KamerkringInloggen
Sander Van de Koot

Officieel Kamerprofiel

Sander Van de Koot

1debatten
22bijdragen
22interrupties
4.490woorden in uitspraken

Commissies

Geen huidige commissielidmaatschappen beschikbaar in de Kamerdata.

Contact

Contactgegevens worden alleen getoond voor zittende Kamerleden.

Loopbaan

Geen loopbaangegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Opleiding

Geen opleidingsgegevens beschikbaar in de Kamerdata.

Nevenfuncties

Geen nevenfuncties beschikbaar in de Kamerdata.

Geschenken en reizen

Geen geregistreerde geschenken beschikbaar in de Kamerdata.

Geen geregistreerde reizen beschikbaar in de Kamerdata.

Stemgedrag

Bij een hoofdelijke stemming staat de eigen stem. Anders staat de stem van de fractie waarvan dit Kamerlid op de besluitdatum lid was; dat is geen persoonlijke stem.

Geen stemmingen beschikbaar in de Kamerdata.

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Ik kan er in ieder geval het volgende over zeggen. Net is ook door de vertegenwoordiger van de familie gezegd dat er een paar keer anonieme meldingen zijn gedaan bij de politie. Die hebben wij niet kunnen vinden. Die zijn ons niet bekend. Er werden natuurlijk wel al meerdere meldingen gedaan, ook vanuit de politie, richting Veilig Thuis. Onze collega's kwamen ter plaatse bij het concrete moment waar u op doelt, namelijk toen het meisje zich in een supermarkt meldde. Zij zien dan ook wat wij al in het systeem hebben staan over dit meisje: haar voorgeschiedenis, de keren dat zij al in aanraking is geweest met de politie en de Veilig Thuismeldingen die al zijn gedaan. Dat maakt ook dat mijn collega's dat op dat moment uiterst serieus nemen. Zij nemen het meisje mee naar het politiebureau. Daar doen ze eigenlijk precies wat van hen verwacht mag worden, namelijk dat zij contact opnemen met het crisisinterventieteam, zoals we dat in de regio Rotterdam-Rijnmond hebben. Ze hebben daar telefonisch contact mee en leggen de situatie uit. Ze zeggen wat het meisje zelf ziet en wat zij zelf constateren. Daarna worden zij doorverwezen naar de William Schrikker Stichting. Daar nemen ze ook telefonisch contact mee op. Op dat moment horen ze inderdaad: geef het meisje mee aan de voogd, aan de pleegouders in dit geval. Dat was voor de collega's op dat moment inzichtelijk. Dat maakt ook juist dat ik denk dat ze heel serieus hebben gehandeld en dubbel hebben gekeken naar wat er precies aan de hand was.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Ik heb zelf de collega's ook gesproken, meermaals zelfs, die die avond dienst hadden en die dat meisje zelf ook hebben getild en die uiteindelijk ook contact hebben gehad. Natuurlijk zijn zij zelf ook heel teleurgesteld over wat daar is gebeurd. Maar waar zij natuurlijk vooral teleurgesteld over zijn, is dat zij uiteindelijk die keuze moesten maken om dat meisje mee te geven. Zij bellen natuurlijk met de specialisten. Die zeggen tot twee keer toe: dit meisje heeft eerder dergelijke verhalen verzonnen, dus u kunt haar weer meegeven. Op dat moment is niemand ter plaatse gekomen. Wij, de collega's, hebben alleen telefonisch contact gehad met een gedragswetenschapper, terwijl ook de vraag was waarom andere organisaties op dat moment niet ter plaatse kwamen. Dat is namelijk in het algemeen waar wij als politie heel vaak aandacht voor hebben gevraagd, bijvoorbeeld volgens het programma Samen op in acuut, zoals dat heet. Juist dat zou in deze situatie ontzettend helpend zijn geweest, namelijk als specialisten, gedragswetenschappers, ter plaatse waren gekomen en ter plaatse een beoordeling hadden gemaakt, in plaats van een beoordeling te maken alleen op basis van wat politiecollega's telefonisch doorgeven over deze situatie.