KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitkomsten analyse jongeren in een kwetsbare positie

7 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3f0160c4b7fd49d6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 352Uitvoering en evaluatie ParticipatiewetNr. 368 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 mei 2026Voor sommige jongeren is het moeilijk om de weg naar zelfstandigheid envolwassenheid te vinden. Zij hebben (een groter risico op) complexe,meervoudige problematiek op meerdere leefgebieden, zoals financiën,werk, school en/of zorg. Gemeenten werken hard om deze jongerenintegraal te ondersteunen. Het kabinet, net als uw Kamer, vindt hetbelangrijk dat gemeenten binnen wettelijke kaders zo veel mogelijk ruimtehebben om deze ondersteuning zo effectief mogelijk te bieden.Uw Kamer heeft tijdens de behandeling1 van de inmiddels deels inwerking getreden Participatiewet in balans de motie van de leden Ingevan Dijk (CDA) en Flach (SGP) over initiatieven ter ondersteuning vanjongeren in een kwetsbare positie2 aangenomen. De motie verzoekt deregering om in spoor 2 van de Participatiewet in balans een voorstel uit tewerken dat antwoord geeft op de ondersteuningsbehoefte van jongeren ineen kwetsbare positie. En om bepaalde initiatieven in de tussentijddoorgang te laten vinden. In september 2025 is een soortgelijke motieaangenomen in de Eerste Kamer (Bakker-Klein, c.s.)3. Deze motie verzoektbuitenwettelijke initiatieven aan te merken als initiatieven die tot deinwerkingtreding van spoor 2 van de Participatiewet in balans doorgangmogen vinden.Het vorige kabinet heeft op 8 mei 20254 uw Kamer geïnformeerd over dewijze waarop zij invulling heeft gegeven aan de motie Inge van Dijk enFlach. In deze brief is toegezegd dat uw Kamer begin dit jaar geïnformeerdwordt over de nadere analyse van de problematiek en de ondersteunings-behoefte van jongeren in een kwetsbare positie. Met voorliggende briefwordt invulling gegeven aan deze toezegging.1d.d. 23 april 20252Kamerstukken II 2024/25, 36 582, nr. 56.3Kamerstukken I 2025/26, 26 582, H4Kamerbrief over initiatieven voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie,8 mei 2025 kst-34352-368ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3681 De inhoud van deze brief volgt uit gesprekken die de afgelopen twee jaarzijn gevoerd met gemeenten, maatschappelijke initiatieven en jongeren,gecombineerd met de bevindingen uit rapporten en verschillendeaanpakken die over jongeren in een kwetsbare positie zijn verschenen.Zoals de Actieagenda Voorkomen van jongerendakloosheid (16–27 jaar),die de Ministeries van VWS, SZW en VRO in december 2024 met uwKamer heeft gedeeld.5LeeswijzerDeze brief gaat eerst in op de groep jongeren in een kwetsbare positie enhun ondersteuningsbehoefte. Vervolgens hoe gemeenten jongeren op ditmoment ondersteunen. Hierbij wordt ook een aantal (goede) voorbeeldenuit de praktijk en een aantal bewezen effectieve elementen uitgelicht die indeze ondersteuning behulpzaam zijn. Ten slotte gaat de brief in op wat hetkabinet nu al doet en nog gaat doen om de ondersteuning van jongeren ineen kwetsbare positie te verbeteren. Deze inzet is ook gericht op hetwegnemen van knelpunten die gemeenten en initiatieven bij de onder-steuning van jongeren ervaren.Jongeren in een kwetsbare positieIn de door SZW (Participatiewet) en VWS (Jeugdwet/Wmo2015) uitge-voerde analyse ligt de focus op de combinatie van inkomensonder-steuning en begeleiding van jongeren in een kwetsbare positie. Veelal zijndit jongeren in de leeftijdscategorie 16- tot 23-jarigen met een problema-tische gezins- of thuissituatie, jongeren die dak- en/of thuisloos zijn ofdreigen dit te worden en een verleden in jeugdzorg hebben. Bij dezejongeren is vaak sprake van financiële stress en/of schulden, schooluitval,en/of problemen met het behoud van (duurzaam) werk. Deze jongerenkunnen vaak niet terugvallen op ouders die hen ondersteunen of misseneen stabiel sociaal netwerk. Doordat zij een financieel vangnet missen,kunnen problemen verergeren. Dit maakt hen extra kwetsbaar.Het bereiken van de leeftijd van 18 jaar is een belangrijke mijlpaal voorjongeren en ook een moment waarop zij extra ondersteuning nodigkunnen hebben. Het is de overgang van jeugd naar volwassenheid,waarbij veel van hen verwacht wordt en zij meer verantwoordelijkhedenkrijgen. Bijvoorbeeld het afsluiten van een zorgverzekering en heteventueel moeten aanvragen van studiefinanciering, huur- en zorgtoeslag.Ook gaat de overgang gepaard met veranderingen op intellectueel, fysieken sociaal-emotioneel vlak. Voor jongeren die zijn aangewezen opjeugdzorg, geldt dat de jeugdzorg in principe stopt bij het bereiken van het18de levensjaar.Voor jongeren in een kwetsbare positie kan het moeilijk zijn over dezedrempel naar volwassenheid te stappen en daarbij indien nodig om hulpte vragen of te aanvaarden. Jongeren weten ook niet altijd waar ze terechtkunnen voor informatie, advies en ondersteuning. En dan is het lastig omgoede, passende hulp te vinden. Wat passend is, verschilt bovendien perjongere. Sommige jongeren hebben bijvoorbeeld door stress of onver-werkt trauma behoefte aan een periode van (financiële) rust en demogelijkheid om zelf aan persoonlijke ontwikkeling te werken, zodat zijdaarna de stap naar school en/of (duurzaam) werk kunnen maken. Voorsommige jongeren is daarvoor in hun jeugd tot dan nooit gelegenheidgeweest.5Kamerstukken II, 2024/25, 29 325, nr. 170.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3682 De ondersteuningsbehoefte van jongerenEen terugkerend kenmerk is dat veel jongeren aangeven baat te hebbenbij persoonlijke begeleiding, gebaseerd op vertrouwen. Iemand die naarhen luistert en hen kan helpen met de verschillende problemen waar zetegenaan lopen.Eén persoon die met hen naar het totaalplaatje kijkt en met een integraleblik de ondersteuning biedt of organiseert. Naast (financiële) rust en eenbegeleider die ze vertrouwen en met ze in gesprek gaat over wat zij nodighebben, geven jongeren aan dat een veilige en stabiele plek om te wonenook een belangrijke randvoorwaarde is.In de Hervormingsagenda Jeugd is afgesproken dat met de jongeren injeugdzorginstellingen door middel van een toekomstplan tijdig wordtgesproken over hun toekomstperspectief na hun 18e jaar. Hierbij komt dezogenaamde «Big5 leefgebieden» (financiën, school of werk, (mentaal)welzijn en een ondersteunend netwerk) ook aan bod. Deze voorwaardenmoet in het leven van een jongere op orde zijn voordat hulpverleningstopt omdat ze anders het risico lopen dakloos te worden of in schuldenterecht te komen. VWS werkt samen met gemeenten, zorgaanbieders enandere betrokken partijen in het jeugddomein aan uitvoering van dezeafspraak.Een belangrijke stap hierbij is ook de ondertekening van het convenantStevige lokale teams eind maart6. Lokale teams zijn een betrouwbarepartner in wijk en dorp en zijn voor veel inwoners het eersteaanspreekpunt voor hulp en ondersteuning. De afspraken in hetconvenant moeten ervoor zorgen dat deze teams overal in Nederland zozijn georganiseerd dat ze passen bij de lokale situatie en effectief kunnensamenwerken met partners in het sociaal domein. Zij verbindenjeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen en anderevoorzieningen. De komende periode worden ook aanvullende afsprakenvoorbereid met partijen over de ondersteuning van volwassenen enbestaanszekerheid. Hiermee worden stappen gezet naar een bredere kijkop inwoners (van 0–100 jaar) en daarmee ook bredere ondersteuning opwerk en inkomen. Ook dit draagt bij aan de ondersteuning voor jongeren.Integrale ondersteuning door gemeentenHet helpen van jongeren die zich in een kwetsbare positie bevinden is eengedeelde verantwoordelijkheid van het Rijk en gemeenten. Het Rijkbepaalt de wettelijke kaders; het is aan de gemeenten om de daadwerke-lijke ondersteuning te bieden. Er zijn verschillende manieren waarop eengemeente de jongeren integraal kan ondersteunen. In de praktijk zijn daarvele voorbeelden van.Voorbeeld: opschalen aanpak Wonen Eerst voor JongerenIn Nederland worden sociale huurwoningen normaliter toegewezenop basis van wachttijd. Jongeren kunnen hier niet van profiteren,omdat zij nog geen wachttijd opgebouwd hebben als zij een woningnodig hebben. Jongeren die geen vangnet meer hebben als zij 18worden, lopen daarom het risico op dakloosheid. WoningcorporatiePortaal heeft zichzelf als doel gesteld om jongerendakloosheid op telossen door jongeren volgens de principes van Wonen Eerst tehuisvesten. Samen met TUIS, een initiatief van Housing FirstNederland heeft Portaal een gewerkt aan een werkwijze waarbij6Gemeenten maken afspraken over stevige lokale teams | VNGTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3683 meer woningen worden toegewezen aan jongeren in een kwetsbarepositie. Daarnaast worden er afspraken gemaakt over een passendinkomen en begeleiding. In Nijmegen zijn hier het afgelopen jaar alstappen op gezet.Het komende jaar krijgt deze aanpak verder vorm en wordt dezeaanpak opgeschaald naar 10 regio’s. De Ministeries van SZW, BZK enVWS faciliteren deze opschaling en denken mee over het oplossenvan landelijke en lokale knelpunten.Succesvolle elementen van integrale ondersteuningOnderdelen van een succesvolle integrale aanpak zijn onder andere:•«Outreachend» werken: het proactief opzoeken van jongeren op deplekken waar zij zijn, bijvoorbeeld op scholen en sportverenigingen.Deze vindplaatsen kunnen fungeren als brug tussen verschillendedomeinen. Het benutten van informele netwerken en initiatieven in debuurt vergemakkelijkt ook de toegang tot hulp. Deze jongeren meldenzich vaak niet zelf aan bij de gemeente.•Inzet van ervaringskennis: het inzetten van mensen die lijken op dedoelgroep of ervaringsdeskundig zijn, verlaagt de drempel om hulp tevragen en vergroot het vertrouwen van de jongere. Het vertrouwenvan de doelgroep in de overheid is over het algemeen laag enjongeren die eerder te maken hebben gehad met jeugdzorg zijn vaak«hulpverleningsmoe». Iemand die uit hun leefwereld komt kan helpenbij het opnieuw leggen van verbinding met de jongere.•Beschikbaar stellen van «doorbraakbudget»: budget voor kleine,praktische zaken kan al een groot verschil maken voor de jongeren. Ditsoort potjes hoeven niet door de gemeente uitgegeven te worden,maar kunnen ook via subsidie of een inkooprelatie bij uitvoerendeorganisaties liggen die dichterbij de jongere staan.•Nazorg voor jongeren die uitstromen uit jeugdzorg: jongeren dieuitstromen uit jeugdzorg geven aan vaak nog wel behoefte te hebbenaan een bepaalde mate van nazorg. Ze willen laagdrempelig, bijvoor-beeld via een appje, terecht kunnen bij hun (voormalig) begeleider.Voorbeeld: Schuldhulpverlening in eigen huisEr is een gemeente die besloten heeft de schuldhulpverlening ineigen huis te organiseren. Ze steken vooral veel energie in hetproactief bereiken van jongeren. Omdat jongeren zich niet altijd zelfmelden, richt de gemeente zich vooral op de vindplaatsen vanjongeren. Dit zijn de plekken de jongeren zijn, zoals op school, op desportvereniging, het buurthuis of op het pleintje in de wijk. Als zejongeren benaderen doen ze dat via jongerenwerkers die zo veelmogelijk op de jongeren zelf lijken. Het liefst ook met ervarings-kennis of ervaringsdeskundigheid. Zij bereiken daardoor grotereaantallen jongeren dan gemiddeld. De gemeente werkt ook samenmet partners, waar jongeren met geldzorgen worden gekoppeld aaneen buddy van hun eigen generatie.Inzet kabinetHet kabinet zet, samen met de VNG en Divosa, in op het breed onder deaandacht brengen van bewezen effectieve praktijkvoorbeelden, zodatandere gemeenten daarvan kunnen leren. Zo stimuleert SZW deopschaling van het Jongeren Perspectief Fonds naar meer gemeenten enmeer jongeren via een subsidie. Via subsidies aan Geldfit en de AlliantieVrijwillige Schuldhulp wordt laagdrempelige hulp bij geldzorgengestimuleerd en beter vindbaar gemaakt, onder meer voor jongeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3684 Voorbeeld: Jongeren Perspectief Fonds (JPF)Het JPF is ontstaan omdat zij zagen dat jongeren vaak niet goed inhet reguliere schuldhulpverleningstraject passen. Ze hebben vaakgeen (stabiel) inkomen, terwijl bij reguliere schuldhulp de focus ligtop het creëren van afloscapaciteit. Dat past niet bij elkaar. Soms is erwel een stabiel inkomen, maar zou een jongere liever teruggaan naarschool voor een startkwalificatie of diploma. Ook is soms dewoonsituatie instabiel, is sprake van (dreigende) dakloosheid ofproblemen met de mentale gezondheid.Het JPF werkt nu met 50 gemeenten en helpt jaarlijks circa duizendjongeren van 18 tot en met 27 jaar met problematische schulden eneen ondersteuningsbehoefte op minimaal één leefgebied. Dejongere kan de schuld afbetalen in geld of natura, via een tegenpres-tatie. Bijvoorbeeld door te studeren, stage te lopen of te werken. Defocus ligt op werken aan toekomstperspectief.De jongere krijgt twee jaar integrale begeleiding van een vastetrajectbegeleider. Ze maken samen een plan dat past bij de onder-steuningsbehoefte van de jongere. Daarin gaan ze in op persoonlijkeontwikkeling, werk, scholing, huisvesting, gezondheid en financiëleredzaamheid. Hierdoor is de kans op terugval in schulden veelkleiner en maken veel jongeren de stap van een uitkering naar werk.Tijdens het begrotingsdebat van SZW7 heeft de Tweede Kamer via eenamendement8 van lid Ergin (Denk) 2 miljoen euro voor 2026 vrijgemaaktvoor ontwikkelingsgerichte interventies voor jongeren. Daarvan wil hetkabinet 1,8 mln. inzetten voor kwetsbare jongeren op praktijkscholen.Veel praktijkschoolleerlingen groeien op in armoede (circa 80%). Dearmoede heeft op diverse terreinen negatieve consequenties voor deontwikkelingskansen van deze jongeren. Ze hebben geen gelijke kansenop stage en werk omdat zij vaak basisvoorzieningen missen zoalspassende kleding, eten, vervoer of geld voor een kapper. Schaamte, eenlaag zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen leiden tot uitval en een moeizamestart op de arbeidsmarkt. Juist voor deze jongeren is het hebben van werkcruciaal om de cirkel van armoede te doorbreken. SZW, de Sectorraad Proen het Jeugdeducatiefonds werken in het project van Pro naar Prof samenom te voorzien in de ondersteuningsbehoefte van deze leerlingen. Debelangstelling onder alle pro scholen is groot. Nu doen ruim 23 van de177 pro scholen mee. Met het extra geld kunnen fors meer scholenmeedoen. Omdat jongeren niet gebaat zijn bij tijdelijke ondersteuning ishet de bedoeling in de regio met relevante partijen, landelijk en regionaalorganisaties bestuurlijke het gesprek te voeren over de randvoorwaardenvoor een blijvende aanpak. Uw Kamer zal geïnformeerd worden over deuitkomsten van deze bestuurlijke gesprekken.Stimuleren gedeeld eigenaarschap en procesregie 16–27Zoals aangegeven, hebben jongeren in een kwetsbare positie vaakproblemen op meerdere leefgebieden. Het is belangrijk dat er vanuit degemeente een integrale en samenhangende aanpak is voor jongeren ineen kwetsbare positie tussen de 16 en 27 jaar, waarbij aandacht is vooralle problemen van de jongere en de samenhang tussen die problemen.Dat geldt ook voor jongeren die op hun 18de verjaardag uitstromen uitjeugdzorg. Wanneer een gemeente immers niet integraal op alle7d.d. 6 maart 20268Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XV, nr. 99Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3685 leefgebieden meekijkt, is het risico dat problemen (zoals een instabielewoonsituatie, schulden en psychische problemen) verergeren enopstapelen. Dakloosheid kan één van de gevolgen zijn.Om tot een integrale en samenhangende aanpak te komen, is het vaaknodig om organisatorisch gezien bureaucratische verkokering tegen tegaan. Ook is het van belang om de behoeften van de jongere leidend telaten zijn en bijvoorbeeld niet de financiële stromen. Alle stakeholders(waaronder diverse gemeentelijke beleidsmedewerkers en medewerkersin de uitvoering, maar ook de partners met wie zij samenwerken zoalszorgaanbieders, hulpverleners en woningcorporaties) dienen zich(mede)eigenaar te voelen. Gemeenten geven aan dat hun organisatieshier vaak (nog) niet op zijn ingericht en ervaren dit ook als knelpunt bij hetleveren van maatwerk en integrale ondersteuning.Het onlangs verschenen rapport «Gaan doen wat we al heel lang weten»9dat door Berenschot in opdracht van de VNG is uitgevoerd, gaat in op heteffectief verbinden van de domeinen jeugdzorg en bestaanszekerheid ende complexiteit van deze opgave. Het rapport bevestigt dat gemeentensterk verschillen in hun uitgangspositie, beleidscontext en uitdagingen enbiedt hiertoe ook verschillende handelingsperspectieven en praktijkvoor-beelden voor gemeenten.Het kan helpen als gemeenten een medewerker aanwijzen die verantwoor-delijk is voor beleid 16–27 en regie voert op alle gemeentelijke processenhieromtrent (zie het voorbeeld Tussen Wal en Schip in het kaderhieronder), dan wel dat gemeenten een multidisciplinair team 16–27inrichten om de jongere te helpen vanuit meerdere domeinen. Het Rijkroept gemeenten hier dan ook nadrukkelijk toe op.Voorbeeld: casusoverleg Tussen Wal en Schip (TWES)Een gemeente is vijf jaar geleden begonnen met een seniorbeleidsadviseur 18-/18+. Deze heeft drie opdrachtgevers, vanuitJeugdzorg/welzijn/onderwijs, Wmo en indicering zorg. Deze persoonzorgt dat vraag en aanbod met betrekking tot de Big5 zijn afgestemdvoor jongeren die uitstromen uit jeugdzorg of jongeren in een zeerkwetsbare positie. Het gaat over jongeren die (risico op) problemenhebben op meerdere leefgebieden en ondersteuning van meerderedomeinen nodig hebben.Hiervoor gebruiken ze het casusoverleg TWES (met mandaat). Zehelpen deze jongeren op casusniveau en verzamelen tegelijksignalen met betrekking tot beleid. Deze worden dan ingebracht inde gemeente. Een concreet voorbeeld is dat verordeningen voorbeschermd wonen tegen het licht worden gehouden, omdat ze terigide zijn. Ook kunnen ze toegang tot beschermd wonen pilotenzonder diagnostiek. Het TWES is een overlegstructuur met verschil-lende ketenpartners, ook op uitvoeringsniveau. Ze hebben eenconvenant met elkaar ten aanzien van samenwerking en privacy.Binnen de gemeente staat daar een stuurgroep tegenover opmanagementniveau, om ervoor te zorgen dat professionalsmaatwerk mogen en durven leveren. Jongeren sluiten zelf het eerstekwartier aan bij het casusoverleg. Het doel is om de behoefte van dejongere en het advies van de professionals zo dicht mogelijk bijelkaar te brengen, met out of the box ideeën als dat nodig is.9Gaan doen wat we al heel lang weten; Over de koppeling van de domeinen jeugdzorg enbestaanszekerheid, Berenschot, april 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3686 Om gemeenten te ondersteunen bij het (door)ontwikkelen van proces-regie 16–27, hebben het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd en hetPlatform Sociaal Domein – in opdracht van VWS – een aanpakbeschrijvingvan de landelijke Aanpak 16–27 ontwikkeld.10 Deze aanpak richt zich metname op jongeren die uitstromen uit jeugdzorg met verblijf, maar is ookbreder toe te passen op alle jongeren in een kwetsbare positie. Inaanvulling op deze aanpak wordt in het kader van de Aanpak Levensge-beurtenissen: «ik word 18», in opdracht van het Ministerie van BZK,onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor gegevensdeling binnengemeenten om dit proces verder te optimaliseren. De uitvoering hiervanligt bij ICTU en zij kijken ook of een tool kan worden ontwikkeld omgemeenten hierbij te helpen.Ook is het effectief om een jongerenregisseur in te zetten, die naast eenjongere staat en als vast aanspreekpunt dient om een jongere gedurendelangere tijd te ondersteunen. Door de inzet van een jongerenregisseur,hoeft een jongere niet steeds opnieuw zijn of haar verhaal te doen, watveel van een jongere kan vragen.Deze jongerenregisseur kan er, samen met een beleidsmedewerker ofteam 16–27, voor zorgen dat op alle levensgebieden de benodigde hulpwordt gecoördineerd. Uit de analyse blijkt dat verschillende gemeentenhier voor (dreigend) dakloze jongeren succesvol ervaring mee hebbenopgedaan; deze ervaringen zijn opgetekend in de handreiking «geleerdelessen en randvoorwaarden jongerenregisseur» van de PreventieAlliantie.11De nieuwe wet- en regelgeving van school naar duurzaam werkDe wet- en regelgeving van school naar duurzaam werk is op 1 januari2026 in werking getreden. Deze biedt een stevige basis voor het vroeg-tijdig en integraal ondersteunen van kwetsbare jongeren tot 27 jaar bij hetafronden van een opleiding en het vinden van werk. De focus ligt opjongeren met een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. Dit zijnjongeren zonder startkwalificatie12 uit het praktijkonderwijs (pro),voortgezet speciaal onderwijs (vso) of die voortijdig school hebbenverlaten (vsv). Aangevuld met jongeren met een mbo-opleiding opniveau 2, bol. Uit cijfers en onderzoek blijkt dat juist bij deze jongerenmeervoudige problematiek vaker voor komt.Geregeld is dat scholen (vo, pro, vso, mbo), Doorstroompunten (vsv) engemeenten (als uitvoerder