Iran
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Tom Berendsen
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Berendsen: Dank u wel, voorzitter. De minister-president heeft namens het kabinet al heel veel vragen beantwoord. Ik heb vier blokjes. Ik begin met het blokje consulair, dan nog een aantal detailvragen over de situatie in Iran, dan de ontwikkeling in de regio en tot slot een apart blokje over de veranderende wereldorde. Allereerst consulair. Zoals de premier al stelde, zijn we vanaf het begin bezig geweest met de veiligheid van de Nederlanders in de regio. We zijn eerst bezig geweest met opschalen. Dat betekent dat we in het begin meteen het crisiscentrum hebben opgeschaald. We hebben daarnaast vluchten ingezet en Defensie bijgeschakeld. Zo hebben we steeds verder controle gekregen op de repatriëring en het veilige vertrek van Nederlanders uit de regio. We hebben in contact met de Golfstaten ook volop aandacht besteed aan hulp voor mensen uit de regio. Het is een moeilijke operatie, omdat het niet alleen gaat om het veilige vertrek van de vluchten. Deze operatie heeft namelijk ook te maken met de vraag hoe je mensen met bussen veilig op locatie krijgt. Om een beeld te geven: 6.000 gestrande Nederlanders voldeden aan de voorwaarden voor repatriëring. Het gaat dan om gestrande reizigers die woonachtig zijn in Nederland en de Nederlandse nationaliteit hebben. Op dit moment hebben sowieso al duizenden mensen zelfstandig veilig de regio verlaten. Onze schatting is dat dat er ongeveer 3.000 zijn. Een kleine 1.000 mensen hebben laten weten nu niet gerepatrieerd te willen worden of geen gebruik te willen maken van de mogelijkheden die wij bieden. Ongeveer 1.000 mensen hebben via de hulp van BZ, of in aanvulling daarop via Defensie, het gebied verlaten. Dat betekent dat we op dit moment nog kleine groepen gestrande Nederlandse reizigers in de regio hebben. Om daar een beeld van te geven, ga ik ze even opnoemen. Dat doe ik vooral om een beeld te geven van hoe verspreid zij over de regio zitten. De cijfers kunnen nog steeds fluctueren, maar naar schatting gaat het om 3 mensen in Bahrein, 32 in Irak, 18 in Iran, 44 in Israël, 17 in Jordanië, 7 in Koeweit, 71 in Libanon, 10 in Qatar, 10 in Saoedi-Arabië en 200 in de Verenigde Arabische Emiraten. Op dit moment gaan wij dus van het steeds verder opschalen naar een nieuwe fase, namelijk maatwerk bieden aan de mensen die op al die verschillende locaties zitten. We zijn daarvoor in contact met de ambassades. We doen ook belacties, ook automatische belacties, zodat mensen zich kunnen afmelden op het moment dat ze al veilig uit de regio vertrokken zijn. Ik doe nogmaals de oproep: ben je veilig uit de regio vertrokken, laat dat de ambassades en het ministerie dan weten. Op die manier kunnen we ons echt richten op de mensen die op allerlei verschillende plekken nog steeds met grote zorgen zitten te wachten op hulp en op een signaal over hoe ze op een veilige manier de regio kunnen verlaten. Dat betekent dat we nu maatwerk aan het leveren zijn voor die kleine groepen. Ik wil daarbij ook nog vermelden dat ons verzoek is geweest dat het Defensievliegtuig gewoon in de regio blijft, en dat dat ook gebeurt. Zo kunnen we dat nog inzetten als dat noodzakelijk is en waar dat mogelijk is. Ik denk dat ik daarmee antwoord heb gegeven op veel van de vragen over de repatriëring. De heer Dassen had nog een vraag over de Europese inzet. Bij al onze vluchten en ook in al onze contacten die wij de afgelopen weken gedrieën gehad hebben met onze collega's in andere landen, hebben we steeds informatie uitgewisseld over vluchten en mogelijkheden om gebruik te maken van elkaars vluchten. Ook op Europees niveau zijn er berichten dat de Europese Commissie gezamenlijke vluchten op Europees gebied heeft uitgevoerd. Dat neemt niet weg dat de consulaire inzet bij dit soort repatriëringsoperaties, inclusief de bijbehorende vervoersmiddelen die we hebben, in de eerste instantie een nationale competentie zijn, waarbij we zo goed mogelijk samenwerken met onze Europese collega's. De heer Vermeer vroeg naar noodnummers, whatsappcontacten … Maak ik dit eerst af?