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: In het algemeen kijken wij als politie natuurlijk altijd wat wij beter kunnen doen. Dat hebben we in deze situatie ook gedaan, ook al zegt het inspectierapport dat de politie heeft gehandeld conform wat van haar verwacht mag worden. Wij zullen daar altijd naar kijken. Volgens mij is het hierbij wel zeer de vraag hoe dat verderop in het stelsel gaat. Die vraag hebben wij als politie ook gesteld. Volgens mij zou de concrete vraag hierbij moeten zijn: waarom moeten generalisten bij de politie, die bij wijze van spreken ook alles over verkeer en afval moeten weten, constateringen doen over wat er precies aan de hand is en hoe dit letsel is ontstaan? Zouden specialisten daarbij niet veel meer aan de voorkant een beoordeling moeten maken in plaats van aan de achterkant? We zouden als politieorganisatie enorm geholpen zijn als er een crisisdienst is. Er zijn positieve voorbeelden van crisisinterventieteams, ook in de regio Rotterdam-Rijnmond. Maar zij zouden eigenlijk al moeten komen op het moment dat er een acute situatie is. We zien nu dat Veilig Thuismeldingen in de regio Rotterdam-Rijnmond soms vier tot vijf weken bij Veilig Thuis blijven liggen voordat die worden doorgezet. Wij zeggen: zorg ervoor dat de specialist nadat wij een Veilig Thuismelding doen gelijk met ons samen, bijvoorbeeld met de wijkagent, naar het gezin toe gaat en constateert wat er aan de hand is. Ik heb veel vertrouwen in mijn collega's, maar de vraag is of wij bij uitstek degenen zijn die kunnen beoordelen wat er aan de hand is in of gek is aan een gezin.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Nee. De collega's hebben daar nog een follow-up aan gegeven, want zij hebben een Veilig Thuismelding opgemaakt. Dat is precies onze rol in het systeem. Dat was in deze situatie al ongeveer de vijfde Veilig Thuismelding die wij over dit meisje hadden gemaakt. Die melding maken wij op dat moment dus ook. Dat is precies de verantwoordelijkheid die de politie heeft. Op dat moment is die vormgegeven door de Veilig Thuismelding. De Veilig Thuismelding is vervolgens doorgezet naar de William Schrikker Stichting en vanuit daar naar Enver. Maar op het moment dat de stichting die de voogdij heeft — in dit geval was dat de William Schrikker Stichting — letterlijk tegen politiemensen zegt dat dit meisje weer mee kan worden gegeven aan de pleegmoeder, die op dat moment ook bij ons aan de balie stond, hebben wij wel heel weinig grond meer om te zeggen: wij houden dit meisje hier.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Dat is vreselijk. Wat de collega's van de recherche aantroffen in die woning, heeft ook echt diepe indruk op hen gemaakt. Ik weet dat de wijkagent wel contact met deze ouders had, ook naar aanleiding van de eerdere incidenten die u in het inspectierapport heeft kunnen lezen, zoals de vermeende diefstal door het meisje. Maar ik weet niet zeker of de wijkagent binnen is geweest. Volgens mij niet.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Laat ik in ieder geval zeggen dat het systeem voor ons ongelofelijk ingewikkeld is om te begrijpen. Er waren 's avonds een wijkagent en inspecteur aanwezig. Voor hen was het al best ingewikkeld om te bedenken: "Met wie moeten wij hier nu precies contact opnemen? Is dat het crisisinterventieteam, de William Schrikker Stichting of Enver? Met wie hebben wij hierbij te maken?" Laat staan hoe dat, denk ik, ook voor pleegouders of ouders zelf moet zijn. Volgens mij zou iedereen, maar zeker de politie, ermee geholpen zijn als het systeem veel helderder wordt en het veel duidelijker is