Geannoteerde Agenda JBZ-Raad 13-14 juni 2024
Brontekst
Versie 9cd3def267bd2f44 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 317JBZ-RaadNr. 879 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID ENVOOR RECHTSBESCHERMING EN DE STAATSSECRETARIS VANJUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juni 2024Hierbij bieden wij uw Kamer, mede namens de Minister van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties en Staatssecretaris voor Koninkrijksrelatiesen Digitale Zaken, de geannoteerde agenda aan van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken (JBZ-Raad) op 13 en 14 juni 2024 in Luxemburg. DeStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid zal deelnemen.Ook informeren wij uw Kamer over terugkeerhubs, de afronding van derichtlijn aanpak mensenhandel en de stappen gezet in de richtlijnslachtofferrechten, de verordening handhaving AVG en de talentpoolver-ordening. Verder informeren wij uw Kamer over het kopgroepontbijtterrorisme dat op 13 juni voorafgaand aan de JBZ-Raad plaatsvindt enover het Nederlandse initiatief «Maand van de implementatie». Daarnaasttreft u hierbij de kabinetsreactie op het rapport van het EuropeesEconomisch en Sociaal Comité aan. Tot slot bieden wij uw Kamer hetkwartaaloverzicht van EU-wetsvoorstellen op JenV terrein van het eerstekwartaal van 2024 aan.Toezegging aangaande terugkeerhubsGraag maakt het kabinet van deze gelegenheid gebruik om uw Kamer teinformeren over de verkenning van terugkeerhubs door Zweden, zoalstoegezegd tijdens het Commissiedebat vreemdelingen- en asielbeleid op7 maart jl.Bij het concept «terugkeerhub» is het onder meer denkbaar dat vreemde-lingen met een terugkeerbesluit vertrekken via een zogeheten hub in eenderde land naar het land van herkomst of bestendig verblijf. De Zweedseoverheid heeft eerder aangegeven met interesse te kijken naar demogelijkheden voor het inrichten van een terugkeerhub in een derde land.Zweden zit momenteel nog in een verkennende fase. Wel is ook aanZweedse zijde duidelijk dat het inrichten en operationaliseren van een kst-32317-879ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8791 terugkeerhub complexe juridische- en uitvoeringsuitdagingen met zichmee zal brengen. Daarbij kan onder andere gedacht worden aanherziening van de Europese Terugkeerrichtlijn.Zoals aangegeven zet het kabinet, net zoals Zweden, zich in voor eenaanscherping van de Terugkeerrichtlijn waarbij er ook ruimte gecreëerdmoet worden voor out-of-the-box terugkeersamenwerkingen met derdelanden, waarvan een terugkeerhub een voorbeeld zou kunnen zijn.1 DeEuropese Commissie (hierna: Commissie) kan een belangrijke rol spelenbij de verkenning en verdere ontwikkeling van het concept terugkeerhubs.Daarom riep het kabinet met gelijkgezinde lidstaten de Commissie op eenverkenning en uitwerking te starten.2 Het kabinet zal daarop blijvenaandringen, ook in aanloop naar de aanstelling van de nieuwe Commissieconform de reeds verspreidde non-papers. Het kabinet benadrukt tot slotdat de terugkeerhubs enkel tot stand kunnen komen in samenwerking meteen partnerland buiten de Europese Unie. Het kabinet vindt het belangrijkdat bij dit soort partnerschappen uit wordt gegaan van gelijkwaardigheiden duurzaamheid en deze in lijn zijn met internationaal en Europees recht.Afronding richtlijn aanpak mensenhandelDe Commissie heeft in december 2022 het voorstel voor de herziening vande Europese richtlijn inzake de bestrijding en voorkoming van mensen-handel en de bescherming van slachtoffers daarvan (hierna: mensenhan-delrichtlijn) gepubliceerd. De herziene mensenhandelrichtlijn introduceertregels ten behoeve van het uitdrukkelijk erkennen van vormen vanuitbuiting in het kader van gedwongen huwelijken, illegale adoptie endraagmoederschap. Daarnaast moeten lidstaten waarborgen dat deomstandigheid dat de dader in het kader van mensenhandel gebruik heeftgemaakt van informatie- en communicatietechnologieën, als strafverzwa-rende omstandigheid kan worden meegewogen bij de strafoplegging. Ookworden lidstaten verplicht om het opzettelijk gebruik van diensten vanslachtoffers van mensenhandel strafbaar te stellen. Voorts moetenlidstaten een nationaal verwijsmechanisme opzetten om de identificatieen hulp aan slachtoffers te verbeteren. Tenslotte worden lidstatenverplicht om een betere aanlevering van gegevens met betrekking totaantallen (vermoedelijke) slachtoffers, verdachten, onderzoeken enveroordelingen te faciliteren, een Nationaal Actieplan op te stellen en eenNationaal Coördinator te introduceren. Ook zijn er in de overwegingenaanvullingen gedaan met betrekking tot de bescherming van slachtoffers.Onder het Belgische voorzitterschap is op 23 januari jl. een politiekakkoord bereikt over de mensenhandelrichtlijn. Uw Kamer is hierover op2 februari jl. geïnformeerd.3 Op 23 april jl. heeft het Europees Parlement(hierna: EP) ingestemd en op 27 mei jl. is de definitieve tekst vastgesteldtijdens de (AGRI) Raad.OnderhandelingsresultaatHet BNC-fiche van 24 februari 2023 is de leidraad voor het Kabinetgeweest in de onderhandelingen.4 Het onderhandelingsresultaat is in lijnmet de inzet die verwoord is in het BNC-fiche. De richtlijn vormt eenbelangrijke stap voorwaarts in het Europees juridisch kader in het1Kamerstukken II, 2023–24, geannoteerde agenda JBZ-Raad 4–5 maart 2024, 32 317, nr. 872.2Kamerstukken II, 2023–24, Diverse onderwerpen migratiebeleid internationaal, 32 317, nr. 878.3Zie aanbiedingsbrief bij het verslag van de JBZ-Raad van 25 en 26 januari 2024, KamerstukkenII, 2023–24, 32 317 nr. 869.4Zie Kamerstukken II, 2022–23, 22 112 nr. 3627.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8792 voorkomen van mensenhandel en het beschermen van slachtoffers. Omdeze reden kon het Kabinet instemmen met het akkoord.Ten aanzien van het voorstel van de Commissie om – in het verlengde vanreeds bestaande verwijzing in overweging 11 van de huidige richtlijn – defenomenen gedwongen huwelijken en illegale adoptie als vormen vanuitbuiting toe te voegen aan artikel 2 van de mensenhandelrichtlijn, en hetvoorstel van het EP om draagmoederschap daaraan toe te voegen, is hetvolgende overeengekomen. Mede op aandringen van Nederland isuiteindelijk in de tekst van de aangepaste richtlijnbepaling geëxpliciteerddat deze drie fenomenen alleen vallen onder het bereik van mensen-handel in situaties dat óók sprake is van uitbuiting. Ten aanzien vanandere gevallen van gedwongen huwelijken en illegale adoptie wordtopgemerkt dat zij – hoe verwerpelijk ook – niet onder deze richtlijn vallen.Reden hiervoor is dat (het oogmerk van) uitbuiting een centraal elementvan het delict mensenhandel is en een vervolging wegens mensenhandelniet passend is in situaties waarin het daaraan ontbreekt. Dan kan eenandere (strafrechtelijke) aanpak passender en doeltreffender zijn.Verder kunnen lidstaten, in lijn met de Nederlandse onderhandelingsinzet,het gebruik van informatie- en communicatietechnologie als strafverzwa-rende omstandigheid meewegen bij de strafoplegging. Daarnaast is debepaling over inbeslagname en confiscatie in lijn gebracht met deherziene Confiscatierichtlijn, hetgeen ook wenselijk werd geacht door hetKabinet. Ten aanzien van een door het EP voorgestelde nationaalslachtofferfonds gekoppeld aan confiscatie, kon geen overeenstemmingworden bereikt en is dit – naar wens van het Kabinet – niet als eenverplichting opgenomen in de uiteindelijke tekst.Met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot aanscherping van debestaande bepaling over het opleggen van maatregelen aan rechtsper-sonen (sancties) die zich schuldig maken aan mensenhandel, is bereikt dataan de lidstaten uitdrukkelijk ruimte wordt gelaten bij de keuze voor dewijze waarop in die maatregelen wordt voorzien (via het bestuursrecht,privaatrecht of strafrecht). Hierbij is, zoals ook in het BNC-fiche werdvoorgesteld, aangesloten bij de regelingen van maatregelen tegenrechtspersonen in de EU-richtlijn milieucriminaliteit.Op een later moment zal onder leiding van de Commissie bezien moetenworden of de nationale verwijzingsmechanismen nopen tot een Europesevariant, zoals ook door de Commissie benoemd in haar aankondiging vanhet politieke akkoord op de mensenhandelrichtlijn.5 Dit proces zal hetKabinet kritisch blijven volgen.Binnen de kaders van het BNC-fiche is ook onderhandeld over deverplichting tot strafbaarstelling van het gebruikmaken van diensten diehet voorwerp zijn van uitbuiting, in de wetenschap dat de dienstverlenerhet slachtoffer is van mensenhandel. In het kader van de onderhandelingis het beoogde toepassingsbereik van deze richtlijnbepaling verduidelijkt,onder andere wat betreft het soort dienstverlening waarbij strafrechtelijkeaansprakelijkheid aan de orde kan zijn. Daarbij is ook van belang dat hetNederlandse strafrecht al een dergelijke strafbaarstelling kent waar hetgaat om het met wetenschap gebruikmaken van seksuele dienstenverleend door een slachtoffer van mensenhandel (artikel 273g Sr).De nieuwe voorstellen rondom het aanleveren van de data aan deCommissie – aantallen (vermoedelijke) slachtoffers, verdachten, onder-5New agreement paves the way for stronger EU rules against trafficking in human beings -European Commission (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8793 zoeken en veroordelingen – passen binnen hetgeen door Nederland alaangeleverd wordt. Door het EP is vervolgens een aantal versterkendemaatregelen voorgesteld om de bescherming en ondersteuning vanslachtoffers te verbeteren. Deze vielen buiten het oorspronkelijkeBNC-fiche. Gelet op het feit dat deze overwegend in de overwegingen zijnopgenomen en een algemeen karakter van verbetering van de positie vanslachtoffers hebben, kon Nederland hiermee instemmen.De verplichtingen om een Nationaal Actieplan op te stellen en eenNationaal Coördinator aan te wijzen, zijn positief ontvangen door hetKabinet. De lidstaten kunnen daarmee op een meer gestructureerdemanier uitvoering geven aan de verplichtingen uit de Richtlijn. Echter, hetKabinet had wel graag gezien dat de aparte rol van een NationaalRapporteur, zoals die voorheen expliciet in artikel 19 van de richtlijn stond,behouden was gebleven. Nederland kan in theorie wel uit de voeten metde tekst van artikel 19, omdat deze de lidstaten wel de ruimte biedt om detaken die voorheen toebedeeld waren aan de Nationaal Rapporteur toe tewijzen aan een onafhankelijk orgaan, maar betreurt het feit dat de rol vande Nationaal Rapporteur zoals die voorheen in de Richtlijn stond, nietmeer exact hetzelfde is.Voorts heeft het EP voorgesteld om het non-punishment beginsel binnenartikel 8 van de richtlijn te verruimen door alle strafrechtelijke procedureste staken ten aanzien van een vermoedelijk slachtoffer. De regering achthet beginsel van niet-bestraffing, dat ook het beginsel tot niet-vervolgingkan omvatten, een belangrijke pijler van haar beleid om slachtoffers opeen adequate wijze te beschermen. Toepassing van dit beginsel ingevallen die zich daarvoor lenen, door hiermee rekening te houden bij hetbeslissen over het instellen van vervolging of het opleggen van een straf,voorkomt dat slachtoffers van mensenhandel door het handelen vanoverheidsinstanties opnieuw tot slachtoffer worden gemaakt («secundairevictimisatie»). Ter verbetering van de uitvoeringspraktijk worden op ditmoment verbetermaatregelen genomen. In overeenstemming met hethuidige beleid is, mede op verzoek van Nederland, in de mensenhandel-richtlijn aan de lidstaten ruimte gelaten voor wat betreft de wijze waaropnationaal op de meest doeltreffende wijze uitvoering kan worden gegevenaan het non-punishment beginsel.Nederland zal binnenkort van start gaan met het omzetten van bepalingenuit de richtlijn in nationale wet- en regelgeving.Richtlijn slachtofferrechtenOp 12 juli 2023 heeft de Commissie een voorstel tot herziening van derichtlijn betreffende de rechten van slachtoffers van strafbare feitengepubliceerd. Het voorstel beoogt de rechten en ondersteuning vanslachtoffers te verstevigen. Het kabinet heeft de Kamer met het BNC-fichevan 6 oktober 2023 geïnformeerd over het voorstel.6 Het streven van hetBelgische voorzitterschap is om tijdens de JBZ-Raad de algemeneoriëntatie van dit voorstel als hamerstuk via de zogeheten A-agenda vastte stellen.7 De onderdelen waarop het kabinet kritisch is vanwege deconsequenties voor het stelsel van het Nederlandse strafprocesrecht, degrote gevolgen voor de ketenorganisaties en de doorlooptijden zijngeadresseerd in de algemene oriëntatie. Nederland kan de algemeneoriëntatie dan ook steunen. Nu er ook brede steun is bij de andere6Kamerstukken II 2023–2024, 22 112 nr. 37997De A-agenda is een achterliggende agenda bij iedere Raad. De punten die op deze agendastaan worden als hamerstuk aangenomen en niet actief behandeld tijdens de JBZ-Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8794 lidstaten is de verwachting dat de algemene oriëntatie wordt aange-nomen.Verordening handhaving AVGOp 4 juli 2023 heeft de Commissie een voorstel gepubliceerd totvastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot dehandhaving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).Het kabinet heeft de Kamer met het BNC-fiche van 8 september 2023geïnformeerd over het voorstel.8 Het streven van het Belgische voorzitter-schap is om tijdens de JBZ-Raad ook hiervoor een algemene oriëntatie alshamerstuk op de A-agenda vast te stellen. De voor Nederland belangrijkepunten waaronder de consequenties voor de uitvoerbaarheid vanonderdelen van het voorstel gelet op in het bijzonder de werklast voor detoezichthouder, zijn in het voorstel geadresseerd. Nederland kan dealgemene oriëntatie dan ook steunen. Nu er ook brede steun is bij deandere lidstaten is de verwachting dat de algemene oriëntatie wordtaangenomen.TalentpoolverordeningDe afgelopen maanden is onderhandeld over het voorstel van deCommissie voor een Verordening over de oprichting van eenEU-Talentenpool (publicatie d.d. 15 november 2023). Het Voorzitterschapheeft de intentie uitgesproken om een voorstel tot het bereiken van eenRaadspositie (algemene oriëntatie) op de Raad te agenderen. Voorafgaandzal agendering in Coreper plaatsvinden op 12 juni a.s. Een definitieveRaadspositie is nog niet ontvangen.De kabinetsinzet is in het BNC-fiche uiteengezet.9 Het uitgangspunt in debeoordeling van het voorstel is dat het kabinet arbeidsmigratie van buitende EU, met uitzondering van kennismigratie, ziet als sluitstuk voor deaanpak van tekorten op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft zich tijdens deonderhandeling ervoor ingezet om van de EU-Talentenpool een goedfunctionerend instrument te maken voor de lidstaten die besluiten deel tenemen, met uitgebreide aandacht voor het voorkomen van misstanden enuitbuiting van arbeidsmigranten. Zo heeft het kabinet zich er sterk voorgemaakt om oneigenlijke detachering van derdelanders die wordengeworven via de EU Talentenpool tegen te gaan, bijvoorbeeld door ervoorte pleiten dat werving en plaatsing alleen gericht mag zijn op functies inde lidstaat waarin de werkgever gevestigd is. Ook heeft het kabinet zich ervoor ingezet dat werkgevers verantwoordelijk blijven voor een goede,non-discriminatoire selectie van kandidaten en verificatie van cv enkwalificaties alsmede de toelatingsvereisten voor werk en verblijf, en datop het platform specifieke informatie over de rechten en plichten vanderdelanders verplicht wordt aangeboden.Op het moment van schrijven hebben de meeste lidstaten zich positiefuitgelaten over het instrument, een enkele lidstaat heeft naast Nederlandnog geen definitieve positie bepaald. Op basis van de definitieve tekst vande algemene oriëntatie en de in het BNC-fiche uiteengezette inzet zal hetkabinet tot een stembepaling komen. Daarbij wegen de bovengenoemdeelementen mee. Het kabinet informeert u hierover via de geannoteerdeagenda voor de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid, die uwKamer uiterlijk 10 juni ontvangt.8Kamerstukken II 2023/24, 22 112 nr. 3769.9Kamerstukken II, 2023/24, 22 112, nr. 3859.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8795 Kopgroep ontbijt terrorismeVoorafgaand aan de JBZ-Raad zal ook een ontbijtbijeenkomst van dekopgroep terrorisme worden georganiseerd. Tijdens dit ministerieelontbijt spreken België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk,Nederland, Oostenrijk, Spanje, Zweden en de EU-coördinator voorterrorismebestrijding over de effecten van het conflict in Gaza op deveiligheid in de EU. Daarbij zal ingeleid door Duitsland ook aandachtworden besteed aan anti-semitisme in de genoemde landen.In december is in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland vastgestelddat onder andere door de oorlog in Gaza de dreiging in Nederland istoegenomen. Dit kan een mobiliserende werking hebben op Nederlandsejihadisten en op radicaal islamitische personen, zowel binnen als buitende jihadistische beweging. Er zijn vooralsnog geen concrete aanwijzingendat er een aanslag wordt voorbereid. Het kabinet blijft alert.Mogelijke dreigingen voor de nationale veiligheid worden voortdurend engrondig in de gaten gehouden door de Nederlandse rechtshandhaving eninlichtingen- en veiligheidsdiensten en het blijft van belang hierover opEuropees niveau informatie te delen en samen te werken.Maand van de implementatieHet kabinet zet zich, onder meer in aanloop naar de nieuwe EuropeseCommissie, in voor het belang van implementatie van Europese regel-geving en het betrekken van de uitvoeringsorganisaties bij de totstand-koming daarvan. Op 30 mei jl. bood Nederland de resultaten aan deCommissie aan van de Maand van de Implementatie in het JBZ-domein.In mei organiseerde Nederland, in samenwerking met het Benelux-secretariaat, in Brussel zeven bijeenkomsten voor Nederlandse uitvoe-ringsorganisaties om hen samen te brengen met de verschillendeinformele, hoog-ambtelijke netwerken op JBZ-terrein. Zij gingen een daglang in gesprek over de vragen (1) hoe zij als netwerk beter betrokkenkunnen worden bij de totstandkoming van Europese regelgeving, en (2)welke uitvoeringsuitdagingen de volgende Commissie zou moetenoplossen. Namens Nederland hebben onder andere de IND, het OM en deNationale Politie deelgenomen. De bijeenkomsten onderstreeptennogmaals het nut en de noodzaak van het in een vroeg stadium betrekkenvan de uitvoering, het belang van impact assessments door de Commissiebij het opstellen van regelgeving en het belang van de juiste implemen-tatie en evaluatie van bestaande regelgeving alvorens er nieuweregelgeving wordt opgesteld.Kabinetsreactie EESCOp 7 en 8 februari jl. heeft de ad-hoc groep Grondrechten en de rechts-staat (FRRL-groep) van het Europees Economisch en Sociaal Comité(EESC) een bezoek aan Nederland gebracht. Dit deed de FRRL-groep in hetkader van haar dialoog over de bescherming van fundamentele rechtenen de rechtsstaat. Het is de eerste keer dat de FRRL-groep Nederland in ditkader bezocht. De rapportage die de FRRL-groep over dit bezoek heeftopgesteld en de «observations» die het kabinet namens Nederland inreactie op deze rapportage heeft opgesteld zijn op 3 juni gepubliceerd.1010Zie https://www.eesc.europa.eu/en/our-work/publications-other-work/publications/fundamental-rights-and-rule-law-report-country-visit-netherlands-and-authorities-observations-report.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8796 De FRRL-groep is in januari 2018 opgericht met als doel een forum tebieden aan Europese maatschappelijke organisaties waar zij elkaarkunnen ontmoeten en bevindingen over de fundamentele rechten,democratie en rechtsstaatsituatie in de lidstaten met elkaar kunnen delen.De rapportage richt zich op thema’s die aan het mandaat van het EESCzijn gerelateerd en met name van belang zijn voor maatschappelijkeorganisaties: de rechten van sociale partners, de vrijheid van verenigingen vergadering, de vrijheid van meningsuiting (waaronder mediavrijheid),het recht op non-discriminatie en de rechtsstaat. Tijdens het bezoek aanNederland heeft de FRRL-groep met verschillende vertegenwoordigersvan het maatschappelijke middenveld in Nederland gesproken, waaronderin het bijzonder maatschappelijke organisaties, sociale partners, de mediaen de juridische beroepsgroepen. Ook heeft de FRRL-groep een bijeen-komst georganiseerd met vertegenwoordigers van de verschillendeministeries.Zoals uw Kamer bekend zet Nederland zich ook in EU-verband intensief invoor een sterke rechtsstaat in de EU-lidstaten. Dit is het fundament voorgoede EU-samenwerking. De inspanningen van de FRRL-groep dragenhier aan bij. Het kabinet waardeert dit zeer en heeft de rapportage, die destandpunten weergeeft van de verschillende belanghebbenden met wiegesproken is, grondig bestudeerd. De reactie van Nederland is neergelegdin de «observations». Evenals alle eerdere lidstaten waarover eenrapportage is uitgebracht, is de reactie van het kabinet namens Nederlandbeperkt van omvang en gericht op enkele onderwerpen uit de rapportagewaarvoor aanvullende context of nuance nodig werd bevonden.De Minister van Justitie en Veiligheid,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusDe Minister voor Rechtsbescherming,F.M. WeerwindDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,E. van der BurgTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8797 Geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de RaadJustitie en Binnenlandse Zaken, 13 en 14 juni 2024 I. Binnenlandse Zaken 1. Staat van het Schengengebied a)Commissie rapport over de Staat van het Schengengebied 2024b)Prioriteiten voor de Schengenraadscyclus 2024–2025= GedachtewisselingOp 16 april jl. heeft de Commissie een mededeling gepresenteerd over hetStaat van Schengenrapport.11 Via deze geannoteerde agenda komt hetkabinet tegemoet aan het verzoek van uw Kamer om een reactie op ditrapport.12Het rapport is inmiddels een jaarlijkse traditie, ingezet door het Fransevoorzitterschap in 2022, waarmee een nieuwe jaarlijkse Schengen-cyclusaanvangt. De mededeling bestaat uit diverse delen, waaronder hetbeschrijven van de resultaten, uitdagingen en ontwikkelingen van deafgelopen Schengencyclus (2023–2024), de resultaten van de Schenge-nevaluaties (bijlagen) en een presentatie van best-practices en suggestiesvoor prioriteiten voor de komende Schengencyclus (2024–2025). Hetrapport bevat ook de voortgang die gemaakt is naar aanleiding van eenaanbeveling van de Commissie over samenwerking tussen nationaleautoriteiten op het gebied van de aanpak van dreiging van binnenlandseveiligheid in het Schengengebied.13Ten aanzien van de ontwikkelingen van het afgelopen jaar wordt in hetrapport ingegaan op de versterking van het wettelijk raamwerk doorwijziging van de Schengengrenscode en de aanpassing van de AdvancedPassenger Information Verordening. Ook benoemt de mededeling de inzetvoor versterkte Schengen governance, waaronder de verbeterdeSchengen Barometer. Tegelijkertijd ziet de Commissie nog wel verbeteringvoor een goed overzicht van het Schengengebied, bijvoorbeeld op hetvlak van het wegwerken van discrepanties in data. Verder stelt deCommissie aan de Raad voor om, ten behoeve van een versterktSchengengebied, een Raadsaanbeveling vast te stellen over de aanko-mende Schengencyclus, met daarin de uiteenzetting van de diverseprioriteiten. De Commissie ziet op basis van het rapport voor de komendeSchengencyclus de volgende focusgebieden: consolideren van deSchengengovernance; verder versterken van de weerbaarheid van debuitengrenzen, inclusief verbeterde samenwerking met derde landen;versnellen van de digitalisering van het Schengengebied; intensiveren vanmaatregelen tegen grensoverschrijdende criminaliteit en secundairemigratie en het bijdragen aan een meer effectief EU-terugkeerbeleid.Het Voorzitterschap heeft de prioriteiten voor de aankomende Schengen-cylus in een Voorzitterschapsdocument samengevat, en wenst hierovervan gedachten te wisselen tijdens de Schengenraad. Het betreft devolgende prioriteiten: 1) het vergroten van de weerbaarheid van onzebuitengrenzen en tegelijkertijd het consolideren van digitalisering; 2) hetvergroten van de effectiviteit van het terugkeersysteem; en 3) het11Het document is hier te raadplegen: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A52024DC017312Verzoek Vaste commissie voor Justitie en Veligheid om kabinetsreactie op het verslag van deEuropese Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad en het EuropeesEconomisch en Sociaal Comité over de staat van Schengen 2024 COM(2024)173, 29 mei 2024.13Aanbevelingen van de Europese Commissie, 2024/268, van 23 november 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8798 vergroten van de interne veiligheid. Het Voorzitterschap stelt voor omoperationele acties af te spreken die uitvoering geven aan deze priori-teiten. Zo wordt benoemd om samenwerking met derde landen op hetvlak van grensbeheer verder te versterken, ook via de inzet van Frontex.Daarnaast wordt het belang van focus op implementatie van de aange-nomen wetgeving aangehaald, evenals het voornemen van het inkomendHongaarse voorzitterschap om het Schengentoetredingsproces vanRoemenië en Bulgarije verder te brengen, conform de overeengekomenverklaring tussen Roemenië, Bulgarije, Oostenrijk en de Commissie vandecember jl.14Het kabinet kan de drie geïdentificeerde prioriteiten door het Voorzitter-schap steunen. Het verder versterken van de buitengrenzen, terugkeer eninterne veiligheid passen bij de Nederlandse inzet voor het Schengen-gebied. Waar het de uitwerking daarvan betreft, zijn verschillendeaandachtspunten naar voren gebracht. Zo is het kabinet van mening datimplementatie van nieuwe wetgeving, zoals het Pact en de Schengen-grenscode, centraal moeten staan het komende jaar. Hierbij moetaandacht zijn voor het tegengaan van secundaire migratiebewegingenbinnen het Schengengebied. Verder acht het kabinet het van belang dathet vergroten van de interne veiligheid breed moet worden geadresseerd,en naast de strijd tegen georganiseerde criminaliteit, er voldoendeaandacht moet worden besteed aan de strijd tegen terrorisme eneventuele andere veiligheidsdreigingen. Ook zou het verbeteren vangegevensdeling tussen EU-agentschappen en lidstaten evenals de daaropvolgende analyses onderdeel van de derde prioriteit moeten zijn, met hetoog op een verbeterde aanpak van mensensmokkel en andere veiligheids-dreigingen. Het kabinet waardeert dat het Voorzitterschap de prioriteitenom wil zetten in een actiegerichte aanpak, en hecht eraan dat er terugwordt gekomen op de implementatie daarvan gedurende de Schengen-cyclus.Naar verwachting zullen andere lidstaten de voorgestelde prioriteiten opgrote lijnen ook steunen, en gedurende de discussieronde hun eigenaccenten leggen.2. Schengenverklaring = BekrachtigingIn aanloop naar deze JBZ-Raad is onderhandeld over een gezamenlijkealgemene verklaring van de lidstaten over Schengen. Het streven is datdeze verklaring tijdens de JBZ-Raad wordt bekrachtigd, in aanwezigheidvan de bij Schengen aangesloten landen en de EurocommissarisBinnenlandse Zaken (Johansson). Het Belgische voorzitterschap heeft hetinitiatief tot deze verklaring genomen, mede gezien het feit dat het bijnaveertig jaar geleden is dat de regeringen van België, Duitsland, Frankrijk,Luxemburg en Nederland in 1985 de basis legden voor het open Schen-gengebied. De verklaring is juridisch niet bindend. Het doel van deverklaring betreft enerzijds het herinneren aan de belofte van een ruimtevan vrede en vrijheid, veiligheid, recht, als de kern van de doelstellingenvan de EU, die worden ondersteund door een goed functionerendSchengengebied. Anderzijds, en tegen de achtergrond van de ontwikke-lingen van afgelopen jaren, bevestigt de Raad in de vorm van commit-ments de overtuiging en bereidheid om in de toekomst te blijveninvesteren in een gemeenschappelijke ruimte zonder binnengrenzen, meteen robuust beheer van de buitengrenzen en een hoog niveau van interne14Kamerstukken II, 2023–2024, geannoteerde agenda JBZ-Raad 25–26 januari 2024, 32 317, nr.867.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 8799 veiligheid. Voorts wordt uiteengezet dat de lidstaten zich zullen inspannenvoor het verder versterken van de Schengengovernance en het aanpakkenvan tekortkomingen. Daarnaast wordt benadrukt dat verdere versterkingin een goed functionerend Schengengebied essentieel blijft, onder anderedoor correcte toepassing van wetgeving. Dat is ook van groot belang waarhet eventuele toekomstige Schengentoetreding zou betreffen, datgebaseerd moet zijn op gezamenlijke en objectieve criteria, die wordengeverifieerd door Schengenevaluaties.Het kabinet is positief over het aannemen van een gezamenlijkeverklaring. Het kabinet hecht eraan dat elementen als het verstevigen vande buitengrenzen, het implementeren van recent aangenomen wetgeving(zoals het Pact en de Schengengrenscode), het tegengaan van secundairemigratie en mensensmokkel, versterken van terugkeer, een effectief eninteroperabel reissysteem voor bonafide reizigers en het beschermen vande interne veiligheid, hierin een belangrijke plaats innemen. Ook heeft hetkabinet zich de afgelopen periode ingezet voor het opnemen van hetbelang van versterken van de Schengengovernance, zodat de Schen-genraad geregeld spreekt over tekortkomingen en daar operationeleacties aan verbindt. Op moment van schrijven wordt nog onderhandeld,maar wordt toegewerkt naar een laatste versie waar de meeste lidstatenzich in kunnen vinden. Voor het kabinet zijn bovenstaande elementen naartevredenheid in de verklaring verwerkt. Ook een ruime meerderheid vande lidstaten stelt zich op dat standpunt.3. De toekomst van het visumbeleid van de EU = GedachtewisselingHet Voorzitterschap heeft de afgelopen maanden in Raadsverband eenstrategische discussie georganiseerd over de toekomst van het EUvisumbeleid, in het kader van versterkt migratiebeheer, Schengengover-nance en als instrument in het buitenlandbeleid. De verwachting is dat debeleidsdiscussie in de Raad hierop voortborduurt. Op moment vanschrijven is nog geen discussiestuk ontvangen.Volgens het Voorzitterschap heeft het visumbeleid de laatste jarenverschillende belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt, zoals de aller-eerste tijdelijke opschorting van een visumvrijstelling van een derde land,de tenuitvoerlegging van het artikel 25bis-mechanisme (visummaatre-gelen in het kader van een koppeling tussen het visum- en terugkeer-beleid), de oprichting van het Entry en Exit System (EES) en het EuropeseReis en Autorisatiesysteem (ETIAS), en de lopende herziening van hetvisumopschortingsmechanisme. Tegelijkertijd is het van belang dat hetaantal migranten dat misbruik maakt van de legale kanalen om hetSchengengebied binnen te komen en een asielaanvraag in te dienenverminderd wordt om de druk op de asielstelsels van de lidstaten teverlichten. Visumbeleid ligt op het snijvlak van het buitenlandbeleid vande Unie en het migratiebeleid. Het Voorzitterschap is een discussie gestartover hoe deze twee dimensies effectiever en strategischer kunnen wordenbenut. Naast de nadrukkelijk rol die het visumbeleid in het buitenland-beleid heeft, gaat het om inzet richting derde landen in het kader vanmigratie, waaronder terugkeersamenwerking, en het tegengaan vanmisbruik van het visuminstrument. Naar verwachting bouwt de discussiein de Raad hierop voort, en wordt gereflecteerd op hoe efficiënter gebruikte maken van de bestaande instrumenten waarover de Unie beschikt, ente reflecteren op de noodzaak tot aanpassingen van het wettelijk kader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87910 Het kabinet is er sterk voorstander van om ook visuminstrumenteneffectief en strategisch te gebruiken voor migratie-doeleinden, onderandere door toe te zien op de voorwaarden op migratiemanagementwaaraan derde landen vooraf en doorlopend moeten voldoen. Het gaatdaarbij bijvoorbeeld om afspraken over terugkeer of documentveiligheid.Hierbij dient voor visumliberalisering- en visumfacilitatietrajecten ingezette worden op maatwerk per land. Het kabinet onderschrijft de algehelenoodzaak om het visuminstrument te versterken tegen misbruik, hierbijmoet er ook gekeken worden naar de bestendigheid van het wettelijkkader. Ook steunt het kabinet de inzet van het voorzitterschap op een snelen soepel proces voor het nemen van visummaatregelen naar gelang demate van terugkeersamenwerking met een derde land achterblijft.Het kabinet benadrukt dat visumvrijstelling een verdienste is en geenrecht. Het is daarom van belang