Staat van de Rechtsstaat: Algemeen
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Sabine Park
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Park: Dank u wel, voorzitter. Reinier van Zutphen kon hier vandaag niet aanwezig zijn. Dat spijt hem echt heel erg, want hij had graag een bijdrage geleverd. Maar u zult het met mij moeten stellen. Het vertrekpunt voor de Nationale ombudsman is dat wat al aangegeven is, namelijk dat een democratische rechtsstaat meer is dan de structuur en de waarborgen. Het gaat ook om de uitvoering, de dagelijkse praktijk en de mensen die daarin werken. We zien dat daarin inderdaad een aantal grote problemen zitten. Het eerste punt dat ik graag vandaag met u zou willen bespreken, is de realistische overheid. De Nationale ombudsman, de president van de Algemene Rekenkamer en de vicevoorzitter van de Raad van State hebben uw Kamer eerder gevraagd om vooral realistisch te zijn. Als je beloftes maakt naar burgers toe waarvan je van tevoren eigenlijk al weet dat je ze niet gaat waarmaken — dat kan enerzijds zijn omdat de voorstellen buiten de grenzen van de democratische rechtsstaat gaan of omdat plannen gewoon in de praktijk of financieel niet haalbaar zijn — dan verliezen burgers het vertrouwen in de politiek en het bestuur. Dat is dus ontzettend belangrijk. Het tweede punt dat ik wil maken, gaat over het belang van dienstverlening; het werd net al genoemd: de proactieve overheid. We zien een schokkend niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen. Het gaat dan om mensen die geen gebruik maken van de bijstand — misschien is dat wel 37% — of het kindgebonden budget. Dat zijn allemaal regelingen die bedoeld zijn om mensen op het bestaansminimum te brengen. Op het moment dat ze daar geen gebruik van maken, dan heeft dat gewoon consequenties voor hoe zij in de maatschappij staan, voor hun burgerschap en voor hun deelname als volwaardige burgers aan de democratische rechtsstaat. Wat heb je aan de democratische rechtsstaat als je geen brood op de plank hebt liggen en als je niet weet hoe je je kinderen een lunchbakje mee moet geven? Dat is dus echt ontzettend belangrijk. Een proactieve overheid zoekt die mensen actief op en zorgt dat zij krijgen waar ze recht op hebben. Dat moet natuurlijk wel omkleed zijn met waarborgen. Daar zou ik het graag met u over willen hebben. Het derde punt is het demonstratierecht; dat werd ook al eerder genoemd. De Nationale ombudsman heeft op 26 mei een rapport uitgebracht — dat was een vervolgrapport op eerder onderzoek — waarin hij toch ook grote zorgen heeft geuit over het demonstratierecht, dat ons inziens onder druk staat. Daarbij hebben we vooral gekeken wat burgers, dus demonstranten, maar ook niet-demonstrerende burgers, daarover gezegd hebben. Zij ervaren obstakels bij het uitoefenen van het collectieve recht om hun mening te uiten. Dat zijn dus de drie punten die ik graag met u zou willen bespreken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Park: We hebben vanochtend kennisgenomen van de brief. Ik denk dat je goed onderscheid moet maken tussen de twee hoofdvoorstellen die gedaan worden. Het ene is een voorstel tot het beter inbedden van het instrument van bestuurlijk verplaatsen. Dat kan nu ook al, maar dat blijkt in de praktijk geen handzaam artikel te zijn, dus daar wordt een voorstel voor gedaan. Als je dat op een goede manier invult, maak je een bestaande bevoegdheid gewoon beter. Dat kan dus, als je dat goed aanpakt. Het voorstel dat voor mij nog niet helemaal duidelijk is en dat uit het coalitieakkoord komt, betreft de wens om het plegen van strafbare feiten tijdens een demonstratie als strafverzwarende grond aan te nemen. Ik denk dat je daar heel voorzichtig mee moet zijn. Het strafrecht is een ultimum remedium. In het kader van het demonstratierecht moet je heel goed onderscheid maken in waar je het over hebt. Als je demonstreert, mag het schuren. Je mag een beetje over de grens van de wet heen gaan, maar je mag natuurlijk geen geweld plegen of vernielingen aanrichten. Ik vind het heel ingewikkeld om in zo'n stukje iets