KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over de brief van 6 maart 2026 van de Stichting Meldpunt PURslachtoffers met betrekking tot gezondheidsrisico’s van gespoten PUR-schuim en noodzakelijke aanscherping van beleid en toezicht. Het Meldpunt stelt, dat de aangekondigde aanpassingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingsregeling

24 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 74311208bbcce079 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 325Bouwregelgeving28 089Gezondheid en milieuNr. 307 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 april 2026De Vaste Commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftmij op 25 maart 2026 verzocht om een reactie op de brief van 6 maart2026 van de Stichting Meldpunt PURslachtoffers met betrekking totgezondheidsrisico’s van gespoten PUR-schuim en noodzakelijkeaanscherping van beleid en toezicht. Het Meldpunt stelt, dat de aangekon-digde aanpassingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl)en de Omgevingsregeling (hierna: Or) met betrekking tot gespotenPUR-schuim een stap in de goede richting zijn, maar op punten nogtekortschieten.De gezondheid van bewoners vind ik uitermate belangrijk. Daarom ga ik indeze brief graag in op de door het Meldpunt genoemde punten en deacties die de afgelopen periode zijn ingezet. Ik begin met een kortebeschrijving van het ingezette beleid ten aanzien van gespotenPUR-schuim.Beleid gespoten PUR-schuimDe Gezondheidsraad heeft op 1 december 2020 een advies uitgebrachtover gespoten PUR-schuim, waarover een Kamerbrief is gestuurd op30 juni 2021.1Dit advies was door de Gezondheidsraad uitgebracht in opdracht van deMinister van BZK ter invulling van een motie van de Tweede Kamer naaraanleiding van gezondheidsklachten van bewoners na het aanbrengenvan gespoten PUR-schuim in hun woningen (Kamerstuk 32 847, nr. 348).De Gezondheidsraad achtte bij een juiste toepassing van gespotenPUR-schuimisolatie de blootstelling aan gevaarlijke stoffen zeer laag ennadelige gezondheidseffecten voor bewoners onwaarschijnlijk.Door mijn ambtsvoorgangers is vervolgens met name ingezet op hetbeter borgen van de uitvoeringspraktijk. Er zijn daartoe twee onderzoekenuitgevoerd. Door Haskoning is het onderzoek Evaluatie werkpraktijk1Kamerstuk 32847, nr. 761 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen kst-28325-307ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3071 gespoten PUR-schuim uitgevoerd, waarover een Kamerbrief is gestuurdop 2 december 2022.2 Aansluitend op deze evaluatie is doorVPRC-Nieman het onderzoek Aanpassing bouwregelgeving werkzaam-heden gespoten PUR-schuim uitgevoerd, waarover een Kamerbrief isgestuurd op 20 december 2023.3 Dit laatste onderzoek heeft geresulteerdin een wijziging van het Bbl die op 27 oktober 2025 aan uw Kamer tervoorhang is gestuurd.4In het Bbl komt een informatieplicht voor bedrijven, zodat gemeentenweten hoe en waar PUR-schuim wordt toegepast en hierop toezichtkunnen houden. Aansluitend op het schriftelijke overleg5 over dezeBbl-wijziging is door uw Kamer een motie aangenomen die vraagt omvoor de nieuwe regels in het Bbl een landelijke handreiking PUR-toezichtte ontwikkelen en het monitoren van de regeldruk.6 Deze motie zal ikuitvoeren. De wijziging van het Bbl leg ik binnenkort voor ter advies vande Raad van State en ik hoop deze hierna snel te kunnen publiceren in hetStaatsblad.De inhoudelijke eisen aan het aanbrengen van PUR-schuim wordenvastgelegd in de Omgevingsregeling (Or). Deze eisen hebben niet alleenbetrekking op het aanbrengen van gespoten PUR-schuim in de kruip-ruimte, maar ook in spouwmuren en binnenruimten, zoals onder daken.De eisen beogen een goede uitvoering van de werkzaamheden en hetvoorkomen van gezondheidsrisico’s. Op dit moment ben ik bezig metverwerken van de binnengekomen reacties op de consultatieversie van deOr.7Uitvoering toezeggingen uit 2022Door het Meldpunt wordt gesteld dat mijn ambtsvoorganger bepaaldetoezeggingen niet heeft uitgevoerd uit de Kamerbrief van 2 december2022. Ik ga hieronder in op de toezeggingen.Zeer zorgwekkende stoffenVoor wat betreft de toezegging over de minimalisatie van ZZS-en (ZeerZorgwekkende Stoffen) en uitsluiting hiervan van subsidie en certificeringis vooral ingezet op de stof 4,4-methyleen dianiline (hierna: MDA), omdatdeze stof de meest bepalende ZZS voor PUR-schuim is. In de Kamerbriefvan 20 december 2023 is gemeld dat MDA wordt beschouwd bij dewijziging van het Bbl. Dit is gebeurd in de geconsulteerde Or waarin eengrenswaarde is opgenomen voor MDA, die ook onderdeel is vancertificeringsregelingen van de branche. Omdat deze eis voor MDA strakspubliekrechtelijk gaat gelden op basis van het Bbl en Or, is het niet nodigom hiervoor afzonderlijk iets te regelen in de subsidieregelingen (SVOHen SVVE).De grenswaarde voor MDA is door Haskoning in 2025 onderbouwd in eenrapport8, waarop tijdens de consultatie van de wijziging van de Orcommentaar is gekomen. Ik heb Haskoning opdracht gegeven het rapporthierop te bezien. Verder heb ik aan Haskoning gevraagd om in haarrapport ook in te gaan op andere ZZS-en in PUR-schuim. De resultatenhiervan betrek ik bij de afronding van de wijziging van de Or.2Kamerstuk 28 325, nr. 299 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen3Kamerstuk 28 325, nr. 304 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen4Kamerstuk 28 325, nr. 299 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen5Kamerstuk 28 325, nr. 304 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen6Kamerstuk 28 325, nr. 305 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen7Overheid.nl | Consultatie Omgevingsregeling verblijfsvoorzieningen beschermde diersoortenen aanbrengen PURschuim8https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/02/12/beoordeling-grenswaarde-mda-in-gespoten-pur-schuimTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3072 Afwezigheidseis bewonersMijn ambtsvoorganger heeft in de brief van 2 december 2022 over hetdoor Haskoning geadviseerde onderzoek voor de afwezigheidseisaangegeven dat het vooral belangrijk is om blootstelling aan schadelijkestoffen te voorkomen. Bewoners zouden pas terug mogen keren als zekeris dat er geen risico meer is. Hij heeft daarbij aangegeven met de sector teoverleggen hoe dit het best gewaarborgd kan worden. Dit is meegenomenin het voorgenoemde onderzoek van VPRC/Nieman. Uit dit onderzoek isgebleken dat het meten van de concentraties van gevaarlijke stoffen naafloop van de werkzaamheden niet praktisch uitvoerbaar is voor deverwerkers. Wel kan beter worden geborgd dat de werkzaamheden goedworden uitgevoerd en dat na afloop gecontroleerd en vastgelegd wordtdat er geen fouten zijn gemaakt. Met de wijziging van het Bbl gaan erdaarom eisen gelden voor de nacontrole en de melding daarvan bijgemeenten.Afvalscheiding bij sloopIn die brief is ook aangegeven om met de sector het gesprek aan te gaanover het scheiden van gespoten PUR-schuim en het voorkomen vaneventuele andere milieueffecten en in overleg met hen nader onderzoek telaten uitvoeren. Om de bouwsector te stimuleren de milieubelastingverder te verlagen, is de afgelopen jaren ingezet op het brede Bouwmate-rialenakkoord dat 5 november 2025 is ondertekend door de geheleNederlandse bouwmaterialenindustrie. In het kader van het Bouwmateria-lenakkoord worden verkenningen uitgevoerd naar onder andere kansen-en knelpunten inzake bouw- en afvalregelgeving betreffende bouwafval.Hierbij zal vanuit het Rijk ook het beter kunnen scheiden van gespotenPUR-schuim worden ingebracht.Aanbevelingen van de GezondheidsraadIn de brief van 30 juni 2021 is een reactie gegeven op de aanbevelingenvan de Gezondheidsraad. Voor mijn beleidsterrein was de belangrijksteaanbeveling de evaluatie van de werkpraktijk en de inzet van beleidsmaat-regelen in het verlengde daarvan. Hieraan is invulling gegeven door deevaluatie van Haskoning en op basis daarvan de wijziging van het Bbl ende Or.In de brief van 20 december 2023 is in samenspraak met het Ministerievan VWS verder in de eerste plaats ingegaan op de aanbeveling tenaanzien van de beoordeling van klachten die geassocieerd kunnen wordenmet PUR-schuim. Hiervoor is sinds 2016 een diagnostiekprotocolopgesteld onder leiding van een specialist van het huidige AmsterdamUMC. Recent heeft deze specialist mij geïnformeerd dat het protocol, zoalsgebruikelijk bij dit soort protocollen, periodiek moet worden herzien. Ikheb besloten daartoe opdracht te geven. De actualisering omvat dewetenschappelijke ontwikkelingen en publicaties van de jaren na 2016. Bijdeze actualisering worden de belanghebbenden, waaronder hetMeldpunt, inhoudelijk geraadpleegd.Ten tweede is ook ingegaan op de aanbeveling over blaasmiddelen. Er isaangegeven dat de HFO-blaasmiddelen (hydrofluorolefins) onderdeeluitmaken van het mede door Nederland ingediende dossier voor derestrictie van PFAS bij de Europese Commissie. Het traject om eenEuropese restrictie in te stellen voor PFAS loopt nog, daarvoor geldt eenuitgebreide en zorgvuldige procedure.Ten derde is met betrekking tot de aanbevelingen over de arbeidsomstan-digheden, gemeld dat de verwerkers van gespoten PUR-schuim vanaf24 augustus 2023 een specifieke training moeten hebben gevolgd opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3073 grond van Europese REACH-verordening. Aanvullend hierop heeft hetMinisterie van SZW mij geïnformeerd dat op 9 april 2026 de nieuweEuropese grenswaarden voor diisocyanaten in werking zijn getreden.9Deze nieuwe grenswaarden dragen bij aan een verdere bescherming vanverwerkers van PUR-schuim.Maatschappelijke problematiek en sectorinformatieHet Meldpunt geeft aan dat publieke debat sterk wordt beïnvloed door debrancheorganisaties en dat het beleid grotendeels rust op onderzoek vandeze organisaties. Ik herken dit niet. De Gezondheidsraad heeft gewerktmet een commissie samengesteld uit onafhankelijke deskundigen metexpertise in de medische wetenschappen, epidemiologie toxicologie,chemie, risicoperceptie en milieukunde. Op een zorgvuldige manier is deGezondheidsraad tot het oordeel gekomen dat bij een juiste toepassingvan gespoten PUR-schuimisolatie de blootstelling aan gevaarlijke stoffenzeer laag is en nadelige gezondheidseffecten voor bewoners onwaar-schijnlijk. Ook de onderzoeken door Haskoning en VPRC/Nieman zijn doordeze adviesbureaus onafhankelijk uitgevoerd.Lacunes nieuwe PUR-regelsHet Meldpunt stelt dat de nieuwe PUR-regelgeving een stap vooruit is,maar grote hiaten laat zien. Hieronder ga ik in op diverse punten van hetMeldpunt.Speelruimte gemeentenVolgens het Meldpunt krijgen gemeenten zoveel speelruimte dat ongelijkebescherming van burgers op de loer ligt. In reactie hierop merk ik op datmet de wijziging van het Bbl de gemeenten juist de mogelijkheid krijgenvoor toezicht en handhaving op de uitvoering van PUR-schuim werkzaam-heden, waar dit nu niet het geval is. Wel is het zo dat iedere gemeentebeleidsvrijheid heeft hoe hier invulling aan te geven, zoals geldt voor alletoezicht en handhaving op de eisen van het Bbl. Met het ontwikkelen vaneen landelijke handreiking PUR-toezicht (zie de hiervoor genoemde motie)wordt door mij een (vrijwillig) kader gegeven aan gemeenten, dataannemelijk leidt tot een meer landelijke uniforme werkwijze.Gezondheidsrisico’s en blootstelling tijdens het spuitenHet Meldpunt stelt dat het rapport van Haskoning over de grenswaardevoor MDA uitsluitend het uitgeharde materiaal beschouwt en er geenmetingen zijn van luchtconcentraties tijdens of na het aanbrengen vangespoten PUR-schuim zijn uitgevoerd. Het