dat de monitoring van de visumvrij-stelling wordt verbeterd. Het kabinet ziet hierbij een actievere betrok-kenheid van de Europese agentschappen die kunnen ondersteunen in demonitoring door het duiden van trends en uitdagingen. Nederland bepleithet verbreden van de geografische reikwijdte en tussentijdse monitoringvoor het jaarlijkse opschortingsrapport waarin wordt beoordeeld ofvisumvrije landen blijvend aan de gestelde voorwaarden voldoen. Ook ligter ruimte om de informatiedeling tussen lidstaten t.a.v. het visumafgifte-proces verder te verbeteren. Nederland is van mening dat het opschor-tingsmechanisme voor visumvrije landen effectief moet worden ingezetwanneer een of meerdere van de opschortingsgronden zich voordoet,hetgeen in een uiterst geval ook aanleiding kan zijn voor opschorting vanvisumvrijheid. Nederland steunt, zoals eerder met uw Kamer gedeeld15, indat kader ook de herziening van het visumopschortingsmechanismewaarin de gronden voor opschorting van visumvrijstelling wordenherzien. Wat het kabinet betreft wordt ingezet op een snelle afronding inde triloog na installatie van een nieuw Europees Parlement. In eerderediscussies in Raadsgremia toonden lidstaten zich eensgezind dat hetvisuminstrument voorzichtig en strategisch moet worden gebruikt en datderde landen doorlopend moeten voldoen aan de voorwaarden. Ook waser brede overeenstemming dat visumvrijstelling beter gemonitord moetworden.Raadsconclusies evaluatie Europese Grens- en Kustwachtverordening enpermanent korps van Frontex= goedkeuring zonder discussie (A-punt)Op 2 februari jl. heeft de Commissie een rapport gepresenteerd over deevaluatie van de Europese Grens- en Kustwachtverordening (EGKW-Vo) –ook wel Frontex-verordening genoemd – en het permanent korps vanFrontex. Op de JBZ-Raad van 4–5 maart heeft de Raad over de resultatenvan de evaluatie van gedachten gewisseld. Uw Kamer is hierovergeïnformeerd in de Geannoteerde Agenda en het Verslag van diebetreffende JBZ-Raad. Op basis van die gedachtewisseling heeft hetVoorzitterschap een voorstel voor Raadsconclusies verspreid. HetVoorzitterschap streeft ernaar op de komende JBZ-Raad hierover totovereenstemming te komen.Het voorstel bevat allereest een aantal elementen die ingaan op de meeralgemene conclusies van de Commissie in haar evaluatierapport. Zowordt het belang erkend van de ondersteuning door het Agentschap bijhet buitengrensbeheer uitgevoerd door lidstaten en wordt in algemene zin15Kamerstukken II, 2023–2024, Kabinetsappreciatie visumliberalisatie en opschortingsmecha-nisme, 32 317, nr. 875.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87911 de ondersteuning door het permanent korps als positief en van toege-voegde waarde beschouwd. Tegelijkertijd wordt ook aangegeven dat hetvan belang is dat de EGKW-Vo verder wordt geïmplementeerd om hetvolledige mandaat van het Agentschap te benutten en dat bestaandetekortkomingen worden aangepakt, inclusief een reflectie over eengerichte herziening van de EGKW-Vo. Ook wordt benadrukt dat er –vanwege een oplopende vraag voor ondersteuning door het Agentschap,o.a. ten behoeve van de implementatie van het Asiel- en Migratiepact –geprioriteerd wordt in de activiteiten van het Agentschap.Naast deze meer algemene conclusies bevat het voorstel een aantal meerthematische elementen. Het gaat dan om 1) governance, 2) situationeelbewustzijn, 3) operationele activiteiten, 4) permanent korps en capaciteits-opbouw, 5) externe dimensie, 6) terugkeer en 7) waarborging vanfundamentele rechten. Zo wordt onder meer het belang erkend van deverdere doorontwikkeling van het permanent korps en dat de inzetdaarvan moet worden gebaseerd op objectieve data en gegevens.Hiervoor is het noodzakelijk dat bestaande risico-analyseproducten, zoalsde kwetsbaarheidsbeoordeling uitgevoerd door het Agentschap, wordenbenut. Ook is het voor een effectieve inzet van het permanent korps vanbelang dat lidstaten leveren conform de verplichtingen uit de EGKW-Vo.Over de externe dimensie wordt geconcludeerd dat het van belang is dater geïnvesteerd wordt in samenwerking met derde landen met als doelom, onder andere, irreguliere migratie naar de EU te voorkomen. Tenaanzien van terugkeer wordt opgeroepen om – naast de inzet om debestaande activiteiten op terugkeer verder te ontwikkelen – de onder-steuning door het Agentschap bij terugkeeroperaties van derde landen teonderzoeken. Ten slotte wordt het belang van fundamentele rechtenbenadrukt in relatie tot de activiteiten van het Agentschap. Zo moet bijiedere operatie worden toegezien op de naleving van fundamentelerechten en moet voor iedere operatie worden bezien hoe deze wordengewaarborgd.Het kabinet is positief over het voorstel voor Raadsconclusies. Veel van deelementen zijn in lijn met de prioriteiten van het kabinet. Bijvoorbeeld tenaanzien van de effectieve en strategische inzet van het permanent korps,die moet zijn afgestemd op de operationele noodzaak aan de grens. Ookverwelkomt het kabinet het benadrukken van de verplichting die lidstatenhebben conform de verplichtingen uit de EGKW -verordening om hunbijdrage te leveren, evenals het onderstrepen van het opvolgend van deaanbevelingen uit de kwetsbaarheidsanalyses die door het Agentschapworden uitgevoerd. Ook is het kabinet te spreken over de bepalingen overde rol van het Agentschap in derde landen, inclusief de elementen overterugkeer en de mogelijkheid te onderzoeken of ondersteuning van derdelanden hierin van toegevoegde waarde is. Het is ten slotte positief datwordt opgeroepen tot een reflectie over een gerichte herziening van deEGWK-Vo. Het kabinet acht het van belang dat de opvolging van deRaadsconclusies wordt gemonitord en dat daarop – indien noodzakelijk ofopportuun – in de daarvoor geschikte Europese gremia wordt gereflec-teerd.De meeste lidstaten kunnen naar verwachting instemmen met hetvoorstel. Enkele lidstaten zullen benadrukken dat het voorstel niet vergenoeg gaat en dat ze graag meer vergaande conclusies hadden gezienover de uitbreiding van het mandaat van het Agentschap.4. Interoperabiliteit = Stand van zakenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87912 Naar verwachting zal de Commissie de JBZ-Raad informeren over destand van zaken van de implementatie van de roadmap en de voortgangvan de implementatie van het Entry/Exit Systeem (EES) en het EuropeesSysteem voor Reisinformatie en -autorisatie (ETIAS). In de JBZ-Raad van 4en 5 maart jl. lichtte directeur eu-LISA (EU-agentschap voor beheer vanIT-systemen), de voortgang van de implementatie van de voornoemdesystemen toe.Zoals tijdens de JBZ-Raad van 19–20 oktober 2023 in de implementatieroadmap is vastgesteld16, is de beoogde datum van ingebruikname vanhet EES het najaar 2024. Lidstaten moeten in augustus aangeven of zijverwachten tegen die tijd operationeel gereed te zijn. Dat betekent dat ookde nodige infrastructurele en organisatorische maatregelen dan moetenzijn geïmplementeerd en er voldoende medewerkers zijn getraind. Deprecieze datum van inwerkingtreding kan pas formeel worden vastgesteldnadat alle lidstaten zich al dan niet gereed hebben gemeld in augustus.Gesteund door enkele andere lidstaten, heeft Nederland bij de Commissieaandacht gevraagd voor ruimte om bij implementatie van het EESinnovatieve toepassingen toe te staan. Het kabinet blijft verderbenadrukken dat er na oplevering van de centrale EU-systemenvoldoende tijd beschikbaar moet zijn voor nationale implementatie-activiteiten.Tijdens de JBZ-Raad zal Nederland de informatie van de Commissie overde voortgang aanhoren.5. Verordening tot vaststelling van regels ter voorkoming enbestrijding van seksueel misbruik van kinderen = VoortgangsrapportageHet Voorzitterschap zal de JBZ-Raad informeren over de geboektevoortgang in de onderhandelingen over dit voorstel. Op het moment vanschrijven zijn er nog geen documenten beschikbaar. De verwachting is datde lidstaten tijdens de Raad kennis zullen nemen van de gerapporteerdevoortgang. Nadat in oktober 2023 niet tot een compromisvoorstel konworden gekomen, heeft het Belgische voorzitterschap gewerkt aan eennieuw compromisvoorstel dat naar verwachting toegelicht zal worden. Eris geen discussie of besluitvorming voorzien.Het voorstel voor de verordening tot vaststelling van regels tervoorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen (CSAM-verordening) is op 11 mei 2022 gepubliceerd. Op 17 juni 2022 is uw Kamermet een BNC-fiche geïnformeerd over de CSAM-verordening.17 Hetkabinet is voorstander van een gezamenlijke aanpak van online seksueelkindermisbruik en ziet positieve punten in het voorstel, zoals de gedeeldeverantwoordelijkheid van lidstaten en aanbieders van relevante diensten,het verplicht verwijderen van materiaal van online seksueel misbruik enhet oprichten van een Europees Centrum.Zoals uw Kamer bekend zijn er wel zorgen rond het verplicht detecterenvan materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) door bedrijven waareen aanzienlijk risico bestaat dat zij worden misbruikt voor de16Zie ook Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 861.17Kamerstukken II, 2022–23, 22 112, nr. 3455.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87913 verspreiding van dergelijk materiaal.18 Volgens het kabinet kan eendetectiebevel op dit moment alleen op een proportionele manier wordenuitgevoerd ten aanzien van reeds bekend CSAM, en dan nog enkel onderbepaalde voorwaarden. Dit materiaal is per definitie strafbaar en kanworden gedetecteerd met een foutmarge die nagenoeg nihil is.Daartegenover staat dat de huidige commissievoorstellen om onbekendmateriaal en grooming te detecteren niet kunnen worden ondersteund.Nederland heeft bezwaren bij het detecteren van onbekend materiaal engrooming, omdat deze een niet te rechtvaardigen inbreuk maken op degrondrechten, zoals onder meer het recht op bescherming van depersoonlijke levenssfeer. Daarbij speelt een rol dat huidige beschikbaretechnologieën leiden tot een hoog aantal vals-positieven. Dat wil zeggen:te veel mensen riskeren ten onrechte in verband te worden gebracht methet bezit of de verspreiding van CSAM. Het kabinet is wel voorstander vanhet bestrijden van onbekend materiaal en grooming op andere manierendan detectie, door te zoeken naar alternatieve mogelijkheden voor deidentificatie daarvan.De onderhandelingen over de CSAM-verordening lopen nog. HetEuropees Parlement heeft op 22 november 2023 een onderhandelings-mandaat vastgesteld. Het Belgische voorzitterschap heeft op 28 mei jl. eennieuw compromisvoorstel gedaan dat nog op Raadswerkgroep niveau zalworden besproken. Het voorstel van het Voorzitterschap bevat nog steedsdetectie van onbekend materiaal van seksueel kindermisbruik engrooming, waardoor het Nederlandse standpunt ongewijzigd blijft. Datbetekent dat Nederland het nieuwe compromisvoorstel vooralsnog nietlijkt te kunnen steunen. Het is nog onduidelijk of het nieuwe compromis-voorstel van het Voorzitterschap van 28 mei jl. op voldoende steun vanandere lidstaten kan rekenen.Het kabinet zal de informatie van het voorzitterschap over de voortgangaanhoren.6. Asiel- en migratiepact: implementatie a)Follow-up door het Voorzitterschapb)Gemeenschappelijk plan voor de uitvoering van het pact= Stand van zakenDe Commissie zal daags voorafgaand aan de JBZ-Raad in de vorm vaneen mededeling het EU-brede gezamenlijk implementatieplan voor hetPact publiceren (Common Implementation Plan, hierna CIP). De Commis-saris zal naar verwachting tijdens de Raad een korte toelichting op hetplan geven. Tijdens de JBZ-Raad zal waarschijnlijk geen uitgebreidediscussie plaatsvinden. Bespreking van de kaders vond reeds plaatstijdens de Ministeriële Conferentie in Gent op 29 april jl.19Het CIP zal bestaan uit tien «bouwstenen», vrij vertaald: Eurodac; nieuwegrenssystemen; herziening opvangsysteem; efficiënte en convergerendeasielprocedures; efficiënte en eerlijke terugkeer; werkende verantwoorde-lijkheidsregels (Dublin); werkende solidariteit; crisisplanning en crisis-respons; waarborgen voor asielzoekers; en hervestiging, inclusie enintegratie. Per bouwsteen werkt de Commissie uit welke grote mijlpalende lidstaten dienen te behalen tijdens de implementatietermijn van twee18Zie in dit verband ook de moties Van Raan c.s., Kamerstukken II, 2021–22 26 643, nr. 885, VanGinneken c.s. Kamerstukken II, 2022–23 26 643, nr. 1011, en Van Weerdenburg c.s. Kamer-stukken II 2022–23 26 643, nr. 1047.19Kamerstukken II, 2023–2024, Diverse onderwerpen migratiebeleid internationaal, 32 317, nr.878.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87914 jaar op wetgevend gebied, in organisatie- en capaciteitsopbouw, en quabenodigde financiering. Daarnaast geeft het CIP een indicatieve planningvan de stappen die de Commissie zelf moet zetten om goede implemen-tatie mogelijk te maken, onder andere via het aannemen van een aantaluitvoeringshandelingen. Een belangrijke stap is bijvoorbeeld hetuitwerken van de precieze verplichte capaciteit voor grensprocedures perlidstaat, op basis van de eerder afgesproken verdeelsleutel. Het CIP bevatnaar verwachting ook een lijst met indicatoren, aan de hand waarvanvoortgang gedurende de implementatietermijn kan worden gemonitord.Enkele voorbeelden hiervan zijn: stand van zaken in het proces rondintrekking nationale wetgeving, de aantallen gereed en getraindpersoneel, en de aanwezigheid van de juiste governance structuren.De Mededeling zal ook ingaan op voor de lidstaten beschikbare fondsenvoor implementatie van het Pact, waaronder de middelen die in demid-term Review van het Meerjarig Financieel Kader beschikbaar zijngesteld voor dit doel, en de middelen die na de mid-term review van deAsiel- en Migratiefondsen terugvloeien naar de Thematische faciliteit vanhet Asiel- en Migratiefonds en het Instrument voor Grensbeheer en Visa.Daarnaast zal het Pact aangemerkt worden als Flagship Project van hetTechnical Support Instrument, zodat lidstaten, naast ondersteuning doorde agentschappen, ook via die route aanspraak kunnen maken optechnische assistentie bij implementatievraagstukken. Na de publicatievan het CIP dienen de lidstaten aan de slag te gaan met hun nationaleimplementatieplan, waarvan de definitieve versie gereed dient te zijn aanhet eind van dit jaar.Het kabinet hecht ten zeerste aan een stevig Europees gecoördineerdimplementatietraject. De afspraken uit het Pact zullen immers enkeleffectief zijn wanneer alle lidstaten eenduidig implementeren. Het kabinetheeft dan ook gepleit voor een zo concreet mogelijk implementatieplan,met mijlpalen en indicatoren. Het kabinet verwelkomt daarom van hartedit duidelijke stappenplan, aangevuld met proactieve en stevige onder-steuning aan lidstaten in de vorm van technische expertise en financiëlemiddelen. Uw Kamer ontvangt een aanvullende appreciatie van hetkabinet na publicatie van de mededeling.Eerder gaven vrijwel alle lidstaten aan volledig gecommitteerd te zijn aantijdige implementatie van het Pact. Meerdere lidstaten vroegen welaandacht voor de verschillen tussen nationale situaties, en het daarmeesamenhangende belang van flexibiliteit tijdens de implementatie.Mogelijk zullen zij kritisch zijn op de mate van detail van het plan en degeformuleerde indicatoren te gedetailleerd vinden. Daarnaast zullenlidstaten mogelijk het belang benadrukken van voldoende (financiële)ondersteuning. Ook zal een aantal lidstaten de noodzaak onderstrepen omde inspanningen op de EU-externe dimensie van het migratiebeleidparallel voort te zetten, omdat het tegengaan van irreguliere migratie enhet verbeteren van terugkeer essentieel zijn om van het Pact een succes temaken.7. Toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhaving:presentatie van de aanbevelingen van de High Level Group onAccess to Data for Effective Law Enforcement = GedachtewisselingIn juni 2023 is onder het Zweedse voorzitterschap de High Level Group onAccess to Data (HLG) voor effectieve rechtshandhaving opgericht. Met alsdoel om met experts vanuit heel Europa problemen in kaart te brengen entot oplossingsrichtingen te komen voor de uitdagingen die rechtshandha-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87915 vingspartners ervaren bij het verkrijgen van digitale gegevens vooropsporing. Gedurende het afgelopen jaar zijn de HLG en de daaronderhangende expertgroepen (gericht op toegang tot data in transit, toegangtot data bij providers en toegang tot data bij gebruikers) bijeengekomen.De expertgroepen bestonden veelal uit experts vanuit de uitvoerings-partners, zoals politie en OM. Nederland heeft aan alle werkgroependeelgenomen.Eind mei 2024 heeft de HLG mede namens de expertgroepen een concepteindrapport gepresenteerd met daarin 42 aanbevelingen voor de verdereontwikkeling van EU-beleid en -regelgeving voor het verbeteren van detoegang tot digitaal bewijs voor de rechtshandhaving. Een deel van deaanbevelingen ziet op capaciteitsopbouw, met voorstellen voor onderandere trainingen en expertisedeling binnen een nieuw op te richtennetwerk. Een tweede blok van aanbevelingen ziet op verbeterde samen-werking met de industrie, waarbij voorstellen zoals een Single Point ofContact bij service providers worden gedaan. Tot slot bevelen de expertsaan om bepaalde zaken onder te brengen in wetgeving, waaronderregelgeving die ziet op dataretentie en rechtmatige toegang tot digitalegegevens.Tijdens de JBZ-Raad zal de HLG een presentatie geven over heteindrapport en de concept aanbevelingen waarna de lidstaten hierovervan gedachten zullen wisselen. De aanbevelingen komen voort uit dekennis en ervaring van praktijkgebruikers, partijen die dagelijks wordengeconfronteerd met uitdagingen in digitaal opsporen. De werkwijze vande HLG en expertgroepen is daarmee een goed voorbeeld van dat waarhet kabinet zich hard voor maakt: het beter betrekken van de uitvoering inhet Brusselse (wetgevings)proces.20 Het kabinet zal tijdens de JBZ-Raaddank uitspreken voor het nuttige werk van de HLG en benadrukken dat ermet de praktische aanbevelingen (zoals capaciteitsopbouw en training)die geen nieuwe wetgeving behoeven reeds gestart kan worden en datbelangrijk is dat dit gecoördineerd wordt door een bestaand gremium. Hetkabinet vindt het belangrijk dat er zorgvuldige besluitvorming plaatsvindtover de opvolging van de aanbevelingen die zien op wetgevendevoorstellen en zal zich ervoor inzetten dat de nieuwe Commissie daarmeeaan de slag gaat. Nederland acht het belangrijk dat er heldere Europeseregels zijn voor dataretentie en rechtmatige toegang tot digitale gegevens.Opsporingspartners moeten immers hun wettelijke bevoegdhedenkunnen uitoefenen, zowel offline als online, om onze samenlevingen enburgers te beschermen. Vanzelfsprekend moet dit vorm krijgen metinachtneming van grondrechten, de jurisprudentie van het Europese Hofvan Justitie en relevante wetgeving inzake gegevensbescherming – en opproportionele en evenwichtige wijze, met betrokkenheid van alle relevantestakeholders. Ook zal Nederland het belang benadrukken dat eventuelewetgeving wordt omkleed met sterke waarborgen en transparant toezicht.Gezien het grensoverschrijdende karakter van deze onderwerpen achtNederland het belangrijk dat eventuele oplossingen in gezamenlijkheidmet de lidstaten worden uitgewerkt.16. Russische agressie tegen Oekraïne a. Gevolgen voor de interne veiligheid = Stand van zaken20Zie ook informatie over de maand van de implementatie in de aanbiedingsbrief bij dezegeannoteerde agenda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87916 Onder dit agendapunt zal de JBZ-Raad worden geïnformeerd over degevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne voor de interneveiligheid. Naar verwachting zal de voortgang van deEU-veiligheidsdialoog met Oekraïne worden gepresenteerd. Gezien hetveranderende veiligheidslandschap en grensoverschrijdende dreigingenacht Nederland de structurele veiligheidsdialoog met Oekraïne van grootbelang. Het kabinet deelt de focus op vier prioritaire onderwerpen, zijnde:small arms and light weapons (SALW), grensveiligheid, extremisme enterrorisme en vervolging van oorlogsmisdaden. Zonder de andere drieonderwerpen uit het oog te verliezen, zet Nederland zich specifiek in voorinitiatieven en operationele activiteiten gericht op het verkleinen van hetrisico dat illegale wapens Oekraïne kunnen verlaten, en de weerslag diedit risico heeft op Nederland zelf.Sinds de oorlog in Oekraïne is de hybride dreiging vanuit Rusland tegenhet Westen sterk toegenomen. Cyberaanvallen, desinformatie- enbeïnvloedingscampagnes zijn aan de orde van de dag. Meer recent zijn erook steeds meer berichten dat Rusland mogelijk betrokken is bij sabotage-acties in Europa. De AIVD en MIVD hebben vorig jaar naar buiten gebrachtdat Rusland de Nederlandse vitale maritieme infrastructuur in deNoordzee heimelijk in kaart brengt en activiteiten onderneemt die duidenop spionage en voorbereidingshandelingen voor verstoring ensabotage.21 Naar aanleiding van deze incidenten zijn er door het kabinet insamenwerking met publieke en private partijen extra maatregelengenomen. Het kabinet blijft inzetten op Europese samenwerking om dezedreigingen tegen te gaan en zal de informatie tijdens de JBZ-Raad op ditpunt aanhoren.b. Verlenging van de werking Richtlijn Tijdelijke Bescherming = principe akkoordTijdens de JBZ-Raad is er ook aandacht voor de oorlog in Oekraïne. Naarverwachting presenteert de Commissie vlak voor de JBZ-Raad eenvoorstel tot verlenging van de werking van de Richtlijn TijdelijkeBescherming met één jaar, in de vorm van een uitvoeringsbesluit. Tijdensde JBZ-Raad worden lidstaten vervolgens in de gelegenheid gesteldhierover van gedachten te wisselen, met als doel tot een principeakkoordte komen. Daadwerkelijke besluitvorming over eventuele verlenging vande werking van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming volgt vermoedelijk opeen later moment.Het kabinet ziet dat de oorlog in Oekraïne voortduurt en dat daarmee debeschermingsopdracht voor ontheemden uit Oekraïne in de EU aanhoudt.Zoals met uw Kamer gedeeld middels de geannoteerde agenda en hetverslag behorend bij de informele JBZ-Raad van 25 en 26 januari jl.22, ishet kabinet voorstander van een EU-gecoördineerde oplossing tenaanzien van toekomstig verblijf en terugkeer van ontheemden uitOekraïne en kan het kabinet verdere verlenging van de werking van deRichtlijn Tijdelijke Bescherming steunen. Naar verwachting is er ook bredesteun voor de verlenging van de werking Richtlijn Tijdelijke Beschermingonder andere lidstaten. Daarnaast zal het kabinet blijven oproepen totverdere verkenning en discussie van EU-gecoördineerde opties voorverblijf en terugkeer voor ontheemden uit Oekraïne op langere termijn.21AIVD/MIVD: «24/2. De Russische aanval op Oekraïne: een keerpunt in de geschiedenis»22Kamerstukken II, 2023–2024, Geannoteerde Agenda JBZ-Raad 25–26 januari 2024, 32 317, nr.867 en 32 317, nr. 869.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87917 9. Uitdagingen op het gebied van veiligheid a)Beoordeling door de Adviesraad voor de Inlichtingendienst= Presentatie en stand van zakenb)Voorkomen en bestrijden van gewelddadig extremisme en terrorisme= VoortgangsrapportageDe inlichtingen- en veiligheidsdiensten van de Europese lidstaten,Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk werken nauw samenaan de veiligheid van Europa. Zoals gebruikelijk geven de diensten tijdensde JBZ-Raad een periodieke briefing over de huidige veiligheidssituatie.Deze briefing wordt verzorgd door de voorzitter van de IntelligenceAdvisory Board (IAB), het kanaal van de Europese inlichtingen- enveiligheidsdiensten voor gezamenlijke communicatie en dialoog met deEU. Op moment van schrijven zijn er nog geen stukken beschikbaar. Hetkabinet zal de informatie van de IAB aanhoren.Daarnaast presenteert het Voorzitterschap een voortgangsrapportage overhet tegengaan van extremisme en terrorisme. Op het moment vanschrijven zijn nog geen documenten beschikbaar. Belangrijke thema’svoor dit Voorzitterschap zijn: ongewenste buitenlandse beïnvloeding endesinformatie die kan leiden tot radicalisering en extremisme, de dreigingdie uit kan gaan van vrijgelaten terrorisme veroordeelden en in detentiegeradicaliseerde veroordeelden, en de samenwerking tussen migratie- enCT-autoriteiten. Het kabinet herkent het belang van deze thema’s en zetzich actief in om ze ook op Europees niveau te adresseren. Het kabinet zalde informatie van het voorzitterschap aanhoren.10. Bestrijding van drugshandel en georganiseerde criminaliteit a)Verslag van het Voorzitterschap= Stand van zakenb)Raadsconclusies over het in kaart brengen van hoog risico criminelenetwerken= GoedkeuringTijdens de JBZ-Raad zal het Belgische voorzitterschap een stand vanzaken geven van de prioriteiten op het gebied van georganiseerdecriminaliteit aan de hand van het op 18 oktober 2023 gepubliceerde EUstappenplan tegen drugssmokkel.23 Het huidige Voorzitterschap heeft eenaantal onderdelen van het stappenplan tot prioriteit bestempeld: de op24 januari 2024 gelanceerde EU-havenalliantie, het in kaart brengen vande criminele netwerken die het grootste risico vormen voor onzesamenlevingen, toegang tot gegevens voor rechtshandhavingsautori-teiten, de bestuurlijke aanpak, de preventie van rekrutering van jongerenen de samenwerking met Latijns-Amerikaanse landen. Deze prioriteitenkomen grotendeels overeen met de Nederlandse aanpak van georgani-seerde ondermijnende criminaliteit, zowel op nationaal als internationaalvlak.De focus tijdens deze JBZ-Raad zal liggen op het beter in kaart brengenvan de zogeheten high risk criminal networks. De noodzaak voor een beterintelligence beeld komt vanuit de operatie naar voren en is als ambitieneergelegd in verschillende EU-strategieën over de aanpak van georgani-seerde criminaliteit. Onlangs presenteerde Europol zijn rapport Decodingthe EU’s most threatening criminal networks.24 Om deze waardevolle stapin intelligence voort te zetten, heeft het Belgische voorzitterschap23Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3842.24Europol (2024), Decoding the EU’s most threatening criminal networks | Europol (europa.eu),Publications Office of the European Union, Luxembourg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87918 Raadsconclusies opgesteld om kaders en richting te geven aan hoe erwordt omgegaan met het in kaart brengen van criminele organisaties.Het kabinet onderschrijft het belang van het versterken van het intelli-gence beeld van criminele netwerken binnen en buiten de EU om zocriminele netwerken beter aan te pakken. De conclusies geven concreetaan hoe er verder gewerkt moet worden aan het intelligence beeld en watde prioriteiten voor komende onderzoeken zijn. Daarnaast zijn voorNederland belangrijke punten meengenomen, zoals dat er tussen lidstateneen gedeeld begrip is van wat high risk criminal networks zijn, dat er eenverbeterslag moet komen in mapping methodologie en dat er aandachtmoet zijn voor de samenhang tussen de verschillende exercities die dedreiging in kaart brengen, zoals de Serious Organised Crime ThreatAnalysis van Europol. Het kabinet is voornemens om tijdens de JBZ-Raadin te stemmen met de Raadsconclusies.11. Versterking van de crisisparaatheid en crisisrespons opEU-niveau = GedachtewisselingNaar verwachting wil het Belgische voorzitterschap spreken over de(concept) Raadsconclusies horizontaal crisismanagement. De afgelopenjaren heeft de EU in bijna permanente crisismodus geopereerd, metCOVID-19, de Russische agressie tegen Oekraïne en het conflict in hetMidden-Oosten. Waar crisismanagement primair de verantwoordelijkheidis van lidstaten, hebben deze grensoverschrijdende, sectoroverstijgendeen complexe crises de onderlinge afhankelijkheden tussen EU-instellingenen lidstaten, en tussen lidstaten onderling, duidelijk gemaakt. Met dezeRaadsconclusies wil het Belgische voorzitterschap de samenwerking opEU-niveau versterken om beter voorbereid te zijn op hedendaagse entoekomstige crises. Daartoe wordt in de Raadsconclusies de noodzaakonderstreept om in de EU te komen tot een integrale crisismanagemen-taanpak die voortbouwt op reeds bestaande instrumenten. De voorzieneaanpak is gericht op risico-identificatie en vroegtijdige waarschuwing,paraatheid, reactiecapaciteit en de identificatie en implementatie vangeleerde lessen, en een sterkere rol voor de Raad in de sturing vancrisisbeheersing.Het kabinet onderkent dat EU-crisisbeheersing moet worden versterkt,zoals ook verwoord in het Nederlandse non-paper «The future of strategiccrisis management in the EU» dat met uw Kamer is gedeeld in december2023.25 De verantwoordelijkheid voor effectief crisismanagement ligtprimair bij de lidstaten, maar gezien de aard van hedendaagse crises is deEuropese dimensie een onmisbaar en integraal onderdeel van crisisma-nagement geworden en heeft de EU ook een formele verantwoorde-lijkheid die ze ontleent aan de solidariteitsclausule. Een betere onderlingesamenhang en verbinding tussen Nederlandse en Europese crisisstruc-turen is daarom noodzakelijk. Nederland zal tijdens de JBZ-Raad dan ookhaar steun uitspreken voor de Raadsconclusies.Daarnaast zal in de JBZ-Raad naar verwachting worden stilgestaan bij dewerkzaamheden in het kader van de Preparedness Union. De EuropeseRaad heeft de noodzaak onderstreept van een betere en gecoördineerdemilitaire en civiele paraatheid en van strategische crisisbeheersing in decontext van het veranderende dreigingslandschap.26 De Europese Raadverzocht de Commissie om, samen met de hoge vertegenwoordiger van25Kamerstukken II 2023–2024, 29 517, nr. 25126Conclusies Europese Raad, 21 en 22 maart 2024 - Consilium (europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87919 de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, maatregelen voorte stellen om de paraatheid en de crisisrespons op EU-niveau teversterken, rekening houdend met de verantwoordelijkheden en bevoegd-heden van de lidstaten, met het oog op een toekomstige PreparednessUnion-strategie. Om hieraan opvolging te geven heeft de Commissie eenspeciaal adviseur aangesteld om aanbevelingen te doen om de paraatheidvan de EU te vergroten. De focus hierbij ligt op betere en gecoördineerdeparaatheid op militair en civiel vlak en op het gebied van civielebescherming en crisisbeheersing. Het definitieve rapport van de speciaaladviseur wordt uiterlijk oktober 2024 verwacht. Het kabinet kijkt uit naarde bevindingen.12. Overige onderwerpen a). Ministeriële bijeenkomst EU-VS over justitie en binnenlandse zaken = Informatie van het voorzitterschapOp 20 en 21 juni 2024 zal er een ministeriele bijeenkomst EU-VS plaats-vinden in Brussel. Naar verwachting zal het Belgische voorzitterschap deJBZ-Raad hierover informeren. Op dit moment zijn er nog geen stukkenover deze bijeenkomst beschikbaar. Het kabinet zal de informatievoor-ziening van het Voorzitterschap aanhoren.b.) Werkprogramma van het aantredende Voorzitterschap = Presentatie door HongarijeHet aankomend Hongaarse voorzitterschap zal tijdens de JBZ-Raad haarprioriteiten delen. Het kabinet zal de informatie aanhoren.II. Justitie 1. Verordening inzake de vaststelling en erkenning vanafstamming in grensoverschrijdende situaties = BeleidsdebatHet voorstel van de Commissie voor een verordening inzake devaststelling en erkenning van afstamming in grensoverschrijdendesituaties (ouderschapsverordening) is op 7 december 2022 verschenen.27Het kabinet heeft de Kamer op 3 februari 2023 geïnformeerd via eenBNC-fiche.28 Het Belgische voorzitterschap heeft voorstellen gedaan vooraanpassing van het Commissievoorstel om tegemoet te komen aan deverschillen van inzicht tussen de lidstaten over het onderwerp draagmoe-derschap. Deze zijn onderwerp voor het beleidsdebat tijdens dezeJBZ-Raad.De voorgestelde ouderschapsverordening moet ervoor zorgen datwanneer ouderschap in een bepaalde EU-lidstaat is vastgesteld, dat in dehele EU wordt erkend. Zo behouden kinderen de rechten die zij aan hetouderschap ontlenen, bijvoorbeeld wanneer een kind binnen de EU reistof verhuist. De doelstellingen van het voorstel zijn het beschermen van de(grond)rechten van kinderen en het verschaffen van juridische duide-lijkheid voor alle gezinnen die zich in een grensoverschrijdende situatiebinnen de EU bevinden, ongeacht de samenstelling van het gezin enongeacht de wijze waarop het kind is verwekt of geboren. Ook27COM (2022) 695 def.28Kamerstukken II, 2022–2023, 22 122, nr. 3596.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87920 afstamming na draagmoederschap valt bijvoorbeeld onder het voorstel.Zoals eerder neergelegd in het BNC-fiche, steunt het kabinet de doelstel-lingen van het voorstel voor een ouderschapsverordening.Inmiddels is duidelijk dat, conform de inschatting van het kabinet in hetBNC-fiche, de afstamming na draagmoederschap een punt vanonenigheid is bij de onderhandelingen. De inzet van Nederland is ersteeds op gericht geweest om het ouderschap van alle kinderen onder hetbereik van de ouderschapsverordening te laten vallen en daarmee ookvan kinderen die na draagmoederschap zijn geboren. Het is in het belangvan ieder kind dat zijn of haar afstamming EU-breed wordt erkend, zodathierover geen discussie meer kan ontstaan en de continuïteit van deafstamming wordt gewaarborgd. Verschillende lidstaten die draagmoe-derschap in eigen land niet toestaan, hebben echter grote aarzeling omouderschap na draagmoederschap dat in een andere lidstaat is vastge-steld, in de eigen rechtsorde zonder tussenkomst van een rechter ofadministratieve procedure te erkennen. Daarnaast vrezen sommigelidstaten dat hun gerechten en autoriteiten, ondanks een nationaalrech-telijk verbod op draagmoederschap, toch verplicht kunnen worden omouderschap na draagmoederschap vast te stellen. Dat zou het gevalkunnen zijn wanneer op grond van de verordening het recht van eenandere EU-lidstaat of een derde land van toepassing is op de afstamming,waar draagmoederschap wel is toegestaan.Het Voorzitterschap heeft zich gebogen over de vraag hoe aan bovenge-noemde zorgen tegemoet kan worden gekomen, met inachtneming vande rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens(EHRM) over de erkenning van uit een draagmoeder geboren kinderen,waaraan alle EU-lidstaten gebonden zijn. In een discussiepaper wordenverschillende oplossingen genoemd, die erop neerkomen dat aan delidstaten meer ruimte wordt geboden voor de toepassing van nationaalrecht en nationale procedures. Daarmee kan worden voorkomen dat degerechten of autoriteiten van een lidstaat onverkort buitenlands rechtmoeten toepassen in gevallen van draagmoederschap. Daarnaast wordtvoor ouderschap na draagmoederschap een beperkte uitzonderinggemaakt op het uitgangspunt van automatische wederzijdse erkenningtussen lidstaten. Lidstaten kunnen ervoor kiezen een nationale (erken-nings)procedure toe te passen, op voorwaarde dat het mogelijk moet zijnom het juridisch ouderschap van de wensouder(s) te behouden. Dezevoorwaarde volgt uit de rechtspraak van het EHRM.De JBZ-Raad wordt gevraagd zijn standpunt kenbaar te maken over devraag of de in het discussiepaper voorgestelde benadering kan wordengezien als een stap vooruit om de vaststelling en de erkenning vanouderschap na draagmoederschap binnen de context van het voorstel teregelen. Politiek debat over dit onderwerp kan richting geven aan deverdere onderhandelingen over dit voorstel op juridisch-technisch niveau.Het kabinet kan zich vinden in de benadering van het Voorzitterschap. Metdeze benadering wordt gewaarborgd dat de afstamming van allekinderen, dus ook van kinderen geboren na draagmoederschap, onder hetbereik van de verordening blijft vallen. Tegelijkertijd worden de zorgen dieleven onder een aanzienlijk deel van de lidstaten serieus genomen,waarmee ruimte ontstaat voor het toepassen van nationaal bepaaldezorgvuldigheidseisen in grensoverschrijdende gevallen, bijvoorbeeld metbetrekking tot de toestemming van de draagmoeder en het belang van hetkind bij afstammingsinformatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87921 De verordening betreft een unanimiteitsdossier; alle lidstaten moeteninstemmen om tot besluitvorming te komen. Op dit moment is nog nietduidelijk of unanimiteit kan worden bereikt, of dat zal worden gewerkt aaneen nauwere samenwerking tussen een deel van de lidstaten.29 BeideKamers hebben op grond van de Goedkeuringswet Verdrag vanLissabon30 een instemmingsrecht op het uiteindelijke onderhandelingsre-sultaat.2. Richtlijn tot harmonisatie van bepaalde aspecten van hetinsolventierecht = VoortgangsrapportageHet Belgische voorzitterschap zal de JBZ-Raad informeren over de standvan zaken van de onderhandelingen over de richtlijn tot harmonisatie vanbepaalde aspecten van het insolventierecht. Er is geen discussie voorzien.Het richtlijnvoorstel is op 7 december 2022 gepubliceerd door deEuropese Commissie als onderdeel van een pakket aan maatregelen omde kapitaalmarktunie te bevorderen. Het richtlijnvoorstel harmoniseertbepaalde nationale regels die zien op insolventieprocedures voorondernemingen.Op 20 oktober 2023 heeft in de JBZ-Raad een beleidsdebat plaatsge-vonden over het richtlijnvoorstel. Daarin spraken de Ministers over hetalgemeen steun uit voor de doelstellingen van het voorstel, maarbenadrukten daarbij wel de noodzaak van flexibiliteit voor lidstaten.Tijdens de Eurotop van 22 maart 2024 en de Europese Raad van17–18 april 2024 werd opgeroepen tot ambitieuze acties om werkelijkgeïntegreerde Europese kapitaalmarkten tot stand te brengen ten behoevevan het concurrentievermogen van de EU. In reactie hierop zet hetBelgische voorzitterschap in op spoedige vooruitgang in de onderhande-lingen voor dit voorstel. De stappen die daartoe gezet worden, worden inde voortgangsrapportage uiteengezet.Het kabinet hecht groot belang aan de verdieping van de kapitaalmark-tunie en steunt daarom de doelstelling van dit richtlijnvoorstel. Een diepe,geïntegreerde en veerkrachtige Europese kapitaalmarkt is essentieel voorde benodigde investeringen in duurzaamheid, digitalisering, (econo-mische) veiligheid en defensie. De kapitaalmarktunie kan met nameworden versterkt door het creëren van een gelijk speelveld via stroom-lijning van relevante regelgeving, het bieden van rechtszekerheid enduidelijkheid voor investeerders en het voorzien in regelingen voorgrensoverschrijdende kwesties. De onderdelen van het richtlijnvoorsteldie hieraan volgens het kabinet met name kunnen bijdragen, zijn de titelsbetreffende de Pauliana, de opsporing van goederen, pre-pack proceduresen de transparantie van insolventiewetgevingen. Het kabinet is vanmening dat de richtlijn een goede balans moet vinden tussen harmoni-satie ter versterking van de kapitaalmarktunie enerzijds en voldoendeflexibiliteit aan lidstaten anderzijds, ten behoeve van zowel de uitvoer-baarheid en de inpasbaarheid in het nationale systeem als de belangenvan (internationale) beleggers.29Nauwere samenwerking is een vorm van gedifferentieerde integratie waarmee negen of meerlidstaten binnen de juridische kaders van de EU en met gebruik van de EU-instellingen op eenEuropees gebied met elkaar kunnen samenwerken. De nauwere samenwerkingsprocedure isgeregeld in artikel 20 EU-Verdrag en de artikelen 326 tot en met 334 van hetEU-Werkingsverdrag. Naast de algemene bepalingen om een nauwere samenwerking aan tegaan, bevatten de EU-verdragen bijzondere procedurebepalingen voor specifieke gebieden.30Artikel 3, vierde lid, Goedkeuringswet Verdrag van Lissabon.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87922 Nederland steunt voortvarende en zorgvuldige onderhandelingen terversterking van de kapitaalmarktunie. Vanuit de lidstaten, waaronder dusNederland, wordt de oproep dat er voldoende flexibiliteit moet zijn breedgedragen, net zoals de wens dat voortgang wordt geboekt bij deonderhandelingen, maar dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit.3. Richtlijn corruptiebestrijding = Algemene oriëntatieOp 3 mei 2023 heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn terbestrijding van corruptie binnen de EU gepubliceerd. Het voorstel beoogthet huidige anti-corruptieraamwerk te actualiseren met voorstellen diezich richten op het effectief voorkomen en bestrijden van corruptie.Hiertoe bevat het voorstel onder meer diverse (nieuwe) strafbepalingen,minimale strafmaxima voor boetes (voor rechtspersonen) en gevangenis-straffen, minimumstandaarden voor verjaringstermijnen, mogelijkebijkomende (strafrechtelijke) sancties/maatregelen, mogelijke strafverzwa-rende en -verzachtende omstandigheden, standaarden voor het opheffenvan privileges en immuniteiten voor strafbare gedragingen en eenverplichting om statistische data over corruptie jaarlijks te verzamelen ente publiceren. Ook bevat het voorstel preventieve maatregelen, zoals hettrainen van ambtenaren en het uitvoeren van risicoanalyses om zo tebezien welke sectoren of beroepen het meest kwetsbaar zijn voorcorruptie, zodat deze risico’s kunnen worden geadresseerd.Het kabinet heeft de Kamer met het BNC-fiche van 3 mei 2023 geïnfor-meerd over het voorstel.31 Op 31 augustus 2023 heeft het kabinetschriftelijke vragen over het BNC-fiche beantwoord.32 De verwachting isdat op de aankomende JBZ-Raad een algemene oriëntatie kan wordenaangenomen.Nederland kan instemmen met de compromistekst van de algemeneoriëntatie. De oorspronkelijke strafbepalingen uit het voorstel zijn naderafgebakend en verduidelijkt. Zowel bijkomende straffen en maatregelenals strafverzwarende en -verzachtende omstandigheden worden in dezetekst niet-dwingend voorgeschreven, waarmee aan lidstaten de nodigeflexibiliteit wordt gelaten. De bepaling betreffende het opheffen vanimmuniteiten en privileges geeft Nederland ruimte om, los van devoorgestelde richtlijn, een zelfstandige afweging te maken over het al danniet wijzigen van de bijzondere Grondwettelijke procedure voor hetstrafrechtelijk vervolgen van parlementariërs en bewindspersonen.Nederland had graag gezien dat de tekst van de algemene oriëntatiehogere minimumstandaarden voor verjaringstermijnen en hogereminimale maximumstraffen had omvat, maar er was geen meerderheidvoor dit standpunt. Het Europees Parlement is eveneens voorstander vanhogere minimumstandaarden dan momenteel in de algemene oriëntatiezijn opgenomen. Een groot deel van de lidstaten is voorstander van hetvoorstel en de verwachting is dat de JBZ-Raad zal instemmen met dehuidige compromistekst.Het Europees Parlement heeft verder al voorstellen gedaan om dereikwijdte van het oorspronkelijke voorstel uit te breiden, waaronderandere strafbepalingen (illegale financiering van politieke partijen) en deaanstelling van een EU Anti-Corruptie Coördinator die de Commissie kanondersteunen in het promoten van een effectieve en consistenteimplementatie van de richtlijn door de lidstaten. Dit zal naar verwachting31Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3717.32Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3717.