wie op welk moment nodig is en wie waarvoor kan worden aangesproken. Daarbij komt dat in het stelsel wel iets heel ingewikkelds zit. In het systeem zit eigenlijk een "draaischijf", zoals ik het noem, namelijk Veilig Thuis. Daar leggen wij de meldingen neer. Vervolgens worden die meldingen doorgegeven aan de hulpverlening, maar wij van de politie weten vaak niet aan welke hulpverlener dat is. Wij krijgen soms alleen van Veilig Thuis een terugkoppeling: melding doorgezet naar een GI. Een GI is een gecertificeerde instelling. Wij weten niet welke gecertificeerde instelling dat is, laat staan dat een direct contact kan ontstaan tussen de wijkagent en de hulpverlener die het gezin ingaat. Het risico van het huidige systeem is dat het een doorfluisterspel zou kunnen worden, een doorfluisterspel zoals je dat vroeger op een verjaardag speelde. De politie geeft een melding aan Veilig Thuis; wij fluisteren dat door naar Veilig Thuis. Bij Veilig Thuis kan die ook nog binnen de organisatie naar verschillende afdelingen worden doorgefluisterd. Vanaf daar gaat die pas naar de instelling of naar de hulpverlener die daar daadwerkelijk mee aan de slag gaat. En dan is het nog maar de vraag of de informatie die wij aan het begin hebben gehoord of informatie over zaken die wij hebben gezien, daadwerkelijk bij de hulpverlener terechtkomt, met alle risico's van dien voor de hulpverlener. Afgelopen week hoorde ik, van een collega die ik sprak, nog een voorbeeld: wij hadden bij een melding aan Veilig Thuis aangegeven "let op, de vader in dit gezin is vuurwapengevaarlijk", maar die informatie was vervolgens niet terechtgekomen bij de hulpverlener die uiteindelijk naar het gezin toe ging. Ongetwijfeld heeft niemand hier kwade bedoelingen, maar het risico van het doorfluistersysteem dat we nu hebben, is dat heel veel informatie verloren gaat omdat er heel veel tijd overheen gaat. Ik denk dat de wetgever daar veel aan zou kunnen doen. Hoe zorg je ervoor dat er een direct contact is tussen degene die het constateert en degene die het gezin in moet? Maar nog veel beter: hoe zorgen we ervoor dat degene die daadwerkelijk in het gezin aan de slag gaat, zélf in het gezin dingen constateert? Ik noem hier de term die wij al gebruikten: samen op in acuut. Dan is er juist een hulpverlener, een crisisorganisatie, die direct kan kijken wat er aan de hand is en ook veel beter kan beschrijven wat in het gezin afwijkend is en welke hulp daar nodig is, in plaats van dat je dat eigenlijk baseert op de constatering van de politie. Misschien om nog een cijfer te noemen bij een ander punt: het afgelopen jaar hebben wij in de regio Rotterdam-Rijnmond bij Veilig Thuis 1.000 meldingen meer gedaan. Dus voor uw beeld: in het afgelopen jaar heeft alleen al de politie Rotterdam 16.000 meldingen bij Veilig Thuis gedaan. Dat betekent dat wij ruim 43 meldingen per dag doen over situaties in een gezin waar wij ons zorgen over maken. Dit is 60% tot 70% van de meldingen die Veilig Thuis krijgt. Veilig Thuis is dus voor 60% tot 70% van de meldingen die zij krijgen, afhankelijk van de politie. Als de politie constateert dat er een onveilige situatie is of het vermoeden heeft dat er een onveilige situatie in een gezin is, dan is er vaak waarschijnlijk al veel meer aan de hand. Dan moeten al veel meer organisaties, scholen, buren of andere mensen gezien hebben dat er iets geks aan de hand is in dit gezin. De vraag blijft waarom het voor deze mensen heel ingewikkeld is om zich daar te melden. Hoe zorgen we er dus voor dat die organisatie veel beter bereikbaar is en veel eerder signalen krijgt en dus feitelijk wat dat betreft niet zo afhankelijk is van de politiemeldingen?

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Nee. Ik denk juist dat wij al heel veel doen op het gebied van kindermishandeling. De eenheid Rotterdam heeft in het afgelopen jaar met 400 situaties van kindermishandeling te maken gehad. Wij doen dus iedere dag één zaak waarbij sprake is van kindermishandeling. Ik denk dat het belangrijk is dat wij uiteindelijk samen met het Openbaar Ministerie verantwoordelijk zijn voor het ultimum remedium, namelijk voor het inzetten van het strafrecht. Maar we weten natuurlijk dat je bij kindermishandeling vaak op een heel andere situatie wil inzetten, namelijk een situatie van hulpverlening. Je wil dat het stopt, dat het weer veilig wordt voor dat kind, dat het kind beschermd wordt. Die taak moet je juist niet bij de politieorganisatie leggen. Wij moeten dus een goede signaleerder zijn; wij moeten de sterke arm zijn die, mogelijk samen met een hulpverlener, naar binnen gaat. Maar de verantwoordelijkheid voor de bescherming van dat kind moet je niet bij de politie neerleggen. Die moet juist bij iemand anders komen te liggen. Die moet juist bij iemand anders komen te liggen.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Ja, zo mag u het zeker uitleggen. Ik denk dat het wel goed is om te beseffen dat het individuen zijn die vreselijke dingen doen met kinderen. Daar zijn de overheid en de organisaties niet verantwoordelijk voor. Waar wij wel gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn als overheid, is dat wij het kind beschermen. Het systeem zoals we het nu hebben ingericht, is zo ontzettend kwetsbaar. Met het doorfluistersysteem, zoals ik het net noemde, is de kans dat de juiste signalen uiteindelijk op de juiste plek bij de juiste persoon komen, heel kwetsbaar. Daarin is er een groot risico dat dit alsnog misgaat. Laat ik een voorbeeld noemen van afgelopen week. Een wijkagent vertelde mij dat er sprake bleek van netwerkpleegzorg. Een kind was niet meer in huis bij de biologische ouders, maar was in een familie geplaatst. Daar was uiteindelijk ook een stichting van op de hoogte, maar er was geen navraag gedaan bij de politieorganisatie, terwijl wij zagen dat de situatie in het gezin waarin het kind nu verbleef, misschien nog wel veel onveiliger was. Dan is de vraag wie die naslag had moeten doen. Is dat de raad? Is dat de stichting die nu verantwoordelijk is voor dat kind? Dat zeg ik om maar aan te geven dat het meisje uit Vlaardingen een vreselijk incident is, dat denk ik ook ontzettend groot is geworden door het vreselijke letsel dat zij heeft opgelopen. Maar zoals ik al zei, hadden wij te maken met 400 situaties van kindermishandeling in het afgelopen jaar. Daarbij is de vraag of het huidige systeem wat dat betreft beschermend genoeg is naar kinderen en of daar voldoende oog voor is.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Dat heeft u inderdaad, denk ik, goed gedocumenteerd kunnen lezen in het inspectierapport. Collega's krijgen een melding van een meisje dat in een supermarkt zou hebben gemeld dat zij mishandeld wordt. Ze is daardoor in de supermarkt even afgezonderd door de medewerkers van de supermarkt. Collega's komen daar ter plaatse en zien daadwerkelijk een meisje met letsel, dat zichzelf ook niet goed kan bewegen. Twee collega's besluiten op dat moment om het meisje mee te nemen naar het politiebureau om daar goed uit te zoeken wat er precies aan de hand is. Dat doen ze onder andere op basis van wat ik al eerder heb gezegd. Ze zagen namelijk dat er al meerdere meldingen in het systeem waren over dit pleeggezin en over dit meisje. U heeft ook kunnen lezen dat het meisje getild moest worden. Een van de collega's besluit zelf het meisje te tillen en mee te nemen naar het politiebureau. Op dat moment zien de collega's in de systemen dat het meisje in een pleeggezin verblijft. Ze nemen contact op met het crisisinterventieteam, zoals dat heet. Die geven vervolgens aan dat ze zelf in principe niet ter plaatse komen, maar dat het meisje onder voogdij van de William Schrikker Stichting staat. Vervolgens nemen wij contact op met de gedragswetenschapper van de William Schrikker Stichting en die geeft aan, op basis van de informatie die zij hebben, dat dit past in het patroon van eerdere meldingen van het meisje, dus dat zij eerder heeft aangegeven mishandeld te worden, maar dat zij daar mogelijk ook een eigen verantwoordelijkheid in heeft, zogezegd, en dat het meisje kan worden meegegeven aan de moeder, aan de pleegmoeder in dit geval, die inmiddels ook op het politiebureau zelf is. Ook de pleegmoeder geeft aan dat dit past in een patroon van beweringen van het meisje. Zij vraagt of ze het meisje mee kan nemen en laat ook nog iets zien over een rechtszitting die eraan zit te komen. Vervolgens staat de collega's bijna niks anders te doen dan het meegeven van dit meisje. Het is ook eerlijk om te zeggen dat het voor de collega's verwarrend wordt wanneer ze het meisje dat ze hebben gedragen, vervolgens weer zelf zien lopen; ze beweegt zich dan weer helemaal zelf voort. Dat is voor de collega's wel een moment van twijfel: wat is hier nu precies aan de hand? Ik hoop dat ik daarmee enige inkleuring heb gegeven aan hoe het voor de collega's is geweest.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Wat er de achtergrond van is dat het ene wel binnen de politie is georganiseerd en het andere niet, durf ik niet te zeggen. De vraag is — dat zeg ik ook in reactie op eerdere vragen die gesteld zijn — of je dit bij de politie moet inrichten of dat je ervoor moet zorgen dat er een goede samenwerking is tussen de politie en de organisaties die dit constateren. Die vraag is wel van belang.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Zeker. Dat is wat de collega's achteraf nog extra hadden kunnen doen. De inspectie zegt dat dat geen verplichting is, maar dat het wel een mogelijkheid was die de collega's nog hadden gehad. Maar, heel eerlijk, in dit geval is ook niet door het crisisinterventieteam of door de William Schrikker Stichting gezegd: laat zelf nog een arts ter plaatse komen om dit goed te beoordelen. In antwoord op uw eerste vraag: de collega's hebben ook met de moeder, met de adoptiemoeder in dit geval, gesproken. Zij heeft uiteraard aangegeven dat dit paste in het patroon van hoe het meisje zich gedroeg. Er is dus ook met de moeder zelf gesproken en er is van haar een verklaring opgenomen.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: U bedoelt naar aanleiding van 3 maart? Dat bevreemdt mij ook. Nogmaals: ik denk dat achteraf bezien, ook al hebben wij niet die aanwijzing van het crisisinterventieteam of van de William Schrikker Stichting gekregen, de collega's nog steeds een zelfstandige bevoegdheid hadden om toch een arts te laten komen er ernaar te kijken. Ik verplaats me in de collega's die op dat moment eigenlijk zeggen "dit is wat de voogd en alle specialisten zeggen dat goed is om te doen". Zij hebben alsnog een Veilig Thuismelding opgemaakt om die zorg. Er was vanuit die Veilig Thuismelding alle reden geweest om dat top-tot-teenonderzoek in te zetten. Ik ben het dus helemaal met u eens; ik denk dat dat goed was geweest. De vraag is wie het initiatief had moeten nemen voor dat top-tot-teenonderzoek.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Ik snap uw vraag: welke mogelijkheden had je hier om ambtshalve te vervolgen? Weet dat we er ook altijd met het Openbaar Ministerie over in overleg zijn of er voldoende reden is om te kijken of er ambtshalve vervolging mogelijk is. Ik denk dat daar in deze situatie voor ons ook wel de les blijft zitten: waar zit onze zelfstandige bevoegdheid? Om hem scherp neer te zetten: op het moment dat de William Schrikker Stichting toestemming geeft en de pleegmoeder zegt "ik wil het meisje weer meenemen", dan plegen de politiemensen bijna een strafbaar feit als ze het meisje er zouden houden. Dan houden ze iemand tegen de wil van het bevoegd gezag. Dan houden we iemand bijna weg bij het bevoegd gezag. Let daar wel op. Collega's komen echt in een dilemma terecht als ze het meisje bij zich willen houden op het moment dat de William Schrikker Stichting, de voogd, letterlijk zegt: het meisje moet nu eigenlijk weer mee worden gegeven. Daarbij geeft u natuurlijk terecht aan dat er sprake is van zichtbaar letsel. De vraag was alleen juist of dat letsel aangebracht is door haarzelf of dat er sprake is van kindermishandeling. Mijn collega's kregen vervolgens alle signalen door dat dit mogelijk door het meisje zelf werd veroorzaakt en niet door iemand anders. Dan blijft dus de vraag welk strafbaar feit, welke verdenking van een strafbaar feit, ik op dat moment overhoud. Er is op z'n hoogst een vermoeden, maar zeker niet een verdenking op basis waarvan je kan acteren.