KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

Glimina Chakor

GroenLinks-PvdA →
54debatten
484bijdragen
312interrupties
72.310woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
20 nov 2024 · Kamerstuk

Voorstel van wet van het lid Van Nispen houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum (36468)

Bron, video en gesprek →
20 nov 2024 · Spreekbeurt

Mevrouw Chakor (GroenLinks-PvdA): Dank, voorzitter. Het bindend correctief referendum is niet nieuw; de afgelopen jaren zijn meerdere voorstellen hierover ingediend. Wat wel nieuw is, is dat collega Van Nispen de verdediger van het voorstel is. Ik wil hem en zijn team complimenteren en alvast succes wensen met de beantwoording. Uiteraard ook complimenten aan mevrouw Leijten, die hier vanavond aanwezig is. Wat ook nieuw is, is dat GroenLinks en de PvdA nu als één fractie over dit wetsvoorstel spreken. Bij de eerste lezing stemden zowel GroenLinks als de PvdA voor de overwegingswet. Voorzitter. Het voorstel dat nu voorligt voor de tweede lezing, gaat over een bindend correctief referendum, een belangrijke democratische noodrem. Het geeft kiezers ook de mogelijkheid om aangenomen wetten tegen te houden als zij daar niet achter staan. Hiermee is deze vorm van het referendum, zoals mijn voorgangers ook in de eerste lezing over dit onderwerp hebben betoogd, wat ons betreft een goede aanvulling op de representatieve democratie. De staatscommissie parlementair stelsel wees in 2018 al op de beperkingen van ons huidige systeem. Besluiten met parlementaire meerderheden kunnen soms botsen met de wensen van de samenleving. Een correctief bindend referendum kan volgens de staatscommissie bijdragen aan een oplossing voor deze tekortkoming van het parlementaire stelsel. Tot slot. Zoals mijn voorgangers eerder betoogden, vinden we het goed dat deze vorm van het referendum het initiatief bij de kiezers legt; zij hebben de regie. Dat geeft vertrouwen. Want nadat het parlement over een wetsvoorstel heeft gesproken en gestemd, kunnen zij bepalen of zij wel of niet aan de noodrem willen trekken. Dat past volgens ons bij een gezonde democratie. Voorzitter. Dit gezegd hebbende, zal het niet vreemd overkomen dat GroenLinks-PvdA nog steeds positief is over het principe van een bindend correctief referendum en daarmee ook over de voorliggende grondwetswijziging. Deze vorm van het referendum staat ook in ons meest recente verkiezingsprogramma. Voor GroenLinks-PvdA geldt dat wij er, ondanks het feit dat de laatste Tweede Kamerverkiezingen geen ontbindingsverkiezingen waren, bij de voorbereidingen van deze verkiezingen wel bewust voor hebben gekozen om ons in ons verkiezingsprogramma positief uit te laten over de grondwetswijzing. Voorzitter. Na de positieve woorden over het voorliggende voorstel om de Grondwet te wijzigen, heb ik wel nog een aantal vragen namens mijn fractie, zowel richting de initiatiefnemer als richting de minister. Deze vragen gaan vooral over het punt: hoe nu verder? Als we er even vanuit gaan dat deze grondwetswijziging in zowel deze Kamer als de Eerste Kamer de benodigde twee derde meerderheid behaalt, dan hebben we de mogelijkheid van het bindend correctief referendum daarmee in onze Grondwet vastgelegd. Maar daarmee kunnen er nog geen referenda worden aangevraagd. Daarvoor moeten er eerst nog wettelijke regels worden ingevoerd, met een zogenaamde uitvoeringswet. Deze wet is nog nodig om referenda daadwerkelijk mogelijk te kunnen maken. Die moet ook nog met een twee derde meerderheid worden aangenomen. We moeten dus nog best wel een forse drempel over om daadwerkelijk referenda te kunnen houden. Voorzitter. Voor GroenLinks-PvdA geldt dat wij het belangrijk vinden dat we met elkaar tot heldere criteria komen wat betreft hoeveel kiezers een referendum kunnen aanvragen en wat de uitkomstdrempel is voor een geldig referendum. Het is belangrijk dat de drempels niet te laag zijn, zodat we niet over zo ongeveer iedere aangenomen wet een referendum kunnen gaan verwachten. Maar de drempels moeten ook niet zo hoog zijn dat het referendum een dode letter wordt in onze Grondwet. Met andere woorden: de criteria die in de uitvoeringswet komen te staan, moeten haalbaar en representatief zijn. De staatscommissie heeft hiervoor in 2018 een voorstel gedaan. Van dat voorstel kunnen wij ons nog steeds een goede voorstelling maken. Het feit dat we inmiddels zes jaar verder zijn, maakt wel dat we benieuwd zijn of zowel de initiatiefnemer als de minister dit voorstel ook nog passend vindt bij de tijdsgeest. Graag een reactie hierop van zowel de indiener als de minister. Voorzitter. Tijdens de eerste lezing gaf de voorganger van de initiatiefnemer aan dat ze tegelijk met de tweede lezing een voorstel voor de uitvoeringswet zou indienen. Nu lezen we dat de huidige initiatiefnemer dit overlaat aan het kabinet. Hoewel ik mij de argumenten kan voorstellen, zou ik hierover toch graag nog een nadere toelichting van de initiatiefnemer ontvangen. Wat heeft hem nu precies doen besluiten om de uitvoeringswet helemaal aan het kabinet over te laten? Kan hij schetsen hoe de uitvoeringswet er wat hem betreft inhoudelijk uit moet komen te zien? Voorzitter. Voor de minister heb ik ook een aantal vragen over de uitvoeringswet. Is zij van plan om een dergelijke wet op korte termijn bij de Kamer in te dienen? Hoe ziet zij het traject voor zo'n wet precies voor zich? Op welke termijn denkt zij dat we als Kamer de uitvoeringswet kunnen verwachten? Inhoudelijk zou ik ook graag van de minister willen horen aan welke richting zij denkt voor de drempels aan de voorkant van het referendum, dus het inleidend verzoek en ook het definitieve verzoek. Kan ze ook aangeven of zij wil dat de handtekeningen digitaal of juist fysiek moeten worden verzameld, en wat zou volgens haar de gewenste uitkomstdrempel moeten zijn? Nog een belangrijke vraag voor mijn fractie gaat over de medeoverheden. Daar zijn net al wat vragen over gesteld. Met deze grondwetswijziging wordt het ook mogelijk om op decentraal niveau referenda te voeren. Het is uiteindelijk aan de Provinciale Staten, de gemeenteraden en de algemene besturen van de waterschappen om te bepalen of zij dit in hun provincie, gemeente of waterschap willen invoeren. De uitkomstdrempels die daar gelden, zijn echter wel conform wat er in de uitvoeringswet wordt geregeld. Kan de minister toezeggen dat zij hierover met de decentrale overheden in gesprek gaat, zodat de regels in de uitvoeringswet ook voor hen goed werkbaar zijn? Voorzitter. Tot slot heb ik nog een vraag voor zowel de indiener als de minister. We zien dat de afgelopen tijd de hoeveelheid nepnieuws en ook buitenlandse onlinebeïnvloeding toeneemt. Bij de afgelopen verkiezingen maakten we ons hier met z'n allen zorgen over en heeft de overheid geprobeerd ongewenste beïnvloeding van kiezers zo veel mogelijk te voorkomen om zo niet alleen de stembusgang zelf, maar het gehele verkiezingsproces zo goed mogelijk te laten verlopen. Voor toekomstige referenda gelden deze zorgen voor mijn fractie ook. Kunnen de initiatiefnemer en de minister op deze zorgen ingaan en aangeven hoe zij denken dat we nepnieuws en ongewenste beïnvloeding over en rondom referenda zo veel mogelijk kunnen tegengaan? We willen immers dat het bindend collectief referendum de democratie versterkt en niet ondermijnt.

