de Staat van de Europese Unie
Bron, video en gesprek →Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Azmani (EP/VVD): Voorzitter. Dank dat ik hier mag zijn. Het is elke keer toch ook een beetje thuiskomen, zeker als ik de gezichten in vak K zie en u, natuurlijk, in uw rol als Voorzitter. Ik wil aangeven dat het in ieder geval voor mij elk jaar een belangrijk moment is. Eigenlijk vind ik dat we dit vaker zouden moeten doen, deze verbinding met elkaar zoeken, want slechts twee uur met de trein kan soms in het dagelijks leven aanvoelen als lichtjaren verwijderd. Mijn gevoel bij dit debat sluit goed aan bij het motto van de brief van het kabinet, namelijk: een slagvaardige Unie in een onzeker wereld. Ik denk dat dat de kern raakt van waar we voor staan in deze turbulente tijden: slagvaardigheid. Hoewel dit nieuwe kabinet er net 100 dagen zit, zijn we in Europa al bijna halverwege het mandaat van deze Commissie en draait de machine volop. Straks beginnen de onderhandelingen voor de nieuwe meerjarenbegroting. Er liggen voorstellen voor het versterken van de industrie, de economie, de digitale veiligheid, defensie, de havens, voor de aanpak van criminaliteit en drugssmokkel en voor de bescherming van onze waarden. Daarnaast wordt er onderhandeld met potentiële nieuwe lidstaten over uitbreiding — het werd al gezegd — en tegelijkertijd moeten we ons verhouden tot de huidige geopolitieke realiteit, met veranderde verhoudingen en nieuwe conflicten in de wereld, waar mijn gewaardeerde VVD-collega Bente Becker al over sprak. Kortom, er gebeurt veel en er wordt veel van ons verwacht. Een cruciaal punt blijft voor de VVD het Europese concurrentievermogen. Dat biedt ons niet alleen welvaart, niet alleen voor onszelf maar ook voor toekomstige generaties, maar ook veiligheid. Begin dit jaar stond dit nog echt bovenaan de agenda van de Europese Unie, maar door recente conflicten in de wereld is het naar de achtergrond verdwenen. Op dit moment wordt het Europese concurrentievermogen nog te vaak belemmerd door onnodige regeldruk. Europa zit hiermee zichzelf in de weg en dat is zonde. Het werkprogramma van de Europese Commissie staat nog altijd bol van nieuwe goedbedoelde initiatieven, die soms juist beleid op beleid stapelen. De zogenaamde omnibussen lopen toch altijd weer vol met nieuwe voorstellen en uitzonderingen. Versimpeling, vereenvoudiging en schrappen blijven lastig. Zou Nederland hierin niet samen met een aantal andere landen een voortrekkersrol kunnen gaan spelen, zoals minister Heinen nu ook druk bezig is met een kopgroep die de nationale kapitaalmarkten verder wil laten integreren? Dat is ook zo hoognodig om onze concurrentiekracht te versterken. Ik denk dan aan het identificeren van die extra regels, vereenvoudigingen en versimpelingen voorstellen en nagaan welke regels geschrapt kunnen worden. Nou ligt dit niet alleen bij de Europese Commissie, die dan eigenlijk als een slager zijn eigen vlees moet keuren. De lidstaten zijn ook aan zet. Graag een reactie van het kabinet. Voorzitter. Een ander belangrijk onderwerp waar ik over wil spreken en dat mij natuurlijk na aan het hart ligt, is migratie. Morgen zal het Migratiepact officieel in werking treden. Het is een pakket van tien voorstellen die migratiewetgeving in Europa harmoniseert. Bij dit pakket hoort de Terugkeerverordening, als sluitstuk. Vorige week zijn de onderhandelingen hierover afgerond en komende week woensdag zal in het Europees Parlement over de wet worden gestemd. Na bijna twintig jaar lijkt het te lukken om deze wetgeving te herzien. Dat is cruciaal, ook als sluitstuk, voor een effectief migratiebeleid. Maar alleen wetgeving aannemen en implementeren zal niet voldoende zijn. Het zal gaan om de uitvoering en de praktijk, en dan zijn toch echt de lidstaten aan zet. Ik zou het kabinet willen vragen hoe het Nederlandse kabinet hiernaar kijkt. Hoe zorgen we er nou voor dat alle lidstaten écht mee gaan doen? We hebben natuurlijk een wortel voor lidstaten om mee te werken aan de uitvoering, maar zouden we uiteindelijk niet ook een stok moeten hebben? Zouden we niet op zoek moeten gaan naar ook een conditionaliteit voor een bepaalde implementatie van het pact ten opzichte van de vruchten die lidstaten plukken? Naar mijn gevoel gaat dit de komende tijd wel de kern vormen. Ik denk dat het Parlement gedaan heeft wat het kan. Als de lidstaten dit niet met elkaar regelen, dan weet ik niet hoe onze toekomst eruit gaat zien. Voorzitter. Ik wil u wederom danken voor deze uitnodiging. Uiteraard kijk ik met veel interesse uit naar de rest van de inbrengen van de Tweede Kamer en de beantwoording van de minister en de minister-president. Dank.
Bron, video en gesprek →De heer Azmani (EP/VVD): Ik zei: dat ga ik samen met onder anderen Jeroen Lenaers doen. Dat is ook heel goed. Ik wil vooral het kabinet danken voor de beantwoording en inderdaad ook heel veel wijsheid en succes toewensen met de belangrijke onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader, het MFK, maar ook met de uitdagingen waar we voor staan. Er is al één motie gericht op de competentie en de concurrentiekracht als het gaat om deregulering. Ik denk echt, kijkend naar hoe die agenda in het begin van het jaar liep en hoe die agenda nu loopt, dat daar nog wel wat aanzetten naartoe gedaan mogen worden vanuit Nederland. Er moet echt krachtiger met de kopgroep naar worden gekeken, zodat niet alleen de Commissie aan slag is. Die keurt dan namelijk toch het eigen vlees. Mijn tweede onderdeel is migratie. Ik heb de premier goed gehoord. Ik heb natuurlijk ook mogen lezen dat de verantwoordelijke minister op migratie ook actief aan de slag is met de lidstaten. Ik zou daar nog wel één lidstaat aan willen toevoegen, die ook past binnen zijn politieke familie, en dat is Griekenland. Kijkend naar de laatste evaluatie van de implementatie van het Migratiepact loopt dat land behoorlijk achter. Ik hoef niet uit te leggen hoe cruciaal Griekenland is. Mijn verzoek is dan ook om te kijken wat er moet gebeuren om dat land ook op de rit te krijgen, en gebeurt dat niet, dan kan dat ook niet zonder gevolgen zijn. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →