Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–2024Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2118Vragen van de leden Becker en Michon-Derkzen (beiden VVD) aan deMinisters van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie en Veiligheidover recente berichtgeving rond haatimams in Nederland (ingezonden 19 april2024).Antwoord van Minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid),mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 28 juni 2024).Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2023–2024, nr. 1595.Vraag 1Bent u bekend met het bericht «Islamcentrum Veenendaal: Nederlandsemoslims zijn verplicht om niet-moslims te haten»?1Antwoord 1Ja.Vraag 2 en 3Bent u het ermee eens dat de uitspraken die zijn gedaan door de betreffendeislamleraar in een podcast ontoelaatbaar zijn in de vrije Nederlandsesamenleving en zeer slecht zijn voor veiligheid en integratie? Vindt u dat deopmerkingen aanzetten tot haat, en mogelijk tot geweld?Kunt u aangeven of het Openbaar Ministerie (OM) deze zaak onderzoekt,bijvoorbeeld wegens haatzaaien en/of opruiing?Antwoord 2 en 3Het kabinet keurt uitspraken die aanzetten tot haat en discriminatie sterk af. Inonze open samenleving kan geen ruimte zijn voor extremistische uitingen.Uitingen, zoals aanzetten tot haat, geweld en opruiing zijn strafbaar enondermijnend aan de democratische rechtsorde en kunnen een bedreigingvormen voor de openbare orde en/of nationale veiligheid, en verbinding in desamenleving tegengaan.1Telegraaf, 12 april 2024, «Islamcentrum Veenendaal: Nederlandse moslims zijn verplicht omniet-moslims te haten», (https://www.telegraaf.nl/nieuws/761539902/islamcentrum-veenendaal-eist-nederlandse-moslims-zijn-verplicht-om-niet-moslims-te-haten#:~:text=eerder%20in%20opspraak-,Islamcentrum%20Veenendaal%20eist%3A%20%27Nederlandse%20moslims%20zijn%20verplicht,om%20niet%2Dmoslims%20te%20haten%27&text=Veenendaal%20%2D%20Nederlandse%20moslims%20zijn%20verplicht,centrum%20Ar%2DRahmah%20in%20Veenendaal). ah-tk-20232024-2118ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel1 Daar waar de juridische grenzen in ons land worden overschreden, neemt hetOpenbaar Ministerie (OM) de beslissing of het opportuun is om over te gaantot vervolging. Als blijkt dat er uitspraken zijn gedaan die een strafrechtelijkfeit opleveren, kan hiervan aangifte worden gedaan. Het is vervolgens aan depolitie en het OM deze aangifte te onderzoeken en eventuele vervolgstappente ondernemen.Als het gaat het om niet-strafbare gedragingen worden deze in beginselbeschermd door onder andere de vrijheid van meningsuiting en godsdienst-vrijheid. Men is vrij te geloven wat men wil en hiernaar te leven zolang ditvalt binnen de grenzen die de wet hieraan stelt. Als Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid wil daarbij het belang van inclusief samenlevenbenadrukken.In algemene zin is het aan de rechter om te beoordelen of een opmerkingaanzet tot haat en mogelijk tot geweld. Daarom past het ons als Ministers vanSociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie en Veiligheid niet om in tegaan op onderzoeken naar individuele gevallen. Om diezelfde reden kunnenwij u ook niet antwoorden of de genoemde uitspraken onderzocht wordendoor het OM.Vraag 4, 5 en 7Is er sinds het uitkomen van het nieuwsbericht afgelopen vrijdag contactgeweest met de moskeeorganisatie waar de islamleraar aan is gelieerd? Zoja, waaruit bestond dit contact? Zo nee, waarom niet? Was er voor ditnieuwsbericht al contact met de organisatie? Zo ja, waaruit bestond ditcontact?Welk contact heeft er plaatsgevonden met de burgemeester van Veenendaalen u en tussen de burgemeester en de moskee-organisatie en welke actieszijn door de burgemeester in gang gezet?Welke rol speelt de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS) in deze casus?Antwoord 4, 5 en 7Er is geen contact geweest tussen het islamitisch centrum en het Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid of het Ministerie van Justitie enVeiligheid. Wel heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidcontact opgenomen met de burgemeester van Veenendaal en hem ondersteu-ning