Voortzetting commissiedebat Inburgering en integratie (27-3)
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Becker (VVD): Ik wil hier even op doorgaan. We hebben bij de totstandkoming van de nieuwe inburgeringswet uitgebreid gedebatteerd over de participatieverklaring. Ik heb daar toen samen met de heer Segers een amendement over ingediend. Dat hebben wij precies om deze reden gedaan, omdat wij vonden dat mensen actief moeten zeggen: ik respecteer en ik eerbiedig de mensenrechten en de spelregels in dit land, en ik neem afstand van handelingen die daarmee in strijd zijn. Dat was een vrij lange juridische discussie, omdat wij eigenlijk nog een stapje verder wilden gaan. Wij vonden dat mensen ook moeten zeggen: ik onderschrijf dat. Toen bleek echter dat dat rechtsstatelijk niet kan, omdat je mensen niet kunt dwingen om iets te vinden. Maar je kunt wel van mensen eisen dat ze iets respecteren en eerbiedigen. Dat was het meest vergaande dat we konden doen bij het aanpassen van de participatieverklaring. Het valt mij op dat de nieuwe verklaring nog niet op een aantal websites van de overheid staat. Op de site van DUO zagen we dat de toegevoegde zinnen die we er destijds na een lang juridisch debat in hebben weten te krijgen, er nog niet bij staan. Zou de minister kunnen nagaan of die nieuwe verklaring, waarin actiever van mensen wordt geëist dat ze de spelregels respecteren, ook daadwerkelijk wordt gebruikt in alle gemeenten en bij alle overheidsinstanties?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Dat is fijn.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Ja, dat klopt. Ik had de vorige keer gevraagd of het klopt dat van de 51.800 inburgeringsplichtigen nog maar 8.700 mensen een taalaanbod hebben. De minister ging de vorige keer in haar antwoord in op het aantal mensen dat een PIP heeft. Dat ligt wat hoger. Dat is inmiddels de helft. Maar in haar cijfers las ik dat het hebben van een PIP nog niet betekent dat je ook een taalaanbod hebt. Als dat klopt, dan zitten er nu nog 40.000 mensen te wachten. Daar wil ik een reflectie op, want dat aantal is echt ontzettend laag. Slechts 8.700 mensen van de 51.000 mensen kunnen nu gaan inburgeren. Ik weet niet of de minister die vraag nu meteen kan beantwoorden of dat het antwoord later komt. Het was in ieder geval een onbeantwoorde vraag van de vorige keer.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Ik heb nog een andere vraag gesteld in dit blokje, over een voornemen van de minister. Als iemand de Z-route volgt en werkervaring opdoet in een talige omgeving, dan kunnen die uren afgetrokken worden van het aantal uur dat iemand nog taalles moet volgen. We hebben het dan over de categorie mensen die 600 uur taalles volgen en 600 uur werkervaring opdoen, en die van deze minister ook nog eens minder taallessen hoeven te volgen. Ik vind dat vrij kwetsbaar. Ik heb haar gevraagd om daarop te reflecteren. Ik geloof dat dit een voorgenomen besluit is. Het is nog geen wetgeving. Als de Kamer dit niet wil, is dit dan het moment om ons daarover uit te spreken? Ik ben benieuwd of zij anders aanneemt dat zij hiermee door kan gaan, nu ze dit aan de Kamer heeft voorgelegd.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Ik deel dat. Het hele uitgangspunt van de nieuwe inburgeringswet is dat we zo veel mogelijk dingen duaal doen, maar ik maak me ook zorgen. Als ik het goed begrijp, hebben deze mensen daarmee uiteindelijk een verplichting van minder uren, omdat ze het een kunnen laten meetellen voor het ander. Ik zou het op zich nog begrijpen als de minister het verplichte aantal uren taalles dat wordt verlaagd als iemand werkervaring heeft, verhoogt met hetzelfde aantal uren werkervaring, omdat ze het een kunnen laten meetellen voor het ander. Ik zou het op zich nog begrijpen als de minister zou zeggen: als iemand werkervaring heeft, dan verlaag ik het verplichte aantal uren taalles, maar dan verhoog ik dat met hetzelfde aantal uren werkervaring. Als dat het is — het ene is 600 en het andere is 600, en dat blijft zo — dan kan ik me daar meer bij voorstellen. Maar ik las het zo dat het in z'n totaliteit omlaag wordt gebracht omdat het ene meetelt als het andere. Daar maak ik me dan zorgen over.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Ja, en die verplichting, het aantal uren dat je moet werken om je Z-route te kunnen halen, gaat dan dus omhoog?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Ja, maar die is nu 600 uur werkervaring en die wordt dan 800 uur werkervaring?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Oké.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Het is een laatste stuiptrekking.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Ik had een vraag gesteld naar aanleiding van die meldingen over eergerelateerd geweld. We proberen dat natuurlijk te voorkomen door ook aan het begin van de inburgering heel duidelijk te maken dat we in Nederland met elkaar een paar spelregels hebben, zoals dat vrouwen gelijke rechten hebben en dat er sprake is van zelfbeschikking. Ik had de minister gevraagd wat ze ervan zou vinden als zelfbeschikking een aparte module in die inburgeringscursus zou worden. Als het enkel gaat om kennis van de Nederlandse samenleving en mensenrechten in het algemeen, vraag ik me af of er specifiek genoeg besproken wordt wat dat dan in de Nederlandse samenleving betekent. Denk aan het recht op een eigen bankpas, het gegeven dat het niet normaal is dat je vrouw de voordeur niet uit kan, dat je kinderen niet naar de vve kunnen en al dat soort dingen. Ik zou het zo mooi vinden als we dat specifieker kunnen maken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Voorzitter, misschien kan ik het bundelen met het oog op de tijd. Er zijn volgens mij nog twee onbeantwoorde vragen, maar het kan ook helemaal aan mij liggen. Ik ga proberen om het snel te doen. Ik heb heel veel gezegd over buitenlandse beïnvloeding. Toen heb ik gezegd: ik weet dat ESS nuttig werk doet, maar ik denk dat er soms meer nodig is dan kennisdeling. Ik ben kritisch over de slapende status van de Taskforce problematisch gedrag. Ik wil de minister vragen om een juridische definitie te ontwikkelen van problematisch gedrag. Er ligt een basis voor van de landsadvocaat, die zegt: dat kan, maar dat kan dan wel gericht. Ik zou dat niet alleen maar willen, zoals nu wordt geprobeerd, voor toezicht op informeel onderwijs, maar juist ook voor benutting door deze taskforce. Ik meen daar geen antwoord op te hebben gekregen. Een ander ding is de naturalisatie. Daarvoor heeft de minister mij eigenlijk volledig verwezen naar JenV, terwijl zij volgens mij uiteindelijk stelselverantwoordelijk is voor naturalisatie als sluitstuk van je integratie en je inburgering. Volgens mij werkt zij daar ook op samen met de staatssecretaris van JenV. Ik heb gevraagd om uiteindelijk voor iedereen die dat niet heeft gehaald in de inburgering, een naturalisatietoets op B1-niveau in te voeren. Ik vond het iets te mager dat dan volledig wordt verwezen naar de staatssecretaris, terwijl volgens mij deze minister stelselverantwoordelijk is. Misschien dat ik daar toch nog een antwoord op kan krijgen. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister en haar gevolg, omdat zij maar liefst twee keer naar de Kamer zijn gekomen om dit debat zorgvuldig te doen. Ik heb drie toezeggingen gekregen, namelijk over aanvullende afspraken met tekortsectoren, het een voor een bespreken van de KIS-aanbevelingen met het landelijk expertisecentrum en bekijken of er een zelfbeschikkingsmodule in de inburgering kan komen. Van alle drie zou ik graag willen weten wanneer ik daar informatie over kan ontvangen, zodat ik dat voor de toezeggingenregistratie kan bijhouden. De minister zou nog kort terugkomen op de cijfers over hoeveel mensen nou daadwerkelijk een taalaanbod hebben. Eén inhoudelijk punt zou ik toch willen weerleggen, want volgens mij klopt het verhaal van de minister over naturalisatie niet helemaal, omdat de inburgeringswet is aangepast. Het naturalisatiebesluit zoals we dat kennen, is eigenlijk nog gebaseerd op de oude inburgeringswet, op een wet waarin gewoon iedereen getoetst wordt op niveau A2 en daarmee het inburgeringsdiploma ook meteen de toegang is tot naturalisatie. De nieuwe inburgeringswet zorgt ervoor dat het naturalisatiebesluit moet worden aangepast, ongeacht of ik daar nou wel of niet een motie over indien en of wij daarmee als Kamer nou wel of niet iets willen. Mijn vraag is of dat klopt. Als dat zo is en als die ministeries daar met elkaar mee aan de slag gaan, is ons verzoek om daarin onze wens mee te nemen, namelijk dat mensen op B1-niveau getoetst worden. Als de minister uiteindelijk niet bereid is om dat te doen, hebben wij altijd nog de gelegenheid om daarover een motie in te dienen. Ik kondig maar aan dat ik dat in dat geval van plan zou zijn. Dank, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): Uiteraard heb ik respect voor wat deze minister wel of niet bereid is te doen; dat is aan haarzelf. Maar ik maakte echt een inhoudelijk punt. Volgens mij is er met het feit dat er een nieuwe inburgeringswet is, een nieuw naturalisatiebesluit nodig, nog los van de vraag of het B1 wordt of A2 blijft, omdat in de nieuwe inburgeringswet een route is gekomen waar geen taaltoets meer in zit. En dat terwijl het naturalisatiebesluit op dit moment zegt dat je A2 moet kunnen spreken om te kunnen naturaliseren. We zitten op dit moment dus met een overgangsnaturalisatiebesluit. Dus ook als ik politiek helemaal niets doe, moet deze minister aan de slag met haar collega voor zo'n nieuw naturalisatiebesluit dat recht doet aan de nieuwe inburgeringswet. En ik hoor ook inburgeraars die daarop wachten, die zeggen: waar ben ik straks nou aan toe; hoe ziet zo'n nieuw naturalisatiebesluit eruit? Dat is het dus eigenlijk inhoudelijk, nog los van wat de minister politiek bereid is te doen. Is het niet zo dat ze daarmee aan de slag moet? En wanneer kunnen we daar dan iets van verwachten?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Becker (VVD): We constateerden dat de participatieverklaring op veel verschillende plekken nog niet is zoals we die in de wet geamendeerd hebben. Wanneer kan de minister aan ons terugkoppelen of dat inmiddels overal is aangepast?
Bron, video en gesprek →