Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 van de begroting SZW 2025)
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Boomsma (NSC): Dank u wel, voorzitter. Wat betekent die modernisering dan? Misschien kan daarover toch een tipje van de sluier worden opgelicht. Betekent dit dat geen scholen meer kunnen worden opgericht met een religieuze of andere identiteit, of dat die niet kunnen voortbestaan? Waar gaat dit heen?
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): De PVV wijst op allerlei problemen rond integratie, zegt dat werken belangrijk is en wijst op de sociaal-culturele aspecten daarvan. Ik denk dat het heel goed is om de oververtegenwoordiging bijvoorbeeld in bepaalde vormen van criminaliteit te benoemen. Maar daarna ging hij ook specifiek in op Marokkanen in Nederland. Dan denk ik: moeten wij het dan niet hebben over Marokkaanse Nederlanders of gewoon Nederlanders? Het gaat immers over mensen met een Nederlands paspoort, met een Nederlandse identiteit, volgens mij. Hij zei ook dat er mensen zijn die hun eigen cultuur belangrijker vinden en ernaar streven om de Nederlandse cultuur te vervangen. Dat vind ik een opmerkelijke uitspraak en ik wil hem graag vragen om te onderbouwen waar die gedachte vandaan komt. Kijk, dat mensen aan hun eigen cultuur vasthouden, dat zien we overal. Maar dat ze er echt naar zouden streven om de Nederlandse cultuur te vervangen ... Ik vind dat je moet uitkijken met dit soort uitspraken en ik wil daar graag een reactie op.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Ik ken deze statistieken. Sommige daarvan zijn best zorgwekkend. Het is ook zorgwekkend dat mensen bijvoorbeeld vasthouden aan blasfemieverboden en dergelijke en dat ze die ook willen handhaven. Maar ik denk toch dat dit iets anders is dan bepaalde botsende opvattingen over bijvoorbeeld de sharia. Ik ben het helemaal met de heer Boon eens: we willen geen shariawetgeving hier. Maar ik denk toch dat dat iets anders is dan botsende opvattingen over bepaalde waarden die men zou willen vasthouden. Daarover wordt dan geconcludeerd dat men de Nederlandse cultuur zou willen vervangen. Ik zou toch willen vragen om te letten op het taalgebruik en op de manier waarop we hier spreken over integratie. Als je namelijk op deze manier spreekt, als je mensen te veel over één kam scheert en als je het hebt over Marokkanen, islamitische Nederlanders en dergelijke in brede zin, loop je het risico dat mensen zich juist meer gaan terugtrekken wat betreft hun eigen identiteit, en dat dit de integratie juist frustreert.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Dank aan mevrouw Becker voor haar betoog. Ik ben het over veel dingen met haar eens. Ze zei net wel "niet alle meningen zijn geoorloofd". Dat vind ik wel een opmerkelijk uitspraak voor een liberale partij. Ik denk toch dat we moeten hechten aan de Grondwet en aan het feit dat er een verschil is tussen een mening hebben, en die mening opdringen of opleggen aan anderen of de situatie waarin dit leidt tot discriminerend gedrag. Nee, oké, dan begrijpen we elkaar. Ik vind dat de VVD wel erg ver gaat in het onder vuur nemen van religie als geheel. Ik hoor bijvoorbeeld haar partijleider volgens mij letterlijk zeggen "religie hoort niet thuis in het openbare leven". Ik ben toch wel benieuwd naar een toelichting van de VVD op die uitspraak, want dat is er eentje waar ik het in ieder geval niet mee eens ben.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Maar dat is echt wel wat anders, als mevrouw Becker zegt dat het met name ging om opvattingen over homoseksualiteit. Ik denk zelf dat het wel heel erg onverstandig zou zijn om daarmee heel artikel 23 ter discussie te stellen. Ik schrok ook eigenlijk van wat mevrouw Tseggai zei. Zij verbindt het meteen met religieus extremisme. Dat is een van de redenen dat zij dat nu willen intrekken. Maar ik constateer in ieder geval dat wat niet alleen in de tweet van mevrouw Bikker, maar ook in de media is verschenen, namelijk dat de VVD zegt dat religie niet thuishoort in het openbare leven, niet klopt.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Dank u wel, voorzitter. Dit is mijn debuut in deze commissie. Ik zie uit naar de samenwerking. Dit gaat over inburgering en dat raakt ook de kern van de naam van mijn partij en van onze idealen. Nieuw Sociaal Contract staat voor een Nederland als een zorgzame samenleving van vrije burgers die verantwoordelijkheid nemen, niet alleen voor zichzelf en hun eigen groep, maar voor elkaar en voor hun omgeving als een gemeenschappelijk thuis. Wanneer doen mensen dat? Dat doen mensen als ze weten dat ze er onderdeel van zijn en erbij horen, als zij zich onderdeel weten van een gedeeld verhaal. Nederland is niet een neutraal stukje real estate. Het is een historisch gegroeide cultuurgemeenschap die de westerse beschavingstraditie als fundament heeft, maar openstaat voor nieuwkomers. In zijn rede Wat is een natie? gaf de Franse schrijver Ernest Renan eind negentiende eeuw zijn beroemde definitie: wat mensen samenbrengt als land, wordt niet bepaald door afkomst of etniciteit, wordt niet bepaald door religie of natuurlijke geografische grenzen of handelsrelaties, maar door de dagelijkse ontmoeting en de wil om samen te leven die verleden en toekomst met elkaar verbindt, door samen grootse dingen te hebben gedaan in het verleden en het verlangen om samen nog grootse dingen te doen en tot stand te brengen in de toekomst. Nou, dat is de geest die wij moeten oproepen. En dat is ook de uitgestoken hand die wij moeten bieden. De naam "Nieuw Sociaal Contract" gaat over het herstel van de relatie tussen overheid en burgers, maar dat contract gaat ook uit van een gemeenschappelijk wij. Zoals elk contract gaat het gepaard met rechten en plichten. Nederland is een van de oudste burgerlijke samenlevingen van de wereld. Wie zich hier vestigt, krijgt toegang tot unieke en enorm zwaarbevochten vrijheden en rechten, zoals het recht om stichtingen, scholen, nieuwe partijen of bedrijven op te richten en het recht om te geloven of niet te geloven. Maar die vrijheid gaat gepaard met de plicht om die ook aan anderen te gunnen. Onderdeel worden van het sociaal contract hier is niet vrijblijvend, maar vraagt veel van nieuwkomers. Het vraagt dat ze hun best doen om werk te vinden en de taal te leren. Het vraagt ze uiteraard om onze wetten te respecteren, maar ook om zich in grote lijnen aan te passen aan de hier geldende normen en waarden. Integratie komt niet in alle opzichten van twee kanten. Als een Nederlander naar Chili of naar Vietnam verhuist, moet hij ook niet verwachten dat Chilenen of Vietnamezen zich aanpassen aan hem, maar andersom. Het vraagt wel wat anders van de autochtone bevolking, namelijk dat ze nieuwkomers echt de kans geven en hen echt accepteren en verwelkomen. Het vraagt ook van iedereen inzet om zich bewust te worden van mogelijke vooroordelen en om mensen niet te reduceren tot hun groep, maar ze te beoordelen als individu en ook als zodanig aan te spreken. Discriminatie ondermijnt het sociaal contract en wat in de begroting wordt aangeduid als sociale samenhang. Voorzitter. Wat het sociaal contract ook ondermijnt en de polarisatie vergroot, is in de eerste plaats geweld op straat, zeker geweld dat onbestraft blijft en de veiligheid van één groep, de Joodse gemeenschap, zo onder druk zet. De