de parlementaire verkenning Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Vicky Maeijer
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Staatssecretaris Maeijer: Voorzitter, dank. Ook mijn dank aan de rapporteurs om dit complexe maar zeer belangrijke onderwerp op te pakken. Zoals we gehoord en gezien hebben, beginnen de problemen vaak klein. Maar als het misgaat, dan gaat het ook goed mis. Enkelen van u brachten in het begin van het debat ook de verhalen van de slachtoffers en de naasten in herinnering. Dat brengt voor mij en voor ons ook een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Dus nogmaals mijn dank aan de rapporteurs om deze enorme taak naast het reguliere Kamerwerk op te pakken. Voorzitter. Ik heb geen blokjes, maar ik heb best wel wat losse vragen. Ik denk dat ik ze maar gewoon ga beantwoorden, en dan gaan we kijken hoe het loopt. Een aantal van uw leden vroeg naar wat nu de status is van de Wams, de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein. Zoals u weet — ik heb dat eerder ook in het Kamerdebat over de ggz aangegeven — hebben er in de afgelopen maanden onder andere gesprekken en afstemming plaatsgevonden met gemeenten en zorginstellingen over de wijze waarop de coördinatie en de doorzettingsmacht van gemeenten in de Wams geregeld worden en hoe de behoefte aan gegevensdeling zich verhoudt tot het medisch beroepsgeheim en de beroepscodes waar de verschillende aanbieders zich aan moeten houden. Binnenkort zal ik naar aanleiding daarvan ook weer in gesprek gaan met mijn collega van BZK en, zoals eerder ook is toegezegd, uw Kamer zo snel mogelijk maar voor de zomer informeren over de stand van zaken. Voorzitter. Een aantal leden stelde ook vragen over bemoeizorg. De vragen liepen uiteen van de wettelijke verankering van bemoeizorg tot aan de vraag of we toe zouden moeten naar meer uniformiteit. Ik pak ze even in den brede om ook even het dilemma te schetsen. Op dit moment is bemoeizorg, zoals we weten, een wettelijke taak van gemeenten. De wettelijke verankering is er. Alleen, bemoeizorg is nu niet expliciet als taak opgenomen in de wettekst van de Wmo maar in de memorie van toelichting. Zoals bekend herstelt de Wams dit. In de Wams zal niet worden opgenomen hoe gemeenten vorm moeten geven aan die bemoeizorg, want de Wmo is immers een gedecentraliseerde wet. Het is dus ook aan het college om op adequate wijze uitvoering te geven aan de taken zoals die in de wet zijn beschreven, waaronder de bemoeizorg. Het is aan gemeenteraden om hierop toe te zien. Als gevolg daarvan — dat is natuurlijk het dilemma dat de leden ook schetsen en wat we ook zien — is er die diversiteit en dat verschil in de organisatie van de bemoeizorg. Ik erken, en ook anderen, dat dit soms natuurlijk lastig is. Want de ene gemeente geeft daar misschien op een andere wijze invulling aan dan de buurgemeente. Daarom zijn wij nu samen met Movisie ook bezig met een handreiking, waarin aanbevelingen voor de uitvoering van bemoeizorg beschreven worden. Deze handreiking zou aanvankelijk eind 2026 worden opgeleverd. Ik heb gevraagd om dit onderzoek te versnellen; de voorlopige conclusies verwacht ik nu eind van dit jaar. Als u mij vraagt of we de wijze waarop gemeenten daaraan invulling moeten geven, niet meer zouden moeten uniformen, dan vergt dat zoals u weet een wetswijziging, waarmee ook de gemeentelijke beleidsvrijheid wordt ingeperkt. Dat is dus het dilemma waarmee we te maken hebben en de context waarin we dit moeten bezien.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: Dit is volgens mij precies het dilemma dat voorligt. Aan de ene kant is bemoeizorg nu al een wettelijke taak. Zo begon ik mijn verhaal ook. Het staat nu alleen niet expliciet in de tekst van de wet maar in de memorie van toelichting. Dit punt herstelt de Wams, maar zoals ik ook al zei, regelt de Wams niet het hoe. Die wet regelt niet hoe we dit dan gaan doen, wat de standaarden zijn en vul het zelf maar verder aan. Dat regelt de wet niet. Dat komt exact vanuit de gedachte dat de Wmo een gedecentraliseerde wet is. We voeren deze discussie op best wel veel punten ten aanzien van de Wmo. Voor al die onderdelen geldt natuurlijk dat de principiële gedachte erachter was, dat dit soort zorg zo dicht mogelijk bij de burger geregeld moet worden, of het nu gaat over passende indicaties, hulpmiddelen of wat dan ook. Als u signaleert dat dat misschien niet zo'n goed idee was, of als u het nu toch anders wilt en u echt die uniformiteit wilt gaan regelen, vergt dat een wetswijziging. Een tussenstap zou mogelijk nog kunnen zijn dat we verkennen of we bestuurlijke afspraken daarover kunnen maken met de VNG. Maar dat is een voorzichtige tussenstap. Het nadeel daarvan is dat de mogelijkheden voor het Rijk om daarop te sturen, wel beperkt zijn en dat het een beperking zou zijn van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Dat is dus de principiële discussie die hier wel onder ligt.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: Ik begrijp de gedachte achter die vraag, maar ik denk dat het goed is als daar een zorgvuldig antwoord op komt, want de discussie die hieronder ligt, is volgens mij echt een principiële discussie die we op meerdere onderdelen voeren. Dat vergt echt oprecht een zorgvuldig antwoord.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: Dat is een terechte, maar ook complexe vraag. Mevrouw Mutluer begon bij de bemoeizorg, maar eigenlijk moeten we nog vele stappen terug voordat we überhaupt bij bemoeizorg in de buurt komen. Het gaat om bestaanszekerheid, om zorgen voor een woning. Het gaat erom dat we ervoor zorgen dat die randvoorwaarden op orde zijn voordat we überhaupt de stap zetten om te bekijken of je bemoeizorg in moet zetten. Laten we al die stappen daarvoor alsjeblieft niet vergeten. Ze zijn in dit debat natuurlijk ook uitgebreid aan de orde gekomen. Ik ben het met mevrouw Mutluer eens dat we, op het moment dat er zorg nodig is, met elkaar alles zullen moeten doen om ervoor te zorgen dat die zorg zo optimaal mogelijk voor iedereen beschikbaar is. Dat ben ik met haar eens. Ik snap ook, zeg ik in de richting van de naasten en betrokkenen die meeluisteren, dat een woord als "handreiking" volledig de plank misslaat. Dat snap ik ook. Maar ik heb net geprobeerd het brede dilemma te schetsen waarin ik mij bevind. Ik begrijp volledig dat dat ook niet het antwoord is dat u wilt horen. Maar dat is wel de realiteit van het stelsel waarin wij zitten en de manier waarop we het met elkaar geregeld hebben. Denk ik dat een handreiking de oplossing is voor al deze vraagstukken, mevrouw Mutluer? Nee, natuurlijk niet. Absoluut niet. Als ik die veronderstelling hier wek: nee, natuurlijk denk ik dat niet. Ik denk wel dat het ons en de betrokkenen die deze bemoeizorg moeten leveren, kan helpen om van elkaar te leren. Voor mij is dit een eerste stap, maar het is inderdaad geen oplossing voor de fundamentele problemen die we hebben.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: Voorzitter. Er was nog een vraag van de heer Van Dijk over de wijkgerichte aanpak. Hoe voorkomen we dat professionals verzanden in registratie-eisen en doorverwijsverplichtingen? Dat is een knelpunt dat wij natuurlijk herkennen. Hier is veel aandacht voor in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. In het zorg- en welzijnsakkoord wil ik de samenwerking tussen het sociaal en het medisch domein versterken. De samenwerking onderling, maar ook tussen de professionals in het sociaal domein en in de zorg is een heel belangrijk onderdeel hiervan. Ook worden er afspraken gemaakt over lokale teams en de aansluiting hiervan in de hechte wijkverbanden. De lokale teams zijn een herkenbaar aanspreekpunt voor de inwoners en voor de partners waarmee zij werken. Met het AZWA maken we afspraken, zodat de lokale teams binnen het hechte wijkverband kunnen participeren en zij de inwoners kunnen leiden naar de juiste ondersteuning in dat sociaal domein. Voorzitter. Mevrouw Michon-Derkzen vroeg nog naar de 60 bedden. Zij vroeg eigenlijk heel concreet: wanneer zijn die er? Ik heb hier een heel stuk tekst, maar ik denk dat ik kan volstaan met een helder antwoord op die vraag. We zijn samen met de veldpartijen bezig om dit aanbod zo snel mogelijk te realiseren. Concreet wil dat zeggen dat we verwachten dat we in 2026 voor 30 mensen passend zorgaanbod gerealiseerd hebben en in 2027 de andere 30. Voorzitter. Er werden vragen gesteld over de structurele opvang in de veiligheidsregio. Die vragen van NSC en BBB gingen over de 24/7-opvang. Voor zowel de samenleving als voor de mensen zelf is het van belang om personen op te vangen die nergens anders in zorg zijn. De reguliere maatschappelijke opvang is voor deze doelgroep niet altijd wenselijk, omdat dit invloed heeft op de andere personen die verblijven in de opvang. Bovendien vraagt het extra expertise van de medewerkers. Sommige maatschappelijke opvanglocaties bieden overigens wel 24/7-opvang, maar veel opvanginstellingen kampen met een capaciteitstekort. In de richting van de vragenstellers zou ik willen zeggen dat ik graag bereid ben om samen met