Verslag JBZ-Raad 13 en 14 juni 2024
Brontekst
Versie 9f8b6cb604aea262 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 317JBZ-RaadNr. 882 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID ENVOOR RECHTSBESCHERMING EN DE STAATSSECRETARIS VANJUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 juni 2024Hierbij bieden wij uw Kamer, mede namens de Minister en Staatssecre-taris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (en Digitalisering), hetverslag aan van de bijeenkomst van de Raad Justitie en BinnenlandseZaken (JBZ-Raad) op 13 en 14 juni 2024 in Luxemburg. De Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid heeft deelgenomen aan deze JBZ-Raad. Ookinformeren wij uw Kamer over het kopgroep terrorisme ontbijt en debereikte algemene oriëntatie over de mensensmokkelverordening. Wijbieden uw Kamer hierbij tevens een appreciatie van het implementa-tieplan asiel- en migratiepact en de verlenging van de activering van deRichtlijn Tijdelijke Bescherming. Ook geven wij een update van deonderhandelingen over de mensensmokkelrichtlijn. Daarnaast komt hetKabinet tegemoet aan de moties van het Lid Koekkoek.Kopgroep terrorismeVoor de start van de JBZ-Raad op 13 juni jl. vond een kopgroep terrorismebijeenkomst plaats waar Nederland, België, Zweden, Frankrijk, Finland,Oostenrijk, Duitsland en de EU contraterrorismecoördinator (EU CTC) aandeelnamen. Er vond een uitwisseling plaats overde effecten van hetconflict in Gaza op de veiligheid in de EU, met een focus op de onlinedimensie. Daarnaast werd er een presentatie gegeven over de impact vanhet Gazaconflict op het Joodse leven in Duitsland.Algemene oriëntatie verordening politiesamenwerking inzake mensen-smokkel en mensenhandelOp 28 november 2023 heeft de Europese Commissie een voorstel voor deversterking van de politiële samenwerking met het oog op hetvoorkomen, opsporen en onderzoeken van migrantensmokkel enmensenhandel door versterking van de rol van Europol, gepubliceerd. Hetkabinet heeft uw Kamer met het BNC-fiche van 9 februari 2024 geïnfor- kst-32317-882ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8821 meerd over het voorstel.1 Zoals in het BNC-fiche al is vermeld, isNederland voorstander van een gemeenschappelijke aanpak vanmensenhandel en -smokkel. Daarentegen was Nederland wel kritisch opbepaalde onderdelen van het voorstel. Het ontbreken van een impactassessment, de eventuele uitbreiding van het mandaat van Europol, deformalisering van een Europees centrum voor de aanpak van mensen-smokkel en verplichte inzet voor operationele ondersteuning zijn daarvoorbeelden van. Nederland vindt het van belang dat Europol eenfaciliterende en ondersteunende taak behoudt ten aanzien van delidstaten. Tijdens de onderhandelingen bleek dat meer lidstaten dezezorgen deelden. Uiteindelijk is begin juni een afgeslankt compromis-voorstel door het Voorzitterschap gepresenteerd. Hoewel Nederland hetnog steeds betreurt dat een impactassessment ontbreekt, kan Nederlandhet afgeslankte voorstel zoals het er nu ligt steunen. Nederland heeft gelethierop met de algemene oriëntatie ingestemd tijdens het Comité vanPermanente vertegenwoordigers (COREPER) van 19 juni jl.Uitvoering moties migratiesamenwerking met EgypteIn navolging van verschillende momenten waarop hierover aan uw Kameris gerapporteerd informeer ik u, ter uitvoering van de moties Koekkoek,nader over de in 2021 overeengekomen intentieverklaring met Egypte.Eveneens deel ik bij wijze van uitzondering de tekst van de intentiever-klaring zelf, als bijlage bij deze brief.De intentieverklaring vormt een belangrijk kader voor de bilateralemigratie-inzet van Nederland met Egypte. De verklaring bevat een bredemigratie-agenda die is vormgegeven in lijn met internationaal recht,waarin het belang van aandacht voor mensenrechten expliciet isopgenomen. Concreet bevat de verklaring afspraken over een bilateralemigratiedialoog, het tegengaan van irreguliere migratie, terugkeer vanuitgeprocedeerde asielzoekers, economische samenwerking ten behoevevan de aanpak van grondoorzaken van migratie, legale migratie binnenbestaande kaders, steun voor de opvang van vluchtelingen en kwetsbaremigranten, het tegengaan mensensmokkel- en handel, het versterken vangrensbeheer, hervestiging en steun aan bewustwordingscampagnes voormigranten.In het kader van opvang in de regio ondersteunt Nederland Egypte via hetPROSPECTS-partnerschap (2024–2027), waarbij extra aandacht enmiddelen uitgaan naar het groeiende aantal Sudanese vluchtelingen inEgypte. Eveneens werkt Nederland via het COMPASS-programma in(onder andere) Egypte aan het versterken van bescherming vanmigranten, het tegengaan van mensenhandel- en smokkel, het vergrotenvan bewustzijn over de risico’s van irreguliere migratie en het faciliterenvan vrijwillige terugkeer en herintegratie. Op het gebied van bilateraleterugkeersamenwerking kwamen Egypte en Nederland standardoperating procedures overeen en worden goede contacten onderhoudentussen de respectievelijke verantwoordelijke autoriteiten. Op het gebiedvan grensmanagement en asiel verkent Nederland mogelijkheden om deoperationele capaciteit van de verantwoordelijke autoriteiten op thema’sals document- en identiteitsfraude en bescherming van vluchtelingen enmigranten te versterken. Voorts draagt Nederland met UNODC bij aan deaanpak van mensensmokkel en mensenhandel in Noord-Afrika,waaronder in Egypte. Dat betreft de verbetering van wettelijke kaders,capaciteitsversterking voor efficiëntere opsporing en vervolging,samenwerkingsmechanismen en beschermingscapaciteiten op het gebiedvan aan irreguliere migratie gerelateerde misdrijven, waaronder mensen-1Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3885Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8822 smokkel en mensenhandel. In 2023 heeft een hervestigingsmissie naarEgypte plaatsgevonden in het kader van het nationale hervestigings-quotum. Momenteel is een volgende hervestigingsmissie gaande. Tot slothebben sinds het overeenkomen van de verklaring uit 2021 verschillendegesprekken plaatsgevonden met Egypte over de brede migratiesamen-werking op zowel ambtelijk als politiek niveau, inclusief gesprekken oversamenwerking op het gebied van legale migratie binnen bestaandekaders.Voor de specifieke programmeringsinzet op het gebied van migratie-samenwerking door het Ministerie van Buitenlandse Zaken verwijs ik unaar de aanstaande rapportage van de Minister van Buitenlandse Handelen Ontwikkelingssamenwerking die, conform de toezegging daarover aanuw Kamer, vóór de zomer van 2024 met uw Kamer zal worden gedeeld.Appreciatie Gemeenschappelijk Implementatieplan Asiel- en MigratiepactDe Commissie publiceerde op 12 juni jl. in de vorm van een mededelinghet gemeenschappelijk implementatieplan voor het Asiel- en Migratiepactgepubliceerd (Common Implementation Plan, hierna CIP).2 Via dit verslaginformeert het kabinet u over de appreciatie van deze mededeling en deNederlandse inzet voor het vervolg.Essentie MededelingHet doel van het CIP is om een gemeenschappelijk raamwerk voor de in-en uitvoering van het Pact te bieden, een helder en tastbaar overzicht tegeven van de stappen die daarvoor gezet moeten worden en inzicht tebieden in de wijzen van ondersteuning die de Commissie en de Agent-schappen daarbij kunnen geven.De kern van het CIP wordt gevormd door tien inhoudelijke bouwstenendie alle aspecten van het Pact omvatten. Op basis van deze bouwstenendienen de lidstaten vóór het eind van dit kalenderjaar hun nationaleimplementatieplannen op te stellen, en vervolgens elk half jaar over devoortgang te rapporteren. Deze voortgang wordt op politiek niveau in deJBZ-Raad besproken. Op elk van de onderstaande bouwstenen moeten delidstaten de komende twee jaar hun wetgeving aanpassen (indiennoodzakelijk), hun (personele en financiële) organisaties en capaciteit oporde brengen, procedures, protocollen, systemen en processenvernieuwen, en waar nodig nieuwe fysieke infrastructuren opzetten:1.Een herzien Eurodac-registratiesysteem, waarbij zowel het Europeesagentschap eu-LISA als de lidstaten zelf (grootschalige) aanpassin-gen in hun informatiesystemen dienen door te voeren.2.Een nieuw (management)systeem voor het beheer van de buiten-grenzen, waarbij de lidstaten een gestroomlijnd(er) proces dienenop te zetten voor de screening en registratie van migranten aan debuitengrens, en snelle doorverwijzing naar de juiste vervolgproce-dure (directe terugkeer, versnelde asielprocedure aan de grens, ofreguliere asielprocedure), en hiervoor ook voldoende opvangcapaci-teit in te richten.3.Herziening van het opvangsysteem, waarbij de lidstaten deopvangstandaarden uit de herziene Opvangrichtlijn