antisemitische klopjacht in Amsterdam van twee weken geleden bracht diepe breuklijnen in onze samenleving aan het licht. De discussie ging daarna veel over de toon en de woorden die zijn gebruikt om de situatie te duiden en over de reacties. Vervolgens was er heel veel wantrouwen over en weer. Dat leidt tot meer vervreemding en leidt ook af van oplossingen. Wat we daartegenover moeten stellen is begrip en goede wil zonder de feiten te verdraaien. Aan de ene kant moeten we proberen te begrijpen dat als mensen zien dat het bij die zelfbenoemde Jodenjacht naar alle waarschijnlijkheid gaat om Nederlandse mannen met een migratieachtergrond uit islamitische landen, het onvermijdelijk is dat veel mensen denken: we hebben een probleem met de integratie. Het is dan onvermijdelijk dat ze die zorg ook uiten, zeker als vervolgens een rapper in Paradiso zegt "Marokkanen bedankt" en dat met groot gejuich wordt ontvangen. Maar we moeten tegelijkertijd ook begrip opbrengen voor Nederlanders met bijvoorbeeld een Marokkaanse achtergrond die er last van hebben als ze zich moeten verantwoorden voor iets waar ze niks mee te maken hebben gehad en die opeens worden aangekeken met wantrouwen. Het risico is dan dat mensen zich juist meer gaan terugtrekken in hun eigen identiteit. Ik denk dat de opmerking van de staatssecretaris dat islamitische jongeren voor een groot deel onze Nederlandse normen en waarden niet onderschrijven ook niet heeft bijgedragen aan het klimaat. Ik wil hem toch vragen om daarop te reflecteren. Aan de andere kant moeten we ook niet blind zijn voor het feit dat sommigen wel heel snel het narratief wilden omdraaien om zelf een slachtofferrol te claimen. Dat hoorde ik eerlijk gezegd ook in het betoog van mijn collega van DENK. Voorzitter. Integratie en herstel van vertrouwen vergen in ieder geval als absolute voorwaarde dat het gezag wordt hersteld op straat en dat geen enkele groep het idee krijgt dat ze met geweld en intimidatie de baas kunnen spelen en hun wil kunnen opleggen. Wij moeten de Joodse gemeenschap beschermen en de veiligheid herstellen. We moeten ook proberen om de vicieuze cirkel van wederzijds wantrouwen te doorbreken door niet steeds alles wat wordt gezegd of gedaan op een zo slecht mogelijke manier te interpreteren en elkaar niet de hele tijd hele slechte intenties toe te dichten. Dat draagt ook niet bij. Laten we ook niet vergeten dat de meeste jongeren in Nederland met een migratieachtergrond inderdaad niet aan het rellen waren, zich wel aan de wet houden, meedoen en gewoon een goed leven willen. Heel veel migranten zijn een verrijking voor onze samenleving. Tegelijkertijd moeten we constateren dat er gewoon nog hardnekkige problemen spelen. Dat blijkt ook uit het rapport van het CBS dat nu voorligt. Het is heel goed om te zien dat er ook wel positieve trends waar te nemen zijn als het gaat om onderwijs en werk. Daar is al veel over gesproken. Tegelijkertijd zijn bepaalde problemen gewoon hardnekkig. Ik vond het teleurstellend om te lezen dat mensen met een migratieachtergrond bijvoorbeeld minder vrijwilligerswerk doen, want dat is juist zo belangrijk om deel te nemen aan de samenleving. Ik vond hoofdstuk 8 ook interessant. Dat ging erover hoe belangrijk het is dat kinderen van migranten bij het opgroeien al veel Nederlands spreken en in een netwerk zitten waar ze dat horen. Ik vroeg me af of er vanuit het kabinet en de staatssecretaris nog een reactie komt op dit rapport en die bevindingen. Voorzitter. Dan wil ik drie elementen met betrekking tot integratie nog kort toelichten. Het gaat om het leren van de taal, om werk en om het delen van normen en waarden en een algeheel gevoel van verbondenheid. Ten eerste het leren van de Nederlandse taal. Gemeentes hebben eerder aangegeven dat ze te weinig middelen hebben voor inburgering en taalonderwijs. In mijn tijd als gemeenteraadslid in Amsterdam ben ik ook vaak tegen die problemen aangelopen. Ik wil dus graag een reactie op de vraag hoe het nu zit met de aanbestedingen voor taalonderwijs en wat het effect is van het schrappen van de bezuiniging op de VrIP-subsidies bij het COA aan de balies. Ik wil ook weten welk deel van de inburgeringsplichtigen nu wel toegang heeft tot een volledig taalaanbod. Hoe staat het nu met dat aanbod? Wat zijn grote bottlenecks en problemen daarbij? Bij gebrek aan leerkrachten of middelen zou je ook moeten denken aan een systematiek waarbij iets minder klassikale uren worden geboden en er iets meer mogelijkheden zijn voor online cursussen. Worden de mogelijkheden van online modules nu voldoende benut? Zijn die beschikbaar en tellen die ook mee? Heeft de staatssecretaris ook zicht op de eis dat mensen met een bijstandsuitkering inderdaad werken aan het verbeteren van hun kennis van de Nederlandse taal? Hoe wordt daar nu op gehandhaafd? Ik ben het helemaal eens met mevrouw Becker; daar moeten we ook zeker mee doorgaan. Hoe wordt dat dan gemonitord? Welke subsidies zijn er nu? Zijn die in kaart gebracht voor het taalaanbod voor arbeidsmigranten? Wat kunnen bedrijven daar zelf aan doen? Voorzitter. Dan over werken. Aan het werk gaan is uiteraard de beste manier om onderdeel van de samenleving te worden. Dat is ook de beste manier om de taal te leren. Bij de behandeling van de begroting Asiel en Migratie heb ik al een motie ingediend om te kijken of de tewerkstellingsvergunning voor asielzoekers kan worden afgeschaft, kan worden vervangen door een meldplicht, of in ieder geval sterk versimpeld kan worden. De informatie die het UWV krijgt via het van tevoren aanvragen van een vergunning, kun je ook krijgen via een melding. Dat bespaart gewoon tijd. Dat bespaart ook bureaucratie voor de bedrijven. De tijd die wordt bespaard, kan ook beter worden gebruikt voor de tewerkstellingsvergunning voor andere werknemers van buiten de EU. Bij de asielzoekers en statushouders is er bovendien vanuit het COA al enig toezicht op waar de mensen wonen. Hierbij geldt wel dat het voor asielzoekers bij wie de kans klein is dat ze kunnen blijven, beter is dat ze niet gaan werken. Hoe staat het met de uitvoering van die motie? En hoe staat het nu met de uitvoering van het plan van aanpak statushouders aan het werk? Wat is nu de voortgang sinds de update in maart? Is dit inderdaad de koers die de staatssecretaris verder inslaat? In negentien arbeidsmarktregio's zijn regionale verbinders voor statushouders actief. Maar hoe staat het nu met de uitrol naar de overige arbeidsmarktregio's? Het is goed dat er subsidieregelingen zijn om een impuls te geven aan werkgevers om de statushouders duurzaam in dienst te nemen. Maar in hoeverre wordt er nou van die subsidieregeling gebruikgemaakt? Is die regeling voldoende bekend bij werkgevers? Voorzitter. Mijn laatste blokje gaat over de aansluiting op Nederlandse en westerse normen en waarden. Die komt ook terug in de verschillende brieven en onderzoeken die mede zijn geagendeerd. Een van de problemen die we zien, is dat jongeren in het algemeen, maar ook specifiek jongeren met een migratieachtergrond, veel worden blootgesteld aan online propaganda. Op straat zijn er veel jongerenwerkers, maar in hoeverre hebben we zicht op wat er online gebeurt? Is het niet belangrijk om meer te focussen op wat er online allemaal wordt gedaan? Moet je daar ook niet jongerenwerkers inzetten? Dan het rapport over de Turkse diaspora. Mevrouw Becker had het daar ook al over. We hebben nu een reactie gekregen op dat eerste rapport, maar welke stappen gaat de staatssecretaris nu ondernemen op basis van die conclusies? Ik vond het opvallend om te lezen dat ruim 64% van de Turks-Nederlandse gemeenschap zich primair met Turkije identificeert. We zien gelukkig wel dat dit percentage lager is onder jongeren en dat dit ook afneemt. Veel jongeren zien Turkije meer als een vakantieland. Maar het meest schokkende vond ik dat een kwart van de mensen zegt zich onveilig te voelen vanwege Turkse invloed in Nederland. 43% zou graag zien dat de Nederlandse overheid hen beter beschermt tegen ongewenste inmenging en intimidatie vanuit Turkije. Dat vind ik een buitengewoon zorgwekkend signaal. Ik wil graag weten hoe het kabinet daarmee omgaat. Wat gaan we doen om mensen te beschermen tegen die ongewenste beïnvloeding? Ik vond het ook interessant om te lezen dat 49% vindt dat moskeeën niet door buitenlandse imams zouden moeten worden geleid. Inmiddels is ook het tweede deel van dit onderzoek verschenen. Dat kwam volgens mij twee weken geleden uit. Hierin wordt ook specifiek gewaarschuwd voor het risico van nieuwe botsingen. Het lijkt me goed als het kabinet ook met een schriftelijke reactie op dat tweede deel van het rapport komt. Ik vraag me ook af wat nu de status is van de plannen voor een Nederlandse imamopleiding. Eerdere plannen daartoe zijn om allerlei redenen gesneuveld. Ik denk nog altijd dat het beter is als die optie wel bestaat of wordt ontwikkeld, zeker als veel moskeeën worden aangestuurd vanuit de Turkse overheid. In Oostenrijk is een aantal jaar geleden een wet ingevoerd over hoe je omgaat met religieuze organisaties en specifiek met de islam. Dat ging ook over de inzet van lokale imams. Dat schijnt daar best goed te werken. Misschien kan het kabinet daarop reageren. In hoeverre biedt die wet aanknopingspunten voor Nederland? Dan heb ik nog een vraag. Het onderzoek naar het Turkse diasporabeleid was interessant, maar is het niet een idee om een vergelijkbaar onderzoek te doen naar bijvoorbeeld het beleid van Eritrea? Er zijn namelijk ook veel signalen geweest van inmenging door de Eritrese overheid. Is het niet goed om dat dan ook te doen? Voorzitter. Deelnemen aan deze samenleving betekent ook grenzen stellen aan bepaalde vormen van groepsdwang. Ik vond het schokkend om te lezen dat 41.000 vrouwen genitale verminking hebben ondergaan, maar met name ook dat 4.200 meisjes in Nederland risico lopen op dit moment. Wat wordt er gedaan om dat te voorkomen, om die meisjes te beschermen en om dat te monitoren? Hoe vaak is de afgelopen jaren bijvoorbeeld geconstateerd dat dit is gebeurd, dus dat we dit niet hebben kunnen voorkomen, en hoe vaak is vervolgens opgetreden tegen de ouders? Voorzitter. Honderden vrouwen met een Nederlands paspoort leven in huwelijkse gevangenschap, ook buiten Nederland. De organisatie Femmes for Freedom heeft gewezen op de ellende die kan ontstaan als vrouwen vervolgens hun nationaliteit verliezen omdat ze al die jaren gevangen werden gehouden in het buitenland. Zij pleiten er ook voor om te helpen en dat wij dus niet zeggen: ja, dan verlies je je nationaliteit. Ze zijn slachtoffer. Ze pleiten er dus voor om te helpen om de Nederlandse nationaliteit, de verblijfsstatus, te herstellen als het verblijf in het buitenland onvrijwillig was. De oproep is ook om ervoor te zorgen dat ze terechtkunnen bij Nederlandse ambassades daar, dat ze per direct in veiligheid worden gebracht en dat ze juridische en consulaire hulp krijgen om terug te keren naar Nederland. Hoe ziet het kabinet dat? Voorzitter. Sociale samenhang gaat ons allemaal aan. Integratie en inburgering zijn in die zin niet alleen iets voor nieuwkomers, maar voor alle generaties. Elke generatie is, in de woorden van José Ortega y Gasset, een soort verticale invasie van barbaren, in de zin dat je kinderen moet opvoeden. Want anders worden het barbaren. Maar om die lotsverbondenheid, dat verhaal van wat wij delen in de samenleving, te benadrukken, zijn ook rituelen nodig. Daarom wil NSC twee voorstellen doen. Ten eerste zou NSC de waarde van 5 mei als een dag om onze vrijheid te vieren, willen benadrukken. Kan de staatssecretaris de mogelijkheden in kaart brengen om daarvan ook echt een vrije dag te maken? Ten tweede. Jongeren die in Nederland de stemgerechtigde leeftijd behalen, worden volwaardig staatsburger van Nederland, met alle rechten en plichten die daarbij horen. Die rechtsstatelijke en democratische waarden vormen de basis van ons sociaal contract, maar heel veel jongeren stemmen niet. Ik denk dat het goed zou zijn als we manieren bedenken om het besef en de betekenis daarvan te verdiepen en te markeren, bijvoorbeeld door jongeren die 18 worden en die dus volwaardig staatsburger worden een brief te sturen, bijvoorbeeld van de regering of de gemeente, de burgemeester, met felicitaties, maar ook met een aansporing en een uitleg van wat dat betekent. Ik denk dat het beste zou zijn om een boekje te laten samenstellen — dat kan een kort boekje zijn — dat ingaat op de vrijheid, en de verantwoordelijkheid, rechten en plichten van het staatsburgerschap van Nederland, en hoe die tot stand zijn gekomen. Dat gaat dus over de geboortepapieren van Nederland. Daarmee kan daar specifiek aandacht aan worden besteed en een appel worden gedaan op jongeren. De specifieke invulling daarvan kun je aan gemeentes overdragen, maar dat idee wil ik hier dus wel opperen. Ik denk dat dat een waardevolle bijdrage zou kunnen zijn. De afgelopen jaren is bij integratie en inburgering heel erg de nadruk gelegd op allemaal dingen die je moet, in een bepaalde negatieve sfeer, terwijl het ook iets heel positiefs is. Het moet een uitgestoken hand bieden, zo van: wees welkom en word onderdeel van deze vrije samenleving. Tot zover.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Ja, dank u, voorzitter. Ik had nog twee andere vragen. Maar ik was ook heel snel aan het praten omdat ik vlak voor de lunch zat, dus misschien kan ik die nog even herhalen hier?
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Ik had één vraag specifiek over vrouwelijke genitale verminking, dat we lezen dat er nu 4.200 meisjes risico lopen. Ik had gevraagd in hoeverre dat al geconstateerd is, in hoeverre ouders daar al op zijn aangesproken, en wat er precies gebeurt. Ik wil echt graag op een rij hebben wat er nu wordt gedaan om die meisjes te beschermen en om dat te voorkomen. Ik heb in Amsterdam veel gehoord dat er wordt gezegd "we hebben van allerlei programma's", maar het gebeurt nog steeds. Dus die had ik nog. En dan had ik nog een vraag over de zogenaamde "dochterregeling", het plan waar Femmes for Freedom ook aandacht voor had gevraagd. Mensen, vrouwen, die slachtoffer zijn van huwelijksdwang in andere landen verliezen hun Nederlandse nationaliteit omdat ze een tijd gevangen hebben gezeten. Dus graag een voorstel om die te hulp te schieten.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Dank, voorzitter. Twee moties. De eerste.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): De tweede motie.
Bron, video en gesprek →De heer Boomsma (NSC): Nee, ik miste nog een toezegging. Ik had namelijk ook de toezegging gekregen dat er, omdat dit in overleg met VWS moet gebeuren, later zou worden teruggekomen op genitale verminking bij vrouwen.
Bron, video en gesprek →