Zoönosen en dierziekten
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: BBB (2025-11-12–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Wiersma: Voorzitter. Om te beginnen: ik ga in vijf blokjes antwoorden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik wil daarbij wel opmerken dat bij waterrijke gebieden met name de verspreiding van dierziekten onderling een factor in dat rapport is en dat dit niet zozeer te maken heeft met de dichtheid van bewoning ten opzichte van veehouderijen. Ik snap dat soms verandering van spijs doet eten, maar afijn.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Oké. Voor de derde keer. Ik ga een poging doen. Ik ga in vijf blokjes antwoorden. Ik begin met het programma VGO. Vervolgens heb ik een blokje MKZ, dan vogelgriep, blauwtong en nog een blokje met overig. In de inleiding heeft minister Agema heel goed uiteengezet hoe we tot de gezamenlijke brief zijn gekomen. Ik denk dat het heel goed is dat we vandaag over zoönosen en dierziekten spreken. Het is goed dat de minister van VWS hier ook is, zodat we kunnen laten zien dat we hierin echt goed samenwerken, uiteraard ieder vanuit eigen verantwoordelijkheid en perspectief. We hebben recent in debatten al besproken dat we echt opgeschrikt zijn, ook door de MKZ-situatie in Duitsland, die godzijdank met een sisser is aflopen. Ik wil daarbij vooropstellen dat die heeft laten zien en dat daaruit gebleken is — ik kom nog op de reflectiemogelijkheden die er ook zijn — hoe goed ons systeem functioneert, hoe snel iets gesignaleerd wordt en hoe goed we samenwerken met andere Europese lidstaten om verspreiding tegen te gaan en te beperken. Gelukkig is dit in Duitsland gebleven, maar vandaag voeren we het zoönosen- en dierziektendebat. Ik wil aan alle betrokken instanties en mensen die dat werk hebben gedaan nogmaals mijn complimenten geven voor het hele adequate optreden. Dat gezegd hebbende, zien we op dit moment toenemende zorg over de vogelgriep. Op dit moment wordt meer vogelgriep gevonden in wilde vogels, met name bij brandganzen. Dat maakt het risico op vogelgriep bij pluimvee hoger. Ik zal straks een apart blokje aan vogelgriep wijden. Ik heb met u de voortgangsrapportage Intensiveringsplan preventie gedeeld. Ik hoorde zojuist, daaraan refererend, dat we beginnen met de pilot van het vaccineren van pluimvee. Dat is echt iets nieuws. Ik vind dat heel positief. We zijn het eerste land dat daarop stappen gaat zetten. In het blokje vogelgriep zal ik daar nader op terugkomen. We hebben ook nog blauwtong. Dat zullen we straks ook uitgebreid bespreken. Ik leef mee met de houders en dieren die hiermee geconfronteerd worden. Daar heb ik dus straks een blokje over. In maart zal ik de Kamer nog informeren over het onderzoek naar het effect van vaccinatie tegen blauwtong 3 en de mate van verspreiding van het andere serotype. Daarover kunt u in maart een brief van mij verwachten. Dat gezegd hebbende, begin ik met het VGO-onderzoek. Ik denk dat de minister van VWS hier ook al veel over gezegd heeft. Het is een belangrijk onderwerp. Ik begrijp de vragen en zorgen, zowel vanuit de kant van volksgezondheid als vanuit de mensen die een geitenhouderij hebben. De resultaten van het onderzoek nemen wij uiteraard serieus. Voor het afwegen of er uiteindelijk verdere stappen moeten worden genomen, is het wel echt belangrijk dat wij goed inzichtelijk hebben in wat de gezondheidseffecten zijn — ik herhaal mijn collega — en wat de weging daarvan is. Voordat maatregelen überhaupt worden overwogen, hoort er juridisch gezien ook een afweging te worden gemaakt. Ik ben blij dat de Gezondheidsraad, die de vorige keer ook een goed rapport heeft opgeleverd, om advies wordt gevraagd. Ik hoop inderdaad dat we die adviezen zo snel mogelijk in ontvangst kunnen nemen. Aan ons zal het dus niet liggen. We willen het zo snel mogelijk doen. Maar mijn collega zei ook al: het vereist echt zorgvuldigheid. Zorgvuldigheid kost soms tijd. Dat was mijn inleiding. Dan begin ik met een vraag van de heer Van Campen over wat ik met het VGO-rapport ga doen, vooruitlopend op het advies van de Gezondheidsraad. Ik denk dat ik dat zojuist ook al beantwoord heb. De minister van VWS heeft ook al aangegeven dat wij het advies van de Gezondheidsraad afwachten. Dat advies moet echt met duiding en weging gepresenteerd worden. In de tussentijd — dat staat ook in de Kamerbrief — hebben wij een appel gedaan op het bestaande beleid om de moratoria in de provincies in stand te houden. Dat is wat we in de tussentijd doen. Eventuele vervolgstappen komen na het advies van de Gezondheidsraad. De heer Van Campen had nog een vraag over het instellen van een nationaal uniform moratorium totdat het advies er is. Ik denk dat die vraag ook door de minister van VWS beantwoord is. Een nationaal moratorium is een maatregel met een wettelijke grondslag, waarbij je echt een hele stevige onderbouwing zal moeten leveren. In principe is dat ook het geval bij maatregelen die vanuit het voorzorgsprincipe worden ingesteld. We nemen dit wel