het afscheid van de Kamer in oude samenstelling
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Van Nispen (SP): Dank u wel, voorzitter, voor die prachtige woorden aan mijn adres en aan al die andere mensen die vandaag gaan vertrekken: knap gedaan. Voorzitter, je belde mij vorige week met de vraag of ik een woordje wilde spreken namens de vertrekkende Kamerleden. We hadden geluk, want ik had net mijn telefoon ingeleverd, maar ik had toevallig wel mijn nummer nog. Het was nog een hele toer, want ik had ook net mijn laptop ingeleverd. Het is uiteindelijk allemaal goed gekomen: hier staan we dan, voor die mooie traditie, namelijk dat een van de langer zittende Kamerleden iets mag zeggen namens de vertrekkers. Dus ik zei inderdaad nog: "Martin, hou het nou een beetje vriendelijk, want ik heb het laatste woord. Alle onaardige dingen die je gaat zeggen, krijg je natuurlijk allemaal terug." Maar het is allemaal meegevallen, dus we hebben afgesproken het positief te houden. Wel zonder spreektijd! Het is heel bijzonder dat ik hier eens een keer …
Bron, video en gesprek →De heer Van Nispen (SP): Die negeer ik professioneel.
Bron, video en gesprek →De heer Van Nispen (SP): Ja, ja, ja, precies. Het is een mooie traditie, maar het is ook ingewikkeld om mede namens 69 anderen iets te mogen zeggen. Ik heb er maar geen democratisch schrijfproces van gemaakt; dat leek me nogal ingewikkeld. Laten we het zo afspreken: alles waar u het mee eens bent, is mede namens u, en waar u het niet mee eens bent, komt voor mijn rekening. 70 vertrekkende Kamerleden: vandaag nog Kamerlid, morgen niet meer. Voor sommigen was dat heel erg lang, voor anderen was dat wat korter. Laat ik om te beginnen de 80 die nu nog Kamerlid mogen blijven, meteen maar even waarschuwen. Jullie dag komt ook nog wel! Dat klinkt misschien onaardiger dan ik het bedoel, maar wij zijn hier allemaal passanten. Wij mogen tijdelijk op deze stoelen zitten zolang ons dat gegeven is. Je bent niet je functie; je mag tijdelijk deze machtige, eervolle functie uitoefenen. We zijn allemaal passanten met de eervolle taak om het volk te mogen vertegenwoordigen en ons in te zetten voor de publieke zaak en het algemeen belang. Het is altijd goed om je dat te blijven realiseren. Dit is zo'n dag. De motieven van de vertrekkers, waarom het voor ons na vandaag stopt, verschillen echt van persoon tot persoon. Voor sommigen voelt het een beetje als een bevrijdingsdag uit een verantwoordelijke functie die best een zware last is. Voor anderen viel de verkiezingsuitslag tegen, of men was niet verkiesbaar of had andere redenen, waardoor afscheid nemen wellicht pijn doet. Dat verschilt dus allemaal heel erg van persoon tot persoon. Maar wat niet verschilt, is dat wij allemaal, alle 70, volksvertegenwoordiger zijn geweest. Dat is de grootst mogelijke eer: het vertegenwoordigen van het volk, het controleren van de regering, het mede wetgeven. Je kunt Kamervragen stellen. Je kunt moties indienen. Daar heb ik met de heer Bontenbal nog weleens een leuke discussie over gehad. Hij vond dat Kamerleden minder moties moesten indienen; ik vond van niet. Ik vond juist dat sommige Kamerleden weleens wat meer moties mochten indienen, maar goed. We hebben het uitgezocht, en het schijnt dat ik gedurende mijn Kamerlidmaatschap 1.060 moties heb ingediend. En ja, Henri, die waren allemaal even goed, even belangrijk en even hard nodig, jazeker! Jazeker. Zo was er bijvoorbeeld die ene motie — die is vanmiddag al genoemd — die we indienden samen met mevrouw Wijen-Nass, die vroeg om meer rekening te houden met carnaval. Dat was een hele goede motie. Die werd ook aangenomen. Maar dan is de vraag toch: waarom sta ik hier in vredesnaam op de elfde van de elfde, bij de start van het carnavalsseizoen, in een saai pak in Den Haag met een stapel papieren, in plaats van in een pinguïnpak op de Grote Markt van Breda met een biertje in m'n hand?
