KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag Milieuraad d.d. 25 maart 2024

9 apr 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 96f8664b8a1461a9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202421 501-08MilieuraadNr. 944 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT EN DE MINISTER VOOR KLIMAAT EN ENERGIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 april 2024Met deze brief informeren wij u, mede namens de Minister van Infra-structuur en Waterstaat, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit, en de Minister voor Natuur en Stikstof, over de Milieuraad dieop 25 maart 2024 in Brussel plaatsvond.Daarnaast informeren wij uw Kamer over de Nederlandse reactie op depublieke consultatie van de Europese Commissie inzake de herziening vanetiketteringsvoorschriften voor textiel (textile labelling), en de evaluatievan de Europese Commissie van het Achtste Milieuactieprogramma.Tot slot bieden wij uw Kamer, mede namens de Minister van Infra-structuur en Waterstaat, de kwartaalrapportage aan met de stand vanzaken van de lopende onderhandelingen van de Europese voorstellen ophet terrein van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,V.L.W.A. HeijnenDe Minister voor Klimaat en Energie,R.A.A. Jetten kst-21501-08-944ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9441 I. Verslag Milieuraad d.d. 25 maart 2024 Op de Milieuraad van 25 maart vonden twee beleidsdebatten plaats overde voorstellen voor de deelherziening van de Kaderrichtlijn Afvalstoffen,en de verordening ter voorkoming van pelletverlies voor het verminderenvan microplasticvervuiling. Verder vond er een gedachtewisseling plaatsover het Klimaatdoel 2040. Tijdens deze gedachtewisseling werd er ookgesproken over de diversenpunten klimaatadaptatie en het IntegraalNationaal Energie- en Klimaatplan. Tevens heeft het Voorzitterschap op deochtend van de Milieuraad onverwacht een informatiepunt over deNatuurherstelverordening aan de agenda toegevoegd en is het informa-tiepunt over de status van de wolf onder de BERN-conventie van deagenda gehaald.Onder het punt «diversen» vroeg Oostenrijk aandacht voor duurzamezaadregulering, Denemarken, Zweden en Frankrijk voor strengereexporteisen voor textiel, Tsjechië en Slowakije voor een rechtvaardigetransitie in regio’s meest getroffen door kolenafbouw, en Roemenië,Slowakije en Finland voor de beschermstatus van de bruine beer onder deBern-conventie.Tot slot informeerden de Europese Commissie (hierna: «de Commissie»)en het Voorzitterschap over het Achtste Milieuactieprogramma, deBosmonitoringsverordening en de ratificatie van multilaterale milieuover-eenkomsten, en gaven ze een terugkoppeling van de recente interna-tionale bijeenkomsten op het gebied van milieu, en het lopendewetsvoorstel verordening Plantaardig teeltmateriaal.Kaderrichtlijn AfvalstoffenTijdens de Milieuraad vond een eerste beleidsdebat plaats over hetvoorstel tot deelherziening van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.1 Dezerichtlijn is onderdeel van de Green Deal en gaat in op het voorkomen vantextiel- en voedselverspilling. Het Voorzitterschap lichtte het voorstel toeen vroeg de lidstaten om reactie op (1) de voorgestelde juridisch bindendereductiedoelstellingen voor voedselverspilling, en (2) de voorgesteldeuitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel. DeCommissie bedankte het Voorzitterschap voor het voortvarend oppakkenvan dit voorstel en benadrukte het belang van nationale doelstellingen inde bijdrage aan het behalen van het Duurzaam Ontwikkelingsdoel(SDG) 12.3.Over het algemeen verwelkomen de lidstaten het voorstel. Ten aanzienvan de juridisch bindende reductiedoelstellingen voor voedselverspillingwerd er door een kleine groep lidstaten aandacht gevraagd voor dehaalbaarheid van de doelstellingen. Ook