mijn collega-bewindspersonen in gesprek te gaan met gemeenten over de mogelijkheden van die 24/7-opvang. Daarbij verwacht ik wel dat zowel de financiën als de personele capaciteit en het tekort aan passende voorzieningen, knelpunten zullen vormen voor het snel realiseren van deze voorzieningen. Ik wil toezeggen dat ik de Kamer eind 2025 informeer over de uitkomst van deze gesprekken. Voorzitter. De heer Van Nispen vroeg naar de psychische zorg in de daklozenopvang, of eigenlijk riep hij mij op om te zorgen voor psychische zorg in de daklozenopvang. Zoals de heer Van Nispen weet, zijn gemeenten binnen de Wmo verantwoordelijk voor het organiseren van opvang en ook voor de aanpak van dakloosheid. Zij kunnen dit ook naar eigen inzicht vormgeven. Gemeenten kunnen de aanwezigheid van psychische hulpverlening in samenspraak met de geestelijke gezondheidszorg, zorgkantoren en de opvanginstellingen organiseren. Zoals u weet, gebeurt dit in enkele gemeenten wel. Ik kan de heer Van Nispen wel toezeggen dat we in gesprek zullen gaan met Valente en de VNG, om gemeenten hierin te ondersteunen. Dan kunnen we met hen spreken over hoe dit het beste georganiseerd kan worden en hoe we de goede werkwijze kunnen delen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: Daar ben ik mij zeer bewust van. Maar ik ben mij ook zeer bewust van de verantwoordelijkheden die daarbij komen. Ik wil ook niet over één nacht ijs gaan bij het aankondigen van een dergelijke fundamentele stelselwijziging in een Kamerdebat. Dat is dus ook wel hoe de zaken ervoor liggen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: Voorzitter. Dan had ik nog een vraag van de heer Eerdmans over de inloopmogelijkheden. Hij verwees naar Helsinki, waar een laagdrempelige manier gevonden is voor de inloop voor mensen met psychische hulp, en naar een pilot in Amsterdam. Hij vroeg of het idee uit Helsinki ook iets voor Nederland is. In Nederland kennen we mogelijkheden voor inloop, namelijk de zogenaamde laagdrempelige steunpunten. Hier is geen verwijzing of indicatie voor nodig. Die zijn voor alle inwoners toegankelijk en specifiek ook voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Hier kunnen mensen in contact komen met ervaringsdeskundigen en werken aan hun herstel. Op dit moment zijn er 278 laagdrempelige steunpunten. We zien dat er een sterke ontwikkeling van laagdrempelige steunpunten gaande is. In januari jongstleden is er ook een landelijk ondersteuningsprogramma gestart om deze ontwikkeling verder kracht bij te zetten. Verdere ontwikkeling van de laagdrempelige steunpunten loopt ook mee in de gesprekken die we voeren over het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Voorzitter. Tot slot heb ik nog een vraag over de time-outplekken. De vrager signaleerde dat er nu wachtlijsten zijn voor time-outplekken, terwijl we die nu juist nodig hebben. Time-outplekken zijn een hele belangrijke voorziening voor mensen met psychische kwetsbaarheid. Ze bieden kortdurende opvang, zodat mensen kunnen herstellen in een prikkelarme omgeving. Ze worden op verschillende manier georganiseerd door gemeenten of met landelijke subsidie. Er worden ook voorzieningen in samenwerking met zorgverzekeraars vormgegeven. Ik ben niet bekend met wachtlijsten voor dit soort voorzieningen. Ik wil hierover in gesprek gaan met gemeenten en aan het eind van het jaar de Kamer hier per brief over informeren. Voorzitter. Dat waren mijn antwoorden op de vragen.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: Voorzitter, dank. De motie op stuk nr. 757 van de heer Van Nispen en mevrouw Westerveld kan ik oordeel Kamer geven. De motie op stuk nr. 759 van de heer Krul verzoekt de regering om voorafgaand aan de behandeling van de Wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015 concrete kaders te delen met de Kamer over de invulling van een wettelijke verankering van de bemoeizorg in de Wmo. Indachtig het debat dat we daarover hebben gevoerd, kan ik de motie oordeel Kamer geven als ik de motie zo mag uitleggen dat ik verken wat de mogelijkheden zijn om bestuurlijke afspraken te maken over kaders voor bemoeizorg, maar dat dat niet mag leiden tot vertraging van de Wams. Mijn voorstel zou zijn dat ik in de brief die de heer Krul vraagt, ook aan de Kamer verduidelijk wat de voor- en nadelen van een stelselwijziging op dit punt zijn.
Bron, video en gesprek →Staatssecretaris Maeijer: In de motie verzoekt u mij de brief te delen voorafgaand aan de behandeling van de wet over de ivb. Dat lijkt me dan het proces om te volgen.
Bron, video en gesprek →