Passend onderwijs (CD d.d. 21/05)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Mariëlle Paul
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Paul: Dank u wel, voorzitter. Ik ga daar gezien de tijd direct mee beginnen. De motie op stuk nr. 499 van de heer Soepboer, over het stoppen met de inzet op inclusief onderwijs, ga ik ontraden. Dat heeft er alles mee te maken dat wat mij betreft centraal staat dat kinderen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben op een school dicht bij huis. Het gespecialiseerde onderwijs blijft daarbij een volwaardige plek in het bestel houden voor de kinderen die dat nodig hebben. Daar hoort een adequate bekostiging bij. Dat heb ik in het debat ook gezegd. Hoe die bekostiging er precies uit komt te zien, werken we de komende tijd verder uit. We gaan eerst onderzoeken waar de groei in het gespecialiseerde onderwijs 'm precies in zit, want we zien dat die toeneemt. Juist nu het gespecialiseerde onderwijs onder druk staat, is het wat mij betreft van belang om te blijven werken aan het versterken van de samenwerking tussen regulier en gespecialiseerd onderwijs. Mevrouw Westerveld refereerde daar ook al aan. Daarmee doen we ook recht aan al die scholen die daar al hard aan werken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: De motie wordt ontraden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Het nadenken over die financiering is gewoon onderdeel van de hele beweging naar de inzet op inclusief onderwijs. De heer Soepboer vraagt om niet verder te gaan met "het streven naar." Daar kan ik me gewoon niet in vinden, dus die motie is ontraden. Ik ga door met de motie op stuk nr. 500 van mevrouw Westerveld, over het aanbesteden van doelgroepenvervoer. Die motie is wat mij betreft ontijdig. Ik moet zeggen: ik apprecieer deze motie namens de staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, bij wie dezelfde motie eerder is ingediend. Ik heb meegekregen van VWS dat de verkenning in het najaar naar uw Kamer wordt gestuurd, dus deze motie komt net te vroeg.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Het gaat om het integrale verhaal van het doelgroepenvervoer. Dat heb ik van meet af aan gezegd. Leerlingenvervoer heeft vanuit onze commissie de speciale aandacht, maar de oplossing zit 'm juist in de geïntegreerde aanpak van het doelgroepenvervoer. Dat ligt bij de collega van VWS. Ik zal vragen of zij schriftelijk op deze motie kan reageren en daarin kan meenemen wat mevrouw Westerveld onder andere vraagt, namelijk om concreet te zijn over de stappen die in de tussentijd worden gezet. Ik heb begrepen dat de verkenning in het najaar naar uw Kamer wordt gestuurd. Maar ik geleid die vraag in ieder geval door naar de collega van VWS.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Dat is een mooi bruggetje naar de motie op stuk nr. 501, over rapporteren aan de Kamer over het aantal thuiszitters. Volgens mij is ons doel echt precies hetzelfde, namelijk minder thuiszitters. Alle inzet die we daarop kunnen plegen, moeten we ook doen. Daar ben ik ook hard mee bezig. Maar elke drie maanden monitoren en rapporteren brengt ons daar niet dichterbij. We rapporteren jaarlijks via de leerplichttelling over het aantal thuiszitters en vrijstellingen. Per drie maanden cijfers sturen is echt niet uitvoerbaar voor gemeenten. Dat levert niet de juiste cijfers en ook niet het gewenste inzicht op. De winst zit wat mij betreft dus niet in die frequentie oppompen, maar in de juiste cijfers, goede data en een juiste definitie van thuiszitters, en dan heel gericht daaraan werken. Het wetsvoorstel verzuim, dat ik volgens mij half mei naar de Kamer heb gestuurd, gaat daar echt bij helpen. Ik hoop — dat is dan een oproep aan de Kamer — dat we snel na het reces die wet kunnen behandelen. Mevrouw Westerveld noemde onder andere de cijfers van 70.000 thuiszitters. Dat is schrikbarend, maar ik vind het heel belangrijk, ook voor de Handelingen, om die in perspectief te plaatsen. Die cijfers zijn onder andere gebaseerd op doelgroepen die niet onder mijn aandachtsgebied vallen: mbo'ers, het gaat over kortdurend verzuim, het gaat over geoorloofd verzuim. Zo kom je op dat aantal. Maar ik wil geen discussie over definities en aantallen; ik wil gewoon dat we het over dezelfde data hebben en dat we heel gericht de kinderen, de leerlingen die het nodig hebben, helpen, zodat ze volwaardig naar school kunnen gaan.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Ontraden.