Jeugdbeleid
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Verkuijlen (VVD): Ook ik ben het grotendeels met u eens, mevrouw Synhaeve. Wat me aansprak, is datgene wat u zei over de gezinshuizen. U sprak daar vol vuur over. U had het over de hoeveelheid kinderen en eerst ook even over de drempel die er is voor ouders zelf. Heeft u daarop een visie? Hoe ziet u dat? Vindt u een gezinshuis dan wel aansluiten bij de behoefte van jongeren? Wat vindt u van het perverse element dat een gezinshuis veel meer geld krijgt dan bijvoorbeeld een eengezinspleeggezin?
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Voorzitter, dank. Het is bijzonder om weer in het midden van deze commissie te zijn. Anderhalf jaar geleden heb ik het twee jaar mogen doen. Een aantal woordvoerders komt mij nog zeer bekend voor. Ik ken de vurige betogen van mevrouw Westerveld. Bij het laatste sluit ik mij zeker aan, als het gaat om onderwijs volgen, tegenslag en de rol die jongeren en hun ouders daarin hebben. Daar vind ik ook de PVV in. Maar dit debat gaat niet alleen over jeugdzorg. Het gaat over jeugdbeleid, over de maatschappelijke druk die jongeren ervaren. Het advies van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving over de hypernerveuze samenleving en de daling van Nederland op de internationale kinderranglijsten kunnen we daar niet los van zien. De wet Reikwijdte moet ervoor zorgen dat de schaarse capaciteit in de jeugdzorg terechtkomt bij de jongeren die deze zorg het hardst nodig hebben. Niet iedere hulpvraag hoort in de jeugdzorg thuis. Pedagogische problemen — ik denk dat mevrouw Westerveld dat net heel terecht opmerkte — zoals dyslexie horen wat ons betreft in het onderwijs thuis en niet in de jeugdzorg. Ouders hebben daarbij een belangrijke rol. Zij kunnen voorkomen dat de jeugdzorg aan de voorkant wordt overvraagd. Hier bedoel ik echt mee dat als er aan een kind ook maar iets niet goed is, de cultuur op dit moment is om zo snel mogelijk te kijken of er zorg nodig is. We zijn het heel erg eens als het gaat over het verwerken van tegenslagen in het leven. Dat hoort ook bij het leven en het hoort ook bij de groei in het leven. Voorzitter. Als we dat niet doen, gebeurt precies wat we niet willen: het systeem raakt overbelast met lichte hulpvragen, terwijl kinderen met complexe problematiek langer moeten wachten. Denk aan jongeren met ernstige psychiatrische aandoeningen, suïcidaliteit, eetstoornissen, verslaving of situaties van zelfmishandeling. In de meest ernstige situaties kan het noodzakelijk zijn om iemand als laatste redmiddel onder een strikt regime te plaatsen. Dat is ingrijpend en wat ons betreft altijd onwenselijk als het kan worden voorkomen. De afgelopen jaren hebben zich in de gesloten jeugdzorg ernstige misstanden voorgedaan. Daarvoor zijn excuses aangeboden. Daarover zijn al mooie woorden gezegd; ik sluit mij daar graag bij aan. Het is goed dat de minister samen met de VNG die excuses heeft gemaakt. Maar excuses alleen zijn natuurlijk niet genoeg; dat weten we allemaal. De vraag is wat we er nu concreet aan gaan veranderen. Voorzitter. Een belangrijk probleem is dat er onvoldoende passende hulp beschikbaar is in de eigen regio. Verwijzers zoeken daarnaar en komen soms met oplossingen buiten bestaande contracten met gemeenten, bijvoorbeeld via een-op-eenplaatsingen. Daarover is al het nodige gezegd. Ik ben nu niet zo heel erg geïnteresseerd in tellen. Dat telraampje is niet zo interessant. Het gaat erom welk alternatief wij voor ons zien als we die gesloten instellingen met elkaar niet meer willen. Ik ben erg benieuwd om van de minister te horen welke richting zij daarbij wil inslaan en welke best practices ze op dit moment aan het ophalen is. Dat vind ik namelijk belangrijk. Je kunt daar nooit proeftuinen van maken, want je mag een jongere nooit als een laboratoriumobject gaan gebruiken; het zijn jongeren die zorg nodig hebben. Ik ben wel benieuwd naar waar dit over het algemeen wél goed werkt; daar moeten we namelijk heen. Ik ben het eens met mevrouw Coenradie, die zegt: de veiligheid van de mensen die in de jeugdzorg werken, is relevant, zeer relevant, niet alleen om die mensen te behouden voor de jeugdzorg, omdat ze heel graag in de jeugdzorg willen werken, maar ook voor de jongere zelf, die op dat moment ook een gevaar voor zichzelf vormt. Daar moeten we echt zo snel mogelijk een alternatief voor vinden. Dat heeft wat de VVD betreft prioriteit. Voorzitter. Wat komt er als concreet alternatief? Welke richting kiest de minister? Wanneer weten instellingen waar ze aan toe zijn? Dat is de vraag waar we voor staan. Voor de VVD staat één ding voorop: de veiligheid van jongeren en hulpverleners. Wij vinden het onverantwoord om ingrijpende maatregelen te nemen zonder dat er concreet zicht is op een passend alternatief. Voorzitter. Tot slot de jongeren met een forensisch profiel. Gemeenten en zorgaanbieders geven aan dat er onvoldoende passend aanbod is voor jongeren die in aanraking komen of dreigen te komen met het strafrecht. Volgens