KamerkringInloggen
AmendementAangenomenKabinet: niet beschikbaar bij moties en/of amendementen vóór 1 april 2019

Amendement van de leden Van Weyenberg en Hamer dat beoogt de verplichtingen van de werkgever om de werknemer te scholen expliciet te verankeren in de wet

12 feb 2014 · Tweede Kamer · Dossier 33818 · Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en wijziging van verschillende wetten in verband met het aanpassen van de Werkloosheidswet, het verruimen van de openstelling van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en de beperking van de toegang tot de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Wet werk en zekerheid)

Besluiten en stemmingen

Aangenomen.

18 feb 2014 · Stemming per fractie · Aangenomen

Aangenomen: 106 zetels voor en 44 tegen; 76 nodig voor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Stemmen per fractie
FractieStemZetelsOpmerking
Bontes (BONTES)Voor1—
Partij voor de Dieren (PvdD)Voor2—
Partij van de Arbeid (PvdA)Voor38—
Socialistische Partij (SP)Voor15—
50PLUSVoor2—
Christen-Democratisch Appèl (CDA)Voor13—
Democraten 66 (D66)Voor12—
Partij voor de Vrijheid (PVV)Voor14—
ChristenUnieVoor5—
GroenLinks (GL)Voor4—
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD)Tegen41—
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)Tegen3—

Motiedocumenten

Amendementstekst

Versie b974944763c31be5 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 33 818Wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en wijziging van verschillende wetten in verband met het aanpassen van de Werkloosheidswet, het verruimen van de openstelling van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en de beperking van de toegang tot de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Wet werk en zekerheid) Nr. 29 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN WEYENBERG EN HAMER Ontvangen 12 februari 2014 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: In artikel I wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: AaNa artikel 611 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 611a De werkgever stelt de werknemer in staat scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie en, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer komt te vervallen of hij niet langer in staat is deze te vervullen. Toelichting Scholing en een leven lang leren horen bij de moderne arbeidsmarkt. Mensen gaan steeds langer doorwerken. Arbeidsmobiliteit zal van toenemend belang worden. Het is daarom cruciaal dat mensen breed en langdurig inzetbaar zijn. Dat lukt alleen bij een stevige inzet op het ontwikkelen van vaardigheden en het opdoen van nieuwe kennis. Een goed opgeleide bevolking draagt bij aan duurzame economische groei en werkgelegenheid. Wetenschappelijke onderzoeken bevestigen de positieve effecten van scholing keer op keer. Dit blijkt ook uit een uitvoerige overzichtsstudie van Groot en Maassen van den Brink (2009). kst-33818-29ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 818, nr. 291 Ook het rapport «Naar een lerende economie» van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid toont het belang van een leven lang leren aan. Gelukkig onderkennen veruit de meeste werkgevers en werknemers al het (maatschappelijk) belang van scholing. Helaas zijn er ook negatieve uitzonderingen. Dit amendement beoogt daarom de verplichtingen van de werkgever om de werknemer te scholen expliciet te verankeren in de wet. Met dit artikel wordt op dit punt het goed werkgever- en werknemerschap nader ingevuld. Het brengt allereerst tot uitdrukking dat de werkgever de werknemer in staat stelt scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Dit sluit aan bij het voorgestelde artikel 7:669, tweede lid, onderdeel d, BW waaruit reeds blijkt dat de werkgever een werknemer niet wegens disfunctioneren kan ontslaan als de ongeschiktheid het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer. Het sluit ook aan bij artikel 7:669, eerste lid, BW. Op grond hiervan kan de werkgever de arbeidsovereenkomst alleen beëindigen als hiervoor een redelijke grond bestaat en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Van WeyenbergHamerTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 818, nr. 292

Eerdere bronversies

18 okt 2026 · 15817265ff0ee343

18 okt 2026 · 0f6813405f3a7522

18 okt 2026 · 446098ba5cc7d8fa

17 okt 2026 · 0aa612c78fd98d50

16 okt 2026 · 94e8b24981cbeac9

Wat er gebeurde

  1. 12 feb 2014Amendement ingediendAmendement van de leden Van Weyenberg en Hamer dat beoogt de verplichtingen van de werkgever om de werknemer te scholen expliciet te verankeren in de wetBron ↗
  2. 18 feb 2014Aangenomen.Besluit zoals geregistreerd door de Tweede Kamer.Bron ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.