KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief Wet BIG 2025

25 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d165fba8bfa37cba · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 282Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsectorNr. 615 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 november 2025In Nederland werken ruim 1,6 miljoen mensen in zorg en welzijn. Deuitoefening van de individuele gezondheidszorg is in principe vrij vooriedereen. Het is belangrijk om alleen die beroepen wettelijk te regulerenwaarvoor dat vanuit patiëntveiligheid nodig is. Rond 385.000 zorgmede-werkers werken in een gereguleerd beroep en zijn ingeschreven in hetBIG-register.De Wet BIG kent twee regimes om beroepen te reguleren. Er is eenzogenaamd «zwaar» regime op grond van artikel 3 Wet BIG en een »licht»regime op grond van artikel 34 Wet BIG. Beroepen in het lichte regimekennen een beschermde opleidingstitel. Het zware regime ziet opbeschermde beroepstitels. Beroepsbeoefenaren die een beschermdeberoepstitel willen voeren, moeten zich in het BIG-register inschrijven. Hettuchtrecht is op hen van toepassing.Uitgangspunt van de Wet BIG is het zogenoemde «nee, tenzij principe».Niet alle beroepen en handelingen in de zorg hoeven wettelijk te wordengereguleerd. De Wet BIG biedt nu al veel flexibiliteit en ruimte omvoorbehouden handelingen te laten verrichten door nietBIG-geregistreerde zorgmedewerkers.1 Samen met diverse veldpartijen2 isvoorlichting ontwikkeld over de mogelijkheden van deze opdrachtver-lening via de Wet BIG. Dit zorgt voor meer flexibiliteit op de arbeidsmarkten draagt bij aan het beter benutten van ieders talent. Deze informatie is1Artikelen 35 en 38 van de Wet BIG.2Actiz, Regioplus, V&VN, Groep 34, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering derGeneeskunst (KNMG), Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheel-kunde (KNMT), Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM), Nederlandse Verenigingvoor Psychiatrie (NVvP), Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF),Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het CIBG. kst-29282-615ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6151 verspreid onder de doelgroep en te vinden op de site van de rijks-overheid.3Sinds de inwerkingtreding van de Wet BIG in 1997 zijn de zorg ensamenleving sterk veranderd, wat een grote impact heeft op de zorgme-dewerkers en de Wet BIG. Zo zijn er maatschappelijke ontwikkelingen,wordt er meer in teamverband gewerkt en wordt er meer ingezet oppreventieve zorg. Hiernaast komen technologische innovaties met hogesnelheid op de zorg af, denk aan robots die operaties kunnen uitvoeren ofde mogelijkheden van Artificial Intelligence om het werk van zorgmede-werkers te verlichten. Deze ontwikkelingen en de krapte op de arbeids-markt vragen om een Wet BIG die kwaliteitsdoelstellingen en patiëntvei-ligheid alleen reguleert als dat echt noodzakelijk is. De Wet BIG blijft inbeweging. Het afgelopen jaar is op verschillende onderwerpen binnen deWet BIG voortgang geboekt. Daarbij is gewerkt aan de actualisering vanhet wettelijk kader, zodat de Wet BIG beter aansluit bij de ontwikkelingenin de zorg. In het vervolg van deze brief informeer ik uw Kamer aan dehand van een viertal thema’s over de resultaten tot nu toe, de vervolg-stappen en enkele actuele ontwikkelingen:1.Toekomstbestendige Wet BIGËAdvies Gezondheidsraad over toekomstbestendigheid Wet BIGËWetsvoorstel wijziging Wet BIG in verband met het opnemen vanmedisch hulpverlener acute zorg (MHAZ) en klinisch fysicus (KF)in de lijst van registerberoepenËEvaluatie van het tuchtrechtËPeriodiek Registratie Certificaat voor artsen en fysiotherapeuten2.Uitvoering Wet BIGËNieuw duurzaam BIG-registerËTarieven van BIG-producten en dienstenËBeroepsinhoudelijke toets buitenslands gediplomeerden3.Benutten van ieders talentËSamenwerking met informeel netwerkËMondzorgËCosmetische sectorËPilot Eerder Verworven Competenties voor psychologenAd 1. Toekomstbestendige Wet BIG• Advies Gezondheidsraad over toekomstbestendigheid Wet BIGUw Kamer is bij brief van 12 november 20244 geïnformeerd dat deGezondheidsraad (GR) in juni 2023 is gevraagd om advies uit te brengenover de toekomstbestendigheid van de Wet BIG, met specifieke aandachtvoor de criteria rond voorbehouden handelingen en de toelating vannieuwe beroepen. De GR heeft zijn advies op 6 juni 2025 vastgesteld. Op16 juni 20255 heeft uw Kamer het GR-advies, getiteld «De Wet BIG;toetsingskader voor beroepen en voorbehouden handelingen herzien»,voorzien van een beleidsreactie, ontvangen.In het advies schetst de GR een richtinggevend kader voor het regulerenvan beroepen en voorbehouden handelingen, met als doel meerduidelijkheid en consistentie in de toepassing van de Wet BIG. De GRadviseert bovendien dat dit richtinggevende kader voor de toepassing inde praktijk verder moet worden uitgewerkt door een onafhankelijke,adviserende instantie. De GR heeft daarbij het uitgangspunt van de WetBIG nadrukkelijk onderschreven: beroepen worden niet gereguleerd, tenzij3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2023/10/06/opdrachtregeling-voorbehouden-handelingen.4Kamerstuk 29 282, nr. 583.5Kamerstuk 29 282, nr. 608.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6152 dit noodzakelijk is om patiënten te beschermen tegen onzorgvuldig ofondeskundig handelen. Onnodige regulering kan leiden tot beperkingen inde inzetbaarheid van zorgmedewerkers, arbeidsmarktkrapte, prijsopdrij-vende effecten en extra administratieve lasten. Om de arbeidsmarktflexibel te houden, is het wenselijk zo min mogelijk te reguleren, waarbijpatiëntveiligheid altijd centraal staat. Gelet op deze veranderde omstan-digheden is het experimenteerartikel – ingevoerd met het oog optaakherschikking – niet meer een passend instrument. De GR adviseertdan ook om de experimenteerregeling, artikel 36a van de Wet BIG, af teschaffen. De GR stelt dat taakherschikking op andere manieren kanworden bereikt, bijvoorbeeld via de opdrachtregeling en functionelezelfstandigheid.Daarnaast benadrukt de GR in zijn advies dat de vraag of een beroepgereguleerd moet worden de verantwoordelijkheid van de Minister is enniet van de beroepsgroepen zelf. Verzoeken tot regulering komen vaakvanuit beroepsgroepen omdat wettelijke regulering (ten onrechte) wordtgezien als oplossing voor financieringsproblematiek of erkenning vankwaliteit van het werk. Deze wensen staan echter op gespannen voet methet «nee, tenzij principe» van de Wet BIG. Verzoeken van beroepsgroepenkunnen volgens de GR wel worden benut om knelpunten in kwaliteit enpatiëntveiligheid te signaleren en om te verkennen of verdere reguleringwenselijk is.In de beleidsreactie van 16 juni 20256 heeft mijn ambtsvoorganger hetadvies van de GR onderschreven. Ik deel de lijn van de GR dat verzoekenvan beroepsgroepen als signalen moeten worden beschouwd diezorgvuldig moeten worden gewogen op hun betekenis voor kwaliteit enpatiëntveiligheid. De gedane aanbevelingen om het richtinggevende kadervan de GR nader uit te laten werken, deze uitwerking en de adviestaak tebeleggen bij een onafhankelijke, adviserende instantie en de experimen-teerregeling niet voort te zetten, zullen worden opgevolgd. Mijn ambts-voorganger heeft eerder aangegeven een mogelijke rol te zien voor hetZorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut). Deze mogelijkheid isafgelopen maanden verder verkend. Het Zorginstituut heeft aangegevenbereid te zijn deze rol op zich te nemen, wat goed past bij zijn bestaandedeskundigheid op het terrein van de Wet BIG. Deze structurele, advise-rende rol wordt bij het Zorginstituut belegd en zal verder wordenvormgegeven. Als hiervoor aanpassing van wet- of regelgeving nodig is,wordt dit betrokken bij de nota van wijziging bij het wetsvoorstelwaarmee de beroepstitels voor de MHJAZ en KF worden geregeld7. In dienota van wijziging neem ik het afschaffen van de experimenteerregelingop. Ondertussen blijft, zoals eerder aan uw Kamer gemeld8, hetuitgangspunt dat geen regulering van nieuwe beroeps- en opleidingstitelsof uitbreiding van bevoegdheden ten aanzien van voorbehoudenhandelingen plaatsvindt, totdat de nadere invulling van de adviestaak vanhet Zorginstituut is afgerond. Uitzonderingen vormen de beroepenwaarvoor vóór de adviesaanvraag aan de GR besluitvorming werdvoorbereid, te weten de MHAZ en de klinisch KF. Zie hieronder.• Wetsvoorstel wijziging Wet BIG in verband met het opnemen van MHAZen KF in de lijst van registerberoepenIn de brief van 12 november 20249 is uw Kamer geïnformeerd over devoorgenomen internetconsultatie van een wetsvoorstel om de MHAZ en6Kamerstuk 29 282, nr. 608.7Kamerstuk 36 832, nr. 2 en 3.8Kamerstuk 29 282, nr. 583 en Kamerstuk 29 282, nr. 608.9Kamerstuk 29 282, nr. 583.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6153 de KF te reguleren als registerberoepen op grond van artikel 3 van de WetBIG. Begin 2025 heeft de internetconsultatie over deze wijziging plaatsge-vonden en afgelopen zomer is het voorstel naar de Raad van Stategestuurd. Ik ben blij u te kunnen berichten dat de Raad van State eenblanco advies op het wetsvoorstel heeft uitgebracht. Op 4 oktober 2025 ishet wetsvoorstel aan uw Kamer aangeboden. Met dit wetsvoorstel wordtuitvoering gegeven aan het voornemen om beide beroepen eenbeschermde beroepstitel te geven. Daarnaast wordt in de wet demogelijkheid opgenomen om bij algemene maatregel van bestuur regelste stellen aan de opleiding en deskundigheid van beide beroepsgroepen.De MHAZ krijgt een functionele zelfstandigheid voor het verrichten vanbepaalde voorbehouden handelingen. Daarmee wordt recht gedaan aande uitkomsten van het eerder uitgevoerde experiment en de daaropvol-gende evaluatie, waaruit bleek dat de MHAZ een duidelijke toegevoegdewaarde heeft in de acute zorg. Tegelijkertijd wordt met regulering vanuitde Wet BIG de patiëntveiligheid structureel geborgd.Voor de KF, met uitzondering van de KF-audioloog, kent dit wetsvoorsteleen zelfstandige bevoegdheid toe voor het verrichten van de voorbe-houden handeling werken met radioactieve stoffen of ioniserendestraling. Uit het oogpunt van de patiëntveiligheid wordt aan deKF-audioloog deze voorbehouden handeling niet toegekend omdat dezeniet aan het voorbehouden handelingen criterium voldoet. Daarmee volgthet wetsvoorstel de beide adviezen van het Zorginstituut over de KF. Ik kijkernaar uit om het wetsvoorstel met uw Kamer volgend jaar te besprekenzodra de hierboven genoemde nota van wijziging met betrekking tot deuitwerking van het GR-advies is toegevoegd.• Evaluatie van het tuchtrechtBeroepen opgenomen in artikel 3 van de Wet BIG, het zware regime,hebben een beschermde beroepstitel waardoor zij onder het tuchtrechtvallen en de titel alleen gevoerd mag worden na inschrijving in hetBIG-register. Zoals toegezegd aan uw Kamer in de brief van 29 april202210, het commissiedebat van 18 januari 202311 en in de brief van26 juni 202312, is het per 1 april 2019 gewijzigde tuchtrecht13 geëvalueerd.Hierbij bied ik u het rapport van de evaluatie «Het tuchtrecht in de WetBIG» aan. ZonMw heeft deze evaluatie van oktober 2024 tot oktober 2025uitgevoerd en de doeltreffendheid en de effecten van de wetswijzigingenvan het tuchtrecht van 1 april 2019 onderzocht. De evaluatie is uitgevoerddoor een multidisciplinair samenwerkingsverband van onderzoekers vanhet Amsterdam UMC, Pro Facto, de Rijksuniversiteit Groningen en deErasmus Universiteit Rotterdam.Ik ben blij u te kunnen melden dat veel wijzigingen uit 2019, zoals deintroductie van de tuchtklachtfunctionaris en de uitbreiding van mogelijk-heden om op te treden tegen disfunctionerende beroepsbeoefenaren,positief zijn ontvangen. Wel is het de vraag of de wijzigingen voldoendeeffect hebben gesorteerd om het doelbereik van het tuchtrecht teverbeteren. Daarom hebben de onderzoekers diverse aanbevelingengeformuleerd voor de verschillende betrokkenen. Hiernaast zijn terinspiratie voor een toekomstbestendig tuchtrecht twee scenario’s door deonderzoekers ontwikkeld. Het eerste scenario ziet op het voortzetten vande huidige koers binnen het tuchtrecht, namelijk het verbeteren van zowel10Kamerstuk 29 282, nr. 461.11Kamerstuk 29 282, nr. 508.12Kamerstuk 29 282, nr. 522.13Stb. 2018, 260 en Stb. 2019, 111.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6154 de corrigerende als de lerende werking van het tuchtrecht. In het tweedescenario schetsen de onderzoekers een nieuwe koers binnen hettuchtrecht waarbij de lerende werking als functie van het tuchtrechtvolledig wordt losgelaten en het tuchtrecht alleen nog een corrigerendewerking heeft. Het initiatief voor leren van fouten en kwaliteitsbevorderingwordt in dit scenario bij zorgpraktijken en instellingen zelf gelegd.Ik zal de komende periode met relevante partijen over de aanbevelingenen de scenario’s in gesprek gaan en uw Kamer in de loop van 2026 naderinformeren.• Periodiek Registratie Certificaat (PRC) voor artsen en fysiotherapeutenVoor alle zorgverleners met een beschermde beroepstitel geldt dat zij dietitel alleen mogen gebruiken als ze in het BIG-register staan ingeschreven.Deze inschrijving in het BIG-register geldt voor een periode van vijf jaar,waarna deze telkens met vijf jaar verlengd kan worden. Met dezeperiodieke registratie wordt geborgd dat de zorgverlener aantoont nogsteeds het vereiste niveau van zorgverlening te kunnen bieden dat voordat beroep nodig is. In de meeste gevallen kan deze bekwaamheidworden aangetoond door middel van het opvoeren van de relevantewerkervaring gedurende de registratieperiode van vijf jaar. Als zorgver-leners niet voldoende relevante werkervaring kunnen opvoeren, kunnenzij de aanwezige kennis en bekwaamheid aantonen door middel van eentoets. Indien de toets met goed gevolg wordt afgelegd, ontvangt deberoepsbeoefenaar een zogenaamd PRC dat geldt als bewijs vanbekwaamheid waarmee een herregistratie in het BIG-register voor vijf jaarkan worden verkregen.Uw Kamer is op 26 juni 202314 geïnformeerd over de vernieuwingen diezijn doorgevoerd in de toetsing voor het PRC voor verpleegkundigen,gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten en apothekers. Zoalsaan uw Kamer op 12 november 202415 gemeld is, ook de toetsing voor hetPRC voor artsen toekomstbestendig gemaakt door daarbij vanaf hetnajaar van 2024 aan te sluiten op de al bestaande interuniversitaireVoortgangstoets Geneeskunde (iVTG). De implementatie van deze toetsvoor het PRC voor artsen is succesvol gebleken en heeft geleid tot eenkortere doorlooptijd ten opzichte van de oude situatie. In verband met decyclische aard van de herregistratie elke 5 jaar wordt de komende jareneen hoger aantal deelnemers aan de PRC-toets verwacht.In de afgelopen maanden heb ik ook gesproken met het KoninklijkNederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) en het StudieRichtingsoverleg Opleidingen Fysiotherapie (SROF) over de scholing entoetsing voor het PRC van fysiotherapeuten. Het PRC voor fysiothera-peuten wordt door een drietal opleidingen aangeboden: HanzeGroningen, Hogeschool Leiden en Zuyd Hogeschool te Heerlen. Hoewelde scholing en toetsing van kwalitatief hoog niveau zijn, worden erknelpunten ervaren die een drempel kunnen vormen voor fysiothera-peuten om een PRC te behalen en zo hun inschrijving in het BIG-registerte behouden. Daarbij gaat het onder andere om het beperkt aantalmomenten waarop het PRC wordt aangeboden en de grote spreiding inhet land. Ik heb daarom aan de Hanze Hogeschool in Groningen gevraagdom een haalbaarheidsstudie te doen naar het gebruik van de landelijkevoortgangstoets Fysiotherapie (LVGT) als toetsingsinstrument voor hetPRC van fysiotherapeuten, met het oog op het wegnemen van de ervaren14Kamerstuk 29 282, nr. 522.15Kamerstuk 29 282, nr. 583.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6155 knelpunten. Ik zal uw Kamer in de loop van 2026 over het advies vanHanze Hogeschool nader informeren.Ad 2. Uitvoering Wet BIG• Nieuw duurzaam BIG-registerBeroepsbeoefenaren die een beschermde beroepstitel willen voerenmoeten zich in het BIG-register inschrijven. Het BIG-register is een onlineen openbaar register, dat bijdraagt aan de kwaliteit van de zorg en depatiëntveiligheid in Nederland. Zoals aan uw Kamer op 2 oktober 202316gemeld, bouwt het CIBG aan een toekomstbestendig, klantvriendelijk enduurzaam nieuw ICT-systeem, zodat onze zorgverleners en burgerskunnen blijven vertrouwen op een goed werkend BIG-register. Gezien hetmaatschappelijke belang van het nieuwe ICT-systeem heeft het Advies-college ICT-toetsing (AcICT) op 30 april 2024 hierover een adviesuitgebracht. Uw Kamer is hierover op 10 juni 2024 geïnformeerd.17De nieuwbouw van het BIG-register bestaat uit 3 fasen: (1) erkenningbuitenlandse diploma’s, (2) registratie zorgverleners in het BIG-register en(3) overige onderwerpen, zoals tucht en periodieke registratie. Ik kan umelden dat fase 1 volgens planning in 2024 is opgeleverd. Sindsdienkunnen buitenlandsezorgverleners een aanvraag voor een verklaring van vakbekwaamheid enerkenning van beroepskwalificaties digitaal indienen en is hierdoor deadministratieve last en doorlooptijd verminderd.Vervolgens is het project naar aanleiding van het AcICT-advies en deopgedane ervaringen uit fase 1 voor de start van fase 2 herijkt. Dit heeftgeleid tot een gewijzigde planning waarna in juli 2025 gestart is met debouw van fase 2. De verwachting is dat deze fase medio 2026 wordtopgeleverd. Dan kunnen zorgverleners zich door middel van het nieuwesysteem registreren in het BIG-register. Parallel aan fase 2 wordt ook heteerste deel van fase 3 opgestart, namelijk de migratie van gegevens opspecifieke onderdelen uit het oude systeem naar het nieuwe systeem.Hiervoor is gekozen om eventuele risico’s te verkleinen en zodat het oudeICT-systeem per onderdeel afgesloten kan worden. Dit leidt dan weer toteen kostenbesparing van de onderhoudskosten van het oude systeem.Met de oplevering van de laatste fase medio 2028 wordt het geheleproject afgerond en is het BIG-register toekomstbestendig, klantvriendelijken duurzaam vernieuwd. Externe gebruikers van het systeem, zoalsbijvoorbeeld patiënten en zorgverleners, zullen zo min mogelijk hinderondervinden van de overgang van het oude naar het nieuwe BIG-registeromdat het CIBG ervoor zorgdraagt dat de (ICT-)wijzigingen plaatsvindenachter de schermen.• Tarieven van BIG-producten en dienstenOp dit moment kent het BIG-register 18 producten en diensten. Dit aanbodbestaat uit producten en diensten waar tarieven voor worden gerekend18en producten en diensten waarbij dat niet het geval is.19 De tarieven die16Kamerstuk 29 282, nr. 536.17Kamerstuk 29 282, nr. 578.18Initiële Inschrijving, Voorschrijfbevoegdheid, Herregistratie, Registratie na Doorhaling,Registratie met erkend diploma, Registratie & automatische erkenning.19Aantekening specialismen, Tucht, IMI-controle, Verklaringen gewaarmerkt papier, Verklaringendigitaal, Doorhaling registraties, Erkenning beroepskwalificaties, Verklaring van vakbe-kwaamheid, Automatische erkenning, BES ontheffingen, Europese Beroepskaart, Tijdelijke enincidentele dienstverlening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6156 momenteel worden geheven, zijn niet kostendekkend en bovendien sinds2013 niet geïndiceerd en daarmee ongewijzigd gebleven. Zoals op 31 mei202420 aan uw Kamer toegezegd, is verkend in hoeverre de door het CIBGgehanteerde BIG-tarieven voor specifieke producten en diensten meerkostendekkend gemaakt kunnen worden en hoe de kosten voor de afgiftevan andere producten en diensten gedragen kunnen worden door deaanvrager.In dit kader heeft KPMG in de afgelopen periode onderzoek uitgevoerdmet betrekking tot alle BIG-producten en diensten. U vindt het rapport metde resultaten in de bijlage. Dit onderzoek geeft onder andere inzicht in dekostenontwikkeling van bestaande tarieven voor producten en dienstentussen 2013 en 2026 als loon- en prijsindexatie wordt toegepast.Onderdeel van de resultaten is een kostentoerekening naar de productenen diensten van het BIG-register voor 2026. Hiervoor heeft KPMG insamenwerking met het CIBG een kostentoerekeningssystematiekopgesteld om te komen tot een kostentoerekening per product en dienst.Het resultaat van dit onderzoek biedt inzicht in de verschillende productenen diensten binnen het BIG-register en hoe deze zich verhouden tot degehanteerde tarieven. De verklaring voor producten en diensten waar veelkosten aan worden toegerekend, ligt veelal in specifieke systeemvereistenwaaraan moet worden voldaan