Amendementstekst
Versie 51845a0cf882a444 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 512Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht,de Huisvestingswet 2014, de Omgevingswet, deWet maatschappelijke ondersteuning 2015 en deWoningwet in verband met de versterking vande regie op de volkshuisvesting en met het oogop enkele andere met de volkshuisvestingsamenhangende maatregelen (Wet versterkingregie volkshuisvesting)Nr. 96 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID MEULENKAMPTER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 63Ontvangen 30 juni 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:Artikel I wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de onderdeelsaanduiding «B» geplaatst.2. Voor onderdeel B worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd,luidende:De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 8:41, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:1. Onder verlettering van onderdeel b tot onderceel c en onderverlettering van onderdeel c (oud) tot onderdeel e, wordt na onderdeel aeen onderdeel ingevoegd, luidende:b. € 500 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegeneen van de volgende besluiten, voor zover dat besluit betrekking heeft opde bouw van een of meer woningen:1°. een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit of eenbouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet;2°. een projectbesluit of besluit ter uitvoering daarvan als bedoeld inartikel 5.44 van de Omgevingswet; of3°. een besluit tot vaststelling of wijziging van een omgevingsplan alsbedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.2. Na onderdeel c (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:d. € 1.000 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep isingesteld tegen een van de volgende besluiten, voor zover dat besluit kst-36512-96ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 961
betrekking heeft op de bouw van een of meer woningen:1°. een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit of eenbouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet;2°. een projectbesluit of besluit ter uitvoering daarvan als bedoeld inartikel 5.44 van de Omgevingswet; of3°. een besluit tot vaststelling of wijziging van een omgevingsplan alsbedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.3. In onderdeel e (nieuw) wordt voor de punt aan het slot ingevoegd«tegen een ander besluit».3. In onderdeel B (nieuw) vervalt in de aanhef «bij de Algemene wetbestuursrecht».Toelichting De indiener van dit amendement beoogt de griffiekosten voor bestuur-lijke zaken ten aanzien van omgevingsplannen, omgevingsvergunningenen projectbesluiten voor zover dat besluit betrekking heeft op de bouwvan een of meer woningen te verhogen.Op dit moment is er een grote voorraad aan in te plannen bouwzaken.De doorlooptijd bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState is een groot probleem. Dit zorgt ervoor dat vertraging bij bouwpro-jecten aan de orde van de dag is, terwijl snelle procedures noodzakelijkzijn om de woningnood te bestrijden. Het verhogen van de griffiekostenkan ervoor zorgen dat mensen die onterecht bezwaar en beroep aante-kenen een eerlijkere bijdrage aan het rechtssysteem moeten voldoen.Bovendien legt een verhoging een extra belemmering op om te gaanprocederen tegen een bouwplan wanneer een belanghebbende bijvoorbaat verwacht geen kans te maken voor de rechter. Vanzelfsprekendmag er geen sprake zijn van belemmering van het grondrecht tot detoegang tot de rechter. De verhoging van het griffierecht is bedoeld omeen afweging te stimuleren inzake het beoogde resultaat van het instellenvan beroep: is het beroep gericht op de inhoud of louter gericht op hettraineren van het woningbouwproject?De indiener van het amendement beoogt het griffierecht in hetbestuursrecht voor bestuurlijke zaken ten aanzien van omgevingsplannen,omgevingsvergunningen, en projectbesluiten te verhogen naar € 500voor natuurlijke personen en € 1.000 voor niet-natuurlijke personen. Hetamendement laat de huidige situatie voor onvermogenden in tact, waarbijzij dus voor een gering bedrag een procedure kunnen voeren. Hetamendement laat tevens de huidige situatie in stand waarbij mensen in demeeste gevallen de betaalde griffiekosten terugkrijgen wanneer zij de zaakwinnen.Dit amendement is in lijn met de aangenomen motie Meulenkamp c.s.(2025/25, 36 600 XXII, nr. 55.), die met geruime meerderheid door deTweede Kamer is aangenomen. Ook is het in lijn met hetgeen deadviesgroep van het programma STOER heeft opgenomen in hetconceptrapport.MeulenkampTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 512, nr. 962
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · 069f3927b9e37ef1
18 okt 2026 · fd4be8cc164710d3
17 okt 2026 · cf84250e098d849f
17 okt 2026 · 4eef8afe6dd5c1a8
16 okt 2026 · e0be1485a6061a0d