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87923 onderdeel zijn van de triloogvergaderingen die zullen volgen nadat deJBZ-Raad en het Europees Parlement haar positie hebben vastgesteld. Hetkabinet zal uw Kamer hier tegen die tijd over informeren.4. Richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik en seksueleuitbuiting van kinderen = BeleidsdebatHet Belgische voorzitterschap is voornemens tijdens de JBZ-Raad eenbeleidsdebat te faciliteren over elementen van de richtlijn ter bestrijdingvan seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen. Er is opmoment van schrijven nog geen discussiedocument beschikbaar.De Commissie heeft als deel van de EU-strategie voor een effectievereaanpak van seksueel kindermisbruik een voorstel gepubliceerd voor eenherziening van de richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik enseksuele uitbuiting van kinderen en van materiaal betreffende seksueelmisbruik van kinderen. Het voorstel richt zich op de strafbaarstelling vanseksueel misbruik, de opsporing en vervolging daarvan door de rechts-handhavingsautoriteiten en een versterking van preventie en onder-steuning aan slachtoffers. Uw Kamer is middels een BNC-fiche geïnfor-meerd over het voorstel.33 Ter verduidelijking richt dit voorstel zich dusvooral op de preventie, opsporing en strafbaarstelling van het delict, waarde verordening waarover de JBZ-Raad op de Home-dag wordt geïnfor-meerd ziet op detectie van materiaal van seksueel kindermisbruik.Het kabinet steunt een EU-aanpak van (online) seksueel kindermisbruik enseksuele uitbuiting. Een gezamenlijke aanpak van (online) seksueelkindermisbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, is gezien hetoverschrijdende karakter ervan, essentieel voor een effectieve bestrijdinghiervan. Het kabinet verwelkomt daarom het voorstel tot herziening vande richtlijn. Nieuwe technologische ontwikkelingen volgen elkaar in eenrap tempo op en het kabinet ziet daarom het belang van het aanpassenvan de huidige wetgeving aan deze ontwikkelingen. Op enkele puntenbeziet het kabinet het voorstel kritisch. Zo zet het kabinet zich in voorheldere afbakeningen tijdens de onderhandelingsfases zodat het voorstelniet verder gaat dan strikt noodzakelijk om het doel van de richtlijn teverwezenlijken en de bepalingen inpasbaar zijn in het Nederlandse stelselvan strafbaarstellingen.Gezien de lopende onderhandelingen is het volledige krachtenveld nogniet duidelijk.5. Europees Openbaar Ministerie = Stand van zakenOp moment van schrijven zijn er nog geen stukken beschikbaar. Naarverwachting zullen de laatste ontwikkelingen rondom het EuropeesOpenbaar Ministerie, inclusief de in 2023 behaalde resultaten, wordentoegelicht. Nederland zal dit aanhoren.6. Russische agressie tegen Oekraïne: strijd tegen straffeloosheid = Gedachtewisseling33Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3918.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87924 Naar verwachting zal het Voorzitterschap de ontwikkelingen om straffe-loosheid voor internationale misdrijven in Oekraïne tegen te gaan,toelichten. Op het moment van schrijven zijn er nog geen onderliggendedocumenten beschikbaar.Het kabinet hecht groot belang aan de opsporing, vervolging en uitein-delijk berechting van internationale misdrijven begaan in Oekraïne en zethier in Europees en internationaal verband actief op in. Zo heeftNederland op 2 april jl. samen met Oekraïne en de Europese Commissieeen internationale ministeriële conferentie over gerechtigheid voorOekraïne georganiseerd in Den Haag. Tijdens de conferentie, die diendeom verder voortgang te boeken op punt zeven (restoring justice) vanpresident Zelenskyy’s tienpuntenplan voor vrede, heeft Nederland eenvoorwaardelijk aanbod voor gastlandschap voor het nog op te richtenCompensatiemechanisme gedaan.7. Bestrijding van drugshandel en georganiseerde misdaad:terugkoppeling van het voorzitterschap = Stand van zakenTijdens de JBZ-Raad zal het Belgische voorzitterschap een stand vanzaken geven van de prioriteiten op het gebied van georganiseerdecriminaliteit aan de hand van het op 18 oktober 2023 gepubliceerde EUstappenplan tegen drugssmokkel.34 Er is nog geen document verspreid,maar naar verwachting zal het Voorzitterschap de gezette stappen opjustitieterrein toelichten. Zo zijn er onlangs Raadsconclusies aangenomenover het oprichten van een nieuw gespecialiseerd OM-netwerk dat zich opgeorganiseerde criminaliteit richt. Ook zijn er Raadsconclusies aange-nomen over het verbeteren van de justitiële samenwerking met derdelanden.Het kabinet onderschrijft het belang van goede justitiële samenwerkingom criminele netwerken aan te pakken en heeft de Raadsconclusies opdeze onderwerpen gesteund. Voor Nederland was daarbij belangrijk datde nieuwe acties toegevoegde waarde hebben ten aanzien van bestaandegremia of instrumenten en dat daarbij bestaande kaders en waarborgenover, bijvoorbeeld, delen van persoonsgegevens in acht wordengenomen.8. Conclusies over het versterken en beschermen van een vrij,open en geïnformeerd democratisch debat = GoedkeuringOnder het Belgische voorzitterschap is gewerkt aan Raadsconclusies overhet bevorderen en beschermen van een vrij, open en geïnformeerddemocratisch debat. Het Voorzitterschap is van mening dat het democra-tisch debat moeilijkheden ondervindt, terwijl een open debat de basis isvan onze democratieën en mogelijk moet blijven. In dat kader wordt in deRaadsconclusies onder andere verwezen naar de waarden uit artikel 2 vanhet EU-verdrag: de vrijheid van meningsuiting, het belang van eenpluralistische samenleving en non-discriminatie. Er worden zorgenuitgesproken over (online) desinformatie, een risico op erosie vanvertrouwen in de instituties en media en polarisatie. Lidstaten wordenuitgenodigd om maatregelen te nemen om een open en democratischdebat te faciliteren, onder meer via fondsen, media geletterdheid, om34Zie BNC-fiche van 8 november 2023 over het stappenplan, Kamerstukken II 2023–2024, 22 112,nr. 3842.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87925 beleid te ontwikkelen tegen haat en polarisatie (onder andere viaburgerparticipatie), en om maatschappelijke organisaties en mediadiver-siteit te versterken.Nederland en de andere lidstaten zijn positief over de Raadsconclusies.Het kabinet is voornemens in te stemmen met de Raadsconclusies dienaar verwachting worden aangenomen.9. Implementatie van het Verdrag van Istanbul = Stand van zakenOp 1 oktober 2023 werd de EU partij bij het Verdrag van Istanbul. HetVerdrag van Istanbul beoogt alomvattende en geharmoniseerde regelsvast te stellen ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwenen huiselijk geweld in Europa en daarbuiten. Het verdrag voorziet in eenspecifiek toezichtmechanisme om de doeltreffende uitvoering van debepalingen ervan door de partijen te waarborgen. Naar verwachting zal deCommissie een stand van zaken geven over de implementatie van hetVerdrag van Istanboel.In de context van de toetreding van de EU tot het Verdrag, lopen er enkelebesluitvormingsprocessen inzake de stemregels. Voor Nederland is hetbelangrijk dat toetreding van de EU tot het Verdrag geen blokvormingcreëert. Het Comité van Partijen van het Verdrag besluiten hierover tijdenseen vergadering op 31 mei aanstaande. Ook is er een akkoord bereikttussen de Raad van Europa en de EU over de financiële bijdrage naaraanleiding van de toetreding. Daarnaast zal er ook een EU-standpuntmoeten worden bepaald ten aanzien van de vaststelling van conclusies enaanbevelingen door het Comité van Partijen over de implementatie vanhet Verdrag door verdragspartijen. Dat standpunt wordt op 30 mei a.s.voor het eerst vastgesteld door de Raad Buitenlandse Zaken ten aanzienvan België, Malta, Spanje, Liechtenstein en Andorra.Bijzondere aandacht heeft het kabinet voor de regressieve druk op gendergelijkheid, seksuele reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), gelijkerechten van vrouwen en toenemend gender gerelateerd geweld. HetVerdrag blijft tot op de dag van vandaag het meest verstrekkendeinternationale rechtsinstrument om geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweld te voorkomen en te bestrijden, slachtoffers te beschermen endaders voor de rechter te brengen.14. Overige onderwerpen a) Onderhandeling EU-VS e-evidence = Informatie van de CommissieNaar verwachting zal de Commissie een toelichting geven op de uitkomstvan de meest recente onderhandelingsronde tussen de EU en de VS vooreen overeenkomst voor grensoverschrijdende toegang tot elektronischbewijs voor justitiële samenwerking in strafzaken (EU-VS e-evidence) dievlak voor de JBZ-Raad plaatsvindt, op 10 en 11 juni. Onderwerp vandiscussie tijdens deze onderhandelingsronde zijn onder andere dereikwijdte van de overeenkomst, de waarborgen en de betrokkenheid vanautoriteiten. Mogelijk komt tevens aan de orde in hoeverre sprake kan zijnvan een gezamenlijke certificering van de EU en lidstaten op grond van deUS Cloud Act. De intentie is om eind 2024 tot een overeenstemming tekomen. De lidstaten zullen de toelichting van de Commissie aanhoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87926 b) EU Justice scoreboard 2024 = Informatie van de CommissieNaar verwachting zal de Commissie aan de hand van het EU JusticeScoreboard (EJS) 2024 een overzicht geven van hoe de rechtspraak in delidstaten functioneert op basis van effectiviteit, kwaliteit en onafhanke-lijkheid van de rechtspraak. Het kabinet zal de informatie aanhoren. UwKamer zal de appreciatie van het EJS 2024 zoals gebruikelijk ontvangen inde kamerbrief inzake het jaarlijkse Commissie rechtsstaatrapport dat laterdit jaar verschijnt.c) Toegang tot gegevens voor effectieve rechtshandhaving: presentatievan de aanbevelingen van High Level Group on Access to Data forEffective Law Enforcement = Informatie van het VoorzitterschapDe High-Level Group voor toegang tot gegevens voor effectieve rechts-handhaving zal op de Home-dag van de JBZ-Raad een presentatie geven(zie hierboven). Naar verwachting zal het Belgische voorzitterschap op dejustitie-dag de JBZ-Raad hierover informeren.d) Ministeriële bijeenkomst EU-VS over justitie en binnenlandse zaken(Brussel, 20–21 juni 2024) = Informatie van het VoorzitterschapOp 20 en 21 juni 2024 zal er een ministeriele bijeenkomst EU-VS plaats-vinden in Brussel. Naar verwachting zal het Belgische voorzitterschap deJBZ-Raad hierover informeren. Op dit moment zijn er nog geen stukkenover deze bijeenkomst beschikbaar. Het kabinet zal de informatievoor-ziening van het Voorzitterschap aanhoren.e) Werkprogramma van het aantredende voorzitterschap = Presentatie door HongarijeHet aankomend Hongaarse voorzitterschap zal tijdens de JBZ-Raad haarprioriteiten op justitie terrein delen. Het kabinet zal de presentatie van hetaankomend Voorzitterschap aanhoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 87927
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid gaat nadrukkelijk kijken naar de terugkeerhubs in Zweden en zal de Kamer daarover voor de zomer van 2024 informer
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid gaat nadrukkelijk kijken naar de terugkeerhubs in Zweden en zal de Kamer daarover voor de zomer van 2024 informeren.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.