Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 735Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Fiscale verzamelwet 2026)Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID STULTIENS C.S. TER VERVANGINGVAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 111Ontvangen 4 september 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:INa artikel VIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:ARTIKEL VIIIA De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 219, eerste en tweede lid, wordt «tweede en derde paragraaf»telkens vervangen door «de paragrafen 2, 2a en 3». BNa artikel 220h een paragraaf ingevoegd, luidende:§ 2a. Bijzondere bepalingen omtrent de leegstandsbelasting Artikel 220i 1. Ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken die inhoofdzaak tot woning dienen en die voor een langere periode dan een jaarleegstaan als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Leegstandwet, kandoor de gemeente, onder de naam leegstandbelasting, een belastingworden geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar vandeze onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom, bezit ofbeperkt recht.1Vervanging in verband met een wijziging in de ondertekening. kst-36735-14ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 735, nr. 141 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeldin hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waardedie op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zakenis vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan wordentoegekend aan de delen van de onroerende zaak die dienen tot woningdan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.4. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbendekrachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij hetbegin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster isvermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtenseigendom, bezit of beperkt recht is.Artikel 220j 1. De heffingsmaatstaf voor de leegstandsbelasting wordt vastgestelddoor de gemeente.Artikel 220k 1. Artikel 220d is van overeenkomstige toepassing met dien verstandedat voor «artikel 220c» wordt gelezen «artikel 220j, eerste lid».2. Artikel 220h is van overeenkomstige toepassing. CIn het opschrift van hoofdstuk XV, paragraaf 3, wordt «de anderebelastingen dan de onroerende-zaakbelastingen» vervangen door «anderegemeentelijke belastingen». DIn artikel 229c wordt «tweede en derde paragraaf» vervangen door «deparagrafen 2, 2a en 3».IIIn artikel XVIII, tweede lid, wordt na «onderdeel O,» ingevoegd «VIIIA».Toelichting Dit amendement creëert een mogelijkheid en grondslag voorgemeenten om een leegstandsheffing voor woningen in te voeren. Dat isnoodzakelijk omdat in Nederland meer dan 180.000 woningen leegstaan,waarvan meer dan 60 duizend langer dan een jaar (na energiecorrectie:meer dan 30 duizend). In een tijd van woningnood, waarin veel mensengrote moeite hebben een woning te vinden, is dat moeilijk uit te leggen.De indieners van dit amendement zijn van mening dat gemeenten zoveel mogelijk opties moeten hebben om leegstand tegen te gaan enwoningen beschikbaar te maken voor hun inwoners. In Vlaanderen blijktdat een leegstandsheffing daarvoor een effectief middel is: eigenaren vanleegstaande woningen komen over het algemeen snel in actie om dewoning te verkopen of te verhuren. In 2023 maakten daar dan ook 282 vande 300 gemeenten gebruik van de mogelijkheid om een leegstandsheffingin te stellen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit erdaarom voor die mogelijkheid ook in Nederland te creëren. De VNG voertdaarbij aan dat een leegstandsheffing prima combineerbaar is met hetbestaande instrumentarium. De indieners sluiten zich hierbij aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 735, nr. 142 Dit amendement komt aan de wens van gemeenten tegemoet en biedthun de mogelijkheid een leegstandsheffing te introduceren. De indienerslaten gemeenten graag zelf beslissen hoe hoog deze heffing dient te zijnen vanaf wanneer deze ingaat. De hoogte van de heffing kan een vast ofoplopend bedrag zijn, maar ook gebaseerd worden op de WOZ-waardevan leegstaande woningen. Gemeenten kunnen ook besluiten geenleegstandsheffing in te voeren als zij dat niet nodig achten. De indienersverwachten dat gemeenten hiermee maatwerk kunnen toepassen en deleegstand in Nederland effectief terug kunnen dringen, waardoor meerwoonruimte beschikbaar komt voor Nederlanders die een woning zoeken.De indieners stellen voor de leegstandsheffing voorlopig alleen voorleegstaande woningen mogelijk te maken. De reden daarvoor is dat juisthet woningtekort op dit moment groot is. Indien daar behoefte aan is kanop een later tijdstip alsnog besloten worden ook een heffing op andereleegstaande panden te introduceren.Budgettaire aspectenNaar verwachting zullen de netto opbrengsten van door gemeenteningevoerde leegstandsheffingen zeer beperkt zijn, mede vanwege depreventieve werking van deze belasting. Voor zover er opbrengsten zijnstellen de indieners voor dat deze ten goede komen aan de gemeentelijkemiddelen.StultiensDe HoopKouwenhovenBeckermanTeunissenWelzijnDassenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 735, nr. 143
Bron, video en gesprek →0debatten
861bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2026-06-09) · PvdA (2021-03-31–2023-10-26) ·