Rapport van het RISE-onderzoek naar de oorzaken en achtergronden van de stijging van euthanasie
Brontekst
Versie 57d4c146b4f156e0 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 647LevensbeëindigingNr. 114 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Hierbij biedt het kabinet de Kamer het rapport aan van hetRISE-onderzoek1 – Mixed-method ethiek onderzoek naar de oorzaken enachtergronden van de stijging van euthanasie. Het onderzoek is uitge-voerd naar aanleiding van de motie-Bikker (Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 71).2De opdracht voor het onderzoek is via ZonMw verstrekt en uitgevoerddoor het Radboudumc, Universitair Medisch Centrum Utrecht,Amsterdam Universitair Medisch Centrum en de Theologische Univer-siteit Utrecht, onder leiding van dr. Els van Wijngaarden.De onderzoekers geven aan dat de stijging van euthanasie verband houdtmet demografische trends, culturele veranderingen en institutioneleontwikkelingen. De samenleving vergrijst. Meer mensen leven langer metchronische aandoeningen. Daarnaast is er sprake van individualisering ensecularisatie. Er ligt een sterkere nadruk op autonomie en kwaliteit vanleven (en sterven). De opvattingen over lijden rond het levenseinde zijnveranderd. Ook is de euthanasiepraktijk geprofessionaliseerd: derichtlijnen zijn gedetailleerder geworden en er is een groter scholings-aanbod. Dit geeft artsen meer (rechts)zekerheid. Volgens de onderzoekershebben deze ontwikkelingen hun weerslag gehad op de beoordelings-,uitvoerings- en toetsingspraktijk van euthanasie, waarbij de zorgvuldig-heidseisen van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bijzelfdoding (Wtl) onveranderd zijn gebleven.De stijging van euthanasie werd volgens de onderzoekers door dedeelnemers aan de deelonderzoeken overwegend niet als problematischdan wel wenselijk geduid, maar voornamelijk als een logisch gevolg vanhet meebewegen van de praktijk met maatschappelijke veranderingen.Deelnemers beschouwden euthanasie als een belangrijke verworvenheid1RISE is afgeleid van: Research into the IncreaSe of Euthanasia.2Kamerstukken II 2023/24, 32 647, nr. 105. kst-32647-114ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 647, nr. 1141 en uitten hun vertrouwen in het geldende systeem en de toetsingdaarvan.De onderzoekers doen de volgende aanbevelingen voor toekomstigbeleid, gericht aan de overheid, beroepsgroepen, de Regionale Toetsings-commissies Euthanasie, patiënten- en belangenorganisaties en media:1.Bewaak een balans tussen de autonomie van de patiënt en deprofessionele en morele autonomie van artsen.2.Richt de praktijk rond euthanasie zo in dat morele en praktischespanningen expliciet worden erkend en hanteerbaar wordengemaakt.3.Investeer in evenwichtige en feitelijk juiste informatievoorzieningover euthanasie en andere vormen van levenseindezorg.4.Differentieer voor kwetsbare groepen zonder stigmatisering.5.Versterk de randvoorwaarden in het zorgsysteem ter ondersteuningvan een zorgvuldige euthanasiepraktijk.6.Versterk de mogelijkheden voor (incidenteel) wetenschappelijkonderzoek naar de RTE.In de planning bij de jaarplanningsbrief 2026 die op 19 mei 2026 aan deKamer is verzonden, is per abuis vermeld dat de Kamer in Q2 debeleidsreactie tegemoet kan zien. Echter ontvangt de Kamer in Q3 eeninhoudelijke reactie van het kabinet op de onderzoeksresultaten.3De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,S.T.M. Hermans3Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XVI, nr. 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 647, nr. 1142
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.