Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Bushoff (PRO): Die gaat over de kredietwaardigheidstoets. Ik hoorde de VVD daar terecht over zeggen dat daar door de open norm nog onduidelijkheid over is. Tegelijkertijd zien we eventueel ook een risico, namelijk dat er verschillende toetsen gaan plaatsvinden. Wat de VVD betreft moet het vooral proportioneel zijn, oftewel: waar het risico klein is, moet het niet te veel vragend zijn. We weten alleen ook dat het risico bij jongeren best groot is. Zou de leeftijd dan dus zwaar moeten meewegen bij zo'n kredietwaardigheidstoets? Zou de VVD bijvoorbeeld iets voelen voor een verzwaarde kredietwaardigheidstoets voor jongeren?
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Helder, dank. De vraag is inderdaad welke juridische ruimte we hebben. Tegelijkertijd denk ik dat het begrip "proportionaliteit" aan de ene kant een hele open norm biedt, maar aan de andere kant misschien ook wel ruimte biedt om, juist waar het risico groot is, wat zwaarder te toetsen. We weten dat het risico bij jongeren tot 24 jaar best groot is. Daarom vraag ik of er bij de VVD eventueel de bereidwilligheid is om, als dat juridisch mogelijk is, voor jongeren te kijken of we een stapje extra kunnen doen bij die kredietwaardigheidstoets.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Volgens mij heb ik veel te weinig tijd opgegeven, voorzitter. Gelukkig is het een wetgevingsoverleg.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Ik heb wellicht al vier minuten extra van mevrouw Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Dat gaat niet lukken, denk ik, maar ik ga mijn best doen. We gaan kijken hoe ver ik kom. Bij wetgeving is de spreektijd altijd indicatief, maar ik ga mijn best doen, voorzitter. Allereerst. De wet die we vandaag bespreken, implementeert de herziene Europese richtlijn consumentenkrediet II. De kern is eigenlijk natuurlijk dat vormen van krediet die nu grotendeels buiten het consumentenkredietrecht vallen, daar straks wel onder vallen. Een belangrijke vorm daarvan is het "buy now, pay later"-concept. Kleine kredieten en kaarten met uitgestelde debitering gaan ook aan nieuwe, strengere eisen moeten voldoen. Aanbieders komen onder toezicht te staan. Consumenten krijgen op die manier betere bescherming. Op zich is dat allemaal ontzettend goed. Dat is heel erg belangrijk, omdat kredietverlening in onze economie een enorme functionele waarde heeft, maar we tegelijkertijd zien dat het in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij jongeren, weleens wil leiden tot het doen van aankopen die ze zich niet kunnen veroorloven, wat allerlei heel nadelige en negatieve gevolgen heeft. Dat wil je zo veel mogelijk voorkomen. In die zin is de implementatiewet die vandaag voorligt een concrete stap in de goede richting, want dat "buy now, pay later"-concept wordt ook echt behandeld als krediet. Ook kleine kredieten vallen zo meteen onder strengere regels. Minderjarigen mogen straks niet meer onder het concept buy now, pay later gaan vallen. Dat zijn allerlei hele goede dingen. Tegelijkertijd probeer je natuurlijk het gewone handelsverkeer zo goed mogelijk doorgang te laten vinden waar geen probleem is. Het is natuurlijk ook heel belangrijk dat dat gewoon plaats kan vinden. Hoe je dat op een goede manier doet, is best een ingewikkelde weging. Daar heb ik een aantal punten over die ik voor het voetlicht zou willen brengen. Ik wil beginnen met de kredietwaardigheidstoets. Onder de €100 volstaat een beperkte toets, namelijk raadpleging bij het BKR en een beperkte raadpleging