superserieus, maar daardoor is ook dat advies aan de Gezondheidsraad opgevraagd. Een nationaal moratorium is nu niet aan de orde. Ik denk dat het ook duidelijk is waarom dat geen optie is. De heer Van Campen had nog een vraag over of ik ook bereid ben om de WUR om een spoedadvies te vragen over de hoeveelheid van ziekteverwekkers in stallen en omgeving, en of ik de WUR wil vragen om in kaart te brengen hoe we die hoeveelheid omlaag zouden kunnen brengen. Ik ben uiteraard bereid om daar met de WUR over in gesprek te gaan. Ik weet dat de sector zelf daar ook voor openstaat en het is ook een van de aanbevelingen van de onderzoekers. Dat is volgens mij — hoe noem je dat ook al weer — no regret — dat is de term waar ik naar zocht. Die toezegging doe ik dus. De heer Van Campen had ook een vraag over ...
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Daar kom ik straks even op terug. Ik zet in op zo snel mogelijk, maar ook op zo zorgvuldig mogelijk.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik ga daar straks even over nadenken. De heer Van Campen had ook een vraag over het rechtenstelsel voor de geitensector. Dit is natuurlijk in meerdere debatten over andere sectoren ook al aan de orde geweest. Ik zie in dit debat geen opening om het daarover te hebben. Een rechtenstelsel is echt een ingrijpende maatregel die de vrijheid en ruimte van deze ondernemers beperkt. Het moet ook proportioneel zijn. We weten ook dat er, op het moment dat we hierover debatteren, consequenties aan zitten. Ik denk wel dat we vanuit andere oogpunten, dus niet zozeer vanuit dit debat, maar wel vanuit de milieudoelstellingen — dat hoorde ik de heer Van Campen ook zeggen — kunnen concluderen dat we ook in de categorie overig, om het maar even zo te noemen — de Kamer weet dan wat ik bedoel — wel willen dat alle sectoren en alle categorieën die daarin zitten ook bijdragen aan de opgave waar we vanuit milieutechnische vraagstukken voor staan. Ik neem dit mee. Het zijn zorgvuldige overwegingen die moeten worden gemaakt. Ik kan daar op dit moment nog niet op vooruitlopen. De heer Van Campen had ook een vraag over het uitrijden van mest en of dat invloed heeft op de risico's. In het onderzoek is gekeken naar de verschillende aspecten van bedrijfsvoering op geitenbedrijven. Aspecten zoals managementmaatregelen en het aanwenden van mest zijn daar ook in meegewogen. Er is op dit moment niet gebleken dat daar een verhoogd risico uit voortvloeit; dat is niet aangetoond. Dat was het blokje VGO.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Wat zojuist ook geschetst werd, is dat in de provincies waar het op dit moment niet geldt, relatief extensieve provincies zijn. Ik kom zelf uit een van die provincies en kan dat bevestigen. We hebben zojuist ook geconcludeerd dat maatregelen proportioneel moeten zijn en dat je daar echt wel een gedegen grondslag voor moet hebben. Ik kan ook niet op de zaken vooruitlopen. Het advies van de Gezondheidsraad zal ons daarin meer helderheid geven. Het zal ook meer duidelijkheid geven over hoe we dit rapport kunnen en moeten duiden en ook over de vragen die mevrouw Vedder heeft gesteld aan de minister van VWS. Ik vind dat we dat echt af moeten wachten voordat we verdere draconische maatregelen nemen. We hebben wel een appel gedaan op de provincies om het huidige moratorium, zolang het advies er nog niet ligt, in stand te houden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Volgens mij heb ik deze vraag zojuist beantwoord. Ik wacht het advies van de Gezondheidsraad ook af om te wegen wat proportioneel is en wat niet. De extensieve provincies hebben daar zelf een afweging in gemaakt. Wij hebben de provincies gevraagd om de moratoria aan te houden tot het advies er is en wij nadere duiding hebben. Dat is het pad dat we volgen. Dat staat ook in de Kamerbrief en daar blijf ik bij. Nogmaals, dit was het blokje VGO.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Het advies dat wij aan de Gezondheidsraad gevraagd hebben, heeft niet deze brede scope, dus ik kan die afweging ook niet maken. Het advies is gericht op de volksgezondheid, dus die zaken moeten we uit elkaar houden. Al die andere afwegingen maken we op andere plekken, niet vanuit het kader van volksgezondheid maar bijvoorbeeld wel vanuit milieuaspecten. Die debatten voeren we ook op structurele basis met elkaar. Het lijkt me niet logisch om de Gezondheidsraad daarmee te belasten.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Dat zijn Friesland, Groningen en Zeeland. Het is hun eigen afweging geweest. Zoals we zojuist ook hebben begrepen, zijn dat niet de provincies met de meeste geitenhouderijen. Daarnaast is transmissie een risico waar mensen dicht op elkaar leven — dat geldt ook voor dieren. Dit zijn extensieve provincies met een lage bevolkingsdichtheid. De provincies hebben dat risico zelf niet als groot ingeschat. Wat vind ik daarvan? Ik denk dat de uitbreiding van bedrijven of de vergunningverlening voor nieuwe bedrijven niet gelimiteerd is tot een moratorium, maar dat dat ook komt door andere ontwikkelingen. Ik heb daar niet zo veel over te vinden. Maar ik schat het risico niet groot in dat er op dit moment grote ontwikkelingen zijn, omdat er op het gebied van vergunningverlening inmiddels ook een rem zit.