de toenemende uitbraken van vogelgriep
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: BBB (2025-11-12–heden) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Minister Wiersma: Dank, voorzitter. Ik heb drie blokjes. Daar begin ik maar even mee in de beantwoording. Het eerste blokje is vogelgriep algemeen en de bestrijding van vogelgriep. Het tweede blokje gaat over de vaccinatie. Dan heb ik nog een blokje overig met een aantal zaken die niet in de eerste twee blokjes passen.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Het eerste blokje is redelijk omvangrijk.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Voordat ik aan de vragen begin, wil ik eigenlijk beginnen met een woord van dank en complimenten aan alle mensen die betrokken zijn bij dit dossier. Ik zie inderdaad een aantal mensen — die heb ik zojuist ook gesproken — van de dierenambulances, die heel veel werk verzetten voor wilde vogels. Maar zij staan niet alleen, want ook op mijn departement wordt, zeker in deze tijd, iedere dag hard gewerkt aan de vogelgriepsituatie. Daar zijn heel veel betrokkenen intensief mee bezig, met lange werkdagen. Ook de NVWA, Wageningen, de Gezondheidsdienst voor Dieren, de RVO, het RIVM, het Erasmus Medisch Centrum, de faculteit diergeneeskunde, de deskundigengroep dierziekten, de vrijwilligers, die ik net al noemde, en de pluimveesector zelf zijn daar heel erg veel mee bezig. Ik ben ook onder de indruk van hoe goed zij met elkaar samenwerken en van hoe goed dat eigenlijk werkt in ons land; dat werd zojuist in de inbreng van de Kamer ook een aantal keer genoemd. De ontwikkelingen in de vogelgriepsituatie zijn zorgelijk. Dat geldt zowel voor de wilde vogels als voor de gehouden dieren. Ik moet zeggen dat toen ik net minister werd, we net een relatief rustig jaar achter de rug hadden. Dan hoop je dus eigenlijk dat die lijn zich voortzet, maar we kunnen wel vaststellen dat het dit najaar in alle hevigheid aanwezig is. We hebben op dit moment in korte tijd al 29 uitbraken gehad. Het gaat van commerciële pluimveehouderijen tot hobbyhouderijen. Ook bij de wilde vogels zien we echt een toename van de vogelgriep in de populatie. De deskundigengroep dierziekten schat in dat het risico op een uitbraak op een bedrijf op dit moment zeer hoog is. Ik deel dan ook de zorgen die de Kamer daaromtrent heeft. De huidige vogelgriepsituatie is verontrustend. Ik leef mee met de pluimveehouders. De heer Koorevaar schetste dat in zijn bijdrage heel goed. Ik heb recent zelf ook met een aantal pluimveehouders aan tafel gezeten. Zij lopen iedere dag met heel veel argwaan op hun bedrijf rond, in de hoop dat het hen niet zal treffen. De impact op getroffen bedrijven is heel groot. Voor al de mensen die hier iedere dag mee werken, heeft het enorm veel impact. We hebben echt wel forse maatregelen genomen. Al direct toen we zagen dat er een toename was aan vogelgriep, hebben we een ophokplicht en een afschermplicht geïntroduceerd. Er is ook een bezoekersverbod en recent hebben we een tentoonstellingsverbod geïntroduceerd. Iedereen die in contact komt met wilde vogels, moet er rekening mee houden dat die besmet zouden kunnen zijn met de vogelgriep. Bij het hanteren van wilde vogels, en zeker ook kadavers, is het dan ook belangrijk dat de veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen, zoals ook beschreven staat in de leidraad Omgang met wilde dieren met vogelgriep. Zoals ook werd genoemd, zijn er inmiddels kittens doodgegaan aan het vogelgriepvirus. Het is algemeen bekend dat katten, net als andere zoogdieren, besmet kunnen raken met het vogelgriepvirus. De kans dat een zoogdier, dus een kat, een hond of een ander dier, het krijgt, is echter klein. Maar op het moment dat een dier verschijnselen vertoont die passend zijn bij het vogelgriepvirus, adviseer ik om direct contact op te nemen met een dierenarts. Ik wil de betrokkenen oproepen om de maatregelen goed na te leven en maximaal in te zetten op bioveiligheid en hygiëne. Mijn voorganger heeft in juni van 2023 al samen met de toenmalige minister van VWS — die samenwerking liep inderdaad goed en loopt meer dan uitstekend — het Intensiveringsplan preventie aangeboden aan uw Kamer. In dit plan staan maatregelen die nodig zijn voor