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Neeneenee. Daar ben ik zo doorheen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Kan de minister bevestigen dat de noodnummers en whatsappcontacten daadwerkelijk goed bereikbaar zijn voor gestrande Nederlanders, zodat ze ook contact kunnen opnemen en antwoord kunnen krijgen? Zoals ik al zei hebben we ruim 6.000 mensen die aan de voorwaarden voldoen. Er hadden zich 11.000 mensen gemeld. Het verschil daartussen, dus de mensen die zich hebben gemeld maar die niet voldoen aan de criteria, heeft dat te horen gekregen. Daarna is er natuurlijk geen contact meer met hen geweest, omdat zij niet aan onze voorwaarden voldoen. Het kan tegelijkertijd zo zijn dat mensen nog geen contact gehad hebben, omdat wij, ondanks herhaalde pogingen, soms geen gehoor krijgen. Dat kan natuurlijk om allerlei redenen zijn, variërend van bereik en batterij tot mensen die al veilig thuis zijn, maar van wie we dat op dit moment nog niet te horen hebben gekregen. Het algemene contactcentrum van NederlandWereldwijd is telefonisch altijd bereikbaar, 24 uur per dag, 7 dagen in de week. U kunt zich ook voorstellen dat in de afgelopen anderhalve week daar duizenden telefoontjes zijn binnengekomen. In de eerste dagen van de crisis kon het dus soms iets langer duren tot mensen contact hadden. We doen er natuurlijk alles aan om ervoor te zorgen dat mensen bereikbaar zijn. Er is ook een automatisch dialersysteem ingesteld, zodat mensen nu automatisch gebeld worden. Daarbij kunnen ze meteen een optie indrukken om aan te geven of ze nog in de regio zijn en, als ze nog in de regio zijn, nog gebruik willen maken van onze hulp of dat ze alweer veilig thuis zijn. Dat zorgt ervoor dat onze data steeds verder op orde komen. Dan was er nog een vraag van de heer Vermeer over de ticketprijzen. De prijzen van de commerciële vliegtickets vanuit de regio zijn uiteenlopend. Daar heeft het kabinet ook geen invloed op. Wij bemiddelen wel vanuit Buitenlandse Zaken, waar mogelijk met lokale luchtvaartmaatschappijen. De speciale vlucht van Qatar Airways van vorige week is daarvan een goed voorbeeld, denk ik. Daarmee zijn 173 Nederlanders vertrokken. Die vlucht vond plaats met bemiddeling van de Nederlandse ambassade tegen een reguliere prijs, die vergelijkbaar was met de financiële bijdrage die we gevraagd hebben voor de repatriëring. Ook voor morgen staat een dergelijke vlucht vanuit Qatar gepland. Daarmee denk ik de vragen over de repatriëring van de heren Van Baarle, Brekelmans en Paternotte ook beantwoord te hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik denk dat het sowieso goed is dat we evalueren met de Europese partners hoe deze repatriëringen en alle acties uiteindelijk hebben gewerkt en hoe we daarin beter kunnen samenwerken. Op Europees niveau is er natuurlijk ook gezamenlijke actie, waar Nederland ook onderdeel van is. Tegelijkertijd denk ik dat het in het Nederlandse belang en in het belang van dit kabinet is om alle nationale middelen die wij hebben en kunnen inzetten, volop te gebruiken om in de eerste plaats Nederlanders terug te krijgen en in de tweede plaats daar waar daarvoor mogelijkheden zijn onze partners te helpen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik kijk hier positief naar. Ik ben met name positief over de manier waarop we in deze hele operatie samengewerkt hebben met de landen om ons heen, zoals de Benelux-landen, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en noem maar op. Niet alleen binnen EU-verband, maar veel breder hebben we er samen voor kunnen zorgen dat we daar waar mogelijk EU-burgers en burgers uit partnerlanden hebben kunnen meenemen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: De vluchten die wij zelf organiseren, acht ik inderdaad betaalbaar. Ik denk dat we daar een redelijke eigen bijdrage van de passagiers voor vragen. Over de commerciële vluchten heb ik inderdaad gezegd dat wij geen invloed hebben op de ticketprijzen. In overleg met de lokale vluchtmaatschappijen, zoals Qatar Airways, zorgen we er wel voor dat onze Nederlandse gestrande reizigers op een fatsoenlijke manier en voor fatsoenlijke prijzen mee kunnen vliegen. Daar is de hulp van onze ambassade en van het ministerie op gericht.