moetendoorvoeren.4.Convergentie van de asielprocedures, waarbij de lidstaten hunprocedures en werkwijzen dienen aan te passen aan de vereisten in2De mededeling is vindbaar via: https://home-affairs.ec.europa.eu/common-implementation-plan-pact-migration-and-asylum_enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8823 de nieuwe wetgeving. Bijvoorbeeld de toepassing van verplichteversnelde procedures voor specifieke groepen asielmigranten.5.Efficiënte en eerlijke terugkeerprocedures: waarbij de lidstaten hunterugkeermanagementsystemen dienen te verbeteren, bijvoorbeelddoor negatieve asiel- en terugkeerbesluiten aan elkaar te koppelenen het terugkeerproces zoveel mogelijk onder de verantwoordelijk-heid van één autoriteit te brengen.6.Een beter Dublin-systeem, waarbij lidstaten de personele capaciteitop Dublin-units van de asieldiensten moeten vergroten, coördinatiemoeten verbeteren en werkmethodes dienen te versimpelen omDublin-overdrachten te versoepelen.7.Invoering van het solidariteitsmechanisme, waarbij lidstaten eennationale coördinatiestructuur dienen op te zetten, de benodigdedata voor het vaststellen van migratiedruk moeten verzamelen enaanleveren, en personeel beschikbaar moeten maken voor hetfaciliteren van eventuele herplaatsingen.8.Versterking crisisparaatheid, waarbij lidstaten nationale crisisplan-nen gereed moeten hebben, inclusief noodscenario’s voor plotse-linge onvoorziene migratiesituaties.9.Waarborgen voor asielzoekers, kwetsbare personen, en monitoringvan fundamentele rechten, waarbij lidstaten alternatieven voordetentie moeten identificeren, nieuwe standaarden om beschermingvan kinderen te waarborgen moeten doorvoeren, en een monito-ringsmechanisme moeten opzetten voor de screening- en grenspro-cedure.10.Hervestiging en integratie, waarbij lidstaten o.a. een nationalecoördinatiestructuur en procedures dienen in te richten.Naast de bouwstenen kondigt de Commissie in het CIP een aantaloverkoepelende, Europese processen aan die uit de Pact-wetgevingvoortvloeien. Hiervan zal een deel ook al eerder dan in 2026 in werkingtreden. Het gaat bijvoorbeeld om de start van de eerste jaarlijksemigratiemanagementcyclus medio 2025 en de publicatie van de eerstevijfjaarlijkse Europese Migratie- en Asielstrategie, eind 2025. In het CIP isverder een grove planning opgenomen van de belangrijke stappen die deCommissie nog moet zetten voor verdere invulling van verplichtingen uithet Pact, bijvoorbeeld de vaststelling van een aantal gedelegeerde enuitvoeringshandelingen.De Commissie en de EU-agentschappen (Frontex, Europees Asielagent-schap en eu-LISA) zullen lidstaten op verschillende wijzen ondersteunenbij de implementatie van het Pact. In het CIP wordt een overzicht gegevenvan de verschillende modaliteiten hiervoor. Allereerst heeft de Commissievoor elke lidstaat een multidisciplinair landenteam opgezet. Ditlandenteam zal een lidstaat-specifieke zogenaamde gap analysis maken,waarmee in kaart wordt gebracht op welke terreinen de grootsteimplementatie-uitdagingen voor elke lidstaat liggen. Deze gap analysis zaldienen als basis voor het nationale implementatieplan van de betreffendelidstaat. Daarnaast zullen de agentschappen ondersteunen met richtingge-vende documenten, trainingen en operationele steun. Ook kunnenlidstaten via het Technical Support Instrument (TSI)3 een aanvraagindienen voor technische ondersteuning. De implementatie van het Pact isin het TSI opgenomen als zogenaamd Flagship Project voor 2025. Steunvia dit instrument kan plaatsvinden in de vorm van strategisch oftechnisch advies, of specifieke trainingen. Over de beschikbare financiële3Het Technical Support Instrument (TSI) is het EU-programma dat EU-lidstaten op maatgemaakte technische expertise biedt om hervormingen door te voeren. Het instrument werd totnu toe vooral ingezet in relatie tot hervormingen onder de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit envoor de doorvoering van landenspecifieke aanbevelingen van het Europees semester.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8824 ondersteuningsmiddelen wordt u geïnformeerd onder het kopje «budget-taire consequenties».De Commissie besteedt ook aandacht aan de monitoring van devoortgang tijdens de implementatieperiode (tot medio 2026) en nadat hetPact van toepassing is geworden (vanaf medio 2026). De Commissie zaltijdens de implementatie een centraal coördinatie-platform inrichtenwaarin zowel vertegenwoordigers van lidstaten, als vertegenwoordigersvan de EU-agentschappen en de Commissie zelf deelnemen om overzichtte bewaren over alle technische en operationele besprekingen dieplaatsvinden in de (veelal reeds bestaande) comités en netwerken. DeCommissie zal elk half jaar een voortgangsrapportage opstellen, die oppolitiek niveau in de JBZ-Raad wordt besproken. Nadat het Pact vantoepassing is geworden, zal het Europees Asielagentschap starten methaar formele monitoringstaak, waarmee elke lidstaat minimaal eens in devijf jaar wordt doorgelicht op naleving van de asielregels. Wanneer ertekortkomingen worden vastgesteld, hebben het agentschap en deCommissie verschillende escalatie-instrumenten tot hun beschikking ombetere naleving af te dwingen, waarbij als ultimo maatregel een deel vanhet asielsysteem overgenomen kan worden. De elementen van het Pactdie onderdeel zijn van het Schengenacquis (de screening en de terugkeer-grensprocedure) vallen onder het toepassingsbereik van het reedsbestaande Schengen evaluatiemechanisme en zullen in dat kadergeëvalueerd worden.De Pact-wetgeving ziet op het geheel aan wetgeving dat van toepassing isop situaties nádat een persoon zich op EU-grondgebied meldt om eenasielverzoek in te dienen of wordt aangetroffen na een irreguliereaankomst. De Commissie benadrukt dat de effectiviteit van het pakketechter ook sterk afhankelijk zal zijn van de vorderingen die wordengemaakt op de EU-externe dimensie van migratie. In het CIP besteedt deCommissie daarom ook ruim aandacht aan de EU-externe prioriteiten. Hetnoemt de verschillende EU-actieplannen langs de belangrijke migratie-routes naar de EU (de Westelijke Balkan-, Centraal-mediterrane, Westelijk-mediterrane, en Oostelijk-mediterrane route), het belang van bredestrategische en gelijkwaardige partnerschappen met derde landen, deaanpak van mensenmokkel, de verbetering van terugkeer- en overname-afspraken, het belang van strategische inzet van visumbeleid en vormenvan legale migratie zoals de EU talent pool.Beoordeling van de mededeling en inzet kabinetGedurende de onderhandelingen over het Pact heeft Nederland zichconsequent ingezet voor voldoende waarborgen voor goede implemen-tatie en naleving van de nieuwe regels. De afspraken zullen immers enkeleffectief zijn in het efficiënter maken van asielprocedures, het versterkenvan de buitengrenzen, het verminderen van secundaire migratie, en hetverbeteren van solidariteit wanneer alle lidstaten de nieuwe regelgevingimplementeren en zich houden aan de afspraken. Nederland verwelkomtdaarom ten zeerste deze mededeling, die het kabinet ziet als de basis vooreen stevig en meerjarig Europees gecoördineerd traject.Allereerst is het kabinet, gezien de omvang en complexiteit van het Pact,tevreden dat het implementatieplan het Pact onderverdeelt in concretedeelgebieden (de bouwstenen), inclusief mijlpalen. Wat Nederland betrefthadden de mijlpalen nog een slag concreter kunnen worden ingevuld,door ook indicatoren toe te voegen. Desalniettemin biedt dit CIP hetbenodigde overzicht en de handvatten om gedurende de implementatie-periode de voortgang te monitoren. Daarbij waardeert het kabinet het datde Commissie bij de vormgeving van de mijlpalen niet alleen heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8825 stilgestaan bij de benodigde wetgevende veranderingen, maar ook bij watnodig is in de lidstaten om deze wetgeving in de praktijk effectief te latenwerken, zoals voldoende personele capaciteit en de inrichting van fysiekeinfrastructuur. Ook staat het kabinet positief tegenover de ruime onder-steuning die de Commissie en de agentschappen aan de lidstatenbeschikbaar stellen. Daarbij wenst het kabinet wel aan te merken dat hetuiteindelijk de verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf is om de juisterandvoorwaarden (zowel financieel als operationeel) te creëren voor hetvoldoen aan de afspraken. Tot slot is het kabinet positief over de(monitorings-)governance die de Commissie voorstelt, waarbij zowelveelvuldige uitwisseling en ondersteuning op technisch niveau wordtgefaciliteerd, als zesmaandelijkse bespreking van de voortgang op politiekniveau op de JBZ-Raad. De implementatie van het Pact is immersweliswaar een exercitie met veel operationele