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Daar waar de risico's groter geacht worden, zijn maatregelen genomen. Daar waar dat minder het geval is en waar veel minder risico wordt gelopen, omdat er minder mensen in de buurt van die geitenhouderijen wonen, heeft het bevoegd gezag daar een afweging in gemaakt. Het appel — Van Campen noemt het een moreel appel — hebben we gedaan om provincies te vragen om het moratorium aan te houden, in ieder geval tot de duiding en conclusies van het advies van de Gezondheidsraad er liggen. Dat is ook in navolging op hetgeen het lid verder aangaf. Er is veel onrust over ontstaan. Daar hebben wij oog voor en dat zien wij uiteraard ook. Ik denk dat het advies van de Gezondheidsraad daar echt meer duiding over gaat geven.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik hoor hier van mijn collega dat zij dat niet zo gezegd heeft. We hebben in de Kamerbrief, die we ook naar de Tweede Kamer hebben gestuurd, een oproep gedaan om het moratorium aan te houden voor de provincies die een moratorium hebben. Volgens mij hebben we daarin een lijn getrokken en heeft mijn collega van VWS dezelfde woorden gebruikt. Dit was het blokje VGO, zeg ik via de voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik heb zojuist ook al een hele hoop over MKZ gezegd. De eerste vraag van de heer Van Campen ging over welke lessen getrokken kunnen worden uit de situatie die we vorige maand hebben meegemaakt. Ik denk dat het duidelijk is dat we zo'n situatie heel snel detecteren en dat we ook heel snel in staat zijn om zo'n situatie in kaart te brengen. We hebben ook direct maatregelen genomen. Op vrijdag werd het bekend en op zaterdag hebben we al gezien dat er voor de 3.600 kalveren die vanuit Brandenbrug naar Nederland zijn gekomen, gelijk maatregelen zijn genomen. Ik vind echt dat dat systeem goed functioneert en dat de rol van de NVWA daarin echt goed werkt. Op dit moment zijn al die bedrijven ook onderzocht — al is dat een andere vraag. Alle onderzoeken zijn bekend. Ik begreep dat daar enige onduidelijkheid over was. Al die bedrijven zijn ook persoonlijk geïnformeerd over de uitslag. De laatste uitslag was vorige week maandag. Gelukkig is dat allemaal goed afgelopen en is er adequaat opgetreden, vind ik, vanuit alle organisaties die hiermee te maken hebben. De rust is nu wedergekeerd. Natuurlijk zullen we gaan evalueren welke lessen we hieruit kunnen trekken. Ik kan er al wel eentje noemen. Ik zie namelijk ook verbeterpunten, want een van de problemen is dat de Europese exportcertificering, TRACES, onvoldoende inzicht geeft in de oorspronkelijke herkomst van dieren. Dat is de reden dat dieren, die via de verzamelcentra naar Nederland zijn gekomen, niet direct in beeld waren. Dat moet beter. Ik heb dit al aan de Kamer gemeld en ik heb dit ook al aangekaart bij de Europese Commissie. Zij gaan het ook oppakken en daarnaar kijken. Het tweede punt is dat we moeten kijken naar de markttoelating van de vaccins. Het vaccin dat wij in Nederland hebben gekocht, kunnen we veilig gebruiken in noodsituaties, maar dat is wel op basis van een Franse toelating. Omdat het natuurlijk al echt lang geleden is dat we hier met MKZ geconfronteerd zijn, heeft de fabrikant de toelating hier niet verlengd. Maar gelukkig is het in Europa zo geregeld dat, wanneer er sprake is van een noodsituatie — en dat was er — je dan ook toelating vanuit een ander land kunt benutten om de vaccins in een andere lidstaat te gebruiken. Dit heeft wel echt aandacht nodig. Het evalueren hiervan doen we natuurlijk zowel intern als extern met alle belanghebbenden. Daar zijn we op dit moment ook al mee bezig. Ik ben ook met fabrikanten in gesprek over de toelating. We vinden het natuurlijk van groot belang dat we ook buiten noodsituaties permanente toegang tot die vaccins hebben. Dat is wat ik over de lessen vanuit de recente uitbraak van MKZ te zeggen heb. De volgende vraag, die ook van de heer Van Campen was, was waarom er nog agrariërs zijn die op de uitslagen wachten. Ik kan dat met stelligheid betwisten, omdat alle uitslagen bekend zijn en persoonlijk aan de boeren zijn doorgegeven. Ik herken dat beeld dus niet. Wel is het zo dat er verschillende soorten testen zijn. Zo heb je de PCR-test, maar ook de ELISA-test, die in grote batches wordt gedaan, waar uiteindelijk ook nog een hertest voor nodig bleek te zijn. Dat was nodig om erop in te zoomen, omdat je bij die grote batches altijd ook een aantal valspositieven hebt. Maar inmiddels is dat allemaal afgerond en bleek alles negatief te zijn. Dat heb ik uw Kamer ook medegedeeld. Dus in die zin is dat allemaal positief nieuws. In Duitsland was dat ook zo. Ik herken het beeld dat geschetst werd dat ze in Duitsland sneller waren niet. Ze waren natuurlijk wel een dag eerder met de