KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voornemen oprichting deelneming voor kernenergie

5 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 43d9b6991d7128b9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 645KernenergieNr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 februari 2025Op 28 maart 20241 is de Kamer geïnformeerd over de opties voor deoprichting van een deelneming voor de bouw en exploitatie van kerncen-trales. Ook in de brief van 22 november 20242 is hier kort op gereflecteerd.Tijdens de behandeling van de begroting Klimaat en Groene Groei op6 november is toegezegd de Kamer in het eerste kwartaal van 2025 teinformeren over de voortgang om tot een deelneming te komen en welkestructuur de voorkeursoptie heeft.Samenvattend lijkt een deelneming op dit moment de beste optie voor hetbouwen van kerncentrales. De voorkeursoptie voor de structuur is op ditmoment een houdstermaatschappij waarbinnen een werkmaatschappij debouw en ingebruikname van de kerncentrales voorbereidt, de bouwcontracteert en de kerncentrales in gebruik neemt. In de tussentijd wordende voorbereidingen doorgezet, zodat de voorgenomen deelneming tijdigopgericht is. Dit is ook in lijn met de voorgestelde motie van het lidErkens3. Voordat er onomkeerbare stappen worden gezet, wordt de Kamerhierin volgens de gebruikelijke procedures betrokken. Vanzelfsprekendwordt de Kamer ook direct geïnformeerd wanneer er bevindingen zijn dieer aanleiding toe geven om van het voorgenomen pad af te wijken.Het aangaan van een deelneming ten behoeve van kernenergieOm de ambitie op het gebied van kernenergie te realiseren is een sterkeoverheidsrol noodzakelijk. Marktpartijen zijn niet bereid om een kerncen-trale volledig voor eigen risico te bouwen en te exploiteren. Ook metvergaande overheidssteun willen zij niet deze verantwoordelijkheiddragen. Gezien de lange looptijd, de financiële risico’s die marktpartijenniet of maar zeer beperkt bereid zijn te lopen, maar ook het publiekebelang voor de energievoorziening en de ordentelijke bedrijfsvoering van1Kamerstuk 32 645 nr. 4202Kamerstuk 32 645 nr. 1323Kamerstuk 32 813 nr. 1327 kst-32645-137ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1371 kerncentrales is publiek aandeelhouderschap wenselijk voor de verdereuitrol van kernenergie. Ook in andere Europese kernenergieprojecten is ditvaak het uitgangspunt.Het aangaan van een deelneming voor de bouw en exploitatie vankerncentrales door het Rijk is een vergaande stap. Het proces om tot een(nieuwe) deelneming te komen zal daarom zorgvuldig doorlopen moetenworden. Daarbij zal ook de kabinetsreactie op «Verbinding Verbroken?»,de Nota Deelnemingenbeleid rijksoverheid 2022 en de Comptabiliteitswet2016 worden betrokken. Voordat overgegaan wordt tot een deelneming iseen degelijke onderbouwing benodigd van de noodzaak en reden waaromandere beleidsinstrumenten niet passender zijn. Om deze vragen in dezefase al van een eerste antwoord te voorzien is in lijn met de NotaDeelnemingenbeleid rijksoverheid 2022 het afwegingskader voor hetaangaan van een deelneming voor zover op dit moment mogelijkdoorlopen (bijlage 1). Het kabinet streeft naar een zo spoedig mogelijkbesluit over het aangaan van een deelneming. Op het moment dat hetGoverment Support Package» is bepaald en het staatssteuntrajecthierover wordt doorlopen en parallel de techniekselectie is afgerond is ermeer zicht op het verdienmodel van de deelneming. Dit is noodzakelijkvoor het uiteindelijk inrichten van een deelneming voor de bouw enexploitatie van de kerncentrales. Het kabinet richt een projectorganisatiein op afstand van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei om denodige voorbereidingen te treffen. Dit wordt aan het eind van de briefverder toegelicht.Criteria en randvoorwaarden voor de structuur van een deelnemingOver de beoogde structuur van de deelneming tekent zich op hoofdlijneneen voorkeursoptie af. Om hiertoe op dit moment te komen is een aantalcriteria gehanteerd:1.Afhankelijkheid van externe partij(en)De bouw en ingebruikname van kerncentrales is een gecompliceerd enlangdurig traject. Het is in beginsel onwenselijk dat de realisatie van dedeelneming en daarmee het gehele traject afhankelijk is van externepartijen voor bijvoorbeeld een participatie, overname of fusie.2.Governance & risicoprofielDe governancestructuur moet het mogelijk maken om verschillendeactiviteiten te scheiden, zodat risico, bevoegdheid en verantwoordelijk-heid door de juiste partijen en in juiste verhouding gedragen worden.Zo moeten risico’s niet neerslaan bij verwante bedrijven, die zichrichten op andere activiteiten en hiermee oneigenlijke verantwoorde-lijkheid zouden dragen.3.Mogelijkheid om (op termijn) eigen vermogen aan te trekken bijinvesteerdersHet moet mogelijk zijn dat investeerders met risicodragend kapitaaldeelnemen in een of meerdere nieuwe kerncentrales, zowel in debouw- als exploitatiefase. Hiermee kan (op termijn) mogelijk hetpublieke aandeel worden gereduceerd.4.Sturing door de staat (Ministerie van Klimaat en Groene Groei)Het opdrachtgeverschap en het beheer van de aandelen horen opbasis van de ministeriële portefeuilleverdeling bij het Ministerie vanKlimaat en Groene Groei te zijn belegd. Deze rollen moeten metvoldoende focus vervuld kunnen worden.Aansluitend op deze criteria is een aantal randvoorwaarden opgesteldwaaraan de deelnemingsvorm moet voldoen. Deze zijn opgenomen in debijlage 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1372 Voorkeursoptie structuur deelneming kernenergieEen aantal opties is aan bovenstaande criteria getoetst. Op basis van dezeafweging en analyse komt het kabinet tot de voorkeursoptie om eenhoudstermaatschappij te realiseren waarbinnen een werkmaatschappij debouw en ingebruikname van de kerncentrales voorbereidt, de bouwcontracteert en de kerncentrales in gebruik neemt.Deze structuur voldoet aan de bovengenoemde vier criteria. Ten eerste iser geen afhankelijkheid van externe partijen voor wat betreft de totstand-koming van de deelneming. Ten tweede kunnen risico’s transparant enjuist worden belegd. Ten derde behoudt een houdstermaatschappij deflexibiliteit om werkmaatschappijen inclusief hun activa (kerncentrales)onafhankelijk van elkaar en op verschillende wijze en tijdstippen (gedeel-telijk) te vervreemden. Tot slot betekent de realisatie van een houdster-maatschappij dat er voor de staat één deelneming is waarin de betrok-kenheid van de staat in kernenergie gebundeld en gecoördineerd wordtdoor het beleidsverantwoordelijke Ministerie van Klimaat en GroeneGroei, in tegenstelling tot het oprichten van een afzonderlijke deelnemingvoor iedere kerncentrale.In deze voorkeursoptie kan de houdstermaatschappij het aanspreekpuntvoor het Ministerie van Klimaat en Groene Groei zijn en kunnen op ditniveau de aandeelhoudersrechten worden uitgeoefend. De houdstermaat-schappij kan algemene taken uitvoeren ten behoeve van de nieuwbouwvan kerncentrales in Nederland en op termijn de uitbating van operati-onele kerncentrales. Dit betreft onder meer asset management, finan-ciering en ondersteunende bedrijfsdiensten. De nieuwbouw van kerncen-trales kan in één of meerdere werkmaatschappijen plaatsvinden; de keuzevoor de inrichting van één of meer werkmaatschappijen kan naar behoeftedoor de aandeelhouder en houdstermaatschappij gemaakt en uitgevoerdworden. De zeggenschap van de staat hierbij kan onder meer geregeldworden in de statuten van de houdstermaatschappij (en de werkmaat-schappijen), alsmede via voorwaarden in financieringsovereenkomsten,die nodig zullen zijn voor de nieuwbouw. Op deze manier zou de staat alsaandeelhouder haar rechten tevens op het niveau van de werkmaatschap-pijen kunnen borgen, en zou ervoor gezorgd kunnen worden dat er vanuitde houdstermaatschappij grip is op strategische en financieel-economischbelangrijke besluiten in de werkmaatschappijen.In deze context zijn ook de verkennende gesprekken relevant die hetkabinet met de aandeelhouders van Elektriciteits-ProduktiemaatschappijZuid-Nederland (EPZ) voert over een mogelijke overname van deaandelen. Op 4 juni 2024 heeft mijn voorganger de Kamer hierovergeïnformeerd4. Hierbij zal aandacht blijven voor de samenloop van hetproces van een eventuele overname van (aandelen in) EPZ en het procesvan een oprichting van een deelneming voor nieuwe kerncentrales.EBNEen van de andere onderzochte opties voor de structuur voor deonderneming is het onderbrengen van de nieuwbouw en exploitatie vankerncentrales bij beleidsdeelneming EBN B.V. Leden van de Kamerhebben deze optie expliciet ter sprake gebracht. De conclusie op basis vande criteria zoals hierboven geschetst is dat hieraan nadelen kleven metname op het gebied van governance & risicoprofiel. Zo is de ontwikkelingvan nieuwe kerncentrales in Nederland een grote en gecompliceerdeactiviteit die de focus van EBN zou veranderen en daardoor minder4Kamerstuk 32 645, nr. 129Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1373 passend is. Daarnaast heeft de Algemene Rekenkamer in zijn rapport «InPublieke Handen» geadviseerd terughoudend te zijn met de inzet vanbestaande deelnemingen voor nieuwe activiteiten. Voor een meergedetailleerde analyse ten aanzien van EBN en andere bestaandedeelnemingen wordt verwezen naar de bijlage.Volgende stappenDe governance van de deelneming zal verder worden voorbereid.Onderdeel hiervan is ook de aanscherping van de beoordeling voor deoprichting van een nieuwe deelneming aan de hand van het afwegings-kader. De voorgenomen realisatie van een deelneming die volledigtoegerust is voor de daadwerkelijk bouw en exploitatie zal eendoorlooptijd van naar verwachting ten minste enkele jaren hebben. Inverband met staatssteunaspecten zal de publieke bekostiging ook tervoorafgaande goedkeuring aan de Europese Commissie wordenvoorgelegd. Zodra alle benodigde stappen gezet zijn, zal het kabinet eenbesluit nemen over het inzetten van de deelneming voor de bouw enexploitatie van de kerncentrales. Uiteraard neemt het kabinet de Kamer indit proces mee.Ontwikkeling van de projectorganisatie op de kortere termijnOm gedurende het uitwerken van het Goverment Support Package en detechniek selectie vaart te behouden is er een projectorganisatie gestart alseen onderdeel binnen het Ministerie van Klimaat en Groene Groei zoalsook gemeld in de brief van 22 november 2024. Door het inrichten van dezeprojectorganisatie kan expertise in een internationale concurrerendearbeidsmarkt aangetrokken worden, Daarnaast kan er flexibel op- enafgeschaald worden en kennis en kunde worden opgebouwd. Het gaathierbij in eerste instantie om specifieke expertise op het gebied vangrootschalige infrastructurele projecten maar ook om nucleaire enfinanciële expertise.Voor deze projectorganisatie wordt een zelfstandige positie buiten hetMinisterie van Klimaat en Groene Groei voorzien. Het kabinet zal hieruiteraard ook beide Kamers in betrekken en een besluit voorhangen.Hierdoor ontstaat door een zelfstandige positie een heldere scheidingtussen opdrachtgever (het ministerie) en opdrachtnemer (projectorgani-satie) en kan de projectorganisatie zich als volwaardig en zelfstandiggesprekspartner (vereiste onder andere vanuit de ANVS) ontwikkelen. Indeze opstartende fase kent de projectorganisatie een beperkte omvang enfinanciering en worden er ook nog geen majeure investeringen gedaan.Dit is pas het geval na het afronden van de techniekselectie en hetverstrekken van het Goverment Support Package door het kabinet.Het opzetten van een projectorganisatie buiten het ministerie die alleenbelast wordt met het treffen van voorbereidingen kan naar verwachtingop kortere termijn gerealiseerd worden.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 645, nr. 1374

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5dd54d8385c54f7c

14 okt 2026 · 6a01e7023963c653

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.