KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toerismebrief

30 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e2e263f79ef16283 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202626 419Toerisme en recreatieNr. 121 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026Met deze brief geef ik invulling aan het verzoek van de vaste commissievoor Economische Zaken van juni 2023 om te komen tot een integralevisie en een plan van aanpak voor de gastvrijheidssector, zoals opnieuwonder de aandacht gebracht in de rappels van 20 maart en 9 juni jl. Inoktober 2024 is uw Kamer voor het laatst geïnformeerd over de stand vanzaken van de gastvrijheidssector.1 Daarbij is toegezegd om samen metsectorvertegenwoordigers te komen tot een actieagenda voor de sector.Mede als gevolg van kabinetswisselingen heeft deze nadere uitwerkinglanger op zich laten wachten. Met voorliggende brief wordt invullinggegeven aan deze toezegging.In deel 1 van deze brief schets ik de inzet voor een toekomstbestendigegastvrijheidssector, waarbij wordt gekozen voor een structurele enwendbare aanpak die ruimte biedt om in te spelen op actuele ontwikke-lingen. De nadere invulling hiervan vindt plaats in nauwe samenwerkingmet publieke en private partners.Vervolgens informeer ik u in deel 2 van deze brief over de stand van zakenmet betrekking tot de uitvoering van een aantal moties en toezeggingenover specifieke deelsectoren.1. Toekomstbestendige gastvrijheidssector Belang van de gastvrijheidssectorDe gastvrijheidssector2 is een belangrijk en groeiend onderdeel van deNederlandse economie en levert daarnaast een substantiële maatschap-pelijke bijdrage voor zowel de regionale economie als de leefbaarheid van1Kamerstukken 26 419, nr. 106.2De gastvrijheidssector bestaat uit verschillende sub-sectoren zoals de horeca, de reissector, dehotels/vakantiehuisjes en andere logiesaccommodaties, en dag attracties. kst-26419-121ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1211 steden, dorpen en het landelijk gebied en aan het welzijn en de kwaliteitvan leven van mensen.In 2024 besteedden Nederlandse en buitenlandse toeristen gezamenlijkruim € 111 miljard in Nederland, bijna € 6 miljard meer dan in 2023. Detoegevoegde waarde van de toeristische sector bedroeg € 40 miljard,oftewel 4% van het bbp. De sector bood in 2024 werk aan 771.000 mensenen was daarmee goed voor ongeveer 6,7% van de totale werkgelegenheidin Nederland.3 Sinds de coronapandemie groeit de toegevoegde waardevan de sector sneller dan die van de totale economie, wat het structurelebelang van de sector voor het Nederlandse verdienvermogen benadrukt.4De sector omvat zowel recreatieve als zakelijke bezoekers, vanuit binnen-en buitenland. In 2024 verwelkomde Nederland 52,3 miljoen bezoekers,waarvan 58,5% uit eigen land. Het inkomend bezoek groeide van20,3 miljoen in 2023 naar 21,3 miljoen internationale bezoekers in 2024,waardoor Nederland een sterk bezoekersjaar kende. De spreiding over hetjaar verbeterde, waardoor seizoensafhankelijkheid afnam.Naast het economische belang heeft de sector ook een maatschappelijkmeerwaarde. Door cafés, winkels, culturele instellingen en recreatievoor-zieningen rendabel te houden, draagt de sector bij aan de leefbaarheidvan steden en dorpen. Hierdoor blijven voorzieningen en ontmoetings-plekken beschikbaar voor inwoners. Regionaal gezien brengt de sectormensen en geld naar gebieden die anders minder economisch actiefzouden zijn, wat werkgelegenheid creëert en bijdraagt aan het behoud vanlokale cultuur, tradities en natuur. Ook een aantrekkelijk en toegankelijkrecreatief aanbod draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en biedtmensen mogelijkheden om dichtbij huis te ontspannen. Daarmee vormtde sector tevens een belangrijke randvoorwaarde voor een positiefvestigingsklimaat voor bewoners, bezoekers en bedrijven.Toch moeten we ons niet blindstaren op groeiende omzetcijfers. Dezesector heeft ook te maken met de uitdagingen van deze tijd, zoalsgeopolitieke spanningen en stijgende olieprijzen, die inflatie en hogerekosten veroorzaken. Daarnaast blijven structurele uitdagingen bestaan,zoals de krappe arbeidsmarkt, de hoge regeldruk, het beperkte ruimte-aanbod en effecten van klimaatverandering. Ook vraagt de groei van hettoerisme op sommige plekken om een betere balans tussen economischekansen en de druk op leefomgeving en ruimte.De vaste commissie voor Economische Zaken heeft in juni 2023(2023Z09738) expliciet verzocht om een toerismebrief met daarin een visieen plan van aanpak voor de komende jaren. Dit verzoek, bekrachtigd doorde recente rappels van 20 maart jl. (2026Z05652) en 9 juni jl. (2026Z12623),laat zien dat er behoefte bestaat aan een meer gebundelde en geactuali-seerde concretisering van de rijksinzet, mede in het licht van de snelveranderende actualiteit.Beleidsdoel en subdoelenAls verantwoordelijk Minister voor gastvrijheidssector is mijn doel om bijte dragen aan een toekomstbestendige en weerbare gastvrijheidssector.Een sector die zorgt voor duurzame economische groei en in balans methet welzijn van mens, natuur en omgeving, en die in staat is zich te blijvenaanpassen aan veranderende omstandigheden.3https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/36/toeristische-bestedingen-stijgen-tot-ruim-111-miljard-euro-in-20244https://www.nbtc.nl/nl/site/actueel/nederlands-toerisme-in-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1212 Ik onderscheid een aantal focus-thema’s, die de huidige uitwerking van ditbeleid vormen:•Weerbaarheid: Het vermogen om snel te herstellen van onverwachtegebeurtenissen en de continuïteit van de sector te waarborgen. Juistomdat de sector gevoelig is voor economische en maatschappelijke,geopolitieke ontwikkelingen.•Duurzaamheid en balans: Het creëren van een evenwicht tussen debelangen van toeristen, bewoners en bedrijven.•Ondernemerschap en innovatie: Het stimuleren van vernieuwing in degastvrijheidssector door ruimte te bieden aan innovatie, ondernemer-schap en kennisuitwisseling.Hoe doen we dit? (plan van aanpak)Om deze doelen te realiseren kies ik voor een plan van aanpak dat isgebaseerd op structurele samenwerking tussen betrokken partijen. EZKricht zich daarbij op kaderstelling, bestuurlijke en politieke advisering,internationale samenwerking en het verbinden van partijen. Vanuit die rolwerkt EZK samen met het Nederlands Bureau voor Toerisme &Congressen (NBTC), de Landelijke Raad Recreatie en Toerisme (LRRT) eninternationale partners binnen Europa en daarbuiten. Deze werkwijzemaakt het mogelijk om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen entegelijkertijd koers te houden op de lange termijn.Het NBTC ondersteunt de beleidsdoelen van EZK als strategisch kennis-en netwerkpartner voor de Nederlandse bezoekerseconomie. Dit doen zijonder meer door kennis en data te ontwikkelen, ontsluiten en delen overontwikkelingen in de sector, waaronder bezoekersstromen, arbeidsmarkt,duurzaamheid en economische effecten, door bestemmingsmanagementte ondersteunen en door bij te dragen aan transities zoals digitalisering enverduurzaming. De LRRT fungeert als een publiek-privaat samenwerkings-verband dat actuele, sectorbrede vraagstukken ophaalt, prioriteert enoplossingsrichtingen formuleert. De LRRT zet deze vraagstukkenvervolgens om in werkgroepen, met een focus op concrete resultatenzoals het verminderen van regeldruk en het verankeren van de sector inde nationale ruimtelijke opgaven.Met deze aanpak wordt invulling gegeven aan het verzoek van uw Kamerom een visie voor de komende jaren en aan de toezegging om te komentot een actieagenda.De uitvoering gebeurt samen met overheden, sectorpartijen en interna-tionale partners. Het NBTC, de LRRT en internationale samenwerkingsver-banden verbinden beleid en praktijk en brengen gezamenlijke acties totstand voor de ontwikkeling van de sector.Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC)EZK stelt op basis van de kaderbeschikking 2024–2027 meerjarig budgetbeschikbaar aan het NBTC. De subsidieverlening is gericht op driesamenhangende doelstellingen: (1) het versterken van sectorale samen-werking, (2) het bevorderen van een toekomstbestendige en duurzameontwikkeling van de gastvrijheidssector en (3) de aansluiting bij overigebeleidsdoelstellingen van EZK.Binnen dit kader ondersteunt NBTC de beleidsdoelen van EZK doorsamenwerking en kennisdeling binnen de gastvrijheidssector teversterken en verbindingen te leggen tussen ondernemers, bestem-mingen, overheden en andere maatschappelijke partners. Dit gebeurtonder meer via ondersteuning en agendering voor de LRRT, publiek-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1213 private samenwerkingen en regionale en landelijke netwerken. Daarnaastwerkt NBTC aan het versterken van de kennisbasis van de sector doormonitoring, onderzoek en datatoepassingen, waaronder de LandelijkeData Alliantie (LDA). Ook ondersteunt NBTC de sector bij transitieopgavenop het gebied van digitalisering, duurzaamheid en bestemmingsma-nagement, onder meer door kennisontwikkeling en praktische instru-menten. Deze inzet wordt concreet zichtbaar in diverse projecten enactiviteiten die reeds in uitvoering zijn en de komende periode wordenvoortgezet of verder uitgebouwd. Enkele voorbeelden hiervan zijn:•Het NBTC verdiept de kennis- en datagedreven aanpak verder op basisvan de actualiteit. Zo is er specifieke aandacht voor de effecten van debtw-verhoging op logies. Daarbij worden de gevolgen voor betaalbaar-heid en de internationale concurrentiepositie actief gemonitord.•Het NBTC werft congressen die aansluiten bij economische prioritei-ten, zoals de kenniseconomie en de Nationale Technologiestrategie.Via VisitNL draagt het NBTC daarmee direct bij aan de internationalepositionering van deze speerpunten én aan economische waardecre-atie aangezien congresbezoekers gemiddeld ruim € 637 per congres-dag bijdragen aan bestedingen binnen de Nederlandse economie.Voor de periode 2024–2027 is het doel om bij 50 bids voor dergelijkemissiegedreven congressen een initiërende rol te spelen. Ook zetNBTC via onder andere de campagne «New Dutch» Nederlandinternationaal op de kaart met innovatie in design, architectuur enverduurzaming.•Digitalisering is essentieel voor een toekomstbestendige gastvrijheids-sector, maar veel mkb-ondernemers beschikken nog onvoldoende overdigitale vaardigheden en tijd om digitale toepassingen effectief tebenutten, waardoor kansen voor efficiëntie en innovatie nog nietvolledig worden gerealiseerd. Met het programma Digitaal OffensiefToerisme (DOT) werkt het NBTC in opdracht van EZK aan het verster-ken van de digitale basis van de sector. Dit programma biedt in depilotfase circa 80 ondernemers per pilotregio gratis en laagdrempeligeondersteuning, waaronder:Ceen QuickScan om de digitale volwassenheid te meten,Ceen centraal kennisplatform met praktische informatie, enCe-learningmodules, coaching en een AI-coach voor persoonlijkebegeleiding.Na een pilotfase in het eerste kwartaal van 2026 wordt toegewerkt naareen bredere uitrol. Het doel is dat in 2027 meer dan 60% van detoeristische ondernemers en destination management organisations(DMO’s) digitalisering actief toepast. Dit draagt bij aan betere digitalevaardigheden, met concrete effecten op productontwikkeling,zichtbaarheid, efficiëntie en weerbaarheid van de sector. De ontwikke-ling wordt gevolgd via de Digitaliseringsmonitor3, die periodiek wordtuitgevoerd.•Het NBTC publiceerde in december 2025 de handreiking Klimaatadap-tatie gebaseerd op het onderzoeksrapport Klimaatadaptatie in deNederlandse gastvrijheidssector.5 Deze handreiking helpt ondernemersen bestemmingen om adaptatiestrategieën te ontwikkelen en biedtinzicht in de impact van klimaatverandering op toeristisch Nederland.Klimaatverandering leidt daarbij tot warmere zomers, nattere winters,meer droogte en extremere weersomstandigheden, met directegevolgen voor het toeristisch aanbod en de exploitatie van bestem-mingen. In 2026 zal deze handreiking door NBTC samen met branchesen kennisinstellingen verder worden vertaald naar de praktijk viaworkshops en kennissessies. Hiermee geven we ook invulling aan detoezegging om de Nationale Adaptatie strategie door te vertalen voorde gastvrijheidssector.5Kamerstukken 32 813, nr. 1386.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1214 •Het NBTC coördineert de Slowlands-campagne, gericht op debuurlanden Duitsland en België om bezoekers op een duurzamemanier de regio te laten ontdekken. De campagne stimuleert spreidingen trekt waardevol bezoek aan naar regio’s waar nog ruimte is, insamenwerking met regionale partners. Minder bekende plekken inNederland krijgen hierdoor meer zichtbaarheid, terwijl bezoekersbijdragen aan de regionale economie.•Daarnaast zet NBTC via onder andere «New Dutch» Nederlandinternationaal op de kaart met innovatie in design, architectuur enverduurzaming.Tot slot werkt het NBTC aan Perspectief 2040, de actualisering vanPerspectief 2030: de sectorvisie op de duurzame ontwikkeling vanNederland als bestemming. Het NBTC verwerkt daarin geopolitiekeontwikkelingen, veranderend reisgedrag, ruimtedruk en de digitaletransitie in een hernieuwd toekomstperspectief voor de sector. Vanuit dein deze brief geschetste beleidsdoelen zal EZK de verdere ontwikkelingvan Perspectief 2040 positief volgen en appreciëren.Landelijke Raad Recreatie en Toerisme (LRRT)Naast de inzet via het NBTC levert EZK via de LRRT een actieve bijdrageaan de samenwerking binnen de sector. De gastvrijheidssector raakt aanmeerdere beleidsdomeinen en bestuurslagen, waardoor effectieveoplossingen vragen om afstemming en gezamenlijke inzet van publiekeen private partijen. Op initiatief van EZK is de LRRT in september 2024 vanstart gegaan als publiek-private raad, met vertegenwoordigers van hetRijk, provincies, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijfsleven enmaatschappelijke organisaties binnen de gastvrijheidssector.De LRRT vervult daarbij een belangrijke agenderende, verbindende ensignalerende rol. Binnen de LRRT brengen partijen kennis en expertisebijeen en zetten zij gezamenlijk vervolgstappen in gang voor vraagstukkenop het gebied van ruimte voor recreatie en toerisme, regeldruk,duurzaamheid en arbeidsmarkt. Deze nauwe betrokkenheid zorgt ervoordat signalen uit de sector direct worden betrokken bij rijksbeleid.De kernboodschap van het manifest «Geef toerisme en recreatie deruimte!», waaraan in het verzoek om een toerismebrief (2023Z09738)expliciet wordt gerefereerd, onderstreept een urgente opgave die ikvolledig onderschrijf: de sector verdient een volwaardige plek in deruimtelijke inrichting van Nederland. Een van de prioritaire thema’s van deLRRT is dan ook «ruimte voor recreatie en toerisme» en EZK vervult hettrekkerschap op dit thema.De behoefte aan recreatieve en toeristische voorzieningen groeit terwijl deruimte daarvoor schaars is. Binnen het snel veranderende Nederlandselandschap is het belangrijk dat er (soms gedeeld met andere functies)«ruimte» en aandacht blijft bestaan voor de ontwikkeling van recreatie entoerisme. De sector schept banen in streken waar, van oudsher, minderwerk is en de aanwezigheid van (zakelijke) toeristen en recreanten isessentieel voor winkels en voor openbare voorzieningen. Enerzijds kan ditdoor rekening te houden met recreatie en toerisme bij nieuwe opgavenmaar ook binnen de bestaande voorzieningen. Daarin kan recreatie entoerisme een bijdrage leveren aan andere opgaven en gekoppeld wordenin meervoudig ruimtegebruik. Denk bijvoorbeeld aan het combineren vannatuurontwikkeling met wandel- en fietsroutes, waarbij natuurgebiedentoegankelijk blijven voor recreatie en tegelijkertijd worden versterkt alsaantrekkelijke en duurzame bestemmingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1215 EZK is trekker van de werkgroep «Ruimte» van de LRRT waarin samenmet vertegenwoordigers uit de gastvrijheidssector wordt gewerkt aan hetverkrijgen van inzicht in wat er nodig is voor een duurzame integratie vanrecreatie en toerisme in de ruimtelijke opgaven. Zo zullen deze inzichtenonder andere worden benut om richting de definitieve versie van de NotaRuimte te komen tot een nadere uitwerking en verankering van recreatieen toerisme.Daarnaast levert de LRRT dit jaar het Regeldrukactieplan op met22 concrete voorstellen om regeldruk voor ondernemers te verminderen.Daarbij wordt gedacht aan korte- en langetermijnmaatregelen en aan eenlandelijke en lokale aanpak. Hiermee bouwt de LRRT voort op het eerderedeelrapport regeldruk voor het MKB-indicatorbedrijf «Hotel» en levert zoeen sectorgerichte bijdrage aan de kabinetsambitie om jaarlijks minimaal500 regels te schrappen of te vereenvoudigen.Internationale vertegenwoordigingToerisme blijft een prioriteit op de Europese agenda. Sinds vorig jaar is ereen nieuwe EU-commissaris voor Toerisme en Duurzame Mobiliteitaangesteld. De ambitie van de Commissie is om Europa de belangrijkstetoeristische bestemming ter wereld te laten blijven. Hiertoe wordt eenduurzame toerisme visie ontwikkeld, die na de zomer van 2026 wordtgepubliceerd na een uitgebreid consultatieproces. Deze zal met u Kamergedeeld worden. Als Minister van Economische Zaken ben ik actiefbetrokken bij de ontwikkeling van deze Europese visie. Nederland staatpositief tegenover de aandacht voor Toerisme op EU-niveau, met name ophet gebied van kennisdeling, coördinatie (bv tijdens crisis) en, waar nodig,het opstellen van richtlijnen, zoals de Pakketreizenrichtlijn en regelgevingrond kortetermijnverhuur. Toerisme blijft echter in eerste instantie eennationale competentie, waarbij we rekening houden met de diversiteittussen regio’s en waar het belangrijk is dat er geen extra lastendrukontstaat voor de toerismesector.Naast de rijksoverheid hebben ook decentrale overheden, DMO’s,brancheorganisaties, ondernemers en kennisinstellingen zoals het Centreof Expertise for Tourism, Leisure and Hospitality (CETLH) input geleverdvoor de Europese visie. De aandacht van de EU voor toerisme heeft eenpositief effect op de Nederlandse sector. Het zorgt voor, agendering enbetere kennisdeling op Europees en nationaal niveau. Meer mogelijk-heden voor gezamenlijke projecten, toegang tot EU-fondsen voor thema’sals bestemmingsmanagement, duurzame mobiliteit en vaardighedenont-wikkeling waar bovengenoemde partijen gebruik van kunnen maken.2. Stand van zaken moties en toezeggingen specifieke sectoren In deel 2 van deze brief informeer ik u verder over de stand van zaken vanmoties en toezeggingen over de gastvrijheidssector, vakantieparken,horeca, kermissen en winkels. Deze moties en toezeggingen komen voortuit het tweeminutendebat Toerisme en Recreatie van 31 mei 2022, hetnotaoverleg Red de Camping van 26 mei 2025, het CommissiedebatToerisme en Recreatie van 27 mei 2025, het Tweeminutendebat Toerismeen Recreatie van 2 september 2025 en het debat over het VN-verdrag voorde rechten van personen met een handicap van 9 september 2025.Wat betreft de voortgang op de aangenomen moties uit het tweeminuten-debat van 31 mei 2022, waaraan ook wordt gerefereerd in de rappels van20 maart en 9 juni jl, stel ik vast dat deze inmiddels hun beslag hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1216 gekregen. In mijn brief van 6 juli 20226 is reeds uitvoerig ingegaan op demotie van het lid Inge van Dijk (CDA) c.s. over de toekomst van de bruinevloot7, terwijl de motie van het lid Romke de Jong (D66) over de focus opnabije markten8 inmiddels een vaststaand strategisch uitgangspunt is vanhet NBTC. De gewijzigde motie van de leden Romke de Jong en Wuitewelke oproept op tot het bevorderen van duurzaam ecotoerisme op deBES-eilanden9 heeft geleid tot concrete QualityCoast-certificeringen enlokale ondersteuning.Motie Rahimi c.s. – Actieagenda gastvrijheidseconomieWat betreft motie van het lid Rahimi c.s. over de concrete invulling vaneen actieagenda toerisme10 geven we voor de mkb-financieringmomenteel gericht opvolging aan de aanbevelingen uit het Dialogic11«Onderzoek aansluiting regelingen op behoeften gastvrijheidssector t.a.v.innovatie, verduurzaming en digitalisering» (2022). Daarin wordt gewezenop de mismatch tussen het bestaande aanbod van regelingen en debehoeften van de gastvrijheidssector. Dit onderstreept het belang van eenbetere vindbaarheid en toegankelijkheid van generieke instrumenten,inzet van regionale intermediairs en laagdrempelige ondersteuning voorhet mkb.In aanvulling op de online financieringswijzer van de Rijksdienst voorOndernemend Nederland (RVO), lanceerde het NBTC in 2025 een onlinefinancieringswijzer specifiek voor de toeristisch-recreatieve sector.Daarnaast wordt samen met brancheorganisaties, het InterprovinciaalOverleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), NBTCen enkele Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen op basis van concretecasuïstiek verkend hoe de aansluiting tussen financieringsinstrumentenen de praktijk van ondernemers verder kan worden verbeterd. Hierbijwordt onder meer gekeken naar regionale werkwijzen, zoals de aanpakvan Impuls Zeeland, waarin vanuit één loket, met lage drempels en innauwe samenwerking met het regionale toeristische ecosysteem wordtgewerkt. Deze aanpak kenmerkt zich door een sterke oriëntatie op deondernemer en de specifieke opgaven in de regio.De komende periode wordt bezien in hoeverre elementen uit dergelijkewerkwijzen breder toepasbaar zijn in andere regio’s.De overige thema’s uit de motie, waaronder de complexe problematiekvan het personeelstekort, vormen onderdeel van de agenda van de LRRT.VakantieparkenMotie Onafhankelijk onderzoek langetermijneffecten (Van Nispen)Op 3 juni jl. is de gewijzigde motie van het lid Van Nispen aangenomen12.In deze motie is gevraagd om te onderzoeken hoe bij een beoogdeherstructurering van een camping of vakantiepark een uitgebreidonafhankelijk onderzoek naar alle langetermijneffecten (natuur, verkeer,milieu) op de wijde omgeving en een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) aanbevolen kan worden, zodat er een zorgvuldigeafweging kan worden gemaakt.6Kamerstukken 26 419, nr. 105.7Kamerstukken 26 419, nr. 101.8Kamerstukken 26 419, nr. 103.9Kamerstukken 26 419, nr. 102.10Kamerstukken 26 419, nr. 98.11Dialogic-rapport.12Kamerstukken 36 452, nr. 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1217 Om dit te kunnen doen heb ik aanvullende informatie laten verzamelen enmeegewogen. Daarmee kom ik tot een vergelijkbaar antwoord dat onzeeerdere reactie op de initiatiefnota van het lid Beckerman Red deCamping13 bevestigt.Met het huidige instrumentarium zijn gemeenten heel goed in staat om testuren op het merendeel van de (on)gewenste effecten van herstructu-rering. Een aanbeveling of structurele verplichting tot aanvullendonderzoek of een MKBA is niet nodig. Dit leidt tot extra kosten enbestuurlijke lasten.Gemeenten hebben bij herstructurering vrijwel altijd een actieve rolomdat hiervoor het omgevingsplan moet worden aangepast. Bij eenwijziging van het omgevingsplan beoordeelt de gemeente of er sprake isvan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Kortom, zijdragen zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Daartoe behoren ook dein de motie genoemde langetermijneffecten. Extra instrumentarium is nietde oplossing.Effectieve sturing op herstructurering vraagt om een kwalitatieveOmgevingsvisie met duidelijke vertalingen naar een Omgevingsplan ofaanvullend een Omgevingsprogramma. Integraal werken is hierbijcruciaal, met betrokkenheid van meerdere diciplines. Herstructureringvraagt daarmee vooral om goed gebruik van bestaande instrumenten,ondersteund door duidelijke kaders en voldoende uitvoeringskracht.Motie nieuwe Kampeerwet (Van Nispen en Vermeer)In de motie van het lid Van Nispen en Vermeer14 wordt de regeringverzocht om met een voorstel te komen voor een nieuwe Kampeerwet ende Kamer te informeren over de te nemen stappen en het tijdspad. Deinitiatiefnota van lid Beckerman is hierbij richtinggevend.Ik realiseer mij dat het verlies van een jaarplaats op een kampeerterreinvoor recreanten ingrijpend kan zijn en dat hierbij ook persoonlijke enemotionele belangen meespelen. De verhalen over het verliezen van eenplaats waar sommige families soms tientallen jaren hebben gestaan, endie voelen als een tweede thuis, heb ik gezien en gehoord. Die zorgenneem ik serieus en heb ik meegewogen in mijn overwegingen.Om verschillende redenen ben ik echter tot de conclusie gekomen dat eennieuwe Kampeerwet niet leidt tot een betere situatie voor recreanten enondernemers. Ik zie dan ook op dit moment geen aanleiding vooraanvullende landelijke wetgeving. De belangen van recreanten worden,bij herstructurering van kampeerterreinen, zowel via gemeentelijke wet-en regelgeving als via branchevoorwaarden van HISWA-RECRON,betrokken en geborgd. Daarnaast zou een dergelijke wet juist kunnenleiden tot een minder wenselijke situatie met meer regeldruk en vermin-derde flexibiliteit (dit zal ik kort toelichten) in de sector en daarmeenegatieve gevolgen voor zowel de ondernemer als de recreant. Oplandelijk niveau zie ik, ook gelet op de beperkte afname van het aantaljaarplaatsen door overnames en de beperkte impact daarvan op het totaleaanbod, geen aanleiding voor een nieuwe Kampeerwet. Ik voer dezemotie daarom niet uit. Hieronder licht ik deze afweging nader toe.In het notaoverleg Red de Camping van 26 mei 2025 is de initiatiefnotavan het lid Beckerman besproken. Daarnaast is voorafgaand aan hetnotaoverleg op alle ingebrachte suggesties individueel een schriftelijke13Kamerstukken 36 452, nr. 3.14Kamerstukken 36 452, nr. 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1218 reactie gegeven.15 De uitkomsten van het notaoverleg Red de Camping ende eerdere schriftelijke reactie op de initiatiefnota, heb ik meegewogen inde behandeling van deze motie, aangezien mij is gevraagd om devoorstellen uit de initiatiefnota Red de Camping als richtinggevend tebeschouwen voor de potentiële Kampeerwet.In de eerste plaats beschikken gemeenten al over voldoende instrumentenom herstructureringen op vakantieparken te sturen en te toetsen.Daarnaast doet de sector zelf al veel. Branchevereniging HISWA-RECRONondersteunt haar leden met branchevoorwaarden, welke in het licht vandeze discussie recent zijn aangescherpt in samenwerking met de ANWB.De vernieuwde voorwaarden zijn consumentvriendelijker, bevatten eenminimale opzegtermijn van 18 maanden bij herstructurering zonder eenvervangende plaats, verhoogde verplaatsingsvergoedingen, eenoverlegverplichting bij niet-verplaatsbare recreatiewoningen en eengedragscode voor ondernemers. Aangesloten ondernemers wordenondersteund met modelbrieven en webinars. Geschillen kunnen doorconsumenten worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Recreatieen Watersport, waarbij HISWA-RECRON de nakoming van bindendeuitspraken garandeert. Ik hoop dat ook ondernemers die nog niet zijnaangesloten bij HISWA-RECRON zich aan deze voorwaarden zullencommitteren, zodat recreanten breed kunnen rekenen op dezebescherming.Aanvullende maatregelen die voorzien in nog strengere bescherming voorrecreanten, hebben mogelijk een averechts effect. Meer huurbeschermingkan ertoe leiden dat exploitanten de jaarlijkse huur verhogen of bij nieuwecontracten hogere aanvangshuren vaststellen om toegenomen risico’s tecompenseren. Daarnaast kunnen parkeigenaren besluiten minderstandplaatsen aan te bieden of over te stappen op andere exploitatie-vormen, zoals volledig verhuurde vakantiewoningen. Een wettelijke kaderis inherent minder flexibel dan sectorale zelfregulering, vermindert deinvesterings- en herstructureringsbereidheid van ondernemers en leidt totstijgende parkbijdragen, met mogelijke negatieve gevolgen voor hetvoorzieningenniveau en de beschikbaarheid van vaste plaatsen. De sectorbestaat voor circa 80% uit mkb-ondernemers die al onder druk staandoorgestegen loon- en energiekosten, teruglopende consumentenbeste-dingen en een krappe arbeidsmarkt. Extra nationale regeldruk verzwakthun concurrentiepositie en heeft op middellange termijn negatieveeffecten op regionale bestedingen en de leefbaarheid van dorpen.Ter duiding van de ontwikkelingen in de sector is het rapport «OnderzoekOpkopen vakantieparken» relevant.16 Dit geeft inzicht in de recenteontwikkelingen van het aantal jaarplaatsen in Nederland. Het is deprognose dat tussen 2022–2027 het aantal jaarplaatsen daalt met 5.000van 119.000 naar 114.000. Een daling van ca. 4%. Hiermee blijft het totaleaanbod aan jaarplaatsen op peil. Uiteraard is het erg vervelend wanneereen herstructurering binnen een vakantiepark ervoor zorgt dat eenrecreant daar niet meer terecht kan. Er blijft echter voldoende aanbod inons land voor dit type verblijfsrecreatie.Kortom een nieuwe Kampeerwet leidt niet per definitie tot een beteresituatie voor recreanten. Meer wettelijke bescherming leidt mijn inziensniet tot meer beschikbare plaatsen, maar wel tot meer regeldruk enhogere kosten voor zowel ondernemers als voor recreanten.15Kamerstukken 36 452, nr. 3.16Kamerstuk 32 847, nr. 925; bijlage «Onderzoek opkopen vakantieparken».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 1219 Toezegging rol Consumentenbond bij RECRON-voorwaarden (aan vanNispen)Het betreft hier een verzoek dat tijdens eerdergenoemd notaoverleg isgedaan om nog nader in te gaan op de rol van de Consumentenbond bijde totstandkoming van de RECRON-voorwaarden17 voor vaste plaatsen enof deze in overleg met zowel de Consumentenbond en de ANWB tot standzou zijn gekomen. Bij de huidige voorwaarden was de Consumentenbondwel betrokken, samen met de ANWB, maar bij de nu lopende gesprekkenover de herziening is alleen de ANWB nog aangesloten. Ik vertrouw erophiermee aan de toezegging te hebben voldaan.KermissenIn de afgelopen periode heb ik ter uitvoering van een drietal moties vanhet lid Van Meetelen over kermissen gesproken met de kermisbranche, destichting rijdende scholen, collega’s van het Ministerie van Justitie enVeiligheid (J&V), Onderwijs en Cultuur (OCW) en de VNG, waarbij hetbestaande kader en de rolverdeling opnieuw zijn bevestigd. Aangezien hethier om lokale regelgeving gaat is mijn handelingsperspectief beperkt. Ikverwijs hierbij nogmaals naar de handleiding Kermissen die tot stand isgekomen met alle bovenstaande partijen en waar al veel goedevoorbeelden in staan.18Motie Kermislocatie centrum (Van Meetelen)De motie Van Meetelen19 verzoekt de regering om gemeenten te latenwaarborgen dat kermislocaties in het centrum van steden en dorpenworden behouden. In de handleiding Kermissen die is ontwikkeld samenmet de Kermisbranche zijn goede argumenten opgenomen waarom eenkermis in het centrum zou plaatsvinden, o.a. vanwege de cultuurhisto-rische waarde. In de lokale afweging spelen meerdere belangen dieverschillen per gemeente. Ik heb daarom nogmaals richting de VNGbenadrukt dat het belangrijk is dat de kermisbranche op tijd betrokkenworden bij de planvorming m.b.t. kermissen. Daarmee beschouw ik demotie als afgedaan.Motie Rijdende school kermis (van Meetelen)De motie Van Meetelen20 verzoekt de regering in het kermisbeleid op tenemen dat, ongeacht de organisator of gemeente, er altijd voldoenderuimte beschikbaar moet zijn voor salonwagens en de rijdende school,omdat dit een essentieel onderdeel is van de reizende beroepsgroep. Hetis een lokale afweging als het gaat om de plaats van de salonwagens, datis van allerlei zaken afhankelijk en dit verschilt per gemeente. In dehandleiding Kermissen is al duidelijk aangegeven dat het wenselijk is omhier voldoende ruimte voor te reserveren. In overleg met mijn collega vanOCW en de stichting rijdende scholen begrijp ik dat dit in de meestegemeenten gelukkig ook al goed gaat. Er blijken enkele knelpunten te zijnop het moment dat een gemeente de organisatie van de kermis uithanden geeft aan een externe, commerciële kermisorganisator. In diegevallen is het belangrijk dat de gemeente expliciet in de voorwaardenopneemt om rekening te houden met een tijdelijke standplaats voor degezinnen en een onderwijslocatie voor de rijdende school. Dit is ookaangegeven in de handleiding Kermissen en dit heb ik nogmaals bij de17Vereniging van Recreatie-ondernemers Nederland.18Wegwijzer gemeentelijk kermisbeleid19Kamerstukken 26 419, nr. 108.20Kamerstukken 26 419, nr. 109.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 12110 VNG onder de aandacht gebracht. Daarmee beschouw ik de motie alsafgedaan.Motie Overlast kermissen (van Meetelen)De motie Van Meetelen21 verzoekt de regering een streng lik-op-stukbeleidte voeren en gemeenten de bevoegdheid te geven om overlastgevers,inclusief minderjarige relschoppers, per direct en voor de volledige duurvan de kermis de toegang te ontzeggen. De handhaving van de openbareorde is belegd bij het lokaal bestuur. Op grond van onder meer deGemeentewet beschikken zij over verschillende bevoegdheden omoverlastgevers voor kortere of langere duur toegang tot door hen tebepalen plaatsen te ontzeggen. In de handleiding Kermissen is aange-geven dat sommige gemeenten gebiedsverboden kunnen uitvaardigen inde periode van een kermis om op die manier overlast ten tijde van dekermis te voorkomen en de veiligheid op de kermis te borgen. Met dezeduiding van bevoegdheden en verantwoordelijkheden beschouw ik demotie als afgedaan; het is aan het lokaal bestuur om binnen dit kaderpassende maatregelen te treffen.WinkelsMotie Gehandicaptenbeleid (Westerveld)De motie van het lid Westerveld22 verzoekt de regering om afspraken temaken met brancheorganisaties, winkelketens en bedrijven, met het doelom de toegankelijkheid van de fysieke en digitale dienstverlening vanwinkels te verbeteren en deze afspraken af te stemmen met ervaringsdes-kundigen.Ik heb hierover gesproken met MKB Toegankelijk en InRetail. Er lopen alveel initiatieven op het gebied van toegankelijkheid van winkels enwinkelketens waar de brancheorganisaties in worden meegenomen. Zo iser het Pact Toegankelijk Winkelen: een vrijwillige samenwerking waarinondernemers, ketens en brancheorganisaties zich verbinden om winkelsen horeca stapsgewijs toegankelijker te maken, met ondersteuning vanuitMKB Toegankelijk. Onder meer winkel- en restaurantketens en branche-verenigingen zoals Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en INretail zijnhierbij aangesloten. Daarnaast is er een brede bedrijfsscan op toeganke-lijkheid mogelijk voor winkels en winkelketens die gericht is op fysieke ensociale toegankelijkheid en hierbij heeft MKB Toegankelijk ook detoegankelijke routes geïnitieerd. Tenslotte zijn digitale webshops door deEuropean Accessibility Act nu wettelijk verplicht hun dienstverleningdigitaal toegankelijk te maken, zodat deze ook bruikbaar is voor mensenmet een beperking.Supermarkten specifiek kunnen een keurmerk krijgen; het Super Super-markt Keurmerk (SSK).23 Voor dit keurmerk worden supermarkten op 60criteria getoetst worden, waarvan ook toegankelijkheid een prominentonderdeel is.De gevraagde samenwerking tussen brancheorganisaties, winkelketens,bedrijven en ervaringsdeskundigen vindt reeds plaats binnen dezebestaande initiatieven, waarin afspraken worden gemaakt over het21Kamerstukken 26 419, nr. 110.22Kamerstukken 24 170, nr. 364.23Thema’s Super Supermarkt Keurmerk | SSKTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 12111 verbeteren van de fysieke, sociale en digitale toegankelijkheid vanwinkels. Hiermee wordt concrete invulling gegeven aan het doel van demotie. De motie beschouw ik daarmee als afgedaan.De Minister van Economische Zaken en Klimaat,H.G. HerbertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 419, nr. 12112

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 54ca6ec37440a2dd

15 okt 2026 · a7b5f52ae52ea22c

14 okt 2026 · a690c63111bc71d6

13 okt 2026 · 298aec16cf09baa5

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.