de volksgezondheid en voor de gezondheid van gehouden dieren, maar ook voor die van wilde dieren. Wij zijn op dat punt samen goed aan de slag gegaan. We werken daar hard aan en wij blijven u daarover op gezette tijden informeren. Dat brengt mij bij een vraag van mevrouw Podt over de bioveiligheid. Welke concrete stappen zetten wij om die protocollen streng na te laten leven? Ik denk dat het toepassen van bioveiligheid een van de belangrijkste maatregelen is om uitbraken te voorkomen. Ik zie ook dat de dierenhouders hun uiterste best doen om die maatregelen te implementeren, want er is echt geen enkele dierenhouder die belang heeft bij een uitbraak van vogelgriep. Per 1 januari is het dan ook verplicht om een bioveiligheidsplan te hebben. Dat is een plan waarin de pluimveehouder samen met zijn dierenarts kijkt hoe de bioveiligheid op het bedrijf verder verbeterd kan worden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ja, de mogelijkheid om die kosten vergoed te krijgen is er. Dat brengt mij bij de vraag van de heer Boomsma. Die gaat over de afweging van de belangen en de risico's.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Over het algemeen is ons beeld dat de maatregelen heel goed worden nageleefd. Op een aantal onderdelen kan er nog verbetering plaatsvinden. Dat gaat dan met name over de veehouder zelf op het bedrijf. Bij bezoekers op het bedrijf worden de benodigde maatregelen heel nauwgezet nageleefd. Omdat een veehouder op zijn bedrijf natuurlijk iedere dag in- en uitloopt, mag daar soms extra aandacht voor zijn. Ik wil niet dat de indruk ontstaat dat het door de sector niet serieus wordt opgepakt; dat is wél het geval. Op dit specifieke punt kan er een tandje bij gezet worden. Daar is ook aandacht voor. Dan kom ik op een vraag van de heer Boomsma over het afwegen van risico's en belangen. We doen daar inderdaad voldoende aan. Het ministerie van VWS en mijn ministerie trekken hierin samen op. Bij alle maatregelen die genomen worden, ook in het Intensiveringsplan preventie vogelgriep, zijn alle belangen goed afgewogen. De heer Boomsma had ook een vraag over de bioveiligheid. Ik denk dat die op dit moment al indirect is beantwoord, want per januari 2026 is dat plan dus ook bij wet verplicht. Op dat moment gaan de bedrijven dus een bioveiligheidsplan opstellen in samenwerking met hun dierenartsen. Daarbij kunnen ze ook gebruikmaken van de hygiënescan van de brancheorganisatie AVINED. Uiteindelijk gaat de NVWA hier toezicht op houden. Dan de vraag van mevrouw Van der Plas. Volgens mij was het ook een vraag van de heer Boomsma, maar hier staat "mevrouw Van der Plas". Die vraag gaat over het slecht naleven van die protocollen. Volgens mij heb ik die net beantwoord en aangegeven waar het punt van aandacht zit. Er is nog een vraag van mevrouw Bromet, over de impact van vogelgriep op wilde vogels. Op dit moment wordt de ontwikkeling in de omvang en de verspreiding van wildevogelpopulaties uitgebreid gemonitord door het Netwerk Ecologische Monitoring. Aanvullend heeft mijn ministerie in 2023 en 2024 onderzoek laten uitvoeren naar de impact van vogelgriepuitbraken op populaties van wilde vogels. Er is ook onderzocht wat de mogelijke gevolgen zijn van sterfte door vogelgriep op de landelijke staat van instandhouding van soorten. De inzichten en aanbevelingen uit die onderzoeken zijn gedeeld met de betrokken organisaties. Die worden ook meegenomen in de ontwikkeling van de aanpak van vogelgriep. Uit dat onderzoek bleek wel dat de vogelgrieppopulaties die geraakt worden zich over het algemeen ook weer herstellen. Het ging in dit geval om de stern. Dat blijven we natuurlijk monitoren. Mevrouw Van der Plas had een vraag over transmissies tussen bedrijven. Een vraag van de heer Flach ging er ook over dat er nauwelijks besmettingen van bedrijf naar bedrijf plaatsvinden, ook niet in waterrijke gebieden. Het antwoord daarop is dat dit op dit moment klopt. Er worden besmettingen in heel Nederland gezien. U kunt dat zelf ook zien, want we hebben een digitaal register voor monitoring van zowel gevonden wilde vogels met vogelgriep als bedrijven waar vogelgriep geconstateerd is. Het is wel zo dat we in eerdere uitbraken gezien hebben dat er met name in waterrijke gebieden een verhoogd risico was. Het klopt ook dat bedrijfstransmissies vrijwel niet voorkomen. Dat is te danken aan de goede hygiënemaatregelen. De sector neemt die ook zeer serieus. Dat wil niet zeggen dat het nooit voorkomt. Het is ook in de afgelopen periode één keer voorgevallen, vermoedelijk. In algemene zin, ook als we kijken naar andere landen en lidstaten, is dat in Nederland nagenoeg niet aan de orde. De heer Boomsma had nog een vraag over de surveillance in de varkenshouderij en of die zou moeten worden voortgezet. Dat klopt. Dat ben ik met de heer Boomsma eens. Die zetten wij dan ook voort. Mevrouw Van der Plas had een vraag over de jaarlijkse check-up van het bioveiligheidsplan en hoe ik daarnaar kijk. Ik denk dat dat belangrijk is. Vanaf januari is het voor commerciële pluimveebedrijven verplicht om een bioveiligheidsplan te hebben. Ik denk dat het goed is om te kijken welke maatregelen er op het bedrijf nog mogelijk zijn om de bioveiligheid te verbeteren. De houder doet dat samen met de dierenarts. Ik denk dat het van belang is om te kijken hoe de puntjes op de i gezet kunnen worden, juist om te voorkomen dat er uitbraken plaatsvinden. Nog een vraag over de bioveiligheid, ook van mevrouw Van der Plas: kunnen we concluderen dat de bioveiligheidsmaatregelen van Nederlandse pluimveehouders gewoon heel goed werken? Ik denk dat we dat kunnen concluderen. Dit wordt zeer serieus genomen. Dat is ook de reden dat bedrijfstransmissies nagenoeg niet plaatsvinden. Het is de belangrijkste preventiemaatregel om een uitbraak te voorkomen, zowel tussen bedrijven als door de insleep van buiten naar binnen. De heer Graus had een vraag over de reactie op de brief van professor Kuiken. Hij vroeg of we zijn bevindingen kunnen meenemen in de impactanalyse. Ik kan toezeggen dat we hier schriftelijk op terugkomen. Ik heb nog niet naar de brief kunnen kijken. Ik kan op dit moment dus niet toezeggen dat we de bevindingen kunnen meenemen in de impactanalyse. Het gaat dan over het proces rondom de structuurmaatregelen. Ik kan wel toezeggen om daar schriftelijk op terug te komen bij uw Kamer. De heer Flach had een vraag over de ruimingscapaciteit. Hij vroeg of er een tekort is aan ruimingscapaciteit als er veel ruimingen in korte tijd gedaan moeten worden, zeker als er een tweede dierziekte uitbreekt, en of er bij nood een beroep gedaan kan worden op meer capaciteit. Ik moet zeggen dat we op dit moment echt een heftig vogelgriepseizoen doormaken. Soms komen er iedere dag situaties bij waarin vogelgriep geconstateerd is. Tot op heden lopen wij niet tegen de ruimingscapaciteit aan. De mensen die hiermee bezig zijn, worden wel intensief belast, maar het werk wordt verzet en we zijn hierop voorbereid. Dit loopt dus goed. Hierin weegt mee dat er sinds 2022 niet meer preventief geruimd wordt rondom besmette bedrijven. Ik weet dat ze in bepaalde lidstaten zelfs al aan het onderzoeken zijn of je, als er meerdere stallen op een bedrijf zijn, ook alleen tot ruiming in de besmette stal zou kunnen overgaan. Daardoor wordt de ruimingscapaciteit ook minder belast. Dat laatste doen wij overigens niet, maar er zijn wel ontwikkelingen op dat gebied. We zijn dus in control en daar heb ik op dit moment geen zorgen over. De heer Flach had ook een vraag over de afvoer van besmette wilde vogels. Een aanbeveling van het Erasmus MC was om de surveillance bij dieren die gevoelig zijn voor vogelgriep verhogen. Door de toename van vogelgriep onder zoogdieren is er een meldplicht gekomen voor positieve laboratoriumuitslagen van vogelgriep bij zoogdieren. Die situatie wordt in Nederland gemonitord door het Dutch Wildlife Health Centre. Dat gebeurt ook door dode wilde zoogdieren te testen op vogelgriep. Daar is dus echt een verhoogde monitoring gaande. Dan over de afvoer van de besmette vogels. Er werd gevraagd hoe ik dat beoordeel en of daar ondersteuning voor is. Het is natuurlijk van het grootste belang dat de besmette dode dieren zo snel mogelijk worden opgeruimd. Dat helpt tegen verspreiding, ook binnen de vogelpopulaties zelf. Dat komt ook uit dat onderzoek. De dierenambulance wordt hier vaak mee belast. Daarom geven we hun voor dit jaar, waarin er veel van deze werkzaamheden zijn, een financiële bijdrage om dat werk te kunnen doen en om de materialen daarvoor te kunnen kopen. De minister van VWS kondigde dit al aan. Hier heb ik een vraag die de minister van VWS al heeft beantwoord. Die sla ik dus over. De heer Flach vroeg ook naar het monitoren van tankmelk en vogelgriep. Hij vroeg of dat op dit moment gebeurt. Het antwoord daarop is dat dat op dit moment niet gebeurt, omdat het de inschatting van de deskundigen is dat dat op dit moment niet nodig is. Er is geen vogelgriep op melkveebedrijven in Nederland. In Amerika hebben we dat wel massaal gezien. Er zijn geen signalen dat dat op dit moment actueel is. Mocht dat wel zijn intrede doen in Nederland, dan zullen we uiteraard overgaan tot tankmelkmonitoring, maar op dit moment is dat niet nodig en niet aan de orde. Mocht er een uitbraak komen, dan is de volgende stap wel om dit nauwlettender te gaan monitoren. Zoals ik al zei, vindt de deskundigengroep dierziekten dat de huidige aanpak voldoende effectief is om vroegtijdig te signaleren of er iets aan de hand is. Bij een plotse daling van de melkgift van vee wordt er actie ondernomen. Dan zijn we daar heel snel bij. Ook over melkvee had de heer Flach de vraag over de basismonitoring van de Gezondheidsdienst voor Dieren en of die actief gebruikt wordt voor vogelgriepmonitoring. De Gezondheidsdienst analyseert wekelijks de gegevens van alle melkveebedrijven. Een plotselinge daling van de melkproductie wordt daarbij opgemerkt en dan gaat verder onderzoek van start. Op het moment dat er onverklaarbare klachten zijn, dan kunnen die klachten ook gemeld worden bij de Veekijkertelefoon. Dan zal er ook tot onderzoek overgegaan worden. De heer Flach vroeg zich ook af hoe wij met knaagdierbestrijding omgaan, omdat die natuurlijk ook kunnen zorgen voor de verspreiding op de bedrijven en tussen bedrijven. De pluimveehouder zelf is natuurlijk verantwoordelijk voor de knaagdierbestrijding op zijn erf. Er zijn heel veel professionele bedrijven die dat ook kunnen verzorgen. Op die manier zijn er in principe voldoende mogelijkheden voorhanden om invulling te geven aan het bestrijden van knaagdieren. Voorzitter, dit was het algemene blokje.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Op dit moment zijn die middelen natuurlijk inderdaad verboden. Een tijdelijke ontheffing is niet een van de maatregelen die we op dit moment voorzien, omdat een knaagdierenbestrijdingsbedrijf, als het wordt ingeschakeld, een analyse kan maken van de oorzaak van de problemen met de knaagdieren op het getroffen bedrijf. Het bestrijdingsbedrijf kan ook kijken naar een logische oplossing om de dieren buiten het getroffen bedrijf te houden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Dat kan binnen de geijkte mogelijkheden. Dat gaat dan om het goed opbergen van voer en dergelijke. De pluimveehouder heeft zelf ook wel handelingsmogelijkheden, maar zal de oplossing wel daarbinnen moeten vinden. Op het moment dat er sprake is van een uitbraak of een plaag, dan lijkt het me wel verstandig om een knaagdierenbestrijdingsbedrijf in te schakelen. Dat kan in het uiterste geval overgaan tot het inzetten van gif.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Het is mij niet bekend welke onduidelijkheden er bestaan. Dat is niet een signaal dat mij bekend is. Als de heer Flach dat kan expliciteren, dan kan ik daar wellicht op reageren.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: In mijn beleving loopt dit heel goed. Hier zijn verschillende lijnen voor binnen gemeentes. Die hebben over het algemeen tonnen staan waar de kadavers naartoe kunnen worden gebracht. Maar als er een signaal is dat dat bij deze groep mensen, die toch veel in het veld zijn, niet bekend is, wil ik dat wel oppakken.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Dan hebben we het over de vaccinatie. Het is goed om te zien dat er in het parlement breed draagvlak lijkt te zijn om over te gaan tot grootschalige vaccinatie van pluimvee. U vindt in mij een bondgenoot, want ook ik ben daar voorstander van. Zoals u weet, zijn we het afgelopen jaar begonnen met een pilot. In mijn introductie heb ik mijn medewerkers bedankt. Er zit echt heel veel werk in om de handelsbelemmeringen weg te nemen. Er is een heel intensief traject voorafgegaan aan de pilot. We zijn nu op het punt dat die pilot gedraaid heeft. Daarnaast is er ook een veldproef geweest. De resultaten daarvan geven meer inzicht en zullen in het eerste kwartaal van 2026 met uw Kamer gedeeld worden. Voor de pilot geldt — daar hebben we het eerder ook over gehad — dat de producten binnen Nederland moesten worden afgezet. Dat gaat over het algemeen goed. De internationale acceptatie van de producten van pluimvee levert echter nog steeds problemen op. Er is gevraagd hoe rationeel dat is en of je dat uit kunt leggen omdat er al veel gevaccineerd wordt in pluimvee. Dat zijn geen rationele argumenten. Het verschil tussen het ene vaccin en het andere kan ik ook niet uitleggen. Desalniettemin zijn er landen die hun eigen overwegingen daarin maken, wat toch handelsbelemmeringen oplevert. Ik heb met een aantal belangrijke handelspartners — dan heb ik het bijvoorbeeld over de VS en het Verenigd Koninkrijk — in januari een fysieke bijeenkomst georganiseerd in Nederland, om zo deze landen hiernaartoe te halen en het met ze te kunnen hebben over vaccinatie van pluimvee. De Wereldorganisatie voor diergezondheid is daar ook bij, net als de Europese Commissie. Er wordt vanuit mijn departement en vanuit mij persoonlijk dus volop ingezet op het creëren van draagvlak om die handelsbelemmeringen weg te nemen, zodat we over kunnen gaan tot grootschalige vaccinatie. Daarbij is ook een stukje maatschappelijke acceptatie binnen de markt noodzakelijk. Dat is aan de sectoren zelf. Uiteraard geef ik ze daar wel alle steun bij die ik kan bieden om die te realiseren. Dan de resultaten van de veldproef en de pilot, en de stappen die ik wil gaan zetten richting grootschalige vaccinatie. Daarover zal uw Kamer in het eerste kwartaal van 2026 geïnformeerd worden. Dan zullen we daar ongetwijfeld weer het debat over voeren. Maar weet dat daar volop op wordt ingezet. Er is gevraagd of we dit ook Europabreed zouden kunnen doen. Mijn beeld is dat we dat niet Europabreed gaan doen, omdat er een aantal lidstaten zijn waar dit, maar ook vogelgriep in algemene zin, geen problemen oplevert. Daardoor is de bereidheid om dat in de hele Europese Unie te doen er in mindere mate. Maar er zijn een aantal landen, zoals Duitsland, waar dit wel meer speelt. Daar zal ik ook contact mee blijven onderhouden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: De handel binnen Europa vormt niet het probleem. Vooral bij de handel daarbuiten lopen we tegen handelsbelemmeringen aan. Die zaken kun je niet los van elkaar zien, omdat die landen op dit moment verzekerd willen zijn van het feit dat eieren of ander materiaal van gevaccineerd pluimvee niet bij hen in de ketens terechtkomt.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Bij de markt gaat het uiteindelijk ook om een stukje draagvlak en acceptatie. Dat is aan de sector zelf. Wat doe ik? Ik trek samen op. In de Landbouw- en Visserijraad ben ik pleitbezorger van het idee om met elkaar over te gaan tot grootschalige vaccinatie. Ik herken het beeld wat betreft vlees en eieren. Wat betreft verwerkte producten is het zo dat die eieren wel degelijk verwerkt worden in andere producten die wel weer geëxporteerd worden naar buiten Europa. Er zijn dus best nog wat belemmeringen als het gaat om het garanderen hiervan, maar ik doe mijn uiterste best om draagvlak te creëren, wat mij betreft liever vandaag dan morgen. Dan had mevrouw Podt de vraag of wij bereid zijn om in februari in kaart te brengen wat er nodig is om grootschalig te kunnen vaccineren en wat de kosten daarvan zijn. Het antwoord is dat ik daar stapsgewijs aan werk. Daar hoort een praktische uitvoering bij. Het gaat bijvoorbeeld om het uitvoeren van de surveillance en andere logistieke zaken, kosten en baten. Ik zal in het eerste kwartaal, tezamen met die andere punten, de Kamer informeren over de voortgang en de voorbereiding.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Binnen een jaar is denk ik niet realiseerbaar. Wij doen dit zo snel mogelijk. Daarvoor moeten echt heel veel stappen gezet worden en daar werkt mijn ministerie aan. Nogmaals, het kunnen doen van de pilot met de vaccinatie heeft echt een hele lange voorbereidingstijd gehad. Er worden echt stappen gezet, maar het heeft wel de tijd nodig die het vereist. Binnen een jaar, dat zie ik niet vliegen.