en technische aspecten,maar ook een waarbij het succes onmiskenbaar in sterke mate afhangtvan de politieke inzet van de lidstaten.Het kabinet zal aandacht blijven vragen voor de goede implementatie ennaleving van de nieuwe en huidige regels, met name de afspraken diegaan over registratie aan de buitengrens en de toepassing van deDublin-regels. Daarbij verwacht het ook van de Commissie dat zij ingrijptwanneer lidstaten dit evident onvoldoende doen. Daarnaast zal hetkabinet zich blijven inzetten op maatregelen die kunnen helpen bij hettegengaan van irreguliere migratie naar de EU en het verbeteren vanterugkeer, omdat resultaten hierop essentieel zullen zijn om van het Pacteen succes te maken. Over de implicaties van de implementatie van hetPact in het nationale asielstelsel wordt u, conform de motie Ceder4 en detoezegging van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in hetCommissiedebat JBZ-Raad van van 12 juni 2024, begin september nadergeïnformeerd.Budgettaire consequentiesDe Commissie geeft geen inschatting van de budgettaire gevolgen voorde EU-begroting en de begrotingen van lidstaten, maar benoemt wel datlidstaten voor financiële ondersteuning bij de implementatie gebruikkunnen maken van de bestaande financiële middelen in de asiel- enmigratiefondsen (het Asiel en Migratiefonds (AMIF) en het Instrumentvoor grensbeheer en Visa (BMVI)). De Commissie herhaalt daarnaast datin de tussentijdse herziening (mid-term-review) van het MeerjarigFinancieel Kader 2 miljard euro aan nieuwe middelen is vrijgemaakt voorasiel- en migratiedoeleinden, waaronder de Pact-implementatie. Hiervanis 1,81 miljard euro is toegevoegd aan de asiel- en migratiefondsen en 190miljoen euro aan de EUAA-begroting. Daar zullen bij de mid-term reviewvan de nationale programma’s van de asiel- en migratiefondsen devrijkomende middelen voor de periode 2025 – 2027 aan wordentoegevoegd.De Commissie roept lidstaten ook op gebruik te maken van de mogelijk-heden om maatregelen gerelateerd aan opvang, integratie en socialeinclusie te bekostigen uit de daarvoor beschikbare middelen in hetCohesiefonds, het Europees Sociaal Fonds (ESF+) en het Europees Fondsvoor Regionale ontwikkeling (EFRO). Het uitgangspunt van het kabinet isdat de uitdagingen van de kosten van implementatie van het Pactopgelost dienen te worden binnen de in de Raad afgesproken financiëlekaders van de EU-begroting. Daarbij is het kabinet het eens met deCommissie dat lidstaten prioriteit moeten geven aan de meest urgente en4Kamerstuk 19 637, nr. 3193Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8826 kostenintensieve posten, zoals het opbouwen van voldoende capaciteitvoor de uitvoering van grensprocedures.KrachtenveldVrijwel alle lidstaten hebben aangegeven volledig gecommitteerd te zijnaan tijdige implementatie van het Pact. Desalniettemin is implementatie-termijn van twee jaar uitdagend, zowel voor andere lidstaten als voorNederland. Meerdere lidstaten vragen bij het implementatieplan aandachtvoor het belang van flexibiliteit. Daarnaast benadrukt een grote groeplidstaten het belang van voldoende (financiële) ondersteuning en denoodzaak om de inspanningen op de EU-externe dimensie van hetmigratiebeleid parallel voort te zetten.Appreciatie Verlenging van de activering van de Richtlijn TijdelijkeBescherming5Op dinsdag 11 juni jl. heeft de Commissie het voorstel gepresenteerd omde activering van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (hierna: RTB) met eenjaar te verlengen tot 4 maart 2026. De Raad besluit hierover met gekwalifi-ceerde meerderheid. Via dit verslag informeert het kabinet u over deappreciatie van dit voorstel. Op de JBZ-Raad van juni werd het voorstelreeds besproken. Het voorstel ligt formeel ter besluitvorming voor tijdensde Raad Algemene Zaken op 25 juni aanstaande.Essentie voorstelDe Europese Commissie kondigt in het voorstel aan gebruik te maken vande bepaling die in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2001/55/EG is opgenomendat bepaalt dat indien er aanleiding blijft om tijdelijke bescherming teverlenen, de Raad kan besluiten de tijdelijke bescherming met maximaaléén jaar te verlengen.Beoordeling voorstel en inzet kabinetHet kabinet heeft u in de Geannoteerde Agenda van de informeleJBZ-Raad van 25 en 26 januari jl.6 reeds geïnformeerd voorstander te zijnvan verlenging van de activering van de RTB tot en met 4 maart 2026. Methet uitbreken van de oorlog die Rusland voert tegen Oekraïne heeftNederland zich op 4 maart 2022 uitdrukkelijk voorstander verklaard vanhet activeren van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming om ontheemden uitOekraïne op adequate wijze op te kunnen vangen, hen rechten te kunnenverlenen en om de asielsystemen in de lidstaten te ontlasten. Het kabinetacht de verlenging van de tijdelijke bescherming die nu voorligt noodza-kelijk en de juiste weg. Ten eerste is het kabinet het eens met deCommissie dat de situatie in Oekraïne als gevolg van de Russischeagressieoorlog nog steeds erg volatiel is. Dat betekent dat ontheemden uitOekraïne die hun toevlucht in de EU hebben gevonden dat mogelijk ook inde nabije toekomst nodig zullen blijven hebben. Het betekent ook dat nietkan worden uitgesloten dat vanwege de ontwikkelingen in Oekraïne meermensen uit Oekraïne bescherming nodig zullen hebben in de EU-lidstatenin de nabije toekomst. De activering van de RTB is voor die beschermings-opdracht een geschikt instrument gebleken: niet in de laatste plaats omdathet overbelasting van de nationale asielsystemen heeft voorkomen. DeRichtlijn geeft de lidstaten zowel een gemeenschappelijk juridisch kaderdat een gecoördineerde en geharmoniseerde aanpak bevordert, terwijl het5COM(2024) 2536Kamerstukken II, 2023–2024, Geannoteerde Agenda JBZ-Raad 25-26 januari 2024, 32 317, nr.867 en 32 317, nr. 869.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8827 lidstaten ook ruimte geeft om een eigen invulling te geven aan de opvangvan ontheemden op het eigen grondgebied.Daarnaast komt de verlenging van de werking van de RTB tegemoet aande eerder met u gedeelde wens van het kabinet om eenEU-gecoördineerde aanpak na te streven in het kader van opvang vanontheemden uit Oekraïne. Het kabinet is evenwel van mening dat er opEU-niveau verder nagedacht moet worden over een EU-gecoördineerdeaanpak ten aanzien van verblijf en terugkeer van ontheemden op delangere termijn.Beoordeling gevolgen van het voorstelWanneer het kabinet instemt met dit voorstel, betekent dit dat de huidigewijze waarop het Raadsuitvoeringsbesluit van de RTB in Nederland wordtuitgevoerd, in stand wordt gehouden. Ten eerste zal het verblijfsrecht vanontheemden uit Oekraïne die momenteel onder de RTB vallen wordenverlengd tot en met 4 maart 2026. Ten tweede betekent het datontheemden die momenteel nog in Oekraïne zijn en die in de nabijetoekomst vanwege de oorlog het land moeten ontvluchten zich ook ná4 maart 2025 kunnen blijven melden in de EU-lidstaten om tijdelijkebescherming aan te vragen. Derdelanders die in Oekraïne een tijdelijkeverblijfsvergunning hadden (bijvoorbeeld voor werk of studie) en vóór18 juli 2022 in Nederland in de BRP stonden ingeschreven, vallen inNederland per 4 maart 2024 niet meer onder de bescherming van derichtlijn. Zoals aan u gemeld in de Kamerbrief van 25 april jl.7, heeft deAfdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloten om hetmoment waarop de tijdelijke bescherming voor deze groep eindigt tetoetsen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU). Hetgevolggeven aan de beëindiging van de tijdelijke bescherming is daarombevroren tot het HvJEU uitspraak doet.Andere belangrijke gevolgen op nationaal niveau die het voorstel heeftzijn dat de publieke opvang van ontheemden beschikbaar blijft en dat derechten die ontheemden nu kunnen ontlenen aan de Richtlijn TijdelijkeBescherming in stand blijven, zoals het recht op toegang tot de arbeids-markt, toegang tot zorg en toegang tot het onderwijs. Dit betekent datvooralsnog de regelingen die voor deze doelgroep zijn opgetuigd wordenvoortgezet en dat gemaakte afspraken worden gecontinueerd en waarnodig worden aangepast om in te spelen op langer verblijf. Zoalsgenoemd in de Verzamelbrief opvang Oekraïne van 14 juni8 heeft hetkabinet hiervoor een pakket aan voorstellen verkend waarbij nadrukkelijkbalans gezocht is tussen enerzijds maatregelen die meer plichten enverantwoordelijkheden voor ontheemden betekenen en anderzijdsmaatregelen die meer voorzieningen en kansen creëren voor ontheemdenom deel te nemen aan de Nederlandse maatschappij dan wel hen teondersteunen om te zijner tijd terug te kunnen keren en bij te kunnendragen aan de wederopbouw van Oekraïne. Het