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Nu kom ik bij het blokje Iran, waar het hele debat natuurlijk over gaat. Ik denk dat heel veel van deze vragen al door de minister-president beantwoord zijn. Ik ga proberen om er nog een aantal dingen uit te halen. De heer Bontenbal vroeg hoe wij als kabinet in EU-verband gesprekken aangaan met de Verenigde Staten. Ik denk dat dat een terechte vraag is. Zowel de premier als ik hebben al herhaaldelijk gezegd dat we de Iraanse bevolking enorm steunen. Die proberen we ook waar mogelijk te steunen. De vragen over de doelstelling en de exitstrategie leven bij ons en bij vele anderen. Dat betekent dat wij ook in samenwerking met onze Europese partners proberen antwoorden daarop te krijgen vanuit Washington en Israël. Op dit moment worden daar verschillende signalen over afgegeven. We proberen dat in gezamenlijkheid met onze partners te doen, ook gelet op mogelijke verdere escalatie en op het beschermen van onze belangen op het gebied van veiligheid, energie en migratie. Ook proberen we te kijken waar er eventuele diplomatieke oplossingen zijn voor dit conflict, ook al is onze invloed niet groot. De vragen over de-escalatie en verdere diplomatieke inzet heeft de minister-president zojuist beantwoord. Ik moet even kijken. Sorry, meneer de voorzitter. Het is meer een compliment voor de beantwoording van de minister-president dan dat het aan mijn administratie ligt.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: We hebben het over diplomatie gehad. De vragen over druk op het Iraanse regime zijn eigenlijk ook net door de minister-president behandeld. Wellicht ter herhaling, maar ik heb daar nog aan toe te voegen dat wij natuurlijk al jaren voorloper zijn in Brussel op het gebied van sancties en exportbeperkingen. We zetten onder andere in op de kopstukken van de IRGC en op mensenrechtenschenders. We hebben ook sancties gericht op Iraanse wapensteun aan Rusland. In 2019 was er de terrorismelisting van de Iraanse inlichtingendienst en dit jaar is ook eindelijk de Revolutionaire Garde op de terrorismelijst gekomen. Op dat punt hebben we natuurlijk vooropgelopen. Ik zie ook nieuwe kansen ontstaan, hoe cru dat ook is om te zeggen in dit conflict. Met name de Golfstaten hebben hun positie richting Iran veranderd. Wellicht kunnen we samen met onze partners uit de Golfstaten meer doen tegen ontwijking van de sancties en meer inzetten op het effectief uitvoeren van de sancties. Even kijken ... Strategie heeft de minister-president beantwoord. Misschien nog even over de vraag van de heer Dassen. "De reflectie van de minister-president op de eerdere Irandeal", zie ik hier staan. Ik kijk even naar de heer Dassen, maar die is er niet meer. Ik ga ervan uit dat deze vraag beantwoord is.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Laat ik in aanvulling op wat de minister-president al gezegd heeft, nog dit zeggen op de vraag van de heren Van Baarle, Brekelmans en Dassen naar de laatste stand van zaken met betrekking tot het ondersteunen van de mensenrechten in Iran. Sancties heb ik net al behandeld. Zoals ik zojuist zei, is Nederland al jaren koploper. Ook in deze situatie kijken we op allerlei manieren hoe we het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenorganisaties in Iran in samenwerking met onze Europese partners en andere partners kunnen steunen. Tegelijkertijd kunnen we daar niet volledig openlijk over spreken, omdat we daarmee de desbetreffende mensen en organisaties in gevaar zouden kunnen brengen. De heer Markuszower vroeg naar maatregelen om het regime niet langer te erkennen. Hij zei: verbreek de diplomatieke banden, sluit de Iraanse ambassade, zet de Iraanse ambassadeur het land uit en erken het interim-regime onder leiding van de heer Pahlavi. Wat ons betreft is het sluiten van de ambassade en het uitzetten van de ambassadeur onwenselijk. Wij blijven erbij dat de diplomatieke communicatiekanalen, hoe lastig ook, opengehouden moeten worden. Dat heeft er ook alles mee te maken dat iedere actie die wij richting de Iraanse ambassade hier zouden uitvoeren, ook impact heeft op de Nederlandse ambassade in Iran, die wij uit veiligheidsoverwegingen nu hebben verplaatst naar Azerbeidzjan. Op enigerlei wijze ogen en oren houden in een land waar de bevolking dusdanig onder druk staat en tegelijkertijd afgesloten is van de buitenwereld, blijven wij belangrijk vinden. Wat betreft de steun aan Pahlavi: het is uiteindelijk niet aan Nederland of aan de internationale gemeenschap, laat staan aan mijzelf, om te bepalen wie het gezicht van het regime moet zijn. Het is belangrijk dat de Iraanse bevolking dat zelf doet. Dan de vraag van mevrouw Dobbe, mevrouw Teunissen en de heer Klaver over wat het kabinet gaat doen om de oorlogsmisdaden door het regime in Iran, maar ook door de VS en Israël te documenteren. Hoe kijken wij aan tegen de schending van internationaal recht, in het