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik kan een globale kostenindicatie van grootschalige vaccinatie meesturen bij de stukken die in het eerste kwartaal van 2026 komen, maar er worden hier wel een aantal zaken aan elkaar gelinkt: mensen die ziek worden en de wilde vogelpopulatie. Grootschalige vaccinatie in de pluimveesector zal op die gebieden niet direct een impact hebben. Je kunt die niet aan elkaar linken zoals mevrouw Podt dat hier doet.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik heb toegezegd dat ik in ieder geval een kostenindicatie, een inschatting van de kosten die daarmee gepaard gaan, kan meesturen bij de stukken van het eerste kwartaal. De heer Koorevaar had ook een vraag over het meekrijgen van de handelspartners. Volgens mij heb ik die vraag beantwoord. Er is in januari een bijeenkomst met de belangrijkste handelspartners. Bijvoorbeeld Canada is er daar een van. Daar wordt echt hard aan gewerkt. Mevrouw Den Hollander had ook een vraag over de handelsbelemmeringen. Die hebben we zonet al besproken. Mevrouw Van der Plas had een vraag over de interesse in andere landen om te gaan enten. Volgens mij heb ik die ook al beantwoord in mijn eerste introductie. Dit is niet in ieder land een probleem. Ik ben hier natuurlijk over in gesprek met de collega's die ook tegen deze problematiek aanlopen, maar hier zal niet in iedere lidstaat draagvlak voor zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Wat ik kan doen, is het volgende. Bij de stukken waarbij we een kostenindicatie willen meesturen over wat het opschalen van de vaccinatie gaat kosten, kunnen we ook wel even toevoegen welke waarde het deel dat buiten Europa wordt afgezet, in economische zin vertegenwoordigt. Dat kunnen we wel even meenemen. Dat lijkt mij relevante informatie.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Nee, of misschien. We hebben al heel veel besproken, dus het zou kunnen dat een aantal vragen al wel beantwoord is. Maar als u mij toestaat, voorzitter, ga ik nog even door.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Mevrouw Bromet vroeg of er onduidelijkheid is over de uitvoering in het veld van het vaccinatieprogramma.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: O, nou, dat scheelt. We hebben het ook al gehad over de markt overtuigen. De heer Boomsma had nog een vraag over het monitoren, over of dat iedere week moet. Hij vroeg of dat qua kosten representatief is. In de EU is de vaccinatie geregeld. Dit kan dus, zoals ik net al zei, hetzij onder voorwaarden. De afzet van producten is dus mogelijk. Het surveillanceprogramma wordt op dit moment daar bekeken en wordt hoogstwaarschijnlijk minder intensief. Het klopt dat dat nu wekelijks is, maar in Europees verband wordt er nu naar gekeken om dat minder intensief te maken. Daarnaast werk ik, zoals zojuist al aan het licht kwam, alle zaken uit om vaccinatie mogelijk te maken. De voortgang en de resultaten daarvan neem ik mee in het informatiestuk dat in het eerste kwartaal naar de Kamer gaat. Mevrouw Van der Plas vroeg hoelang de pilot nog loopt en wanneer de resultaten verwacht worden. Die laatste vraag heb ik al beantwoord; in het eerste kwartaal ga ik ook de eerste resultaten van de veldproef en de pilot delen. De pilot loopt door tot december 2026. In het eerste kwartaal krijgt u een update van hoe dat loopt. Ja, de pilot loopt tot december 2026 door, dus nog een jaar.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik kon hem wel verstaan, voorzitter, maar u hebt gelijk. De PVV, de heer Graus, had een vraag over vaccinatie op de lange termijn. Hij vroeg wat de gevolgen op de lange termijn zijn van het vaccineren van vogels. Het antwoord is dat vaccins geen gevolgen hebben voor de gezondheid van dier en mens. Vaccins zijn veilig. Mocht een besmetting met het virus in een gevaccineerd koppel optreden, dan wordt dat opgespoord door het surveillanceprogramma. Dan zal het koppel alsnog moeten worden geruimd. Dat zorgt ervoor dat de kans op verspreiding door vogels die geen verschijnselen vertonen, wordt verkleind. Ik zie voor de vogels zelf dus geen langetermijngevolgen.