Voortgang en evaluatie missies
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Olger van Dijk (NSC): In het begin dacht ik dat ik een heel eind mee kon gaan in het betoog van collega Pool van de PVV, maar aan het eind gaat er wat mij betreft toch wel iets mis als het gaat over de bijdrage in Bosnië en vooral de focus op het bewaken van de Nederlandse grenzen. Moet ik de heer Pool dan zo begrijpen dat hij eigenlijk geen enkele bijdrage buiten Nederland zou willen leveren? Ik hoorde hem aan het begin van zijn bijdrage namelijk ook iets anders zeggen.
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Waarom is de heer Pool dan specifiek tegen die bijdrage in Bosnië? Zou hij bijvoorbeeld wel zijn voor een uitbreiding van de bijdrage in Polen, waar we nu vanuit de lucht een heel nuttige bijdrage leveren aan het beschermen van een trainingsmissie daar?
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Collega Nordkamp zet helder neer dat GroenLinks-Partij van de Arbeid iets positiever — of wat waren zijn woorden? — staat tegenover deelname aan missies. Voor Bosnië kan NSC dat echt wel goed meemaken. Tegelijkertijd is er wel een opgave. We moeten kiezen. De heer Nordkamp constateerde zelf ook al dat we hoofdtaak één nu wel serieus moeten nemen. We hebben eerder natuurlijk een brief gevraagd aan het kabinet, om te bekijken hoe we met dat in de hand keuzes kunnen maken. In dit debat zou ik, voor de verkiezingen, wel van GroenLinks-Partij van de Arbeid helder willen krijgen waar die keuzes gemaakt worden. Wat gaan we dan minder doen?
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Ik ga 'm toch verbranden, voorzitter, want dit is een belangrijk punt. Uiteindelijk is die capaciteit toch beperkt. Ik ga niet mee in de hetze van collega Pool tegen de genderadviseur, maar ergens is het natuurlijk wel een punt in hoeverre een enkele bijdrage efficiënt is. Als je die voortgangsrapportages leest, zie je dat onze bijdrage enorm versnipperd is. We doen dat op meerdere plekken, en niet alleen met die genderadviseurs; ik zou het graag willen verbreden. Is de heer Nordkamp het dan niet toch ook met ons eens dat we er goed naar moeten kijken of we niet meer focus kunnen aanbrengen in onze deelname en die kleinere bijdrage misschien toch moeten heroverwegen?
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Dank u wel, voorzitter. "Politiek is bijna net zo spannend als de oorlog, en net zo gevaarlijk. In de oorlog kun je maar één keer gedood worden, maar in de politiek vele malen." Zo sprak Winston Churchill. Ik moet bekennen dat ik deze woorden wel herken. Maar het is een voorrecht ook vandaag het Nederlandse volk weer te mogen representeren, al is dit vandaag mijn laatste commissiedebat als NSC-Kamerlid. Het is mooi om dat dan wel te kunnen doen over zo'n belangrijk onderwerp als onze missies. We praten over veel in dit huis, maar veel betekenisvoller dan de inzet van onze mannen en vrouwen in het buitenland om vrede en veiligheid dichterbij te brengen, wordt het niet. Om te beginnen spreek ik dan ook graag mijn grote waardering uit voor de inzet van onze mensen. Voorzitter. Het is belangrijk om ook te leren van de vele missies die worden uitgevoerd. Denk aan de lessen van Srebrenica en Hawija. In maart 2024 is toegezegd dat er uiterlijk medio juni 2024 schriftelijk over de leercyclus van uitgevoerde missies en lopende conflicten aan deze Kamer zou worden gerapporteerd. Het staat nog altijd open. Vandaag vraag ik opnieuw om de toezegging dat dit voor de begrotingsbehandeling van Defensie 2026 toch zal gebeuren. Voorzitter. Politiek is kiezen; we hadden het er al over. De rapportage over overige missies roept bij mij de