de Staat van de Europese Unie
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Lenaers (EP/CDA): Voorzitter. Dank u voor de uitnodiging om hier uw gast te zijn vandaag. Ik was elf jaar geleden voor het laatst bij dit debat aanwezig, toen met CDA-woordvoerder Europese zaken Pieter Omtzigt aan mijn zijde. Ik constateer dat er in elf jaar veel is veranderd in dit huis en ook in de wereld. Het is daarom belangrijk dat we vandaag niet alleen spreken over de huidige staat van de Unie, maar ook over haar toekomst: over de vraag hoe Europa in een wereld van oorlog, geopolitieke spanningen en economische concurrentie haar eigen toekomst kan blijven bepalen. Ik wil vier punten maken. Eén op defensie. Te lang heeft Europa voor onze veiligheid geleund op de Verenigde Staten. De wereld van vandaag laat zien hoe kwetsbaar ons dat maakt. Daarom moeten wij investeren in onze strategische autonomie. We moeten investeren in de Europese defensie-industrie en in defensiesamenwerking. Dat gaat niet alleen maar om meer geld investeren, maar juist ook om slimmer investeren, niet alleen in nationale projecten, maar juist ook daar waar Europese samenwerking meerwaarde heeft. Hoe gaat Nederland daaraan bijdragen? We moeten Oekraïne blijven steunen: militair, financieel en politiek. Oekraïne verdedigt niet alleen zijn eigen vrijheid maar ook die van ons. Hoe zorgen we dat het draagvlak voor die steun behouden blijft? Hoe zorgen we dat alle lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen, ook richting die belangrijke NAVO-top, volgende maand? Tweede punt: migratie. Als we onze eigen toekomst willen bepalen, moeten we grip op migratie krijgen. Er werd al aan gerefereerd; het is er deze week veel over gegaan: morgen treedt het Europees Migratiepact in werking. Met die hervorming zetten we een hele grote stap om binnen Europa grip op migratie te krijgen. Maar daarmee zijn we er niet. Een geloofwaardig migratiebeleid gaat niet alleen over het pact. Daarom stemmen wij bijvoorbeeld volgende week in het Europees Parlement over de Terugkeerverordening, om ervoor te zorgen dat de uitkomsten van onze procedures ook gevolgd worden en dat mensen zonder recht om te blijven ook daadwerkelijk terugkeren naar hun land van herkomst. Belangrijk is, nu de Europese kaders zijn gezet, hoe Nederland die ruimte benut om meer grip op migratie te krijgen. Punt drie: concurrentievermogen. Op eigen benen staan betekent ook economisch sterk genoeg zijn om wereldwijd te concurreren. Europa moet niet achter de feiten aanlopen, maar zelf de economie van de toekomst vormgeven. Dat vraagt om uitvoering van de aanbevelingen van Draghi en Letta: investeren in de industriële basis, strategische sectoren, schone energieproductie en de opschaling van industriële capaciteit in Europa. Dus niet alleen technologie ontwikkelen, maar ook zorgen dat die hier wordt geproduceerd, toegepast en geëxporteerd. Dat is de kern van moderne Europese industriepolitiek. Tegelijkertijd moet Europa een plek zijn waar bedrijven ruimte krijgen om te groeien, zonder te verdwalen in regels. Ik noem minder administratieve lasten, meer voorspelbaarheid en ruimte om met gezond verstand te ondernemen. In Europa hebben we daar in de afgelopen twee jaar belangrijke stappen in gezet en daar moeten we mee doorgaan. Het laatste punt is geld: de begroting. De komende maanden staan in het teken van de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader. Ik denk dat de premier daar onlangs op de top in Cyprus heel duidelijk over was, en terecht. Ook voor het CDA geldt: meer geld alleen is niet de oplossing. Europa wordt niet sterker door een groter budget, maar wel door betere en scherpere keuzes. We hebben een moderne en flexibelere begroting nodig, gericht op veiligheid, innovatie, concurrentievermogen, voedselzekerheid en de bescherming van onze buitengrenzen. Welke strategie kiest Nederland om ervoor te zorgen dat de Nederlandse bijdrage binnen de perken blijft, zonder dat er juist wordt gesneden in de prioriteiten voor Nederland? Tot slot, ook in vervolg op het laatste debat: de koppeling tussen begroting en rechtsstaat blijft cruciaal, juist om toekomstige Orbáns te voorkomen. Gaan wij Europa de middelen geven om haar eigen toekomst te bepalen? Wat betreft het CDA is dat: ja! En dan moeten we hier de keuzes maken die daarvoor nodig zijn. Dank u.
Bron, video en gesprek →De heer Lenaers (EP/CDA): Dank u, voorzitter. Dank voor de gastvrijheid en het mooie debat. Ik denk dat de toekomst van de Europese Unie een gedegen debat verdient dat verdergaat dan de clichés en de simpele vraag of we voor of tegen Europa zijn. Ik heb daar vandaag voldoende aanknopingspunten voor gezien. Ik denk ook dat deze Kamer daar een hele belangrijke rol in speelt, juist vanwege haar zichtbaarheid misschien nog wel meer dan het Europees Parlement. Dank daarvoor. Dank ook voor de beantwoording van de vragen. De premier zei terecht dat we trots mogen zijn wat betreft de Nederlandse steun aan Oekraïne. Ik denk dat het heel belangrijk is dat juist die steun veel meer breed gedragen wordt door andere EU-lidstaten, maar zeker ook door andere NAVO-landen. De NAVO-top van begin juli is daar een ontzettend belangrijk moment in. Ik hoop oprecht dat Nederland daarin een hele belangrijke rol kan spelen om dat tot een succes te maken. Ik steun de opstelling wat betreft het MFK volledig, en ook de vraag — dat zijn de twee belangrijkste aspecten — over de hoogte van de begroting, juist om ervoor te zorgen dat de Nederlandse bijdrage binnen de perken blijft, maar zeker ook wat betreft de besteding van het geld. Zorg dat die Nederlandse prioriteiten niet ten koste gaan van alleen een discussie over de hoogte van de begroting. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →