Verzamelbrief circulaire economie september 2025
Brontekst
Versie 24f28b9b2c037550 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 376 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 september 2025Grondstoffen worden schaarser en het concurrentievermogen van deNederlandse en Europese industrie staat mede daardoor onder druk. Webevinden ons in een positie waarbij we zelf niet voldoende toegang totgrondstoffen hebben om onze economie draaiende te houden, en dusvoor primaire grondstoffen voor het overgrote deel afhankelijk zijn vanderde landen.De Nederlandse economie kan niet leunen op goedkopere arbeid of hetdelven van primaire grondstoffen. Daarom moeten we vol inzetten op eencompetitieve, innovatieve, circulaire economie, zodat we de producten engrondstoffen die we hier hebben maximaal benutten. Dit draagt bij aanstrategische onafhankelijkheid, innovatie, volop kansen voor onder-nemers, kostenbesparingen, vakmanschap en duurzame welvaart voorNederlanders. Dit past bij Nederland als innovatief en kennisintensiefhandelsland.Als Staatssecretaris van IenW ben ik coördinerend bewindspersoon voordeze transitie en kijk ik ernaar uit in de komende tijd stappen te zetten inlijn met bovengenoemd perspectief. Binnenkort informeer ik u ook overde actualisatie van het Nationale Programma Circulaire Economie, waarinik de koers wil richten op het economisch perspectief van deze transitie.Voor sommige onderwerpen wil ik een zorgvuldige afweging makentussen de verschillende belangen die geraakt worden in deze transitie enwil ik daarin ook de betrokken partijen meenemen.Tegen deze achtergrond informeer ik u met deze brief over een aantal aancirculaire economie gerelateerde onderwerpen, veelal in reactie opverzoeken en moties van de Kamer. Het betreft:1.Resultaat gespreksbegeleiding VNG en Verpact2.Publicatie Ecodesign werkplan Europese Commissie3.Motie Grinwis/Rooderkerk over rapportage ILT over toezicht opEcodesign producten kst-32852-376ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3761 4.Verkenning landelijke Ja-sticker5.Cijfers lachgascilinders6.Stand van zaken UPV luiers en incontinentieproducten7.Publicatie BYO Informatieblad voedselveiligheid bij het meenemenvan eigen, herbruikbare bekers en bakjes8.Vrijwillige UPV voor Land- en Tuinbouwplastic9.Evaluatie subsidieregeling Circulaire Ketenprojecten10.Leidraad informatievoorziening zeer zorgwekkende stoffen in afval11.Gesprek IenW en groenbanken over Regeling Groenprojecten12.Motie Boutkan over plasticafdracht van de plastictaks op niet-gerecycled plastic door producenten13.Moties Wingelaar over statiegeld14.Evaluatie Nationaal Plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen enhet Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven enInkopen15.Circularity Gap Report Finance16.Onderzoek EU-broeikasgasvoetafdrukdoel17.Nadere toelichting circulaireplasticnorm en papieren/kartonnenbekers die plastic bevatten n.a.v. commissiedebat Externe Veiligheidvan 4 maart 2025Resultaat gespreksbegeleiding VNG en VerpactVoor de afvalinzameling en -verwerking werken de producenten vanverpakkingen, verenigd in Verpact, samen met gemeenten. Naaraanleiding van discussie over de afspraken die zij onderling maken, is debestaande overeenkomst opgezegd. Onder begeleiding van de heer DickBenschop hebben Verpact en de gemeenten, vertegenwoordigd door deVNG en de NVRD, het afgelopen jaar gewerkt aan een nieuwe samenwer-kingsafspraak. Zoals toegezegd wordt de Kamer hierbij geïnformeerd overhet resultaat van de gespreksbegeleiding. In de bijlage vindt u deaanbiedingsbrief van dhr. Benschop, waarin hij in hoofdlijnen desamenwerkingsafspraak beschrijft. De Algemene Ledenvergaderingen vande VNG en de Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- enreinigingsdiensten (NVRD), evenals de Raad van Toezicht van Verpacthebben ingestemd met dit onderhandelingsakkoord. Op dit momentwordt het akkoord uitgewerkt tot een formele juridische overeenkomst,waarna definitieve besluitvorming volgt.De partijen zetten met dit akkoord een belangrijke stap naar elkaar toe. Hetis goed nieuws voor de circulaire economie dat zij samen werken aan eninvesteren in het verder verbeteren van de inzameling van verpakkings-afval en in de samenwerkingsrelatie. Hartelijke dank gaat uit naar de heerBenschop voor zijn inspanningen om de partijen nader tot elkaar tebrengen. Ook dank aan de partijen voor hun welwillendheid en hardewerk aan het bereikte akkoord. Ik wens hen alle succes toe bij de laatsteuitwerking in het juridische akkoord en de uitvoering ervan.De bevindingen uit dit traject, evenals de aanbeveling die de heerBenschop doet richting het Ministerie van IenW neem ik mee in hetdoorontwikkeltraject voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheiden de verkenning naar de mogelijkheden voor standaardisatie van deafvalinzameling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3762 Publicatie Ecodesign werkplan Europese CommissieDe Europese Commissie heeft in april jl. het Ecodesign en Energielabelwerkplan vastgesteld voor de periode 2025–20301. In dit werkplan isopgenomen aan welke producten de komende jaren ontwerpeisenworden gesteld en voor welke producten een energielabel verplicht wordt.De productspecifieke eisen worden uitgewerkt volgens het raamwerk vande Kaderverordening Ecodesign voor duurzame producten2 die op 18 juli2024 in werking is getreden.Het plan kondigt (de herziening van) ontwerpeisen voor bepaaldeelektrische en elektronische apparaten aan, evenals voor een aantalandersoortige productgroepen, te weten: textiel, meubels, banden enmatrassen. De Commissie zal eveneens werken aan Ecodesign-eisen voorde tussenproducten ijzer, staal en aluminium. Verder zal de Commissieeind 2025 een studie uitzetten naar mogelijkheden om ontwerpeisen testellen aan chemicaliën, inclusief polymeren en plastics.Daarnaast werkt de Europese Commissie toe naar een aantal horizontaleeisen, dat wil zeggen eisen die zich richten op meerdere productgroepenen daarmee een breed effect hebben. De Commissie heeft voor elektrischeen elektronische apparaten een horizontale eis aangekondigd die zich richtop recyclebaarheid en toepassing van recyclaat. De Commissie streefternaar deze eis in 2029 vast te stellen. Deze horizontale eis zal eraanbijdragen dat (kritieke) grondstoffen beter worden teruggewonnen en(her)gebruikt.Verder zal de Commissie werken aan een horizontale eis voor repareer-baarheid, inclusief een repareerbaarheidsscore. Zo kunnen productenstraks makkelijker gerepareerd worden en krijgen consumenten inzicht inde repareerbaarheid van een product. De maatregel moet ruimte latenvoor innovatieve oplossingen. De eis wordt naar verwachting in 2027vastgesteld.Nederland steunt het Ecodesign werkplan en de brede invoering vanEcodesign-eisen voor productgroepen. Dit is een belangrijke stap richtingeen circulaire economie en grondstoffenautonomie. Waar van toepassing,zal Nederland erop aandringen dat bij de invoering van Ecodesignmaatregelen voor elektronica maximaal wordt aangesloten bij de EUaanpak voor kritieke grondstoffen en voor het verminderen van e-waste.Een geïntegreerde aanpak zorgt ervoor dat elektronica langer meegaat endat apparaten en onderdelen aan het eind van de levensduur wordenteruggewonnen. Hierdoor blijven (kritieke) grondstoffen behouden in deeconomie en kunnen deze weer worden gebruikt.Ecodesign eisen leveren besparingen op voor Europese consumenten,bijvoorbeeld doordat producten langer meegaan en minder energie ofwater verbruiken. Ook voor ondernemers zijn er aanzienlijke voordelen.Doordat ontwerpeisen op EU niveau worden gesteld, profiteren bedrijvenvan geharmoniseerde eisen en wordt een gelijk speelveld gecreëerd. Deontwerpeisen gelden voor alle Ecodesign producten op de Europesemarkt, waardoor ook de concurrentiepositie van bedrijven ten opzichtevan producenten buiten de EU verbetert. Bedrijven die een beter productop de markt brengen dan de concurrent, kunnen dit aantonen door hetlabel of in het Digitaal Product Paspoort en kunnen zo makkelijker eenconcurrentievoordeel behalen.31https://environment.ec.europa.eu/document/5f7ff5e2-ebe9-4bd4-a139-db881bd6398f_en2Regulation – EU – 2024/1781 – NL – EUR-Lex3Effectbeoordeling Ecodesign Verordening: Proposal for Ecodesign for Sustainable ProductsRegulation – European CommissionTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3763 Nederland zal zich ervoor blijven inzetten dat nieuwe Ecodesign-eisenproportioneel zijn en uitvoerbaar blijven voor bedrijven. De EuropeseCommissie kijkt daar ook specifiek naar in haar effectbeoordeling bijnieuwe Ecodesign eisen.De komende jaren zal Nederland nauw betrokken blijven bij de uitwerkingvan de specifieke Ecodesign-eisen en erop aandringen dat de vastgesteldeambities ook daadwerkelijk worden waargemaakt. Hiermee wordtinvulling gegeven aan de motie Gabriëls/Thijssen4 die het kabinetverzoekt om in te zetten op de ontwikkeling en implementatie vanEuropese circulaire productstandaarden.Motie Grinwis/Rooderkerk over rapportage ILT over toezicht opEcodesign productenNaar aanleiding van de motie Grinwis/Rooderkerk5, die verzoekt deInspectie Leefomgeving en Transport (ILT) te vragen om regelmatig terapporteren over Ecodesign controles, heeft het Ministerie van Infra-structuur en Waterstaat contact opgenomen met de ILT over de uitvoeringvan de motie. De ILT heeft aangegeven dat zij jaarlijks rapportages kandelen over uitgevoerde controles in het kader van de Ecodesignwetgeving. Via het ministerie zullen deze rapportages met de Kamergedeeld worden. De eerste rapportage zal rond september 2026 aan deKamer worden gezonden. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motieGrinwis/Rooderkerk.Verkenning landelijke Ja-stickerIn het commissiedebat Circulaire Economie van 19 december 2024 istoegezegd de Kamer te informeren over de verkenning van een landelijkopt-in systeem voor ongeadresseerde reclamefolders, ofwel de ja-sticker,en over de mogelijke juridische basis voor eventuele invoering hiervan6.De verkenning is als bijlage toegevoegd aan deze brief. Uit het onderzoekvolgt dat een algemene maatregel van bestuur tot de mogelijkhedenbehoort om een dergelijk opt-in systeem te verankeren in de Nederlandsewet. Uiteraard dient zo’n maatregel dan wel in lijn te zijn met hetEuropees recht en dient deze dan ook bij de Europese Commissie teworden genotificeerd.In 2022 heeft Denemarken een vergelijkbaar juridisch instrumentvoorgelegd bij de Europese Commissie. De Europese Commissie heeftbesloten de Deense casus nog niet in behandeling te nemen en heeftDenemarken uitgenodigd om met een volledig wetsvoorstel te komenzodat de Europese Commissie het als geheel kan beoordelen.De Deense casus zal ook in EU verband duidelijkheid geven over dejuridische mogelijkheden van een opt-in systeem. Wanneer duidelijk iswat de juridische mogelijkheden zijn, kan een gedegen afweging wordengemaakt van de (politieke) wenselijkheid ervan. Gelet op de doorlooptijdvan de genoemde processen zal die afweging naar verwachting door eenvolgend kabinet worden gemaakt.4Kamerstuk 21 501-08, nr. 979, Tweeminutendebat Circulaire economie (CD 19/12) | TweedeKamer der Staten-Generaal5Kamerstuk 32 852, nr. 341, Tweeminutendebat Circulaire economie (CD 19/12) | Tweede Kamerder Staten-Generaal6TZ202501-043Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3764 Cijfers lachgascilindersZoals bekend geldt er sinds 1 januari 2023 een verbod op lachgas voorrecreatief gebruik. Lachgascilinders voor recreatief gebruik zijn dus eenillegaal product. Gebruik ervan vindt in Nederland echter nog altijd(illegaal) plaats en lachgascilinders komen in strijd met de regelgeving inafvalstromen terecht waar ze niet thuishoren en grote problemenveroorzaken. Daarbij wijst het gebruik van lachgascilinders voor recreatiefgebruik op een breder maatschappelijk probleem dat niet alleen deafvalverwerking raakt. In het commissiedebat Leefomgeving van 13 mei jl.is toegezegd de Kamer te informeren over recente cijfers over lachgasci-linders die in de openbare ruimte worden aangetroffen of in het restafvalterechtkomen7. Daarnaast heeft de Kamer de motie Buijsse aangenomendie verzoekt bij gemeentes en afvalverbrandingsinstallaties de exactecijfers te inventariseren van de afvalproblematiek en de explosieproble-matiek voor de jaren 2023 en 20248.Bij zowel de toezegging als in de appreciatie van de motie is aangegevendat het ministerie afhankelijk is van de gegevens van gemeenten,inzamelaars en verbrandingsinstallaties, en dat deze cijfers niet onafhan-kelijk geverifieerd kunnen worden. Met die belangrijke kanttekening deelik de volgende cijfers over 2023 en 2024, zoals die zijn ontvangen van debrancheorganisaties die de publieke afvalinzamelaars en de afvalverbran-dingsinstallaties vertegenwoordigen.•Wekelijks werden in 2023 naar schatting 7.200 lachgascilinders in deopenbare ruimte achtergelaten en/of ingeleverd op de milieustraat. Datzou op jaarbasis gaan om bijna 375.000 cilinders. In 2024 ligt dieschatting op 5.700 lachgascilinders. Dat zou op jaarbasis gaan ombijna 300.000 cilinders. Ruim twee derde van de cilinders komt vrij inde stedelijkheidsklassen 1 en 2, de (zeer) sterk stedelijke gemeenten.•In 2023 werden de cilinders nog niet afdoende geregistreerd doorgemeenten, geeft de branche aan. Een schatting die toen werdgemaakt door de branche was dat zo’n 92.000 cilinders uit het restafvalgehaald werden.•Een schatting van het aantal cilinders in het restafval blijft ook in 2024lastig te maken omdat veel gemeenten nog geen voorbewerkinguitvoeren en de gemeenten die dat wel doen in sommige gevallen decilinders die ze uit het restafval halen niet registreren. Op basis van8 gemeenten die hiervoor in 2024 data hebben aangeleverd (allenstedelijkheidsklasse 1 en 2 gemeenten) is een extrapolatie uitgevoerdop basis van de hoeveelheid huishoudelijk restafval die wordtafgevoerd. Op jaarbasis zou het dan gaan om 186.000 cilinders die inhet restafval zitten. Dit is volgens betrokken partijen een conservatieveraming omdat de extrapolatie alleen is uitgevoerd over stedelijkheids-klassen 1 en 2 gemeenten, terwijl bekend is dat er ook lachgascilindersvoorkomen in het restafval van stedelijkheidsklassen 3, 4 en 5gemeenten.•De brancheorganisatie die de afvalverbrandingsinstallaties vertegen-woordigt, geeft aan dat de branche in 2023 65 miljoen euro schadeheeft geleden door ontploffende lachgascilinders. Bij navraag geeft debrancheorganisatie aan dat de schade in 2024 vergelijkbaar is met2023.7TZ202505-092 Toezegging bij Leefomgeving – tweede termijn | Tweede Kamer der Staten-Generaal8Kamerstuk 29 383, nr. 434 Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu | Tweede Kamer derStaten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3765 Pilot detectie van lachgascilindersIn het commissiedebat Circulaire Economie van 16 april jl. is tevenstoegezegd de Kamer te informeren over de pilot voor de detectie vanlachgascilinders in de afvalketen9. De Kamer is in de brief van 16 april2024 geïnformeerd dat het kabinet het uitvoeren van een pilot financiertdie zich richt op het detecteren en veilig verwijderen van lachgascilindersdie zich in het (rest)afval bevinden. De pilot wordt ingericht in nauwesamenwerking met gemeenten, inzamelaars en afvalverwerkers eneventuele andere relevante partijen10. Zo kunnen onder andere waarde-volle inzichten worden opgedaan over wat de meest geschikte techniek is.Met deze pilot hoopt het kabinet gemeenten, inzamelaars en afvalver-werkers verder te helpen met het ontwikkelen van beleid voor veilig endoelmatig afvalbeheer in de gehele keten. Vanwege de omvang van eendergelijke pilot moet deze Europees worden aanbesteed. Het proces vanEuropees aanbesteden kent meerdere stappen die doorlopen moetenworden voordat overgegaan kan worden tot daadwerkelijke aanbesteding.De afgelopen periode is eerst een marktconsultatie uitgevoerd, metvervolgens op 11 april jl. de publicatie van het verslag op Tendernet. Metafronding van de marktconsultatie is duidelijk geworden dat er meerderebestaande technieken zijn die ingezet kunnen worden om lachgascilinderste detecteren, waarvan sommige technieken al worden toegepast of reedsin pilots zijn gedemonstreerd. Als volgende stap in het proces wordt nueen tussentijdse inventarisatie van de bestaande initiatieven gedaan omin kaart brengen of en welke verdere informatie nog nodig is en wat ditbetekent voor het traject van de aanbesteding. Hierbij wordt de sector ookbetrokken.Stand van zaken UPV luiers en incontinentieproductenIn het commissiedebat Circulaire Economie van 16 april jl. is de Kamertoegezegd met een besluit te komen over de uitgebreide producentenver-antwoordelijkheid voor luiers en incontinentieproducten. Voorafgaand aande internetconsultatie is in opdracht van het Ministerie van IenW doorCyclus onderzoek uitgevoerd naar het financiële effect voor verschillendegebruikersgroepen11. Van 8 januari 2025 tot en met 5 februari 2025 is deconcept-UPV in internetconsultatie geweest. De uitkomsten van dezeconsultatie worden momenteel verwerkt. Tevens wordt nog een aantalverplichte (juridische) toetsen uitgevoerd en volgt op punten nog naderonderzoek.Een UPV kan een grote stimulans geven aan de recycling van dezeproducten, die nu een grote hoeveelheid afval veroorzaken die verbrandwordt. Tegelijkertijd zijn er nog veel vragen over de wijze waarop de UPVkan worden ingericht op een manier die op breed draagvlak kan rekenen.De komende tijd zal daarom nader onderzoek plaatsvinden en het gesprekmet partijen worden voortgezet. Vervolgens is het aan een volgendkabinet om te besluiten over eventuele invoering van een UPV voor luiersen incontinentieproducten.Publicatie BYO Informatieblad voedselveiligheid bij hetmeenemen van eigen, herbruikbare bekers en bakjesWanneer consumenten een eigen beker of bakje meebrengen als ze etenof drinken afhalen, levert dit vragen op over wie verantwoordelijk is voorde voedselveiligheid en hygiëne. Hoe gaat een exploitant van dranken9TZ202505-137 Toezegging bij Circulaire economie | Tweede Kamer der Staten-Generaal10Kamerstuk 30 872, nr. 297 Landelijk afvalbeheerplan | Tweede Kamer der Staten-Generaal11Financieel effect invoering UPV-luiers voor gebruikers | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3766 en/of voedsel hiermee om? Wat is nodig om een «Bring your own» (BYO)proces in veilige banen te leiden? Op verzoek van ondernemers heeft hetMinisterie van IenW, in afstemming met het Ministerie van VWS, een BYOInformatieblad opgesteld met toelichting op de regelgeving en suggestiesvoor beheersmaatregelen om het BYO-proces in goede banen te leiden,bijvoorbeeld op het gebied van briefing van het personeel, controle vanmeegebrachte bekers en bakjes, en hygiënisch werken.Het opstellen van dit informatieblad is toegezegd in de KamerbriefEvaluatie en moties Regeling kunststofproducten voor eenmaliggebruik12. Het BYO Informatieblad is gepubliceerd op de websitewww.minderwegwerpplastic.nl13. Dit informatieblad kan gezien wordenals een aanvulling op de bestaande, goedgekeurde branche-hygiënecodes. Het doel is dat ondernemers hiermee meer duidelijkheidkrijgen en handvatten hebben om te voldoen aan de regelgeving voorplastic bekers en bakjes voor eenmalig gebruik.Vrijwillige UPV voor Land- en TuinbouwplasticIn het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) is een onderzoekaangekondigd naar de invoering van een UPV voor land- en tuinbouw-folies. Dit onderzoek is inmiddels uitgevoerd door onderzoeksbureausRebel en Tauw.14 Uit het onderzoek blijkt dat zelforganisatie (eenvrijwillige UPV) op dit moment de geschiktste aanpak lijkt: de sectorneemt reeds initiatief en kan naar alle waarschijnlijkheid goed aansluitenbij een bestaande inzamel- en recyclestructuur (het Duitse ERDE-systeem).Aandachtspunt hierbij is dat de overheid geen bevoegdheid heeft omzaken af te dwingen. Daardoor is het wenselijk om afspraken te makentussen de overheid en de sector over de uitwerking van deze vrijwilligeUPV, zoals over een tijdpad, uitgangspunten en inhoudelijke randvoor-waarden, evenals procesafspraken over de opvolging.Op basis van het onderzoek is besloten om de hoofdconclusies te volgenen de sector een periode van een jaar te geven voor de ontwikkeling vaneen vrijwillige inzamel- en recyclestructuur (vrijwillige UPV). Voor derealisatie van een functioneel systeem met realistische inzamel- enrecyclingpercentages, geeft het Rijk een aanvullend kader mee aan desector voor de uitwerking van de vrijwillige UPV. Hierbij gaat het om devolgende punten:•De betrokken sectorpartijen dienen te zorgen voor een landelijkdekkend inzamel- en recyclesysteem, met één aanspreekpunt namensproducenten en bedrijven die de land- en tuinbouwfolies in Nederlandop de markt brengen.•Er dient een monitoringsysteem opgezet te worden, om zo de volumesop de markt gebracht land- en tuinbouwplastic op een transparante enverifieerbare manier in beeld te brengen.•De vrijwillige UPV dient concrete inzamel- en recyclingdoelstellingenvoor land- en tuinbouwfolies vast te stellen, met ten minste alsuitgangspunt de drie doelstellingen uit het onderzoeksrapport. Hierbijgaat het om een kwantitatieve recycledoelstelling van 33% voor alletype land- en tuinbouwfolies, een kwalitatieve recycledoelstelling van25% met kwaliteit die geschikt is om opnieuw als land- en tuinbouwfo-lie toe te passen en een specifieke inzameldoelstelling van 5% voortuinbouwfolies. Voor de komende jaren dienen deze doelstellingenjaarlijks met 2% toe te nemen, met een eerste evaluatie na drie jaar.12Kamerstuk 30 872, nr. 303, Landelijk afvalbeheerplan | Tweede Kamer der Staten-Generaal13https://www.afvalcirculair.nl/minder-wegwerpplastic/documenten-posters/.14Naar een UPV voor land- en tuinbouwfoliesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3767 •Aanvullend dient er jaarlijkse rapportage plaats te vinden over de opde markt gebrachte volumes en voortgang met betrekking tot dedoelstellingen. Zo kan er publiek inzicht gegeven worden in deprestaties van de vrijwillige UPV.In de tweede helft van 2026 vindt een evaluatiemoment plaats. Bijonvoldoende voortgang bij het opzetten van de vrijwillige UPV zal wordenoverwogen alsnog te starten met uitwerking van een wettelijke UPV voorland- en tuinbouwfolies.Evaluatie subsidieregeling Circulaire KetenprojectenEen van de ondersteuningsinstrumenten uit het NPCE is de Subsidiere-geling Circulaire Ketenprojecten (CKP). Deze regeling biedtmkb-ondernemers de kans om met andere ondernemers in dezelfdeproduct- of materiaalketen, circulaire projecten te realiseren. De subsidiefaciliteert en stimuleert ketensamenwerking en circulariteit. De subsidiere-geling is na een periode van vijf jaar geëvalueerd door KWINK Groep enCopper 8. Deze evaluatie viel samen met het juridisch aflopen van deregeling op 9 april jongstleden.Het onderzoeksrapport, getiteld «Evaluatie subsidieregeling CirculaireKetenprojecten», is overwegend positief en stelt dat er in de periode van2020 tot en met 2024 ruim 20 miljoen euro aan subsidie is verstrekt aan264 samenwerkingsverbanden, met daarin 783 partijen. Daaruit blijkt eenduidelijk toegevoegde waarde: 69% van de respondenten maakte kenbaardat hun circulaire ketenproject waarschijnlijk niet zou zijn uitgevoerdzonder subsidie uit deze regeling. Daarnaast geeft circa 78% van derespondenten aan dat hun ketensamenwerkingsverband, dat is opgezetmet behulp van de subsidie, al dan niet in dezelfde vorm is voortgezet náhet afronden van het ketenproject. Er zijn dus nieuwe samenwerkingen enactiviteiten tot stand gekomen die anders mogelijk niet, of in minderemate, waren gerealiseerd. De inrichting en uitvoering van de subsidiere-geling leidt tot het stimuleren van innovatie en experimenten. Desubsidievoorwaarden en de laagdrempeligheid bevorderen de mate vaninnovatie en kleinschalige oplossingen binnen ketens. Kortom, de regelingwordt doeltreffend geacht in het kader van samenwerking en innovatie.De doeltreffendheid ten aanzien van grondstoffenbesparing enCO2-uitstoot is echter lastig te kwantificeren en beperkt door de vroegeinnovatiefase waarin de projecten veelal verkeren. De regeling is hieringedeeltelijk doelmatig geweest. Het beeld is dat er subsidie is verstrektaan zoveel mogelijk projecten tegen lage uitvoeringskosten. De regelingwordt uitgevoerd op basis van een first come, first serve-aanpak, waarbijprojecten getoetst worden of deze voldoen aan een aantal minimalecriteria en voorwaarden. De regeling was in de meeste jaren na de eerstedag al overvraagd. Deze aanpak heeft als gevolg dat er aanvragen zijn diemogelijk meer zouden bijdragen aan de doelen van de regeling, maar nietin aanmerking komen omdat ze later zijn ingediend dan andereaanvragen.De onderzoekers doen verschillende aanbevelingen (zie bijlage 3) enadviseren de subsidieregeling te continueren. Ondanks het overwegendpositieve rapport, is er helaas door een forse teruggang (meer dan 20%) inhet budget voor circulaire economie geen zicht op openstelling in 2026.Het aflopen van het incidentele budget aan de ene kant en het toene-mende budget dat nodig is voor toezicht en handhaving door de InspectieLeefomgeving en Transport in verband met de uitvoering van nieuweEuropese regelgeving maakt dat er keuzes gemaakt moeten worden. Ditzal ook gelden voor de subsidieregelingen Circulair Implementeren enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3768 Opschalen (CIO), Energie en Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling:Circulaire Economie (EKOO: CE) en Ketendoorbraakprojecten.Leidraad informatievoorziening zeer zorgwekkende stoffen inafvalPer 1 juli jl. is onder het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijkeafvalstoffen («Besluit melden») een nieuwe informatieverplichting overzeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in afval in werking getreden. De nieuweverplichting houdt in dat een bedrijf dat afval afgeeft aan een afvalbedrijf,daarbij ook de namen moet doorgeven van ZZS die genoemd staan in zijnbedrijfsadministratie (zoals de milieuvergunning). Die verplichting geldtook voor een afvalbedrijf dat een afvalstof doorzet naar een volgendafvalbedrijf. Zo worden afvalbedrijven attent gemaakt op mogelijkeaanwezigheid van ZZS in ingenomen afval en wordt geborgd dat dieinformatie niet verderop in de afvalketen verloren gaat, waardooronopgemerkt emissies van de ZZS naar de leefomgeving zouden kunnenplaatsvinden. Deze wijziging van het Besluit melden is 30 april 2024 in hetStaatsblad bekend gemaakt. Op 4 december 2024 is de Kamer bericht overhet besluit om de datum van inwerkingtreding met een half jaar uit testellen, tot 1 juli 2025, om zorgen van de betrokken sectoren en hetdecentrale bevoegd gezag over de uitvoering van de nieuwe informatie-verplichting te kunnen adresseren, door samen met hen een leidraad opte stellen.15 Deze leidraad is op 19 juni jongstleden gepubliceerd op dewebsite van het Landelijk Afvalbeheerplan (www.lap3.nl).Gesprek IenW en groenbanken over de Regeling GroenprojectenZoals de Kamer op 21 maart 2024 is toegezegd, is er op 18 juni 2024overleg gevoerd met de groenbanken16. De zorgen van de groenbankenover het verlagen van de vrijstelling groenbeleggen zijn gehoord en er isgevraagd hoe de Regeling Groenprojecten 2022 kan worden verbeterd.Ook is gevraagd welk alternatief mogelijk is voor de Regeling groenpro-jecten buitenland. De groenbanken zagen hier zelf geen alternatievenvoor.Inmiddels is bij de behandeling van het Belastingplan 2025 besloten omde fiscale faciliteiten voor groen beleggen te versoberen en per 1 januari2027 af te schaffen.17Motie Boutkan over plasticafdracht van de plastictaks opniet-gerecycled plastic door producentenDe vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeftverzocht om schriftelijk toe te lichten hoe uitvoering wordt gegeven aande motie Boutkan over de plasticafdracht18. Deze afdracht, die isvastgelegd in EU regelgeving, wordt aan alle lidstaten opgelegd en isgebaseerd op de hoeveelheid niet-gerecyclede plasticverpakkingen in hetland in kwestie. De motie verzoekt het kabinet om te onderzoeken of dezeafdracht kan worden doorbelast aan de producenten van plasticverpak-kingen in plaats van deze te betalen uit de algemene middelen (zonderdoorbelasting).15Kamerstuk 27 664, nr. 97 Toekomst milieuwetgeving | Tweede Kamer der Staten-Generaal16Kamerstuk 30 196, nr. 826 Duurzame ontwikkeling en beleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal17Kamerstuk 36 602, nr. 93 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten(Belastingplan 2025) | Tweede Kamer der Staten-Generaal18Kamerstuk 32 852, nr. 348, Tweeminutendebat Circulaire economie (CD 19/12) | Tweede Kamerder Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 3769 Het Ministerie van IenW onderzoekt momenteel welke mogelijkhedenhiervoor bestaan. Hierbij wordt ook gekeken hoe omringende EU-lidstatenhiermee omgaan. Het kabinet informeert de Kamer voor het einde van hetjaar over de resultaten en de conclusies die het kabinet daaruit trekt.Moties Wingelaar over statiegeldDe Kamer heeft op 3 juni 2025 twee moties19 van het lid Wingelaar (NSC)aangenomen over statiegeld. De moties verzochten om: zo snel mogelijkstatiegeld op plastic sapflessen te verplichten; en het heffen van statiegeldverplicht te maken ook voor geïmporteerde plastic flessen en blikjes.Naar aanleiding van de evaluatie van de statiegeldregelgeving is voorziendat het Besluit beheer verpakkingen (hierna: Bbv) zal worden aangepast.Deze aanpassing wordt in 2026 in gang gezet. In de Kamerbrief over deevaluatie is reeds aangegeven dat in het Bbv een verbod wordtopgenomen op de verkoop van plastic flessen en blikjes zonder statiegeld,wanneer hiervoor een statiegeldplicht geldt. Dit is in lijn met de motieover het verplicht heffen van statiegeld op geïmporteerde plastic flessenen blikjes. Hierbij blijft de verantwoordelijkheid om statiegeld te heffen bijde producent liggen, maar is het voor verkooppunten duidelijk dat ook zijzich hieraan te houden hebben. Hierdoor kan de ILT direct handhaven bijhet aantreffen van een overtreding.In voorbereiding op de wijziging van de regelgeving lopen er nogonderzoeken. Ook spelen er nog diverse tekortkomingen rond deuitvoering van het statiegeldsysteem, waarover ik de Kamer recent nogheb geschreven. Ik vind dat een keuze over de uitvoering van de motieover sapflessen dient te worden meegenomen in dit grotere geheel. Opdie manier kan aanpassing van de regelgeving in één keer op alle nodigepunten plaatsvinden, hetgeen ten goede komt aan de duidelijkheid enstabiliteit voor het bedrijfsleven en de consument. De Kamer zal hier tezijner tijd uiteraard in worden meegenomen.Evaluatie Nationaal Plan Maatschappelijk Verantwoord Inkopenen het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven enInkopenBinnenkort wordt de evaluatie van het Nationaal Plan MaatschappelijkVerantwoord Inkopen (MVI) 2021–2025 en het Manifest MaatschappelijkVerantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2022–2025 gepubliceerd.De resultaten van deze evaluatie leveren conclusies over de doeltref-fendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid op.Het doel van het Nationaal plan is om een impuls aan overheden te gevenvoor de toepassing van MVI, en daarmee impact op de markt te creëren.Het bereiken van dat doel vraagt volgens de evaluatie om een lange(re)adem. De evaluatie bevat zes centrale aanbevelingen: 1) Kies als Rijk vooreen stimulerende en faciliterende rol; 2) Verduidelijk doel, doelgroep enuitvoering; 3) Veranker verantwoordelijkheid op het hoogste organisatie-niveau; 4) Geef meer richting aan de sectorale aanpak en integreerthema’s en ambitieniveaus per (prioritaire) sector; 5) Herijk voor hetnieuwe plan de hoofdlijnen en maak de gewenste stappen expliciet;6) Betrek bij herijking stakeholders uit de hele keten (beleid, uitvoering enmarkt).19Kamerstuk 32 852, nr. 367: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32852-367.htmlKamerstuk 32 852, nr. 368: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32852-368.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 37610 Er wordt momenteel gewerkt aan het nieuwe Nationaal Plan Maatschap-pelijk Verantwoord Inkopen 2026–2030, waarmee beoogd wordt ookrichting de toekomst een positieve maatschappelijke impact tewaarborgen.20 De inzichten van de evaluatie dienen als bouwstenen voordit nieuwe plan.Circularity Gap Report FinanceOp 30 juni 2025 is het Circularity Gap Report Finance gepubliceerd doorde Circle Economy Foundation. Dit rapport geeft een wereldwijd overzichtvan investeringen in bedrijven die werken aan de circulaire economie inde periode van 2018 tot 2023. Hierbij deel ik het rapport met de Kamer.Enkele interessante conclusies uit het onderzoek zijn dat het geld niet gaatnaar de circulaire oplossingen die de meeste impact hebben. Het meestegeld gaat naar oplossingen aan het einde van de levensduur, naar vormenvan afvalverwerking zoals recycling. Slechts 4,7% van de investeringengaat naar het voorkomen van afval en het opnieuw ontwerpen vanproducten. Daarnaast wordt geconcludeerd dat om meer geld naarzogenaamde «upstream»-oplossingen te laten gaan, er een paar dingennodig zijn: een andere manier om risico’s te beoordelen bij circulairebedrijfsmodellen; duidelijke regels en meetmethodes om te bepalen watde circulaire impact is; en beleid van de overheid, zoals groene aanbeste-dingen en belastingvoordelen, om dit soort investeringen aantrekkelijkerte maken.Zoals ook weergegeven in de appreciatie vanuit het ministerie zoalsopgenomen in het rapport, wordt erkend dat het financieren van circulairebedrijven een van de grootste problemen is om circulair te zijn in 2050. Ditinnovatieve rapport helpt om beter te begrijpen hoe kapitaalstromenmomenteel werken en hoe hindernissen kunnen worden overwonnen. Hetgeeft bedrijven daarmee de kennis die nodig is om voorop te lopen in eentoekomstbestendige economie. Vanuit het oogpunt van doelmatige endoeltreffende beleidsontwikkeling, is het interessant om dit verder teontwikkelen, specifiek voor de Nederlandse kapitaalstromen en circulairebedrijven.Onderzoek EU-broeikasgasvoetafdrukdoelNaar aanleiding van het Klimaatplan 2025–2035 heeft het kabinet eenonderzoek laten uitvoeren naar de potentiële meerwaarde van eenEU-broeikasgasvoetafdrukdoel. Het onderzoek verkent hoe een consump-tievoetafdrukdoel voor de Europese Unie effectief bijdraagt aan het beleidgericht op de klimaat- en grondstoffentransitie. Bijgaand treft u hetrapport «EU-broeikasgasvoetafdrukdoel: verkenning naar effectiviteit enimplementatie», opgesteld door onderzoeksbureau CE Delft aan.Het rapport zet uiteen dat het huidige klimaatbeleid is gebaseerd op hetlocatieprincipe, ofwel de emissies uit de schoorstenen van het land ofregio. Hierdoor is er een minder sterke prikkel om te investeren inemissiereducties in de keten of in het buitenland. Een voetafdrukdoelgeeft die prikkel wel, en kan daarmee meerwaarde hebben voor het beleidgericht op klimaat en energie. Het is aan een volgend kabinet om tebeslissen of en hoe invulling wordt gegeven aan de aanbevelingen uit hetrapport.20Kamerstuk 30 196, nr. 847 Duurzame ontwikkeling en beleid | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 37611 Nadere toelichting circulaireplasticnorm en papieren/kartonnenbekers die plastic bevatten n.a.v. commissiedebat ExterneVeiligheid van 4 maart 2025Op 4 maart jl. heeft het lid Boutkan tijdens het commissiedebat ExterneVeiligheid gevraagd hoe de circulaireplasticnorm zich verhoudt tot hetverbod op papieren/kartonnen bekers met een laagje plastic dat sinds2024 van kracht is als er sprake is van consumptie ter plaatse. Mijnambtsvoorganger heeft tijdens dit debat toegezegd om de Kamer hieroverte informeren.Inmiddels is bij de Voorjaarsbesluitvorming 2025 de Kamer geïnformeerddat de circulaireplasticnorm in de huidige vorm niet doorgaat.21 Eennadere toelichting hoe deze zich zou verhouden tot andere regelgeving isdaarmee niet meer relevant. Met deze toelichting beschouw ik detoezegging dan ook als afgedaan.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen21Bijlage bij Kamerstuk 33 043, nr. 114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 852, nr. 37612
Gerelateerde bronnen
- Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de cijfers als het gaat om explosies en aantallen van gevonden lachgascilinders.
Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de cijfers als het gaat om explosies en aantallen van gevonden lachgascilinders.
- Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de ja-jasticker.
Voor de zomer wordt de Kamer geïnformeerd over de ja-jasticker.
- De Kamer wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over het besluit ten aanzien van luiers en incontinentiemateriaal.
De Kamer wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over het besluit ten aanzien van luiers en incontinentiemateriaal.
- De Kamer wordt in de eerste helft van 2024 geïnformeerd over het onderzoek naar een eventuele introductie van een landelijke afvalinzamelingsstandaard.
De Kamer wordt in de eerste helft van 2024 geïnformeerd over het onderzoek naar een eventuele introductie van een landelijke afvalinzamelingsstandaard.
- Uiterlijk 1 oktober wordt de Kamer geïnformeerd over de pilot met innovatieve technieken voor de detectie van lachgascilinders en over oplossingen voor ontploff
Uiterlijk 1 oktober wordt de Kamer geïnformeerd over de pilot met innovatieve technieken voor de detectie van lachgascilinders en over oplossingen voor ontploffingen van vapes.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.