aangeboden. De burgemeester heeft aangegeven dat dit op dat momentgeen toevoeging zou zijn op wat op lokaal niveau al plaatsvindt.De burgemeester van Veenendaal heeft de voorzitter van het islamitischcentrum zelf herhaaldelijk uitgenodigd voor een gesprek. Daarop is hetcentrum niet ingegaan. Het is aan het lokale gezag zelf om te bepalen of hetnodig is om hier verder op te handelen. De Expertise-Unit Sociale Stabiliteit(ESS) van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan waarnodig en gewenst advies op maat leveren bij het omgaan met lokalespanningen, het leggen van verbindingen en het voeren van gesprekkentussen gemeenten, organisaties en gemeenschappen.Vraag 6Welke rol speelt de Taskforce Problematisch Gedrag en OngewensteBuitenlandse Beïnvloeding in deze casus? Heeft de gemeente Veenendaalcontact gehad met de Taskforce? Neemt de Taskforce proactief contact opmet gemeenten in een casus als deze?Antwoord 6Er vinden geen werkzaamheden meer plaats binnen het kader van deTaskforce problematisch gedrag en ongewenste buitenlandse financiering(hierna: Taskforce). Op 3 oktober 2023 is uw Kamer geïnformeerd over debeperkingen in de aanpak en het veranderde dreigingsbeeld.2 In voornoemdebrief is aangegeven dat alle voormalige leden van de Taskforce nog steedsgoed samenwerken in de aanpak van problematisch gedrag en buitenlandsefinanciering, allen in lijn met de eigen (beleids)verantwoordelijkheden enbinnen hun eigen wettelijke grondslagen.2Kamerstukken II, 2023/24, 35 228, nr. 43Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel2 Vraag 8Welke gevolgen zijn in algemene zin mogelijk voor het intrekken dan welniet-permanent maken van een verblijfsstatus als een imam is veroordeeldvoor opruiing of haatzaaien? Hoe wordt een eventuele veroordeling gesigna-leerd bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)?Antwoord 8Welke vreemdelingrechtelijke maatregelen getroffen kunnen worden in hetgeval een niet-Nederlandse imam is veroordeeld voor opruiing of aanzettentot haat, hangt af van de vreemdelingrechtelijke status. Indien een vreemde-ling in Nederland is veroordeeld voor een misdrijf, zoals opruiing ofaanzetten tot haat, ontvangt de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND)hiervan een bericht. De IND zal dan beoordelen of een aanvraag voor eenreguliere verblijfsvergunning geweigerd kan worden, of dat zijn reedsverleende reguliere verblijfsvergunning ingetrokken kan worden volgensgeldende wet- en regelgeving.Voor het weigeren van een verblijfsvergunning is artikel 3.77 Vreemdelingen-besluit (Vb) van toepassing. In een dergelijk geval zal een veroordeling voorhet misdrijf opruiing of aanzetten tot haat mogelijk voldoende zijn voor hetweigeren van verblijf. Dit blijft echter een individuele beoordeling waarbij inde evenredigheidsbeoordeling alle feiten en omstandigheden van het gevalworden betrokken.Bij het intrekken van een reguliere verblijfsvergunning is «de glijdendeschaal» (art. 3.86 Vb) van toepassing. Volgens het principe van de glijdendeschaal wordt er een verband gelegd tussen de duur van de opgelegdeonherroepelijke straf en de duur van het rechtmatige verblijf in Nederland.Hoe langer de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft, hoe zwaarderde straf moet zijn om tot beëindiging van het verblijfsrecht over te kunnengaan. Dit besluit betreft altijd een beoordeling van alle omstandigheden vanhet individuele geval, waarin wordt getoetst aan artikel 8 van het EuropeesVerdrag voor de Rechten van de Mens (het recht op privé en familieleven) ende evenredigheid. Indien de vreemdeling pas kortere tijd rechtmatig verblijfheeft, zou een onherroepelijke veroordeling voor opruiing of aanzetten tothaat mogelijk voldoende kunnen zijn om tot intrekking van het verblijfsrechtover te gaan.Dat zal in de regel niet het geval zijn bij langdurig rechtmatig verblijf. Uitartikel 3.86, lid 10, Vb volgt namelijk dat indien een vreemdeling al meer dan10 jaar rechtmatig in Nederland verblijft, intrekking of weigering enkelmogelijk is als er sprake is van een misdrijf uit de Opiumwet met eenstrafbepaling van meer dan zes jaar gevangenisstraf of het misdrijf delichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft aangetast. In een dergelijkgeval zal met toepassing van artikel 3.86 lid 10 Vb een onherroepelijkeveroordeling voor opruiing of aanzetten tot haat onvoldoende zijn voor hetintrekken of weigeren van het verblijfsrecht.Wanneer het een EU-burger betreft, dient er sprake te zijn van een persoon-lijke gedraging die een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreigingvormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Het is mogelijk dateen veroordeling voor opruiing of aanzetten tot haat hier onder zou kunnenvallen, maar het zal van de omstandigheden van de strafzaak en de overigeindividuele omstandigheden van een zaak afhangen of er sprake is van eendergelijke gedraging.Bovendien moet ook de lat van artikel 3.77 Vb bij een aanvraag of artikel 3.86bij een intrekking gehaald worden om over te gaan tot verblijfsontzegging of-beëindiging. Tevens zal getoetst worden aan de evenredigheid.Tot slot, bij een afwijzing of intrekking op grond van de openbare orde wordt,indien mogelijk, een inreisverbod opgelegd. Bij EU-burgers wordt, indienmogelijk, een ongewenstverklaring opgelegd.Vraag 9Is er bekend of Ar-Rahmah donaties ontvangt vanuit het buitenland? Zo ja, opwelke manier is de organisatie transparant geweest? Zo niet, hoe gaat uervoor zorgen dat de organisatie transparant is over hun jaarrekening endonaties?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel3 Antwoord 9Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn vooralsnog geen notes verbalesbekend over financieringsaanvragen door Ar-Rahmah vanuit derde landen.Over alle financieringsaanvragen wordt uw Kamer geïnformeerd conform demotie Karabulut-Segers.3Momenteel ligt het wetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisatiesvoor in uw Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel is tweeledig. Enerzijds biedt hetaanvullende mogelijkheden om – indien er aantoonbare en gegronde redenenzijn – onderzoek te doen naar geldstromen en hier zo nodig op te handhaven.Zo worden aan de burgemeester, het OM en andere specifiek aangewezenoverheidsinstanties bevoegdheid gegeven om een informatieverzoek te doenaan een maatschappelijke organisatie over een of meer donaties. Als dedonaties substantieel blijken, kan verder navraag gedaan worden naar depersoon van de donateur. De burgemeester kan een informatieverzoek doenwanneer er sprake is van een (dreigende) verstoring van de openbare orde.Het OM kan een informatieverzoek doen bij ernstige twijfel of de wet of destatuten te goeder trouw worden nageleefd dan wel of het bestuur naarbehoren wordt gevoerd. Anderzijds worden stichtingen – die nu al verplichtzijn om een balans en staat van baten en lasten op stellen – verplicht om eenbalans en staat van baten en lasten te deponeren bij het handelsregister.Enkele daartoe bevoegde toezichts- en handhavingsinstanties van deoverheid krijgen toegang tot deze stukkenVraag 10Is er de afgelopen vijf jaar enige vorm van contact of actie geweest tenaanzien van de weekendschool van Ar Rahmah vanuit de landelijke of delokale overheid? Zo ja, welke en wat zijn de constateringen geweest op dezeschool? Zo niet, waarom niet?Antwoord 10Vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is geen contactgeweest met Ar Rahmah. Weekendscholen – zoals Ar Rahmah – vallen nietonder de verantwoordelijkheid van dit ministerie. Het Ministerie vanOnderwijs Cultuur en Wetenschap is bezig met de voorbereiding van wettelijktoezicht op informeel onderwijs aan kinderen, waaronder ook weekendonder-wijs kan vallen. Over de contouren hiervan heeft uw Kamer op 24 mei 2023een brief ontvangen.4 Zoals de Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijseerder heeft toegezegd aan uw Kamer, zal dit voorstel voor Prinsjesdag ininternetconsultatie worden gebracht.De gemeente Veenendaal heeft in 2018 en 2019 gesprekken gevoerd met ArRahmah over onder andere het aanbod van lezingen en informele scholing.Sinds begin 2020 wordt het contact door de organisatie afgehouden. Delokale overheid heeft anders dan het gesprek aangaan met de organisatie,geen formele mogelijkheden om toe