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Zeker. Ik ga geheel met u mee in die oproep. Laat vooropstaan dat ook bij de politie iedereen ongelofelijk teleurgesteld is en collega's zichtbaar geraakt waren, en ikzelf ook toen ik het rapport weer opnieuw las, over hoe dit is gelopen. Iedereen denkt dus "hoe kunnen we dit in het vervolg beter doen", dat staat boven water, ook voor de politie. De vraag is wel wie op dat moment die specialist moet zijn. Wil je dat weer binnen de politie inrichten of juist bij Veilig Thuis of een crisisinterventieteam die dan verantwoordelijk is om dat te zien? Toch nog even over de William Schrikker Stichting. Dat ís de jeugdbescherming. Dat is de organisatie die voor de bescherming van het meisje had moeten gaan. Nu lijkt het alsof de bescherming van de ouders en de pleegouders voorop heeft gestaan. Dus als er "een" organisatie moet zijn die er voor de bescherming van het kind moet zijn, dan zijn zij het. Dat we bij hen ook die vraag hadden neergelegd, lijkt mij dus volstrekt vanzelfsprekend. Die had niet per se bij de politie horen te liggen.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Voor zover ik weet is er vervolgens in die afweging, ook naar aanleiding van de meldingen die Nidos, de andere stichting, uiteraard had gedaan, niet aan de politie gevraagd hoe wij daarnaar kijken. Als er al een vraag komt, komt die vaak vanuit de Raad voor de Kinderbescherming. Die vraagt dan vervolgens aan de politie om eventueel nog een naslag te doen in de systemen om te zien of wij daar nog bijzonderheden hebben die relevant zijn.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Zoals ik net al zei, is het wel echt iets waar wij ons ongelofelijk veel zorgen over maken. Ik noemde net al het aantal van 16.000 Veilig Thuismeldingen die wij in het afgelopen jaar hebben gedaan. Daarbij zien we meerdere situaties waarin wij soms al meer dan tien meldingen hebben gedaan. Ik zag pas nog een situatie waarin wij zeventien meldingen over één gezin hebben gedaan. Dan is het wel de vraag welke interventies er dan worden gedaan. Het lijkt dan bijna alsof de politie de monitorfunctie krijgt om te zeggen: hier moeten we nu escaleren. Dat betekent dan dat wij het naar het Zorg- en Veiligheidshuis brengen zodat het integraal wordt besproken, terwijl wij juist degenen zijn die constateren en signaleren. Maar volgens de monitorfunctie en het opschalen zou het ergens anders moeten komen te liggen. Juist daar maken wij ons echt veel zorgen over. Wat ons betreft, hoe triest ook, is dit geen incident, maar is dit een heel groot risico wat het huidige systeem in zich heeft.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Het zou voor ons heel belangrijk zijn dat als wij die melding doen, het liefst dezelfde dag maar anders de volgende dag een hulpverlenende instantie gelijk met ons meegaat naar het gezin om te kijken wat er aan de hand is. Dat is één. Het is ontzettend belangrijk dat er een geïntegreerde crisisdienst is, die op een dergelijke melding van een onveilige situatie afgaat zodat veel beter beschreven kan worden wat er precies aan de hand is en welke hulp hierbij nodig is. Het is nu voor veel van mijn collega's best frustrerend om te zien dat het soms vier tot vijf weken duurt voordat een melding überhaupt wordt doorgezet en dat wij een hele slechte terugkoppeling of zeer beperkte terugkoppeling krijgen wat daadwerkelijk met een Veilig Thuismelding wordt gedaan. Wij weten dat het belangrijk is, maar het risico van het huidige systeem is dat het wat bureaucratisch kan worden in plaats van dat het aan de bedoeling voldoet, als een politieorganisatie zegt: wij maken ons ernstig zorgen over wat hier in dit gezin gebeurt en hier is snel acute hulp of bescherming nodig.