bijzonder wat betreft de aanval op de meisjesschool? Over de documentatie van de schendingen heeft de minister-president net al het een en ander gezegd. Het is van groot belang dat vermeende schendingen — door alle partijen — gedocumenteerd worden. Nederland zet zich daar ook wereldwijd voor in. Zo zet Nederland zich in de Mensenrechtenraad jaarlijks in voor verlenging van de fact-finding mission voor Iran. Dat blijven we doen. Die fact-finding mission richt zich niet alleen op eventuele oorlogsmisdaden van Iran, maar kan ook schendingen door andere landen in Iran onderzoeken. Dan de aanval op de Iraanse meisjesschool. Het is natuurlijk hartverscheurend om te zien dat zo veel jonge meisjes zijn omgekomen. Het is duidelijk dat burgers of burgerobjecten nooit een doelwit mogen zijn. Op dit moment is onduidelijk wat het precieze doelwit was van de aanval en of er voldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Onafhankelijk onderzoek zal dat moeten uitwijzen. Op basis van uitspraken van president Trump begrijp ik dat er momenteel zo'n onderzoek gaande is. Tegelijkertijd moet, zoals ik al zei, ook zo'n fact-finding mission in Iran dit soort eventuele schendingen door andere landen kunnen onderzoeken. Ik denk dat ik wat het blokje Iran betreft het onderwerp van dit debat behandeld heb. Dan heb ik nog twee blokjes.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik heb nog: ontwikkelingen regio en, mijn favoriete blokje, de veranderende wereldorde.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik ben exact dezelfde mening toegedaan als de minister-president en het hele kabinet. Dat betekent dat we op basis van de informatie die we nu hebben, zien dat de acties buiten de internationaalrechtelijke kaders plaatsvinden. Tegelijkertijd is het niet aan Israël en de VS om te beoordelen of dat zo is, maar is het aan Israël en de VS om de vragen daarover te beantwoorden. Tegelijkertijd zeggen wij ook steeds dat het internationaalrechtelijk kader niet de enige lens is waarmee we naar dit conflict moeten kijken, gezien de moorddadigheid van het Iraanse regime en alle andere elementen die daar nog bij horen, waarvan ik me kan voorstellen dat ik die hier niet hoef te herhalen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Nogmaals, op basis van wat wij nu weten lijkt het erop dat de acties buiten het internationaalrechtelijk kader plaatsvinden, maar uiteindelijk is het aan de VS en Israël om op die vraag een antwoord te geven.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Alle kwalificaties van de heer Brekelmans over het Iraanse regime deel ik volledig. Zoals ik al zei, zijn de keuzes en de overweging die wij maken over wat wij hier richting de Iraanse ambassade en de ambassadeur doen, die ook al ontboden is voor alle kwalificaties die de heer Brekelmans zojuist heeft gegeven. Daarin is leidend dat wij nog steeds zien dat Iran afgesloten is van de buitenwereld, waarbij wij grote zorgen hebben over alle burgers en de hardheid en de moorddadigheid van het regime richting de eigen burgers. Wij blijven er toch waarde aan hechten dat we op de een of andere manier, ook al is het nu op afstand, ogen en oren blijven houden in Iran en die contacten blijven onderhouden. Onze ambassade onderhoudt natuurlijk niet alleen contacten met het regime, maar juist ook met allerlei actoren in Iran om informatie op te doen. Iedere ontwikkeling in de situatie zorgt er natuurlijk voor dat wij dat meenemen in onze overwegingen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik denk dat het volstrekt helder is aan welke kant dit kabinet staat. Dat blijkt ook uit de beantwoording van de minister-president en de uitingen van de coalitiepartijen die deze regering dragen. De afwegingen die wij daarin maken, zijn de afwegingen die ik net vermeld heb. Tegelijkertijd zeg ik ook dat het op dit moment onzeker is hoe de toekomst van Iran en het regime van Iran eruit gaan zien, gezien de onvoorspelbaarheid van dit conflict. Ik neem het signaal van de heer Brekelmans wel degelijk aan als het gaat om de breedte van de contacten die ik in mijn rol — maar wellicht speelt dat ook breder in het kabinet en de Kamer — heb met alle partijen en contacten die er zijn in Iran, om in de volle breedte te laten zien dat wij achter het Iraanse volk staan en niet achter dit regime.