bij het Centraal curatele- en bewindregister, maar vanaf €100 is er sprake van een verplichte kredietwaardigheidstoets. Alleen, de aanbieder mag grotendeels zelf bepalen welke gegevens daar proportioneel voor zijn en hoe die toets er dan precies uitziet. De regering zegt daarbij zelf dat de vormgeving van deze toets grotendeels in de praktijk plaatsvindt, dat het daarbij proportioneel moet zijn en dat de AFM toezicht houdt. Maar er is dus geen wettelijk voorgeschreven uniforme minimumtoets voor kredieten boven de €100. Ergens snap ik dat wel, maar toch vraag ik de minister — volgens mij zat dit ook ergens in de vraag van de VVD verpakt — hoe je nou voorkomt dat er zo meteen allerlei verschillende toetsen plaatsvinden, waarbij de ene een zware toets uitvoert die misschien eigenlijk niet proportioneel is, en er bij de ander, waarbij je zou willen dat er wel een zwaardere toets plaatsvindt, juist een te lichte toets plaatsvindt. Hoe voorkom je de willekeur in toetsing, zou ik de minister in dit geval willen vragen. Welke minimumeisen hanteert de AFM wat betreft haar toezicht, zou ik de minister op dit punt ook willen vragen. Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn tweede punt hierover: zou het niet zinvol zijn om juist ook voor jongeren een wat zwaardere kredietwaardigheidstoets te laten gelden? We weten uit onderzoek dat heel veel jongeren toch te vaak in de problemen komen wat betreft kredieten die ze afsluiten, of het doen van aankopen die ze zich eigenlijk niet kunnen veroorloven. Dan gaat het niet alleen om jongeren tot 18 jaar, maar juist ook daarboven, om jongvolwassenen. Daarom vraag ik mij eigenlijk het volgende af. Nu is het in de Europese richtlijn zo opgeschreven dat zo'n kredietwaardigheidstoets proportioneel moet zijn en dat we dat laten aan het veld. Is het niet juridisch mogelijk om een iets zwaardere toets voor jongeren te laten gelden, of überhaupt om leeftijd zwaarder te laten wegen bij de kredietwaardigheidstoets? Dat zou ik de minister willen vragen. Ik ben benieuwd welke juridische ruimte daarvoor is. Dat is één. Twee: acht hij dit wenselijk, mits die juridische ruimte er is? Voorzitter. Dan een tweede onderwerp. Dat gaat over het BKR. Wat er nu verandert, is dat ook de aanbieder het BKR moet raadplegen bij kleine kredieten. Die grens van €250 verdwijnt, maar de huidige systematiek van wanneer een krediet positief wordt geregistreerd in het BKR-register blijft voorlopig nog bestaan, want we wachten nog op het wetsvoorstel Wet stelsel kredietregistratie. Dat levert een beetje een bijzondere situatie op. Dat zou er namelijk voor kunnen zorgen dat bijvoorbeeld voor een krediet van €160 het register wel geraadpleegd wordt, maar dat dat krediet vervolgens niet geregistreerd wordt, waardoor er wel een stapeling van kredieten aangegaan kan worden zonder dat die opvalt in het register. Het is natuurlijk heel erg raar dat er een grote kans bestaat dat wat je wil checken in het register überhaupt niet in dat register staat, omdat het niet geregistreerd wordt. Ik ben wel benieuwd of de minister hierop in kan gaan, of hij dit ook een probleem vindt en of hij voornemens is om bij het wetsvoorstel Wet stelsel kredietregistratie hier verandering in aan te gaan brengen. Het lijkt me namelijk heel onwenselijk dat je aan de ene kant bij kleine kredieten dus wel in het BKR-register moet gaan kijken, maar dat ze vervolgens niet geregistreerd gaan worden. Is de minister bereid om daar bij het wetsvoorstel Wet stelsel kredietregistratie een verandering in aan te brengen, zodat ook die kleinere kredieten