KamerkringInloggen
Mirjam Sterk

Officieel Kamerprofiel

Mirjam Sterk

39debatten
1.240bijdragen
12interrupties
226.586woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voorzitter. Als u het goedvindt, zal ik eerst een algemene inleiding houden en dan kom ik daarna op de blokjes. "Het is niet jullie schuld." Die woorden klonken op 29 augustus en daarmee onderstreepten we de erkenning die we wilden geven voor alles wat er is misgegaan in de gesloten jeugdzorg. Kinderen die daar terechtkwamen, hadden mogen rekenen op veiligheid en goede zorg. We hebben hun dat gewoon niet gegeven. Dat is een verschrikkelijk gegeven. Het was ook een emotionele bijeenkomst, ook voor de bewindspersonen. Wij trekken ons dat aan. Ik vermoed ook dat heel veel mensen hier op de publieke tribune daar hun eigen verhalen bij kunnen vertellen over waar het is misgegaan en waar het soms tot op de dag van vandaag nog steeds misgaat. Dat is ook waarom wij hier zitten. Het is echt onze ambitie om dat beter te maken. We zijn er namelijk nog niet. Onlangs heeft u een brief van mij ontvangen over de een-op-eenplaatsingen. Wij dachten in beeld te hebben om welke groep het ging, maar dat bleek een veel grotere groep te zijn dan wij dachten, namelijk 768 jongeren. Ook daarvan ben ik geschrokken. Ik vind het ook onwenselijk, om twee redenen. Ten eerste omdat het betekent dat de meeste van die jongeren niet op een passende plek zitten. Soms kan een een-op-eenplaatsing namelijk wel passend zijn. Het is dus niet zo dat alle jongeren daarmee op een niet-passende plek zitten. Als dat op een vakantiepark is — dat is de reden geweest van dit onderzoek — dan kan dat nooit het goede antwoord zijn op de zorgvraag. Dat is vanwege de kosten die daarbij komen kijken, die voor gemeentes soms bijna niet te dragen zijn. De reden dat ik met deze twee dingen begin, is dat het de complexiteit van het stelsel aantoont. Het zijn complexe dilemma's. Aan de ene kant willen we zorgen dat er voldoende plekken zijn, met voldoende zorg, waar kinderen niet alleen zorg krijgen en veilig zijn, maar ook onderwijs krijgen, waar vertrouwenspersonen zijn — ik weet niet wie van u daar net aan refereerde. Dat zijn allemaal belangrijke voorwaarden. We willen zorgen dat er ook een antwoord is op jongeren die tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen. Dat is ook een enorm dilemma. We hebben met elkaar gezegd dat we niet terug willen naar de gesloten jeugdzorg zoals we die hebben gekend. Tegelijkertijd is daarmee niet het vraagstuk van tafel wat je nou doet voor jongeren die een gevaar zijn voor zichzelf, hun omgeving of voor de medewerkers, die daar met hart en ziel hun werk proberen te doen. Het zijn best wel ingewikkelde dilemma's waar je in dit stelsel mee te maken hebt. Mijn collega hier en ik willen allebei voorkomen dat we opnieuw pleisters gaan plakken, maar willen wel dat we de ruimte nemen om dieper te analyseren waar dit precies misgaat. Ik hoorde sommigen van u zeggen dat we het nu allemaal moeten oplossen. Dan ga ik u toch teleurstellen, want ik heb dit morgen niet opgelost. Een deel van u weet dat volgens mij ook. Tegelijkertijd moeten we niet alleen kijken waar we al wel morgen mee kunnen beginnen en waar je op de korte termijn acties neerzet, maar ook het vraagstuk van de complexiteit van het stelsel op de langere termijn aanpakken. Het gaat over de knelpunten, over de rolverdeling en over de aanvullende afspraken die nodig zijn ten opzichte van wat we al eerder hebben gedaan. Wij gaan nu wel meer regie pakken. Dat volgt met name uit die een-op-eenplaatsingen, maar in feite geldt dat voor het hele vraagstuk van jongeren met hele complexe problematiek die nu niet de zorg krijgen waar ze recht op hebben, omdat het stelsel gewoon niet functioneert. We hebben dus een zevental acties die we daar nu op gaan inzetten. We gaan een doorbraakaanpak inzetten samen met de Bovenregionale Expertisenetwerken Jeugd en de gemeentes, waarbij we gewoon elke jongere uit de kast gaan pakken en gaan kijken waar die nu zit, hoe het ermee staat en of die veilig is. Dat is niet iets wat ik morgen al heb gedaan, maar wel een aanpak die we nu gaan starten. Dat is de doorbraakaanpak, waar wij nu ook de regie in nemen. Dat levert een monitor op waardoor we meer inzicht moeten gaan krijgen in de residentiële jeugdhulp. Hoe staat het daar nu mee en waar zitten de jongeren? Zo'n monitor heb ik niet morgen al klaar, want we moeten eerst de dossiers door om daar zicht op te krijgen. Daar is 77 miljoen voor beschikbaar gesteld, niet om hulp aan jongeren te geven, want als die jongeren hulp nodig hebben, moeten ze die gewoon kunnen krijgen. Daar hebben de gemeentes in principe middelen voor. Die middelen zijn beschikbaar gesteld om dat regionale specialistische zorglandschap te versterken en die een-op-eenplaatsingen terug te dringen. Die rekensom van €100.000 per jongere gaat hier dus niet op. Daar is het geld namelijk niet voor bedoeld; het is bedoeld om het systeem aan te pakken. We gaan samen met de VNG in gesprek met alle jeugdregio's om te kijken en te analyseren hoe ze sturen op dat dekkende specialistische zorglandschap. Wat kunnen ze wel en wat lukt ze misschien ook niet? Hoe hebben ze het geregeld? Hoe is de rolverdeling? Wat betekent dat dan vervolgens voor wat wij met elkaar moeten oppakken? We gaan ook een regionale plaatsingscoördinator voor de residentiële zorg opzetten, zodat er veel meer gecoördineerd gaat gebeuren richting de residentiële zorg. We zetten een landelijk kwaliteitsprogramma op om professionals voldoende toe te rusten, want ook daar hebben we een slag te maken. Ten slotte kijken we naar een betere beschikbaarheid van zorg voor jongeren met een forensisch profiel. Dat doen we met name volgend uit het vraagstuk van jongeren met een complexe problematiek, maar daarnaast loopt ook een traject rondom het bredere vraagstuk van de jeugdzorg en de jeugdhulp, voortkomend uit de hervormingsagenda. Een aantal van u noemde ook al de wet, de reikwijdtewet, waar we mee bezig zijn. Ik ben nu bezig in een traject samen met de VNG en de jeugdzorgaanbieders. Ik hoop daar begin november echt bestuurlijke afspraken over te maken om een aantal zaken in gang te zetten of soms al aan te passen, die verder gaan dan alleen de reikwijdtewet. Dat gaat ook over macrobeheersing en over hoe we ervoor staan met de hervormingsagenda. Ik zeg nu maar vast in mijn algemene inleiding toe dat ik u, voor het WGO Jeugd, dat we eind november hebben, een brief zal sturen over wat daaruit is gekomen. Ook daar wil ik weer aan verwachtingenmanagement doen. We gaan daarmee niet het hele stelselvraagstuk ineens oplossen, maar we willen wel dieper gaan kijken naar wat er echt nodig is. Je komt dan bijvoorbeeld op het vraagstuk van de knip. Wat willen we nou dat gemeentes doen? Wat is meer specialistische jeugdhulp? Dat is makkelijk gezegd. Het lijkt een hele logische, maar hoe verdeel je dat dan en wat valt onder wat? Dat zijn vraagstukken die we met elkaar moeten oppakken. Daar zijn we ook mee bezig en dat moeten we verder brengen. Ik zal u daar in ieder geval in november over vertellen. Daarnaast zijn we natuurlijk ook nog bezig met het toekomstscenario. Dat doe ik heel nadrukkelijk samen met de staatssecretaris. Dat gaat natuurlijk meer vanuit de zorg voor de gezinnen waarin sprake is van geweld, of dreigend geweld en hoe je daar tijdig bij bent. Ook dat is iets wat ik eigenlijk bij iedereen van u hoorde: we moeten zorgen dat we niet pas in de jeugdzorg een vraag gaan beantwoorden. Eigenlijk moet die vraag al beantwoord worden bij zo'n eerste contact in een gezinscontext, met een goede verklarende analyse van zo'n heel gezin en alle betrokkenen daarbij. Dat is heel erg het uitgangspunt van het toekomstscenario. We zijn ook bezig om OCW er meer bij te betrekken. Als we namelijk naar de voorkant willen — ik ben het helemaal met u eens, mevrouw Dobbe, dat het toch een beetje een rotbegrip is; ik krijg het soms ook niet uit mijn mond, maar wij begrijpen hier in ieder geval wat we bedoelen — is het ook belangrijk dat je het onderwijs goed aansluit. Het onderwijs ziet namelijk veel en kan ook veel. Ook die samenwerking moet beter, dus ook die loopt mee in dat traject dat ik samen met de VNG en de jeugdzorginstellingen volg. Dat doen we dus op dit moment. Dit was een beetje een algemeen verhaal. Voorzitter. Dan kom ik nu toe aan de blokjes die we uit de vragen hebben gedestilleerd. Het zijn vier blokjes. Het eerste blokje gaat over de structurele verbeteringen, dus meer over het stelsel, de reikwijdtewet en onderwijs. Hierin zit ook een vraag over het verminderen van de zorgfraude. Het tweede blokje is het blokje residentieel. Dat gaat over de een-op-eengezinshuizen, de nachtelijke insluiting, de excuses en de pleegzorg. Het derde blokje gaat over jeugdhulp in het buitenland. Het vierde blokje bevat de andere belangrijke vragen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Zowel mevrouw Van Meetelen als mevrouw Westerveld vroegen wat ik nu anders ga doen dan mijn voorgangers. Op dag één heb ik in ieder geval besloten — volgens mij hebben we dat ook als kabinet gedaan — dat dit echt een heel belangrijk dossier is en dat we eigenlijk al te lang zien dat het gewoon niet goed gaat. We zijn sindsdien bezig om meer regie te pakken op het proces, maar ook op een aantal acties die we nu gaan ondernemen. Ik heb u net al een schets gegeven van wat dat in ieder geval betekent. Ik hoop u daar in november meer over te kunnen vertellen als ik u die brief stuur voor het WGO. Meneer Hamstra zegt dat jeugdhulp aanvullend moet zijn, niet het startpunt. Daar ben ik het zeer mee eens. Ik vond het eerlijk gezegd toch wel heel mooi dat ik ook u hoorde zeggen: te veel vragen worden doorvertaald naar een zorgvraag; we zouden veel meer vragen aan het begin moeten beoordelen op wat ze echt zijn. Soms is het een gezin waarvan de ouders in scheiding liggen, waarbij de bestaanszekerheid onder druk staat of waarbij er sprake is van verslavingsproblematiek, maar soms gaat het ook gewoon om hulpvragen die misschien wel iedere ouders af en toe heeft. Ik herken sommige dingen daar ook van mezelf in. Ik denk dat we niet alles meteen moeten adresseren als: daar moet een dure oplossing voor worden gezocht. Het gaat over wat we dan "vertragen en verdragen" noemen. Dat moeten we meer in het systeem durven brengen, ook omdat we moeten durven omgaan met de schaarste die er nou eenmaal is. Dat betekent dat de jeugdzorg er vooral voor die jongeren is die het echt heel hard nodig hebben. Aan de voorkant zullen we er via laagdrempelige voorzieningen en het beter inrichten van stevige lokale teams voor moeten zorgen dat we vragen kunnen afvangen, zodat we een jongere niet zeven keer hebben doorverwezen voordat we constateren dat die in de gesloten jeugdzorg past, zoals mevrouw Synhaeve ook altijd zegt. Daar ben ik het dus zeer mee eens. Meneer Hamstra zegt ook dat we de wet Reikwijdte moeten afbakenen. Ja, zeker. Dat is best een ingewikkelde vraag. Het is makkelijk gezegd. We zijn er heel hard mee bezig om daarnaar te kijken. Het wetsvoorstel Reikwijdte verduidelijkt in welke situaties jeugdhulp nodig is en geeft nadere regels aan wat in ieder geval geen jeugdhulp is. Daarnaast werken we in lagere regels uit wat gebruikelijke hulp is en wanneer van ouders verwacht mag worden dat zij die hulp zelf aan hun kind bieden; dat gaat uit van de eigen kracht. Tegelijkertijd is het best lastig om een scherpte in de wetgeving te vangen, want hulpvragen zijn altijd afhankelijk van de context en zullen dus altijd door een professional moeten worden beoordeeld en afgewogen. Dit is ook onderdeel van het traject van KBL, gericht op het versterken van het vakmanschap en de leerlijn informele steun. Wij doen in de wet Reikwijdte dus een aantal zaken die echt belangrijk zijn om al te gaan doen. Tegelijkertijd besef ik dat dit nog niet voldoende is om de jeugdzorg echt op orde te krijgen. Mevrouw Van Meetelen zegt: er moet gewoon een cultuuromslag gemaakt worden, want niet ieder zorgprobleem heeft professionele hulp nodig; tegenslag hoort bij opgroeien. Ik denk dat dat waar is, maar dat betekent wel dat we de pedagogische basis moeten versterken. Het gaat erom dat jongeren inderdaad in een schoolomgeving kunnen opgroeien die veilig is en waar ze hun plek kunnen vinden, en dat er sportverenigingen zijn waar kinderen naartoe kunnen; dat zal de voorzitter zeer bevallen, denk ik. We zullen dan dus ook moeten zorgen dat we die voorkant zo inrichten dat het een fijne plek is om te zijn en waar je gewoon terechtkan met kleine vragen die er soms zijn in de opvoeding. Mevrouw Van Meetelen had net als de heer Van Houwelingen een vraag over het punt van de huisartsen. Ik vind het een herkenbaar punt, want ik hoor dat natuurlijk ook bij mijn werkbezoeken. Het is iets waar we kritisch naar kijken naar aanleiding van de internetconsultatie. Die hebben we net achter de rug, dus u zult straks zien hoe we daarmee zijn omgegaan.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik denk dat mevrouw Van Meetelen in haar inbreng zelf al een beetje het dilemma schetst. Als we aan de ene kant vinden dat er meer zelf moet worden opgelost en aan de andere kant vinden dat medisch specialisten altijd doorzettingsmacht zouden moeten hebben, schuurt dat natuurlijk. Daarom heb ik gezegd: we kijken daarnaar. We hebben een internetconsultatie gedaan. Ik heb partijen hierover gesproken. Ik hoop dat u kunt wachten totdat het wetsvoorstel er is. Dan kunt u zien hoe we daarmee zijn omgegaan. Mevrouw Moinat had een vraag over de psychologen in het voorveld. Ze zei dat het belangrijk is dat er één plan komt en dat er meteen passende hulp is: licht waar dat kan en specialistisch waar nodig. Daar heb ik, denk ik, in mijn inbreng net al het nodige over gezegd. Natuurlijk is het wel van belang dat je de psychologische expertise in de lokale teams borgt; dat is volgens mij het punt dat mevrouw Moinat wil maken. Dat is iets waar nog wel heel hard aan gewerkt moet worden. Voordat je stevige lokale teams hebt, moet je er wel voor zorgen dat je die teams, die expertises, daar goed in hebt verankerd. Daar wordt nu heel hard aan gewerkt door de gemeentes. De heer Ceder vroeg om een samenhangende jeugd- en gezinsaanpak. Hij vroeg of die een formele plek krijgt. Wij delen die visie. In de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is die visie eigenlijk het uitgangspunt als het gaat om hoe wij jeugdigen en gezinnen willen ondersteunen en beschermen. Gezinsgericht werken is gewoon een van de belangrijke thema's. We zien nu vaak dat een kind als individu wordt benaderd en niet als onderdeel van een systeem, terwijl er in het systeem soms juist zaken misgaan waardoor het kind vervolgens het kind van de rekening wordt. Daarom is het juist zo belangrijk om er aan de voorkant voor te zorgen dat de ouders daarbij worden betrokken en zo snel mogelijk waar mogelijk worden ondersteund. Dan voorkom je dat je verderop in het systeem een kind met een zorgvraag krijgt die eigenlijk niet haar of zijn vraag was. Ik kan ook nog zeggen dat ik samen met de VNG en collega-bewindspersonen werk aan een agenda sociaal domein. Daarin is de aanpak echt specifiek gericht op kwetsbare gezinnen, juist om een beetje schotdoorbrekend met elkaar te kunnen werken. De aanpak heet Gezinnen in een kwetsbare positie. Ik zal uw Kamer in het najaar verder informeren over die specifieke aanpak Gezinnen in een kwetsbare positie, vanuit de sociale agenda. Er zijn vragen gesteld over het belang van onderwijs. Ik werk daar samen met mijn collega van OCW aan. Zij ziet absoluut het belang hiervan in. We willen komen tot een brede en gezamenlijk vastgestelde maatschappelijke opdracht voor onderwijs, ondersteuning en het jeugddomein, die gericht is op meedoen en inclusief opgroeien. Ik zie namelijk weleens dat het nog best lastig is, omdat het toch bijna twee verschillende talen zijn die je spreekt, met schotten daartussen. Volgens mij moeten we dat proberen te doorbreken, juist om winst te behalen in het voorveld. Mevrouw Westerveld vroeg wie de verantwoordelijkheid neemt als een kind thuiszit doordat de samenwerking niet goed gaat. De school en het samenwerkingsverband zijn daar natuurlijk in eerste instantie voor verantwoordelijk, want die moeten een passende onderwijsplek bieden met aanvullende ondersteuning zodat kinderen niet thuis komen te zitten. Ik zet nu zelf in op het versterken van die samenwerking en het maken van afspraken. Dat borg ik in de wetgeving. Dat zit in het wetsvoorstel Reikwijdte. Met het wetsvoorstel Maatwerk in het funderend onderwijs maakt de staatssecretaris van Onderwijs meer ruimte voor maatwerk in combinaties van onderwijs en zorg, bijvoorbeeld door onderwijs op een zorglocatie. Als de boel vastloopt vanwege problemen met het organiseren van de jeugdzorg, kan de school advies vragen aan de regionale expertiseteams, als de ouders en de jongere daar tenminste toestemming voor geven. Dat kunnen ze niet zomaar doen. U vroeg ook naar de EMB-regeling: is er al duidelijkheid over de bekostiging na 2026? De regeling blijft vooralsnog van kracht. Met een verhoging van 5 miljoen vanuit het Wlz-kader is het nu met één jaar verlengd, tot het einde van 2027. Eind 2026 wordt de regeling geëvalueerd en gaan we ook bekijken wat dat betekent voor het budgettair kader vanaf 2028. Ik zal u daar dan ook over informeren. Het CDA vroeg welke mogelijkheden ik nog zie voor het aanpakken van onnodige bureaucratie. Een van de dingen in de Hervormingsagenda Jeugd is het terugdringen van de bureaucratie door standaardisatie. Daar heb ik ook met alle partijen afspraken over gemaakt. Die standaardisatie zal uiteindelijk moeten leiden tot een landelijke set aan producten en registratie-eisen, waardoor onnodige administratieve lasten duidelijk lager worden. Dat loopt dus. We hebben ook een aantal trajecten naar voren gehaald. U zult vast zeggen: kan het niet wat sneller? Dit voorjaar hebben we daarom een uniforme tool voor kostprijsonderzoeken opgeleverd, zodat dat al kan worden ingezet. Voorzitter. Ten slotte had ik nog een vraag van mevrouw Moinat, over zorgfraude. Eigenlijk geef ik een antwoord dat ik vorige week al heb gegeven bij het debat over goed bestuur. Daarin ging het over zorgfraude. Ik ben het zeer met haar eens dat het belangrijk is dat gemeenten en toezichthouders voldoende informatie kunnen delen met elkaar. Daar werken we aan via een wijziging van het Besluit bevorderen rechtmatige samenwerking en zorg. Als die wijziging wordt doorgevoerd, kunnen gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren met elkaar gegevens uitwisselen tijdens fraudeonderzoeken. Zoals het hier vaker gaat met wetgeving duurt het wel even, dus ik hoop dat in het derde kwartaal van volgend jaar helemaal te hebben doorgevoerd. Ik ben op dit moment ook met de VNG in gesprek in het kader van een stimuleringsprogramma gemeentelijk toezicht Jeugdwet, om te bekijken hoe we de gegevensdeling daarin kunnen verbeteren. Ik zie nog één vraag, van mevrouw Dobbe, voorzitter. Die ging over de eigen bijdrage. Zij vroeg wat ik doe met waarschuwingen omtrent de eigen bijdrage. Ik neem natuurlijk altijd alle waarschuwingen serieus, maar ik vind er vervolgens ook iets van. Wij wegen dat in de voorbereiding van de wet op de eigen bijdrage. Uw zorg — ik denk dat iedereen die zorg heeft — is dat kwetsbare gezinnen geen gebruik meer kunnen maken van de jeugdzorg. Dat wil je namelijk niet. Daar kijken we dus goed naar. Tegelijkertijd kost zorg geld — de heer Verkuijlen zei daar net ook al iets over — dus daar mag je ook best wel iets voor vragen, maar het moet wel te dragen zijn. We bekijken in alle redelijkheid hoe we dat willen inregelen. Daarbij wegen we overigens ook de rechten zoals opgenomen in internationale verdragen, zoals het Verdrag inzake de rechten van het kind. Daar wordt het wetsvoorstel dus ook aan getoetst. U zult straks zien wat daaruit komt.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Juist omdat er zo veel kritiek op is, zijn we nu met het veld aan het bekijken hoe je die knip goed moet maken. Gemeentes willen graag weten wat er in eerste instantie wel en niet in het lokale domein terechtkomt en wat er meer specialistisch is. Het blijkt best wel ingewikkeld te zijn om dat goed te definiëren met elkaar, dus daarnaar zijn we nu aan het kijken. We hebben pas een onderzoek laten uitvoeren naar hoe je dat zou kunnen vormgeven, maar dat gaf nog niet zo'n duidelijk antwoord dat we kunnen zeggen: dit is klaar en kunnen we vormgeven in wetgeving of in een AMvB. Ik zie heel erg de urgentie ervan, omdat ik denk dat dit straks heel erg kan helpen straks bij de vraag waar we wel en niet van zijn, op welk niveau dat moet worden belegd en wie daar dan verantwoordelijk voor is. Maar dan moet je wel scherp met elkaar kunnen zeggen: dit valt eronder en dit niet.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Zo ken ik mevrouw Coenradie ook. Ik heb aangegeven dat ik daar in november op terug zal komen, omdat dit onderdeel is van de bestuurlijke afspraken die we op dit moment met elkaar proberen vorm te geven. Nogmaals, ik zeg niet dat ik daarmee ook helder heb hoe dat eruitziet, maar we zijn daar heel hard met elkaar over in gesprek, omdat we allemaal zien dat dit een belangrijk onderdeel is rondom het vraagstuk van de jeugdzorg.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Heel fijn, voorzitter, dat u ook wat vragen voor mij beantwoordt. Op de tweede vraag kom ik in de tweede termijn even terug, want dat weten wij zo niet.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik snap de vraag heel goed en ik snap het ongeduld heel goed, want u zit hier natuurlijk al een hele tijd en u hoorde al meer van de bewindspersonen hierover spreken. Het is dus goed dat u ons hier scherp op houdt. Dat waardeer ik ook. U weet ook dat er inmiddels al best wat stappen zijn gezet, maar dat tegelijkertijd de complexiteit van het vraagstuk echt heel groot is, zoals ik net ook heb geschetst. We hebben een hervormingsagenda. We hebben een commissie-Van Ark. In lijn met die hervormingsagenda hebben we nu het wetsvoorstel Reikwijdte ontwikkeld. Dat is ook een belangrijke stap. Zo zetten we elke keer weer stappen erbij, maar volgens mij komen we elke keer wel dichter bij waar het over gaat. In die reikwijdtewet leggen we nu dus ook een aantal dingen in wetgeving vast. Dat gaat bijvoorbeeld over stevige lokale teams. Er zijn inmiddels convenanten gesloten over hoe die eruit moeten gaan zien, met de associatieteams onder andere. We hebben een hele belangrijke stap gezet ten aanzien van het toekomstscenario. Een jaar geleden was dat echt nog niet denkbaar. Kijk waar we nu staan. Met de inrichting van de keten willen we voorkomen dat gezinnen waarin sprake is van huiselijk geweld te laat in beeld komen. We willen dat echt beter doen met elkaar. Ik deel uw mening niet dat er helemaal niets is gebeurd en dat er niks is veranderd. Ik denk echt dat we belangrijke stappen zetten ten aanzien van een aantal zaken die ik hier vandaag ook weer neerleg. Landt dat uiteindelijk ook in wetgeving? Als het nodig is, dan zal ik dat echt niet nalaten, maar ik wil dat proces wel samen doen met de VNG en de jeugdzorgaanbieders. Dat doen we nu. Daarom zeg ik ook dat het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet wat mij betreft een eerste stap is. Maar het is wel een belangrijke stap, want er moeten nu een aantal dingen gebeuren. We gaan zien waar dat verder toe zal leiden, maar we zitten er wel bovenop en we proberen met grote urgentie een aantal zaken op te pakken.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: De heer Verkuijlen vraagt: wat was het eerste wat u wilde doen? Het eerste wat ik wilde doen, is zorgen dat er excuses zouden komen. Dat kunnen mijn ambtenaren bevestigen. Daar doen we al veel te lang over. Dat heb ik als eerste met urgentie opgepakt, omdat ik het belangrijk vind dat de overheid het durft te zeggen als er dingen niet goed zijn gedaan. We hebben dit gewoon niet goed gedaan, niet alleen als overheid, maar ook als jeugdzorg en gemeenten, hoewel die laatste natuurlijk ook deel uitmaken van de overheid. Dat heb ik als eerste opgepakt. Het tweede wat ik mij heb voorgenomen, is dat we op het dossier van de jeugdzorg niet in dezelfde impasse terecht moeten komen als bij de gemeenten eerder het geval is geweest. We moeten dit dossier met elkaar aanpakken, samen met de jeugdhulp. Ik ben een traject gestart om te kijken hoe we vanuit het macrobeheersingsvraagstuk, de Hervormingsagenda en de reikwijdtewet stappen kunnen zetten om dit beter te maken. Maar het blijft taaie materie. Ik zou soms ook willen dat het sneller kan. Maar als u mij vraagt wat voor mij urgentie heeft, dan zeg ik: dit is waar ik heel hard aan werk en waar ik bovenop zit.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb net een heleboel acties genoemd die we nu ondernemen. Ik denk dat we allemaal blij zijn dat die jongeren nu uit de gesloten jeugdzorg zijn, maar er moeten voor die jongeren wel passende plekken komen. We gaan naar alle jeugdzorgregio's toe. We gaan met ze praten. We zijn bezig met doorbraakacties en we gaan een monitor opzetten. We hebben er 77 miljoen voor vrijgemaakt. We gaan werken aan een landelijk kwaliteitskader. Alle zeven acties die ik net noemde, zijn daarop gericht. Ik denk dus dat ik best tegemoetkom aan de zorgen die meneer Verkuijlen wellicht heeft.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Maar de samenleving is geen bedrijf dat je zomaar even runt. Was het maar zo, denk ik weleens, want dan kun je er veel makkelijker op sturen. We hebben hier te maken met mensen en met verschillende sectoren die met elkaar moeten werken om ervoor te zorgen dat een kind uiteindelijk de hulp of zorg krijgt die het nodig heeft. Daar passen KPI's niet zomaar bij. Tegelijkertijd snap ik ook uw behoefte aan meer afrekenbaarheid. Wat mij betreft zit dat in de afspraken die ik maak. U mag mij daar elke keer scherp op houden. We kunnen hier elke keer het gesprek hebben: doet de minister wel voldoende en worden de goede stappen wel gezet? Maar ik wil u wel waarschuwen voor een te groot maakbaarheidsdenken. Het is niet zo dat we hier kunnen besluiten dat het morgen maar eens over moet zijn en dat we de jeugdzorg morgen geregeld moeten hebben. Het is niet zo dat dat ons dan ook lukt, want zo zit de wereld helaas niet in elkaar. We moeten met grote urgentie aan de slag. Volgens mij hebben we daar als kabinet nu meer regie op genomen om ervoor te zorgen dat een aantal dingen beter in beeld gaan komen en we betere analyses gaan maken. We zijn ondertussen ook bezig met de partijen die een belangrijke rol spelen in de jeugdzorg om tot afspraken te komen die verder gaan dan wat we eerder met elkaar hebben afgesproken. U moet mij daarop blijven aanspreken. Wat mij betreft hebben we daar met enige regelmaat ook een gesprek over, maar dat laat zich niet altijd in een KPI vertalen, in de zin van: dan hebben we het allemaal geregeld.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik ben eraan gewend dat mevrouw Dobbe altijd vrij uitgesproken opvattingen heeft over bepaalde maatregelen. Maar ik denk dat wat we hier doen, een stuk genuanceerder ligt. Ik heb volgens mij net aangegeven dat we natuurlijk niet doof zijn voor de waarschuwingen die we krijgen, zeker als het gaat om het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind. Het is natuurlijk wezenlijk dat we dat betrekken bij de wetgeving die we maken, juist als het kinderen betreft. Dat gaan we dus ook doen. Die toezegging heb ik gedaan. Tegelijkertijd weten we dat de eigen bijdrage in Nederland heel vaak niet als drempel wordt gevoeld om gebruik te maken van de zorg. We moeten inderdaad voorkomen dat deze eigen bijdrage kan betekenen dat kinderen niet de zorg krijgen die ze nodig hebben. Dat heb ik u net ook toegezegd. Natuurlijk nemen we dat mee in de vormgeving van het wetsvoorstel. Je kunt dit op verschillende manieren inregelen, dus daar zijn we nu naar aan het kijken. Nogmaals, de zorgen die u heeft, neem ik mee en uiteindelijk maken we hierin een afweging.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Als we met elkaar constateren dat er te veel kinderen zomaar de jeugdzorg instromen, dan moeten we het ook durven hebben over de vraag: hoe kunnen we voorkomen dat kinderen de jeugdzorg instromen die daar misschien niet op hun plek zijn? Een eigen bijdrage kan een van de dingen zijn die daarbij helpt. Maar je moet tegelijkertijd wel de randvoorwaarde stellen dat er geen drempel wordt opgeworpen voor kinderen die het echt nodig hebben, maar van wie de ouders het niet kunnen betalen. Dat is de manier waarop ik naar dit wetsvoorstel kijk. Een eigen bijdrage kan ook betekenen dat ouders twee keer nadenken voordat ze om een ADHD-test of iets anders vragen voor hun kind. Dat is volgens mij ook de beweging die u allemaal van mij vraagt. We moeten meer naar de voorkant kijken en we moeten uiteindelijk minder mensen in de jeugdzorg krijgen die daar niet horen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Nogmaals, ik heb net al gereflecteerd op de zorgen die mevrouw Dobbe noemt. We moeten heel serieus kijken naar ouders die het niet kunnen betalen en die daardoor geen zorg zullen opzoeken, terwijl dat wel nodig is. De zorgen over het Kinderrechtenverdrag neem ik ook mee. Ik denk dat we deze discussie vooral moeten voeren als we weten wat er in het voorstel staat, want dan kunnen we echt een gesprek voeren over de inhoud van het voorstel.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Volgens mij moeten we hier nooit beleid maken waar kinderen slechter van worden, dus we trekken aan dezelfde kant van het touw. Als blijkt dat kinderen hier slechter van worden, dan hebben we hier natuurlijk iets te doen met elkaar. Alleen, volgens mij zijn we nog niet zover. Er worden nu allerlei stappen gezet. Volgens mij is het belangrijk dat we dit wetsvoorstel straks op zijn merites gaan beoordelen en dat we dan het gesprek met elkaar gaan voeren.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik hoorde mevrouw Van Meetelen net ook aangeven dat ze juist wil dat niet elke vraag per se een zorgantwoord krijgt. Volgens mij is dit een van de instrumenten om dat voor elkaar te krijgen. Ik heb net aangegeven dat het er niet toe mag leiden dat kinderen die zorg nodig hebben, die niet krijgen omdat de financiering ervan een probleem zou kunnen zijn. Volgens mij is dat ook de zorg van mevrouw Van Meetelen. Volgens mij vinden we elkaar op dit punt.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik val een beetje in herhaling, denk ik. Ik denk dus wél dat het zou kunnen helpen als er ook iets van mensen wordt gevraagd. Dat geldt alleen niet voor mensen die het geld niet hebben. Daar moeten we gewoon goed naar kijken als we dit wetsvoorstel ontwikkelen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik begrijp de vraag heel goed. Precies daarover ben ik nu in gesprek. Ik heb u daarover een brief toegezegd. Daarin zal ik daar meer invulling aan geven. Die zal ik in november sturen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, voorzitter. Dan ben ik inderdaad bij het tweede blokje, residentieel. Ik begin bij vragen van de heer Verkuijlen. Hij vroeg: als we gesloten jeugdhulp niet meer zien als de vorm waarvoor we willen gaan, welk alternatief bieden we dan? Hij vroeg ook wat we concreet anders gaan doen. Ik heb natuurlijk net al een aantal zaken genoemd. We blijven gewoon doorgaan met de afbouw van de gesloten jeugdzorg. Ik vermoed dat u dat zelf ook wil, meneer Verkuijlen. Tegelijkertijd levert het wel dilemma's op. Er is nog steeds een groep jongeren die tegen zichzelf of tegen anderen beschermd moeten worden of tegen wie anderen beschermd moeten worden. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat zij, omdat we geen passende plek voor ze hebben, uiteindelijk op een vakantiepark terechtkomen. Het volgende doen we nu al wel anders. Er wordt steeds meer op kleinschaligheid ingezet. Dat is volgens mij heel positief. Er zijn maximaal zes jongeren per groep. Er wordt ook geïnvesteerd in het relationeel werken. Dat was ook echt anders in de gesloten jeugdzorg. Ook noem ik vakmanschap en meer maatwerk. Ik deel echter uw zorgen over het duidelijke toekomstbeeld na de gesloten jeugdzorg. Daarom ben ik gestart met een wetstraject om in specifieke omstandigheden vrijheidsbeperking in de open residentiële jeugdhulp mogelijk te maken. Vanzelfsprekend krijgen jongeren hierin ook een stem. Ook dat, dus de rechtspositie van jongeren, was eerder namelijk eigenlijk onvoldoende geborgd. Die willen we dus ook meer plek geven. Deze wetswijziging, zeg ik dan ook maar tegen iedereen die meeluistert, mag geen verkapte manier zijn om de gesloten jeugdhulp voort te zetten. We moeten echt oppassen dat we niet weer terechtkomen in waar we juist vandaan willen. Dat betekent ook dat je de kennis en kunde over het voorkomen van vrijheidsbeperking in de sector moet verstevigen en het relationeel werken moet verbeteren. Tot slot. Er zijn zorgen geuit over veiligheid van professionals, mede in relatie tot het afzien van de wetswijziging over de nachtelijke kamerinsluiting. Ik wil met dat afzien in ieder geval niet de indruk wekken dat we het dús niet belangrijk vinden dat de veiligheid van medewerkers een rol moet spelen. Ik ga met het veld in gesprek daarover. Ik wil een handelingsperspectief voor professionals en een passende oplossing voor deze jongeren, die vaak een forensisch profiel hebben, zoals u volgens mij ook al zei. Daarbij denken we aan afspraken in de veldnormen over groepssamenstellingen, het voorkomen van escalaties en omgaan met gevaarlijk gedrag. Ik zie overigens ook al wel in de sector, bijvoorbeeld bij Levvel, dat er zonder vrijheidsbeperkende middelen maar door er bijvoorbeeld goed rekening te houden bij de samenstelling van de groepen kan worden voorkomen dat je in andere situaties zou moeten grijpen naar insluiting. Er wordt in de sector dus al aan gewerkt om die passende plekken te creëren. Ik zie daar goede voorbeelden van en ben dus hoopvol dat het moet gaan lukken. Daarnaast lopen er nog parallelle trajecten ter verbetering van de zorg voor de forensische doelgroepen, bijvoorbeeld een zorginhoudelijk kader en het ontwikkelen van een landelijke ketenaanpak voor kennis en expertise. Mevrouw Dobbe zei dat er nú een oplossing moet komen. Ik heb daar zojuist al heel veel over gezegd. Ik zou ook willen dat er nu een oplossing kon komen, maar de werkelijkheid is dat dat nu niet voor alles kan. Mevrouw Moinat vroeg of ik kan garanderen dat er geen capaciteit verdwijnt voordat er passende alternatieven zijn. Nee, die garantie kan ik niet geven, maar ik pak wel nu de regie om het realiseren van die passende zorg voor jongeren met complexe problematiek aan te pakken en te verstevigen. Mevrouw Synhaeve vroeg of ik kan garanderen dat de kwaliteitscriteria niet worden afgezwakt bij de herziening ervan. En kan ik ook garanderen dat de toetsing door een onafhankelijke instantie gebeurt? Zoals u al zei, zijn de kwaliteitscriteria in principe van de sector. De sector is daar dus aan zet, maar ik volg het proces nauwlettend. De vraag over de toetsing van de kwaliteitscriteria vind ik interessant. Ik wil die oppakken met de sector om duidelijk te krijgen hoe zij er zelf naar kijken, want KBL is natuurlijk niet per se een onafhankelijk iets in de zin zoals het Zorginstituut functioneert. Ik wil die vraag dus oppakken. Ik zal de uitkomst daarvan aan u terugkoppelen. We proberen dat in november te doen en als dat niet lukt, hoort u wanneer wel. Mevrouw Coenradie stelde een vraag over de nachtelijke kamerinsluiting. Ze wil weten waarom de noodzakelijkheid dan ontbreekt. Dat zit in een aantal zaken, maar ook wel in het grote risico op een glijdende schaal, dus dat je het risico hebt dat die maatregel steeds vaker ingezet wordt en je eigenlijk terugkomt in een situatie waarin je niet meer terug wil komen, namelijk zoals die in de gesloten jeugdzorg was. Bovendien is het aantal situaties waarin en het aantal jongeren waarvoor die maatregel zou kunnen gelden zeer beperkt. Er is ook echt nog wel een onderbouwing waarom alternatieven zoals een wakkere pedagogische nachtdienst en deurverklikkers ook een middel kunnen zijn om hier in te zetten. Ik zei net al dat we in het veld al voorbeelden zien van situaties waarin ze zonder die vrijheidsbeperkende maatregelen toch kunnen werken. Volgens mij willen we dat uiteindelijk allemaal; we willen dat het op een veilige manier gebeurt met het liefst zo min mogelijk vrijheidsbeperkende maatregelen. Op de dag dat we de excuses aanboden, merkte ik overigens zelf ook dat heel veel jongeren hier wel weer zorgen over hadden, in de trant van: gaan jullie dit tóch weer doen? Dat heeft eerlijk gezegd ook wel een beetje meegewogen hierin. Mevrouw Synhaeve had ook nog een vraag over die een-op-een. Kan ik de Kamer elk kwartaal informeren over de situatie van de jeugdigen? Ik weet niet of dat nou zo even gaat lukken, maar ik heb u al geschetst dat we bezig zijn om uit te vragen hoe het met elke jongere is. Dat zijn die doorbraakacties. Ik verwacht begin 2027 daar uitkomsten van te hebben, net als van het tweede onderzoek dat nu loopt, waar de uitvraag is om beter in beeld te krijgen hoe de cijfers precies in elkaar zitten. We zagen immers bij de eerste uitvraag, bij de gemeentes, dat we een beetje appels met peren moesten vergelijken omdat iedereen op een eigen manier registreert. Daarom werken we ook aan die standaardisatie. Maar ik verwacht — dat gaat volgens mij daarover — dat dat begin 2027 wordt. Volgens mij moeten we dan even kijken wat dat dan betekent, want we willen natuurlijk ook een monitor gaan inrichten. We moeten kijken hoe we de Kamer daarbij betrekken en inzicht houden in de ontwikkeling daarvan. Mevrouw Westerveld vroeg hoe ik de wensen en behoeften van jongeren leidend laat zijn in het hersteltraject. Ik vind dat ontzettend belangrijk. Ik krijg ook echt de indruk dat die jongeren, in ieder geval het deel van de jongeren dat dat wilde, heel erg betrokken zijn geweest bij het traject richting excuses, bij de inrichting van die dag en bij het traject hierna. Ik volg ze toevallig op Instagram en ik krijg signalen dat de bijeenkomsten die nu worden georganiseerd met heel veel enthousiasme worden bezocht. Op 4 oktober is er weer een nieuwe. Dit voldoet blijkbaar echt aan de behoefte van een deel van de jongeren. Het ingewikkelde is dat je natuurlijk niet iets kunt maken dat voor iedereen op dezelfde manier tegemoetkomt aan de behoeften. Daarom hebben we daarnaast een traject ingezet waarin we kijken hoe we jongeren die vastlopen op de vijf b's, zoals mevrouw Dobbe het zei, kunnen helpen met de toegang daartoe en hoe we hun ondersteuning kunnen bieden. Ik noem maar wat: als je een hulphond nodig hebt en er niet door komt of niet weet hoe je dat moet doen, zou je ondersteuning moeten kunnen vragen en zou iemand met je mee moeten kijken. Het gaat soms namelijk niet alleen maar om geld, maar vooral om het feit dat ze iets nodig hebben en daar zelf niet bij kunnen komen. De andere kant van het hersteltraject is dus dat we organiseren dat er iemand is — dat heet een procesbegeleider, geloof ik; dat vind ik dan weer zo'n beleidsterm, maar goed — die meekijkt om te bepalen hoe een jongere krijgt wat hij nodig heeft. Daar zijn die 12 miljoen voor bedoeld: voor die beide lijnen. Daarmee heb ik al heel veel vragen beantwoord, denk ik. Ik denk dat ik bijna bij het einde van dit blokje ben. Nog heel even iets over de pleegzorg. Dat is het laatste in dit blokje. De heer Hamstra vroeg hoe het staat met de uitvoering van de motie over een plan voor werving en behoud van pleegouders. Wat betreft de werving financier ik op dit moment de landelijke campagne Jouw huis een 2e thuis. Deze campagne verschaft veel informatie over pleegouderschap. Ik heb ook extra middelen beschikbaar gesteld om het voorlichtingstraject voor potentiële pleegouders te verbeteren, zodat ze wat sneller door dat proces heen komen. Dit is sinds 1 september, dus begin deze maand, live op pleegzorg.nl. Ik wil die campagne verlengen tot 2027 en voer gesprekken met de sector over de landelijke inzet die nodig is vanaf 2028. Ik wil dit jaar ook een nieuw onderzoek starten naar de vraag waarom pleegouders stoppen. Daarbij gaat het dus om behoud. De gesprekken daarover lopen op dit moment al. Ik verwacht de resultaten daarvan voor de zomer van volgend jaar. Iemand noemde Mockingbird; ja, het was mevrouw Synhaeve. Ik ben daar zelf ook geweest; de staatssecretaris volgens mij nog niet, maar ik heb haar daar gisteravond over verteld. Ik vind dat inderdaad een heel mooie manier om te zorgen voor een soort stutting van die pleegouders, juist omdat ze vanuit hetzelfde perspectief werken. Ik was daar heel erg positief over en ik breng het overal waar dat kan onder de aandacht. Dat doe ik hier dus ook weer. Dat zijn instrumenten die kunnen helpen, denk ik, maar de jeugdzorgregio's of de jeugdzorgaanbieders moeten ze dan wel gaan inkopen. Vandaar ook deze reclame. Ten slotte de vraag van de heer Hamstra over de kosten voor kinderopvang. Hij vroeg hoe we ervoor kunnen zorgen dat dit geld ook echt bij pleegouders terechtkomt. Ik herken het probleem. We hebben dat geld natuurlijk in het gemeentefonds geplaatst en gemeentes moeten dit nu zelf uitkeren aan de pleegouders. Ik span mij nu met gemeentes en aanbieders in om ervoor te zorgen dat het echt gaat gebeuren. Daarover voer ik continu het gesprek, maar ik kan geen garantie geven, om de simpele reden dat dat geld nu bij de gemeentes ligt. Samen met mijn collega van Sociale Zaken hou ik wel de gevolgen van het nieuwe stelsel kinderopvang voor pleegouders in de gaten. Ik onderzoek in de toekomst samen met gemeentes en de pleegzorgsector hoe we pleegouders op dit vlak beter kunnen gaan ondersteunen in het nieuwe stelsel. Dat was dit blokje, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voor die laatste vraag kijk ik naar mijn collega. Als het goed is, neemt zij die zo meteen op. Dan uw eerste vraag. De 77 miljoen is precies hiervoor bedoeld: kijken wat er goed gaat en wat we kunnen opschalen. U noemde al het voorbeeld van Levvel. Het is inderdaad iets wat we moeten doen, maar ik heb daar ook de zorgaanbieders voor nodig, want zij zullen dit vervolgens wel op die manier moeten aanbieden.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb niet gezegd dat die monitor al begin 2027 op orde is. Ik heb wel gezegd dat het verdiepende onderzoek naar aanleiding van het eerste onderzoek, waaruit die hoge getallen kwamen, begin 2027 bekend wordt. Daarnaast doen we die doorbraakacties, waarbij we al die dossiers gaan bekijken. Dat kost even tijd, maar tegelijkertijd kijken gemeenten nu ook zelf, mede vanwege de uitvraag die we hebben gedaan en die nu opnieuw wordt gedaan, waar hun kinderen zitten en of die wel veilig zijn. Maar hoe graag ik het ook zou willen, ik kan niet garanderen dat wij straks van ieder kind in beeld hebben of die veilig is. We moeten eraan werken dat we dat in de toekomst wél in beeld hebben, want dat willen we natuurlijk gewoon weten.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, dat zal ik zeker begin 2027 doen als dat onderzoek er is, en zo veel eerder als mogelijk is en we misschien informatie krijgen uit die doorbraakacties. Maar over dat laatste durf ik nog geen concrete toezegging te doen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik begrijp uw vraag heel goed. Je wilt tegemoetkomen aan wat die jongeren echt nodig hebben. Volgens mij is dat ook wat we in deze aanpak hebben afgesproken. Het is een soort lerende aanpak. We hebben nu deze trajecten afgesproken, het collectieve deel en het deel dat meer op het individu gericht is. Volgens mij moeten we heel goed gaan volgen wat de behoefte is die hieruit komt. Op een gegeven moment moeten we dan ook hier maar eens even bespreken wat dat opbrengt. Ik kan aan de voorkant niet zomaar zeggen dat we alles maar kunnen financieren wat daar op tafel komt, want dat is ook niet de werkelijkheid, denk ik.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Wat betreft het eerste deel van uw vraag: er loopt nu een pilot met een aantal jongeren over de vraag hoe we dit nu inrichten. We hopen dat het begin volgend jaar helemaal staat, zodat we het ook echt concreet kunnen gaan uitvoeren voor jongeren die daar behoefte aan hebben. Dat over het eerste deel. Het tweede deel van uw vraag was: we willen als Kamer graag geïnformeerd worden daarover. Dat was eigenlijk ook de vraag van mevrouw Westerveld. Ik ga even kijken hoe ik dat het beste kan doen. Ik snap uw informatievraag heel goed. Dat wil ik dus toezeggen. Ik wil alleen even mee terugnemen op welke manier we dat dan gaan doen. Misschien kunnen we daar iets over zeggen in de brief die we in november toch al sturen naar aanleiding van de gesprekken over de jeugdzorg.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Omdat we ook heel vaak niet zien wat er allemaal wél goed gaat en waar de inspectie wel ingrijpt. Ik denk dat de inspectie elke keer ook weer leert van fouten die worden gemaakt. In die zin heb ik gewoon alle vertrouwen in de inspectie. Om maar gelijk in te gaan op een vraag die u heeft gesteld: ik vind het ook belangrijk dat de inspectie onafhankelijk blijft in haar oordeel en dus niet beïnvloedbaar is door politieke opvattingen over wat ze zou moeten doen. Ik denk dat we dat moeten borgen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik denk dat de heer Van Houwelingen een karikatuur maakt van hoe de IGJ werkt. Ik heb geloof ik maandelijks, of in ieder geval elke zes weken, overleg met de hoofdinspecteur. Ik weet dat mijn collega's dat ook hebben. Daar bespreken we elke keer wat de zaken zijn die er lopen en hoe het zit met de prioriteiten die ook voor ons wezenlijk zijn. Ik noem maar wat; zorgfraude is echt een hele belangrijke prioriteit, ook in het werk van de IGJ. Ik denk dus dat wij op die manier heel goed in gesprek blijven met de IGJ, maar ik vind het wel echt wezenlijk dat we een instelling hebben in Nederland die onafhankelijk toetst. Daar mogen we natuurlijk de IGJ best op bevragen, en dat doen we ook, maar die onafhankelijkheid staat voor mij wel als een paal boven water.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voorzitter, dat zijn niet zo heel veel vragen. Het gaat natuurlijk over alle vreselijke voorbeelden die we hebben gezien van jongeren die in het buitenland blijkbaar zijn — laat ik het even zo zeggen — neergezet en met wie het gewoon niet goed gaat. Wij beiden hier achter de tafel hebben ook gezegd … Voorzitter?

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja. Dus ook wij hebben daar met afschuw kennis van genomen. We hebben ook gedacht: wat betekent dit nu? Dat traject liep trouwens ook al, maar we bedachten ook dat er wetgeving moet worden gemaakt om een veel scherper beeld te krijgen van wanneer jeugdhulp in het buitenland nou echt gepast is. Die vraag gaan we beantwoorden. Wat ons betreft is dat maar in heel weinig gevallen gepast. Daar gaan we naartoe. In het wetsvoorstel Reikwijdte staan daar ook zaken over, namelijk dat die hoge uitzondering alleen geldt als het in het belang is van het kind en als de plaatsing ook verloopt volgens de verplichte procedure voor de Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden. Die positie en procedure zijn volgens mij nu nog niet wettelijk geborgd. Dat nemen we dus daarin mee. Over de uitwerking van de wetgeving en de communicatie gaan we in gesprek met alle partijen die zich daar gewoon aan moeten houden. Er waren ook een heleboel Kamerleden die vroegen om hoeveel kinderen het precies gaat en waar zij nu zitten. In 2026 heeft de Centrale autoriteit zeven verzoeken voor plaatsing in het buitenland ontvangen. Dan gaat het om de landen België, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Marokko. Ik weet dat de verplichte procedure van de Centrale autoriteit daarbij niet altijd is gevolgd. Daarom is er ook geen goed zicht op de aantallen. Wat niet via die procedure is gelopen, is ook niet bij ons in beeld. Dat weten we dus niet. Het is wel de taak van gemeentes, GI's en jeugdhulpaanbieders om te zorgen dat wél wordt voldaan aan die verplichte procedure, aan het toezicht en aan de geldende eisen. Dat gesprek wordt op dit moment ook wel gevoerd. Dan is er ook een vraag van een aantal leden waarom die procedure nou niet is gevolgd. Waarom die procedure niet is gevolgd, weet ik niet. Dat moet in principe juist gewoon gebeuren. Het ingewikkelde is dat wij vervolgens ook geen zicht hebben op wat daar gebeurt. De IGJ houdt geen toezicht in het buitenland, maar kan wel overgaan op handhavende interventies als door een Nederlandse aanbieder de verplichte procedure van de Centrale autoriteit niet is gevolgd bij het plaatsen van jongeren in het buitenland. Ik werk, ook in lijn met een motie van mevrouw Moinat, aan wetgeving die bepaalt dat de jeugdzorg in Nederland plaatsvindt en niet, of alleen maar bij hoge uitzondering, in het buitenland. Dan was er een vraag van mevrouw Coenradie, namelijk waarom de IGJ de Spaanse inspectie niet informeerde over de zorgelijke signalen. De inspectie heeft in 2016 een eerste melding gekregen over Huize Soria en heeft destijds de Spaanse autoriteiten daarover geïnformeerd. Achteraf gezien geeft de IGJ aan dat zij de inspectie, de Spaanse autoriteit, ook had kunnen informeren over andere meldingen die daarna volgden. Ze geven toe dat ze dat eigenlijk hadden moeten doen. De inspectie heeft zich vervolgens in het toezicht gericht op de jeugdhulpaanbieder in Nederland, die eigenlijk ook verantwoordelijk is voor de plaatsing van de kinderen in het buitenland, op wie deze meldingen betrekking hadden. Ook heeft de IGJ de plaatsende partijen aangesproken op hun rol. In die zin heeft de IGJ volgens mij wel gedaan wat ze moest doen. Ten slotte was er nog een vraag van de heer Hamstra, waarom nieuwe plaatsingen niet automatisch worden opgeschort. Ik kan buitenlandplaatsingen niet opschorten; dat is echt aan de aanbieders. Ik kan wel wetgeving aanpassen. Dat is ook wat ik op dit moment doe.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: De GI's vallen onder de verantwoordelijkheid van mijn collega, dus die zal daar straks wat meer over zeggen, en ook over de mogelijkheid om daarover voor het WGO iets te melden aan de Kamer.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb net geprobeerd duidelijk te maken dat het wat ons betreft een "nee, tenzij" is en dat de "tenzij" slechts in hele bijzondere gevallen mogelijk is. We werken aan de wetgeving daarover. We komen hierover denk ik nog in gesprek als de wetgeving daar is.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Even een persoonlijk feit. Ik was niet aan het lachen of zo, hoor. Als ik die indruk heb gewekt, dan wil ik dat graag even rechtzetten.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: In de casussen waar we nu over spreken, zoals Spanje, gaat de gemeente nu ook een onderzoek doen. Dat is ook waar het hoort, want de gemeente heeft die afspraken gemaakt met de zorgaanbieder en de zorgaanbieder heeft vervolgens dat toezicht niet op orde gehad bij de buitenlandplaatsing. Volgens mij is het heel belangrijk dat dit gebeurt en is het ook heel goed dat dit gebeurt. Wij wachten dat vanuit onze rol ook even af.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voorzitter. Mevrouw Moinat maakt zich zorgen, en dat begrijp ik ook, dat als je als kind op een wachtlijst staat, je misschien wel helemaal geen ondersteuning krijgt. In principe zijn er allerlei vormen van overbruggingszorg ontwikkeld, zodat jeugdigen ook als zij op een wachtlijst staan die ondersteuning kunnen krijgen. Gemeenten zijn aan zet om dat te regelen. De toezegging dat geen enkel kind die niet heeft, durf ik niet te doen, maar het moet wel gewoon gebeuren. Mevrouw Coenradie vroeg of ik meer inzicht kan geven in de uitvoering van de pilot. Ik zou eigenlijk willen voorstellen om eens met haar hierover in gesprek te gaan, om te horen wat haar idee daarover is en dat ook te betrekken bij de uitwerking daarvan. Mevrouw Westerveld vroeg of leraren wel voldoende in staat zijn om signalen van kindermishandeling te herkennen. Ik denk wel dat het een hele belangrijke plek is om het te herkennen. Ik ben pas bij Handle with Care geweest. Dat is een heel mooi project, om het zo te noemen, waarbij leraren het ook te horen krijgen als er politieaanwezigheid is geweest in een gezin, dus wanneer er sprake is van huiselijk geweld waar kinderen bij betrokken waren. Zo weten docenten ook dat die jongere of dat kind daarmee te maken heeft gehad. Dat helpt denk ik ook om het bewustzijn over kindermishandeling te vergroten. Daarnaast is binnen de pabo's de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling opgenomen als een vast onderdeel van de opleiding en werk ik aan de versterking van die meldcode met de adviesplicht. Dat is ook iets uit het coalitieakkoord. Daarnaast is er voor het onderwijs een handelingskader ontwikkeld over kindermishandeling en huiselijk geweld. Dat ondersteunt scholen en onderwijsprofessionals in hoe ze dat kunnen herkennen en wat ze dan moeten doen. De heer Verkuijlen had nog een vraag over preventie bij jeugdcriminaliteit. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat we voorkomen dat jongeren uiteindelijk in het strafrecht terechtkomen. Lokale teams hebben daar een belangrijke rol in. Professionals moeten ook beschikken over de juiste kennis en tools om om te gaan met die jongeren. De heer Verkuijlen zei geloof ik ook dat het met name betrekking heeft op de lvb-jongeren. Dat is een extra kwetsbare groep. Daarom is er voor deze jongeren een zorginhoudelijk kader opgesteld en ben ik op dit moment aan het kijken naar een landelijke brede ketenaanpak om de kennis en expertise over de doelgroep te versterken en beter te delen, zodat, om een voorbeeld te noemen, een huisarts snapt hoe hij om moet gaan met een jongere die lvb heeft. Dan kun je beter een afspraak maken om 10.00 uur in plaats van om 9.55 uur. Het zit soms ook in dat soort dingetjes. Ik heb nog een aantal vragen. De heer Van Houwelingen vroeg naar de IGJ. Het debat over de IGJ heb ik eigenlijk net gehad. De heer Ceder vroeg wanneer we iets laten horen over de motie over de kind- en jeugdpsychologen. Ik zal u voor de begrotingsbehandeling een brief daarover sturen. Mevrouw Synhaeve vroeg hoe ik kijk naar het structureel toepassen van de kinderrechtentoets en wanneer de inzichten van de pilots kunnen worden gedeeld. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Die kinderrechtentoets hebben we natuurlijk niet voor niks. Die wordt op dit moment uitgevoerd op alle wetsvoorstellen over jeugd, over de reikwijdte, de eigen bijdrage en de versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming. Mijn collega en ik zijn heel positief over de kinderrechtentoets, maar we merken wel dat de implementatie ervan binnen het beleid best wat vragen oproept, niet alleen bij mij, maar ook bij de Kinderombudsvrouw. De ervaringen uit de lopende trajecten kunnen nog leiden tot het aanpassen van de kinderrechtentoets. Ik sta daarover in nauw contact met de Kinderombudsman. In het voorjaar van volgend jaar zal ik u informeren over de inzichten. Voorzitter. Ten slotte heb ik nog een vraag van de heer Van Houwelingen over het specialistisch ziekenvervoer. Ik vind dat op zichzelf een heel kwetsbare branche, omdat de marges waarop de contracten worden gesloten echt minimaal zijn, zoals u zelf ook al aangaf. Daarmee maken ze zichzelf heel kwetsbaar, dus ik vind dat de branche wat te doen heeft op dit punt. Als ze niet zo kwetsbaar zouden zijn, dan zouden ze ook meer vet op de botten hebben om eventuele externe invloeden beter aan te kunnen. Dat wilde ik nog even aan de voorkant gezegd hebben, want ik maak me er zorgen over dat de sector dit op deze manier doet. Het gaat immers om mensen die kwetsbaar zijn. Ik heb zelf geen zicht op de afspraken die zorgverzekeraars maken met de vervoerders van specialistisch ziekenvervoer. Het werken met brandstofclausules in de contracten tussen zorgverzekeraars en de vervoerders van specialistisch ziekenvervoer betreft een afspraak die ze onderling moeten maken. Dat zou kunnen helpen bij het opvangen van dit soort fluctuaties.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Interruptie

Minister Sterk: Voorzitter, als u mij die vraag 30 seconden geleden had gesteld, voordat mevrouw Dobbe deze vraag stelde, had ik ja gezegd, maar nu wil ik om een schorsing van twee minuutjes vragen.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Om gelijk maar even op de laatste vraag in te gaan: ik begrijp de zorg heel goed. We weten dat het niet goed gaat. We hebben ook aangegeven dat we niet voor niks die wetgeving gaan invoeren. Wat we kunnen doen, en wat ook binnen onze verantwoordelijkheid past, is een brief sturen aan de VNG en de jeugdzorgaanbieders met de oproep om te stoppen met het sturen van kinderen naar andere landen. We kunnen er niet voor gaan liggen. Dat past gewoon niet bij de verhoudingen die we hebben. Het doen van een nadrukkelijke oproep, ook mede omdat de Kamer hierom vraagt, is het ultieme dat we op dit moment kunnen doen, denk ik.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Volgens mij ligt de rol om dat te doen in de eerste plaats bij de gemeentes. In hun rol hebben zij de verantwoordelijkheid om toe te zien op de continuïteit van zorg. Zij sluiten ook de contracten met de zorgaanbieders. In de casus waar het mis is gegaan, zien we dat de gemeente die rol ook pakt. De gemeente Utrecht doet nu namelijk ook onderzoek. We willen voorkomen — dat was uw vraag — dat kinderen er nu nog naartoe gaan. We kunnen in ieder geval aan de gemeentes en de zorgaanbieders vragen: doe dat nu niet. Ook zijn we bezig met wetgeving om dit dicht te zetten.

Bron, video en gesprek →
30 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Mevrouw Synhaeve vroeg naar Handle with Care. We hoorden bij het bezoek waar ik was met de staatssecretaris van OCW dat er belemmeringen zouden zijn voor een bredere uitrol van Handle with Care, met name wettelijke belemmeringen. Wij herkenden dat niet meteen, maar we zijn nu wel even aan het kijken wat dat precies is. We voeren daarover ook gesprekken. Ik zal u daar in de volgende voortgangsbrief over informeren. Dan had de heer Hamstra van mij nog een antwoord tegoed over de vraag over administratieve lasten. Er wordt nu door AEF gewerkt aan een rapport over administratieve lasten rond contractmanagement van contracten van jeugdhulpregio's. Dat rapport wordt in het najaar opgeleverd. Ik zal dat met de volgende brief, voor het WGO van eind november, meesturen met een beleidsreactie. U had ook nog gevraagd of we niet kunnen kijken of de middelen voor de kinderopvang rechtstreeks naar de pleegouders of de pleegzorgorganisaties kunnen. Dat hadden we al bekeken. Dat zou natuurlijk het makkelijkste zijn, maar dat blijkt gewoon niet mogelijk te zijn. Daarom hebben we gezegd: dan moet het maar via het gemeentefonds. We vragen nu aan gemeentes om dat uit te keren. Voor de langere termijn geldt dat we vanaf 2028 gaan kijken of we dit in de toekomst anders kunnen doen. Mevrouw Van Meetelen vroeg: wat zijn de consequenties van het niet melden? In eerste instantie kan en moet de gemeente het onderzoek doen en de aanbieder aanspreken. IGJ kan de instellingen in Nederland ook aanspreken over het niet volgen daarvan. Nogmaals, we willen bij wet ook regelen dat dit niet meer kan. Meneer Hamstra vroeg of jongeren worden betrokken bij de dingen die we ontwikkelen. Ja, de NJR is daarbij betrokken. De kinderrechtentoets passen we toe op de reikwijdte. In die zin zijn jongeren dus ook een soort van betrokken. Ten slotte had PRO nog een vraag over de marktwerking. Via de macrobeheersing kijken we naar de inrichting van het stelsel; dat is die laag dieper. Ook proberen we het natuurlijk aan banden te leggen via de vergunningenplicht.

Bron, video en gesprek →