werd de Commissie door eengrote groep lidstaten gevraagd onderscheid te maken tussen eetbaar enniet-eetbaar afval. Tevens gaven verschillende lidstaten aan twijfels tehebben bij het referentiejaar (2020) en de timing van de herzienings-clausule in 2027. Ook werd er aandacht gevraagd voor een correctiefactorvoor de toerismesector vanwege de invloed op de productie van voedsel.Nederland pleitte voor het verhogen van de reductiedoelstellingen voorvoedselverspilling, maar vond in die oproep nauwelijks weerklank bijandere lidstaten. Een klein aantal lidstaten stond open voor het Neder-landse standpunt om de primaire sector onder de scope van de juridischbindende doelstellingen te laten vallen, al bleef onduidelijk hoe ver dezegroep bereid is te gaan.1COM(2023) 420Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9442 Het voorstel voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV)voor textiel wordt door het overgrote deel van de lidstaten gesteund. Dooreen grote groep lidstaten werd wel het belang van het beperken vanadministratieve lasten benadrukt. Tevens vroeg een grote groep lidstatenaandacht voor het belang van sociale ondernemingen en goede doelen bijde inzameling van textiel.Nederland pleitte voor het opnemen van concrete bindende doelen voorhergebruik, recyclen en preventie van textielafval, en werd daaringesteund door een klein aantal lidstaten. Ook voerde Nederland aan omalle textielproducenten onder de UPV te laten vallen, inclusief micro-ondernemingen, en riep op tot de ontwikkeling van reken- en ecomodula-tiemethoden op Europees niveau en werd hierin gesteund door een kleinaantal lidstaten.In reactie op het beleidsdebat benadrukte de Commissie het internationalekarakter van verduurzaming van textiel en de weerstand die zij laatst opmondiaal niveau heeft ontvangen op een EU-resolutie op textiel. DeCommissie benoemde het belang van het creëren van bondgenoot-schappen op het mondiale toneel. Het Voorzitterschap gaf aan de bredesteun voor het voorstel te waarderen, de opmerkingen van de lidstatenmee te nemen en dit dossier prioritair voort te zetten.Verordening voorkoming pelletverlies voor vermindering micro-plasticvervuilingTijdens de Milieuraad vond een eerste beleidsdebat plaats over hetvoorstel voor een verordening ter voorkoming van pelletverlies ommicroplasticvervuiling te verminderen.2 Dit voorstel is op 16 oktober 2023door de Commissie gepubliceerd. Het Voorzitterschap vroeg de lidstatente reflecteren op de voorgestelde gepaste maatregelen, de verantwoorde-lijkheden van de verschillende spelers, en een eventuele koppeling met dediscussies op dit dossier binnen de Internationale Maritieme Organisatie(IMO). De Commissie vroeg eveneens aandacht voor een eventueleopname van de maritieme sector in de verordening naar aanleiding vande ecologische ramp in Spanje in december 2023, waarbij zes containersmet plastic pellets van een schip sloegen.Het belang van dit voorstel werd breed gesteund door de lidstaten. Eenklein aantal lidstaten, waaronder Nederland, sprak steun uit voor deopname van de maritieme sector, tegenover een iets grotere groeplidstaten die aangaf niet vooruit te willen lopen op internationaleafspraken. Een kleine groep lidstaten verzocht de definitie van plasticpellets in het huidige voorstel te verbreden om zo ook de kleinste vormenvan pellets op te kunnen nemen.Nederland pleitte tevens voor het opnemen van alle bronnen vanmicroplasticvervuiling in het voorstel en werd daarbij gesteund door eenkleine groep lidstaten. Ook vroeg Nederland om verduidelijking van determ gepaste maatregelen.De onderhandelingen zullen worden voortgezet in de betreffendeRaadswerkgroep, maar niet onder het huidige Voorzitterschap wordenafgerond.2COM(2023) 645Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9443 Klimaatdoel 