Amendementstekst
Versie a8af9da75d613cb1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 264Wijziging van de Uitvoeringswet Algemeneverordening gegevensbescherming en enkeleandere wetten in verband met het stroomlijnenen actualiseren van hetgegevensbeschermingsrecht (Verzamelwetgegevensbescherming)Nr. 19 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SIX DIJKSTRA TERVERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 9Ontvangen 11 april 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:Na artikel I, onderdeel F, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: FaNa artikel 21a wordt een artikel ingevoegd, luidende:Artikel 21b 1. De Autoriteit Persoonsgegevens maakt een door haar genomenbeschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie openbaar,behoudens voor zover artikel 5.1, eerste, tweede en vijfde lid van de Wetopen overheid, aan openbaarmaking in de weg staan.2. De openbaarmaking van de beschikking geschiedt niet eerder dannadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop de beschikkingaan de overtreder bekend is gemaakt, tenzij de overtreder de beschikkingof de inhoud ervan, zelf heeft openbaar gemaakt, heeft doen openbaarmaken of heeft aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen eerdereopenbaarmaking.3. Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld inartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaar-making van de beschikking opgeschort totdat de voorzieningenrechteruitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken.4. Het eerste tot en met het derde lid zijn mede van toepassing op eendoor de Autoriteit Persoonsgegevens genomen beslissing op bezwaarstrekkend tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie.Toelichting Dit amendement beoogt de UAVG te wijzigen door de AutoriteitPersoonsgegevens (AP) wettelijk te verplichten de bestuurlijke boetes enop herstel gerichte handhavingsmaatregelen die zij oplegt openbaar te kst-36264-19ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 264, nr. 191
maken. Dit gaat niet over berispingen, omdat dit geen bestuurlijkesancties in de zin van de Awb zijn. Er wordt dan immers geen verplichtingopgelegd of een aanspraak onthouden. En bovendien komen berispingennaar hun aard en geringere zwaarte doorgaans niet voor openbaarmakingin aanmerking. Het doel is om de zichtbaarheid van de AP te vergroten,een afschrikkende werking te creëren voor overtredingen van de AVG, enorganisaties de kans te geven van elkaar te leren. Door deze handhavings-maatregelen openbaar te maken, wordt het voor ondertoezichtgesteldenduidelijker wat de gevolgen zijn van overtredingen, wat hen kanmotiveren om hun naleving te verbeteren.Het amendement draagt ook bij aan het vergroten van het inzicht in deAP en de normen die zij stelt, een aspect waarvan in de evaluatie van deAP die in 2024 is gedaan duidelijk naar voren kwam dat dit vaak nogonvoldoende helder is voor betrokken organisaties.1 Het openbaar makenvan handhavingsmaatregelen maakt het voor bedrijven duidelijker welkenormen de AP hanteert en wat de gevolgen zijn van het niet naleven vandeze normen, wat hen kan helpen om hun interne processen beter af testemmen op de vereisten van de AVG en de manier waarop de AP datbeoordeelt.In de eerdere toelichting op de UAVG gaf de Minister aan dat ditvanwege het beleidsneutrale karakter van de wet destijds niet werdopgenomen. Echter, met de inwerkingtreding van de Wet open overheid(Woo) per 1 mei 2022 is er nu duidelijkheid over de mogelijkheden en deverplichting tot openbaarmaking van administratieve en bestuurlijkesancties.Het amendement zorgt ervoor dat de AP wettelijk verplicht wordt omhandhavingsmaatregelen openbaar te maken, wat de effectiviteit van dehandhaving versterkt en bijdraagt aan meer transparantie en naleving vande AVG. Deze wijziging in de UAVG zorgt ervoor dat de AP niet alleenbevoegd is om bestuurlijke handhavingsmaatregelen op te leggen, maarook daadwerkelijk verplicht wordt om deze maatregelen openbaar temaken, wat past binnen het belang van meer openbaarheid en transpa-rantie in bestuursorganen.De weigeringsgronden van artikel 5.1, eerste, tweede en vijfde lid vande Wet open overheid blijven dus gelden, evenals de overige artikelen vande Wet open overheid, waaronder de zienswijzeprocedure, bedoeld inartikel 3.1 derde lid van Woo.Six Dijkstra1Berenschot/ Tilburg University. (2024). Evaluatie Autoriteit PersoonsgegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 264, nr. 192
Eerdere bronversies
18 okt 2026 · ba1f1b2cd429344c
18 okt 2026 · 4c4a491c17e7a067
17 okt 2026 · 92f5d430b07690e2
16 okt 2026 · 78cbf33cc42ff9b8