gaat hierbij onder meerom de invoering van een eigen bijdrage voor kosten in de opvang maarook om financiering van taallessen.Het kabinet vindt het van belang dat argumenten voor de verlenging zienop de bestaansgrond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, zodat er eenzuiver onderscheid blijft tussen de richtlijn en een asielbeoordeling.Budgettaire consequentiesDe Commissie geeft geen inschatting van de budgettaire gevolgen vanhet verlengen van de Richtlijn voor de EU-begroting, maar benoemt wel7Kamerstukken II, 2023–2024, 36 394, nr. 24.8Kamerstukken 2023–2024, 19 637 nr. 3258Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8828 dat er als gevolg van de tussentijdse herziening (mid-term-review) van hetMeerjarig Financieel Kader, 2 miljard euro aan nieuwe middelen isvrijgemaakt voor asiel- en migratiedoeleinden, waaronder voor opvangvan ontheemden. Het kabinet ziet dat er ook grote andere budgettaireuitdagingen liggen op de interne dimensie van het EU-migratiebeleid, metname rond de implementatie van het Asiel- en Migratiepact. Hetuitgangspunt van het kabinet is dat alle uitdagingen opgelost dienen teworden binnen de binnen de Raad afgesproken financiële kaders voor deEU-begroting.De kosten op nationaal niveau voor de RTB zijn 3,9 miljard euro voor hetkalenderjaar 2025. Op basis van de bepaling opgenomen in de TijdelijkeWet Opvang Ontheemden uit Oekraïne dat de kosten voor de opvang nogeen jaar doorlopen na afloop van de RTB, raamt het kabinet de kostenvoor 2026 op 3,9 miljard euro en voor 2027 op 0,8 miljard euro.9 Ditbetreffen onder meer de kosten voor opvang door gemeenten enveiligheidsregio’s, leefgeld, zorg, ondersteuning door ngo’s en apparaats-kosten, uitgaande van een constant aantal ontheemden uit Oekraïne inNederland vanaf 1 januari 2025. Bij de augustusbesluitvorming wordtnader bezien hoe de verlenging van de RTB zal worden verwerkt in debegroting.Subsidiariteit en proportionaliteitHet kabinet beoordeelt de subsidiariteit en proportionaliteit van hetvoorgestelde optreden als positief. Zoals de Commissie in het voorstelbeschrijft, heeft de oorlog in Oekraïne impact op de hele EU – en vraagtdeze nog steeds om een Europese en gecoördineerde aanpak. Alterna-tieve maatregelen op nationaal niveau, zoals het individueel moetenbeoordelen van asielaanvragen van ontheemden uit Oekraïne, zouden ditonvoldoende kunnen verwezenlijken. Gezien de grensoverschrijdendeeffecten en impact op alle lidstaten kan een effectieve, gecoördineerdeaanpak bovendien beter op het niveau van de EU bereikt worden.Optreden op het niveau van de EU is daarom gerechtvaardigd.Zoals hierboven aangegeven is het voortzetten van de tijdelijkebescherming op grond van de richtlijn naar het oordeel van het kabinetgeschikt en noodzakelijk. Daarbij is van belang dat het voorstel door deduur van één jaar afgebakend is in tijd en dezelfde reikwijdte heeft als dienu wordt gehanteerd. Daarom wordt volgens het kabinet ook voldaan aanhet proportionaliteitsbeginsel.KrachtenveldBespreking van het verlengingsvoorstel vond reeds plaats op de JBZ-Raadvan 14 juni (zie bijgevoegd verslag). Daar was brede steun (zie ookverslag). De verwachting is dan ook dat de verlenging zal wordenaangenomen.Voortgang onderhandelingen MensensmokkelrichtlijnConform de op 9 april 2024 vastgestelde informatieafspraken met deEerste Kamer in relatie tot het Voorstel voor een Richtlijn tot vaststellingvan minimumvoorschriften ter voorkoming en bestrijding van mensen-smokkel (COM(2023)755) wordt bij het verslag van de JBZ-Raad eenupdate gegeven over (de voortgang van) de onderhandelingen, hetkrachtenveld en de actuele kabinetsinzet met betrekking tot dit voorstel,en specifiek op de dimensie van humanitaire hulpverlening.9Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 VI, nr. 2; Kamerstukken II, 2023–2024, 36 550 VI, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8829 Na de besprekingen tijdens de JBZ-Raad van 4 en 5 maart10 is het voorstelniet meer op Raadsniveau besproken. Wel is het voorstel diverse malenbinnen lagere Raadsgremia besproken. Hierbij heeft Nederland de inzetzoals weergegeven in het BNC-fiche gehanteerd.11 De besprekingen zullenna de zomer binnen de raadswerkgroep worden voortgezet onder hetvolgende voorzitterschap van de Raad.Een wezenlijk deel van de besprekingen is gegaan over het al dan nietschrappen van het bestanddeel «financieel of materieel voordeel» uitartikel 3 van het voorstel. Een groot deel van de lidstaten gaf aan dat hetdit onderdeel liever ziet verdwijnen, omdat inclusie als bestanddeel in destrafbaarstelling een onwelkome verzwaring van de bewijslast zouvormen in de strafrechtelijke aanpak van mensensmokkel. Nederlandsteunt dat, omdat dat in lijn is met hoe mensensmokkel thans in artikel197a van het Wetboek van Strafrecht is opgenomen. Het vraagstuk overfinancieel en materieel voordeel hangt voor veel lidstaten samen met hetal dan niet introduceren van een passage in het voorstel over hetuitsluiten van humanitaire hulp van strafrechtelijke aansprakelijkheid,hetzij in de considerans, hetzij in de operationele tekst van het voorstel.Nederland heeft in deze discussie telkens het belang benadrukt datgevallen niet moeten worden bestraft wanneer sprake is van zuiverehumanitaire hulpverlening, maar ook dat opname van een passage overhumanitaire hulpverlening niet misbruikt mag kunnen worden doorevident criminele smokkelaars en zo het werk van de opsporingsinstantieszou bemoeilijken. Er is daarbij ook aangegeven dat een explicietehumanitaire clausule in het operationele deel van de tekst in dit verbandniet direct noodzakelijk en effectief wordt geacht, aangezien het uitsluitenvan humanitaire hulp van strafrechtelijke aansprakelijkheid ook doormiddel van andere wegen te ondervangen is, zoals door middel vanalgemene nationale strafuitsluitingsgronden, die Nederland zelf ook heeft.Wat Nederland betreft heeft opname in de considerans van de richtlijn,met het doel te onderstrepen dat de strafbaarstelling niet mag dienen omhumanitaire gevallen te bestraffen, dan ook de voorkeur. Momenteelliggen verschillende varianten nog op tafel, en loopt de steun daarvooronder lidstaten uiteen.Een significante ontwikkeling in de behandeling van het voorstel isdaarnaast dat het onderdeel over publiekelijk aanzetten tot illegalebinnenkomst, doortocht of verblijf niet heeft kunnen rekenen op veelsteun bij lidstaten. Een groot deel van de lidstaten bracht kanttekeningennaar voren die verband hielden met o.a. de legaliteit van de bepaling ende vrijheid van meningsuiting. Nederland stelde zich hierbij op hetstandpunt het onderdeel enkel te kunnen steunen indien tot een formu-lering zou worden gekomen die de legaliteit voldoende zou waarborgen.In lijn met de Motie Veldkamp c.s.12 is in relatie tot artikel 12 over derechtsmacht het belang benadrukt van een zo ver mogelijk reikendeextraterritoriale rechtsmacht bepaling ten behoeve van een effectieveEuropese aanpak van smokkelnetwerken. Wat Nederland betreft moet derichtlijn idealiter dan ook een stevige bepaling over de rechtsmachtbevatten. Tijdens de besprekingen is echter gebleken dat het verruimenvan de (extraterritoriale) rechtsmacht voor mensensmokkel niet voor alleEuropese partners een prioriteit is, zoals dat voor Nederland geldt. Hetkabinet zal zich echter blijven inspannen om de materie onder de10Kamerstukken III, 2023–2024, 32 317, nr. 874.11Kamerstukken II, 2023–2024, 22 112, nr. 3873.12Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 VI nr. 85.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88210 aandacht te brengen, zowel binnen als buiten de onderhandelingen overde mensensmokkelrichtlijn.MensenrechtenIn lijn met de toezegging aan het lid Podt in het Commissiedebatvoorafgaand aan de Informele JBZ-Raad te Stockholm van 25, 26 en27 januari 2023 – komt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in hetverslag van de JBZ-Raad terug op de bespreking van mensenrechtentijdens die Raad. Met de terugkoppeling van de bespreking tijdens dezeRaad, de laatste waar de huidig demissionair Staatssecretaris van Justitieaan Veiligheid aan deelnam, acht het kabinet deze toezegging aan het lidPodt afgerond. Tijdens de Raad werd uitgebreid stil gestaan bij hetverzekeren van de verblijfsrechten van personen die momenteelverblijven onder de Richtlijn Tijdelijke bescherming. Er was brede steunom de activering van de Richtlijn met een jaar te verlengen. In detafelronde over de implementatie van het Asiel- en Migratiepact gafdaarnaast een lidstaat aan reeds vooruitlopend op de wetgeving eennationaal onafhankelijk monitoringsmechanisme voor de naleving vanmensenrechten aan de grens te hebben opgericht.De Minister van Justitie en Veiligheid,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusDe Minister voor Rechtsbescherming,F.M. WeerwindDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,E. van der BurgTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88211 Verslag van de formele bijeenkomst van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken, 13 en 14 juni 2024 I. Binnenlandse Zaken Belangrijkste resultaten:•De Raad heeft de prioriteiten voor de Schengencyclus van 2024–2025vastgesteld.•De Raad heeft Raadsconclusies aangenomen over de evaluatie van deEuropese Grens- en Kustwachtverordening en permanent korps vanFrontex.•Er werd een politiek akkoord bereikt op de verlenging van de richtlijntijdelijke bescherming voor Oekraïners, waarmee Oekraïense ontheem-den tot 2026 zekerheid krijgen over hun verblijfsstatus in de EU.•Deskundigenaanbevelingen over rechtmatige toegang tot data vooropsporing werden door de JBZ-Raad omarmd. De JBZ-Raad conclu-deerde dat een verbeterd EU-wettelijk kader voor toegang en retentievan data nodig is en riep op tot verdere uitwerking en coördinatie vande aanbevelingen via een routekaart.•De algemene oriëntatie over de slachtofferrechtenrichtlijn werd alshamerstuk aangenomen (a-punt).•De algemene oriëntatie over de verordening uitvoering AVG werd alshamerstuk aangenomen (a-punt).•De Raad heeft de algemene oriëntatie (raadspositie) op het voorstelvan de Europese Commissie voor een Verordening ter oprichting vaneen EU-Talentenpool met ruime meerderheid aangenomen.13 Enkelelidstaten, waaronder Nederland, onthielden zich van stemming. U bentuitgebreid over het kabinetsstandpunt geïnformeerd via de Geanno-teerde Agenda voor de Raad van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.14De triloog over het voorstel zal starten zodra het Europees Parlementeen positie heeft ingenomen. Het kabinet zal er in de triloog met hetEuropees Parlement voor blijven pleiten om oneigenlijke detacheringvan derdelanders in de specifieke context van de EU-Talentenpool tevoorkomen.1. Staat van het Schengengebied: Prioriteiten Schengencyclus enSchengenverklaring Tijdens de Raad vond een gedachtewisseling plaats over de prioriteitenvoor de Schengencyclus van 2024–2025. Het Voorzitterschap hadvoorafgaand aan de Raad de volgende prioriteiten voorgesteld: 1) hetvergroten van de weerbaarheid van onze buitengrenzen en tegelijkertijdhet consolideren van digitalisering; 2) het vergroten van de effectiviteitvan het terugkeersysteem; en 3) het vergroten van de interne veiligheid.Nederland heeft steun uitgesproken voor de geïdentificeerde prioriteiten.Nederland bracht in dat bij de opvolging van de prioriteiten aandachtdient te zijn voor het tegengaan van secundaire migratie, het implemen-teren van recent aangenomen wetgeving (zoals het Pact en de herzieneSchengengrenscode), en dat het vergroten van interne veiligheid breedmoet worden geadresseerd. Met dat laatste wordt bedoeld dat er naast destrijd tegen georganiseerde criminaliteit, voldoende aandacht moetworden besteed aan de strijd tegen terrorisme en andere veiligheidsdrei-gingen. Ook is benadrukt dat het verbeteren van gegevensdeling tussenEU-agentschappen en lidstaten, evenals de daaropvolgende analyse vandeze gegevens voor bijvoorbeeld opsporingsdoeleinden, daar onderdeelvan moeten zijn. Tijdens de tafelronde bleek dat er brede steun was voor13COM(2023) 716, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52023PC0716.14Kamerstukken II 2023–2024, 21 501-31, nr. 751.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88212 deze prioriteiten en de daaropvolgende operationele acties. Lidstatenbenoemden eigen accenten, zoals de noodzaak voor verbeterd terugkeer-beleid en een versterkte aanpak tegen de instrumentalisering vanmigratie.Het Voorzitterschap besloot verder om de eerder aangekondigdeSchengenverklaring niet voor te leggen ter bekrachtiging aan de Raad,omdat enkele lidstaten van mening waren dat de tekst onvoldoendeambitieus was over het afronden van het Schengentoetredingsproces vanRoemenië en Bulgarije. Het Voorzitterschap verwachtte dat het voorsteldaardoor niet kon rekenen op de benodigde unanieme steun in de Raad.Tijdens de Schengenraad zijn ook de Raadsconclusies aangenomen overde evaluatie van de Europese Grens- en Kustwachtverordening enpermanent korps van Frontex. Dit vond plaats zonder discussie. Voor eentoelichting over de inhoud van deze conclusies wordt verwezen naar deGeannoteerde Agenda van deze Raad.2. De toekomst van het visumbeleid van de EU Er was brede steun voor de oproep aan de Commissie om in samenspraakmet de Raad een gemeenschappelijke EU-strategie voor het Europeesvisumbeleid op te stellen. Deze strategie moet voorzien in de wens om hetvisumbeleid strategischer in te zetten, misbruik tegen te gaan en adequaatte kunnen handelen wanneer er risico’s zijn voor de interne veiligheid ofop het gebied van migratie. In de volledige tafelronde riepen verschillendelidstaten op tot het beter benutten van de beschikbare gegevens indatabanken zoals het VIS en EURODAC. Ook benadrukten lidstaten hetbelang van een sterk gecoördineerd EU-optreden in het geval van derdelanden die hun visumbeleid niet harmoniseren met dat van de EU waarbijwerd benadrukt dat visumvrijreizen een gunst is en geen recht. In datkader riepen meerdere lidstaten, waaronder Nederland, ook op tot hetspoedig bereiken van een akkoord met het Europees Parlement tenaanzien van de herziening van het visumopschortingsmechanisme.3. Interoperabiliteit Het Belgische voorzitterschap en de Commissie schetste de stand vanzaken van de inwerkingtreding van het Entry/exit system (EES) en hetEuropees Systeem voor Reisinformatie en -autorisatie (ETIAS). DeCommissie benadrukte dat EES in het najaar operationeel wordt. Deinwerkingtreding van ETIAS volgt 6 maanden later. De meeste lidstatenzijn volop bezig met de voorbereidingen van de operationalisering vanEES, een aantal lidstaten loopt achter. De Commissie riep de lidstaten opom door te gaan met de voorbereidingen om een digitaal Schengen eenrealiteit te maken.De directeur van eu-LISA lichtte de implementatie van de interoperabiliteitroadmap15 toe en meldde dat er duidelijk vooruitgang te zien is. Daarbijwerd vermeld dat voor de inwerkingtreding van EES de testactiviteitenvolop lopen en dat de komende periode aandacht uit gaat naar degereedheidsmeldingen. De precieze datum van inwerkingtreding kan pasformeel worden vastgesteld nadat alle lidstaten zich gereed hebbengemeld. Ook is van belang dat de betrokken dienstverleners envervoerders goed zijn voorbereid en het benodigde materieel op degrensovergangen aanwezig is zodat onder andere passagiersstromengemonitord kunnen worden.15Zie ook Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 861.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88213 Eu-LISA benadrukte daarnaast het belang van het nieuwe EURODAC dateen kernpijler van het asiel- en migratiepact vormt. Het systeem wordtgebouwd en er wordt ook een strategie ontwikkeld voor de implementatieomdat het nieuwe EURODAC binnen een krap tijdspad operationeel moetgaan worden.4. Verordening tot vaststelling van regels ter voorkoming enbestrijding van seksueel misbruik van kinderen Het Belgische voorzitterschap benadrukte dat dit onderwerp eenprioriteit voor hen is. De eerder vastgestelde verlenging van de derogatiezorgt ervoor dat providers vrijwillig kunnen detecteren.16 Het Voorzitter-schap gaf aan dat dit echter geen oplossing is voor de lange termijn.De Commissie sprak het belang uit van de strijd tegen online kindermis-bruik en dat de situatie sinds het verschijnen van dit voorstel alleen maaris verergerd. De Commissie uitte de hoop dat er een algemene oriëntatieop dit voorstel binnen afzienbare tijd kan worden bereikt.Er vond geen rondetafel discussie plaats. Nederland heeft dit agendapuntaangehoord. In de dagen na de JBZ-Raad heeft het Voorzitterschapgeconstateerd dat er onvoldoende steun was voor het nieuwe compro-misvoorstel. Het is op dit moment onbekend wanneer de onderhande-lingen worden hervat.5. Operationalisering Asiel- en Migratiepact De Commissie presenteerde het vlak voor de Raad gepubliceerdeGemeenschappelijk Implementatieplan voor het Asiel- en Migratiepact(Common Implementation Plan, hierna CIP). Een uitgebreide appreciatievan dit CIP is opgenomen in de aanbiedingsbrief van dit verslag. Het CIPwerd breed verwelkomd. Meerdere lidstaten benoemden het belang vannauwe betrokkenheid van de Raad bij voortgangsmonitoring van deimplementatie. Daarnaast benadrukten meerdere lidstaten dat eradequate EU-financiering voor de implementatie nodig is, waarbijverschillende lidstaten onderstreepten dat het zwaartepunt van de(financiële) implementatielasten ligt bij lidstaten met omvangrijkebuitengrenzen. Er was brede overeenstemming dat voor een effectievewerking van het Pact parallelle inzet op de EU-externe dimensie nodig isen blijft. In dat kader verwees een groep lidstaten, waaronder Nederland,naar de gezamenlijke brief die zij aan de Commissie stuurden met eenoproep tot verkenning van innovatieve oplossingen in het asieldomein.6. Toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhaving:presentatie van de aanbevelingen van de High Level Group onAccess to Data for Effective Law Enforcement Het Belgische voorzitterschap lichtte de werkzaamheden van deHigh Level Group on access to data (HLG) toe. In mei heeft de HLG42 aanbevelingen gepresenteerd over capaciteitsopbouw, samenwerkingmet de industrie en wetgeving. Het Voorzitterschap bedankte de deskun-digen voor het verrichte werk en gaf aan dat de aanbevelingen een solidebasis vormen om mee verder te gaan. Onder het aankomende Hongaarsevoorzitterschap zal de HLG het werk voortzetten en een slotrapportpresenteren.In een uitgebreide interventie benadrukte CommissarisJohansson het belang van toegang tot gegevens voor rechtshand-havingsdiensten en schetste zij de problemen waar de rechts-16Zie ook eerdere berichtgeving in Kamerstukken II 2023–2024, 32 317, nr. 866.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88214 handhaving tegenaan loopt. Van essentieel belang is datopsporing klaar moet zijn voor het digitale tijdperk. Ook gaf deCommissaris aan te zullen kijken naar nieuwe of ge-updatejuridische instrumenten om toegang tot data en retentie teverbeteren, in samenwerking met haar collega commissarissen.Op de justitiedag van de JBZ-Raad bedankte de Commissaris voorJustitie Jourova eveneens de HLG, maar schetste daarbij dat deaanbevelingen geen Commissie standpunt zijn en dat deCommissie zich moet buigen over de haalbaarheid van een aantalvoorgestelde wetgevingsvoorstellen.In een brede rondetafel discussie, sprak een ruime meerderheidvan de lidstaten – waaronder Nederland – steun uit voor deaanbevelingen gedaan door de HLG. Het belang dat rechtshandha-vingsautoriteiten in staat moeten zijn om ook in het digitale tijdperk hunwerk goed te kunnen doen werd onderstreept, met inachtneming vanbestaande EU-jurisprudentie en met respect voor de grondrechten,inclusief privacy. Een enkele lidstaat gaf aan dat de balans tussen privacyen opsporing nationaal complex ligt en kon daarom nog geen positieinnemen.Het Voorzitterschap concludeerde dat een verbeterd EU-wettelijk kadervoor effectieve toegang tot data en het opslaan en bewaren van dataprioriteit is. Ook werd aangegeven dat het vinden van technologischemogelijkheden voor toegang tot versleutelde gegevens zonder deversleuteling te verzwakken een prioriteit vormt. De JBZ-Raad verzochteen gecoördineerde aanpak op basis van een routekaart waarin devoorstellen van de HLG worden uitgewerkt, waarbij ook tijdspad enfinanciering worden meegenomen. Tot slot gaf het aankomendeHongaarse voorzitterschap aan dit onderwerp met prioriteit te zullenoppakken.7. Russische agressie tegen Oekraïne a. Gevolgen voor de interne veiligheid Het Belgische voorzitterschap merkte op dat de samenwerking metOekraïne steeds beter gaat, de samenwerkingsmaatregelen vorderen ende veiligheids-dialoog17 goed verloopt. Er is met name vooruitgang tezien in de aanpak van de handel in kleine vuurwapens. Ook benadrukte deCommissie dat er een goede samenwerking is met de Oekraïenseautoriteiten en dat dit een goede basis vormt voor samenwerking na deoorlog. Hoewel de gevolgen van de oorlog voor de EU-interne veiligheidtot nu toe beperkt zijn riep de Commissie op alert te blijven en het werkvoort te zetten.b. Verlenging van de werking Richtlijn Tijdelijke Bescherming De Commissie gaf een toelichting op het voorstel tot verlenging van dewerking van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, dat op 11 juni jl. werdgepubliceerd. Een appreciatie van het voorstel vindt u in de aanbiedings-brief behorend bij dit verslag.Tijdens de JBZ-Raad werd een politiek principeakkoord bereikt op hetverlengen van de werking van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming tot4 maart 2026: er was brede steun voor de verlenging van de tijdelijkebescherming, onder meer gezien de volatiele situatie in Oekraïne en de17Zie ook berichtgeving hierover in eerdere geannoteerde agenda’s bij JBZ-Raden; Kamer-stukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872, en Kamerstukken II 2023–24, Kamerstuk 32 317, nr. 862.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88215 blijvende noodzaak de nationale asielsystemen te ontzien. Enkele lidstatenbenoemden dat additionele financiële ondersteuning vanuit de EU nodigis voor lidstaten die het meest onder druk staan. Tot slot benoemde eengrote groep lidstaten het belang om, ook samen met de Oekraïenseautoriteiten, het gesprek te voeren over oplossingen voor de lange termijnten aanzien van verblijf van ontheemden uit Oekraïne in de EU. Na ditprincipeakkoord volgt formele aanname van het voorstel door de Raad,vermoedelijk nog deze maand.8. Uitdagingen op het gebied van veiligheid In een besloten sessie waarschuwde de EU counterterrorism coördinatorvoor dreigingen in het licht van de grote sportevenementen deze zomer,voor dreigingen die zich online en offline manifesteren: de jihadistischedreiging (met name ISKP), voor spionage en desinformatie vanuit onderandere Rusland en China en voor de gevolgen van het Gaza-conflict voorde veiligheid in de EU. Nederland en de andere lidstaten hebben ditaangehoord.9. Bestrijding van drugshandel en georganiseerde criminaliteit Het Voorzitterschap opende de discussie door aan te geven dat destrijd tegen georganiseerde criminaliteit een topprioriteit is. Hetis hierbij nodig om samen te werken met stakeholders vanuit deprivate sector en andere overheidssectoren. Het Voorzitterschapgaf een toelichting van de tien voor hen prioritaire acties uit deEU Roadmap on drug trafficking and organized crime.18 Er werdstilgestaan bij het belang van het beter in kaart brengen van demeest bedreigende criminele netwerken, een onderwerpwaarover ook Raadsconclusies ter goedkeuring voorlagen. Ooklichtte het Voorzitterschap kort de ontwikkelingen toe inzake deoprichting van de EU-havenalliantie, rechtmatige toegang totdata, de bestuurlijke aanpak en preventie.Ook de Commissie benadrukte het belang van de strijd tegendrugshandel en verklaarde dat de dreiging van georganiseerdecriminaliteit een dreiging voor onze maatschappij en democratieis. De Commissie gaf aan de Raadsconclusies over het in kaartbrengen van meest criminele netwerken te steunen waarbij degebruikmaking van legale structuren en corruptie aandachts-punten zijn. De Commissie kondigde aan dat er een coördinatortegen drugshandel wordt aangesteld.Nederland intervenieerde en riep op tot blijvende agendering vandit onderwerp. Er zijn duurzame inspanningen door alle stake-holders nodig. Daarbij benadrukte Nederland dat de bestuurlijkeaanpak de tussen de lidstaten moet worden ontwikkeld. Nadatook Europol zich als voorstander van de Raadsconclusiesuitsprak, concludeerde het Belgische voorzitterschap dat deRaadsconclusies inzake het beter in kaart brengen van criminelenetwerken konden worden aangenomen.10. Versterking van de crisisparaatheid en crisisrespons opEU-niveau Tijdens de lunchbespreking wisselden de lidstaten van gedachten over deversterking van de crisisparaatheid en respons binnen de EU. DeCommissie benadrukte het succes van het Emergency Response18Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3842.