Participatiewet) preventief (op school en bij deovergang naar werk) en tot de leeftijd van 27 jaar (als geen school, geenwerk) domeinoverstijgend samenwerken vanuit één opgave: jongerenondersteunen bij het afronden van een opleiding en het vinden van werk,zo mogelijk gecombineerd met scholing. In aanvulling op de eigen, aanelkaar gerelateerde wettelijke taken en de financiering daarvan, isgeregeld dat scholen, Doorstroompunten en gemeenten een regionaalprogramma maken met samenwerkingsafspraken en met aanvullendemaatregelen waarvoor ze het regionale budget kunnen inzetten. Dit om deonderlinge samenwerking te waarborgen en te versterken, om ervoor tezorgen dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van bewezen effectieveinterventies en om ruimte te bieden voor innovatie, juist voor de meestkwetsbare jongeren. In de regionale programma’s moeten ook specifiekesamenwerkingsafspraken worden gemaakt over hoe jongeren metmeervoudige problematiek op laagdrempelige en toegankelijke wijze10Beschrijving Landelijke Aanpak 16–27 | voor Jeugd & Gezin11Zie Handreiking en tips – Impuls Onderzoekcentrum.12Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of mbo-niveau 2 of hoger.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3687 worden ondersteund en hoe daarbij, ook bestuurlijk, het zorgdomeinwordt betrokken. De eerste regionale programma’s gaan momenteel vanstart (na goedkeuring door de Ministeries van OCW en SZW) en lopen toten met 2029. De regio’s geven hier in hun regionale programma’s oponderstaande wijze invulling aan.Zo zetten veel regio’s hun regionale budget in ter versterking van deondersteuningsstructuur in en om de school, bijvoorbeeld in de vorm vaneen gemeentelijk jongerenpunt of jongerenloket met een outreachendeaanpak en samenwerking met lokale teams. Vrijwel overal wordt hetregionale budget ingezet voor het combineren van onderwijs en werk alsvoorziening voor jongeren met multiproblematiek, met ondersteuning bijmentale of psychische problematiek, financiën of schulden. Veel regio’smaken afspraken over het hebben van één aanspreekpunt of eenprofessional die voor de volledige hulpvraag «in de lead» is. Met vaakdoorlopende ondersteuning bij overgangen, zoals van school naar werk,van 18- naar 18+ of van het vo naar het mbo.Sommige regio’s voeren structurele multidisciplinaire overleggen omkorte lijnen te creëren tussen de betrokken professionals, signalen vroegte duiden, gezamenlijke keuzes te maken over het meest passende vervolgen om te voorkomen dat jongeren vastlopen tussen domeinen. Inmeerdere regio’s zijn aanvullende afspraken gemaakt over gezamenlijkeinzet bij zware problematiek, zoals bij problematische schulden ofonveilige thuissituaties of jongeren die wegens wachtlijsten lang moetenwachten op hulp vanuit de GGZ.Verbetering dienstverlening aan jongeren na afwijzing WajongUit de praktijk blijkt dat de groep jongeren die het UWV afwijst voor eenWajong-uitkering op dit moment weinig mogelijkheden krijgt omarbeidsvermogen te ontwikkelen. Het gaat hier om jongeren die op18-jarige leeftijd (of tijdens de studie) geen arbeidsvermogen hebben,maar waarvan de duurzaamheid niet kan worden vastgesteld en die zijnaangewezen op inkomens- en arbeidsondersteuning door de gemeente.Een deel van deze groep meldt zich echter niet bij de gemeente enverdwijnt uit beeld.Vanaf 2027 verbetert de dienstverlening door gemeenten aan jongeren dieafgewezen zijn voor de Wajong. Deze maatregel is opgenomen in deWerkagenda VN-verdrag Handicap 2025 die in de zomer van 2025 isverzonden naar de Tweede Kamer. Het gaat jaarlijks om circa1.350 jongeren. Deze dienstverlening wordt vormgegeven door decentrumgemeente in de 35 arbeidsmarktregio’s. Voor de verbetering vande dienstverlening is in 2027 € 4,2 miljoen beschikbaar gesteld aangemeenten, oplopend tot een bedrag van € 29,3 miljoen structureel vanaf2033.Vanaf 2027 zal UWV deze jongeren na een Wajong-beoordeling «warm»overdragen aan gemeenten om aldaar ondersteuning te krijgen. Op basisvan verschillende pilots met gemeenten is er bij UWV-ervaring opgedaanop basis waarvan een werkproces ontwikkeld wordt voor de overdracht.De gevraagde ondersteuning bij de gemeenten bestaat uit begeleiding