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik begrijp het punt dat de heer Graus maakt. Maar ik denk wel dat de bestrijding van bacteriën anders werkt dan het toepassen van vaccins voor virussen. Ik zit hier met een dierenarts en een arts in de zaal, dus ik ben met mijn achtergrond heel voorzichtig om daar uitspraken over te doen. Volgens mij is dat gelegen in het feit dat het vaccin voldoende actief moet blijven. We moeten goed bekijken of eenmalige vaccinatie afdoende is of dat de werking op den duur vermindert, waardoor er bijvoorbeeld een booster nodig is om optimale bescherming te behouden. Daar is aandacht voor. Daar wordt zorgvuldig naar gekeken. Dat zit allemaal in de weging die we gemaakt hebben. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat de gezondheid van dier en mens hier niet ter discussie staat.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Natuurlijk hebben wij oog voor de genoemde zaken. Ik had nog de vraag van de heer Flach of versoepeling van controleregels mogelijk zou zijn om op dat punt wat te bewegen. Op dit moment is binnen de Europese Unie vaccinatie dus mogelijk en het verplichte surveillanceprogramma wordt, zoals ik de heer Boomsma net al antwoordde, waarschijnlijk minder intensief. Maar dat is wel vanuit Europa geregeld. Daar wacht ik op dit moment dus op. In de loop van '26 verwacht ik daar een aanpassing op en zal ik uw Kamer daar ook over informeren. De heer Graus had nog een vraag over financiële compensatie, maar daar hebben we het zojuist ook over gehad. Dan heb ik nog één blokje, voorzitter. Mevrouw Podt van D66 wil graag een overzicht van de stappen die de provincies zetten. Het antwoord is dat het natuurlijk primair aan de provincies is om vorm te geven aan gebiedsgerichte maatregelen en in hoeverre zij daarbij rekening willen houden met dierziekten of zoönoserisico's. Zelf ben ik bezig met het uitwerken van de impactanalyse van de structuurmaatregelen. Bij de besluitvorming daarover zullen de medeoverheden nauw betrokken worden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Voor zover bekend bij mijn departement kan ik dat meesturen met de informatie die in het eerste kwartaal wordt meegestuurd. Wat betreft de structurerende keuzes van het NPLG: het NPLG is er niet meer. Zoals ik net al zei, loopt er op dit moment een impactanalyse van de structuurmaatregelen vogelgriep. Die wordt hopelijk binnenkort opgeleverd. Op basis daarvan zullen we weer verder kijken.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: De impactanalyse ziet niet per se toe op ... Ja, het is per provincie, maar meer in algemene zin. Ik zal kijken wat ik daarvan mee kan nemen in het eerste kwartaal '26.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: De volgende vraag komt van mevrouw Bromet: waarom houden we de nieuwe pluimveebedrijven in waterrijke gebieden niet tegen? Dat zijn zeer ingrijpende maatregelen. Je hebt echt een goede onderbouwing nodig als je zoiets zou willen doen. Bovendien heb je daar nieuwe wettelijke bevoegdheden voor nodig. Dat is ook de reden dat we die impactanalyse van dergelijke maatregelen doen. Dat is op verzoek geweest van het parlement. In het eerste kwartaal van '26 wordt die verwacht. Zoals ik al zei, zal ik daarna uw Kamer daarover informeren. De heer Boomsma had nog gevraagd of er andere regio's in Europa zijn met een vergelijkbare dichtheid van pluimvee. Het korte antwoord daarop is: in principe niet. Het pluimveedichte gebied in Nederland is redelijk uniek, maar als we kijken naar het type bedrijven — hoe groot zijn de bedrijven en hoe wordt pluimvee daar gehouden? — dan is dat niet uniek. Dan is dat in Europa een gebruikelijke wijze van huisvesting van pluimvee, ook qua dieraantallen. Alleen, in Nederland hebben wij echt een geconcentreerd gebied met veel pluimvee. De compensatie voor de dierenhulporganisaties. Op de vragen daarover heeft de minister van VWS al antwoord gegeven: wij komen ze tegemoet. Nogmaals dank voor alle inzet die jullie plegen op dit onderwerp en voor de hulp die jullie bieden. Mevrouw Bromet had nog een vraag over communicatie richting mensen die werken met pluimvee en wat wij daar op dit moment aan doen. De sectorpartijen doen veel aan communicatie hierover: AVINED, maar ook LTO. De ruimingsmedewerkers die voor de NVWA werken, doen dit ook. Het contact met hobbyhouders verloopt via partijen zoals KleindierNed en de gemeentes. Als er sprake is van een met vogelgriep besmette locatie, dan loopt het contact over de humane risico's via de GGD. Zij nemen dan ook contact op met de pluimvee- of hobbyhouder.