij het uitwerken van deZEB norm wordt gewerkt met kostenoptimalisatiestudies14 om de technischehaalbaarheid vast te stellen en de kosten in lijn te brengen met de energiebe-sparing. Op deze manier blijven de kosten van verduurzaming van nieuw-bouwwoningen economisch verantwoord.Vraag 19In hoeverre blijft er door de herziene EPBD nog beleidsruimte van het kabinetover om de woonlasten voor huiseigenaren te verlagen?12Europese richtlijn energieprestatie gebouwen | Home | Volkshuisvesting Nederland13Financiële ondersteuning | Home | Volkshuisvesting Nederland14Kostenoptimaliteitsstudies energieprestatie-eisen gebouwde omgeving | Rapport | Rijksover-heid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6 Antwoord 19Zoals eerder genoemd heeft energiebesparing veelal een positief effect op dewoonlasten voor huiseigenaren. Onderzoek van het NIBUD toont dit ook aan,vandaar dat er meer leenruimte is voor een energiezuinige woning of als menjuist energiebesparende maatregelen wil treffen15.Vraag 20Bent u bereid zich in Brussel in te zetten voor het terugdringen van dezeverplichtingen?Antwoord 20Ik zie geen redenen om mij in te zetten voor het terugdringen van derichtlijnen uit de EPBD IV. De EPBD IV geeft een basislijn aan om energiebe-sparing in de gebouwde omgeving te stimuleren en toe te werken naar eenemissievrije gebouwde omgeving. Een emissievrije gebouwde omgevingheeft naast voordelen als grip op energiegebruik, comfortabelere en gezondegebouwen, ook als voordeel dat wij als land minder afhankelijk worden vanfossiele energie, het maakt ons weerbaarder en minder kwetsbaar voorfluctuaties op de internationale energiemarkt. Het zorgt voor investeringen inonze gebouwen en energievoorziening door onze eigen installateurs,aannemers en MKB bedrijven. De afgelopen jaren hebben aangetoond datenergiebesparing in de gebouwde omgeving goed mogelijk is. De tevreden-heid over de genomen maatregelen is hoog. Van de woningeigenaren dieisolatiemaatregelen heeft genomen is bijvoorbeeld 90% tevreden16, 95% vande mensen die een warmtepomp heeft aangeschaft raadt deze aan17. DeEPBD IV geeft ons als land richting en een gelijk speelveld in de EU.Vraag 21Kunt u een internationale vergelijking geven van de ontwikkeling van dewoonlasten en huizenprijzen in Nederland ten opzichte van vergelijkbareEU-lidstaten over de afgelopen tien jaar, en daarbij aangeven welke landenerin slagen wonen wél betaalbaar te houden, inclusief een analyse overwaarom hen dit lukt?Antwoord 21Eurostat publiceert een reeks met de huizenprijsontwikkeling in Europeselanden sinds 201018. Daaruit blijkt dat in twaalf landen de huizenprijzenharder gestegen zijn dan in Nederland. Nederland bevindt zich daarmee in demiddenmoot.Zoals bij vraag 10 aangegeven liggen de woonlasten in Nederland ongeveer30% boven het Europees gemiddelde en het inkomen bijna 60%. Dewoonlasten in Nederland zijn tussen 2010 en 2024 ongeveer 7% hardergestegen dan in heel Europa. In Denemarken was dat ongeveer 21% en inOostenrijk 14%. In Ierland, Midden-Europa en de Baltische staten komen nogveel hogere percentages voor. Landen waar de woonlasten minder hardstegen dan het Europees gemiddelde, kennen volgens Eurostat19 over hetalgemeen ook een benedengemiddelde economische groei20.Vraag 22Bent u bereid een concreet en afrekenbaar pakket te presenteren – inclusieflastenverlaging en versnelling van de bouw – dat de woonlasten voor metname jonge huiseigenaren binnen deze kabinetsperiode aantoonbaarverlaagt, en de Kamer daarover voor Prinsjesdag te informeren?Antwoord 22Nee, ik kom niet met een specifiek plan om de woonlasten van jongehuiseigenaren te verlagen. Wel zet ik met de Taskforce Versnellen Woning-bouw in op het versnellen van de woningbouw.15Advies NIBUD Hypotheeknormen 2026 | Rapport | Rijksoverheid.nl16Rapport tevredenheid duurzaamheidsmaatregelen (NVDE)1795% warmtepompbezitters raadt warmtepomp aan (rvo.nl)18House prices and rents continue to rise in early 2025 - News articles - Eurostat19[nama_10_pc] Gross domestic product (GDP) and main components per capita - annual data20De correlatiecoëfficiënt bedraagt circa 0,45.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel7 Vraag 23Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, waarom laat u deze groepin de steek?Antwoord 23Het kabinet zet volop in op het versnellen van de woningbouw, zodat er meeraanbod van betaalbare woningen komt, onder andere voor jongeren.Daarnaast zijn er, zoals beschreven in antwoord op vraag 4, verschillendeinstrumenten die gericht zijn op koopstarters.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel8
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
dcf84324-c8de-4b0a-905c-3106e1af17e2
26debatten
1.044bijdragen
14interrupties
127.969woorden in uitspraken