Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering in verband met het vervangen van de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en het invoeren van diverse maatregelen die zijn gericht op een betere aanpak van rijden onder invloed (Wet verbetering aanpak rijden onder invloed) (36586)
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Mathlouti (D66): Voorzitter, dank. Iemand die met drank of drugs op achter het stuur stapt, maakt een levensgevaarlijke keuze. Te vaak wordt gedacht: ah, één glaasje kan nog wel. Maar voor slachtoffers en nabestaanden kan juist die ene verkeerde keuze een leven voorgoed veranderen. Elk jaar zien gezinnen, vrienden en collega's hun leven op de kop staan door een dodelijk verkeersongeval. Anderen moeten de rest van hun leven verder met ernstig letsel en blijvende gevolgen. De nulambitie uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 is helder: nul verkeersdoden in 2030. Voor minder zouden we in Nederland niet moeten gaan, maar de realiteit is helaas anders. Het aantal verkeersdoden is nog altijd zorgwekkend hoog en is de afgelopen jaren wéér gestegen. Dat laat zien dat ambitie alleen niet genoeg is, en dat we echt stappen moeten zetten om deze ontwikkeling te keren. Hoe kijkt de minister hiernaar? Welke extra maatregelen is de minister bereid te nemen om het aantal verkeersslachtoffers daadwerkelijk terug te dringen? Voorzitter. D66 ziet de meerwaarde van de wetsvoorstellen die vandaag voorliggen. Tegelijkertijd zijn wij ervan overtuigd dat een veiligere samenleving meer vraagt dan alleen strafrechtelijk optreden. Het doel is immers niet alleen om daders achteraf te straffen, maar vooral om te voorkomen dat er slachtoffers vallen. Voorzitter. Het wetsvoorstel over rijden onder invloed. Tijdens de voorbereiding viel mij op dat we niet precies weten hoeveel verkeersdoden en zwaargewonden het gevolg zijn van alcohol- of drugsgebruik. De registratie van verkeersongevallen door politie en ziekenhuizen is namelijk niet altijd volledig; zo registreert de politie alleen of de bestuurder onder invloed was van alcohol of drugs als diegene het ongeval heeft overleefd. Maar als we verkeersslachtoffers willen voorkomen, moeten we wel weten hoe groot het probleem precies is, juist nu we nieuwe maatregelen invoeren. Alleen als we goed meten, kunnen we straks namelijk beoordelen wat werkt en wat nog meer nodig is. Zo moeten we als Kamer ook kunnen sturen. Deelt de minister de mening dat de huidige registratie onvoldoende inzicht geeft in hoeveel verkeersongevallen en -slachtoffers het gevolg zijn van alcohol- en drugsgebruik? Is hij bereid die registratie te verbeteren, zodat we niet alleen beter zicht krijgen op het probleem, maar ook kunnen beoordelen of de maatregelen die we nemen, daadwerkelijk werken? Voorzitter. Het wetsvoorstel stelt een aantal wijzigingen voor, waaronder het dadelijk uitvoerbaar verklaren van de rijontzegging. Het doel van deze maatregel is helder: voorkomen dat mensen die een ernstig risico vormen voor anderen, gewoon de weg op kunnen gaan. Dat streven steunt D66. Artikel 164 van de Wegenverkeerswet maakt het echter nu al mogelijk om direct na het rijden onder invloed het rijbewijs in te vorderen. De officier van justitie kan het rijbewijs vervolgens onder zich houden zolang de uitspraak nog niet onherroepelijk is. Daardoor kan het rijbewijs voorafgaand aan de oplegging van de rijontzegging al zijn ingenomen. Deelt de minister die analyse en, zo ja, wat voegt deze nieuwe maatregel daar dan precies aan toe? Voor welke groep maakt deze maatregel in de praktijk daadwerkelijk het verschil? Welk concreet effect verwacht de minister hiervan voor de verkeersveiligheid? Voorzitter. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel de mogelijkheid tot vervangende hechtenis bij schending van de ontzegging van de rijbevoegdheid te introduceren. In de memorie van toelichting lees ik dat deze maatregel onder andere moet voorkomen dat notoire overtreders toch blijven deelnemen aan het verkeer. Dat steun ik volledig. Maar juist bij deze groep moeten we ons afvragen wat daadwerkelijk werkt. Uit onderzoek blijkt namelijk dat zwaarder straffen bij deze groep veelplegers beperkt effectief is. Juist veelplegers laten zich vaak niet tegenhouden door de dreiging van vervolging of een hogere straf. Dan is de logische vraag: waarom verwachten we dat deze straf, een gerechtelijke stok achter de deur, wel werkt? Welk effect verwacht de minister dat vervangende hechtenis op deze doelgroep zal hebben? Waarop baseert hij de verwachting dat dit daadwerkelijk leidt tot veiliger gedrag? Preventieve en bestuursrechtelijke maatregelen of hulp bij problematisch alcoholgebruik lijken bij deze groep mogelijk beter te werken. Hoe kijkt de minister hiernaar? Waarom is in dit voorstel niet gekozen voor een combinatie van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke maatregelen? Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum pleitte in 2023 al voor nieuwe preventieve maatregelen voor de doelgroep van zware alcoholovertreders. Welke nieuwe preventieve maatregelen heeft de overheid sinds 2023 daadwerkelijk genomen, vraag ik.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Ja ... "Ernstig." Volgens mij is ieder verkeersongeval met een dodelijke afloop ernstig. Ook alle ongevallen die geen dodelijke afloop hebben, zijn ernstig. Ik snap de gedachtegang om bij recidive en ernstige ongevallen de rechter meer te dwingen om bepaalde straffen op te leggen. Tegelijkertijd moeten we ook de vrijheid bewaken die een rechter heeft om alle omstandigheden af te wegen en op basis daarvan de rechterlijke uitspraak te doen. Dat is de basis voor hoe D66 denkt.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Ik vind het een beetje lastig om vooruit te lopen op de vraag of een rechter daartoe sneller moet overgaan bij vervolging. Ik wil eerst de inhoud van het amendement zien en kijken naar de exacte formulering. Ik wil er wel voor waken dat we in twijfel gaan trekken hoe de rechter de afwegingen maakt bij het komen tot een rechterlijke uitspraak. Als het gaat om het inschatten van het risico of een automobilist nogmaals in de fout gaat, moeten we die vrijheid denk ik heel nadrukkelijk bij de rechter laten, die gewoon alle omstandigheden daarin afweegt. Dan is het denk ik lastig om dat nu al vanuit de Kamer in te gaan kaderen.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Helemaal eens. Alleen, het neigt ook naar het in twijfel trekken van de vrijheid die een rechter heeft. Ik denk dat we ons als wetgevende macht daarmee op heel glad ijs bevinden. Dat is de boodschap die ik terug wil geven aan u.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Daar kijk ik heel welwillend tegen aan, ook met de toelichting die u schriftelijk, in het amendement, maar ook in uw eigen bijdrage heeft genoemd. Ik ben heel erg benieuwd naar de reactie van de minister daarop en waarom hij dat wel of niet een goed idee vindt.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Via de voorzitter, uiteraard.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): In de basis is het antwoord daarop ja. Maar dan blijf ik nog steeds bij mijn laatste antwoord richting mevrouw Mutluer dat het heel glad ijs is en dat we onze rol als wetgevende macht heel goed moeten kennen. Daarbij moeten we natuurlijk heel goed kijken naar wat past bij een bepaald misdrijf. Tegelijkertijd moeten we ook niet de positie van de rechter in twijfel trekken. Die moet namelijk op basis van alle omstandigheden zelf tot een bepaalde straf komen. Als we kijken naar uw voorstellen voor een aantal minimumeisen, waar ook door de Raad van State op is gereageerd, dan moeten we onszelf ook wat vragen stellen.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Dank, voorzitter. Dan de uitvoerbaarheid van deze wet. Mijn fractie vindt het opvallend dat de uitvoeringstoets pas plaatsvindt na behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer. Dat is, denk ik, de verkeerde volgorde. Een uitvoeringstoets is er juist om vooraf te weten of een wet in de praktijk werkt. Als daar problemen uit naar voren komen die om aanpassing van de wet vragen, kan de Kamer dat nu niet meer via een amendement of motie oplossen. Graag een toelichting van de minister op de volgorde van de behandeling. Kan de minister toezeggen de Kamer direct te informeren over de resultaten van de uitvoeringstoets zodra deze beschikbaar zijn? In het verlengde daarvan vraag ik mij af wat dit betekent voor de behandeling in de Eerste Kamer. Moet die behandeling dan wachten totdat duidelijk is of deze wet daadwerkelijk uitvoerbaar is, of niet? Daarnaast lees ik dat de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel afhankelijk is van het nieuwe ICT-zaaksysteem van het OM, dat naar verwachting pas in 2028 in gebruik wordt genomen. We weten dat het OM grote uitdagingen kent op ICT-gebied. Kan de minister aangeven hoe het staat met de implementatie van dit systeem en welke belemmeringen dit heeft voor deze wet? Voorzitter. Dan de Alcoholmeter. Dit wetsvoorstel laat weer zien dat we met nieuwe technieken ook slimmer toezicht kunnen houden. De meter kan worden opgelegd om continu te controleren of iemand zich aan een alcoholverbod houdt. Dat kan niet alleen effectiever toezicht opleveren, maar hopelijk ook tijd vrijmaken bij de reclassering. Ook laat onderzoek uit andere landen zien dat alcoholovertreders van wie het alcoholgebruik werd gemeten via een enkelband, vrijwel niet recidiveren wanneer zij die dragen. Degenen die wel opnieuw de fout in gingen, deden dat gemiddeld met een alcoholpercentage dat een stuk lager was. Dat zijn positieve resultaten. Tegelijkertijd is de Alcoholmeter duurder dan de huidige urinecontroles en worden de extra kosten gedekt uit artikel 34 van de begroting van Justitie en Veiligheid. Daarom heb ik nog een concrete vraag aan de minister: is dit geld structureel gereserveerd op de begroting voor volgend jaar, of moet er extra geld worden gegeven aan de begroting van JenV? We weten namelijk allemaal dat de financiële ruimte op de begroting beperkt is en dat er ook genoeg andere urgente problemen zijn waar geld voor nodig is. Ik hoor daarom graag van de minister waar deze rekening precies terechtkomt.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): We lijken een beetje op elkaar.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Tot op zekere hoogte. Ik heb het voorstel van de heer Bikker gezien.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Bikkers, sorry. Ik moest het een beetje teruggeven.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Waarom zeg ik "tot op zekere hoogte"? In de basis snap ik dat je ook een financiële prikkel wilt aanbrengen bij de dader. Tegelijkertijd zien we in de praktijk ook dat dat een veel breder gevolg heeft voor mensen die bijvoorbeeld krap bij kas zitten. Ik denk dat die strafmaat dan onevenredig is. Ik zou dus liever zeggen: meebetalen, maar wel naar draagkracht en met enige redelijkheid. Ik ben ook heel erg benieuwd hoe de minister naar uw voorstel kijkt, want ik denk dat het heel legitiem is om het gesprek hierover te voeren.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Wat betreft de opening van dat gesprek en dat haakje waarover u spreekt, vindt u mij aan uw zijde, maar hier moeten we wel zorgvuldig het gesprek over voeren, want die negatieve uitwerking wil ik graag voorkomen.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Ik was aan het einde van mijn betoog.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Even voortbordurend op het eerdere antwoord van de minister over de maatregelen die hij al neemt ten aanzien van verkeersveiligheid. Ik had natuurlijk ook gevraagd om een concreet antwoord op de vraag welke extra maatregelen de minister bereid is te nemen. Hij geeft aan met een aanpak bezig te zijn. Die betrokkenheid, ondanks dat wij niet vaak met elkaar in debat zijn geweest, heb ik eerder gezien. Kan de minister dat concreet maken?
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Ik wil even kort ingaan op de veelplegers. Dat is inderdaad een groot probleem. Ik hoor dat de minister het heel vaak heeft over harder aanpakken. In de basis ben ik het daar heel erg mee eens. Tegelijkertijd weten we ook uit de praktijk dat die hardere aanpak niet altijd leidt tot minder slecht gedrag van die veelplegers, en zeker niet tot meer verkeersveiligheid.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Ik ben vooral benieuwd hoe de minister kijkt naar die balans tussen enerzijds het harder aanpakken en anderzijds die preventieve maatregelen die hij net voorzichtig noemde.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Het is heel fijn om dit te horen, nadrukkelijk omdat het ook gaat om de mensen die op vrijdagavond na een etentje heel vaak worden gepakt omdat ze een wijntje te veel hebben gedronken. Die moet je heel hard aanpakken, maar het gaat me ook om die gevallen van mensen die gewoon een alcoholprobleem hebben en bij wie aanpakken simpelweg niet altijd helpt, omdat ze zich niet laten weerhouden door een extra boete of wat dan ook. Ik hoop dat u juist voor die gevallen ook naar andere dingen kijkt om juist hen te helpen, en zeker ook om de verkeersveiligheid te vergroten.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Dank u, voorzitter. Twee moties van D66.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): De tweede, voorzitter.
Bron, video en gesprek →De heer Mathlouti (D66): Dank u wel.
Bron, video en gesprek →