opdiverse levensgebieden met veel persoonlijke aandacht. En uit een veiligeontwikkelplek om uit te proberen of werk tot de mogelijkheden behoort envaardigheden te ontwikkelen. Een handreiking wordt dit jaar noggepubliceerd over hoe de dienstverlening vorm kan worden gegeven. Hetministerie zet samen met gemeenten een monitor op om de onder-steuning en de effecten daarvan te volgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3688 Maatwerkruimte in de ParticipatiewetDe Participatiewet biedt veel mogelijkheden voor ondersteuning en ruimtevoor maatwerk. Echter, deze ruimte wordt niet altijd (volledig) benut.Gemeenten en organisaties ervaren knelpunten om jongeren passend teondersteunen.In de uitvoering van de Participatiewet geven gemeenten en organisatiesbijvoorbeeld aan dat de huidige regels rondom verrekening soms tecomplex en moeilijk te volgen zijn, wat de uitvoering voor professionalsbemoeilijkt. Professionals geven aan behoefte hebben aan meer ruimtevoor jongeren om bij te verdienen, omdat dit motiverend werkt en henhelpt werkervaring op te bouwen. Ook geven gemeenten aan dat hetinkomen voor jongeren van 18–21 jaar nog vaak ontoereikend is om eenzelfstandig bestaan op te bouwen. Daarnaast zijn er ook praktische eninhoudelijke belemmeringen die een integrale aanpak en continuïteit in deondersteuning kunnen bemoeilijken. Zoals systemen die niet altijdnaadloos op elkaar aansluiten of privacyregels die een belemmering voorgegevensdeling kunnen vormen.Uit gesprekken met jongeren kwamen verschillende door hen ervarenknelpunten naar voren; in de ondersteuning of juist door gebrek aanstabiele, doorlopende ondersteuning. Tijdelijke initiatieven zijn daarmeeniet altijd een passende oplossing.Een relatief simpel op te lossen situatie kan het begin zijn van groteschulden en/of problematiek. Enkele voorbeelden waarmee jongeren in depraktijk te maken hebben, zijn:•Als een jongere (tot 21 jaar) een beroep doet op de aanvullendejongerennorm van de bijstand stuurt de gemeente soms eeninformatie- of onderhoudsplichtbrief naar ouders om te kunnenbepalen of de ouders wel of niet kunnen voldoen aan de onderhouds-plicht. Wanneer sprake is van een voor de jongere onveilige/verstoorderelatie met de ouders is dit niet wenselijk. Uit de gesprekken metjongeren blijkt dat in enkele gevallen door beperkt of geen reactie vande ouders, geen aanvullende jongerennorm is verstrekt, waardoor dejongere onvoldoende inkomen heeft om van te leven.•Volgens de Wet op de identificatieplicht moet een werkgever deidentiteit van een werknemer vaststellen vóórdat de werkzaamhedenbeginnen. Enkel het simpele feit van het niet kunnen betalen van eennieuw identiteitsbewijs wanneer deze is verlopen, kan er dus toe leidendat een jongere niet aan het werk kan gaan en schulden wordenopgebouwd en/of worden vergroot.Met de invoering van de Participatiewet in balans is een belangrijke eerstestap gezet om de Participatiewet met ruim 20 wijzigingen te vereenvou-digen en te verbeteren. Veel van deze wijzigingen verbeteren ook desituatie van jongeren in een kwetsbare positie. Zo maakt de nieuwe wetdoor het uniformeren van de bijverdiengrenzen het aantrekkelijker omnaast een uitkering te (gaan) werken. De bijverdiengrenzen waren eerstniet van toepassing op jongeren, dat is nu wel het geval. In 2027 gaat hetformeel in en dit jaar (2026) wordt het gedoogd. Ook wordt financiëlezekerheid gestimuleerd door de introductie van een bufferbudget, datschommelingen door wisselende inkomsten uit werk opvangt. Het collegekrijgt bovendien de bevoegdheid om de vierwekenzoektermijn die geldtvoor jongeren tot 27 jaar niet toe te passen als individuele omstandig-heden daarom vragen.Tevens is de jongerennorm geharmoniseerd. Er is een richtbedraggekomen om grote verschillen tussen gemeenten te voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 3689 Gemeenten kunnen een bedrag aan jongeren toekennen als ze geen steunvan hun ouders krijgen. Wanneer blijkt dat dit bedrag niet voldoende isvoor hun bestaanskosten, kan de gemeente het bedrag verhogen enandersom – als het bedrag gezien de leefsituatie van de jongere te hoogblijkt – ook naar beneden bijstellen. Gemeenten kunnen bij dringenderedenen via artikel 16 van