eerste uitslag, maar dat kwam ook omdat zij al eerder begonnen waren, omdat het daar eerder bekend was. Maar qua snelheid doen wij daar echt niet voor onder. Op dit moment wordt er in Duitsland ook nog steeds bemonsterd in het kader van de verplichte screening. Dan was er een vraag over de gebrekkige EU-coördinatie en de lab-uitslagen. Daar heb ik net eigenlijk ook al wat over gezegd. Er werd gevraagd of wij het voortouw kunnen nemen in het opzetten van effectief crisisbeleid. Nogmaals, ik herken dit beeld niet. Het is in Nederland echt niet minder snel gegaan dan in Duitsland. Er is adequaat gehandeld en ik kan de betrokken instanties niet vaak genoeg complimenteren. Ik kreeg soms echt nog berichten van betrokken medewerkers om vier of vijf uur 's nachts binnen. Zij waren echt voortdurend aan het doorwerken. Nogmaals, alle complimenten daarvoor. Volgens mij functioneert dat dus buitengewoon goed. Dat we moeten coördineren, lijkt mij bij uitstek een voorbeeld voor de harmonisatie van de EU. We moeten daar met elkaar op inzetten. Uiteraard zal ik de evaluatie van de aanpak en de punten die zien op EU-niveau daar ook inbrengen. Sterker nog, ik weet dat we het in het vorige debat ook over MKZ hebben gehad. De heer Van Campen heeft mij toen volgens mij ook gevraagd of ik het vaccineren en alle consequenties daarvan aan de orde wilde brengen. Ik heb het vorige week in de Landbouw- en Visserijraad ook direct ingebracht. We zitten er bovenop, zeker ook in Europees verband. We zijn daar natuurlijk met elkaar aan zet. Nederland neemt niet in haar eentje de leiding, maar we hebben zeker een inbreng. Dat vind ik ook belangrijk. Mevrouw Vedder had een vraag over de afzet van de producten van gevaccineerd vee en vroeg of er een plan kan komen ter compensatie van de afzetdaling. Op het moment dat er sprake is van een besmetting, worden er dieren geruimd en worden kosten vergoed. Die ruiming wordt door de overheid vergoed. Wel is het zo dat de dieren na de inzet van noodvaccinaties uiteindelijk kunnen worden aangehouden om de productieperiode af te maken. Die dieren worden dan ook niet geruimd, omdat daar dan geen veterinaire reden voor is. Maar de vervolgschade, die te maken heeft met een lagere productwaarde in verband met exportbeperkingen, is zeer groot. Dat heeft vooral te maken met de kosten van de behandeling en de kosten van het inregelen van aparte lijnen die je in de keten moet organiseren. De kosten zijn zeer hoog, maar de overheid kan dat deel niet voor haar rekening nemen. Er is geen sprake van een vergoeding voor de vervolgschade. Als we dat voor MKZ zouden doen, zouden we dat in principe voor alle dierziekten moeten doen. Dat pad kan ik niet afgaan. Wel vind ik natuurlijk op dit moment dat we daar als lidstaten in Europees verband met elkaar naar moeten kijken. Dat is wel een route die ik wil bewandelen. Maar de vergoeding is vooralsnog alleen voor de ruiming. Mocht een bedrijf geruimd worden, dan staat daar een vergoeding tegenover. De heer Van Campen had nog een vraag over de export van zuivelproducten en waarom dat niet mogelijk is naar zestien landen. Op dit moment heeft dat niet zozeer met de Nederlandse situatie te maken, maar heeft dat alles te maken met beperkingen die gelden op Duitse grondstoffen. Op het moment dat ergens Duitse grondstoffen in zitten, geldt daar een beperking op. Dat komt doordat Duitsland op dit moment niet MKZ-vrij is. Dat is de reden daarvoor. Op het moment dat er alleen Nederlandse grondstoffen in de producten zitten, gelden die belemmeringen niet. Dat was het blokje MKZ tot nu toe.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik ben een beetje voorzichtig met het doen van toezeggingen. Ik heb gezegd dat ik dat in Europees verband wil oppakken. Vooralsnog is het met name nog een kwestie voor de ketenpartijen. Op het moment dat MKZ heerste en we de verschillende scenario's moesten voorbereiden, hebben we natuurlijk wel met deze partijen om tafel gezeten om te bespreken hoe we dit zouden kunnen inrichten. Ik wil wel iets op papier zetten over hoe we dat in Europees verband zouden kunnen doen. Die brief komt dan alleen niet eerder dan in het derde kwartaal van dit jaar. Dan doen we dat. Ik heb al gezegd dat ik me daarvoor zou inzetten. Zo kunnen we ook inzichtelijk maken wat die inzet dan zou kunnen zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Voorzitter, dat heeft u goed. Hier heb ik in mijn inleiding ook al het een en ander over gezegd. Ik begin met een vraag van de heer Van Campen. Zijn vraag ging over de vaccinatie en de afzetproducten naar Engeland. Die handelsbeperkingen hebben ze daar volgens hem laten varen. Hij vroeg wat ik eraan ga doen om andere landen daarbij aan te laten sluiten. Feit is dat zij de handelsbeperkingen daar niet hebben laten varen, maar dat wij in het kader van de pilot met het vaccineren tegen vogelgriep dat wel belangrijk vinden. Daarbij hebben we Engeland verzekerd dat de producten van de leghennen die in deze pilot meedraaien hun afzet in Nederland zullen vinden. De reden voor Engeland om daar geen handelsbeperkingen voor op te leggen, was zodat wij die pilot ten uitvoer kunnen brengen. Het is dus niet zo dat die importbeperkingen voor de import van die producten daarmee is opgeheven, maar we hebben ze stellig beloofd dat zij die producten niet zullen ontvangen. Dat was de reden dat zij hebben gezegd dat ze daar dan geen handelsbelemmeringen voor op zouden leggen. Uiteraard heeft dit mijn aandacht. Dat zei ik zojuist ook al. De heer Van Campen is hier in het vorige debat ook over begonnen, en ik heb daar dus al direct actie op ondernomen. Mevrouw Bromet had een vraag over de TBO's die met het opruimen van dode volgens in natuurgebieden worden geconfronteerd, waar eerder een motie over is aangenomen. Zij vroeg of we nu weer een financiële compensatie aan die TBO's willen geven. LVVN heeft hier een coördinerende rol in. Recent is ook de leidraad geactualiseerd waarin al die rollen, adviezen en verantwoordelijkheden over het opruimen van wilde vogels is uitgewerkt. Uiteindelijk is het algehele beeld dat het zoönotisch risico op dit moment laag is. Met name het risico dat de mens besmet raakt door contact met een wilde vogel is laag. We zien nu ook weliswaar een toename van vogelgriep in wilde vogels, maar het is nog lang niet op het niveau dat we in 2021 - 2023 zagen toen er werd overgegaan op compensatie. Ik heb met mijn collega van VWS besloten dat er op dit moment nog geen reden voor is om te compenseren. Mocht de situatie veranderen en mocht het risico toch hoger worden of mochten de besmettingen in wilde vogels zich toch weer enorm uitbreiden met bijbehorende last, dan gaan we dat opnieuw beoordelen. De heer van Campen vroeg naar de impactanalyse van structuurmaatregelen voor de pluimveehouderij en wanneer deze analyse komt. Die analyse wordt nog steeds uitgevoerd. De financieel-economische impactanalyse hoort daar ook bij, evenals het onderzoek dat experts zullen uitvoeren naar de impact op de volks- en diergezondheid. Het vergt tijd om dat goed te doen. Dat is zo met deze analyses. Dat hebben we zojuist ook geconcludeerd. Je kunt geen afweging maken zonder een gedegen analyse. De analyses komen zo snel mogelijk, maar ze zijn er nog niet. De verwachting is dat ze in het tweede kwartaal van dit jaar, het volgende kwartaal dus, gereed zijn. Ik zal ze dan uiteraard ook met de Kamer delen. Het lid Kostić had een vraag over de Europese Autoriteit en het advies om pluimveehouderijbedrijven af te bouwen. De vraag was ook of we het bouwen van pluimveestallen zouden willen verbieden. Laat ik vooropstellen dat het verbieden van het bouwen van stallen wel een hele zware maatregel is. We hebben het zojuist ook in het kader van het VGO-onderzoek gehad over proportionaliteit. Het is niet de weg die ik nu op zou willen. Er wordt op dit moment wel een analyse uitgevoerd — dat zei ik zojuist ook in antwoord op een vraag van het lid Van Campen — met betrekking tot die structuurmaatregel en wat voor impact die heeft. Ik wil eerst dat onderzoek afwachten om te kijken wat daar uitkomt. Het lid Holman van NSC had een vraag over de rondetafel en over de SER en het PBL die daar een uitspraak hebben gedaan. Verder was de vraag of ingrijpen met een vorm van herverkaveling een optie is. Het is natuurlijk van groot belang om in samenhang te kijken naar beleid rondom diergezondheid, maar ook stikstof en dergelijke. Daarom zoomen we via de Nota Ruimte voor landbouw en natuur ook in op een aanpak die gebiedspecifiek is. De impactanalyse structuurmaatregelen voor de veehouderijsectoren wordt uitgevoerd. Ik ga daar, zoals ik zojuist al zei, niet op vooruitlopen. Het lid Bromet vroeg of de eendenhouderijsector ook niet gestopt moet worden. We hebben hier tijdens het vragenuurtje ook al uitgebreid over gesproken. Ik vind het nogal wat om op te roepen om te stoppen met een hele sector. Er zijn natuurlijk ook in die sector uitdagingen als het gaat om diergezondheid of dierenwelzijn. Ik vind wel dat we die sector ook de kans moeten geven om zich, ook op die gebieden, te ontwikkelen. Het is me echt een brug te ver om zomaar een hele sector te verbieden. Ik heb in het vragenuurtje waar we het over de eendenhouderij hadden, toegezegd dat ik ze meeneem in de AMvB dierwaardige veehouderij en in het vervolgtraject dat daarin zit. Het is destijds ook expliciet benoemd in het amendement. Daar zullen deze vraagstukken, maar ook andere, aan de orde worden gebracht. Dan had de heer Van Campen ook nog een vraag over het verplichten van het bioveiligheidsplan voor alle sectoren. Ik vind dat bioveiligheid van groot belang is. Er wordt op dit moment met verschillende sectoren opgetrokken als het gaat om de invulling ervan. Dat staat ook in het actieplan Zoönose. We zijn daarover al met de pluimveesector in gesprek en er zijn ook verkennende gesprekken gaande met de varkenshouderij. Alle ervaringen die we hebben opgedaan, ook bij de implementatie daarvan bij pluimvee, worden daarin meegenomen. Bioveiligheid is uiteraard van belang voor alle sectoren. Dit was het blokje vogelgriep.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Zeker. Dat geldt voor iedere terreinbeherende organisatie, maar zelfs ook voor particulieren. De eigenaar of de beheerder van het terrein waar dode vogels liggen, is verantwoordelijk voor het opruimen van dode dieren. Daarvoor geldt natuurlijk wel een protocol. Daar heb ik zojuist ook naar verwezen. Als het op het gebied van terreinbeherende organisaties is, dan zijn zij daar eindverantwoordelijk voor. Dat geldt ook voor boeren en voor particulieren met een grote tuin. Dat geldt voor waar ze ook maar liggen. De eigenaar van het terrein waar ze liggen, is verantwoordelijk voor het opruimen.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik voer de motie wel uit. Ik voer er regie op. De afweging waarom er nu niet wordt overgegaan tot compensatie heb ik zojuist gedeeld. We zitten op dit moment niet op het niveau van eerdere uitbraken waarin we wel overgegaan zijn tot compensatie. Mocht dat veranderen, dan zullen we dat opnieuw tegen het licht houden, maar daarvan is vooralsnog geen sprake.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Het is aan ons om af te wegen wanneer wij met middelen over de brug komen. Ja, daar hoort een bepaalde risicostatus bij. Die zien we op dit moment niet. Als zo'n status verandert, kunnen we dat heroverwegen. Daar is op dit moment geen sprake van. Ik beroep me dan op de formele instanties, onze adviserende organisaties. Dat neemt niet weg dat er lokaal natuurlijk sprake kan zijn van verhoogde uitval van dieren en dat een dierenambulance daarvoor ingeschakeld wordt. Dat wil niet zeggen dat wij per definitie direct over moeten gaan tot compensatie van kosten. De overheid is geen pinpas. Wij doen dat op basis van gedegen analyses. Op dit moment bevinden we ons niet in de situatie om over te gaan tot compensatie. Dat zou kunnen veranderen, maar we zijn daar nu niet.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ja, die vraag is voor mij. Het laatste deel van de vraag is technisch. Ik zou dat even moeten checken. Ik kan daar in de tweede termijn op terugkomen. Voor wat betreft het eerste deel van de vraag: de sectoren zijn aan de voorkant goed geconsulteerd en meegenomen in de ontwikkeling ervan.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ja, dierenartsen ook.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Yes. De heer van Campen had kennelijk heel veel vragen voor mij. De vraag ging over de blauwtongvaccinatie. Kan de bestaande, tijdelijke toelating van vaccinatie tegen blauwtong verlengd worden? Kan de minister dat delen? Het nationale gebruik van drie blauwtongvaccins was tijdelijk toegestaan via artikel 110 van de Europese diergeneesmiddelenverordening. De tijdelijke goedkeuringen werden afgegeven onder voorwaarde dat er ook een definitieve toelating zou worden aangevraagd. Op het moment dat middelen definitief zijn toegelaten, vervalt de noodsituatie, zeg maar. Het Europees Medicijnagentschap heeft inmiddels al voor twee middelen een positieve toelating afgegeven. Mijn insteek is erop gericht om ervoor te zorgen dat alles wat op dit moment in de handel is, kan worden ingezet. Ik verken ook welke juridische mogelijkheden er daarin zijn. Dat is denk ik ook het antwoord op uw vraag. Er was ook nog een vraag over het onderzoek naar de schapensector. We hebben een uitgebreid onderzoek opgestart naar de schapensector om de economische impact van onder andere blauwtong, maar van meer zaken, op deze sector inzichtelijk te maken. Dat onderzoek is in concept klaar. Het definitieve onderzoek is nog niet opgeleverd. Ik heb dat zelf ook nog niet gezien. Er is van terughouden geen sprake, ook niet door mijn departement. Er ligt nog geen definitief stuk. Zodra het er is, zal ik het uiteraard een uitgebreide appreciatie aan de Kamer doen toekomen. Dat is naar verwachting volgende maand, in maart. Ik zie hier een vraag van de PVV, van de heer Graus uiteraard. De vraag is of ik kan regelen dat ook andere onderzoekers worden betrokken bij het onderzoek. Ik moet in antwoord daarop zeggen dat Wageningen een internationaal gerenommeerde onderzoeksinstelling is. We hebben daar ook echt, zeker waar het gaat om virussen, een heel specifiek en technisch hoogwaardig lab. Door WBVR worden ook wettelijke taken uitgevoerd, onder andere de monitoring en het onderzoek naar blauwtong. Ik twijfel niet aan de kwaliteit van de onderzoekers van de WUR en WBVR. Sterker nog, ik ben ontzettend onder de indruk van wat ze daar leveren. We moeten dat toch ook echt bij de specialisten en expertise laten waar het thuishoort. Dat kun je ook niet zomaar overal uitvoeren. De heer Graus had ook een vraag over het onderzoek van de heer Van Haga, voormalig Kamerlid. Zou de NVWA serieus naar het onderzoek willen kijken en daarop terug willen komen? Ik zeg de heer Graus toe dat ik dit verzoek aan de NVWA voorleg. Nogmaals, het is iets van de heer Wybren van Haga en de NVWA. Ik ga er niet over. De heer Graus had zojuist nog een uitgebreid betoog over de ig van de NVWA, maar ik zal het wel doorspelen. Dat kan ik toezeggen. Dat was het blokje blauwtongvirus.