te zeggen over strafbare feiten in het algemeen, want waar hebben we het dan over? Hebben we het over ernstige geweldpleging of over het verstoren van de openbare orde, waarbij je ook algauw over een grens heen gaat? Ik denk dat daar een heel genuanceerd gesprek over gevoerd moet worden, waarbij het uitgangspunt toch is dat demonstreren mag en dat het ook een beetje mag schuren. Als je het gaat inperken, moet het proportioneel en subsidiair zijn, dus het strafrecht moet echt een middel zijn dat je niet lichtvaardig gaat gebruiken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Park: Wat wij hebben opgehaald tijdens ons onderzoek, is dat het gesprek hierover, ook in uw Kamer, direct invloed heeft op burgers. De manier waarop je praat over het demonstratierecht heeft dus van tevoren al impact. Het is prima als je een genuanceerd gesprek voert over de voors en tegens en de belangen die gewogen moeten worden. Maar op het moment dat er in de manier waarop er gesproken wordt over demonstranten gecriminaliseerd wordt, het echt aangevlogen wordt als alleen maar een openbareordeprobleem en het in de hoek van het strafrecht wordt getrokken, creëert dat bij mensen al een beeld. Dat hebben we ook gezien in het onderzoek dat we door Ipsos hebben laten uitvoeren onder de gemiddelde burger. Wij zagen dat zij het demonstratierecht vooral gaan associëren met openbareordeverstoringen en het overschrijden van het strafrecht. Dat is niet wat je wil. Je wil het nog steeds zien als een belangrijk recht dat je hebt in een democratische rechtsstaat. Als u daarover gaat praten, zou de oproep dus zijn om ook te denken aan de burgers die meeluisteren en te bedenken dat het gesprek alleen al impact heeft op hoe die ertegen aankijken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Park: Dat klinkt ons als muziek in de oren. Dat is precies wat Reinier van Zutphen zou zeggen als hij hier zat. Ik wil daar nog iets aan toevoegen. Een van de aanbevelingen van de staatscommissie was om de regelingen te vereenvoudigen, want de burger verdwaalt in de wirwar van regelingen, waardoor er weer fouten worden gemaakt en er rechtsbescherming nodig is. Die is overbelast. Versimpel het voor de burger. Maak die wetten en regels vanuit het perspectief van een burger die daar een aanvraag mee moet indienen. Daar komt een stukje proactiviteit bij kijken. Daar waar je de burger kunt hulpen door gegevens in te vullen waar je al over beschikt, moet je dat gewoon doen. Dat verkleint de kans op fouten. Daar wil ik nog één ding over zeggen. Wanneer je de burger gaat helpen en proactief diensten gaat aanbieden, zorg er dan ook voor dat je dat niet meer terug kan draaien. Wat we namelijk nog steeds zien, ook na de toeslagenaffaire, is dat mensen die iets krijgen, een toeslag die hen zou moeten ondersteunen, niet de zekerheid hebben dat ze die niet terug hoeven te betalen. Heel veel mensen komen daardoor nog steeds in de problemen. Om te voorkomen dat dat zich herhaalt, moet je, als je zo'n proactieve overheid gaat zijn, ervoor zorgen dat mensen gewoon dat stukje zekerheid hebben.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Park: Ik wil toch ook even reageren, hoewel ik op het punt van de democratische legitimiteit niet zo veel toe te voegen heb. Ik wil echter wel zeggen dat het ook niet goed is om de rechtsstaat en verdragen steeds aan te dragen als een soort knellend korset, waarin de politiek geen enkele ruimte meer heeft om tot oplossingen te komen. Daar mag ook wel wat nuance in, want er is heel veel mogelijk binnen de kaders van de democratische rechtsstaat. De burger is er ook niet bij gebaat om dat argument te horen, terwijl problemen die in principe wel aangepakt zouden kunnen worden, niet worden opgelost omdat daar misschien andere redenen voor zijn. Ik zou toch ook willen zeggen: wees creatief binnen de grenzen die u gegeven zijn en probeer daarbinnen tot realistische oplossingen te komen. Dat is waar mensen op dit moment echt iets aan hebben. Ik vind dat de focus heel erg gaat naar wat er niet kan, maar wat kan er wél?
Bron, video en gesprek →