met hoge systeemkosten als gevolg. Ookhebben hogere personeelskosten in verband met minder automatiseringinvloed op de kostentoerekening.Zoals op 10 juli 202521 aan uw Kamer toegezegd, zullen de resultaten vandit onderzoek dienen ter onderbouwing van wijzigingen van de tarieven.In lijn met eerdere toezeggingen ben ik voornemens om voor alleBIG-producten en diensten waarvoor een aanvraag bij het CIBG wordtingediend kostendekkende tarieven te gaan heffen.Voor wat betreft de bestaande tarieven voor producten en diensten diesinds 2013 niet meer zijn gewijzigd, gaat het in eerste instantie om eenverhoging als gevolg van een loon- en prijsindexatie. Deze tarieven zullenworden verhoogd van € 85 naar € 121. Dit betreft de initiële registratie,herregistratie, registratie na doorhaling, voorschrijfbevoegdheid,registratie met erkend diploma en registratie met automatische erkenning.Er is voor een loon- en prijsindexatie vanaf 2013 tot 2026 gekozen omdatdit, zoals KPMG ook schetst, een gangbare methode is om tarieven teactualiseren.Voor producten en diensten die nu nog geen tarieven kennen en bij hetCIBG aangevraagd kunnen worden,22 zal ik op de korte termijn eenwijzigingsbesluit voorbereiden om daarvoor tarieven in te voeren. Hetvoornemen is om die tarieven ruim onder de door KPMG toegerekendekosten per handeling te laten blijven. Hierbij geldt de volgende verdelingmet een prijspeil van 2026:•Bij producten en diensten die aantonen dat je in het BIG-register staat,zoals Verklaringen Gewaarmerkt Papier en Verklaringen Digitaal, gaathet enkel om een administratieve handeling. Gezien de werkzaamhe-den en kosten wordt bij de invoering van tarieven voor deze tweeproducten rekening gehouden met het verschil van digitale enpapieren producten. Dit betekent dat voor de Verklaringen Gewaar-20Kamerstuk 29 282, nr. 576.21Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 200, Bijlage.22Verklaringen gewaarmerkt papier, verklaringen digitaal, erkenning beroepskwalificaties,verklaring van vakbekwaamheid, automatische erkenning, BES ontheffingen en de EuropeseBeroepskaart.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6157 merkt Papier tarieven ter hoogte van € 50 worden ingevoerd en voorde Verklaringen Digitaal tarieven ter hoogte van € 30.•Bij producten en diensten waarbij een gestandaardiseerde dossierbe-oordeling plaatsvindt, zoals Automatische erkenning en het verlenenvan een BES-ontheffing, worden tarieven ingevoerd ter hoogte van€ 50. Voor de Europese beroepskaart (EPC) worden tarieven ter hoogtevan € 30 ingevoerd, omdat hier sprake is van een volledig elektroni-sche procedure en een digitaal certificaat.•Bij producten en diensten waarbij een meer uitgebreide inhoudelijkedossierbeoordeling met maatwerk plaatsvindt, zoals Erkenningberoepskwalificatie en Verklaring van Vakbekwaamheid, wordentarieven ingevoerd ter hoogte van € 100.Ik kies bewust voor een terughoudende variant van tarievenverhoging en-invoering waarbij een bijdrage vanuit het Rijk voorlopig noodzakelijkblijft. Ook daar waar het gaat om producten en diensten voor buitenslandsgediplomeerden zijn de tarieven vele malen lager dan de daadwerkelijkekosten van de procedure en diensten. Hiervoor is gekozen om demobiliteit van zorgverleners zowel binnen, als buiten de Europese Unieniet te ontmoedigen. De nieuw ingevoerde tarieven voor deze doelgroepzijn dan ook redelijk, evenredig en in verhouding met de door het Rijkgemaakte kosten. Op basis van het prijspeil 2026 leidt dit voorstel tot eenvermindering van de bijdrage vanuit het Rijk van circa € 3,9 miljoen. Detarieven zullen jaarlijks worden geactualiseerd op basis van loon- enprijsindexatie. Hierbij wil ik benadrukken dat, als een zorgverlener inloondienst is of er een toekomstige werkgever in beeld is, het dezewerkgever vrijstaat om de tarieven voor bovengenoemde producten endiensten van het BIG-register voor de zorgverlener te vergoeden. Dehiervoor benodigde wijzigingen in de regelgeving zullen naar verwachtingper 1 januari 2027 van kracht worden zodat ook de gewijzigde tariefver-hoging en -invoering dan in werking zullen treden.Wellicht ten overvloede kan ik u melden dat over producten en dienstendie zijn gekoppeld aan derden, zoals specialistencolleges, of aan maatre-gelen, zoals tucht, IMI-controle en doorhaling registraties geen tarievenzullen worden geheven. Deze zullen dus ook in de toekomst wordenbekostigd door het Rijk. Dit geldt ook voor tijdelijke en incidenteledienstverlening. Hierbij gaat het om het melden van tijdelijk en incidenteelwerken in een beschermd zorgberoep door EU-burgers zoals bedoeld inRichtlijn nr. 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificatiesvastgesteld (PbEU 2005, L 255). Deze regeling is bedoeld als een flexibelerregime voor tijdelijke en incidentele dienstverlening in een andere lidstaatzonder dat om erkenning van beroepskwalificaties hoeft te wordengevraagd. Het heffen van tarieven voor deze meldplicht zou een ontmoe-digend effect kunnen hebben en de dienstverrichting mogelijk onnodigbemoeilijken of vertragen.Zoals in de aanbevelingen door KPMG aangegeven is een verdereverdieping en verfijning nodig om tot betrouwbare kostprijzen per producten dienst te komen die op de lange termijn de basis kunnen vormen voortarieven van alle producten en diensten waarbij een bijdrage vanuit hetRijk niet meer nodig is. Dit sluit aan bij het CIBG brede traject herijkingvan het kostprijsmodel waarbij het doel is om tot een meer transparanteopbouw van de kostprijs per product en dienst te komen, inclusief eenherinrichting van de administratie.2323Doorlichting CIBG: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-004af880-4128-4f3f-8e29-6f83546f05e3/pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6158 • Beroepsinhoudelijke toets buitenslands gediplomeerdenIn lijn met de eerdere toezegging van 31 mei 202424 om kostendekkendetarieven voor alle BIG-producten in te voeren, heeft mijn ambtsvoor-ganger op 10 juli 202525 uw Kamer geïnformeerd over de stapsgewijzeverhoging van de eigen bijdrage voor de beroepsinhoudelijke toets(BI-toets) voor buitenslands gediplomeerde tandartsen en artsen. Vandeze BI-toets, die door een externe opleidingsinstelling wordt afgenomen,is de kostprijs bekend en de financiële bijdrage hiervan door tandartsenen artsen sinds 2010 niet gewijzigd. Deze financiële bijdrage zal per1 maart 2027 worden verhoogd naar 50 procent van de kostprijs, envervolgens per 1 maart 2028 stijgen naar de volledige kostprijs.Sinds de afschaffing van de Algemene Kennis- en Vaardighedentoets op1 januari 2014 en de toename van het aantal erkenningsaanvragenstromen artsen met een derdelands diploma sneller door naar de BI-toetsbinnen de BIG-procedure. Hierdoor zijn de wachttijden voor de BI-toetsopgelopen. Deze ontwikkeling baart het veld zorgen, en die zorgen deel ik.Om die reden wordt op dit moment verkend of zowel de kosten als ook dewachttijd van de BI-toets kunnen worden verlaagd. De verwachting is datals de zorgverleners de eigen bijdragen volledig zelf betalen, dit optermijn ook een positief effect zal hebben op de wachttijden voorbuitenslands gediplomeerde artsen, omdat vraag en aanbod hiermee bijelkaar komen. Op dit moment is het aanbod namelijk afhankelijk van hetbeschikbare budget vanuit het Rijk.Uit de eerste gesprekken met diverse ketenpartners blijkt dat het belangen de waarde van de BI-toets breed worden onderschreven. De toetsfungeert als een waarderend assessment waarmee op objectieve enefficiënte wijze wordt vastgesteld of de kennis en vaardigheden vanartsen, tandartsen en verpleegkundigen met een derdelands diplomagelijkwaardig zijn aan het niveau in Nederland, of dat aanvullendemaatregelen zoals coschappen, opleiding of stage noodzakelijk zijn. Deuitkomst van dit assessment vormt de basis voor het besluit of deaanvraag voor inschrijving in het BIG-register direct kan wordeningewilligd of afgewezen moet worden, of dat er nog compenserendemaatregelen nodig zijn. Dit draagt niet alleen bij aan het borgen vanpatiëntveiligheid en de kwaliteit van zorg, maar ook aan het vertrouwenvan patiënten en hun naasten dat iedere zorgverlener die aan het bedstaat voldoet aan alle taal- en kwaliteitseisen in Nederland, ongeacht deherkomst van het diploma.In mijn gesprekken met het veld wordt het belang van kortere wachttijdenen een snellere doorstroming van buitenslands gediplomeerden naar dezorg besproken. Ook is hierbij aandacht voor de financiële toeganke-lijkheid van de BI-toets. Daarom onderzoek ik, samen met de CommissieBuitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV), of hetassessment vanaf maart 2027 – met behoud van kwaliteit – anders kanworden ingericht, zodat de kostprijs en daarmee de eigen bijdragemogelijk kan worden verlaagd. Zodra hierover meer bekend is, zal ik uwKamer nader informeren.Daarnaast is duidelijk dat de BI-toets helpt bij het, waar mogelijk, biedenvan maatwerk en flexibiliteit, waardoor waardevolle zorgverlenersbehouden blijven voor de Nederlandse zorg. Hierbij is ook van belang tenoemen dat door een steeds betere voorbereiding en goede onder-steuning vanuit veldpartijen, zoals onder andere de Vereniging Buiten-24Kamerstuk 29 282, nr. 576.25Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 200, Bijlage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6159 lands Gediplomeerde Artsen (VBGA) en Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, het percentage van buitenslands gediplomeerde artsendat zich op basis van de resultaten van de BI-toets direct mag inschrijvenin het BIG-register significant is gestegen van 47,5% (2018–2021) naar76,9% (2022–2024).26Ad 3. Benutten van ieders talentDoor de toenemende zorgvraag en een krimpende beroepsbevolking is dedruk op de zorg groot. Dit geldt zowel voor zorgverleners als voormantelzorgers en vrijwilligers die bij de zorg betrokken zijn. Ik hecht eraandat zowel zorgverleners onderling, maar ook zorgverleners met mantel-zorgers en vrijwilligers goed kunnen samenwerken, zodat zij samen meerkunnen betekenen voor de patiënt en de zorg in het algemeen.• Samenwerking met informeel netwerkVan de (wettelijke) ruimte om zorgverleners, mantelzorgers en vrijwilligerssamen te laten werken, wordt nog te weinig gebruik gemaakt. Bijvoor-beeld omdat zorgverleners een zorghandeling niet zomaar uit handendurven geven of niet duidelijk is wat mag en kan. Investeren in samen-werken met mantelzorgers of vrijwilligers is mijns inziens zeer waardevolen ook noodzakelijk. De zorg sluit hierdoor beter aan bij wat de patiënt enook het informele netwerk zelf kunnen. Bijkomend voordeel is dat doorgoede afspraken en duidelijkheid mantelzorgers minder uitvallen en dezorgverlener meer tijd heeft voor andere patiënten.Dit najaar heb ik daarom samen met MantelzorgNL en V&VN, deberoepsvereniging van verzorgenden en verpleegkundigen, eenzogenaamde «visual» voor zorgverleners ontwikkeld die duidelijkheidbiedt over de mogelijkheden om zorghandelingen uit te laten voeren doorhet informele netwerk.27 Hiermee verwacht ik zorgen weg te nemen oververantwoordelijkheid en aansprakelijkheid. Aanvullend zet ik in opvoorlichting via de site van de rijksoverheid.28 Om deze kennis ook goedin de praktijk te brengen is de visual en de aanvullende informatie gedeeldmet verschillende brancheorganisaties die deze verder verspreiden.• MondzorgOp 19 december 2024 is door de leden Rikkers-Oosterkamp (BBB) enTielen (VVD) een motie ingediend.29 Zij verzoeken het beroep vanmondhygiënist door het Zorginstituut te laten toetsen voor regulering inhet zware regime van de Wet BIG voor het uitvoeren van drie voorbe-houden handelingen. Het gaat om de voorbehouden handelingeninjecteren van verdovingen, het behandelen van kleine gaatjes en hetmaken van röntgenfoto’s.Naar aanleiding van deze motie is door mijn ministerie op 28 maart 2025een informeel gesprek geïnitieerd tussen de Nederlandse Vereniging voorMondhygiënisten (NVM) en het Zorginstituut. Doel van dit informelegesprek was vooral om de NVM te voorzien van informatie over hoe hetZorginstituut tot 2024 zijn adviestaak heeft uitgevoerd. De gedachte wasdat de NVM hierdoor begrip zou26Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2025; 169:D8575.27https://open.overheid.nl/documenten/327bb2d2-4cc4-41b9-9824-8687c3c2998c/file.28https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/werken-in-de-zorg/vraag-en-antwoord/zorgverlener-zorghandelingen-delen-met-mantelzorger-of-vrijwilliger.29Kamerstuk 29 282, nr. 600.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 61510 krijgen van wat een eventuele procedure in zou kunnen houden, met hetvoorbehoud dat ten tijde van het gesprek nog onzekerheden bestondenover het toekomstige kader voor het toetsen van beroepen en de rol vanhet Zorginstituut hierin.Parallel hieraan zijn afzonderlijk tussen VWS en NVM, en VWS en deKoninklijke Nederlandse Maatschappij der Tandheelkunde (KNMT)gesprekken gevoerd over hoe beide partijen kunnen werken aan goedeafspraken ten behoeve van het uitvoeren van voorbehouden handelingendoor mondhygiënisten. Beide partijen hebben aangegeven bereid te zijnhierover met elkaar in gesprek te gaan. Met financiële steun van mijnministerie is per 25 maart 2025 met de NVM en KNMT een traject gestartonder professionele begeleiding om daadwerkelijk tot deze afspraken tekunnen komen. Ik verwacht de resultaten van deze gesprekken binnenkort.Mede afhankelijk van de uitkomsten van deze gesprekken, de samen-werking in de mondzorg en het vormgeven van de structurele, advise-rende rol van het Zorginstituut zal ik bezien hoe verder uitvoeringgegeven zal worden aan de motie Rikkers-Oosterkamp en Tielen.• Cosmetische sectorDe kwaliteit en veiligheid in de cosmetische sector heeft mijn aandacht:binnen de cosmetische sector ontbreken nog steeds eenduidigebekwaamheidseisen voor (onverzekerde) cosmetische behandelingen,met name voor middencomplexe ingrepen zoals bovenste ooglidcor-recties en bepaalde littekencorrecties. In 2019 is het KwaliteitskaderCosmetische Zorg30 in het openbare register van het Zorginstituutopgenomen. Het kwaliteitskader beschrijft goede en veilige cosmetischezorg, stelt algemene kwaliteitseisen aan opleiding en ervaring, en biedteen handreiking voor het formuleren van specifieke bekwaamheidseisen.De verantwoordelijkheid om tot eenduidige bekwaamheidseisen te komenligt bij het veld zelf en in het bijzonder bij de plastisch chirurgen encosmetisch artsen omdat zij vanuit hun expertise een groot deel van decosmetische zorg leveren.Mijn voorganger heeft tijdens het debat ziekenhuiszorg van 25 oktober2023 de medisch specialisten en cosmetisch artsen KNMG opgeroepenom overeenstemming te bereiken. Ook is mijn ministerie naar aanleidingvan de motie Van den Berg31 begin 2024 in contact getreden met deNederlandse Vereniging voor Cosmetische Geneeskunde (NVCG), deNederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) en de InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ). In deze gesprekken is het belang vangoede afspraken tussen partijen nogmaals benadrukt en zijn partijenopgeroepen om tot afspraken over bekwaamheidseisen te komen. Op17 juli 2024 is aan uw Kamer toegezegd32 dat als de sector er binnen eenjaar niet in slaagt de impasse rond de bekwaamheidseisen in de cosme-tische sector te doorbreken en op basis van de meldingen bij de IGJingrijpen proportioneel lijkt, zal worden overwogen het Zorginstituut teverzoeken het onderwerp bekwaamheidseisen cosmetische zorg op deMeerjarenagenda (MJA) te plaatsen. De afgelopen anderhalf jaar zijn doormijn ministerie tevergeefs diverse inspanningen verricht om betrokkenpartijen, waaronder de NVPC, de NVCG en de Federatie MedischSpecialisten (FMS), tot gezamenlijk overleg te bewegen om specifiekebekwaamheidseisen overeen te komen.30https://www.zorginzicht.nl/kwaliteitsinstrumenten/cosmetische-zorg-kwaliteitskader.31Kamerstuk 31 016, nr. 362.32Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 2170.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 61511 In het belang van goede en veilige zorg ben ik van mening dat betrokkenpartijen, zoals de NVCG en de NVPC, zo snel als mogelijk bekwaam-heidseisen voor cosmetische ingrepen moeten stellen, daar waar deze nunog ontbreken. Tussen 2020 en oktober 2025 zijn bij het LandelijkMeldpunt Zorg van de IGJ 639 meldingen binnengekomen met betrekkingtot cosmetische ingrepen. Hierbij gaat het om een stijgende lijn. Hoeweluit de meldingen bij de IGJ niet duidelijk is hoe hoog het aantal gevallenmet ernstige (vermijdbare) schade daadwerkelijk is, blijft het doorontbrekende afspraken onzeker wanneer een arts bekwaam is ombepaalde cosmetische ingrepen uit te voeren, wat een risico vormt voorde patiëntveiligheid. De cosmetische sector is een snelgroeiende markt;steeds meer mensen kiezen voor cosmetische ingrepen. Het huidigegebrek aan eenduidige bekwaamheidseisen creëert een grijs gebiedwaarin de IGJ geen effectief toezicht kan houden. In het belang van depatiëntveiligheid en omdat het veelal om onverzekerde zorg gaat, isadequaat toezicht en kwaliteitsbewaking essentieel.Hoewel het primaat voor kwaliteitsnormen bij de veldpartijen ligt, biedt deWet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) via het Zorginstituuteen mogelijkheid om, als «noodgreep», in te grijpen wanneer er langduriggeen overeenstemming is. Aangezien cosmetische ingrepen een directeimpact hebben op de lichamelijke integriteit van de patiënt en het veld eronderling niet uitkomt, is het mijns inziens vanuit patiëntveiligheidproportioneel en noodzakelijk dit onderwerp op de MJA te plaatsen. Gelethierop en conform de toezegging aan uw Kamer zal ik het Zorginstituutdan ook verzoeken dit onderwerp op de MJA te plaatsen en zijn bevoegd-heden op basis van de Wkkgz33 in te zetten om alsnog tot standaarden tekomen. Uw Kamer zal volgend jaar hierover nader worden geïnformeerd.• Pilot Eerder Verworven Competenties voor psychologenIn 2023 is een pilot Eerder Verworven Competenties (hierna: EVC) voorpsychologen gestart waarin is onderzocht of masterpsychologen versneldopgeleid kunnen worden tot gezondheidszorgpsycholoog (hierna:gz-psycholoog) via verkorte opleidingstrajecten. Met de brief van 27 mei202534 heeft uw Kamer de eindrapportage van de pilot EVC ontvangen. Inde eindrapportage staan de uitkomsten van twee verschillendeEVC-trajecten. De Stichting Centrum EVC voor gz-psychologen conclu-deert in de eindrapportage dat alleen het traject waarin masterpsycho-logen binnen één jaar duaal worden opgeleid, met een koppeling tussencursorisch onderwijs en praktijkonderwijs, voldoende positief en generiekis om verkort te kunnen opleiden tot gz-psycholoog.Op basis van de voornoemde uitkomsten is een verkenning gestart naarof, en zo ja, op welke wijze een mogelijk vervolg op deze pilot concreetkan worden vormgegeven. Hierbij staat zorgvuldigheid en kwaliteitvoorop, ook met het oog op de huidige situatie rondom EVC-fraude. In hetSchriftelijk Overleg over het Arbeidsmarktbeleid en Opleidingen in deGeestelijke Gezondheidszorg (ggz) van 23 september jl. heb ik toegezegduw Kamer nog dit jaar te informeren over de voortgang van dezeverkenning.35 Ik kan u melden dat de afgelopen periode in het kader vande verkenning gesprekken zijn gevoerd met de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa), stichting TOP, de (voormalige) Stichting Centrum EVC voorpsychologen en de Vereniging Landelijk Overleg Geestelijke Gezond-heidszorg Opleidingsinstellingen (vLOGO). Met inzichten uit deze33Artikel 11g Wkkgz.34Kamerstuk 29 282, nr. 606.35Kamerstuk 29 282, nr. 613.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 61512 gesprekken wordt aankomende periode de verkenning voortgezet. Ik zaluw Kamer in de loop van volgend jaar hierover nader informeren.Met de stappen die het afgelopen jaar zijn gezet, blijft de patiëntveiligheidgewaarborgd en de Wet BIG voldoende wendbaar om in te spelen opnieuwe zorgvormen, technologische innovaties en veranderendearbeidsmarktdynamiek. Ook de komende periode werk ik samen metveldpartijen verder aan een toekomstbestendige Wet BIG die de patiënt-veiligheid bewaakt, de kwaliteit van zorgprofessionals borgt en bijdraagtaan een goed functionerende zorgarbeidsmarkt. Kortom, de Wet BIG blijftook in 2026 in beweging.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. BruijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 61513

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f74d383a12eb2180

14 okt 2026 · 5ddefeb4d3d966a8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.