KamerkringInloggen
Kees Vendrik

Officieel Kamerprofiel

Kees Vendrik

GL →
0debatten
335bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: GL (1998-05-19–2010-06-16) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
2 jun 2010 · Kamerstuk

kv-tk-2010Z09034’s-Gravenhage 2010Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2009–2010Vragen gesteld door de leden der Kamer 2010Z09034 Vragen van het lid Vendrik (GroenLinks) aan de ministers van Economische Zaken en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over een overeenkomst met Shell omtrent CO2-opslag in Barendrecht (ingezonden 2 juni 2010). Vraag 1Kunt u bevestigen of ontkrachten dat er tussen de Staat der Nederlanden en Shell ter uitvoering van het definitieve gunningsbesluit omtrent CO2-opslag in Barendrecht reeds een schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen? Zo ja, is het kabinet bereid deze aan de Kamer te zenden, al dan niet vertrouwe-lijk? Zo nee, is er dan sprake van een mondelinge overeenkomst? Indien ja, kan de inhoud van die mondelinge overeenkomst schriftelijk aan de Kamer worden meegedeeld? Zo nee, betekent dit dat het kabinet zonder financiële gevolgen kan afzien van CO2-opslag onder Barendrecht? Vraag 2Indien de Staat der Nederlanden een schadevergoeding aan Shell moet betalen als wordt afgezien van CO2-opslag onder Barendrecht, wat zijn dan de redelijkerwijs te verwachten componenten van een dergelijke schadever-goeding? Is er dan sprake van schade die louter bestaat uit een vergoeding van de tot op heden gemaakte kosten dan wel mede voorziet in het positieve contractsbelang? Vraag 3Welke onderhandelingsruimte heeft het kabinet in de richting van Shell indien nog geen sprake is van een (al dan niet schriftelijke) overeenkomst ten aanzien van het al dan niet stellen van nadere of bijzondere voorwaarden rondom de daadwerkelijke opslag van CO2 in Barendrecht binnen dan wel buiten het verband van de tender? Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, Vragen1 Vraag 4Is het waar dat in de brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 16 maart 20101, sprake is van zes documenten, terwijl op de site2 inmiddels tien documenten zijn gepubliceerd? Zo ja, waarom is dat? Vraag 5Waarom is het document in bijlage 42 niet voorzien van een datum, van de namen van de ondertekenaars, van een handtekeningenpagina en van parafen op alle pagina’s van de overeenkomst? Is het document inmiddels wel door alle betrokken partijen ondertekend? Zo nee, waarom niet en wanneer verwacht u dat de ondertekening alsnog plaatsvindt? Vraag 6Kunt u toelichten hoe bijlage 52 zich tot bijlage 42 verhoudt? Deelt het kabinet de mening dat beide bijlagen een overeenkomst van de Staat met Shell behelzen omtrent CO2-opslag? Waarom wijkt de inhoud van bijlage 5 af van bijlage 4? Is het document in bijlage 5 daadwerkelijk door alle betrokken partijen ondertekend? Zo nee, waarom niet en wanneer verwacht het kabinet dat wel? Vraag 7Is het waar dat op basis van artikel 27 van de Mijnbouwwet voor een beslissing omtrent een vergunningaanvraag het al dan niet bestaan van een (al dan niet schriftelijke) overeenkomst strikt juridisch niet relevant is? Vraag 8Is het dus mogelijk dat wordt beslist op de vergunningaanvraag en dat daadwerkelijk vergunning wordt verleend terwijl er nog geen schriftelijke overeenkomst tussen de Staat en Shell bestaat? Hoe wenselijk acht het kabinet dit?1 Ministerie van VROM, CO2-opslagproject Barendrecht, brief d.d. 16 maart 2010 met kenmerk CCS/10011153 http://www.vrom.nl/pagina.html?id=189662 Ministerie van VROM, CO2-opslagproject Barendrecht, beslisbrief en bijlagen http://www.vrom.nl/pagina.html?id=47588Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, Vragen2

Bron, video en gesprek →