wel geregistreerd worden en in ieder geval een stapeling zonder dat die opvalt in het register voorkomen kan worden? Daarbij geef ik wel weer mee: je moet natuurlijk ook voorkomen dat iemand die in een bepaalde tijd zijn betalingsachterstand gewoon volledig heeft weggewerkt daar vervolgens in de jaren daarna alsnog heel veel last van heeft. Zou daar dan ook een verandering op moeten plaatsvinden bij het voorstel voor de Wet stelsel kredietregistratie? Dat zou ik de minister willen vragen. Voorzitter. Dan ga ik naar een aantal uitzonderingen die nu gemaakt worden, namelijk voor fysieke winkels en het mkb. Zij kunnen zelf kosteloos uitstel van betaling geven tot 50 dagen. Voor grote webwinkels zonder fysieke winkel geldt wel 14 dagen. De Klarna's van deze wereld vallen allemaal onder het nieuwe kredietregime. Volgens mij was het de regering zelf die in de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag aanhaalde dat we het bijvoorbeeld heel gebruikelijk vinden dat een loodgieter na zijn werk een factuur stuurt die je binnen 30 dagen moet betalen. Dat moet ook gewoon zonder hinder doorgang kunnen vinden. Hetzelfde geldt als je een bank koopt bij een meubelzaak die later geleverd wordt en die je op factuur betaalt. Ook dat is een hele gangbare praktijk waarvan we met z'n allen zeggen: dat is precies wat mogelijk moet blijven, want daar ontstaan weinig problemen. Althans, daar zien we op dit moment heel weinig problemen. Maar ik vraag de minister het volgende. Met deze uitzonderingen, die wel blijven bestaan, en aan de andere kant het strenger maken van het "buy now, pay later"-principe … Wordt deze uitzondering straks niet gebruikt om die "buy now, pay later"-constructies in de fysieke winkelstraat te brengen? Dat lijkt me dan weer heel erg onwenselijk. Hoe ziet de minister dit? Ziet hij dit risico? Deelt hij de opvatting van PRO dat dat onwenselijk is en dat we dat zo veel mogelijk zouden moeten voorkomen? Ik zou willen vragen: hoe gaat de minister dat monitoren?
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Sorry, voorzitter, ik had het beter moeten opgeven van tevoren, dus daarvoor steek ik de hand in eigen boezem, maar het is wetgeving, dus in principe heb je zo veel tijd als je wil. Ik ga echt proberen om het kort te houden, hoor. Ik heb nog twee punten. Voorzitter. Het tweede punt kan ik ook kort houden, want ook mijn collega van het CDA heeft volgens mij een punt gemaakt over de gemeentelijke kredietbanken. Die nemen schulden over van mensen en zijn dan vervolgens de enige kredietverstrekker, maar helpen mensen ook om uit die schulden te komen. Normaal gesproken is die dubbelfunctie eigenlijk niet toegestaan, maar voor gemeentelijke kredietbanken is het heel wenselijk dat die dubbelfunctie wel blijft bestaan. De regering schrijft ook in de memorie van toelichting op bladzijde 9 dat die mogelijkheid blijft bestaan omdat zij dit zonder winstoogmerk doen, maar maakt dat vervolgens niet expliciet in de wet. Ze leggen deze uitzondering voor gemeentelijke kredietbanken dus niet wettelijk vast. Daarover is toch wel wat onduidelijkheid ontstaan bij de NVVK. Ik ben benieuwd of de minister die onduidelijkheid zou kunnen wegnemen, namelijk door te garanderen dat de bestaande praktijk van gemeentelijke kredietbanken zoals we die nu hanteren, gewoon ongehinderd doorgang kan vinden. Dat is namelijk heel erg belangrijk. Voorzitter. Dan nog een laatste punt. Dat is eigenlijk een net iets ander punt dan tot nu toe, maar dit wordt wel geregeld in deze wet. Dit punt gaat over de schone-lei-regeling. Ook daarvoor