2040Tijdens de Milieuraad vond een eerste gedachtewisseling plaats over demededeling over een EU-klimaatdoel voor 2040 als tussenstap op wegnaar klimaatneutraliteit in 2050,3 dat de Commissie op 6 februari 2024publiceerde. De EU-Klimaatwet verplicht tot het vaststellen van eenEU-klimaatdoel voor 2040 en schrijft voor dat de Commissie uiterlijk zesmaanden na de eerste Global Stocktake met een wetgevend voorstelhiertoe komt, indien passend. Daarbij moet rekening gehouden wordenmet het advies van de EU Wetenschappelijke Klimaatraad die een2040-doel van netto 90–95% reductie ten opzichte van 1990 heeftgeadviseerd. In de mededeling doet de Commissie de aanbeveling dat hetEU-klimaatdoel voor 2040 moet uitkomen op 90% netto broeikasgasemis-siereductie ten opzichte van 1990. Om het doel te kunnen bereiken,presenteert de Commissie een aantal overkoepelende randvoorwaarden.Ook worden diverse aandachtspunten per sector genoemd. Demededeling bevat geen wetgevend voorstel, nieuwe beleidsmaatregelenof sectorspecifieke doelen, maar beoogt een brede maatschappelijkedialoog te starten over het doel en de acties die nodig zijn om dit doel terealiseren.Het Voorzitterschap benadrukte het belang van een integrale aanpak metandere prioriteiten, zoals het toekomstige concurrentievermogen van deEU, open strategische autonomie en energiezekerheid. De lidstatenwerden gevraagd in te gaan op de belangrijke randvoorwaarden enuitdagingen en kansen in de verschillende sectoren. Vervolgens gaf deCommissie een korte onderbouwing van het voorgestelde 2040 doel enbenadrukte dat een tussendoel ook wenselijk is vanuit de private sectormet oog op investeringszekerheid. Ook onderstreepte de Commissie eenrechtvaardige transitie en het EU-concurrentievermogen als belangrijkerandvoorwaarden. Daarnaast benadrukte de Commissie dat het aan eenvolgende Commissie is om plannen te ontwikkelen en dat de mededelingde opening van een dialoog is.De meeste lidstaten moeten nog een positie bepalen. In algemene zin leekeen meerderheid te kunnen leven met een tussendoel van 90% in 2040 ophet al afgesproken pad naar klimaatneutraliteit in 2050. Deze lidstaten,waaronder Nederland, benadrukten hierbij het belang van een doelgebaseerd op wetenschappelijk advies in lijn met internationale afsprakenen de voortrekkersrol van de EU, en het belang van voorspelbaarheid vanhet EU-klimaatbeleid. Enkele lidstaten waarschuwden voor eenversnelling van klimaatbeleid, vanwege zorgen over het gebrek aanpublieke steun.Nederland wees erop dat het voorstel van de Commissie zich aan deonderkant van het wetenschappelijk advies bevindt en dat een emissiere-ductie van 88% ten opzichte van 1990 al wordt bereikt met de voortzettingvan huidig beleid. Daarnaast benadrukte Nederland het belang van het90%-doel voor een mondiaal gelijk speelveld en voor de transitie weg vanfossiele brandstoffen.Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, gaf aan een definitief oordeelte kunnen vellen zodra er een uitgewerkt pakket ligt, maar wel eenpositieve grondhouding te hebben ten aanzien van het voorstel van deCommissie voor een EU-klimaatdoel voor 2040 van 90%.3COM(2024) 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9444 Nederland heeft cf. motie Erkens4 aangegeven dat een stevig uitvoerings-pakket om knelpunten in de uitvoering op te lossen en de transitie teversnellen cruciaal is om het doel te kunnen behalen. Nederland verweeshierbij naar het verbeteren van de infrastructuur van het energienetwerk,versnelling van vergunningsprocedures, het bestrijden van energiear-moede en het stimuleren van investeringen in schone technologieën.Het zwaartepunt van de discussie richtte zich voornamelijk op manierenom het bereiken van het doel te faciliteren. Nederland benadrukte hierbijhet belang van een aantal randvoorwaarden.Allereerst is de volledige implementatie van het Fit for 55 raamwerkrichting 2030 (en daarna) een cruciale randvoorwaarde. Hiervoor is hetoplossen van knelpunten voor de uitvoering dan ook erg belangrijk. DeIntegrale Nationale Energie- en Klimaatplannen (INEKs) spelen daarbij eenbelangrijke rol.Ten tweede gaf Nederland aan dat voor een rechtvaardige transitie eenbijdrage van alle lidstaten en sectoren nodig is, waarbij de landbouw-sector niet kan worden ontzien en een goed toekomstperspectief voor desector noodzakelijk is. Nederland verwelkomde de door de Commissieaangekondigde strategische dialoog over het toekomstig klimaatbeleidmet de landbouwsector. Nederland heeft de Commissie verzocht om,naast de strategische dialoog, concrete beleidsopties voor de landbouwen landgebruik sector te blijven onderzoeken, inclusief marktgebaseerdemaatregelen, om een eerlijke en realistische bijdrage te kunnen leverenaan de klimaatdoelen.Ten derde benadrukte Nederland het belang van een goed werkendmechanisme voor koolstofverwijdering, zodat de opschaling hiervan nietten koste gaat van emissiereductie. Nederland verwelkomde eenindicatieve uitsplitsing van het EU-doel voor 2040 tussen emissiereductieen koolstofverwijdering.Nederland gaf ten vierde aan dat het naast hernieuwbare energie eencomplementaire rol voor kernenergie ziet, waarbij Nederland deCommissie om concretisering heeft gevraagd over de voorziene rol vanCC(US) en waterstof.Nederland onderstreepte ten vijfde ook het belang van een concurrerendeen duurzame industrie agenda. Hiervoor zijn toegang tot financiering eninvesteringszekerheid ten behoeve van een mondiaal gelijk speelveldcruciaal, waarbij er mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn bovenophet ETS en CBAM.Tot slot verwelkomde Nederland de visie van de Commissie op hetdecarboniseren van de transportsector, met onder andere aandacht voorduurzame brandstoffen, de benodigde investeringen in de sector, en demogelijke uitbreiding van het ETS voor kleinere schepen.Vrijwel alle lidstaten achtten een rechtvaardige transitie en draagvlakessentieel, alsook het versterken van het EU-concurrentievermogen en hetcreëren van een mondiaal gelijk speelveld. De genoemde randvoor-waarden variëren per lidstaat. Een aantal lidstaten benadrukten het belangvan technologieneutraliteit. Over de rol van afvang, gebruik en opslag vankoolstof (CC(U)S) en koolstofverwijdering waren de lidstaten verdeeld,waarbij sommige lidstaten zich uitspraken als voorstander en enkelelidstaten aangaven zorgen te hebben over de kosten van de opschaling4Kamerstuk 31 793, nr. 257.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9445 van deze nieuwe technologieën. Andere voorwaarden die werdengenoemd waren voldoende (publieke en private) investeringen, hetvergroten en beter herverdelen van EU fondsen, verminderen vanbureaucratie, versnelling uitrol EU infrastructuur en meer duidelijkheidvan de impact op lidstaatniveau.In algemene zin werd de energiesector genoemd als sector met de meestekansen om bij te dragen aan het 2040 doel, waarbij er door lidstaten in desectoren industrie, mobiliteit en landbouw meer uitdagingen werdengezien.Veel lidstaten refereerden in hun interventie naar het Climate riskassessment dat de noodzaak van meer actie op zowel klimaatadaptatie alsmitigatie, alsook een geïntegreerde aanpak van beiden, onderstreept.Diversen– Verordening over een monitoringskader voor veerkrachtigeEuropese bossenEr werd door het Voorzitterschap kort een update gegeven over devoortgang van de onderhandelingen over het Voorstel voor een monito-ringssysteem voor veerkrachtige Europese bossen. Er is een Ad HocWorking Party opgezet en het Voorzitterschap heeft het zeer technischevoorstel ingedeeld in clusters die één voor één behandeld worden.– Achtste Milieuactieprogramma (8MAP)De Commissie presenteerde de evaluatie van het Achtste Milieuactiepro-gramma (8MAP). Uit die evaluatie blijkt dat na uitrol van het milieuactie-programma een stevig wetgevend kader staat, voor een groot deelvoortkomend uit de Green Deal. Het halen van de doelen uit het milieuac-tieprogramma via de uitvoering van deze wetgeving zal veel aandachtvragen. In de komende maanden is het Voorzitterschap voornemensRaadsconclusies op te stellen, die vervolgens aangenomen dienen teworden tijdens de Milieuraad van 17 juni a.s.– KlimaatadaptatieDe Commissie gaf een presentatie van de Europese Climate Risk (EUCRA)mededeling en gaf daarin aan dat investeren in klimaatadaptatie geldoplevert op de langere termijn, dat Europa voorloper is in de wereld ophet gebied van klimaatadaptatie en dat er hier mondiaal kansen liggenvoor de Europese Unie. Aangezien de lidstaten werden verzocht om eenreactie te geven in de gedachtewisseling over het 2040 EU klimaatdoel, isde inbreng van lidstaten onder dat kopje in dit verslag opgenomen.– Integraal Nationaal Energie en KlimaatplanDe Commissie gaf een update over de beoordeling van de conceptIntegraal Nationaal Energie en Klimaatplan (INEK) updates door deverschillende lidstaten, n.a.v. de mededeling en land specifieke aanbeve-lingen die de Commissie op 18 december 2023 publiceerde.5Volgens de Commissie zijn de lidstaten op basis van de concept INEKs nuop koers om in 2030 een broeikasgasreductie van 51% te realiseren.Lidstaten dienen extra inspanningen te leveren om in 2030 ten minste55% broeikasgasreductie te bereiken op weg naar klimaatneutraliteit in5COM(2023) 796Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9446 2050. Nog één lidstaat moet haar concept INEK indienen. Eind juni 2024moeten lidstaten hun definitieve INEK updaten, waarbij rekeninggehouden moet worden met de landen specifieke aanbevelingen.Aangezien de lidstaten werden verzocht om een reactie te geven in degedachtewisseling over het 2040 EU klimaatdoel, is de inbreng vanlidstaten onder dat kopje in dit verslag opgenomen.– Just TransitionTsjechië en Slovenië riepen onder dit diversenpunt op de rechtvaardigetransitie te versterken in regio’s die het meest getroffen zijn doorkolenafbouw, waarbij ze wijzen op uitdagingen rond het fonds voor eenrechtvaardige transitie (Just Transition Fund) en de noodzaak totfinanciële steun ook na 2027, wanneer het fonds afloopt. Een aantallidstaten gaven aan deze oproep te ondersteunen.– Ratificatie van multilaterale Milieuovereenkomsten (MEA)De Commissie gaf aan dat er nog te veel lidstaten zijn die belangrijkemultilaterale milieuovereenkomsten niet geratificeerd hebben en riep henop dit zo snel mogelijk de doen. De Commissie heeft brieven gestuurd aande lidstaten die nog openstaande ratificaties hebben.– Strengere eisen voor export van textielafvalDenemarken, Frankrijk en Zweden riepen onder dit diversenpunt op totstrengere maatregelen voor de export van textielafval onder het Verdragvan Basel, dat internationale afspraken bevat over grensoverschrijdendeoverbrenging van gevaarlijke afvalstoffen.– Beschermstatus van de bruine beerRoemenië, Slowakije en Finland hebben onder dit informatiepuntgezamenlijk een oproep gedaan aan de Commissie om een analyse temaken van de beschikbare wetenschappelijke gegevens over de staat vaninstandhouding van verschillende populaties bruine beren in de hele EU.De landen verzochten de Commissie om samen te werken met deskun-digen van het Large Carnivore Initiative of Europe en de lidstaten ompopulaties bruine beren te identificeren die zich in een gunstige staat vaninstandhouding bevinden, waardoor de beschermingsstatus dienovereen-komstig kan worden aangepast. Ook willen zij met alle lidstaten die eengemeenschappelijke populatie bruine beren delen, de regionale samen-werking intensiveren op het gebied van beheer, monitoring en onderzoek.Deze samenwerking heeft tot doel een basis te leggen voor gezamenlijkebeheerstrategieën op bevolkingsniveau.