Bron, video en gesprek →De heer Van Nispen (SP): Waarom? Leg het me uit! Er gaat hier iets fout. Die motie is aangenomen, dus iets gaat hier niet helemaal goed. Ik heb hier ook echt helemaal niks te zeggen. Het is tijd om te gaan. Ik ga weer even terug naar de eervolle taak die wij allemaal hebben als volksvertegenwoordigers: de regering controleren en vooral wetten maken. Er komt geen wet tot stand zonder goedkeuring van beide Kamers. Als wij niet met de helft van de 150 de handen omhoogsteken, dan gaat een wet gewoon niet door. Dat een wet soms grote en indringende gevolgen kan hebben voor mensen, weten we. Dat brengt een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Wetten moeten goed zijn. Ze moeten goed doordacht zijn, ze moeten van goede kwaliteit zijn en ze moeten niet strijdig zijn met de grondrechten van mensen. Ik ben er heel erg trots op — ook dat is al genoemd — dat we als Kamer inmiddels een tijdelijke commissie Grondrechten en Constitutionele toetsing hebben. Wees daar zuinig op, zeg ik, omdat de rechtsstaat en onze grondrechten zo kwetsbaar zijn. Dat moeten we koesteren en daar moeten we heel erg goed voor zorgen. Het brengt echt een verantwoordelijkheid met zich mee die vraagt dat je serieus je werk doet. Volgens mij hoort daar ook bij dat de nationale vergaderzaal niet gebruikt wordt als nationale talkshowtafel of als studio die vooral goed is voor het opnemen van filmpjes die vervolgens verspreid worden op de socials. Waarom? Omdat het voor het vertrouwen in de politiek zo belangrijk is dat mensen zien dat er wordt gewerkt aan oplossingen voor problemen in plaats van dat we te veel bezig zijn met beeldvorming en met het eigen imago, of het nu gaat om dat van een persoon of om dat van een partij. Laat ik iets preciezer zijn: het zijn in mijn overtuiging toch de wat grotere debatten waarin dat voornamelijk gebeurde. Hier in de plenaire zaal was er, voornamelijk tijdens debatten met de fractievoorzitters, vooral ophef en gedoe. Ik mag vandaag alles zeggen, toch? Daarom zeg ik dit: hoe meer camera's, hoe lager de kwaliteit van het debat tussen de fractievoorzitters; zo leek het. Wij, alle andere Kamerleden, de gewone stervelingen zeg maar, hadden daar vervolgens ook last van. Want wij werden er ook op aangesproken op de verjaardagsfeestjes en in de sportkantine: "Waar zijn jullie nou mee bezig in Den Haag? Waarom maken jullie er zo'n puinhoop van en bedenken jullie geen oplossingen voor de problemen van mensen?" Zo is dat.
Bron, video en gesprek →De heer Van Nispen (SP): Maar tegelijkertijd — dat ziet bijna niemand — heb ik ook fantastische herinneringen aan de commissiedebatten in de wat kleinere zaaltjes, in mijn geval over juridische beroepen, strafrechtelijke onderwerpen en sportbeleid. Daar kon je met inhoudelijk gedreven en bevlogen collega's werken aan verbeteringen. Denk bijvoorbeeld aan de totstandkoming van het Wetboek van Strafvordering. We hebben daar als Kamer twee jaar over gedaan, met rapporteurs, inhoudelijke sessies en supergoede ondersteuning, vier wetgevingsoverleggen op maandagen en een plenaire afronding. De inhoud stond voorop. We sloegen elkaar de hersens niet in. We hebben een wetboek tot stand gebracht waar we de toekomst mee in kunnen. De media-aandacht daarvoor was nul komma nul. Dat is prima, want daar doen we het niet voor, maar dat is eigenlijk raar. Waarom wordt er vooral verslag gedaan van ophef, gedoe en de vraag wie er nu weer ruziemaakte met wie? Ik weet het antwoord wel, maar ik word daar niet echt vrolijk van. Het is voor het vertrouwen in de democratie volgens mij ook niet best. We hebben met de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening geprobeerd