komt er een richtlijn vanuit Europa. We hebben in Nederland al een eigen schone-lei-regeling. Voor mensen die ziek zijn geweest, bijvoorbeeld kanker hebben gehad, en verzekeringen willen afsluiten of krediet willen afsluiten, gelden vaak strengere voorwaarden omdat ze ziek zijn geweest. Maar als je gezond bent, vervallen die strenge voorwaarden na een bepaalde periode en mag ziekte niet langer meespelen. Dat is superbelangrijk, omdat mensen anders, terwijl ze genezen zijn, in de jaren daarna in hun gezonde leven alsnog achtervolgd worden omdat ze ooit ziek zijn geweest. Eigenlijk heb ik daarbij twee vragen. Eén. Lees ik goed dat we de nationale schone-lei-regeling blijven volgen als die ruimer is dan wat de Europese richtlijn voorschrijft, en dat we de Europese richtlijn volgen als die een verbetering voorstelt? Kortom, hebben we voor de meest gunstige situatie gekozen voor degenen die het betreft? Heb ik dat goed begrepen? Tot slot zou ik de minister ook willen vragen naar de toezegging die hij eerder op schriftelijke vragen van mij heeft gedaan om hierover in gesprek te gaan met betrokkenen, om te kijken of de termijnen waarna je weer met een schone lei kunt beginnen, aangepast kunnen worden, zodat je nadat je genezen bent, weer sneller onder het normale regime valt en niet nog te lang achtervolgd wordt door je ziekte. De minister zei dat hij daarover in gesprek zou gaan. Ik ben benieuwd of dat is gebeurd, wat de uitkomsten daarvan zijn en of daar nog positieve ontwikkelingen op te melden zijn. Tot slot sluit ik me op het punt van de reclames aan bij de vragen van de ChristenUnie, want ik ben ruim door de tijd heen die ik had opgegeven.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Ik heb eigenlijk twee vragen. Mijn eerste gaat over het vorige punt, die reclame. Als ik het goed begrijp, is het inderdaad zo dat zo meteen reclame richten op minderjarigen niet meer mag, maar Europa biedt eigenlijk geen ruimte om strengere reclameregels wat betreft volwassenen in te stellen, of althans geen ruimte om een verbod op "buy now, pay later"-reclames in te stellen. Klopt dat, vraag ik de minister. Is hij bereid om zich in ieder geval daar sterker voor te maken? Ik vind dat namelijk onwenselijk. Dat is de eerste vraag. De tweede komt zo.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Helder, dank. Het is fijn dat de minister zich daar ook in Europees verband hard voor wil maken, want ik denk dat dat nodig is. De tweede vraag ziet eigenlijk op de mogelijkheid om in de fysieke winkelstraat nog wel op afbetaling aankopen te kunnen doen. Stel je voor dat een Klarna van deze wereld, een dergelijke dienst, een fysiek loket in zo'n winkelstraat opent om de regels te omzeilen en dergelijke. Als dat soort geitenpaadjes worden gezocht, biedt de huidige wet- en regelgeving die we hebben dan voldoende mogelijkheden om die geitenpaadjes tegen te gaan? Ziet de minister dat soort risico's? Of zijn die risico's er volgens de minister überhaupt niet?
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Op dit punt dan nog. Dus als ik het goed begrijp, kan de AFM gewoon naar eigen inzicht handhaven op het moment dat het eigenlijk niet goed gaat. Ik denk dat dat een geruststelling is. Tegelijkertijd is het natuurlijk is zo dat er in de toekomst best geitenpaadjes gevonden kunnen worden die we nu nog niet voorzien. De minister zei dat er in Europees verband een evaluatie van deze richtlijn wordt gedaan, maar wat gebeurt er op nationaal niveau om dit soort geitenpaadjes te kunnen dichten als wij die op een gegeven moment bemerken?
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Ja, een praktische vraag. Later komen we ook nog over de BKR-registraties te spreken. Ik denk dat daar het punt in zit van aan de ene kant inzicht in kredieten onder de €250, maar die niet registreren. Ja? Oké.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Hoewel ik het amendement van mijn collega Flach heel sympathiek vind, kan ik me best voorstellen dat een verbod uitbreiden naar de leeftijd tot 21 jaar juridische moeilijkheden met zich meebrengt bij het beargumenteren van de proportionaliteit. Aan de andere kant vraag ik niet om het voor jongeren onmogelijk te maken, maar om op het moment dat een jongvolwassene krediet aanvraagt, leeftijd wel degelijk mee te laten wegen als een zwaardere risicofactor. Ik zie daar wel de ruimte toe, denk ik. De minister zegt: we doen al genoeg om jongeren te beschermen. Ik ben wel benieuwd wat dat dan specifiek is als het gaat om de kredietwaardigheidstoets. Dat zou ik graag nog van de minister willen horen.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Ik heb daar nog een hele specifieke vraag over. Niet alle aanbieders zijn gehouden aan die VFN-leennormen. Daarom is de vraag: hoe gaat het daar dan in zijn werk?
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Op dit punt heb ik toch ook nog een vraag aan de minister. Hoe weegt hij dan dat er nu bij die kleinere kredieten wel gekeken wordt naar het BKR-register, maar dat die kleine kredieten vervolgens niet geregistreerd worden? Hoe ziet de minister de risico's op stapeling van kredieten? Ik snap dat hij zegt dat dat ook nog deels terugkomt bij dat andere wetsvoorstel, maar dat is voor dit debat toch best relevant eigenlijk.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Ja, een brief volgend jaar is fijn en dat de gesprekken lopen en dat de intentie er is, kan ik me goed voorstellen. Alleen, de enige indicatie is eind volgend jaar. Dat vind ik best laat, maar ik neem aan dat het eerder is.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister voor de beantwoording van alle vragen. We zijn gezamenlijk op zoek naar de balans: hoe kun je aan de ene kant consumenten beschermen en aan de andere kant het normale handelsverkeer zijn doorgang laten vinden? Want dat willen we volgens mij allebei. Tegelijkertijd moeten we in die zoektocht nog wat losse eindjes aan elkaar knopen. De minister gaf de ruimte om dat gezamenlijk te doen. In dat licht heb ik nog enkele moties.
Bron, video en gesprek →De heer Bushoff (PRO): De laatste motie die ik wil indienen, is eigenlijk al door mijn collega Inge van Dijk ingediend. Als ik het voorstel mag doen aan mevrouw Van Dijk om één ding toe te voegen aan haar motie, dan wil ik daar misschien wel onder staan. Het gaat erom dat kredieten onder de €250 niet in het BKR geregistreerd worden, terwijl dat wel logisch zou zijn in het licht van het voorkomen van een stapeling van kredieten. Dat lijkt me logisch. Volgens mij verzocht mevrouw Inge van Dijk daar ook om in de motie die zij voorlas. Tegelijkertijd zou ik daar één punt aan willen toevoegen, namelijk dat we in het wetsvoorstel dat nog naar de Kamer gaat, ook regelen dat de termijnen verkort worden voor negatieve registraties wanneer een tijdelijke betalingsachterstand volledig is ingelopen. Dan zoeken we volgens mij de juiste balans. Ik zie de minister heel moeilijk kijken. Ik snap dat het een beetje ingewikkeld is om te onderhandelen over moties via de microfoon, maar als we de motie zo kunnen aanpassen, dan dien ik mijn motie niet in en zet ik mijn naam graag onder die van mevrouw Inge van Dijk. Ik kijk stiekem naar haar. Volgens mij gaat dat goedkomen en hoef ik mijn motie daarover niet in te dienen. Voorzitter. Ik had nog een motie, maar de minister heeft al toegezegd dat hij zich ook in Europees verband wil inzetten voor een reclameverbod op koop nu, betaal later, wanneer dat nodig is om consumenten te beschermen. Ook daarvoor is dus geen motie nodig. Ik ben ook blij met de toezegging van de minister dat de gemeentelijke kredietbanken hun goede werk kunnen blijven doen. Ik kijk ook uit naar de schone-lei-regeling en de brief die nog komt. Tot zover.
Bron, video en gesprek →