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88216 Coordination Centre (ERCC) en van de goed-gecoördineerde crisisresponsin derde landen.Veel lidstaten uitten teleurstelling dat er geen overeenstemming was overde Raadsconclusies inzake strategisch crisismanagement. Een tweetallidstaten gaven echter aan dat civiele bescherming en bredere crisis-respons niet door elkaar moet worden gehaald en waren van mening dater te weinig rekening wordt gehouden met nationale competenties.Nederland en een aantal andere lidstaten benadrukten daarentegen dathet noodzakelijk is om de crisisaanpak grensoverschrijdend en sector-overstijgend te benaderen. Natuurlijk zijn de lidstaten eerstverantwoor-delijk voor crisismanagement, echter vergen de huidige crises ook EUsamenwerking en zijn er veel interdependenties tussen instellingen en delidstaten, en tussen de EU en NAVO. Nederland gaf ook aan uit te kijkennaar het rapport van de nieuw aangestelde speciaal adviseur, dhr.Niinistö.11. Overige onderwerpen a) Ministeriële bijeenkomst EU-VS over justitie en binnenlandsezaken (Brussel, 20–21 juni 2024)Het Voorzitterschap lichtte toe dat de aanpak van georganiseerdecriminaliteit, Oekraïne, illegale migratie, E-evidence, terrorisme, foreigninterference and manipulation en visumwederkerigheid op de agenda vande aankomende bijeenkomst staan.b) Werkprogramma van het aantredende VoorzitterschapHet aankomende Hongaarse voorzitterschap heeft zijn prioriteiten tijdensde JBZ-Raad kort toegelicht. Hongarije benoemde «sterke grenzen» alseen eerste prioriteit, met daarbij aandacht oor het Schengengebied,externe grenzen, interoperabiliteit en terugkeer. Een «veilig EU» metaandacht voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit en politie-samenwerking, tegengaan van kindermisbruik en crisismanagement,werd als tweede hoofdprioriteit gepresenteerd. Als derde prioriteitbenoemde Hongarije de samenwerking buiten Europa met het oog op deexterne dimensie van migratie.II. Justitie Belangrijkste resultaten:•Tijdens het beleidsdebat over het voorstel tot herziening van dekindermisbruikrichtlijn was er brede steun voor de voorliggenderichtlijn. De meerderheid van lidstaten steunde het opnemen vanregels over (lange) verjaringstermijnen, zij het met oog voor denationale systemen. Ook vond een meerderheid dat virtuele kinder-porno (AI generated images and videos) op dezelfde wijze strafbaarmoet worden gesteld als «echt» kinderpornografisch materiaal.•Ondanks verdeeldheid over het onderwerp, was er steun om te komentot voorstellen ter aanpassing van het Commissievoorstel over deerkenning van ouderschap in grensoverschrijdende gevallen, omtegemoet te komen aan de (fundamentele) zorgen van een deel van delidstaten over het vaststellen en erkennen van ouderschap nadraagmoederschap.•Tijdens de werklunch werd gesproken over de bestrijding vanstraffeloosheid in het kader van de Russische agressie tegen Oekraïne,mede in aanwezigheid van de hoofdaanklager van het ICC dhr. Khanen Eurojust.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88217 •Bij de voortgangsrapportage over het EOM werd de aanpak vanbtw-fraude, en de link met georganiseerde criminaliteit, uitgelicht.Naast de toetreding tot het EOM van Polen en Zweden, kondigdeIerland aan te streven naar toetreding in 2026.•De Raadsconclusies over het versterken en beschermen van een vrij,open en geïnformeerd democratisch debat zijn aangenomen.•De algemene oriëntatie inzake de anti-corruptierichtlijn werd aangeno-men.1. Verordening inzake de vaststelling en erkenning vanafstamming in grensoverschrijdende situaties Het Belgische voorzitterschap lichtte de voorstellen toe die het gedaanheeft ter aanpassing van het Commissievoorstel voor een verordeninginzake de vaststelling en erkenning van afstamming in grensoverschrij-dende situaties. Met deze voorstellen trachtte het Voorzitterschaptegemoet te komen aan de zorgen van een deel van de lidstaten over hetvaststellen en erkennen van ouderschap na draagmoederschap.De Commissie benadrukte dat het belangrijk is om de rechten van allekinderen te beschermen, ongeacht hoe ze zijn geboren of in welk gezin zeopgroeien. De doelstelling van de verordening is om ervoor te zorgen datgezinnen niet stranden in moeilijke juridische discussies en dat de rechtenvan kinderen ook in grensoverschrijdende situaties worden geborgd.Tijdens de volledige tafelronde discussie onderschreven alle lidstaten hetbelang van het gedegen borgen van de rechten van het kind, zo ook ingrensoverschrijdende gevallen. Gezien de complexiteit van het onderwerpwerd tevens het belang van een evenwichtige aanpak met ruimte vooruiteenlopende benaderingen in lidstaten ten aanzien van draagmoeder-schap breed erkend. Alle lidstaten lichtten in dat kader hun nationalesituatie toe. Veel lidstaten konden de voorstellen van het Voorzitterschapsteunen, met name de flexibele opzet ervan. Er waren echter ook lidstatendie hun zorgen uitten over de verenigbaarheid met hun nationalewetgeving aangezien draagmoederschap daarin niet is toegestaan. Metname deze lidstaten benadrukten het belang van verdere technischeanalyse en overleg.Nederland kon het Commissievoorstel steunen en stelde dat alle kinderenonder de reikwijdte van de verordening zouden moeten vallen ongeachtvan het type gezin of hoe ze geboren zijn. Verder ondersteunde Nederlandde genuanceerde benadering van het Voorzitterschap voor het aanpassenvan het Commissievoorstel om tegemoet te komen aan zorgen van eenaanzienlijk deel van de lidstaten over draagmoederschap.Het Voorzitterschap constateerde brede steun voor de gepresenteerdevoorstellen, maar dat er ook zorgen zijn bij sommige lidstaten. HetVoorzitterschap hoopte dat de drie gepresenteerde voorstellengezamenlijk een basis kunnen vormen voor de weg voorwaarts. Dit zal inhet vervolgtraject op technisch niveau nader worden uitgewerkt.2. Richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van hetinsolventierecht Het Voorzitterschap lichtte de stand van zaken van de onderhandelingentoe over het richtlijnvoorstel inzake het insolventierecht. Het is eenzoektocht naar een goede balans tussen harmonisatie ter versterking vande kapitaalmarktunie enerzijds en voldoende flexibiliteit aan lidstaten tenbehoeve van uitvoerbaarheid en inpasbaarheid in het nationale systeemanderzijds. Het Voorzitterschap gaf aan dat de meeste discussie bestaatTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88218 over het onderdeel van het richtlijnvoorstel dat ziet op kleine onderne-mingen, en dat de politieke sturing vanuit onder andere de Europese Raaden JBZ-Raad een goede impuls heeft gegeven. De Commissie consta-teerde dat een compromis binnen handbereik lijkt.3. Richtlijn corruptiebestrijding Tijdens de JBZ-Raad werd de algemene oriëntatie (AO) inzake deanti-corruptierichtlijn aangenomen. Het Belgische voorzitterschaplichtte de AO toe die onder meer heldere en afgebakende strafbepalingen,niet-dwingend voorgeschreven strafverzwarende en -verzachtendeomstandigheden en bijkomende sancties/maatregelen bevat. Alhoewelsommige lidstaten meer ambitie nastreefden, benadrukten anderelidstaten het belang van inpasbaarheid in de nationale juridischesystemen. Met het AO is een gebalanceerd compromis bereikt, aldus hetVoorzitterschap.De Commissie benadrukte de ondermijnende gevolgen van corruptie enbeschreef het als belangrijke sleutelfactor voor georganiseerde crimina-liteit. De anti-corruptierichtlijn is een essentieel instrument om hiertegente kunnen optreden. De Commissie uitte teleurstelling dat het ambitie-niveau in de AO aanmerkelijk lager is op sommige punten ten opzichtevan het oorspronkelijke Commissievoorstel, zoals de minimale verjarings-termijnen en minimale maximumstraffen. Ten slotte riep de Commissiehet inkomend Voorzitterschap op zo snel mogelijk te starten met detriloogonderhandelingen.Enkele lidstaten spraken hun steun uit voor de AO. Het Voorzitterschapsprak tot slot begrip uit voor de verschillende invalshoeken van delidstaten en stelde vast dat de algemene oriëntatie kon worden aange-nomen.4. Richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik en seksueleuitbuiting van kinderen (CSA-richtlijn) Het Belgische voorzitterschap leidde het beleidsdebat in over het voorsteltot herziening van de CSA-richtlijn. De Commissie zette de negatievegevolgen van seksueel misbruik van kinderen uiteen en de recenteontwikkelingen daaromtrent. Volgens de Commissie moeten met derichtlijn alle vormen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting vankinderen strafbaar worden, moet opsporing effectiever en moetenpreventie en ondersteuning van slachtoffers worden verbeterd. DeCommissie riep de lidstaten op om ambitieus te zijn en er tevens voor tezorgen dat de richtlijn rekening houdt met nieuwe technologischeontwikkelingen.Tijdens een bijna volledige tafelronde benadrukten vrijwel alle lidstaten deernst van het onderwerp en steunden het belang van de voorliggenderichtlijn. Desgevraagd geeft een meerderheid van de lidstaten aan hetgerechtvaardigd te vinden dat er regels over (lange) verjaringstermijnenworden opgenomen in de richtlijn. Meer harmonisatie hierin werd breedgesteund. Wel was er discussie over de duur en de ingangsdatum van dein de richtlijn opgenomen verjaringstermijnen. Hierbij gaven lidstaten aandat er flexibiliteit moet zijn om de regeling in te passen in het nationalestelsel en was er onderscheid in voorkeur om de verjaringstermijn te lateningaan vanaf de datum waarop het misbruik is gepleegd of vanaf hetmoment waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88219 De meeste lidstaten gaven aan dat virtuele kinderporno (AI generatedimages and videos) op dezelfde wijze