om de journalisten een spiegel voor te houden. Dat doe ik vandaag in alle bescheidenheid opnieuw. Want, zoals ik al zei: ik heb toch niks meer te verliezen. Ik zeg het gewoon. Doe niet allemaal op dezelfde manier verslag van de ophef van de dag, maar doe onderzoek naar de echte problemen in de samenleving. Vertel over de inhoudelijke plannen van alle Kamerleden hier, ook over die van de wat minder mediagenieke types. Stop met het kluitjesvoetbal. Houd jullie ogen op de bal. Het gaat om de inhoud, de bescherming van onze rechtsstaat en de problemen van mensen. Dat zou echt goed zijn. Jullie kunnen beter dan wat ik nu soms zie. Dat zeg ik tegen de journalisten en misschien wel vooral tegen de redacties. Ik ga zo langzamerhand richting een afronding, voordat ik iedereen tegen me in het harnas heb gejaagd. Want ik heb er ook echt enorm van genoten; de quote van zojuist was mooi. Had ik al gezegd dat het een enorme eer is om volksvertegenwoordiger te zijn? Ik denk dat ik dat al een keer of vijf gezegd heb, maar dat is ook gewoon echt zo. Het is wat het is. Je haalt signalen en verhalen op uit de samenleving en gaat in gesprek met mensen. In mijn geval ging het dan vaak om gevangenispersoneel, sociaal advocaten, gerechtstolken et cetera. Die zorgen vertaal je dan naar beleidsvoorstellen die je in debatten in kunt brengen. In die debatten kun je samenwerken met andere betrokken Kamerleden. Soms kon je, ondanks verschillen van mening, samen strijden voor hetzelfde. Ik ga hier nu geen namen noemen, want dan doe je altijd anderen tekort. Ik wil wel zeggen dat ik die samenwerking echt ongelofelijk heb gewaardeerd, vanwege de onderlinge persoonlijke verhoudingen, die vaak heel goed zijn, maar ook omdat we als instituut zo krachtig zijn als we samen een vuist maken. Ik noem het maken van een vuist tegen een minister die bepaalde informatie niet wil delen met de Kamer of die niet het noodzakelijke budget uit wil trekken voor iets belangrijks. We streden samen voor het algemeen belang. Dat deden we samen. Maar het kan echt nog beter. Dat wens ik ook de nieuwe Kamer toe. Voorzitter. Kamerleden kunnen hun werk niet doen zonder het harde werk en de inzet van al hun kundige beleidsmedewerkers. Die beleidsmedewerkers en fractiemedewerkers blijven meestal achter de schermen, maar ze zijn honderd procent onmisbaar. Dank jullie wel allemaal.
Bron, video en gesprek →De heer Van Nispen (SP): Daarbij zijn heel veel Kamerleden hun thuisfront heel veel dank verschuldigd, ik in ieder geval zeker. Bij mij heet ze Linda, maar ik denk ook aan Susan, Lonneke en Alben. Die mensen zijn wij heel veel dank verschuldigd. Jullie stelden ons in staat om dit te kunnen doen. Dank jullie wel!
Bron, video en gesprek →De heer Van Nispen (SP): Voorzitter. Als allerlaatste wil ik zeggen dat ik een beetje van de Tweede Kamer ben gaan houden. Dat is maar goed ook, want je bent er soms meer dan thuis. Ik heb misschien nog wel het allermeest genoten van het personeel in de Kamer: de schoonmakers, de beveiligers, de bodes en de griffiers, de medewerkers van het restaurantbedrijf en alle anderen. Jullie zijn fantastisch, vriendelijk, dienstbaar en rolvast. In een hectische en soms zelfs vijandige omgeving zorgden jullie er door de glimlach, het kopje koffie en de geweldige procedurele en inhoudelijke ondersteuning voor dat we ons werk konden doen en dat we ons hier vaak ook nog eens thuis voelden. Ik ga hier ook geen namen noemen, maar ik ga jullie nog wel het allermeeste missen. Daarom zou ik nog één keer een heel groot applaus willen voor alle fantastische mensen die bijdragen aan onze functionerende democratie. Dank jullie wel allemaal!
Bron, video en gesprek →