mij heeft JA21 daar ook al iets over gezegd. Dat is zorgelijk, want als we jeugdcriminaliteit willen voorkomen, moeten we juist deze jongeren op tijd bereiken, en niet pas wanneer het strafrecht al in beeld is. In het bijzonder vraag ik aandacht voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Zij kunnen zeer ontvankelijk zijn voor criminele beïnvloeding. De ronselaars zijn hier ook al eerder genoemd. Mijn vraag aan de minister is daarom wat zij concreet gaat doen om voor deze groep voldoende passende hulp beschikbaar te maken. Hoe voorkomen we dat deze jongeren pas hulp krijgen als het al mis is gegaan? Voorzitter. Ik rond af. De VVD wil af van een systeem waarin jongeren met de zwaarste problemen achteraan in de rij staan. Wij willen dat de schaarste zorg terechtkomt waar die het hardste nodig is. Daarvoor moeten we keuzes maken en vooral: die moeten we ook gaan uitvoeren. Mijn vraag aan de minister is daarom niet alleen wat zij van plan is, maar vooral wanneer jongeren daar daadwerkelijk iets van gaan merken. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Ik ben altijd bereid om naar de kwaliteit van de zorg te kijken. Dat is mijn eerste antwoord daarop. Maar dan moet natuurlijk wel overtuigend vastgesteld worden dat de marktwerking precies de werking heeft die u nu noemt. Ik heb op een gegeven moment ook in mijn fractie verdedigd dat we geen private equity in de jeugdzorg wilden. Volgens mij was dat op dat moment ook een belangrijk punt van mevrouw Westerveld. Ik verdedig dat nog steeds van harte. De eerste vraag is altijd: wat is de kwaliteit van de zorg en is de marktwerking inderdaad zodanig dat de kwaliteit van de zorg afneemt? Dan kunnen we het gesprek met elkaar voeren.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Daarmee overvraagt u mij op dit moment. Ik ben zeker bereid om daarnaar te kijken met u. Als de marktwerking zou voorkomen dat die acute hulp er is, moeten we daar zeker naar kijken met elkaar.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Natuurlijk. Met mijn opmerking bedoelde ik, zeg ik tegen mevrouw Synhaeve, dat het mij gaat om de beweging die er gemaakt wordt en dat er gekeken wordt naar dit soort alternatieven. Zolang die nog in stand zijn, moeten we natuurlijk kijken naar de kwaliteit die daarin geleverd wordt. Dat ben ik helemaal met mevrouw Synhaeve eens.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Die deductie is heel interessant. Ik denk dat er voor mevrouw Dobbe een opsporingscarrière verloren is gegaan, want zij heeft onderzocht wie de meest aannemelijke verdachte zou zijn in dit spel. Wij hebben een andere opvatting over die bijdrage en ik zal u ook uitleggen waarom. We hadden het net over de ouders. Een heel groot aantal ouders kan de jeugdzorg makkelijk betalen. Ik zou graag zien dat degenen die het kunnen betalen … Ik heb zelf een kind gehad met een ernstige aandoening en het ging mij absoluut niet om geld of wat ik er daarin bij kreeg; het ging mij erom dat mijn eigen kind weer gezond werd. Ik vind dat je dan een bijdrage zou moeten vragen. Ik ben benieuwd naar het wetsvoorstel dat eraan komt. Volgens mij zijn we in de Wmo aan het kijken naar een inkomensafhankelijke bijdrage. Ik zou het niet verkeerd vinden om daar ook heel nadrukkelijk naar te kijken en over na te denken voor de jeugdzorg.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Ja. Ik zal het heel kort houden, want ik begrijp dat we uit de tijd lopen. Ik heb een korte vraag. Ik heb aandachtig geluisterd, zoals ik altijd doe. Mevrouw Dobbe ziet beloftevolle alternatieven voor de gesloten inrichting. Kunt u iets meer zeggen over wat u dan ziet? Ik denk namelijk dat we allemaal erg op zoek zijn naar manieren om naar die wenselijke situatie toe te gaan.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Dank voor dat antwoord. Het gaat met name om de jongeren helemaal aan de bovenkant van dat complexe systeem, die zichzelf verwonden en gevaarlijk zijn voor hun omgeving. Het moet wat mij betreft altijd liefdevol als het om jeugd en jongeren gaat. Ik snap de preventiegedachte, maar het gaat echt even om de vraag wat we ervoor in de plaats gaan zetten. Dat is namelijk het probleem waar de mensen in de instellingen nu mee te maken hebben.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Wat ik ga zeggen, is een beetje in lijn met de vorige twee betogen. Stel dat u allebei een huis hebt geërfd en dat dat huis al een hele tijd onder water staat. Er is van alles aan de hand. Er is een renovatieplan, maar dat is uitgesteld omdat de aannemers niet willen. Als u naar dat huis kijkt, dan moet u toch op enig moment bij uzelf hebben gedacht: daar ga ik als eerste aan beginnen. Dat raakt aan de vraag van mevrouw Coenradie. Ik hoor heel veel urgentie en ik heb ook het gevoel dat dit bij u in goede handen is, maar ik mis: wat zijn volgens u de belangrijkste stappen om nu te zetten om de misstanden in de jeugdzorg — het zijn er een aantal — bij de kop te pakken? Welke staan bij u beiden op één, twee en drie?