strafbaar moet worden gesteld alskinderpornografisch materiaal waarop echte kinderen te zien zijn. Enkelelidstaten stelden echter dat er een verschil in strafmaat zou moeten zijn.Tevens was er brede steun om technologisch neutrale termen tegebruiken om de richtlijn toekomstbestendig te houden. Verder werdendoor enkele lidstaten andere onderwerpen opgebracht die onderwerp vande richtlijn zouden moeten zijn, waaronder fysieke attributen, zoalskindersekspoppen, en een duidelijke definitie van «instemming».Nederland stelde dat een gezamenlijke aanpak van (online) seksueelkindermisbruik en seksuele uitbuiting van kinderen gezien het grensover-schrijdende karakter essentieel is voor een effectieve bestrijding van dezeweerzinwekkende vorm van criminaliteit. Wat betreft de verjaringster-mijnen beschreef Nederland het eigen systeem en uitte begrip omvoldoende ruimte houden voor de nationale systemen van lidstaten.Verder steunde Nederland het strafbaar stellen van virtuele kinderporno.Het inkomend Hongaarse voorzitterschap gaf aan dit onderwerp verder tebehandelen in de betreffende raadswerkgroepen.5. Europees Openbaar Ministerie (EOM) Het Belgische voorzitterschap benadrukte het belang van het EOM en hetwerk dat het verricht. Polen is onlangs toegetreden en ook Zweden heeftlaten weten te zullen toetreden. Dit is een positieve ontwikkeling in destrijd tegen fraude en georganiseerde criminaliteit. Ook meldde hetVoorzitterschap dat het mandaat van een aantal openbaar aanklagers vanlidstaten is verlengd.De Commissie merkte op dat het EOM veel toegevoegde waarde heeft,gebaseerd op de cijfers uit het jaarverslag. Het EOM is een belangrijkespeler bij de aanpak van fraude en de daarbij vaak betrokken georgani-seerde criminaliteit. Ook de Commissie gaf aan blij te zijn met de nieuwtoegetreden landen.De Hoofdaanklager van het EOM wees op het jaarverslag en de groeiendewerklast. Ook stelde zij dat er een steeds beter beeld is van btw-fraude endat dit helpt met de aanpak ervan. Ten slotte stelde zij dat het EOMmomenteel onvoldoende is toegerust om hier echt goed werk van temaken.Ierland sprak de intentie uit om tot het EOM toe te treden en verwacht datin 2026 te kunnen doen. Zowel Zweden als Polen waren verheugd overhun toetreding.6. Russische agressie tegen Oekraïne: strijd tegen straffeloosheid Gedurende de werklunch werd er gesproken over de bestrijding vanstraffeloosheid met betrekking tot de Russische agressie tegen Oekraïne.De hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC), Karim AhmadKhan, lichtte het ICC-onderzoek toe en gaf daarbij complimenten aangastland Nederland. Khan benadrukte het belang van het ICC in rules-based order en handhaving van het internationaal recht. In het licht vanmogelijke VS sancties riep hij verder op om anti-blocking wetgeving aante nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88220 Eurojust gaf aan dat er geen goede basis is voor gegevensuitwisselingtussen Eurojust en het ICC. De Commissie gaf aan dit op te pakken. Verderwerd gesproken over hoe om te gaan met politiek-gemotiveerde rednotice notificeringen van Interpol.7. Bestrijding van drugshandel en georganiseerde misdaad:terugkoppeling van het voorzitterschap Het Belgische voorzitterschap informeerde de JBZ-Raad over de stand vanzaken van de voortgang van de acties uit de EU Roadmap on drugtrafficking and organized crime.19 Zo gaf het Voorzitterschap aan dat deRaadsconclusies voor de oprichting van een gespecialiseerd magistraten-netwerk zijn aangenomen. Hierbij is van belang dat het netwerkvoldoende middelen heeft zodat het echt van toegevoegde waarde kanzijn in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. Ook de Raadscon-clusies over samenwerking met derde landen werden genoemd, gezien deprioriteit die hieraan binnen de EU Roadmap wordt gegeven, met nameten aanzien van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.De Commissie gaf aan dat er goede stappen zijn gezet, maar dat meernodig is. De Commissie lichtte hierbij enkele initiatieven uit zoals deEU-havenalliantie en de te benoemen EU coördinator tegen drugshandel.Ook de Commissie benoemde het belang van samenwerking metLatijns-Amerika en het Caribisch gebied. De Commissie lichtte verder deRaadsconclusies over het in kaart brengen van criminele netwerken uit envroeg om een brede aanpak.Enkele lidstaten spraken hun steun uit voor de initiatieven en riepen op ditonderwerp hoog op de agenda te houden.Het Voorzitterschap concludeerde dat het in kaart brengen van criminelenetwerken, zoals tijdens de Binnenlandse zaken dag van de JBZ-Raadwerd besproken, en de follow-the-money aanpak belangrijke punten zijn.De komende periode wordt verder gewerkt aan de implementatie van deacties.8. Conclusies over het versterken en beschermen van een vrij,open en geïnformeerd democratisch debat De Raadconclusies over het versterken en beschermen van een vrij, openen geïnformeerd democratisch debat onderschrijven onder andere dat hetrecht op vrijheid van meningsuiting een groot goed is in een democra-tische rechtsstaat. Het Belgische voorzitterschap stelde dat het nodig iseen sterke politieke boodschap uit te dragen over vrij en open democra-tisch debat. De voorliggende Raadsconclusies herbevestigen dat vrijheidvan meningsuiting en informatie een fundament zijn van onze democratie.De Commissie benadrukte dit belang en ging nader in op enkele initia-tieven ter bestrijding van desinformatie waarvan de dreiging niet moetworden onderschat.De Raadsconclusies werden zonder interventies aangenomen.9. Implementatie van het Verdrag van Istanbul Het Voorzitterschap gaf de stand van zaken rondom de toetreding van deEU tot het Verdrag van Istanbul. De EU is op 1 oktober 2023 toegetreden,maar is de enige organisatie die lid is. Dit heeft gevolgen voor het19Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3842.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88221 functioneren van de organen. Momenteel worden daarom amendementenbesproken over stemming en het besluitvormingsproces.De Commissie gaf aan dat aanbevelingen daaromtrent in een recentebijeenkomst zijn goedgekeurd door de EU en dat steun van de Raad nodigis. Het is daarom nuttig te werken aan een vlotte interne procedure. Overde stemmingswijze is nog geen overeenstemming tussen alle deelne-mende landen. De inzet hierover wordt in de betreffende raadswerkgroepverder besproken.10. Overige onderwerpen a) Onderhandelingen EU-VS e-evidence De Commissie schetste kort de stand van de onderhandelingen. Tijdensde afgelopen onderhandelingsronde is onder andere gesproken over hettoepassingsgebied van de toekomstige overeenkomst en de benodigdewaarborgen. Met vijf lidstaten heeft een test certificering plaatsgevonden.Volgens de Commissie is het van belang de eenheid van de Unie tebehouden.b) EU Justice scoreboard 2024 De Commissie lichtte het EU Justice Scoreboard 2024 toe en dankte deleden van het netwerk voor hun bijdragen. De Commissie benoemde depositieve trends voor wat betreft efficiëntie van rechtsstelsels, doorbijvoorbeeld afname in behandeltijden van rechtszaken.c) Toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhaving: presentatievan de aanbevelingen van High Level Group on Access to Data forEffective Law Enforcement Het Voorzitterschap lichtte de stand van zaken toe en vatte de besprekingop de Home-dag samen. Hierbij gaf het voorzitterschap aan dat toegangtot data en dataretentie op justitieterrein liggen en daarmee eentaakstelling zijn voor de Justitie Ministers.d) Werkprogramma van het aantredende voorzitterschap Het aankomende Hongaarse voorzitterschap schetste de prioriteiten opJustitieterrein. De focus bij de aanpak van georganiseerde criminaliteitlicht op (online) fraude en crypto-valuta. Ook belangrijk is de strijd tegenantisemitisme en racisme. Het inkomend voorzitterschap wil het concur-rentievermogen vergroten door te kijken naar het juridisch systeem enonder andere naar de kansen die AI biedt. Verder wil het aankomendeVoorzitterschap de discussie over de toekomst van het EU strafrechtvoortzetten en daarover aanbevelingen opstellen. Tot slot is het aanko-mende Voorzitterschap voor wat betreft de samenwerking met landenbuiten de EU vooral gefocust op de Westelijke Balkan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 88222
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe om de Kamer te informeren in het verslag over de JBZ-Raad over de Egyptedeal naar aanleiding van enkele
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe om de Kamer te informeren in het verslag over de JBZ-Raad over de Egyptedeal naar aanleiding van enkele moties.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.