KamerkringInloggen
Kamerbrief

Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI) en dierproeven

5 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 53b2c98a0bf42ce7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 336DierproevenNr. 173 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 juni 2026Met deze brief informeer ik de Kamer over mijn inzet op dierproeven ende transitie naar proefdiervrije innovatie (paragraaf I), gevolgd door deuitvoering van diverse moties en toezeggingen op dit beleidsterrein(paragraaf II). Hiermee kom ik, vooruitlopend op het Commissiedebatdieren buiten de veehouderij van d.d. 3 september 2026, tegemoet aan dewens van de Kamer om te vernemen wat mijn inzet is op dit beleids-terrein.I. Inzet op dierproeven en transitie naar proefdiervrije innovatie Er is een brede maatschappelijke wens om dierproeven af te bouwen. Nietalleen vanwege het ethische aspect, maar ook omdat dierproevengeregeld onvoldoende opleveren bij het ontwikkelen van nieuwebehandelingen voor de mens. Afbouwen kan echter niet van de één op deandere dag, maar vergt een lange adem. Zo zijn er nog niet voor alledierproeven bewezen proefdiervrije methoden, en kan één proefdiervrijemethode meestal niet een dierproef in het geheel vervangen. Nieuwegeneesmiddelen en chemicaliën moeten getest worden op hun veiligheiden werkzaamheid. Ook voor dit soort testen zijn er nog niet voldoendeproefdiervrije methoden om zonder gebruik van dierproeven het huidigebeschermingsniveau van mens, dier en milieu te waarborgen.Alle dierproeven worden geregistreerd en daar wordt jaarlijkse overgerapporteerd in de Zodoende. In 2024 zijn totaal 435.263 dierproevenuitgevoerd in Nederland (bijlage 1). Dit betekent een lichte stijging tenopzichte van 2023, maar nog steeds een daling ten opzichte van 2022. Hetaantal dierproeven schommelt daarmee jaarlijks rond de 450.000. Hoewelde Zodoende cijfers inzicht geven in de totale aantallen, biedt het weiniginformatie over hoe het dierproevengebruik in Nederland zich ontwikkeltper domein. Immers, de inzet ervan fluctueert sterk per toepassing, zomaakten de wettelijk verplichte dierproeven in 2024 ongeveer een derdevan het totaal uit, en fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek elk kst-32336-173ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1731 minder dan 20%. Ieder jaar bied ik deze cijfers aan aan de Kamer, echterzijn de cijfers over 2024 wat later dan gebruikelijk. Dit is het gevolg vaneen wijziging in de uitvoering van de registratie van dierproeven. Per 2025is de wettelijke taak voor registratie overgedragen van de NederlandseVoedsel- en Warenautoriteit (NVWA) naar de organisatie die tevens dewerkzaamheden van het CCD en de NCad ondersteunt, het Onder-steunend Bureau Dierproeven en Alternatieven (OBDA). Hiermee zijn eenaantal taken die samenhangen met het dierproevenbeleid logisch bijelkaar gebracht. De cijfers over 2025 zullen naar verwachting op hetgebruikelijke tijdstip worden gepubliceerd (uiterlijk Q1 2027). Om meerinzicht te krijgen in de trends per toepassingsdomein over de jaren heen,werkt het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) momenteelaan een duiding van de dierproevencijfers. Deze adviesvraag zal meerinzicht bieden in hoe domeinen, waar dierproeven worden ingezet, zichontwikkelen, welke trends er zijn en waar aangrijpingspunten liggen voorbeleid. Deze duiding wordt half juni verwacht.Dierproeven mogen niet zomaar uitgevoerd worden in Nederland, dat isgeregeld in de Wet op Dierproeven. De Centrale Commissie Dierproeven(CCD) ziet toe op het gebruik van dierproeven en geeft pas eenvergunning af wanneer het belang van de proef zwaarder weegt dan hetdierenleed. Hierbij geldt een «nee, tenzij» principe wat betekent dat eendierproef in beginsel verboden is, tenzij er geen proefdiervrije methodenbeschikbaar zijn. De kern van mijn beleid is dan ook om in te blijven zettenop opbouw van proefdiervrije innovatie, zodat over de tijd steeds meerafbouw van dierproeven mogelijk wordt. Hiervoor moeten proefdiervrijemethoden doorontwikkeld worden tot gevalideerde, reproduceerbare enbreed erkende proefdiervrije methoden, die bewezen minstens evengoede of betere resultaten leveren dan dierproeven. Dit vraagt niet alleenom technologische ontwikkelingen maar ook om transparantie (bijv.Preclinicaltrials.eu1), vindbaarheid van onderzoeksmodellen (o.a. via AI)en laagdrempelige toegang tot experts op het gebied van proefdiervrijeinnovaties.Om toegang tot die expertise te verbeteren heb ik een haalbaarheids-studie laten doen (bijlage 2). Het rapport benadrukt het belang vankennisverbinding: hoewel er veel informatie over New ApproachMethodologies (NAMs, een in het veld gangbare term voor proefdiervrijeinnovaties) beschikbaar is, is niet altijd duidelijk of deze methoden passenbij specifieke onderzoeksvragen. Experts kunnen hierin adviseren endaarvoor is nu een helpdesk beschikbaar genaamd Suppo3Rt. Er isenthousiasme voor Suppo3Rt, inmiddels zijn er drie casussen succesvolbehandeld. De Universiteit Utrecht geeft in het rapport de volgende vijfadviezen:1.Implementatie Suppo3Rt met kosteloze deelname voor bekendheiden financieel plan.2.Succesverhalen delen via nieuwsbrieven, sociale media en congres-sen.3.Betrek IvD’s, DEC’s en financiers om hulpvragen te stimuleren.4.Onderzoek Europese profilering en verduurzaming financiële basis.5.Overweeg dringend advies bij vergunningsaanvragen met veelproefdieren of ernstig ongerief.1Dit is een online register waar protocollen van dierproeven en de resultaten daaruit kunnenworden gepubliceerd, met als doel transparanter te maken welke diermodellen zijn gebruiktvoor een bepaalde proef, onder welke omstandigheden, en welke resulaten daaruit zijngekomen. Dit kan onnodige herhaling van dierproeven helpen voorkomen omdat inzichtelijk iswelk model waarvoor geschikt is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1732 De eerste drie adviezen zijn al uitgevoerd met een 2-jarige subsidie. Ikneem de overige twee adviezen ook over en ga hier ook nader met deCCD over in gesprek.Een transitie is een dynamisch proces, dat zich niet in een rechte lijn laatplannen en waar veel factoren van invloed zijn. En blijft, zoals gezegd, hetgebruik van proefdieren nog noodzakelijk. Zo is het onderzoeken en testenop bepaalde complexe processen in het lichaam, zoals het immuun-systeem, nog niet mogelijk zonder proefdieren. Waar proefdieren nognodig zijn is het natuurlijk van belang dat het welzijn van proefdierengoed geborgd is. Daar zet ik op in met het zogenoemde 3V-beleid, gerichtop het vervangen, verminderen en verfijnen van proefdieronderzoek. Aande andere kant zien we dat bijvoorbeeld bij het onderzoek gericht opindividuele organen van de mens proefdiervrije innovaties inmiddelsveelbelovende resultaten laten zien. Voor onderzoek naar schadelijkheidvoor de lever van potentieel nieuwe geneesmiddelen, zijn deze nieuwetestsystemen geschikter dan dierproeven. Ook wordt er binnen Ombion2gewerkt aan een model waarmee met cellen van een patiënt zogenoemdeorganoïden (een soort mini-orgaantjes) kunnen worden gemaakt. Hiermeekan voor patiënten met taaislijmziekte beter worden ingeschat welkebehandeling bij hen zal aanslaan.Onderzoeksvelden verschillen in de mate waarin proefdiervrije innovatiestoegepast kunnen worden, daarom blijft het nodig de focus te houden opwaar de meeste kansen liggen.Ik zet mij onverminderd in om de transitie te versnellen en ben daaromblij dat een steeds grotere groep zich aansluit bij de missie «Betervoorspellen zonder proefdieren» van het TPI-partnerprogramma. In ditprogramma werk ik, met inmiddels 13 partners, samen aan de ambitie omNederland als katalysator van de Europese transitie naar proefdiervrijeinnovatie verder te positioneren. Dat samenwerking met partners van totsucces kan leiden blijkt wel uit de toekenning van € 124,5 miljoen uit hetNationaal Groeifonds voor het Ombion centrum. Hiermee heeft Nederlandeen gespecialiseerd centrum voor proefdiervrije biomedische translatiegekregen wat werkelijk uniek is in Europa. Samen met 60 partners, vanacademie tot industriële toepassing en regulatoire implementatie wordtover de hele kennisketen gewerkt aan het opschalen van proefdiervrijeinnovatie, mét daarbij het creëren van bedrijvigheid. De betrokkenheidvan de steeds groter wordende en diverse groep aan stakeholders binnenOmbion en het TPI-partnerprogramma laat zien dat deze aanpak werkt endat dit steeds meer kansen biedt voor allerlei partijen.Stichting Young TPImaakt daar ook onderdeel vanuit, zij spelen een belangrijke rol in hetbetrekken van de volgende generaties bij de transitie. Daarom blijf ikstichting Young TPI ondersteunen3, zodat ook de volgende generatiemeedenkt over de transitie en waar mogelijk proefdiervrije keuzes maakt.Voor wettelijk vereiste veiligheidstests waar dierproeven nog nodig zijn isinternationale afstemming noodzakelijk. Veel dierproeven die voor ditdoeleinde worden ingezet zijn vastgelegd in internationale richtlijnen.Daarnaast gelden in verband met het gelijke speelveld binnen de hele EUdezelfde regels gelden voor het gebruik van dierproeven. Dit maakt datsturen op de transitie niet alleen in Nederland kan maar juist ook opEuropees en internationaal niveau moet. Nederland wordt in Europa alsvoorloper in de transitie naar proefdiervrije innovatie gezien. Dat biedtkansen voor samenwerking met de Europese Commissie en anderelidstaten om gericht de validatie van proefdiervrije innovaties te onder-steunen, met internationale impact. Ik zal daarom in Europa blijven pleiten2Het Nationaal Groeifondsproject Ombion Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie3Het gaat om een jaarlijkse subsdie van 10.000 euroTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1733 voor versnelling van de internationale acceptatie van proefdiervrijeinnovaties. Dit doe ik in twee Europese trajecten:European Research Area beleidsvoorstel (ERA)Met het ERA-voorstel gaat het innovatiebeleid rondom proefdiervrijeinnovaties tussen EU-lidstaten en de Europese Commissie gestroomlijndworden. Als een van de initiators vormt Nederland samen met deCommissie en stakeholder EU-life de stuurgroep van de ERA. We hebben18 lidstaten aan het New Approach Methodology4 ERA-voorstel weten tebinden. Nu ook de experts uit alle deelnemende lidstaten zijn betrokken ishet project definitief van start gegaan. Vier werkgroepen gaan werken aanbelangrijke thema’s in de transitie naar proefdiervrije innovatie, specifiekbinnen biomedisch onderzoek en het testen van geneesmiddelen:•Prioritering van ontwikkeling van NAMs die effectief bepaaldedierproeven kunnen vervangen en het stroomlijnen van