te zien op de kwaliteit en/of inhoud vaninformele scholing.Vraag 11Heeft het Ministerie van SZW ooit met de betreffende moskee-organisatieoverleg gepleegd en zo ja, waarover? Hoe staat het met de aangenomenmotie Becker5 om een overzicht met de Kamer te delen met welke organisa-ties het ministerie in het kader van integratie aan tafel zit?Antwoord 11Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft, zoals aangege-ven bij de beantwoording van vraag 4, 5 en 7, sinds het uitkomen van hetnieuwsbericht en in de periode daarvoor geen contact gehad met dezeorganisatie.De motie Becker (Kamerstuk 35 228, nr. 45) wordt onderzocht.3Kamerstukken II, 2017/18, 29 614, nr. 994Kamerstukken II 2022/23, 29 614, nr. 169.5Kamerstuk 35 228, nr. 45.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel4 Vraag 12Bent u bekend met het bericht «Afschuw om misselijkmakende oproepgastimam van moskee Amsterdam: «Moslims moeten Joden haten.»»?6Antwoord 12Ja.Vraag 13Bent u het ermee eens dat ook dit geplaatste statement van deze gastimamvan de Blauwe Moskee, dat moslims Joden moeten haten en ook alle andereniet-moslims moeten haten, ontoelaatbaar is in de vrije Nederlandsesamenleving, temeer nu de veiligheid van de Joodse gemeenschap al zwaaronder druk staat?Antwoord 13Als Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie enVeiligheid vinden wij de boodschap om afkeer te hebben naar anderegroepen verwerpelijk. Nederland is een open samenleving waarin iedereenzich veilig moet kunnen voelen, ongeacht herkomst, huidskleur of geloof.Binnen deze open samenleving is geen enkele plek voor Jodenhaat, of welkeandere vorm van haat dan ook. In onze samenleving moeten we juist metelkaar werken aan verbinding. Zodat ondermijnende boodschappen geen vatkrijgen en we met elkaar zorgen voor een inclusieve samenleving, waariniedereen zich veilig en thuis voelt.Vraag 14Kunt u aangeven of het OM deze zaak onderzoekt, bijvoorbeeld wegenshaatzaaien en/of opruiing?Antwoord 14Zie de beantwoording van vraag 3 over individuele casuïstiek.Vraag 15, 16 en 18Is er contact geweest met de moskeeorganisatie waar de imam gastsprekeris? Zo ja, waaruit bestond dit contact? Zo nee, waarom niet?Welk contact heeft er plaatsgevonden vanuit u met de burgemeester vanAmsterdam en vanuit de burgemeester met de moskee-organisatie en welkeacties zijn door de burgemeester in gang gezet?Welke rol speelt de ESS in deze casus? Is er al contact geweest tussen deESS en de burgemeester?Antwoord 15, 16 en 18De burgemeester van Amsterdam heeft per brief – in reactie op de commissievoor Algemene Zaken van 18 april 2024 – laten weten dat zij het onaccepta-bele, antisemitische uitspraken vindt, waarvoor absoluut geen plek is inAmsterdam.7 De gemeente heeft contact gezocht met het bestuur van demoskeeorganisatie. Het bestuur van de moskeeorganisatie heeft in dit contactaangegeven geschrokken te zijn van de uitspraken die zijn gedaan door debetreffende gastspreker. Het bestuur geeft aan dat de uitspraken zijn gedaanop persoonlijke titel en op een persoonlijk sociale media-account van degastspreker.De moskeeorganisatie heeft inmiddels publiekelijk en nadrukkelijk afstand vande uitspraken gedaan en aangegeven dat de gastspreker niet meer welkom isin de moskee. De gemeente acht het gezien de opstelling van het moskeebe-stuur niet nodig om verder advies te vragen bij de ESS.Er is verder geen contact geweest tussen de Ministeries van Sociale Zaken enWerkgelegenheid en Justitie en Veiligheid met de moskeeorganisatie (waarde imam gastspreker was) en de burgemeester van Amsterdam.6Telegraaf, 17 april 2024, «Afschuw om misselijkmakende oproep gastimam van moskeeAmsterdam: «Moslims moeten Joden haten.»», (https://www.telegraaf.nl/nieuws/1550147262/afschuw-om-misselijkmakende-oproep-gastimam-van-moskee-amsterdam-moslims-moeten-joden-haten#:~:text=Amsterdam%20%2D%20Een%20gastimam%20van%20een,in%20gesprek%20met%20de%20voorganger).7Zie: https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/14255030/1/09012f978114d999Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel5 Vraag 17Welke rol speelt de Taskforce Problematisch Gedrag en OngewensteBuitenlandse