Bron, video en gesprek →
20 nov 2024 · Spreekbeurt

Mevrouw Chakor (GroenLinks-PvdA): Je ziet inderdaad steeds meer bewegingen en hier hoor je het ook: voortschrijdend inzicht. Dat is inderdaad het moment dat partijen of kiezers ervoor of ertegen zijn. Ik weet niet aan welk onderzoek u nu refereert. Wij hebben in ons verkiezingsprogramma er juist voor gekozen om positief tegenover het collectief referendum te staan.

Bron, video en gesprek →
20 nov 2024 · Spreekbeurt

Mevrouw Chakor (GroenLinks-PvdA): We hebben inderdaad die vraag nu ook gesteld met betrekking tot de criteria. Ik wil graag weten wat de intentie van de initiatiefnemer is, maar ook van de minister. Volgen ze de staatscommissie daarin? Ik heb zelf met veel plezier gelezen wat de staatscommissie-Remkes aangeeft, maar ook andere onderzoekers die ik heb gesproken. Ik wil niet al vooruitlopen op wat er straks ligt. Ik heb aangegeven dat het niet te laag moet zijn, zodat je over alle wetgeving al een referendum zou kunnen houden. Maar het moet ook niet te hoog zijn, waardoor het onhaalbaar en onrealistisch is. Ik denk dat we met z'n allen willen dat mensen zeggenschap hebben. Ik geloof er ook heel erg in dat mensen in staat zijn om met ja en nee te antwoorden, want onze kiezers moeten nu al kiezen op welke partij ze willen kiezen. Ze zijn dus echt wel in staat om dat te doen. Wat ons betreft zit het daar ergens tussenin: niet te hoog en niet te laag.

Bron, video en gesprek →
20 nov 2024 · Interruptie

Mevrouw Chakor (GroenLinks-PvdA): Ik ben het niet zo heel vaak eens met de heer Deen, maar vandaag wel, dus dat is heel mooi. U gaf aan dat u geen uitspraak zou willen doen met betrekking tot de criteria voor de uitvoeringswet. Ik ben toch wel nieuwsgierig of u uw visie …

Bron, video en gesprek →
20 nov 2024 · Interruptie

Mevrouw Chakor (GroenLinks-PvdA): De heer Deen. … of u uw visie daarop zou willen geven. Dus wat zou volgens u bijvoorbeeld de uitkomstdrempel moeten zijn?

Bron, video en gesprek →
20 nov 2024 · Interruptie

Mevrouw Chakor (GroenLinks-PvdA): Via de voorzitter, heel goed. De heer Deen. Maar kunt u aangeven of u meegaat in het advies van de staatscommissie-Remkes bijvoorbeeld?

Bron, video en gesprek →
20 nov 2024 · Interruptie

Mevrouw Chakor (GroenLinks-PvdA): Voorzitter, een laatste vraag inderdaad. Begrijp ik goed — dat is ook uw recht, meneer Deen — dat dit betekent dat als de uitvoeringscriteria anders zullen zijn dan u verwacht, u uw steun terugtrekt?

Bron, video en gesprek →