KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief Participatiewet zomer 2026

3 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 287f67314e01078c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 374 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over verschillende onderwerpen dieraken aan de Participatiewet. Allereerst wordt ingegaan op een aantaltoezeggingen die zijn gedaan en moties die zijn aangenomen tijdens debehandeling van de Participatiewet in balans.Daarnaast deel ik met uw Kamer de evaluatie van de wijziging van definancieringssystematiek van loonkostensubsidies. Hieruit blijkt dat denieuwe systematiek de juiste condities creëert voor gemeenten om op hetinstrument loonkostensubsidie in te blijven zetten. Ook stuur ik uw Kamerhet onderzoeksrapport «(On)benutte ruimte in de bijstand» van deNederlandse Arbeidsinspectie (NLA) toe. In dit onderzoek wordt ingegaanop de handelingsruimte van gemeenten bij het afhandelen van bijstands-aanvragen. Deze ruimte wordt volgens de NLA nu niet altijd benut.Participatiewet in balansTijdens de parlementaire behandeling op 17 april 2025 in uw Kamer en op23 september 2025 in de Eerste Kamer, zijn meerdere moties aangenomenen toezeggingen gedaan. Onderstaand vindt u een overzicht met eenstand van zaken.Reactie op motie Flach en Inge van DijkDe motie van de leden Flach en Inge van Dijk1 verzoekt de regering omeen «right to challenge» op te nemen in lagere regelgeving. Zoalsaangegeven in de Kamerbrief van 3 juli 20252, is het opnemen van eenright to challenge waar de motie om verzoekt momenteel niet mogelijk,aangezien er in de huidige Participatiewet geen grondslag zit om eendergelijk recht in lagere regelgeving op te nemen. Daarvoor zou deParticipatiewet moeten worden gewijzigd. Ook heb ik uw Kamer geïnfor-1Kamerstukken II 2024/25, 36 582, nr. 65.2Kamerstukken II 2024/25, 34 352, nr. 343. kst-34352-374ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3741 meerd dat er al een experimenteerartikel in de wet is opgenomen. Binnende kaders van dat artikel, kunnen gemeenten nieuwe aanpakken buiten dekaders van de Participatiewet testen.In de brief van 3 juli heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over dewensen die er zijn voor een andere vorm van een right to challengeanders dan het experimenteerartikel. Uit contacten met de VNG en Divosablijkt dat de recente aanpassingen van dit artikel voor nu als afdoendeworden beschouwd. Op het gebied van re-integratie is er bovendien meermogelijk. Met de komst van de Participatiewet in balans wordt naast dearbeidsparticipatie de maatschappelijke participatieplicht geïntroduceerd3.Mensen in de bijstand die (nog) niet in staat zijn om aan het werk te gaan,worden geacht naar vermogen maatschappelijk te participeren. Zij krijgendaarbij de ruimte om de maatschappelijke participatie zelf vorm te gevenen kunnen daarbij ook aanspraak maken op ondersteuning volgens hetgemeentelijke beleid.Omdat de huidige mogelijkheden als voldoende worden beschouwd nurecent een aantal wijzigingen zijn ingevoerd, ben ik niet voornemens omde Participatiewet op dit punt aan te passen.Reactie op motie Schalk c.s. over de giftenDe motie van het lid Schalk (SGP) c.s. verzoekt de regering te onderzoekenhoe giften in natura die noodzakelijk zijn voor het levensonderhoud bijAMvB uitgezonderd kunnen worden van de inlichtingenplicht (Kamerstuk36 582, I). Bij dezen informeer ik uw Kamer over de uitkomsten van ditonderzoek.De in de wetswijziging Participatiewet in balans opgenomen giftenvrij-lating borgt dat alle giften en kostenbesparende bijdragen die eenbijstandsgerechtigde ontvangt tot 1.200 euro, niet onder de meldings-plicht vallen en niet worden verrekend met de bijstandsuitkering. In demotie wordt gevraagd of giften in natura, zonder gemaximeerd bedrag,uitgezonderd kunnen worden van de inlichtingenplicht. Dit heeft totgevolg dat die giften formeel wel nog tot de middelen gerekend worden –dus in mindering gebracht kunnen of moeten worden op de uitkering –alleen men het niet uit zichzelf hoeft te melden. Gelet op het debat in deEerste Kamer op dit punt, begrijp ik de motie zo dat dergelijke giftenüberhaupt niet verrekend moeten worden met de bijstandsuitkering endat de vraag aan de regering is om dit nader te onderzoeken.De aanleiding van de motie zijn zorgen over de uitvoerbaarheid enhandhaafbaarheid van de huidige giftenvrijlating. De beoogde oplossingwordt gezien in het buiten beschouwing laten van giften in natura dienoodzakelijk zijn voor het levensonderhoud, maar dat roept nieuwevragen op over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Dat heeft ermeete maken dat giften in natura, juridisch gezien, uiteenvallen in tweeverschillende vormen. Grotere giften in natura die meer waardevast zijn(zoals een fiets, bepaalde kleding of een sieraad), kunnen te gelde wordengemaakt. Ze worden daarom juridisch hetzelfde gezien als een gift in devorm van geld (valuta) en vallen onder het zogeheten middelenbegrip.Andere giften in natura, zoals boodschappen, worden gezien als kostenbe-sparende bijdragen omdat een persoon minder noodzakelijke kosten hoeftte maken. Hierdoor vallen deze giften niet onder het middelenbegrip,maar onder de bepaling die ziet op afstemming van de bijstand op dewerkelijke omstandigheden. Voor een bijstandsgerechtigde is hetingewikkeld om dit onderscheid te maken. Juist om het werkbaar en3Inwerkingtreding per 1 januari 2027, gemeenten kunnen hierop vooruitlopen in 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3742 uitvoerbaar te houden, is ervoor gekozen om onder de vrijlating zowelkostenbesparende bijdragen als boodschappen op te nemen, als giften dieals middel worden aangemerkt – welke dus bestaan uit giften in geldevenals waardevaste giften in natura. Deze vereenvoudiging neemt nietweg dat ook de huidige bepaling iets vraagt van het doenvermogen vanmensen. Ik monitor dan ook nauwlettend hoe deze bepaling in de praktijkuitpakt.Daarnaast blijft fundamenteel dat het volledig buiten beschouwing latenvan een kostensoort of inkomensvorm botst met een van de hoofdbegin-selen van de wet: het zogeheten complementariteitsbeginsel. Dezeveronderstelt dat huishoudens eerst hun eigen beschikbare middelenaanwenden en de bijstand vult hierop aan. Indien iemand voorliggendinkomen heeft, of structureel minder uitgaven hoeft te maken, is het nietlanger noodzakelijk om hiervoor aanspraak te maken op de bijstand. Ikbegrijp echter de noodzaak om ook bijstandsgerechtigden het voordeelvan vrijgevigheid te gunnen, zoals ook degenen die niet op bijstandaangewezen zijn van een gift kunnen profiteren. Daarom is een vrijlatingvan 1.200 euro opgenomen in de wet. Echter het categorisch en volledigbuiten beschouwing laten van giften in natura strookt niet met hetaanvullende karakter van de bijstand.Reactie op de toezegging Belhirch over jonge statushoudersNaar aanleiding van een vraag van het lid Belhirch (D66) is in hetzelfdedebat op 23 september 2025 toegezegd om met gemeenten in gesprek tegaan over de specifieke omstandigheden van jonge statushouders in deParticipatiewet en daar nadrukkelijk op te wijzen in de handreikingMaatwerk Participatiewet voor de ondersteuning van jongeren in eenkwetsbare positie.4Op 29 juni 2026 heeft Divosa een online bijeenkomst georganiseerd overde financiële startpositie en ondersteuning van jonge alleenstaandestatushouders. Met de invoering van Participatiewet in balans hebbengemeenten meer ruimte om maatwerk te bieden. Gemeenten gaan bijdeze online bijeenkomst met elkaar en SZW in gesprek over de beleids-keuzes die zij maken, hoe zij gebruik maken van de ruimte binnen deParticipatiewet, welke afwegingen zij hierbij maken en tegen welkeknelpunten zij aanlopen. De hierboven genoemde handreiking zal op basisvan de opbrengsten uit het gesprek, in overeenstemming met het verzoekvan het lid Belhirch, worden aangevuld.Reactie op de toezegging Belhirch over de discriminatietoetsAan het lid Belhirch (D66) is toegezegd dat de Kamer op de hoogte wordtgehouden van de gesprekken tussen gemeenten en het Ministerie vanBinnenlandse Zaken over het toepassen van de discriminatietoets. DeMinister van Binnenlandse Zaken heeft recent een reactie verstuurd overde tweede voortgangsrapportage discriminatie in dienstverlening5. In diebrief is de laatste stand van zaken terug te vinden over het toepassen vande discriminatietoets.Gedoogbesluit uitzondering kostendelersnorm voor mantelzorgerDe uitzondering op de kostendelersnorm is in het nieuwe wetsartikel nunog alleen vastgelegd voor de mantelzorger en niet voor de ontvanger4Maatwerk Participatiewet voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie |Divosa5Kamerstukken II 2024/25, 30 950, nr. 546.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3743 van mantelzorg. Deze wijziging is per 1 januari 2026 ingegaan engemeenten lopen nu tegen deze grens aan. Gegeven de toelichting op hetamendement waarmee deze aanpassing is aangebracht en het debat, lijktde intentie geweest om dit breder te regelen.Daarom is een wetswijziging (Verzamelwetsvoorstel SZW 2027) in demaak waarmee wordt verduidelijkt dat de uitzondering op de kostende-lersnorm wegens tijdelijke mantelzorg vanwege een intensieve zorgbe-hoefte niet alleen geldt voor de mantelzorgverlener, maar ook voor deontvanger van de mantelzorg. De mantelzorgverlener én de mantelzorg-ontvanger worden in deze situatie expliciet uitgezonderd van het begripkostendelende medebewoner. Ik vind het wenselijk dat gemeenten nu alin lijn met de hierboven genoemde wetswijziging kunnen handelen.Daarom verleen ik gemeenten toestemming om op deze wijziging vooruitte lopen.Evaluatie wijziging financieringssystematiek LKSIn 2022 is de financieringssystematiek van de loonkostensubsidies (LKS)aangepast. Sinds 2022 vindt financiering van gemeenten voor de inzet vanLKS plaats op basis van realisaties. Eerder bleek dat LKS positieveeffecten heeft op het behoud van werk ofwel de duurzaamheid van dearbeidsrelatie. Dit kwam onder andere naar voren in de evaluatie van deParticipatiewet door het Sociaal Cultureel Planbureau.6 Gemeenten blekenechter terughoudend met het inzetten van het instrument door de wijzevan financiering, vooral ten behoeve van mensen met een lagereloonwaarde en ten behoeve van niet-uitkeringsgerechtigden. Daarom isde financieringssystematiek in 2022 voor grotere gemeenten (gemeentenmet meer dan 15.000 inwoners, die in het verdeelmodel bijstand(gedeeltelijk) objectief gebudgetteerd worden) gewijzigd. Destijds is aanuw Kamer toegezegd dat de nieuwe financieringssystematiek na drie jaargeëvalueerd zou worden.Onderzoeksbureau SEOR heeft de gevolgen van de wijziging van definancieringssystematiek onderzocht.7 Zij zien geen trendbreuk in hetaantal gestarte LKS-trajecten sinds de financieringswijziging. Welconstateren ze dat grote gemeenten sinds 2022 meer zijn gaan inzetten opduurdere trajecten. Het gaat hierbij onder meer om inzet ten behoeve vanmensen met een lagere loonwaarde, zoals ook was beoogd met dewijziging. Het is positief te noemen dat grote gemeenten als gevolg vande wijziging LKS meer inzetten op het aan het werk helpen van groependie meer ondersteuning nodig hebben. Daarnaast is het positief dat deaantallen ingezette LKS de afgelopen jaren flink zijn gestegen (tot meerdan 40.000 in 2025), ook al kan niet worden vastgesteld of dit een directgevolg van de financieringswijziging