Beïnvloeding in deze casus? Kan de gemeente Amsterdam eenberoep doen op de Taskforce? Is er al contact geweest tussen de Taskforce ende burgemeester?Antwoord 17De Taskforce heeft als samenwerkingsverband geen contact gehad met degemeente Amsterdam over deze casus. Zie het antwoord bij vraag 6 over dehuidige status van de Taskforce.Vraag 19Is het juist dat niet alleen deze imam, maar ook de imam Ibn Khalifahaatteksten op zijn account plaatst, onder andere met een gedicht datzelfmoordaanslagen op Joden verheerlijkt en dat deze imam ook lezingengeeft in de al-Oumma moskee en spreekt in moskeeën in Uithoorn, Rotter-dam en Bussum?Antwoord 19Gelet op het ontbreken van een juridische grondslag om organisatie- enpersoonsgericht onderzoek te doen is er zowel bij het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid als bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrij-ding en Veiligheid (NCTV) geen beeld over eventuele uitlatingen van dezeimam.De politie kan onderzoek doen naar strafbare feiten. Dit kan gebeuren naaraanleiding van een aangifte, een (anonieme) tip of op eigen initiatief van depolitie. Wanneer er sprake is van strafbare feiten, is het aan het OM om eenbeslissing te nemen of het opportuun is over te gaan tot vervolging. Hierbijgeldt dat de Minister van Justitie en Veiligheid, gezien de vertrouwelijkheid,geen uitspraken doet over eventuele informatiebeelden en onderzoeken. Ookkan de Minister van Justitie en Veiligheid niet op individuele zaken ingaan.Vraag 20Wat zijn de acties vanuit de landelijke en lokale overheid ten aanzien vandeze imam? Is er sprake van vervolging door het OM? Is er contact met demoskeeorganisaties waar deze imam regelmatig spreekt om hen te wijzen opde uitspraken van deze imam?Antwoord 20Zie het antwoord bij vraag 2 en 3 over individuele casuïstiek en overeventuele vervolging van strafbare gedragingen door het OM. Er is vanuit deMinisteries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Justitie en Veiligheidgeen contact geweest met de moskeeorganisaties over deze uitspraken.Het is aan het lokale gezag zelf om te bepalen of het nodig is om hierop tehandelen en op welke wijze dat wordt gedaan. Het Ministerie van SocialeZaken en Werkgelegenheid kan indien gewenst wel ondersteuning bieden aangemeenten bij het omgaan met lokale spanningen. Zie de eerdere beantwoor-ding van vraag 7 over de lokale casus in Veenendaal.Vraag 21Wat zijn de mogelijkheden voor de overheid als moskee-organisaties toch eenpodium blijven bieden aan imams met haatboodschappen? Biedt artikel 2:20van het Burgelijk Wetboek een grond om in het uiterste geval een moskee tekunnen sluiten en zo ja, is hier al eens een beroep op gedaan? Zo nee,waarom niet?Antwoord 21Op grond van artikel 2:20 BW kan de rechtbank op verzoek van het OM eenrechtspersoon waarvan het doel of de werkzaamheid in strijd is met deopenbare orde verboden verklaren en ontbinden. Het is aan het OM, en nietaan het kabinet, om te bezien of er aanleiding is een dergelijk verzoek in tedienen bij de rechtbank. Er zijn het kabinet geen voorbeelden bekend, waarbijeen beroep is gedaan op artikel 2:20 BW om de organisatie achter eenmoskee te verbieden en ontbinden.Indien de gemeente op de hoogte is van een bijeenkomst en in het kader vande openbare orde zorgen heeft over sprekers of deelnemers, kan zij haarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel6 zorgen uitspreken richting de beheerder van de locatie. Daarnaast zal delokale driehoek altijd alert zijn op eventuele wanordelijkheden.Primair is artikel 2:20 BW gericht op het verbieden en ontbinden vanorganisaties. Het gevolg van een dergelijk verbod bij een moskee-stichtingkan ertoe leiden dat een moskee ook daadwerkelijk wordt gesloten. Het is daneen praktisch gevolg van het artikel dan een specifiek onderdeel van hetverzoek of specifieke bevoegdheid tot het fysiek sluiten van de moskee.Vraag 22Zijn er voor gemeenten voldoende mogelijkheden om in te grijpen als eenimam met een reputatie van haatboodschappen van plan is te spreken inbijvoorbeeld een moskee?Antwoord 22Gemeenten kunnen na een oordeel over de openbare orde door de politieen/of