vraag op in hoeverre de Nederlandse inzet niet te versnipperd is. Het gaat soms om de bijdrage van maar één stafofficier. Kunnen we dan echt impact maken, is mijn vraag aan de minister van Defensie. Uit de rapportage blijkt dat het ontbreken van een duidelijke missiestructuur een belemmering voor de effectiviteit van de Nederlandse bijdrage vormt. Ik zou graag een reflectie van de minister ontvangen, ook op de vraag of dit aspect niet een grotere rol moet spelen bij de afweging van de vraag of er wordt deelgenomen. Dan de oostflank, want daar is de situatie zacht gezegd gespannen. Incidenten volgen elkaar in rap tempo op. Op 10 september hebben de Nederlandse F-35's boven Polen Russische drones afgeschoten. Kunnen beide ministers iets zeggen over het actuele dreigingsbeeld daar? In hoeverre is de missie om die trainingsmissie NSATU in Polen vanuit de lucht te beschermen nog goed toegerust? Is er misschien een alternatief, al dan niet te ontwikkelen, voor het uit de lucht schieten van goedkope drones met peperdure F-35-raketten? Dat voelt namelijk toch een beetje als het bestrijden van een mug met een kalasjnikov. Wordt er ook concreet overwogen de bijdrage aan die missie te wijzigen? Wat is nu de verhouding met die nieuwe missie Eastern Sentry en natuurlijk met het initiatief van Von der Leyen ten aanzien van de dronemuur en de eventuele Nederlandse bijdrage daaraan? Voorzitter. Er wordt al lange tijd gesproken over de eventuele inzet van Nederlandse militairen na een bestand tussen Rusland en Oekraïne. Het kabinet sluit naast luchtmacht, marine en trainingseenheden nadrukkelijk de landmacht niet uit. NSC heeft zeker over die landmachtsdeelname nog vragen. Hoe verhoudt zich die tot die 300 militairen die nu deel uitmaken van de multinational battlegroup in Litouwen? Is het kabinet bereid om ook naar varianten te kijken waarbij die bijdrage wordt gezien als de landmachtbijdrage, al dan niet uitgebreid? Ik vraag om een bevestiging, heel belangrijk, dat de onlangs aangenomen motie van collega Dobbe wordt uitgevoerd. Het verzoek is dus om geen toezeggingen te doen aan de coalition of the willing zonder expliciete toestemming van het Nederlandse parlement. Voorzitter, dan tot slot nog Irak. We blijven betrokken bij de anti-ISIS-coalitie. Dat is op zichzelf heel goed en logisch, maar kan de minister aangeven wat de invloed is van de huidige instabiele situatie in Syrië? Kan dat Irak destabiliseren? Wat betekent dat voor onze bijdrage in Irak? Zal die dan langer moeten zijn dan nu voorzien, wat tot september 2026 is? En wat gebeurt er anders? In de rapportage lezen we dat Nederland betrokken is bij activiteiten rond de re-integratie van Irakezen die uit Syrië komen. Kan de minister verduidelijken wat dat dan precies inhoudt? Om welke groepen gaat het? Wat is dan precies het beoogde effect? Voorzitter. Rest mij deze minister heel veel wijsheid te wensen bij de bescherming van de Nederlandse belangen. Ik hoop dat hij dat doet volgens de lijfspreuk van ons Korps Mariniers, qua patet orbis, oftewel "zo wijd de wereld strekt". Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Dan heeft de heer Pool mij niet helemaal begrepen, denk ik. Ik roep in mijn bijdrage juist op om te kijken naar meer focus en om kritisch te zijn, niet alleen op deze bijdrage, als u me goed beluistert, maar ook op andere bijdragen van een enkele stafofficier. Dat is echt op meer plekken het geval, weet ook de heer Pool als hij die rapportage leest. Ik denk dat je er heel kritisch op moet zijn wat het effect en de bijdrage zijn. Wij hebben dus ook vragen bij de concrete bijdrage die heer Pool noemt, maar nogmaals, ook breder dan alleen die enkele adviseur.