de Participatiewet ook jongeren onder de 18bijstand verstrekken.Gemeenten werken hard om de wijzigingen te implementeren. Voor deondersteuning van jongeren is maatwerk van belang, daarom brengt hetkabinet de handreiking van Divosa over Maatwerk binnen de Participa-tiewet voor jongeren in een kwetsbare positie13 breder onder de aandachten verrijken we die met praktijkvoorbeelden.In dit kader organiseert Divosa in 2026 ook werkateliers met gemeenten,om aan de slag te gaan met wat nodig is om in het samenspel tussenruimte krijgen (bestuurlijk), ruimte geven (beleidsmatig) en ruimte nemen(in de uitvoering) tot effectief maatwerk voor jongeren in een kwetsbarepositie te komen. De uitkomsten daarvan worden ook onderdeel van dehandreiking14.Vervolg Participatiewet in balansEr zijn ook specifieke knelpunten die een langere adem vereisen. Intrajecten zoals de Participatiewet in balans spoor 2 – de herziening van deParticipatiewet – wordt hiervoor gezocht naar oplossingen. Eind 2024 is deTweede Kamer aan de hand van een probleemanalyse geïnformeerd overknelpunten in de wet en de vraagstukken die daaruit voortvloeien.15 Op4 juli 2025 is een aantal uitgewerkte beleidsopties gedeeld met de Tweedeen Eerste Kamer, waaronder beleidsopties die de positie van jongeren ineen kwetsbare positie kunnen versterken.16 Welke van de naar uw Kamerverzonden beleidsopties ook daadwerkelijk worden uitgewerkt richtingnieuwe wetgeving bespreekt het kabinet graag met uw Kamer. Hieroverwordt Uw Kamer via een aparte brief geïnformeerd.Jongeren moeten nog (te) vaak aankloppen bij verschillende loketten. Enwaar een jongere zich meldt bepaalt de mate van ondersteuning. Eenintegrale aanpak vraagt van mensen met klantcontact om met een bredeblik te kijken en goed te luisteren naar de ondersteuningsbehoefte van dejongere. De Participatiewet in balans vraagt een omslag naar eendienstverlening die is gestoeld op (meer) eenvoud, vertrouwen enmenselijke maat. Deze omslag wordt vanuit spoor 3 gestalte gegeven viade ontwikkeling van handreikingen en tools, toelichting op de wet en detoepassingen ervan en het delen van best practices.De diverse beroeps- en belangenorganisaties werken hierop samen,ondersteund door het Ministerie van SZW. De komende tijd zal dezeaanpak worden voortgezet, waarbij de nadruk vooral zal liggen op deimplementatie van de maatregelen uit de wet Participatiewet in Balans.Tot slotHet kabinet vindt het belangrijk dat iedereen mee kan doen in desamenleving. Dit kan op verschillende manieren. Bij voorkeur door middel13Divosa publiceert handreiking «Maatwerk Participatiewet jongeren in een kwetsbare positie» |Divosa14Van beleid naar praktijk: werkatelier maatwerkondersteuning jongeren | Divosa15Kamerstukken II 2024/25, 34 352, nr. 33016Kamerstukken II 2024/25, 34 352, nr. 344Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 36810 van werk, maar als dit door (tijdelijke) omstandigheden of door eenpermanente beperking niet mogelijk is op een andere manier. Dat geldtzeker ook voor jongeren in een kwetsbare positie. Daarom is hetbelangrijk dat jongeren passende ondersteuning krijgen, zodat zij kunnenbouwen aan de toekomst en uiteindelijk de weg (opnieuw) vinden naarschool of duurzaam werk. Ondersteuning aan jongeren die in eenlevensfase zitten die veel van hen vraagt en tegelijkertijd ook kwetsbaarzijn door verschillende omstandigheden vraagt continu aandacht van hetRijk, gemeenten en alle betrokken organisaties. Dit doen we voor dejongeren zelf, maar ook omdat de samenleving iedereen nodig heeft.Deze brief geeft aan hoe het kabinet op verschillende maar vooralintegrale wijze hiermee aan de slag is. Daarnaast om te laten zien datgemeenten en initiatieven hard werken om binnen de kaders van de wetjongeren in een kwetsbare positie te ondersteunen en dat dit ook kan. Wijgaan verder op deze weg om de ondersteuning van jongeren in eenkwetsbare positie te verbeteren.De Minister van Werk en Participatie, mede namens de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 352, nr. 36811

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e6c885ce8b09f6be

14 okt 2026 · feb77d14d8049858

12 okt 2026 · d3ef033baca96ff3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.