de lokale driehoek een melding doen bij de IND. Het weren van eenspreker kan dan op basis van de beoordeling of de gastspreker een gevaarvoor de openbare orde of nationale veiligheid is. Op 23 oktober 2023 is uwKamer per brief geïnformeerd over het voornemen de maatregel, om in hetbelang van de openbare orde en nationale veiligheid extremistischevreemdelingen uit Nederland te weren, te versterken.8 Dit draagt eraan bij datwordt voorkomen dat vreemdelingen die aanzetten tot haat, desinformatieverspreiden, wet- en regelgeving verwerpen en onze democratischerechtsorde ondermijnen en zo onze nationale veiligheid aantasten, de kanskrijgen om in Nederland hun radicale gedachtegoed uit te dragen.Gemeenten kunnen voor advies over hun eigen handelingsperspectief ookterecht bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hier kunnenzij bijvoorbeeld ondersteuning krijgen bij het voeren van een verbindenden/of confronterend gesprek met lokale organisaties.Tot slot is het aan het OM te beslissen of het opportuun is om over te gaantot vervolging, wanneer juridische grenzen in ons land worden overschreden.Als blijkt dat tijdens een bepaald evenement uitspraken zijn gedaan die eenstrafrechtelijk feit opleveren, kan hiervan aangifte worden gedaan. Het isvervolgens aan de politie en het OM de aangifte te onderzoeken en eventuelevervolgstappen te ondernemen.Vraag 23Bent u bereid de Kamer binnen zes weken een brief te sturen ten aanzien vande huidige staat van het salafisme, salafistische aanjagers en haatimams inNederland en de actuele aanpak daartegen?Antwoord 23Vanwege interdepartementale afstemming is het niet gelukt deze brief binnende gestelde tijd aan uw Kamer te doen toekomen. Op korte termijn wordt udoor de nieuwe bewindspersonen over dit onderwerp geïnformeerd.Vraag 24Bent u bereid daarin mee te nemen hoe het staat met de Schengeninforma-tiesysteem (SIS-)signalering, zwarte lijsten, visumbeleid, de Nederlandseimamopleiding en de uitvoering van de motie Becker9 om in samenwerkingmet hostingproviders en internetplatforms het onvrije gedachtengoed vansalafistische aanjagers tegen te gaan en daar indien nodig bestuurlijkinstrumentarium voor in te zetten en tevens onderzoek te doen naar hetonderbrengen van toezicht hierop bij een online autoriteit?Antwoord 24Op dit moment is er geen sprake van het specifiek onderbrengen van toezichtop antidemocratische en salafistische content bij een online autoriteit. Watbetreft de samenwerking met hostingproviders en internetplatforms om hetonvrije gedachtengoed van salafistische aanjagers tegen te gaan verwijs ik unaar de antwoorden van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid op schriftelijke vragen8Kamerstukken II, 2023/24, 29 754, nr. 694.9Kamerstuk 35 228, nr. 34.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel7 van de leden Becker en Rajkowski (beiden VVD) over «de uitvoering van degewijzigde motie Becker c.s. Over het structureel tegengaan van extremisti-sche uitingen online» en de contourenbrief Versterkte Aanpak Online inzakeextremistische en terroristische content, waar de uitvoering van de motieBecker c.s. wordt besproken.In het kader van de Versterkte Aanpak Online inzake extremistische enterroristische content voert de Minister van Justitie en Veiligheid gesprekkenmet de internetsector om de zorgen van het kabinet over de verspreiding vanextremistisch en terroristisch gedachtengoed, waar antidemocratische ensalafistische content onder kan vallen, over te brengen. Indien deze contentterroristisch van aard is, heeft de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpor-nografisch Materiaal (ATKM) op basis van bestuursrechtelijke bevoegdhedende mogelijkheid deze content ontoegankelijk te maken of te laten verwijderen.Tot slot verwijzen wij uw Kamer naar de brief van 29 april 2024 voor delaatste stand van zaken omtrent de imamopleiding.1010Kamerstukken II, 2023/24, 35 228, nr. 47Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, Aanhangsel8
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Karien Van Gennip
0debatten
1.123bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2006-11-30–2008-09-03) ·