– NatuurherstelverordeningHet Belgisch voorzitterschap heeft op de ochtend van de Raad eeninformatiepunt over de Natuurherstelverordening aan de agendatoegevoegd, nadat de goedkeuring van het triloogakkoord eerder alsbeslispunt van de Raadsagenda was gehaald. Het Voorzitterschap zal dekomende periode bezien of het mogelijk is tot een politiek akkoord tekomen, maar heeft geen nadere toelichting op het verdere procesgegeven.Tijdens de tafelronde namen vrijwel alleen voorstanders van het triloogak-koord het woord. Zij benadrukten het belang van het herstel van de natuurvoor biodiversiteit, klimaat en economie. Ook spraken zij hun verbazing enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9447 teleurstelling uit over de recente ontwikkelingen rond de stemverhou-dingen in de Raad. Zij uitten hun zorg over de gevolgen voorEU-besluitvorming en de positie van de EU in de internationale context.Zij riepen het Voorzitterschap op om toch te proberen spoedig tot eenakkoord te komen. Volgens een groep lidstaten staat ook het aanzien ende geloofwaardigheid van de Raad in den brede onder druk, wanneer deRaad in onderhandelingen niet in staat blijkt reeds gemaakte afspraken nate komen.– Lopende wetsvoorstellenOostenrijk heeft tijdens de Raad aandacht gevraagd voor de belangrijkerol van kleine boeren en boerennetwerken voor duurzame zaadregulering,specifiek voor de Verordening Plantaardig teeltmateriaal. Daarbij heeftOostenrijk aangegeven het voorstel van de Commissie te verwelkomen endaarbij zijn aandachtspunten gedeeld.– Terugkoppeling recente internationale bijeenkomstenOnder dit diversenpunt gaven de Commissie en het Voorzitterschap eenterugkoppeling van de UNEA-6. Mede door een stevige lobby vanuit defossiele industrie, voldeden de resultaten en de slotverklaring niet volledigaan de verwachtingen. De Commissie riep op tot reflectie voor eeneffectievere multilaterale samenwerking in de toekomst. Ook werd er doorhet Voorzitterschap stilgestaan bij de veertiende sessie van de Conferentievan Partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wildediersoorten (COP14). Tijdens deze sessie zijn er veertien nieuwe migre-rende soorten en subsoorten aan het Verdrag toegevoegd waarvan hetbeschermingsniveau is opgevoerd.II. Publieke consultatie Herziening etiketteringsvoorschriftenvoor textiel (textile labelling) In maart 2022 presenteerde de Europese Commissie een EU-strategievoor duurzaam en circulair textiel. De strategie maakt deel uit van hetactieplan voor de circulaire economie en benoemt een aantal belangrijkeacties die de Commissie van plan is te ondernemen. Zo heeft de EuropeseCommissie in de Europese Textielstrategie aangekondigd om te kijkennaar zowel een fysiek als digitaal duurzaamheidslabel voor kleding. DeCommissie zal de Textile Labelling Regulation herzien om ambitieuzeeisen te stellen aan de fysieke en digitale etikettering van textiel, inclusiefinformatie over de duurzaamheids- en circulariteitseigenschappen van hettextielproduct.De Commissie heeft een publieke consultatie uitgezet met als doelfeedback te verzamelen op de herziening van de EU-regels voor textiel-labels. De Commissie vraagt om gedachten bij de introductie van eentextiellabel dat op een nauwkeurige, begrijpelijke en vergelijkbare manierinformatie verschaft aan consumenten, met name over de milieurelevanteaspecten van textiel. Daarnaast vraagt de publieke consultatie omfeedback op de borging van duidelijkheid en consistentie in de regel-geving. Ook vraagt de consultatie om ideeën bij de mogelijke invloed vande invoering van uitgebreide eisen voor de fysieke en digitale etiketteringvan textielproducten op Europese