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Dank, voorzitter. Ik heb er nog twee. De heer Graus had een vraag over de pre- en probiotica. Hij vroeg of ik met een reactie daarop kan komen. Volgens mij had mevrouw Den Hollander daar vanuit haar expertise ook al het een en ander over gezegd. Natuurlijk kan dat aanvullend werken bij dierziekten. Dat geldt ook voor goede verzorging, hygiëne en voeding. Alles wat de diergezondheid kan ondersteunen, helpt daarbij. Dus zeker.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Er is aandacht voor. Als het gaat om preventie, zetten wij vanuit het Rijk in op vaccinatie. We hopen op te schalen op de kortst mogelijke termijn. Waar het gaat om pre- en probiotica of de fytotherapie, waar de heer Graus het over heeft: het is aan de pluimveehouder zelf om te kijken of dat iets kan zijn voor zijn bedrijf. Ik weet wel dat er in toenemende mate belangstelling is voor dergelijke ontwikkelingen, ook vanuit de agrarische sector. Tot slot is er nog één vraag van mevrouw Beckerman over het instellen van een fokbeperking zolang de pandemie duurt. Het korte antwoord is: er is geen juridische basis voor om dat te doen. Op dit moment geldt er al een beperkingszone. Daar geldt ook een aanvoerverbod van pluimvee op het moment dat een bedrijf geraakt is. Er geldt een wettelijke leegstandsperiode waarna de stal moet worden schoongemaakt. Vervolgens controleert de NVWA dat en is er geen verhoogd risico op herbesmetting. Dat is het antwoord.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Daar kom ik in de tweede termijn op terug. Ik heb nu niet scherp of dat loopt.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik kom daar zo even op terug.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Dank, voorzitter. Ik heb een aantal moties en ik heb twee vragen van de heer Flach van de SGP. Ik begin met de vragen. Het antwoord op beide vragen is ja: ik ga in gesprek met zowel de Jagersvereniging als de knaagdierenbestrijding. Sowieso heb ik regelmatig overleg met de sector. Ik ga het punt dus agenderen. Ik kom in het eerste kwartaal terug op het gesprek met de Jagersvereniging en zal uw Kamer informeren over wat dat heeft gebracht. Voorzitter. Dan heb ik een aantal moties. Ik begin met de motie op stuk nr. 314 van de leden Kostić, Graus en Beckerman. Die gaat over de hobbyjacht op wilde eenden stilleggen. Ik moet deze motie ontraden. Er zijn geen aanwijzingen dat de vogelgriep de instandhouding van de bejaagde vogelpopulaties in gevaar brengt. Een jachtverbod heeft bovendien consequenties voor beheer en schadebestrijding. De motie op stuk nr. 315 is van het lid Podt en gaat over de vaccinatie. Daar hebben we in het debat eigenlijk al over gesproken. Die wil ik met een duidelijke interpretatie, ook aan de hand van het debat, oordeel Kamer geven. Die interpretatie is dat er geen datum wordt gesteld voor de start van het programma omdat, zoals ik in het debat al schetste, we daar stap voor stap naartoe moeten werken. 2027 is gewoon niet per se haalbaar. Ik wil 'm dus zonder die datum oordeel Kamer geven. Ik kan dat dan ook meenemen in de brief van het eerste kwartaal van 2026.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: De motie op stuk nr. 316 is ook van mevrouw Podt. Volgens mij had ik daar ook al een toezegging op gedaan. Ik zal dit meenemen in een brief. Dus: oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: De motie op stuk nr. 317 van de heer Koorevaar: ook oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 318: ook oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 319: ook oordeel Kamer. Daar laat ik het even bij. De motie op stuk nr. 321 over structurele financiering. Deze motie moet ik toch echt ontraden. Ik verwijs daarbij naar de uitgebreide toelichting in het debat door de collega van het ministerie van VWS. Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de moties.
Bron, video en gesprek →