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Ik ken het systeem. Ik was zelf betrokken bij een van de proeftuinen van Blijvend Veilig in de eenheid Amsterdam, waar ik hiervoor heb gewerkt. Ik heb daar gezien wat de meerwaarde daarvan is, omdat het heel erg voldoet aan de wens die wij als politieorganisatie altijd hadden: laat hulpverleners die daadwerkelijk met gezinnen aan de slag gaan, direct met ons meegaan, het gezin in. Dat was eigenlijk de kern van een van die proeftuinen Blijvend Veilig, zoals het heet. Ik denk dat het wel belangrijk is, wat deze situatie in Vlaardingen ons wel leert en waar ook een van uw collega's net al aan refereerde, dat je altijd het vierogenprincipe houdt. Er moet altijd een instantie zijn, of dat de raad is of een andere organisatie, die blijft opletten: wat gebeurt er, is er geen tunnelvisie mogelijk bij de hulpverleners? Maar dat de rest van het veld gedwongen wordt om samen te werken, lijkt me ontzettend waardevol. Dat zou voor ons als politie zeer helpend zijn.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Ik kan mij in deze situatie, naar aanleiding van de melding in de supermarkt, niet herinneren dat die terugkoppeling er is geweest. In de andere situatie die in het inspectierapport staat beschreven, zien we dat wel. Dat gaat over de twee Syrische jongetjes die in dat gezin zaten. Dan ziet u ook de route. Er is een Goofyrapport zoals dat heet; dat wordt in het ziekenhuis gedaan. Dan vindt er terugkoppeling plaats naar de politie, maar in dat geval ook naar Nidos. Dan wordt aan Nidos gevraagd: doe ook aangifte, juist met dit rapport in uw hand. Ik denk dat u het beste aan de sprekers vanmiddag kan vragen of zij in ieder geval dat rapport hebben teruggekregen.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Wat ik daarover kan zeggen, is dat wij, nadat wij de melding in mei hebben gekregen, een team grootschalige opsporing hebben opgericht. Dat doet een groot rechercheonderzoek, dat we eigenlijk altijd doen bij levensdelicten. Dat onderzoek ligt op dit moment bij de rechter. U zult dus begrijpen dat ik daar op dit moment niet veel over kan zeggen. Maar met het Openbaar Ministerie wordt inderdaad ook nog gekeken welke informatie wij, naast alles wat wij hieruit hebben gehaald, verder nog kunnen delen.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Ik ben heel blij dat dat soort initiatieven er al zijn. Ook bij ons in de regio is er een crisisinterventieteam. Het enige wat, zeker achteraf, maar ook op dat moment, voor ons heel behulpzaam was geweest, is als zij niet alleen telefonisch contact hadden gelegd, maar ook daadwerkelijk ter plaatse waren gekomen. Ik weet dat zij in ieder geval ook hebben gezegd: naar aanleiding van deze situatie zal ons dit nooit meer gebeuren en zullen wij er altijd naartoe gaan. Daarvan zeggen wij als nationale politie: breng überhaupt in het systeem in dat hulpverleners niet afhankelijk zijn van, zoals ik het net misschien bijna wat oneerbiedig noemde, het "doorfluistersysteem", maar dat de hulpverlener die met het gezin aan de slag gaat, gelijk meegaat wanneer je het signaal krijgt en dat die gelijk kijkt wat er aan de hand is, wat nodig is en wie dat gaat leveren. Dus we zijn heel blij met het crisisinterventieteam, maar we worden nog blijer als ze ook daadwerkelijk ter plaatse komen.

Bron, video en gesprek →
3 mrt 2025 · Interruptie

De heer Van de Koot: Wat ik net probeerde uit te leggen, is het volgende. Er was sprake van letsel, maar er was voor de politiecollega's op dat moment geen indicatie dat er sprake was van kindermishandeling, uitgaande van de verklaring van het meisje. Vervolgens kwamen er allemaal contra-indicaties, namelijk van de William Schrikker Stichting en de pleegmoeder zelf. De pleegmoeder zei: nee, dit heeft zij zichzelf aangedaan. Er was ook een contra-indicatie dat zij op een gegeven moment wél zelf weer liep. De William Schrikker Stichting zei in ieder geval: u kunt het meisje nu weer meegeven aan de moeder. Onze collega's hadden dus echt geen enkele juridische grond meer om dat meisje nog langer op het politiebureau te houden. Maar er was op dat moment dus ook geen verdenking van kindermishandeling. We hebben dit dus ook niet zo ingevoerd in het systeem.

Bron, video en gesprek →