is. Wel worden met de huidigefinancieringssystematiek de juiste condities voor gemeenten gecreëerdom ook de komende jaren in te blijven zetten op het instrument LKS. Hetonderzoek geeft geen aanleiding voor het wijzigen van de huidigefinancieringssystematiek.Rapport «(On)benutte handelingsruimte in de bijstand»De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) heeft afgelopen jaar onderzoekgedaan naar het gebruik van handelingsruimte bij het afhandelen vanbijstandsaanvragen door gemeenten. Meer specifiek is door de NLAgekeken naar hoe gemeenten het individualiseringsbeginsel (artikel 18, lid6Eindevaluatie van de Participatiewet, Sociaal en Cultureel Planbureau (2019)7Stimulans voor de inzet van LKS? Evaluatie van de verandering in de financieringssystematiekvan loonkostensubsidie (LKS), SEOR (2026)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3744 1 Participatiewet; het afstemmen van de hoogte van de bijstand en dedaaraan verbonden verplichtingen op de individuele situatie) toepassen,maar ook naar hoe breder tegen het begrip handelingsruimte wordtaangekeken. Hiervoor zijn bij negen gemeenten interviews gehouden meteen beleidsadviseur, een kwaliteitsmedewerker, een teamleider en tweeinkomensconsulenten. Met de inkomensconsulenten zijn ook fictievecasussen en voorbeelden uit de eigen praktijk doorgesproken. Daarmeegeeft het rapport een kwalitatief beeld van hoe door gemeentenverschillend kan worden omgegaan de met handelingsruimte die wordtgeboden bij het afhandelen van bijstandsaanvragen.Het rapport laat zien dat de mogelijkheden van de Participatiewet en deAlgemene wet bestuursrecht (Awb) om rekening te houden met omstan-digheden niet altijd worden benut. Bovendien bestaan, zowel tussen alsbinnen gemeenten, verschillen in hoe en in hoeverre deze handelings-ruimte wordt gebruikt om de bijstandsuitkering af te stemmen op deindividuele omstandigheden. Binnen gemeenten is er daarnaast niet altijdgenoeg ruimte om casussen waar maatwerk kan worden toegepast tebespreken met andere consulenten en kwaliteitsmedewerkers. Dit wordtmede gedreven door de moeite die gemeenten hebben met het vindenvan voldoende gekwalificeerd personeel. Tot slot wijst de NLA op eenrelevante ontwikkeling dat er in beleid en jurisprudentie steeds meernadruk wordt gelegd op de verplichting om rekening te houden met deindividuele omstandigheden van de aanvrager (maatwerk).Ook in de lopende aanpassingen in de Participatiewet, vormt maatwerkeen belangrijk begrip. Eén van de doelen van deze wetswijziging was hetcreëren van meer handelingsruimte voor de uitvoerend professional. Ditkomt onder andere terug in de verruimde mogelijkheden bij de vierweken-zoektermijn voor jongeren tot 27 jaar in kwetsbare situaties en deeerdergenoemde ruimte voor mantelzorg. Op andere onderdelen zijn eraanpassingen gedaan gericht op meer harmonisatie, omdat te groteverschillen niet goed uit te leggen zijn.Er moet in de afhandeling van bijstandsaanvragen ruimte zijn voormaatwerk, maar dit moet goed beredeneerd zijn. Daarbij speelt dekwaliteit van de professional een grote rol. Uit het onderzoek komt naarvoren dat de wetgeving (inmiddels) vaak afdoende ruimte biedt, maar dathet bij de uitvoerende professionals ontbreekt aan kennis, capaciteit,richtlijnen of werkafspraken om deze ruimte benutten. Daarom is binnenhet programma Participatiewet in balans het stimuleren van de vakkun-digheid in verschillende lagen binnen de gemeenten een belangrijkdoorlopend spoor. Het rapport van de Nederlandse Arbeidsinspectiebenadrukt dit belang.De Minister van Werk en Participatie,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3745

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fc81036e3349fffb

14 okt 2026 · 2b01ba4f1281f492

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.