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dit antwoord betekent dat wij de boosheid, de woede en het verdriet, die ik ook proef in de woorden van mevrouw Dobbe over de aanval op de meisjesschool en alle onschuldige kinderdoden die daar gevallen zijn, volledig delen. Dit betekent dat wij als kabinet ook kijken hoe we de bestaande instrumenten kunnen inzetten om dit onafhankelijk te onderzoeken via bijvoorbeeld die fact-finding mission. Het betekent ook dat we als kabinet zullen bekijken hoe we hier op dit moment, maar ook de komende weken en maanden, op de beste manier onze steun aan kunnen geven.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Buiten kijf staat dat hier onafhankelijk onderzoek naar moet volgen. Dat betekent dat bij ieder onderzoek dat door wie dan ook aangekondigd wordt, de inzet van Nederland altijd is dat wij toetsen: is het onafhankelijk onderzoek en hoe kunnen wij daaraan bijdragen? Dat is eigenlijk ook het antwoord op uw tweede vraag. Het is belangrijk dat dit gebeurt. Wij zullen kijken hoe we daar steun aan kunnen geven met alle mogelijkheden die we hebben en met de middelen die er zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: In de eerste plaats is de fact-finding mission het instrument dat we daar op dit moment, samen met de internationale partners, meteen al voor kunnen inzetten. Vanzelfsprekend zullen wij kijken welke middelen daarvoor nodig zijn en er in internationaal verband voor zorgen dat zo'n fact-finding mission effectief kan zijn als het gaat om het Iraanse regime, maar ook in zaken zoals de aanval op de meisjesschool.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dit is een dunner mapje, maar het is niet minder relevant. Het gaat over ontwikkelingen in de regio. Ik ga nog even specifiek in op de vragen van mevrouw Dobbe, de heer Klaver en de heer Ceder over Libanon. Het kabinet maakt zich ernstig zorgen over de escalatie in Libanon als gevolg van de aanvallen van Hezbollah op Israël na de aanvallen op Iran. Het kabinet erkent dat Israël zich in een vijandige omgeving begeeft. Onder het internationaal recht heeft Israël het recht op noodzakelijke en proportionele zelfverdediging. In het uitoefenen hiervan is het noodzakelijk de regels van het humanitair oorlogsrecht te volgen. Het kabinet benadrukt dat een diplomatieke oplossing de enige duurzame oplossing is. Het kabinet roept alle partijen op om terug te keren naar gesprekken over het staakt-het-vuren. Ook roept het kabinet, in lijn met de motie van mevrouw Piri, de partijen op tot de-escalatie en naleving van het internationaal recht. We onderstrepen deze boodschap tegenover alle partijen. Ik heb dat recent ook gedaan in mijn gesprek met mijn collega uit Israël. Hezbollah moet onmiddellijk de aanvallen staken en ontwapenen. Het kabinet verwelkomt de inzet van de Libanese regering tegen de aanvallen van Hezbollah en het verwelkomt dat zij verdere militaire activiteiten van Hezbollah illegaal heeft verklaard. Ondertussen zien we ook de humanitaire effecten en de vele ontheemden. Met Nederlandse financiering, ook ingezet door mijn collega-minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, hebben partnerorganisaties snel kunnen reageren. Zo hebben onder andere de Dutch Relief Alliance en het Nederlands Rode Kruis direct een "acute response", een acute reactie, gelanceerd.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Een deel daarvan kan ik steunen, maar het kabinet heeft grote zorgen over de burgerslachtoffers, het aanvallen van burgerdoelen en feit dat we nu zien dat de mensen in Libanon ontheemd raken. Door alles wat in het verleden is gebeurd, was Libanon al echt een staat waarin mensen het zwaar hebben. De inzet van het kabinet is dan ook daarop gericht: ervoor zorgen dat een verdere escalatie niet leidt tot meer burgerslachtoffers en dat de reactie van Israël proportioneel is. Een staakt-het-vuren is daarvoor uiteindelijk een oplossing. We moeten ook zorg dragen voor de humanitaire situatie in Libanon.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: In het betoog van de heer Wilders ontbreekt één element, één partij, en dat is de Libanese regering en de Lebanese Armed Forces. Dat is waar dit kabinet en de internationale partners volledig steun aan proberen te geven. We zijn ook heel blij dat de Libanese regering juist afstand heeft genomen van de acties van Hezbollah en, sterker nog, die illegaal heeft verklaard. Dat betekent dat we achter de acties tegen Hezbollah kunnen staan. Dat kan ook proportioneel zijn. Als het wordt aangevallen door Hezbollah, heeft Israël het recht om zich te verdedigen. Op het moment dat er burgerslachtoffers vallen en een verdere escalatie plaatsvindt in een regio die al zo zwaar onder druk staat en waar de humanitaire situatie al zó erg is, moeten we er zorg voor dragen dat het aantal burgerslachtoffers tot een minimum wordt beperkt. Dat wellicht inderdaad burgers gebruikt worden in de strijd van Hezbollah, neemt dat niet weg.