Europeseonderzoekinfrastructuren;•Opstellen van criteria waar NAMs aan moeten voldoen om gekwalifi-ceerd te worden voor opname in wettelijk vereiste tests van genees-middelen en het aanwijzen van kansrijke NAMs;•Identificeren en verspreiden van best practices binnen onderwijspro-gramma’s door Europa en het opstellen van onderwijsmodules, voorde opleiding van studenten, wetenschappers en autoriteiten in detoepassing van NAMs;•Werken aan bewustzijn rondom het gebruik van NAMs en dierproeven,het vergroten van transparantie van resultaten en bijdragen aan OpenScience.Nederland kan een grote bijdrage leveren aan de doelen van de ERA.Nederlandse partijen, waaronder TPI-partners, zijn goed vertegen-woordigd in de werkgroepen. Voor de financiering van de activiteitenbinnen de ERA is er onder leiding van Ombion een subsidieaanvraag bijde Commissie ingediend. Samen met mijn trekkersrol vanuit deERA-stuurgroep, biedt dit project de ideale gelegenheid om het TPI-beleidbreder te verspreiden binnen Europa.Roadmap van Europese CommissieIk ben blij dat de Europese Commissie het langverwachte stappenplanvoor uitfasering van dierproeven voor het testen van chemische stoffenrecent heeft gepubliceerd. Volgens de gebruikelijke procedure zal ik deKamer informeren over mijn appreciatie en inzet ten aanzien van ditstappenplan door middel van een BNC-fiche. Deze hoop ik halverwege julimet de Kamer te kunnen delen.Ik vind het belangrijk dat die Roadmap effect gaat hebben en wil datNederland daar een bijdrage aan gaat leveren. Daarom laat ik in kaartbrengen welke stappen belangrijk zijn in het proces van ontwikkeling naarimplementatie van NAMs op het gebied van chemische stoffen. Dezekennis zal inzicht bieden in wat beleidsmakers kunnen doen om imple-mentatie van NAMs te bespoedigen, en is daardoor ook relevant voor hetstappenplan van de Commissie. Het overzicht dat ik laat maken zal ik ineen workshop laten toetsen met internationale beleidsadviseurs. Het doelis om, samen met de Commissie en vertegenwoordigers uit verschillendelanden te verkennen welke beleidsinterventies effectief zijn om verschil-lende fases van het NAMs implementatieproces te versnellen, en zo ook4New approach methodology (NAM) is de Engelse term voor proefdiervrije onderzoeks-methodesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1734 bij te dragen aan de implementatie van het stappenplan van deCommissie.II. Uitvoering van moties en toezeggingen a) Inzet van AI voor vinden van proefdiervrije innovatieDeze motie van lid Wassenberg (Kamerstuk 32 336 nr. 129, van d.d. 7 juni2022) verzoekt de regering om te zorgen dat kunstmatige intelligentie (AI)ingezet wordt om het zoeken naar het beste onderzoeksmodel eenvoudigte maken en zo onnodige dierproeven te voorkomen. Ter uitvoering vandeze motie heeft TNO in opdracht van LVVN een digitaal platformINoVAhub5 ontwikkeld. Dit platform is in het najaar van 2025 gelanceerd.Dit gratis platform biedt onderzoekers een tool om te zoeken naar hetbeste model voor een onderzoeksvraag, waarbij beschikbare proefdier-vrije innovaties zichtbaar en vergelijkbaar worden gemaakt. Ik beschouwdaarmee deze motie als afgedaan.b) Knelpunten van lab naar praktijkIn het debat van 29 januari 2025 is toegezegd om de Kamer te informerenover de voortgang op zowel de validatie- als de financiële routekaart(TZ202502-024). Deze toezegging houdt verband met twee eerdere moties:i.Motie van de leden De Groot en Valstar van d.d. 20 mei 2021(Kamerstuk 32 336, nr. 117) die de regering oproept in kaart tebrengen hoe de knelpunten op de route van laboratorium naarpraktijk voor dierproefvrije innovaties kunnen worden weggenomenenii.Motie van de leden De Groot en Haverkort van d.d. 7 juni 2022(Kamerstuk 32 336, nr. 139) die de regering verzoekt waar mogelijkknelpunten op de route van lab naar praktijk op te lossen, enhierover jaarlijks te rapporteren aan de Kamer.Als invulling van deze moties zijn zowel een validatie- als een financiëleroutekaart ontwikkeld6. De validatie routekaart, de NAM Navigatorgenoemd, is als eerste in gebruik genomen, de Kamer is in juni vorig jaarover de lancering geïnformeerd7. De tweede routekaart, de NAMs FundingCompass, is nu ook gereed. Deze webapp biedt een uitgebreid overzichtaan financieringsinstrumenten die aansluiten bij de eerste ontwikkelingtot en met het naar de markt brengen van proefdiervrije innovaties. Detool is beschikbaar op de website van het TPI-programma8.Zoals de tweede motie verzocht, is de Kamer gedurende de ontwikkelingjaarlijks over de voortgang, op de routekaarten en aanvullende activiteitenom knelpunten aan te pakken, geïnformeerd. Met de oplevering van beideroutekaarten beschouw ik deze twee moties en de toezegging9 alsafgedaan.c) Inzetten op proefdiervrije innovatieMet de motie van leden Graus, Van Campen en Flach van d.d. 20 februari2025 (Kamerstuk 32 336 nr. 163) wordt de regering verzocht, waar enindien mogelijk in te zetten op proefdiervrije modellen en testen. Hetstimuleren van ontwikkeling, validatie en implementatie van proefdiervrije5https://inovahub.tno.nl/6Kamerstuk 32 336 nr. 124 d.d. 14 april 20227Kamerstuk 32 336, nr. 1668https://www.animalfreeinnovationtpi.nl/tpi-initiatives/nams-funding-compass9Motie (leden de Groot en Valstar) Kamerstuk 32 336, nr. 117 d.d. 20 mei 2021, motie (leden DeGroot en Haverkort) Kamerstuk 32 336, nr. 139 d.d. 7 juni 2022 en toezegging TZ202502-024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1735 innovaties en het terugdringen van dierproeven, zijn de kern van mijnTPI-beleid. Ter uitvoering van deze motie geef ik een extra impuls in eenspecifiek domein. Ik ga Wageningen Food Safety Research (WFSR)opdracht geven om een volledig diervrije NAM op het terrein vanvoedselveiligheid te ontwikkelen. WFSR heeft veel ervaring met ontwik-keling en implementatie van NAMs. De goede contacten van WFSR metde regelgevende instanties op het terrein van voedselveiligheid, zorgenvoor goede kansen op een uiteindelijke implementatie van de methode inde internationaal geaccepteerde testrichtlijn. Ook zal er binnen dit projectgewerkt worden aan volledig diervrij maken van al geaccepteerde NAMs,aangezien sommige NAMs bijvoorbeeld nog wel gebruik maken vandierlijke producten. Hiermee beschouw ik deze motie als afgedaan.d) Proefdiervrije methoden meer stimuleren, bijvoorbeeld door overheids-subsidies voor dierproeven stapsgewijs over te hevelenMet deze motie van leden Kostic´, den Hollander, Grinwis en Graus(Kamerstuk 36 600 XIV nr. 53, d.d. 17 oktober 2024) wordt de regeringverzocht om te onderzoeken hoe de ontwikkeling en toepassing vaninnovatieve, proefdiervrije methoden meer kan worden gestimuleerd,bijvoorbeeld door overheidssubsidies voor dierproeven stapsgewijs overte hevelen, zonder gevolgen voor noodzakelijk onderzoek naar levensbe-dreigende ziekten en infectieziekten. Adviesbureau Andersson Elffers Felix(AEF) bracht in opdracht van LVVN vijf beleidsopties in kaart, deze zijn inhet bijgevoegde rapport «Slim versnellen» (bijlage 3) beschreven. Uitgesprekken die AEF voerde bleek dat de ambitie om de transitie teversnellen breed wordt gedeeld, al verschillen de meningen over route,tempo en eindpunt. Hieronder ga ik in op de 5 beleidsopties uit hetrapport.1. Overhevelen van publieke financiering AEF concludeert dat het verplaatsen van publieke middelen van proefdier-naar proefdiervrij onderzoek weinig effect zal hebben, omdat er nauwe-lijks specifieke budgetten voor proefdieronderzoek bestaan. Bovendienkan rigide financiële druk de polarisatie vergroten en de transitievertragen. Zowel het huidige AEF-rapport als eerdere bevindingen vanTechnopolis Group (2020)10 bevestigen dat deze optie zowel quadoeltreffendheid als doelmatigheid tekortschiet. Op basis hiervan oordeelik dat overhevelen van financiering geen doelmatige of effectieve ingreepis.2. Erkennings- en waarderingsbeleid Het rapport bevestigt de positieve werking van zachte stimulering vanprijzenswaardige initiatieven uit het veld. Ik onderschrijf dit en maak hieral gebruik van in mijn beleid. Voorbeelden zijn de streefbeelden, dezevisies zijn door de onderzoeksdomeinen zelf geformuleerd, en schetsen degewenste toekomst voor hun vakgebied ten aanzien van de ontwikkelingvan proefdiervrije innovaties. Ik steun deze initiatieven en versterk ze meteen nieuwe prijs voor jonge onderzoekers: de NAM-stimuleringsprijs(€ 3.000/jaar). Onderzoeksfinancier ZonMw zal deze prijs de komende10 jaar uitreiken, eerst voor het cardiovasculair onderzoeksdomein enlater ook voor neurologie en immunologie.10Kamerstuk 32 336 nr. 110, d.d. 5 november 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1736 3. Trajectfinanciering NAMs AEF adviseert om in te zetten op financiering van het hele NAM-onder-zoekstraject, van ontwikkeling tot validatie en implementatie. Dit helpt de«valley of death» weg te nemen en heeft brede steun in het veld. Ikonderschrijf dit advies, dat ook onderdeel is van mijn beleid. Eenvoorbeeld is het groeifondsproject Ombion, binnen dit centrum is er bijuitstek aandacht voor de financiering van de gehele kennisketen. Maarook andere initiateven zoals de Nederlandse Wetenschaps Agenda-subsidie «Do-React» en het ERA-project zijn gericht op validatie enimplementatie van NAMs. Ook TPI-partners zetten hierop in, zoals deorgan-on-chip oproep van Health-Holland.4. Publiek-private samenwerking In het rapport wordt publiek-private samenwerking voor de transitiebenadrukt. De ervaring is dat bedrijven vaak pas na de academischeproof-of-conceptfase betrokken worden, wat de ontwikkeling van NAMskan vertragen. De private partijen zijn vaak de eindgebruikers en ikonderschrijf het belang dat zij eerder in het proces moeten wordenbetrokken. Het TPI-partnerprogramma en financieringsinstrumenten, zoalsgenoemd onder het kopje over de trajectfinanciering, stimuleren dezesamenwerking. Ombion speelt ook daar een belangrijke rol, inmiddelshebben zij al 59 stakeholders, waaronder veel bedrijven, aan zichgebonden. Ik ben ervan overtuigd dat op basis hiervan er op dit momentvoldoende ruimte is voor publiek-private samenwerking en ook voor hetvroegtijdig betrekken van het bedrijfsleven, zoals AEF adviseert.5. Versterken van bewustzijn en infrastructuur in het onderwijs Het rapport adviseert de inzet op bewustzijn en infrastructuur van NAMsvoor het onderwijs te versterken. Bestaande initiatieven, zoals opleidingenvia Ombion, de minor en master aan de Hogeschool Utrecht11, hetFCS-free project van het Utrecht 3R centre (3RCU) en het ERA-beleids-traject, dragen hier al aan bij. Ik onderschrijf het belang van onderwijsvoor de implementatie van nieuwe methoden en zal de Kamer jaarlijksinformeren over de voortgang binnen de ERA-werkgroep die de beschik-baarheid van trainingen & opleidingen in beeld brengt.Met de aanbieding van het AEF-rapport en mijn zienswijze hierop,beschouw ik de motie en toezegging (TZ202502-023), om de resultatenvan het onderzoek met de Kamer te delen, als afgedaan. In september vandit jaar ontvang ik bovendien nog het NCad-advies over de transitie naareen proefdiervrije samenleving, ik verwacht dat dat rapport ook adviezenzal bevatten die helpen bij het verder aanjagen van de transitie.e) Actieplan voor een snelle verlaging van het aantal in voorraad gedodeproefdierenTer invulling van deze motie van lid Wassenberg (Kamerstuk 32 336,nr. 140 d.d. 7 juni 2022), ontving de Kamer in november 2025 (Kamerstuk32 336, nr. 155) een rapportage van de werkgroep fok-coördinatoren metdaarin aanbevelingen voor het terugdringen van het aantal gedode dierenzonder voorafgaande handeling. Een van deze aanbevelingen ging overna- en bijscholing van fok-coördinatoren en andere geïnteresseerden omzo het kennisniveau op dit gebied in Nederland op peil te houden enverder door te ontwikkelen. In mijn opdracht is er een e-learning module11Aanbod Hogeschool Utrecht «Innovative Testing in Health and Disease» (minor) en dedeeltijdmaster «Veranderkunde binnen Dierproefvrije Innovaties»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1737 gemaakt die zich richt op het fokken van proefdieren op een zo efficiëntmogelijke manier, met als doel het aantal benodigde dieren te minimali-seren. In de module wordt doorverwezen naar verdere achtergrondinfor-matie. De e-learning module als ook de map met achtergrondinformatiezijn toegankelijk voor professionals werkzaam binnen de proefdier-kunde12. Met de oplevering van deze e-learning module beschouw ik dezemotie als afgedaan.AfsluitingDe transitie naar proefdiervrije innovaties vordert gestaag, zowelnationaal als internationaal en de ambitie om de transitie te versnellenwordt breed gedeeld. Ik ben blij om te zien dat het momentum duidelijktoeneemt, niet in de laatste plaats door inspanningen vanuit Nederland.Zowel hier als op Europees niveau zien we dat proefdiervrij onderzoek eensteeds prominentere plek inneemt. De potentie van NAMs wordt steedsmeer erkend. Binnen de Rijksbrede visie op biotechnologie13, de NationaleTechnologie Strategie14 en het Wennink rapport15 worden organ-on-chipen organoid-technologie, naast de potentie voor efficiëntere geneesmid-delontwikkeling en het afbouwen van dierproeven, ook benoemd alseconomische kans voor Nederland. Ik zal in Europa blijven pleiten voorhet opschalen van NAMs. Ik heb ook oog voor de weerstand, ik begrijp datmeningen uiteenlopen over de route, tempo en eventueel gewensteeindpunt van de transitie, daarom blijf ik ook inzetten op dialoog met allebetrokkenen om gezamenlijk vooruitgang te blijven boeken. Zoals gezegdverwacht ik de Kamer nog voor het zomerreces te kunnen informeren overhet rapport van het NCad met een duiding van de proefdiercijfers en na dezomer over het NCad advies over de transitie naar een proefdiervrijesamenleving.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. Erkens12via het zogenoemde MyDALAS-platform13Kamerstuk 27 428 nr. 408, d.d. 11 april 202514Kamerstuk 33 009 nr. 140, d.d. 19 januari 202415Kamerstuk 32 637 nr. 739, d.d. 12 december 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1738

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 29db07605583113d

14 okt 2026 · bafbb2cef0be0c40

13 okt 2026 · 68f9327f38f24016

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.