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Dank voor de beantwoording. Het is heel goed dat u langs die lijn de toekomst inhoud wil geven, maar het gaat mij precies om urgentie en prioriteit. U zegt dat het urgentie heeft. Ik denk dat we daar allemaal zeer gelukkig mee zijn. Ik denk dat mevrouw Westerveld niet in de laatste plaats zal zeggen: fijn dat we nu meters gaan maken. Maar het gaat mij om de vraag: wat heeft prioriteit; wat gebeurt er als eerste? Als u het aan mij vraagt, dan vind ik dat de jongeren in gesloten inrichtingen prioriteit hebben. Daar moet een alternatief voor komen. Het is heel goed dat u excuses heeft gemaakt. Ik denk dat dat een hele goede beweging is geweest, maar we moeten wel het vermogen hebben om in de spiegel te kijken en om te zeggen: nu moet het anders.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Voorzitter, met name dank dat u het nu doet, want anders zou ik bijna vergeten waar mijn interruptie over ging. Dat zal de leeftijd wel zijn, denk ik. Maar goed. Ik was zeer ingenomen met de beantwoording door de minister van de vragen over de alternatieven voor de gesloten jeugdzorg, laat ik dat ook gezegd hebben. Alleen zijn we in dit huis goed in dingen stopzetten, maar minder goed in tot een alternatief komen als we de transitie ingaan. Ik heb goed geluisterd naar de minister. Zij heeft het over wetgeving om het in te gaan regelen. Ik zag in de voortgangsbrief ook dat er verschillende onderzoeken over lopen. Maar ik wil graag van haar weten of zij daar wat pragmatischer naar wil kijken. Zij noemde ook Levvel. Als u de best practices identificeert, zou ik het heel fijn vinden om die zo veel mogelijk groter te maken zodat er in ieder geval geen handelingsverlegenheid optreedt naar aanleiding hiervan. Ik heb ook nog een vraag over de lvb'ers. Die vraag zit met name op het forensisch deel. We weten dat een derde van alle jongeren met een licht verstandelijke beperking zowat in de jeugdcriminaliteit terechtkomt. Voor dat deel wil ik extra aandacht vragen.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Heel goed dat dit zo op het netvlies staat. Dit zijn de jongeren die de bommen neerleggen en geen idee hebben wat ze eigenlijk doen; dus de consequenties en de morele ontwikkeling. Tegelijkertijd wil ik mijn waardering uitspreken. Eerst leek het even of de vraag van de minister naar de staatssecretaris ging, maar ik vond het heel waardevol dat zelf ook aangaf wat er in die hulpverleningstrajecten al gebeurt, juist ter voorkoming. U heeft geen vraag gehoord, voorzitter, dus dat is prima. Ik wilde die waardering toch even uitspreken.
Bron, video en gesprek →De heer Verkuijlen (VVD): Dank, voorzitter. Ik sluit me aan bij de lovende woorden over de beantwoording. Ik denk dat het ook heel belangrijk is — er zitten ook jongeren in de zaal — om met ze in gesprek te blijven, juist als het gaat over de moeilijke onderwerpen die we met elkaar hebben te verbeteren. Ik geef het je te doen om als minister en staatssecretaris tegenover een groep Kamerleden te gaan zitten die het verleden goed kennen en precies weten waar het nog niet loopt. Dan proeft u ongeduld. Ik denk dat u dat in al onze bijdrages gemerkt hebt. Ik heb heel even geprobeerd om van urgentie naar prioriteit te komen. Ik kan me voorstellen dat ik nog met een motie ga komen die een beetje in die richting gaat. Maar ik wil u met name bedanken voor de beantwoording. Voorzitter. Ik vond het interessant dat met name de staatssecretaris het had over mijlpalen die we neerzetten. We kunnen hier met elkaar vervallen in incidentenproblematiek, maar ik denk dat het ook belangrijk is om de mijlpalen met elkaar te benoemen en vast te stellen. Dat zou wat mij betreft ook meer in deze commissie, of plenair, kunnen. Ik dank u wel.
Bron, video en gesprek →