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dit kabinet blijft zich grote zorgen maken over de situatie in Libanon, staat naast de regering van Libanon en blijft hopen dat deze situatie niet verder escaleert. Wij hopen inderdaad ook dat Hezbollah uiteindelijk onschadelijk gemaakt wordt, want Hezbollah blijft een grote bedreiging voor Israël, maar blijft ook een grote bedreiging voor een veilig Libanon.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Het blokje veranderende wereldorde. Ik ben bang dat de voorzitter mij niet voldoende tijd gaat laten voor dit blokje, maar ik wil daar toch een aantal zinnen over zeggen. We hebben als kabinet gezegd: wij hebben een optimistisch en realistisch buitenlandbeleid. Uiteindelijk wordt de positie van Nederland aan de geopolitieke onderhandelingstafel altijd bepaald door hoe sterk we thuis staan. Dat betekent dat wij, zolang wij grote afhankelijkheden hebben op het gebied van energie, veiligheid, grondstoffen, technologie en onze economie, nooit sterk genoeg zullen staan aan de onderhandelingstafel, zodat wij ook minder goed dingen zullen kunnen afdwingen. Wij zijn er optimistisch over dat wij, met Europese partners en andere partners in de wereld, sterk kunnen staan aan die onderhandelingstafel en onze afhankelijkheden beter zullen kunnen afbouwen. Leidend hiervoor, ook in het buitenlandbeleid, zijn de vaste waarden die wij als Nederland en Europa hebben, namelijk onze waarden op het gebied van rechtsstaat, democratie, mensenrechten en vrijheid. Alleen zullen wij voor die vaste waarden nieuwe wegen moeten vinden, ook om die waarden in de wereld te beschermen, in een wereldorde die absoluut onder druk staat en blijvend aan het veranderen is. Dat betekent ook dat dit kabinet vindt dat wij met onze partners in de wereld samen moeten werken, ondanks dat de grootmachten zich niet meer houden aan de wereldorde en de internationale rechtsorde zoals wij dat graag hadden gezien. Zo zullen wij in de toekomst zien hoe wij, samen met partners, sterk kunnen blijven staan en kunnen blijven samenwerken om die waarden te blijven beschermen in een wereld die aan verandering onderhevig is. Dat in algemene zin. Ik ga nog iets specifieker in op de vragen van de heer Ceder en de heer Bontenbal. Dat heeft specifiek te maken met de internationale rechtsorde en het beschermen van instellingen die die rechtsorde kunnen borgen. Nou, als gastland van hoven en tribunalen spelen wij daar natuurlijk sowieso een belangrijke rol in. Het betekent het effectiever en representatiever maken van internationale instellingen zoals de VN. Beide leden hebben daar al meerdere dingen over gezegd. Hervormingen zijn nodig om ook andere landen in de wereld die een belangrijkere stem verdienen in dit soort multilaterale organisaties, sterker te maken. Net zo belangrijk is dat wij als Nederland en Europa de taal van de macht meer zullen kunnen spreken. De belangrijkste voorwaarde daarvoor zijn onze defensie en onze weerbaarheid.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik denk dat ik die vragen beantwoord heb. In het kort de heer Dassen nog. Natuurlijk hebben we in het regeerakkoord gezegd dat juist bij internationale crises ons buitenlandbeleid mede vormgegeven wordt door wat wij kunnen doen in Europees verband en met de Europese partners.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Daar wil ik graag op terugkomen en ook graag met de Kamer een gesprek over voeren. Niet alleen over de internationale rechtsorde, maar überhaupt over hoe wij als Nederland, in samenwerking met onze partners, gaan navigeren in een wereldorde die aan verandering onderhevig is en nooit maar gaat worden zoals ze was. Daar zullen wij als Nederland een weg in moeten vinden. Dat gesprek ga ik ook graag aan met de Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja, ik denk dat dit absoluut een discussie is die we gezamenlijk moeten gaan voeren.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dit kabinet is niet voornemens is om stappen richting de verenigde staten van Europa te zetten. Wij willen samen met onze Europese partners werk maken van de grote uitdagingen in Europa. Wij willen als Nederland actief aan tafel zitten, in de kopgroepen van de grote economieën van Europa. We willen mee aan het stuur zitten om in Europese samenwerking grote uitdagingen aan te pakken.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Mag ik daar één reactie op geven?