is juist dat er geen metingenzijn uitgevoerd door Haskoning. Door Haskoning is de te verwachtenconcentratie van MDA in verblijfsruimten rekenkundig bepaald uitgaandevan de grenswaarde van het uitgeharde PUR-schuim (5 ppm). Voor deemissie van MDA uit het PUR-schuim heeft Haskoning gebruik gemaaktvan het beschikbare wetenschappelijk onderzoek aan matrassen vanPUR-schuim. Zoals hiervoor gemeld is in de consultatie van de Or diverscommentaar gegeven op deze analyse van Haskoning en heb ikHaskoning opdracht gegeven haar rapport hierop te bezien.Verder merkt het Meldpunt op dat de sector in haar eigen emissiericht-lijnen grenswaarden stelt aan de emissie van formaldehyde. In reactiehierop meld ik dat in de eerdere onderzoeken van de Gezondheidsraad,Haskoning en VPRC/Nieman er geen melding is gemaakt van formal-9Staatsblad 2025, 337 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3074 dehyde in PUR-schuim. Bij de wijziging van het Bbl en de Or is door mijnambtsvoorgangers formaldehyde daarom ook niet beschouwd. Integenstelling tot UF-schuim is formaldehyde geen component bij hetmaken van PUR-schuim. Het Meldpunt refereert ook aan uitspraken vantoxicoloog J. de Boer dat onderzoek naar UF-schuim niet kan wordenafgerond zonder PUR-schuim mee te nemen, vanwege persistentechemicaliën die zich ophopen in mens en milieu. In reactie daarop wijs iker allereerst op dat PUR-schuim al is onderzocht door de Gezond-heidsraad en Haskoning. Zoals hiervoor gemeld laat ik Haskoning nogverder kijken naar de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS-en) in PUR-schuim,waarbij ook formaldehyde wordt meegenomen om een bevestiging tekrijgen van eerdere conclusies.Afwezigheidseis is niet onderbouwd.Daarnaast merkt het Meldpunt op dat de twee-uur afwezigheidseis niet isonderbouwd, maar dat 24-uur de minimale norm dient te zijn. Deafwezigheidseis is beschouwd in het VPRC/Nieman rapport. DoorVPRC/Nieman is geadviseerd uit te gaan van een periode die aangegevenwordt door de leverancier van het betreffende PUR-schuim, met eenminimum van twee uur. Dit is als eis overgenomen in de geconsulteerdeOr. In deze Or is aanvullend bepaald dat, als PUR-schuim wordt aange-bracht in een verblijfsruimte, deze ruimte ten minste 24 uur na afloop nietmag worden gebruikt. Dit laatste sluit aan op wat de Europese branche-vereniging PU-Europa aanhoudt voor binnentoepassingen.CertificatenHet meldpunt geeft aan dat geen van de huidige certificaten een Erkendekwaliteitsverklaring (hierna: EKV) is en dat de huidige uitvoerings- enbeoordelingsregels voor certificatie strijdig zijn met sommige bepalingenin de Or.Deze bepalingen in de Or werken straks rechtstreeks en een ieder zalhieraan moeten voldoen. De uitvoerings- en beoordelingsregels zullendoor de certificerende instellingen nog in overeenstemming moetenworden gebracht met deze bepalingen. De keuze om de huidige certifi-caten om te zetten naar een EKV is aan de certificerende instellingen. Denieuwe regels in het Bbl verplichten namelijk niet tot het hebben van eenEKV. Het (vrijwillig) hebben van een EKV geeft het gecertificeerde bedrijfwel voordelen ten aanzien van de informatieplicht naar gemeenten.Tot slotBovenstaand ben ik ingegaan op de door het Meldpunt genoemdepunten. Hieruit blijkt dat er al veel in gang is gezet ter voorkoming vangezondheidsrisico’s bij het aanbrengen van PUR-schuim. Aanvullend ophet ingezette beleid laat ik nog verder kijken naar de ZZS-stoffen inPUR-schuim, het diagnostiekprotocol actualiseren, en een landelijkehandreiking PUR-toezicht opstellen voor gemeenten.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’SullivanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 325, nr. 3075

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f9745dadd693aae6

14 okt 2026 · 481df6c86b595cbc

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.