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Oké. Dan heb ik de vraag verkeerd geïnterpreteerd. Excuses daarvoor. De insleep en herkomst van is natuurlijk ook in alle lidstaten en door de Wageningers in andere lidstaten bekeken. Er zijn op dit moment geen aanvullende vragen te formuleren in dat verband. Ik ben het met u eens dat we uiteraard bij dit soort onderzoeken breed moeten kijken en daarin moeten samenwerken. We werken bijvoorbeeld op heel veel onderwerpen goed samen met ILVO, de Belgische universiteit die ook heel vooruitstrevend is op een aantal zaken. Ik ben het er in de basis mee eens dat die kennisdeling onderling goed moet zijn. Ik heb ook wel het idee, als het gaat om dit departement, dat dat op dit moment gebeurt en die kennisdeling er is, ook vanuit het buitenland en vanuit andere lidstaten. Vanuit andere lidstaten wordt vaak ook juist weer een beroep gedaan op onze kennisinstellingen. Dat is het veld waarin we zitten.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik denk dat ik al iets heb gezegd over de herkomst. Als de heer Graus mij deze stukken doet toekomen, dan zal ik ze ook aan de instanties voorleggen. Dat is een toezegging die ik doe zonder tijdpad, want het is niet mijn departement. Dat ga ik dus niet doen. Ik ga het wel doorspelen en ik kom erop terug als we daar een antwoord op hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik word gemutet door een ambtenaar. Dat vind ik gewoon echt niet kunnen.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik begin met de vraag van mevrouw Vedder over de Afrikaanse varkenspest. Zij vraagt of we de gevolgen van een uitbraak mee kunnen nemen in de oefening die wordt georganiseerd. De voorbereidingen voor die oefening zijn op dit moment al in volle gang. Ik kan niet veel meer aanpassen in hoe die loopt en wat de opdrachtverlening is. De sector, waarvan ik de zorgen uiteraard begrijp, en de provincie zelf zijn hier echt heel nauw bij betrokken, ook bij hoe de opdracht tot stand gekomen is. Uiteraard zal ik met hen ook bespreken hoe we de gevolgen van een uitbraak in deze oefening het beste in beeld kunnen brengen. Dat gaan we wel doen. Ik begrijp de zorg, maar de sector is heel goed aangehaakt. Mevrouw Vedder had ook een vraag over de consequenties die een eventuele gebiedssluiting heeft. Bij het nemen van maatregelen, waar we het zojuist uitvoerig over hebben gehad, wordt natuurlijk ook de effectiviteit ervan bekeken. Er kunnen mogelijk oogstverboden worden afgekondigd, maar dat is alleen waarschijnlijk voor gewassen waarin wilde varkens zich ook zouden kunnen verschuilen. We hebben bijvoorbeeld gezien dat het mogelijk kan zijn om vervolgens met drones die gewassen te inspecteren, waarmee je dan ook zo'n oogstverbod weer kunt opheffen. Dit kan, als we het hebben over innovatie, absoluut een hele mooie zijn die daarin meehelpt. Bij die opdracht zijn, zoals ik net ook zei, alle sectoren nauw betrokken. We willen echt wel bekijken hoe de gevolgen voor alle betrokkenen zo klein mogelijk gehouden kunnen worden. LTO, een van de betrokkenen, heeft al hygiëneprotocollen opgesteld om die gevolgen zo klein mogelijk te houden. Ik heb weleens eerder een uiteenzetting gegeven over drones. Ik vind het een hele mooie innovatie, ook op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen. Hier in dit soort situaties kunnen ze dus ook worden toegepast. Mevrouw Vedder ging verder over ... Ik moet in één keer weer denken aan een filmpje van een tijd geleden. Laten we het daarbij laten. Nee, ik heb niets gezegd.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Over het bestrijdingsplan is opgemerkt dat het vaak stokt bij het ministerie en dat het pas in 2026 in werking kan treden. Dit gaat over IBR en dat is gewoon een lang traject. Er wordt nu een AMvB klaargemaakt en daar zitten echt vele verschillende verplichte stappen in. De planning is inderdaad dat die op 1 januari 2026 in werking treedt. Ik herken het beeld dat het stokt niet. Er wordt echt keihard gewerkt om ervoor te zorgen dat dit verder gebracht wordt. Op dat moment start ook de verplichte bestrijding van IBR. Eerder dit jaar heb ik de Kamer daar ook over geïnformeerd. Mevrouw Vedder vroeg hoe we de handel in BVD-dragers en ook de import van BVD-dragers kunnen beperken en hoe dat eruitziet. Het instellen van een verbod op handel in BVD-dragers is pas mogelijk op het moment dat het bestrijdingsprogramma BVD is goedgekeurd door de Europese Commissie. Er is zojuist in navolging van de IBR-aanpak vastgesteld dat het echt iets is dat vele stappen kent voordat we ertoe over kunnen gaan. Er kunnen natuurlijk op dit moment private afspraken over het beperken van de handel in BVD-dragers worden gemaakt. Ik vind het ook van groot belang. Ik heb zelf van dichtbij meegemaakt wat de impact van BVD is. Ik onderschat het niet. Ook hiervoor wordt een nationaal bestrijdingsprogramma ontwikkeld. Zodra dat in werking treedt, komt er een oproep vanuit de kalversector om ook niet meer te importeren vanuit niet-BVD-vrije bedrijven uit andere lidstaten. Ook hierbij geldt dat de voorbereiding van een AMvB tijd kost. Zo'n nationaal bestrijdingsprogramma — voor BVD is dat iets later ontwikkeld dan voor IBR — zal op zijn vroegst 1 januari 2027 in werking treden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik heb er nog wel eentje van de voorzitter. Zal ik die er direct achteraan doen?
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Oké. Deze vraag gaat over de probiotica en de fytotherapeutica. Op dit moment worden ook bij landbouwhuisdieren wel degelijk probioticia en dit soort alternatieve middelen al toegepast. Er zijn ook echt dierenartsen die daarin gespecialiseerd zijn en ook veehouders die er ervaring mee hebben. Recent is er een project geweest dat Kennis op Maat heet. Het project is inmiddels afgerond en was precies gericht op de inzet van natuurlijke middelen in de veehouderijsectoren. Dat project hebben wij gefinancierd. Ik zie op dit moment geen aanleiding om daar nu onderzoek naar te doen. Ik wil wel graag toezeggen dat ik de conclusies en bevindingen vanuit dat project met de Kamer zal delen. Ik begrijp dat dat nog niet is gebeurd. Er zijn natuurlijk vanuit het bedrijfsleven en de sector ook allemaal opties om met onderzoeksvoorstellen te komen voor een publiek-private samenwerking. Dat kan ook via de calls van de topsector Agri & Food en de topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen. Dat was mijn antwoord op de laatste vraag.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik hoor, via de voorzitter, wat mevrouw Vedder zegt. Volgens mij zijn we volop bezig met die laatste hobbel en gaan we de sector ook helpen. Nogmaals, ik weet wat de impact van een BVD-besmetting op een bedrijf is. Ik heb dat zelf in de periode dat ik nog op een melkveebedrijf woonde, meegemaakt. Je hebt daar jarenlang de nasleep van. Ik onderschat de impact ervan niet. We zijn er volop mee bezig, maar is het met een AMvB en een bestrijdingsplan net als met een advies van een externe organisatie: zo snel mogelijk, maar wel zorgvuldig. We hebben daarvoor bepaalde stappen te nemen. Ik hoor het ongeduld van de Kamer. Dat hoor ik niet alleen vandaag, maar dat hoor ik ieder debat. Wij zullen zeker de energie erop blijven zetten.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ja. Het antwoord is dat de afspraak over wel of niet aankopen echt een private afspraak is. Dat is niet een afspraak die ze met mij maken. Die termijn heeft echt met de Europese totaalstatus te maken. Je moet zo lang vrij zijn, voordat je weer verder kan. Dat ligt niet alleen aan wat we hier in Nederland doen.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ja, via de voorzitter, nogmaals. Ik ben met de sector in gesprek over heel veel zaken. Uiteraard zal ik dit ook benadrukken. Ik zie het belang daar ook van in, dus dat delen we. Nogmaals, het is niet een afspraak die met mij gemaakt wordt. Het is dan een private afspraak. Maar ik ben bereid om dat gesprek aan te gaan en het belang ervan te benadrukken.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Maar niet morgen, maar binnenkort.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Binnen een maand. Ik spreek ze op reguliere basis. Toevallig was dat vanmorgen nog het geval. Helaas heb ik deze kans onbenut gelaten. Ik zal de volgende kans absoluut benutten.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Ik had nog twee punten die ik moest beantwoorden. Die kwamen beide uit de eerste termijn. Die gingen over het tijdpad van de WUR en het onderzoek voor een advies over die ziekteverwekkers en dergelijke. Daar moest een tijdpad aan. Ik ga het gesprek hierover aan met de WUR. Over de uitkomsten van dat gesprek en het tijdpad ga ik u in maart informeren. Dan kan ik daar uitsluitsel over geven. Mevrouw Van der Plas had nog een vraag over het bioveiligheidsplan. Daar zou ik op terugkomen. Ik had gezegd dat het tweede deel een beetje technisch is. De vraag was waarom dat is ondergebracht in de Regeling diergeneeskundigen als het een regel is die gaat over de verantwoordelijkheid van de dierhouder. De reden om daarbij aan te haken is dat er al jaarlijks een bedrijfsgezondheidsplan opgesteld moet worden. Dat is al staande praktijk. Dat had ik kunnen weten, want ik kende dat al. Het is juist de bedoeling om bij die bestaande systematiek aan te sluiten, zodat er niet op meerdere momenten dingen ingevuld moeten worden. Je kunt dan het totaalpakketje in één keer meenemen. Dit kan daarop ingeplugd worden.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Dit voorjaar.
Bron, video en gesprek →Minister Wiersma: Mogen we die laatste twee omdraaien? De minister van VWS stuurt die data van patiënten en ik stuur de impactanalyse van de structuurmaatregelen, want dat is een onderzoek dat door mijn departement is uitgezet. Dat is namelijk niet gebeurd in het kader van volksgezondheid, maar in het kader van de verspreiding van dierziekten.
Bron, video en gesprek →