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik denk namelijk dat wij elkaar vinden in hoe waardevol Europese samenwerking is voor de grote uitdagingen. Ik denk dat we elkaar wat minder vinden in welke institutionele hervormingen er dan noodzakelijk zijn. Wij willen gewoon werk maken van de grote uitdagingen met de landen om ons heen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik kijk uit naar het debat over de Staat van de Unie. Dan zullen we ongetwijfeld dat gesprek vervolgen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben nieuw in deze rol — het is de eerste keer dat ik dit doe — maar ik ga mijn best doen om dit op de manier te doen die de Kamer het liefst heeft. De eerste motie, de motie-Van Baarle c.s. op stuk nr. 635, ontraden we, met verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 636 ontraden we, met verwijzing naar het debat en ook naar een toekomst die wij op dit moment niet kunnen uitsluiten. De motie op stuk nr. 637 van Van Baarle, Dobbe en Teunissen geven we oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 638 van Van Baarle ontraden we, met verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 639 van Dobbe ontraden we, met verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 640 van Dobbe over de-escalatie. Dat is staand beleid. We geven deze oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 641 van Dobbe: ontraden, met verwijzing naar het debat. De motie op stuk nr. 642 van Teunissen over een accountabilityonderzoek: oordeel Kamer. Dan de motie ... Even kijken ...
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Er is er toch nog eentje niet voor mij, inderdaad.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja. Volgens mij is er een andere motie die zich hier al op richt. Ik heb een keuze gemaakt in welke motie we daarvoor steunen. Plus dat de bewoordingen die wij wilden kiezen in het debat niet helemaal aansluiten bij deze motie.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik lees de motie nogmaals ... Ja, ik snap dat ik 'm oordeel Kamer kan geven. Ik probeer even het juiste te doen hier. Voorzitter, daar geeft u me vast wel even een minuutje voor. Dan ik lees de motie nog een keer.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja ...
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja. Ik kan deze ook oordeel Kamer geven. Excuses hiervoor.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja. Even kijken ... De motie op stuk nr. 644; hebbes. Die ontraden we. Dat heeft alles te maken met de zorgvuldige manier waarop dit kabinet zijn woorden heeft gekozen, met alle elementen die wij meenemen in onze bewoordingen hierover en ook met dat wij op dit moment de toekomst van het conflict nog niet kunnen voorspellen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dat is op dit moment de lijn van het kabinet. Maar tegelijkertijd verwijs ik naar dat deze motie niets zegt over of ze over nu of over later gaat; het is überhaupt "geen". In dit geval is het zoals ik al zei: we kunnen de toekomst van het conflict niet voorspellen, en daarom ontraden wij deze motie.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dit kabinet heeft geen enkele intentie om hier direct bij betrokken te raken. In het dictum stond dat een illegale en roekeloze oorlog een ...