marktwerking en op consumenten-gedrag.Het kabinet heeft in reactie op de publieke consultatie steun uitgesprokenvoor het voorgestelde Europese duurzaamheidslabel voor kleding. Verdersteunt het kabinet een ambitieus, geharmoniseerd textiellabel, metinformatie over duurzaamheid in overeenstemming met de informatie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9448 eisen voor textiel die onder de Ecodesign voor Duurzame Productenverordening aan textiel worden gesteld. Het kabinet ziet de EuropeseProduct Environmental Footprint methode als een geschikt middel omtextielproducten te voorzien van een milieuscore. Wanneer de ProductEnvironmental Footprint Category Rules (PEF) voor de productgroepen«Apparel and Footwear» worden vastgesteld, kan de PEF methodeworden gebruikt om textiel en aanverwante producten te vergelijken inmilieu-impact. Daarnaast vindt het kabinet het logisch om de informatieuit het textiellabel te koppelen aan de informatie uit het digitale product-paspoort. Zo zou het textiellabel de belangrijkste product- en duurzaam-heidsinformatie op hoofdlijnen voor consumenten kunnen laten zien,terwijl het digitale productpaspoort verschillende doelgroepen voorzietvan uitgebreider productinformatie, inclusief een onderbouwing van demilieuscore zoals vermeld op het textiellabel.De kabinetsreactie op de consultatie is als bijlage bijgevoegd.III. Evaluatie Achtste Milieuactieprogramma Op 12 maart jl. publiceerde de Commissie de evaluatie van het 8e MAP6.Deze evaluatie is een opmaat naar de mid term review van de Commissievan het MAP. Die herziening zal onder de nieuwe Commissie plaatsvindenen wordt in 2025 verwacht. De evaluatie bevat zodoende geen nieuwebeleidsaanbevelingen, maar is slechts beschrijvend van aard.De evaluatie bouwt voort op het recente rapport van het Europees MilieuAgentschap (EMA)7. Opvallend is daarbij dat de conclusie van deEuropese Commissie positiever is. In de evaluatie schetst de Commissiedat aan de hand van de (wetgevende) initiatieven van de afgelopen jarenonder de Green Deal, belangrijke stappen zijn gezet op het terrein vanklimaat, milieu, natuur en biodiversiteit. Hiermee zouden de gesteldedoelen binnen bereik liggen. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat de EUen de lidstaten de implementatie en uitvoering van de overeengekomenwetgeving voortvarend oppakken.Het EMA erkent de gezette stappen ook, maar concludeert n.a.v. deresultaten van het monitoringsraamwerk onder het MAP dat recentestappen op veel terreinen nog onvoldoende zijn om de gestelde doelendaadwerkelijk te behalen.Volgens het EMA wijzen verschillende indicatoren op een benodigdeversnelling om de doelen te behalen. Het EMA benadrukt dat daarbijaanvullend beleid en wetgeving mogelijk nodig is.Nederland heeft de evaluatie van het 8e MAP voor kennisgeving aange-nomen. De beschrijving van de Commissie van de ondernomen stappenonder de Green Deal is herkenbaar. Onder de Green Deal zijn inderdaadbelangrijke stappen gezet voor een beter klimaat, milieu en natuur.Tegelijkertijd is ook de noodzaak van aanvullende stappen, zoals het EMAconcludeert, evident. Deze tweeledigheid sluit aan bij de bespreking in deMilieuraad (zie hierboven). Verdere standpuntbepaling hangt af van devoorstellen van de Commissie voor de mid-term review. Uw Kamer zalt.z.t. hier verder over geïnformeerd worden via de gebruikelijkeprocedures.6https://environment.ec.europa.eu/publications/documents-mid-term-re view-8th-environment-action-programme-eap_en7https://www.eea.europa.eu/publications/european-union-8th-environment-action-programmeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 21 501-08, nr. 9449

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6786d7c0af924e27

14 okt 2026 · 62a115ab347e470a

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.