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Dank voor de vraag, want die geeft mij de gelegenheid om het nog iets breder toe te lichten. Ik heb in mijn inbreng wel degelijk naar voren gebracht dat we nu op tientallen plekken bijdragen aan missies en dat NSC echt vragen heeft over die versnipperde inzet. Wij vragen dus heel nadrukkelijk aan deze minister om heel kritisch te kijken wat de meerwaarde is van een aantal missies waaraan we maar met een enkele stafofficier meedoen. Dat is wel degelijk een invulling van de focus die we zelf hebben bepleit. In tweede instantie zul je, als je meedoet, natuurlijk ook moeten kijken hoe je dan meedoet. De oostflank is heel erg belangrijk, maar ook daarover hebben wij naar voren gebracht, ook in het plenaire debat, dat we moeten focussen op de elementen waar Nederland heel effectief aan kan bijdragen. Je hebt uiteindelijk maar beperkte capaciteit en je zult keuzes moeten maken.
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Als er een missie is, is er altijd een doel. Dat doel kun je kwantificeren. Je kunt duidelijk maken wat je wilt bereiken. We zien nu dat als er dingen misgaan — denk aan Srebrenica; ik heb ook Hawija genoemd — er allerlei rapportages komen en we dan uiteindelijk aan die lessen toekomen. Bij Srebrenica hebben we het dan natuurlijk over het gebrek aan luchtsteun en bij Hawija over de inlichtingenpositie. Maar het punt waar deze Kamer eerder aandacht voor heeft gevraagd en dat ik heb willen herhalen, is dat je van elke missie iets zou kunnen leren en daar ook iets uit zou kunnen halen. Ik denk zelf: als je gaat evalueren, kijk dan ook of de inzet die je hebt geleverd heeft bijgedragen aan wat je hebt beoogd. Daarom was mijn punt: zou je dan wel moeten bijdragen met misschien maar een enkele stafofficier, als ook het doel van de missie bijvoorbeeld weinig duidelijk is?
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Dit is ook een mooie vraag. Ik denk dat de doelstellingen van missies uit het verleden heel erg uit elkaar liepen en dat de ene missie zich ook veel meer leent voor concrete doelen dan de andere. We weten allemaal nog wel dat het bij de missies in Afghanistan ook heel erg ging over wederopbouw, scholen, het aantal meisjes dat onderwijs had gekregen en dat type onderzoek. Uiteindelijk is dat in zo'n missie wel degelijk te kwantificeren en duidelijk te maken. Als je het hebt over het beschermen van een oostgrens of luchtsteun, kun je concreet zien of dat tot actie heeft geleid. Maar er zit dus wel heel veel verschil in. Het gaat mij erom dat je vanuit de doelen een soort leercyclus hebt en kijkt wat het effect is. Als je die missies met elkaar vergelijkt, kun je misschien tot meer eensluidende conclusies komen waar je ook echt van kan leren voor de toekomstige inzet bij missies.
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Ik wachtte even, omdat er natuurlijk twee vragen van mijn kant waren. Overigens dank aan de minister voor de toezegging om ook vanuit die werkgroep Leren van conflicten een schriftelijke terugkoppeling te willen geven voor de begrotingsbehandeling 2026 van Defensie. Toch nog wel even over de versnipperde inzet en de inzet van een enkeling bij een missie. Ik heb de minister goed gehoord. Ik denk dat ik zijn argumenten voor een groot deel ook wel kan volgen, namelijk dat het een strategisch belang kan zijn, als ik het heel goed heb begrepen. Nou moet ik me inhouden om niet het voorbeeld van de heer Pool te gebruiken, maar is dat ook een concrete … Mijn vraag is eigenlijk heel concreet: als je daar inderdaad voor kiest, zou een aspect daarvan dan niet moeten zijn dat je hard kunt maken dat er sprake is van een strategische informatiepositie? Zou de minister kunnen zeggen of dat echt het geval is en kan hij daar anders in ieder geval kritisch op zijn bij toekomstige enkelingen die deelnemen?
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): En toch ga ik het doen, omdat ik dit heel wezenlijk vind. Ik vind echt dat de minister het goed schetst, met gevoel voor de verantwoordelijkheden en voor hoe je het moet doen. Tegelijkertijd is dit wel een groot punt. We kennen het precedent van de Turken, die na zeventien seconden het vliegtuig van Rusland uit de lucht schoten. Dit betrof twaalf minuten. Mag ik de minister zo begrijpen dat in ieder geval de optie om het wél te doen en geloofwaardig te doen, nadrukkelijk in beeld moet blijven? En, ten tweede, is er in dat spectrum nog iets mogelijk om die dreiging op te voeren als het over een schending van het luchtruim gaat, zoals dat bij de marine wel het geval is met het waarschuwingsschot?
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Goed om dit te horen. Dank. Ik ben ook blij met de opmerking van de minister dat we daar blijvend betrokken zullen zijn. We moeten ons namelijk geen illusies maken: ook volgend jaar is het niet stabiel in Irak of in de regio. Voor zover ik weet, is voorzien dat onze bijdrage eindigt in september '26, dus binnen een jaar vanaf nu. Mag ik de minister dan ook zo begrijpen dat we wel nadrukkelijk bekijken of we daar, met een beperkt aantal mensen, langer betrokken zullen blijven?
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de zorgvuldige beantwoording zojuist. Ik ben blij met de toezegging om voor de begroting van Defensie voor 2026 nog eens goed te kijken naar de lessen die geleerd zijn, en daar schriftelijk op terug te komen. Twee punten nog: Irak en de oostflank. Volgens mij heb ik de minister goed begrepen. Bij Irak bestaat het natuurlijk uit twee onderdelen, NMI en Operation Inherent Resolve. De inzet is in ieder geval om daar inderdaad langduriger bij betrokken te zijn dan nu voorzien is, tot september 2026. Ik denk ook dat dat heel verstandig is, vanwege de capaciteitsopbouw. Dat is een kwestie van de lange adem. Op het punt van de oostflank heb ik van de minister begrepen dat er vanwege de actuele dreiging concreet wordt overwogen om meer F-35's die kant uit te sturen. Wij hebben nu eenmaal die F-35's, die we kunnen leveren. Misschien kan dat nog wat concreter. Ik denk dat het wel belangrijk is om scherp te krijgen of we daar binnenkort iets over kunnen verwachten. Die vraag stel ik dus nog wel aan de minister. Tot slot de dronemuur. Ik heb de minister goed begrepen. Ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid: de NAVO natuurlijk voor het initiatief, de EU wat betreft de capaciteitsopbouw. Wij hebben natuurlijk een leidende rol bij counterdrones. Maar vanuit die verantwoordelijkheid ... Deze minister levert natuurlijk een bijdrage in beide gremia. Zou hij in ieder geval in die gremia ervoor willen pleiten dat aan te jagen, om die ontwikkeling vorm te geven? Wij denken namelijk dat dat wel nodig is. Tot zover, voorzitter. Dank.
Bron, video en gesprek →De heer Olger van Dijk (NSC): Heel praktisch. Volgens mij hebben we nog een schriftelijk overlegje ergens in oktober. Krijgt de Kamer een update van wat er op 8 oktober wordt besproken? Wat betekent de Eastern Sentry gezien vanuit de lopende initiatieven? Want dit is natuurlijk een nieuw initiatief. Ik denk dat het goed is dat de Kamer daar wel over geïnformeerd wordt in oktober.
Bron, video en gesprek →