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik blijf erbij dat we de toekomst van het conflict niet kunnen voorspellen en dat wij geen enkele intentie hebben om op dit moment in dat conflict betrokken te raken. Daarmee ontraden we deze motie.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Nee, er staat: verzoekt het kabinet geen politieke of militaire steun te verlenen. Er staat niet: verzoekt het kabinet nú geen politieke steun te verlenen. Er staat: verzoekt het kabinet geen politieke of militaire steun te verlenen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja, ik blijf bij de appreciatie.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik denk dat die in dat geval overbodig is, want we hebben dit net in het debat aangekondigd.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: De motie-Klaver op stuk nr. 645 over de Libanese regering: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 647 over ons binnen de EU inzetten voor het coördineren van de repatriëring: oordeel Kamer. Wel wil ik daar nog de evaluatie van de huidige operatie in meenemen. De motie-Dassen op stuk nr. 648 over EU-samenwerking op het gebied van de-escalatie: oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 649 is een spreekt-uitmotie. Ik heb begrepen dat die geen appreciatie behoeft.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: De motie-Bontenbal op stuk nr. 650: oordeel Kamer. De motie-Ceder op stuk nr. 651: oordeel Kamer. Dat is staand beleid. De motie-Markuszower op stuk nr. 655 over migratie in eigen regio: oordeel Kamer. De andere moties liggen als het goed is bij mijn collega's. De motie-Wilders op stuk nr. 657: ontraden onder verwijzing naar het debat. Ook bij de motie-Wilders c.s. op stuk nr. 658 over het sluiten van de ambassade verwijzen we naar het debat. Dit onderwerp is besproken.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ontraden. De motie-Wilders/Markuszower op stuk nr. 659: ontraden. Deze motie verzoekt ons om Trump en Netanyahu de Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen. Wij zien daar op dit moment geen reden toe.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dat begrijp ik. Ik ga toch nog even verwijzen naar het debat dat we gehad hebben over het internationaal recht. We hebben er begrip voor dat Israël en de VS zich hiertoe genoodzaakt voelden, maar gezien de kaders van het internationaal recht, die we besproken hebben, zien we op dit moment geen aanleiding om dit te doen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: We kunnen de toekomst nooit voorspellen, maar dit is nu niet aan de orde.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Even kijken. Nee, ik ga niet naar de motie-Wilders op stuk nr. 660, want die ligt bij mijn collega. Ik ga naar de motie-Wilders op stuk nr. 661. Dat is een motie van afkeuring over de interventie van Nederland bij het Internationaal Gerechtshof. Daar wil ik even bij opmerken dat wat ik hierin lees, niet past bij de wijze waarop wij dit gedaan hebben. Wij voegen ons niet in de zaak. Het gaat om een procesneutrale interventie. Dit doen wij regelmatig, ook in genocidezaken. Wij interveniëren in andere zaken. Dat past ook bij het profiel van Nederland als gastland. Wij kiezen hiermee geen partij. Dit gaat strikt om de interpretatie van het Genocideverdrag en de bijdrage die wij vanuit een juridisch kader daaraan kunnen leveren. Natuurlijk zeg ik ook een brief toe aan de Kamer, om die informatie verder en uitgebreider te kunnen delen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Zeker zeggen we dat toe. In dit geval gaat het dus niet om de feiten. Het gaat om de interpretatie van het Genocideverdrag waar wij een juridische interventie aan geven, zoals we dat ook hebben gedaan bij bijvoorbeeld Gambia tegen Myanmar en Oekraïne versus Rusland.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: De inhoud van de interventie is openbaar, volgens mij, dus die kunnen we daar ook bij voegen.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dit klopt helemaal.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ik ga niet over hoe de media erover berichten. Het is door andere partijen online gezet. Ik zal in de brief uitgebreid toelichten waarom Nederland dit doet met alle informatie die daarbij hoort. Het gaat om het juridisch kader, de ontwikkeling van de internationale rechtsorde en onze interpretatie van het Genocideverdrag en niet om de feiten in deze zaak.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Wij gaan ons best doen om dat zo snel mogelijk te doen. Ik kan uit mijn hoofd niet bepalen of dat een haalbaar tijdstip is. Als dat haalbaar is, zullen we dat zeker doen en heeft u die toezegging van mij.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Dit is een zorgvuldig besluit geweest. Alle informatie is beschikbaar, dus ik ga ervan uit dat dat ook lukt.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: Ja.
Bron, video en gesprek →Minister Berendsen: De motie op stuk nr. 664 ontraden we. De Nederlandse betrokkenheid bij de totstandkoming is gering, een evaluatie bewerkelijk en middelen zijn beperkt. Maar we blijven natuurlijk altijd inzetten op een diplomatieke oplossing. Tot zover mijn gedeelte van de moties.
Bron, video en gesprek →