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Absoluut. Daar is die wet ook heel belangrijk voor, vandaar de oproep. Ik weet dat we het reces ingaan en dat we daarna vrij kort de tijd hebben tot de verkiezingen en het verkiezingsreces. Ik zou het echt heel mooi vinden als we die wet kort na het reces kunnen behandelen, want die gaat echt helpen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Het is heel mooi om allerlei wensen te hebben, maar ik zie het ook als mijn plicht om te kijken naar de uitvoerbaarheid. De uitvoerbaarheid is in het gedrang. Het gaat gewoon niet het gewenste resultaat opleveren, dus ik hecht eraan dat we zo snel als mogelijk die wet behandelen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Nee, ik ga daar niet in mee. Ik zou overigens tegen de Kamer willen zeggen: als uw Kamer vaker om de tafel wil om over passend onderwijs te spreken, kan dat. U vraagt en ik draaf op, met plezier, want het onderwerp is belangrijk. Wat het onderwerp tegelijkertijd wel ingewikkeld maakt, is dat er een hele brede problematiek is en dat we een veelheid van maatregelen inzetten. Dat maakt het soms misschien een beetje diffuus. Als het helpt om daar bij wijze van spreken twee keer per jaar met elkaar over te spreken, is dat prima. Dat is iets wat u met uw Kamer zou kunnen bespreken.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Prima. Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. 502, van mevrouw Westerveld, over landelijke aanmelding en bekostiging van EMB-leerlingen, ernstig meervoudig beperkte leerlingen. Wat mevrouw Westerveld vraagt, heeft veel impact. Als we dit voor specifieke groepen gaan doen, grijpt het in op de beleidsvrijheid van scholen en samenwerkingsverbanden, terwijl we eigenlijk niet goed weten hoe de huidige situatie echt is. Ik wil hier dus niet in meegaan, maar ik wil wel toezeggen dat ik het probleem beter in kaart breng en kijk wat de eventuele redenen zijn dat EMB-leerlingen moeilijker een tlv krijgen, want dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dat moeten we zorgvuldig doen. Ik kan uw Kamer daarover in de eerste helft van volgend jaar informeren.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Daar kom ik dus op terug in een brief aan de Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Die is ontraden. Voorzitter. Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. 503, van de heer Oostenbrink van BBB, over de wachtlijsten voor het speciaal onderwijs. Die geef ik oordeel Kamer, met de volgende kanttekening. Oberon monitort die wachtlijsten jaarlijks tot en met 2027. Ik ga kijken hoe deze motie een plek kan krijgen binnen de huidige monitoring. Over de resultaten gaan we vervolgens in gesprek met de veldpartijen. Ik kom hier voor de zomer van 2026 op terug. De heer Oostenbrink gaf een net iets andere tijdsindicatie aan, maar die is echt niet haalbaar. Dus met die kanttekening kan ik de motie oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Dat is mooi. De motie op stuk nr. 504 is een spreekt-uitmotie, dus die hoef ik niet te appreciëren. De motie op stuk nr. 505, van de heer Van Houwelingen, gaat over directere vormen van bekostiging. Dit nemen we mee in de verdere uitwerking van inclusief onderwijs, dus ik kan de motie oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Wij zijn nu bezig met de verdere uitwerking, dus met in kaart brengen wat er nodig is om verdere stappen richting inclusief onderwijs te zetten. Daar zijn we eigenlijk voortdurend mee bezig. Daar wordt dit in meegenomen. We kijken welke directere vormen van bekostiging nodig zijn om er optimaal invulling aan te geven voor alle leerlingen. Er waren nog twee vragen. Er was een vraag van de heer Oostenbrink over de brief over zorg in onderwijstijd. Direct na de zomer zal mijn collega, de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, een brief over zorg in onderwijstijd naar uw Kamer sturen. De belemmeringen die het veld ervaart bij de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp in het kader van zorg in onderwijstijd in het gespecialiseerd onderwijs, zijn al inzichtelijk en worden in die brief meegenomen. Naast dat er aan wetsaanpassingen wordt gewerkt, wordt er dus ook gewerkt aan een handreiking met praktische voorbeelden voor het veld. Die is na de zomer beschikbaar. Maar het punt dat de heer Oostenbrink maakte, wordt dus meegenomen in de brief van de staatssecretaris van VWS. Tot slot kreeg ik een vraag van de heer Kisteman over de urgentie van de toegezegde brief over richtingsbezwaren. Ik deel de urgentie van de heer Kisteman volledig. Het besluit van het OM om te stoppen met het handhaven van vrijstellingen vanwege richtingsbezwaren is ingrijpend. Ik heb in het debat gezegd dat ik me daardoor enorm overvallen voelde. Het heeft grote gevolgen, in de eerste plaats voor leerlingen, maar ook voor ouders en leerplichtambtenaren. Het staat niet op zichzelf; het hangt samen met de problemen die spelen rond verzuim en thuiszitters. Daarom vind ik het belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan en het ook integraal te bekijken. Ik kom na de zomer op dit thema terug. Dus de brief komt na de zomer naar uw Kamer.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Paul: Met "na de zomer" bedoel ik direct na het zomerreces. Zeker. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →