Verzamelbrief Sport en Bewegen april 2026
Brontekst
Versie 8628543a64762c7f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 234Toekomstig sportbeleidNr. 439 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 april 2026Hierbij stuur ik uw Kamer een verzamelbrief over Sport en Bewegen toewaarin vijf onderwerpen aan bod komen. U ontvangt de evaluatie van hetSportakkoord II en de voortgangsrapportage van het Actieplan NederlandBeweegt 2025. Verder wordt u geïnformeerd over de aangepastetoekenningsprocedure voor de subsidieregeling Stimulering bouw enonderhoud sportaccommodaties (BOSA), de toezeggingen van mijnvoorganger over middelen van gemeentes voor sportaccommodaties1 ende voortzetting van het programma Sportinnovator. Tot slot stuur ik u,mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW),de beleidsreactie op het eindrapport «Achter de Coulissen» van deOpvolgingscommissie Dansen.Evaluatie SportakkoordBijgaand treft u het rapport Evaluatie Sportakkoord. In opdracht van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft Berenschoteen evaluatie uitgevoerd van het Sportakkoord I en het Sportakkoord II.Het doel van het evaluatieonderzoek was om te beoordelen in hoeverre deakkoorden als instrument hebben geleid tot veranderingen in de totstand-koming en uitvoering van sportbeleid op zowel landelijk als lokaal niveau.Daarbij hebben de onderzoekers expliciet gekeken of deze veranderingenstructureel en duurzaam zijn verankerd, met bijzondere aandacht voor desamenwerking tussen partijen.Berenschot concludeert dat het Sportakkoord op veel plaatsen heeftgeleid tot versterking van sportbeleid, samenwerking en verbinding metandere maatschappelijke domeinen. De geïntegreerde aanpak en gekozenfinancieringsstructuur – met integratie van gelden voor de Brede RegelingCombinatiefuncties (BRC) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)1Toezegging TZ202602-055 tijdens wetgevingsoverleg van 9 februari 2026 kst-30234-439ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4391 en het uitvoeringsbudget via de Brede SPUK – blijkt daarbij volgens deonderzoekers een krachtige succesfactor. Deze bundeling van financiëlestromen stimuleerde gemeenten tot gezamenlijke doelstellingen, totverbreding van sportinitiatieven en tot sterke verbindingen buiten hetsportdomein.De onderzoekers stellen dat het te verwachten is dat de effecten van hetSportakkoord mogelijk tijdelijk zijn en afhankelijk blijven van aanvullendemiddelen. Structurele beleidsinbedding en duurzame financiering zijnvolgens Berenschot daarom cruciaal voor de borging van mechanismendie op gang zijn gebracht door de Sportakkoorden. Topsport is doorbestaande structuren en middelen beter geborgd, terwijl breedtesportextra kwetsbaar blijft. De bestuurlijke afspraken rond de Brede RegelingCombinatiefunctionarissen hebben de inzet van functionarissen verbreednaar meer verbindende rollen en werken in een programmatische aanpak.De verbreding van de inzet naar meerdere doelgroepen, zoals mensenmet een handicap en kwetsbare groepen, is beperkt van de grondgekomen.De reactie op de uitkomsten van deze evaluatie wordt meegenomen ineen brief over sport en bewegen die rond de zomer 2026 naar de Kamerzal worden gestuurd.Voortgangsrapportage van het Actieplan Nederland beweegt2025In de bijlagen kunt u tevens de tweede voortgangsrapportage en debijbehorende beleidssamenvatting vinden van het Actieplan NederlandBeweegt. In deze rapportage beschrijft het RIVM de voortgang op de drieactielijnen van het Actieplan Nederland Beweegt: 1) het vergroten van deaandacht en bewustwording voor het belang van bewegen en eenbeweegvriendelijke omgeving, 2) het creëren van meer maatschappelijkinitiatief voor bewegen via de Beweegalliantie en 3) het vergroten van deinzet op een lokale/regionale aanpak van bewegen.De evaluatie laat zien dat het Actieplan Nederland Beweegt de afgelopentweeënhalf jaar een eerste impuls heeft gegeven aan het veranderen vanhet beweegsysteem. Zo is er een groeiende aandacht voor het belang vanbewegen en een beweegvriendelijke leefomgeving. Verder laat deevaluatie zien dat het aantal partijen dat is aangesloten bij de Beweegalli-antie in 2025 verder groeide naar 585. Sinds november 2024 kwamen er143 organisaties bij. Door aansluiting bij de Beweegalliantie zijn nieuwesamenwerkingen ontstaan tussen partijen uit verschillende domeinen enworden verbindingen gelegd tussen verschillende werkvelden. De meestepartijen zetten zich ook actief in voor het vergroten van bewustwordingover bewegen en het agenderen van bewegen in beleid, mede dankzij hundeelname aan de alliantie. Ook op lokaal beleidsniveau ziet het RIVM datgemeenten meer domeinoverstijgend samenwerken aan bewegen. Dit isonder meer dankzij lopende initiatieven als het Sportakkoord II, de BRC,het GALA en het Programma Gezonde Leefomgeving.Het RIVM geeft echter aan dat er nog meer kan worden bereikt. Zesignaleren dat er vanuit ministeries weinig (extra’s) is gedaan ombewegen te koppelen aan school en werk, omgevingen waarin zitten vaaknog de norm is. Daarnaast is er de komende jaren blijvende, maar vooralook extra inzet nodig om het beweegsysteem verder en duurzaam teveranderen. In de afgelopen jaren lag de focus vooral op relatiefeenvoudige acties met minder impact op het beweegsysteem, zoals hetverbeteren van kennisdeling en samenwerking binnen bestaandestructuren. Voor impactvollere en duurzame verandering geeft het RIVMaan dat het noodzakelijk is om ook de doelen, normen en overtuigingen inde maatschappij te veranderen. De inzet van krachtigere beleidsinstru-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4392 menten, zoals wet- en regelgeving en structurele financiering, kunnen bijuitstek hieraan bijdragen. De evaluatie laat bovendien zien dat er nieuwekansen zijn om bewegen (sterker) te koppelen aan andere maatschappe-lijke opgaven, zoals maatschappelijke participatie, klimaatadaptatie, eenaantrekkelijke woon- of leefomgeving en mentale gezondheid. Het RIVMadviseert VWS om samen met andere ministeries hierop in te zetten.Het RIVM concludeert zodoende dat blijvende inzet en tijd nodig is omverdere systeemveranderingen te bereiken en het beweeggedrag vanmensen te verbeteren. Daarom adviseert het RIVM de ingeslagen weglanger door te zetten, ook na de afronding van het Actieplan. De reactie opde uitkomsten van deze evaluatie wordt meegenomen in de hiervoorgenoemde brief over sport en bewegen die rond de zomer 2026 naar deKamer zal worden gestuurd.Aangepaste toekenningsprocedure BOSAOp 9 januari 2026 is uw Kamer geïnformeerd over de sluiting van hetBOSA-loket.2 De instroom aan aanvragen was zo groot dat er na openingvan het loket op 5 januari 2026 diezelfde ochtend al voor 155% van hetsubsidieplafond aan subsidie was aangevraagd. Het loket opende om 9:00en sloot dezelfde dag om 15:00 uur, toen er door circa 2400 aanvragersvoor € 109 miljoen aan BOSA-subsidie was aangevraagd. Aanvragen totBOSA-subsidie die buiten het subsidieplafond vallen zullen moetenworden afgewezen. Het loket is daarom gesloten voor 2026.Zoals al aangegeven in de beantwoording van vragen van het lid van Dijk(CDA) over de BOSA-subsidie 2026 raakte de server na de opening om9:00 uur al snel overbelast waardoor het tijdelijk niet mogelijk was om eensubsidieaanvraag in te dienen. Rond 10:15 uur was deze storing verholpenen was het weer mogelijk om een subsidieaanvraag in te dienen.3Door opeenvolging van omstandigheden hebben aanvragers niet allemaaleen eerlijke en gelijke kans gehad tot het indienen van hun aanvraag. Nietiedereen was namelijk op hetzelfde moment op de hoogte dat de storingwas verholpen en dat zij weer een aanvraag kon worden ingediend. Ookwaren aanvragers die een vooraf ingevulde aanvraag hadden ingediendtijdens de storing deze aanvraag kwijt en moesten ze de gegevensopnieuw invullen. Daarnaast zijn er ook aanvragen buiten het loket permail ingezonden tijdens de storing.Bij de verdeelwijze van het beschikbare budget op volgorde van binnen-komst is een gelijk speelveld voor het tijdig indienen van de aanvraag vangroot belang. Vanwege een storing van het aanvraagportaal voor deBOSA-subsidie is een ongelijke situatie ontstaan tussen de aanvragers.Daarom is besloten de verdeelwijze van het beschikbare budget van deBOSA aan te passen naar rangschikking van de aanvragen op basis vanloting. Hiervoor zal de BOSA in mei met terugwerkende kracht gewijzigdworden.Zodra de wijzigingsregeling gepubliceerd is zal DUS-I binnen 2 weken deloting laten uitvoeren door een notaris, waarna de nieuwe rangschikkingwordt gepubliceerd. Met deze rangschikking worden de aanvragers op dehoogte gesteld van hun nieuwe positie. Na rangschikking op basis vanloting worden aanvragen eerst op compleetheid getoetst. Zoals gebrui-kelijk bij de BOSA gaan complete aanvragen voor op aanvragen dieincompleet zijn.2Kamerstukken II 2025/26, 30 234, nr. 43632026Z00057Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4393 Omdat besluitvorming pas kan plaatsvinden na het moment dat lotingheeft plaatsgevonden, wordt de beslistermijn verschoven tot na hetmoment van de loting.4 Het is voor te stellen dat dit voor sommigeaanvragers een teleurstelling is. Op dit moment is een loting echter deeerlijkste manier om het beschikbare budget te verdelen.Toezegging over middelen van gemeentes voor sportaccommo-datiesTijdens het Wetgevingsoverleg (WGO) van 9 februari 20265 stelde hetKamerlid Kisteman (VVD) dat gemeenten door de financiële verhou-dingswet beperkt worden in het uitgeven van middelen voor sportaccom-modaties. Op basis van gesprekken met het Ministerie van BinnenlandseZaken en de Vereniging Sport en Gemeenten kan geconcludeerd wordendat het geschetste probleem niet wordt herkend.Gemeenten bekostigen investeringen voor sportaccommodaties voorna-melijk uit de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen.Deze mogen zij naar eigen inzicht besteden aan publieke taken zoals sport.Ook eigen inkomsten worden ingezet voor de exploitatie en investeringenin maatschappelijk vastgoed. Tot slot ontvangen gemeenten een bijdragevan het Rijk via de SPUK Stimulering Sport. Deze regeling voorziet ondermeer in een tegemoetkoming voor de btw-kosten op investeringen enexploitatie van sportaccommodaties en ondersteunt daarmee gemeentenbij het betaalbaar houden van sportvoorzieningen.Gemeenten kunnen op verschillende wijze uitgaven aan sportaccommo-daties doen, zoals investeringen via een dekkingsreserve, onderhoud viaeen voorziening en aan een sportvereniging via een subsidie. Vanuitregelgeving en toezicht zijn er geen beperkingen voor gemeenten om teinvesteren in sportaccommodaties. Hiermee is de toezegging om ditvraagstuk nader uit te zoeken afgedaan.Toezegging over voortzetting van het programma SportinnovatorSportinnovator is sinds 2015 een innovatieprogramma van VWS voorsport en bewegen. Het programma en het uitvoerend team Sportinno-vator zijn ondergebracht bij ZonMw. Beiden worden aangestuurd door hetTopteam Sportinnovator. De huidige programmaperiode heeft eenlooptijd van 2023 tot en met 2026.Eind 2024 heeft mijn ambtsvoorganger de Tweede Kamer geïnformeerddat, als onderdeel van de Rijksbrede taakstelling op subsidies, dekomende jaren richting 2029 een bedrag oplopend tot 75 procent op hetbudget van innovaties in de sport wordt bespaard.6In het najaar van 2025 is Sportinnovator geëvalueerd door KPMG. Via debeleidsreactie op deze evaluatie heeft mijn ambtsvoorganger toegezegdde Tweede Kamer naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 teinformeren over het besluit tot eventuele voorzetting van hetprogramma.74Voor aanvragen op basis van offertes is deze beslistermijn uiterlijk 13 weken vanaf het momentvan loting en op basis van facturen is dit uiterlijk 22 weken vanaf het moment van loting.5Tweede Kamer, Wetgevingsoverleg Begrotingsonderdeel Sport, 9 februari 2026. Verslag:Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XVI, nr. 1886Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 VXI, nr. 337Kamerstukken II, 2025/26, 30 234, nr. 434Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4394 Ik ben voornemens het programma Sportinnovator en de inzet vanuit hetTopteam in afgeslankte vorm voort te zetten in 2027. In de afgelopen10 jaar heeft Sportinnovator een groot netwerk en naam als aanjager vaninnovaties op weten te bouwen in de sector. Sportinnovator kan ditnetwerk en haar positie in de nieuwe programmaperiode aanwenden ombarrières voor bestaande innovaties gericht op maatschappelijkeuitdagingen te doorbreken.Gelet op het verminderde beschikbare budget zal ik een nieuwe focusmeegeven in de opdracht aan het Topteam. De focus van het programmawordt inhoudelijk gekoppeld aan de zogeheten wicked problems van hetprogramma Missiegedreven Ontwikkeling van Onderzoek en Innovatiesport en bewegen (MOOI in Beweging). Doordat Sportinnovator zich,naast het programma van MOOI in Beweging, ook richt op de wickedproblems, valt meer effectieve bundeling van de inzet van beideprogramma’s te verwachten. Daarbij zal de nadruk in de werkwijze vanSportinnovator komen te liggen op de implementatie en (zo mogelijk)opschaling van innovaties.Ik beschouw de toezegging de Tweede Kamer te informeren over hetbesluit tot eventuele voortzetting van het programma Sportinnovatorhiermee als afgedaan.Beleidsreactie het eindrapport «Achter de Coulissen»Op 6 februari 2026 heeft u van mijn voorganger het eindrapport «Achterde Coulissen» van de Opvolgingscommissie Dansen ontvangen.8 Ditrapport bevat de opbrengst van de werkzaamheden van de Opvolgings-commissie Dansen, die heeft beoordeeld of en hoe de aanbevelingen uithet onderzoeksrapport Schaduwdansen9 uit 2023 zijn opgevolgd. Debeleidsreactie die bij de aanbieding van dit rapport is toegezegd volgthieronder. Deze reactie is mede namens de Minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap (OCW) opgesteld. Het uiteindelijke doel is eenflorerende danssector, waar iedereen zich sociaal veilig voelt. Deministeries hebben de Opvolgingscommissie Dansen en de EthischeCommissie Dansen ingesteld en financieren de Alliantie Dans Veilig om dedanssector te ondersteunen bij het verbeteren van de sociale veiligheid.In deze beleidsreactie zal worden ingegaan op de voorbereidendeactiviteiten van de Opvolgingscommissie Dansen, hun werkwijze en zalworden afgesloten met een reactie op het eindrapport.Voordat ik dat doe, wil ik de leden van de Opvolgingscommissie Dansenvan harte danken. Het rapport is het resultaat van een zorgvuldig procesdat de Opvolgingscommissie Dansen heeft doorlopen. Ook is deboodschap helder en biedt het aanknopingspunten om mee verder tegaan. Ik stel de bijdrage die de Opvolgingscommissie Dansen daarmeeheeft geleverd aan het verbeteren van de sociale veiligheid in dedanssector bijzonder op prijs.Voorbereidende activiteitenDe Opvolgingscommissie Dansen is ingesteld voor een periode van tweejaar10, te weten 2024 en 2025. Gezien de gevoeligheid van de proble-matiek was het nodig om een proces in te richten waarbij duidelijk zouworden of de mensen die deelnamen aan de OpvolgingscommissieDansen ethisch verantwoord en op een onafhankelijke manier hun werk8Kamerstukken II, 2025/26, 34 843, nr. 1299Kamerstukken II, 2022/23, 34 843, nr. 7410Stcrt. 2024, 34069Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4395 konden doen. Deze beoordeling is gedaan door de Ethische CommissieDansen11, die gelijktijdig met de Opvolgingscommissie Dansen isingesteld. Dat proces heeft de Ethische Commissie Dansen zeerzorgvuldig aangepakt. In verband met de uitwisseling van persoonsge-gevens van de beoogde deelnemers van de OpvolgingscommissieDansen is er een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitgevoerd.Dit proces heeft een aanzienlijke periode in beslag genomen. Dewerkzaamheden van de Opvolgingscommissie Dansen voor de beoor-deling van de opvolging van de aanbevelingen is in mei 2025 gestart. DeOpvolgingscommissie Dansen heeft tot en met de start de tijd gebruiktvoor voorbereidend werk en om haar werkwijze gedegen in te richten.De gekozen werkwijzeDe Opvolgingscommissie Dansen heeft ervoor gekozen om te werkenvolgens een «audit-methode». De Opvolgingscommissie Dansen zegthierover in het eindrapport dat die methode «passend is voor hetmonitoren van planvorming, en die leidt tot een gedegen beoordeling opaspecten zoals implementatie en borging van maatregelen voor detoekomst.»Er kan geconstateerd worden dat deze methode effectief is geweest voordiverse aanbevelingen waar de Alliantie Dans Veilig aan heeft gewerkt. DeAlliantie Dans Veilig heeft met de audit-methode via de indieningsformu-lieren van de Opvolgingscommissie Dansen kunnen reflecteren op eenaantal acties die de Alliantie Dans Veilig heeft ingezet. Ook heeft deAlliantie Dans Veilig in dit proces inzichten opgedaan die zij kan gebruikenbij de activiteiten die betrekking hebben op de andere aanbevelingen. Eenvoorbeeld hiervan is de uitwerking van de aanbeveling die vraagt omaandacht voor slachtoffers en erkenning van het leed. Dit heeft deAlliantie Dans Veilig opgepakt met het verspreiden van een videobood-schap, die is uitgedragen door de partners van de Alliantie Dans Veilig.De door de Opvolgingscommissie Dansen gekozen werkwijze past echterminder goed bij de maatregelen met een meer algemeen beleidsmatigkarakter. De ministeries hebben dan ook op een andere manier gerappor-teerd aan de Opvolgingscommissie Dansen; deze rapportage isopgenomen in bijlage 12 van het eindrapport. Hierin lichten de ministeriestoe hoe zij vanuit het bredere cultuur-, onderwijs- en sportbeleidopvolging hebben gegeven aan zestien van de aanbevelingen uit hetrapport Schaduwdansen.Reactie op het eindrapport van de Opvolgingscommissie DansenDe Alliantie Dans Veilig heeft voor vijf aanbevelingen in totaal zesindieningsformulieren ingevuld. De Opvolgingscommissie Dansen heeftdeze indieningsformulieren beoordeeld en vastgesteld «dat de ingediendemaatregelen een hoge bijdrage leveren aan de vijf gekoppelde aanbeve-lingen».Daarnaast merkt de Opvolgingscommissie Dansen op dat de AlliantieDans Veilig als gevolg van de werkwijze van de OpvolgingscommissieDansen een ontwikkeling heeft doorgemaakt in haar interne werkproces,wat volgens de Opvolgingscommissie Dansen bijdraagt aan het succesvolimplementeren van de aanbevelingen. De Alliantie Dans Veilig geeft aanook een meerwaarde te hebben ervaren in de samenwerking.Voor wat betreft de inzet van de ministeries concludeert de Opvolgings-commissie Dansen dat zij een rapportage hebben ingediend die afwijkt11Stcrt. 2024, 34067Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4396 van hun werkwijze. De Opvolgingscommissie Dansen vindt dat deministeries onvoldoende maatregelen hebben ingediend die bovendien teoppervlakkig zijn toegelicht, waarbij voornamelijk is verwezen naar reedsbestaand beleid. Daardoor kon de Opvolgingscommissie Dansen nietvoldoen aan haar taak om te oordelen en te adviseren over de opvolgingvan de aanbevelingen door de ministeries uit het rapport Schaduwdansenen of er voldoende transparantie is over het proces.De maatregelen die de ministeries in de rapportage beschrijven zijngrotendeels tot stand gekomen in een bredere context van de driebetrokken sectoren – te weten de cultuur- (podiumkunsten), onderwijs-(dansopleidingen) en sportsector (wedstrijden en competities) – waar dedanssector een onderdeel van is. De audit-methode die uitgaat vanplanvorming, uitvoering en implementatie en borging van elk van devoorgestelde maatregelen is voor dergelijke maatregelen minder geschikt.De methode gaat namelijk uit van een directe link met de aanbevelingenuit het rapport Schaduwdansen. Daarmee is er geen ruimte voor de velereeds lopende maatregelen en initiatieven, die wel voor veel van deaanbevelingen relevant zijn. Na het zorgvuldig bestuderen van dewerkwijze van de Opvolgingscommissie Dansen, hebben de ministeriesdaarom gekozen voor een andere insteek. Deze insteek doet in hun ogenmeer recht aan het geven van inzicht over de doorwerking en opvolgingvan de aanbevelingen. De keuze om geen gebruik te maken van deindieningsformulieren hebben de ministeries zowel in hun rapportage alsin een gesprek met de Opvolgingscommissie Dansen toegelicht.Wel hebben de ministeries naar aanleiding van het rapport Schaduw-dansen de Alliantie Dans Veilig gefinancierd en de OpvolgingscommissieDansen en de Ethische Commissie Dansen ingesteld. Dit waren géénexpliciete aanbevelingen uit het rapport Schaduwdansen. Ook dezemaatregelen staan beschreven in de rapportage van de ministeries aan deOpvolgingscommissie Dansen.Conclusie en vervolgDe Opvolgingscommissie Dansen geeft aan dat in ieder geval voor 28 vande 33 aanbevelingen nog (aanvullende) maatregelen zullen moetenworden ontplooid om een volledige opvolging van de aanbevelingen tekunnen realiseren. De Opvolgingscommissie Dansen gaat daarmeevoorbij aan de rapportage van de ministeries, waarin is beschreven wat zijvoor zestien aanbevelingen ondernemen.Het feit dat deze rapportage niet is meegenomen in de beoordeling doorde Opvolgingscommissie Dansen betekent niet dat er geen relevantemaatregelen zijn genomen door de ministeries. Daar komt bij dat deministeries nu én in de toekomst aandacht blijven besteden aan het themaveiligheid en integriteit, onder andere door de beoogde oprichting vanIntegere Sport Nederland, het onafhankelijk integriteitscentrum voor desport, en de financiering van steun- en adviespunt Mores voor deculturele, creatieve en mediasector. De overige aanbevelingen zijn gerichtaan de sector; de Alliantie Dans Veilig speelt daarin een belangrijke rol. Derapportage van de Alliantie Dans Veilig aan de OpvolgingscommissieDansen beschrijft niet alle activiteiten die zij uitvoeren voor de opvolgingvan de aanbevelingen.Ik kan de conclusie van de Opvolgingscommissie Dansen volgen op basisvan haar vastgestelde werkwijze. Tegelijkertijd hebben de ministeries inhun rapportage en tijdens de gesprekken met OpvolgingscommissieDansen toegelicht hoe het huidige beleid zich verhoudt tot de aanbeve-lingen uit Schaduwdansen. De constatering van de OpvolgingscommissieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4397 Dansen dat slechts 5 van de 33 aanbevelingen zijn opgevolgd wordt nietals zodanig herkend.Wat betreft het verzoek van de Opvolgingscommissie Dansen om deinstellingsduur te verlengen geldt dat deze vooraf is vastgesteld op tweejaar. Er is in die periode door de Alliantie Dans Veilig veel werk verzet omde danssector veilig te maken. Dat werk is nog niet voltooid. Vanwege hetbelang van het werk van de Alliantie Dans Veilig is bij Voorjaarsnota 2026besloten om de subsidie met de inzet van financiële middelen tot en met31 december 2026 te verlengen. Zo kan de Alliantie Dans Veilig haaractiviteiten afronden, borgen en overdragen aan de danssector. Ook kande Alliantie Dans Veilig gedurende 2026 blijven werken aan de verdereopvolging van de resterende aanbevelingen waartoe de Opvolgingscom-missie Dansen de sector in het eindrapport aanmoedigt.Ik vertrouw erop dat de Alliantie Dans Veilig de lessen die zijn geleerd inhet komende jaar meeneemt. Wanneer de financiering van de AlliantieDans Veilig afloopt, zullen de reguliere organisaties die zich inzetten voorsociale veiligheid, zoals Mores, brancheorganisaties en het op te richtenIntegere Sport Nederland, dansers en dansorganisaties blijven onder-steunen. De Minister van OCW en ik blijven ons inzetten op het versterkenvan sociale veiligheid op onze respectievelijke terreinen, zodat iedereenveilig en met plezier kan dansen.AfsluitingMet deze brief bent u geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen eninzet op het terrein van sport en bewegen. Rond de zomer van 2026 zal uverder geïnformeerd worden over de relevante ontwikkelingen op ditterrein.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 234, nr. 4398
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris gaat met de gemeenten in gesprek over de reserves met betrekking tot sporthuisvesting.
De staatssecretaris gaat met de gemeenten in gesprek over de reserves met betrekking tot sporthuisvesting.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.